Raadsbrief Voortgang project Florapark Westeinde-Zuid
Tekst van het document
Raadsbrief Voortgang project Florapark/ Westeinde-Zuid Informerend Zaaknummer: 902206 Bijlage: Raadsvoorstel Stede Broec inzake ontwikkeling woningbouwlocatie Florapark
Geachte raad, Met deze raadsbrief informeren wij u over de voortgang van het woningbouwproject Florapark/ Westeinde-Zuid. Aanleiding Een samenwerking tussen twee gemeenten vraagt onderlinge afstemming. Waar onze gemeente op de locatie Westeinde-Zuid geen grondpositie heeft, heeft de gemeente Stede Broec in Florapark deze wel. Reden voor het college van Stede Broec aan de raad een voorstel uit te brengen welke ontwikkelingsrichting de raad verkiest. Een integrale gebiedsontwikkeling of voor Florapark toch solitair. Met de daarbij behorende consequenties voor de grondpositie, de ontsluiting van de wijk en de woningcategorieën in relatie tot de woonvisie van Stede Broec. Dit raadsvoorstel voegen wij voor u ter kennisname bij deze raadsbrief. Eerst na besluitvorming in de gemeente Stede Broec, zullen wij, juist vanwege die grondpositie, uw raad een concreet voorstel doen voor de ontwikkeling van Westeinde-Zuid. Informatieverstrekking Zowel in de diverse tussenrapportages als tijdens twee informatieavonden hebben wij uw raad de afgelopen periode meegenomen in de mogelijkheden om te komen tot een integrale gebiedsontwikkeling voor de woningbouwlocatie Florapark/Westeinde-Zuid.
Een integrale ontwikkeling om, in samenwerking met ontwikkelaars en gemeenten, een woningbouwproject van enige omvang te realiseren, gedeeltelijk op grondgebied van Stede Broec (Florapark), gedeeltelijk op die van Enkhuizen (Westeinde-Zuid). Een aanvraag voor een rijkssubsidie op grond van de Woningbouw (Wbi) bleek niet mogelijk en kansrijk te zijn omdat een opgestelde grondexploitatie, inclusief de aanleg van een buitenplanse ontsluitingsweg, geen tekort vertoonde. Een integrale gebiedsontwikkeling op gronden gelegen in twee gemeenten, is landelijk niet helemaal nieuw, maar behoort wel tot de uitzonderingen. Immers beide gemeenten zijn en blijven autonoom in hun besluitvorming. Een goede onderlinge afstemming en samenwerking, vastgelegd in een convenant of bestuursakkoord is daarbij van belang. Om te komen tot een goede ruimtelijke ordening dient vooraf onder andere een integraal stedenbouwkundig plan opgesteld te worden. Inmiddels is bekend geworden dat de grond tussen het oorspronkelijke plangebied en de Randweg in handen is gekomen van een ontwikkelaar. Bij een integrale gebiedsontwikkeling van deze totale locatie, van de Broekerhavenweg tot aan de Randweg, ontstaat een exploitatiegebied van afgerond 30 hectare. Op deze locatie zouden, uitgaande van 25 woningen per hectare, 750 woningen gerealiseerd kunnen worden.
De ontwikkelaars in dit gebied hebben de intentie uitgesproken om tot een vorm van samenwerking te komen. Bijvoorbeeld via een consortium. Nu ook het meest oostelijke deel van de grond aan het Westeinde in handen is gekomen van een ontwikkelaar, ontstaan er nieuwe kansen. De nieuwe wijk is, - naar het zich laat aanzien – de enige kostendrager voor een ontsluitingsweg. Een oost-west verbinding wordt bij deze brede ontwikkeling een binnenplanse voorziening waarvan de kosten geheel voor rekening van de ontwikkelaars komen middels de grondexploitatie.
Wij zijn van mening dat indien gekozen wordt voor een integrale gebiedsontwikkeling het aanbeveling verdient dat er tussen partijen onderling, een gelijk speelveld ontstaat. Een speelveld waarbij de ontwikkelaars de private verantwoordelijkheden en de (ook financiële) risico’s van de ontwikkeling dragen. En de twee gemeenten zich beperken tot hun publiekrechtelijke rol. Dus het stellen van randvoorwaarden en locatie-eisen, het vaststellen van het bestemmings(omgevings)plan en het verlenen van en toetsen aan vergunningen. Tot de te stellen voorwaarden behoort ook de fasering van de bouw. De te stellen voorwaarden kunnen worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst welke de individuele gemeente sluit met het consortium. De gemeente Stede Broec heeft in Florapark een grondpositie. Om zich te beperken tot haar publiekrechtelijke taken zou de gemeente bij voorkeur geen deelnemer moeten zijn in een grondexploitatie. Alleen dan kan de gemeente zuiver handelen, zonder een dubbel belang te hebben. In het voorstel aan de raad van Stede Broec wordt de vraag dan ook gesteld of de gemeente bereid is haar grondpositie te zijner tijd tegen taxatiewaarde te verkopen. Wat fasering van de woningbouw betreft, kan het tempo van de ene gemeente anders zijn, dan in de andere gemeente. In onze gemeente worden op dit moment voorbereidingen getroffen voor de woningbouwlocatie Gommerwijk West-West.
Bestuurlijk heeft deze locatie de eerste prioriteit, en zal dat ook blijven. Gelet op de voortgang van woningbouw in Stede Broec zal bij een integrale ontwikkeling altijd op grondgebied van die gemeente (Florapark) gestart moeten worden. Omdat deels gebouwd zal worden voor andere doelgroepen, zou in onze gemeente, op termijn, de ontwikkelingen van Gommerwijk West-West en Westeinde-Zuid parallel kunnen gaan lopen. Zowel aan de kant van de ontwikkelaars als bij de beide gemeenten, moeten nog veel zaken uitgewerkt worden. Voor nu is eerst van belang of de raad van Stede Broec de richting van een integrale gebiedsontwikkeling steunt boven een solitaire ontwikkeling van Florapark. Rekening houdende met de door Stede Broec genomen beslissing, komen wij kort daarna met een voorstel naar uw raad toe voor Westeinde-Zuid. Vervolg Bij een positief besluit over een integrale gebiedsontwikkeling bij beide gemeenten, worden de gesprekken, met bestuurlijk mandaat, met alle betrokken partijen voortgezet. Dit kan in eerste instantie leiden tot een intentieovereenkomst tussen alle partijen. Naar onze mening moet er dan uiterlijk in 2022 door alle partijen een uitspraak zijn gedaan of deze ontwikkeling definitief wordt ondersteund en moeten onderlinge afspraken hierover zijn vastgelegd.
Enkhuizen, 26 oktober 2021 Burgemeester en wethouders van Enkhuizen De secretaris, De burgemeester,
Dhr. A.N. van den Bergh
Dhr. E.A. van Zuijlen