CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit RvO 2025

Gemeenteraad 13 november 2025, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Vaststellen RvO 2025 en 1e wijziging op de verordening raadscommissies 202212.948 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2 alinea's met “opening”: 12 38

Besluit van de gemeenteraad Zaaknummer: 725899 De raad van de gemeente Stede Broec; Overwegende dat het gewenst is het Reglement van orde van de gemeenteraad aan te passen aan de recente ontwikkelingen en wetswijzigingen; Gelet op artikel 16 van de Gemeentewet; gelezen het voorstel van het presidium d.d. 28 oktober 2025 besluit: Het Reglement van orde van de raad van Stede Broec 2025 als volgt vast te stellen: Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: - amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; - bespreeknotitie: verzoek van een raads- of niet-raadslid voor agendering van een onderwerp in een commissievergadering; - commissie: een raadscommissie zoals bedoeld in de verordening op de raadscommissies - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; - motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; - niet-raadslid: lid van een commissie namens een in de raad vertegenwoordigende fractie dat geen raadslid is.

- subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; - voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; - themabijeenkomst: een bijeenkomst waarin het college raads- en/of niet-raadsleden informeert; - wet: Gemeentewet Artikel 2. Het presidium 1. Er is een presidium dat bestaat uit de raadsvoorzitter en de fractievoorzitters. De griffier is secretaris van het presidium. 2. Fractievoorzitters wijzen elk uit hun raadsfractie een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 3. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie; 5. De vergaderingen van het presidium zijn besloten. Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitters van raadscommissies, met de raadsvoorzitter en de griffier als adviseurs. 2. Ze heeft in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies; c.

het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet en het volgende lid; d. het agenderen van bespreeknotities; e. het beoordelen van agenderingsverzoeken voor themabijeenkomsten. Pagina 1/22

Paraaf griffier:

3. In aanvulling op de raadscommissievergaderingen als bedoeld in het tweede lid, onder b, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. 4. De vergaderingen van de agendacommissie zijn besloten. Artikel 4. De griffier 1. De griffier is aanwezig in raads- en commissievergaderingen en vergaderingen van het presidium. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4.

Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de wet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 6. Benoeming wethouders Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusies zijn niet openbaar. Artikel 7. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. 2.

Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.

Pagina 2/22

Paraaf griffier:

Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 8. Oproep en voorlopige agenda 1. De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, 2. Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 9, eerste lid, wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 11, derde lid, van toepassing. Artikel 9. Aanvullende agenda; vaststellen agenda 1. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter, indien mogelijk in overleg met de agendacommissie, na het verzenden van een oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt. 2. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Artikel 10A. Hamerstukken 1. Een hamerstuk is een voorstel aan de raad, waarmee naar het oordeel van een raadscommissie of het presidium zonder beraadslagingen kan worden ingestemd. 2.

Een fractie die behoefte heeft om een korte verklaring af te leggen of tegen het voorstel wil stemmen of een raadslid dat behoefte heeft aan het afleggen van een stemverklaring als bedoeld in artikel 18 dient bij de vaststelling van de voorlopige agenda het hamerstuk als hamerstuk+ aan te melden. 3. Hamerstukken worden vastgesteld bij het vaststellen van de agenda van de raadsvergadering. 4. Het presidium of een raadscommissie kan voorstellen hiervan af te wijken als een korte verklaring van meerdere fracties gewenst is (hamerstuk+). Een hamerstuk+ wordt vastgesteld na het afleggen van de stemverklaringen. Artikel 10B. Bespreekstukken 1. Een bespreekstuk is een voorstel aan de raad, waar naar het oordeel van een raadscommissie of het presidium over beraadslaagd moet worden voordat er gestemd kan worden. 2. Een bespreekstuk kan gepaard gaan met het indienen van een raadsinstrument zoals bedoeld in artikel 30 (amendement) en 31 (motie). Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2.

Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op de website van de raad geplaatst. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt in afwijking van het eerste en tweede lid digitaal vergrendeld beschikbaar gesteld aan de raadsleden, dan wel ter inzage gelegd op de griffie. Artikel 12. Openbare kennisgeving 1. Raadsvergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging op de website van de raad. Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 13. Presentielijst en gelegenheid tot bezinning 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. 3. De voorzitter geeft de aanwezige raadsleden direct na de opening enkele ogenblikken de gelegenheid tot bezinning in stilte. Artikel 14 Spreekrecht 1. Elke persoon en/of groepering woonachtig of gevestigd in de gemeente Stede Broec heeft het recht om bij aanvang van de raadsvergadering gedurende maximaal 5 minuten het woord te Pagina 3/22

Paraaf griffier:

2.

3. 4. 5. 6.

voeren over zowel geagendeerde als niet-geagendeerde onderwerpen. De totale maximale inspreektijd aan het begin van de vergadering bedraagt 30 minuten. Indien er zich meer dan zes sprekers hebben aangemeld om van deze gelegenheid gebruik te maken wordt de totaal beschikbare spreektijd evenredig over hen verdeeld. Indien dit leidt tot een onevenredige vermindering van de spreektijd per persoon/groepering beslist de raad aan de hand van een ordevoorstel van de voorzitter. Inspreken op een onderwerp is in de volgende situaties niet mogelijk: • indien het een onderwerp betreft dat buiten de bevoegdheden van het college en de raad valt; • indien het een besluit betreft waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; • indien het een zaak betreft waar op dat moment een juridische procedure (civiele, bestuursrechtelijke en/of strafprocedure) tegen loopt; • indien het benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen betreft ; • indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Daarna geeft de voorzitter gelegenheid tot het stellen van verhelderende vragen.

De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. Zij die van het spreekrecht als bedoeld in lid 1 van dit artikel gebruik wensen te maken moeten dit uiterlijk 12.00 uur van de dag van de vergadering bij de raadsgriffier melden. Zij vermelden daarbij naam en telefoonnummer en het onderwerp waarover zij het woord willen voeren. Tenzij de raad beslist om één van de door de insprekers als bedoeld onder punt 1 genoemde onderwerpen vanwege de spoedeisendheid onmiddellijk aan de agenda toe te voegen als onderwerp, wordt voor zover nodig aan het bestuursorgaan dat ten aanzien van het onderwerp bevoegd is om te beslissen gevraagd om binnen acht weken schriftelijk te reageren op het naar voren gebrachte onderwerp. Die schriftelijke reactie wordt in ieder geval beschouwd als een ingekomen stuk.

Artikel 15. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Per agendapunt treedt één lid van een fractie op als woordvoerder voor de fractie. Woordvoering kan daarnaast ook plaatsvinden door een ander fractielid indien die een van de fractie afwijkend standpunt inneemt. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een woordvoerder dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over het door dat raadslid ingediende. Artikel 16. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21 van de wet kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 17. Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Paragraaf 3. Stemmingen Artikel 18. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten. Artikel 19. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2.

Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Pagina 4/22

Paraaf griffier:

Artikel 20. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de wet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping in de volgorde van de presentielijst. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezig raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de wet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd.

Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel 21. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3. Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel 22. Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2.

Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de wet niet aan de stemming deel behoren te nemen. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken Artikel 23. Videoverslag en besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een videoverslag en de besluitenlijst van de vergadering. 2. Het videoverslag van elke openbare vergadering is binnen vier werkdagen via het raadsinformatiesysteem op de gemeentelijke website te raadplegen. 3. De concept besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt zo spoedig mogelijk aan de leden van de raad en de raadscommissieleden kenbaar gemaakt. 4. De raadsleden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de concept besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen verklaard of besloten is.

Een voorstel tot verandering dient voor de dag van de eerstvolgende raadsvergadering voor 10.00 uur bij de griffier te worden ingediend. 5. De besluitenlijst bevat ten minste:

Pagina 5/22

Paraaf griffier:

a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de agendapunten die aan de orde zijn geweest; c. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; d. een lijst van de in de vergadering gemaakte afspraken en gedane toezeggingen, zoals deze tijdens de vergadering door de voorzitter zijn geconcludeerd; e. de letterlijke tekst van het uiteindelijk genomen raadsbesluit; f. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; g. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 16 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 6. De besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna dit door de voorzitter en de griffier wordt ondertekend. Artikel 24. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die digitaal aan de raadsleden beschikbaar wordt gesteld.

2. Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op voorstel van de voorzitter de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. 3. De griffier heeft het mandaat te besluiten ten aanzien van verzoeken in de zin van de wet Open Overheid (Woo) gericht aan de gemeenteraad. De griffier legt hierover verantwoording af aan het Presidium. Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen Artikel 25. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 26. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier. 2. Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 27.

Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Paragraaf 6. Toehoorders en pers Artikel 28. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijk geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. Artikel 29. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Pagina 6/22

Paraaf griffier:

Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 30. Amendementen en subamendementen 1. Een amendement is een voorstel tot wijziging van een concept verordening of een conceptbesluit, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen. 2. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter. Dit gebeurt schriftelijk, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 3. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben en in de raadsvergadering aanwezig zijn. 4. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 31. Moties 1. Een motie is een korte, gemotiveerde verklaring over een onderwerp waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken. 2. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter. 3. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 5.

Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 32. Initiatiefvoorstel 1. Een initiatiefvoorstel is een voorstel van één of meerdere raadsleden tot vaststelling van een raadsbesluit. 2. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. 3. Deze voorstellen worden op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. Artikel 33. Collegevoorstel 1. Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. ◘ Artikel 34. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen en een uitnodiging aan de betreffende portefeuillehouder om aan de beraadslagingen deel te nemen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders.

3. Als het verzoek ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 35. Technische, politieke en overige vragen 1. Vragen van feitelijke aard (technische vragen) over een voorliggend voorstel kunnen voorafgaand aan de raadscommissiebehandeling of raadsvergadering via de griffier aan de behandelend ambtenaar worden gesteld. De vragen en antwoorden worden aan alle raadsleden en nietraadsleden ter beschikking gesteld. 2. Politieke vragen over een voorliggend voorstel kunnen tijdens de raadscommissiebehandeling aan de portefeuillehouder worden gesteld.

Pagina 7/22

Paraaf griffier:

3. Overige (niet-politieke) vragen over een onderwerp dat niet op de agenda staat, kunnen ten alle tijden via de griffier aan de ambtelijke organisatie worden gesteld. De vragen en antwoorden worden aan alle raadsleden en niet-raadsleden ter beschikking gesteld. Artikel 36. Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn ingediend. 4. Als de vragen ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, vindt mondelinge beantwoording plaats in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 5. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden. 6.

De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. 7. Tijdens het behandelen van de vragen kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Artikel 37. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier . 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende raadsvergadering gegeven. 4. De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de raadsvergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven. Artikel 38. Vragenuur 1. Na opening van de raadsvergadering is er een vragenuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. 2. Raadsleden die tijdens het vragenuur vragen wil stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp en ten minste 24 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. 3.

De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. 4. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige raadsleden. 5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 6. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 7. Vervolgens kan de voorzitter aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8. Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Hoofdstuk 4. Slotbepalingen Artikel 39. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.

Pagina 8/22

Paraaf griffier:

Artikel 40. Intrekken oude reglement Het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Stede Broec 2022 wordt ingetrokken. Artikel 41. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde van de raad van Stede Broec 2025. Aldus besloten door de raad van de gemeente Stede Broec in zijn openbare vergadering van 13 november 2025. De raad voornoemd, de griffier, D.A. Langedijk

Pagina 9/22

de voorzitter, R.A.P. Wortelboer

Paraaf griffier:

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1. Begripsbepalingen De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 9 van de wet schrijft dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de wet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. Een (niet-) raadslid kan via een bespreeknotitie een onderwerp agenderen voor een commissievergadering. Deze notitie wordt bij de griffier ingediend. Met commissies worden nadrukkelijk de op grond van de verordening op de raadscommissies ingestelde commissies bedoeld. Deze commissies hebben een informerend, beeldvormend, consulterend of oordeelsvormend karakter. Themabijeenkomsten hebben vooral een informerend en beeldvormend karakter. Het college informeert raads- en commissieleden over (de uitvoering van) bestaand beleid en de (totstandkoming van) nieuw beleid. In overleg met de agendacommissie is een consulterend karakter mogelijk. Artikel 2. Het presidium Het presidium heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol (aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad).

In dit artikel is als aanvullende taak opgenomen dat het presidium aanbevelingen doet aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad en de raadscommissies. Hieronder vallen taken als: het initiëren van een aanpassing van het reglement van orde, het instrueren van de griffier en het bespreken van agenda-technische zaken. Het is van belang dat in het presidium elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten. De (plaatsvervangend) voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium. De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig (artikel 4, eerste lid), omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Iedere fractievoorzitter wijst uit zijn raadsfractie een vervanger aan. Fracties met één raadslid mogen een niet-raadslid aanwijzen. Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van de vergaderingen De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in de raadscommissies en in de raad. De agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. Het is aan de agendacommissie om de planning in te vullen maar ook om deze te bewaken.

De agendacommissie maakt daarvoor gebruik van de lange termijnagenda (termijnkalender), de griffier beheert deze agenda. De commissie stelt de agenda's van raadscommissies en de raad voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van een raadscommissies en van de raad gebeurt bij de aanvang van de betreffende vergadering. De griffier legt ingediende bespreeknotities voor aan de agendacommissie. De indiener van de notitie is verantwoordelijk voor de formulering van de notitie. De agendacommissie beslist niet of een bespreeknotitie wordt geagendeerd, maar alleen over wanneer. In principe wordt de notitie in de eerstvolgende commissievergadering geagendeerd. Als dit om agenda technische redenen niet mogelijk of wenselijk is, wordt aangegeven in welke vergadering de notitie wordt geagendeerd. Als het college de raads- en commissieleden wil informeren over een bepaald onderwerp, dient het daartoe een agenderingsverzoek in bij de griffier. De agendacommissie beslist of dit verzoek wordt gehonoreerd. In deze beslissing wordt ook het karakter (informerend, beeldvormend, consulterend) aangegeven, de datum waarop de bijeenkomst wordt gepland en de mate van openbaarheid van de bijeenkomst. Daarbij kan de agendacommissie besluiten dat een besloten themabijeenkomst ook toegankelijk is voor overige leden van een in de raad vertegenwoordigde fractie en/of voor derden.

De griffier draagt zorg voor het delen van de besluiten van de agendacommissie met (niet-) raadsleden, college en organisatie. En voor het terugkoppelen van de agendering van bespreeknotities en agenderingverzoeken voor themabijeenkomsten naar de indiener.

Pagina 10/22

Ingevolge artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Artikel 4. De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 van de wet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De wet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de wet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het, op uitnodiging van de voorzitter, deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Daarnaast is de griffier aanwezig bij de agendacommissie en themabijeenkomsten. Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt overlegt een nieuw raadslid aan de raad stukken waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden.

Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de wet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven en de beslissing over de toelating moeten in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de wet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt brengt in de raadsvergadering verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Derde lid Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen.

Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (is deze juist vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang om dat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal (bijv. 3) stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen is geen valide motivering om tot hertelling over te gaan. Een proces-verbaal waaruit blijkt dat kiezers bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na sluiting de stemmen heeft geteld, kan dit wel zijn. Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden.

Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de wet vastgelegd. Artikel 6. Benoeming wethouders De wet geeft aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder. Deze zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (wet artikelen 36a, 36b, 41b en 41c). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar Pagina 11/22

uit de raad wordt benoemd, de incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden. Voor wethouders is er de aanvullende verplichting om een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) te kunnen overleggen (artikel 36a, tweede lid, van de wet). De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers. Bij dit profiel staat de integriteit van de aspirant bestuurder centraal. Bij de benoeming van een wethouder zal er een integriteitstoets plaatsvinden. De gedragscode voor burgemeester en wethouders speelt hierbij een rol. Dit artikel geeft de burgemeester de mogelijkheid om opdracht te geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse te onderwerpen. De burgemeester krijgt zicht op de volledige rapportage van de risicoanalyse. Zo heeft hij een goed beeld van de kandidaat en kan hij met de kandidaat een gesprek voeren over de uitkomsten. De burgemeester kan ten aanzien van de risicoanalyse en de conclusies geheimhouding opleggen aan de raad. Met de ‘Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur’ (artikel 87 van de wet) is de burgemeester hiertoe expliciet bevoegd gemaakt. Artikel 7. Fracties De Kieswet en de wet kennen het begrip fractie niet. Een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger.

In de wet in artikel 33, tweede lid, wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractie-ondersteuning). Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee (tweede lid). Vierde lid In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties.

Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd. Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de wet en artikel 129 van de Grondwet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen. Een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij, maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende.

De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie. Dit betekent ook dat: - kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn vanwege strijd met de wet en de Kieswet; - personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen; Pagina 12/22

- als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren. Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische gevolgen hebben. Te denken valt aan: fractievergoedingen en -faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door burgerraadsleden. Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet). Vijfde lid De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde, deze toetsing vindt immers ook plaats wanneer een politieke groepering zich voor het eerst wil laten registreren. Op grond van artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet wordt de naam van de nieuwe fractie onder meer geweigerd als deze in strijd is met de openbare orde of als deze overeenkomt met of erg lijkt op de naam van een politieke groepering die al geregistreerd is voor de Tweede Kamer- of Statenverkiezingen, én daardoor verwarring te duchten is. Voor het overige is de nieuwe fractie vrij in het kiezen van een naam. Artikel 8.

Oproep en voorlopige agenda Artikel 19, eerste lid, van de wet bepaalt dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat de voorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden een schriftelijke oproep stuurt, waarin de vergadering wordt aangekondigd. De oproep vermeldt de dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Het eerste lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken tegelijkertijd met de oproep aan de leden worden verzonden. Als de laatste vergadering van de raadscommissie ter voorbereiding op de raadsvergadering minder dan tien dagen voor deze raadsvergadering is, wordt de voorlopige agenda uiterlijk op de dag na deze commissievergadering gepubliceerd. Bij de wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is de mogelijkheid vervallen om individuele raadsleden te informeren. De griffie zorgt ervoor dat deze informatie aan alle raadsleden (en niet-raadsleden) wordt verzonden. Als omtrent informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft deze informatie in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. In artikel 11 is de ter inzage legging van deze stukken geregeld.

Indien er een voorstel wordt gedaan om de agenda aan te passen, bijvoorbeeld het doorschuiven van een agendapunt naar de volgende raadsvergadering, en de stemmen staken, is artikel 32, vierde lid, van de wet logischerwijs niet van toepassing en geldt artikel 32, vijfde lid, van de wet. Ofwel: als de stemmen staken is het voorstel niet aangenomen. Artikel 9. Aanvullende agenda; vaststellen agenda De agendacommissie bepaalt hoe de voorlopige agenda er uit ziet. Het versturen van de agenda en stukken is geregeld in artikel 8. Dit is echter een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen. Het tweede lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de opstelling van de raadsagenda. Enerzijds kunnen individuele raadsleden via hun fractievoorzitter in het presidium onderwerpen voor de agenda voordragen. Anderzijds kunnen zij echter ook bij aanvang van de raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda.

Artikel 10A. Hamerstukken en artikel 10B. Bespreekstukken Stede Broec werkt met het BOB-model: Beeldvorming – Oordeelsvorming – Besluitvorming. Dit model is vormgegeven middels een commissiemodel. Dit betekent dat een raadscommissie op grond van Pagina 13/22

artikel 82 van de wet de besluitvorming voorbereid en advies uitbrengt aan de raad. De fracties vormen in de commissie, door informatie-uitwisseling met het college en de fracties onderling, zich een beeld over het raadsvoorstel. Na behandeling in de commissie heeft een fractie (in principe) voldoende informatie om tot een goed oordeel te komen. De commissie zelf spreekt geen oordeel uit over het voorstel, maar adviseert de raad over de wijze van behandeling van het voorstel. De agendacommissie bepaalt welke raadvoorstellen in welke raadscommissie worden geagendeerd. Het is mogelijk dat raads- en commissieleden voorafgaand aan de beeldvorming in de commissievergadering nader worden geïnformeerd over een bepaald onderwerp of dossier. Deze zogeheten themabijeenkomsten zijn met name informerend bedoelt, maar kunnen met toestemming van de agendacommissie ook een consulterend karakter hebben. Alle feiten en onduidelijkheden zijn na de behandeling van het voorstel in de commissie in principe helder. Op basis hiervan brengen de commissies over ieder geagendeerd raadsvoorstel een advies uit over de behandelwijze in de raad. Dit impliceert tevens dat bij het politiek debat in de raadsvergadering geen nieuwe informatie of technische feiten meer worden ingebracht.

Omdat het politieke debat over het raadsvoorstel in de raadsvergadering plaatsvindt, zal de commissievoorzitter hiervoor geen ruimte geven in de commissievergadering. Raadsvoorstellen waarover de meningen nog niet duidelijk zijn, worden geagendeerd als bespreekstuk. Over deze voorstellen kan in de raad nog het politiek debat worden gevoerd, ook als er géén raadsinstrumenten worden ingediend. Raadsvoorstellen waarover de meningen wel duidelijk zijn, maar waarover een fractie of raadslid nog een nadere toelichting of stemverklaring wil afgeven, worden als hamerstuk+ geagendeerd in de raadsvergadering. Over deze voorstellen wordt geen debat meer gevoerd. Wel kan het presidium als ordevoorstel verzoeken toe te staan dat fracties op elkaars verklaringen reageren. De raad is daarmee het sluitstuk van de besluitvorming. In de praktijk betekent dit dat de raadscommissie vier soorten adviezen aan de raad geeft: a. Om een voorstel als hamerstuk te agenderen in de raad. Het voorstel is namelijk helemaal uitgediscussieerd. Alle meningen zijn duidelijk en de raad kan een besluit nemen. Er vinden in de raad geen beraadslagingen meer plaats over deze onderwerpen. b. Om een voorstel als hamerstuk+ te agenderen in de raad. Bij een hamerstuk+ is het mogelijk een korte verklaring of stemverklaring af te leggen. c. Om een voorstel als bespreekstuk te agenderen in de raad.

Over dit voorstel moet nog beraadslaagd worden. Dit gaat eventueel gepaard met het indienen van een raadsinstrument (motie of amendement). d. Om een voorstel nog niet te behandelen. Bijvoorbeeld omdat de commissie het nog niet rijp acht voor besluitvorming of omdat er meer informatie nodig is voordat tot besluitvorming kan worden overgegaan. Hamerstukken worden bij vaststelling van de agenda direct vastgesteld. Er is immers geen beraadslaging nodig. Ook bij een hamerstuk+ vindt geen beraadslaging plaats. Wel krijgt een fractie of een raadslid de gelegenheid het stemgedrag toe te lichten of een korte verklaring af te geven. Een hamerstuk+ wordt vastgesteld nadat de gewenste verklaringen zijn gegeven. Een hamerstuk kan op drie manieren als hamerstuk+ geagendeerd worden: 1- De raadscommissie adviseert hiertoe. 2- Het presidium stelt voor om een voorstel als een hamerstuk+ te agenderen. Dit kan als één of meerdere fracties een korte verklaring willen afleggen, bijvoorbeeld bij grote politieke en/of financiële onderwerpen. Bij de vaststelling van de agenda geeft de voorzitter dit als zijnde een orde voorstel aan. Een fractie of raadslid geeft dit aan bij het vaststellen van de agenda. Daarbij inventariseert de voorzitter of er stemverklaringen worden afgelegd. Als een voorstel is aangemerkt als een bespreekstuk, dan opent de voorzitter de beraadslagingen.

Omdat de beeldvorming en de inhoudelijke oordeelsvorming in de commissie zijn gedaan, kent deze beraadslaging in principe alleen de politiek oordeelsvorming in het debat. In de eerste termijn kan de wethouder deel nemen aan de beraadslagingen (artikel 21 lid 2 van de wet). Voordat de voorzitter de Pagina 14/22

eerste termijn afsluit krijgt het college de gelegenheid zijn standpunt te verduidelijken. De tweede termijn is het politieke debat tussen de fracties. Wanneer een raadsinstrument wordt ingediend, wordt deze altijd in 2 termijnen behandeld. In de eerste termijn licht(en) de indiener(s) het instrument toe en beantwoorden zij de vragen. Ook krijgt het college de gelegenheid een advies uit te brengen over het instrument. In 2e termijn vindt het politieke debat over het instrument plaats. Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep gepubliceerd op het digitale raadsinformatiesysteem. De website van de gemeente bevat een verwijzing naar het raadsinformatiesysteem. In principe is deze informatie openbaar toegankelijk. Bij vertrouwelijke stukken of stukken waar op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding op rust, worden achter een slotje geplaats. Deze stukken zijn alleen te raadplegen voor personen die hiertoe vanuit de verstrekker van de informatie toegang hebben. Ook is het mogelijk dat geheime stukken niet digitaal beschikbaar worden gesteld, geautoriseerde personen kunnen deze stukken fysiek inzien op de griffie.

Bij de ‘Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur’ is de reikwijdte van de wet uitgebreid van ‘stukken’ naar ‘informatie’ (artikel 19, tweede lid, van de wet). Verder hoeft de raad de geheimhouding niet meer te bekrachtigen (artikel 89, vierde lid, van de wet). College, burgemeester en commissies mogen voortaan zelf geheimhouding opleggen (artikel 87 van de wet). Onder de ‘informatie’ als bedoeld in het derde lid wordt verstaan: informatie van de raad en aan de raad verstrekte informatie, waaronder de zogeheten ‘achterliggende’ stukken waarvan in raadsvoorstellen melding wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota’s, etc.) waarop geheimhouding is gelegd. Indien het gaat om geheime of vertrouwelijke stukken, waarop geheimhouding is gelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan de raad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. Ook kan worden overwogen hiervan geen kopieën te laten maken, omdat het gevaar bestaat dat vaak gekopieerde stukken toch in de openbaarheid komen. Indien de geheimhouding op informatie anders dan in schríftelijke vorm rust, moet de verplichting op een passende wijze kenbaar worden gemaakt (artikel 89, eerste lid, van de wet). Deze geheime informatie wordt digitaal ‘achter een slotje’ geplaatst en is alleen te raadplegen voor personen met de autorisatie hiertoe.

De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Daarom worden stukken die betrekking hebben op de agenda en de voorstellen van de raadsvergadering en die geheim moeten blijven, en niet digitaal beschikbaar (kunnen) worden gesteld, bij hem ter inzage gelegd. Op verzoek van de leden van de raad kan de griffier inzage aan hen verlenen. Artikel 12. Openbare kennisgeving Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19, tweede lid, van de wet. Artikel 13. Presentielijst en gelegenheid tot bezinning De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel 20 van de wet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum bereikt is. De griffier zorgt voor het bijhouden van de presentielijst en stelt samen met de voorzitter deze vast en ondertekent deze. De raadsvergadering start standaard met een moment van bezinning. Artikel 14. Spreekrecht In dit artikel is de procedure aangegeven die geldt voor het spreekrecht van burgers. In Stede Broec is gekozen voor een ruimhartig spreekrecht. Het is immers bedoeld om burgers te betrekken bij de besluitvorming in de raad. Het spreekrecht in de raad is bedoeld om burgers de mogelijkheid te geven nog iets mee te geven aan de raad voordat de raad een besluit neemt.

Het spreekrecht hoeft echter niet altijd te gaan over een onderwerp dat op de agenda staat. Het kan door burgers dus ook ingezet worden om raadsleden te attenderen op een bepaald onderwerp of situatie.

Pagina 15/22

Artikel 15. Aantal spreektermijnen In beginsel gaan de beraadslagingen in ten hoogste twee termijnen. Indien de raad van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter elke spreektermijn afsluit. Iedere fractie heeft per agendapunt één woordvoerder. Het is niet toegestaan om meerdere woordvoerders namens een fractie te hebben, tenzij een fractielid een afwijkend standpunt inneemt. De indiener van een raadinstrument kan wel woordvoerder zijn bij de behandeling van dat instrument. Het woordvoerderschap verschuift dan tijdelijk naar dit raadslid. Bijvoorbeeld bij de behandeling van de gemeentebegroting. De fractievoorzitter is woordvoerder en start met een pitch. Daarna wordt de indiener van het amendement woordvoerder bij de bespreking van dit raadsinstrument. Na stemming over het amendement is de fractievoorzitter weer woordvoerder. Artikel 16. Deelname aan de beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 van de wet geregelde verschoningsrecht. Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. De raad kan op grond van artikel 4 bepalen dat de griffier deelneemt aan de beraadslagingen.

De burgemeester en de wethouder(s) hebben het recht (het woord te voeren en) deel te nemen aan de beraadslagingen op grond van artikel 21, eerste en tweede, lid van de wet. Artikel 17. Voorstellen van orde Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad. Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid, van de wet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een pauze. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 32). Artikel 18. Stemverklaring Stemverklaringen moeten kort zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. (zie ook de toelichting bij artikel 10A en 10B) De stemverklaringen worden gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden dat de stemming begint. Het gaat hier om stemverklaringen namens de fractie en individuele stemverklaringen. Dit artikel geeft een individueel raadslid de mogelijkheid zijn stemgedrag toe te lichten. Bijvoorbeeld als een lid van een fractie anders stemt dan zijn fractie. Artikel 19. Beslissing De voorzitter kan de beraadslaging sluiten als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.

De voorzitter formuleert daarna de te nemen eindbeslissing. Indien geen stemming wordt gevraagd, is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, van de wet. Dit wordt stemming bij acclamatie genoemd. Zie artikel 20 lid 1. Artikel 20. Stemming; procedure hoofdelijke stemming Als een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32 van de wet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen (bij acclamatie). Wellicht ten overvloede wordt hierbij nog gewezen op artikel 209, tweede lid, van de wet, dat tot hoofdelijke stemming verplicht bij het aangaan van een verplichting voordat de begroting is goedgekeurd. De regeling in het eerste deel van het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen. Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 van de wet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht stelling in te nemen en te stemmen. Stemmingen zijn in principe ook openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden.

Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de wet van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.

Pagina 16/22

In het vierde lid wordt ingegaan op de procedure van hoofdelijke stemming. Praktisch gezien verdient het aanbeveling de volgorde van stemmen te bepalen aan het begin van de vergadering; deze volgorde geldt dan voor de gehele vergadering. Het zich onthouden van stemmen is een uitzondering op het uitgangspunt, dat een raadslid, in zijn functie van volksvertegenwoordiger, keuzes dient te maken en dus deelneemt aan de stemmingen. Het zich onthouden van stemming is bedoeld om belangenverstrengeling te voorkomen en mag niet gebruikt worden om lastige besluiten uit de weg te gaan. Artikel 21. Volgorde stemming over amendementen en moties Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de stemming over het onderliggende besluit. Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van toepassing. Dit wordt een ‘motie vreemd aan de agenda’ genoemd. Deze worden aan het begin bij de vaststelling van de agenda ingediend. Behandeling vindt plaats aan het eind van de vergadering. Artikel 22.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16198904/1