Programma Stedelijk water en Riolering 2023-2024 gemeente Stede Broec
Tekst van het document
50
Datum: 30 januari 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024
1. De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet. 2. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een Gemeente, Waterschap of een rechtspersoon die door een Gemeente of Waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. Zorgplicht hemelwater De zorgplicht hemelwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.5 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeente draagt tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater.
Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk. Zorgplicht grondwater De zorgplicht grondwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.6 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het Waterschap of de Provincie behoort. 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk. B.4 (NATIONAAL)
LOZINGENBESLUITEN AFVALWATER
Afvalwaterlozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Er is een indeling gemaakt naar drie categorieën: Particulieren: Bedrijven: Openbaar gebied:
Besluit lozing afvalwater huishoudens Besluit lozen inrichtingen Besluit lozen buiten-inrichtingen
Besluit lozing afvalwater huishoudens Het besluit bevat regels voor het lozen van afvalwater door particulieren. Huishoudens hebben geen vergunning of ontheffing nodig om hun afvalwater te lozen, maar moeten zich wel houden aan regels die moeten voorkomen dat de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater worden aangetast. Dat betekent onder meer dat afvalwater alleen in het oppervlaktewater of in de bodem mag worden geloosd als het gezuiverd is.
51
Datum: 21 oktober 2022
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024
Besluit lozen inrichtingen Het besluit maakt onderscheid tussen directe en indirecte (via riolering) lozingen. De indirecte lozingen worden weer onderscheiden in lozingen op een ‘schoonwaterriool’ en een ‘vuilwaterriool’. De eisen aan de lozingen op schoonwaterriolen zijn strenger dan die op een vuilwaterriool, omdat die lozingen direct in het milieu terechtkomen. De houder van het hemelwater moet het hemelwater op verantwoorde wijze terugbrengen in het milieu. Lozing op een vuilwaterriool is alleen toegestaan als een directe lozing of een lozing op een schoonwaterriool niet mogelijk is. Besluit lozen buiten inrichtingen Het besluit heeft betrekking op een breed scala aan lozingen die buiten inrichtingen in de zin van de W et milieubeheer plaatsvinden. Het gaat bijvoorbeeld om lozingen uit gemeentelijke rioolstelsels, lozingen van grondwater bij ontwatering van gronden (zoals bronneringswater bij bouwactiviteiten), lozingen van afstromend regenwater van wegen en andere openbare ruimten en lozingen bij gevelreiniging. De lozingen kunnen zowel door ondernemers als overheden plaatsvinden. Volgens dit besluit is (vrij vertaald) het lozen van afvalwater, afkomstig uit een openbare ontwaterings- of hemelwaterstelsel op of in de bodem toegestaan, mits de ligging van de voorzieningen bekend is, deze goed beheerd worden en hierdoor geen nieuwe problemen ontstaan.
Hetzelfde geldt voor het op oppervlaktewater lozen van afvalwater afkomstig van overstortvoorzieningen of nooduitlaten van openbare vuilwaterstelsels. Het lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering op oppervlaktewater of een hemelwaterriool is onder kwalitatieve voorwaarden toegestaan en onder de voorwaarde dat geen wateroverlast plaatsvindt. Het lozen in een vuilwaterriool is niet toegestaan. Indien er redelijkerwijs geen andere mogelijkheid bestaat kan hiervan worden afgeweken met medewerking van het bevoegd gezag. Het tbv ontwatering lozen van grondwater in oppervlaktewater is onder zowel kwalitatieve als kwantitatieve voorwaarden toegestaan. Lozing op een vuilwaterriool is verboden tenzij het een kortdurende en relatief schone lozing betreft (< 8 weken, < 5 m3/h ,< 300 mg/l onopgeloste stoffen). B.5 (NATIONAAL)
WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT
De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorheen vergunningplichtig waren onder de volgende wetten en verordeningen: - VROM-wetten Woningwet Gebruiksbesluit Wet milieubeheer Wet ruimtelijke ordening - Monumentenwet - Mijnbouwwet - Wet verontreiniging oppervlaktewateren - Flora- en faunawet - Natuurbeschermingswet - Diverse gemeentelijke en provinciale
52
Datum: 30 januari 2023
(bouwvergunning) (vergunning en melding) (milieuvergunning en meldingsplicht) (afwijking bestemmingsplan, aanlegvergunning) (monumentenvergunning); (mijnbouwmilieuvergunning); (indirecte lozingen); (ontheffing). (handeling in een beschermd natuurgebied met gevolgen voor habitat en soorten); (zoals de reclame-, kap-, inrit- en sloopvergunning verordeningen en de aanlegvergunning)
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024
B.6 (NATIONAAL)
WET INFORMATIE UITWISSELING ONDERGRONDSE NETTEN (2008)
Om de ernst en de hoeveelheid van graafincidenten in Nederland in te perken is in 2008 de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon) oftewel de Grondroerdersregeling van kracht geworden. De regeling verplicht zorgvuldiger graven en informatie-uitwisseling tussen grondroerders (de gravers) en de kabel- en leidingbeheerders. Informatie-uitwisseling voorafgaand aan de graafwerkzaamheden verloopt via een digitaal loket bij het Kadaster. B.7 (NATIONAAL)
BASISREGISTRATIE ONDERGROND
Informatie over activiteiten in de Nederlandse ondergrond moet beter worden vastgelegd. Overheden dienen gegevens over de ondergrond centraal te registreren in een basisregistratie ondergrond (BRO). Dit zorgt voor lagere onderzoekskosten, helpt bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bespaart overlast en kosten bij uitvoering van werkzaamheden. De wet verplicht het Rijk, Provincies, Gemeenten en Waterschappen om nieuwe gegevens over de ondergrond centraal te registreren. Ondernemers en inwoners krijgen gratis toegang tot de gegevens. De basisregistratie bouwt voort op de bestaande landelijke systemen. Dit zijn Data en Informatie Nederlandse Ondergrond van de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO, en het Bodem Informatie Systeem van Alterra. De registratie zal zorgen dat gegevens vollediger zijn, sneller beschikbaar en eenvoudiger te gebruiken. Het beheer ervan is met het oog op de benodigde expertise in handen van TNO. De basisregistratie ondergrond wordt de komende jaren stapsgewijs ingevuld. Er wordt gestart met gegevens over sonderingen, grondwater en mijnbouw. Deze informatie is onder meer van belang bij het plannen en uitvoeren van bouwprojecten, het verzorgen van drinkwatervoorziening en het winnen van natuurlijke hulpbronnen. B.8 (NATIONAAL)
WET OP DE LIJKBEZORGING EN BESLUIT OP DE LIJKBEZORGING
In de Wet op de lijkbezorging (Wlb) zijn bepalingen opgenomen omtrent begraving. Artikel 5 Besluit op de lijkbezorging 1. De afstand tussen de graven onderling bedraagt ten minste dertig centimeter. 2. Boven de kist of het omhulsel bevindt zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter. 3. Ten hoogste drie lijken mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of ander omhulsel een laag grond van ten minste dertig centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. Ten aanzien van de bovenste kist of het bovenste omhulsel is het tweede lid van toepassing.
4. De graven bevinden zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand. 5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op bestaande graven. 6. Dit artikel is niet van toepassing op grafkelders.
De belangrijkste bepaling in relatie tot grondwater is die van het vierde lid. In samenhang met het derde lid kan worden vastgesteld hoe diep het grondwaterpeil moet zijn als er in meerdere lagen boven elkaar wordt begraven. B.9 (NATIONAAL)
NATIONAAL WATERPLAN
Het Nationaal Waterplan (NWP 2016-2021) is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 2016-2021. Het NWP beschrijft welke maatregelen nodig zijn om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. Ook de (economische) kansen die water biedt komen in het NWP aan bod. In de bijlage van het NWP zijn stroomgebiedbeheerplannen opgenomen. Deze geven aan hoe de waterkwaliteit in een bepaald gebied kan verbeteren. Nederland ligt in de stroomgebieden Rijn (Waal), Maas, Schelde en Eems. De minister van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) stelt het Nationaal Water Programma (NWP) op voor de periode 2022–2027. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor deze periode en 53
Datum: 21 oktober 2022
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024
geeft een doorkijk naar 2050. De voorbereiding van dit NWP vindt plaats onder het wettelijk regime van de Waterwet. Het overgangsrecht bij de Omgevingswet voorziet erin dat het NWP 2022-2027 uiteenvalt in een aantal verplichte programma’s onder de Omgevingswet. B.10 (NATIONAAL) BESTUURSAKKOORD WATER In het Bestuursakkoord Water hebben overheden en drinkwaterbedrijven afspraken gemaakt over verbetering van de organisatie van het waterbeheer. Deze afspraken leiden tot meer transparantie, duidelijke verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte, optimalisatie in transport en zuivering van afvalwater, een beheersbaar programma voor de waterkeringen en het realiseren van slimme samenwerkingsvormen. Hierdoor blijft waterbeheer betaalbaar. In het Addendum BAW staan aanvullende afspraken over de volgende onderwerpen:
Bruikbare en toegankelijke data en informatie binnen de watersector Cybersecurity binnen de watersector Samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven Implementatie Omgevingswet in de waterketen.
B.11 (NATIONAAL) BESLUIT BEGROTING EN VERANTWOORDING PROVINCIES EN GEMEENTEN Ten behoeve van meer transparantie heeft de commissie BBV (commissie Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) richtlijnen opgesteld voor de bepaling van de rioolheffing. De commissie BBV spoort gemeenten en provincies aan om deze aanbevelingen te volgen omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie. B.12 (NATIONAAL) DELTAPLAN RUIMTELIJKE ADAPTATIE Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het Deltaplan RA versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. B.13 (NATIONAAL) OMGEVINGSWET Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Zodat het straks bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te starten. De Crisis- en herstelwet (Chw) maakt dit nu al mogelijk, bijvoorbeeld door bestaande regels aan te passen. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking. B.14 (NATIONAAL) DRINKWATERWET EN DRINKWATERBESLUIT De Drinkwaterwet en het Drinkwaterbesluit gaan vooral over de drinkwaterkwaliteit van het kraanwater in Nederland.
De overheid heeft hiervoor kwaliteitseisen vastgelegd, bijvoorbeeld over hoeveel stoffen en organismen er maximaal in het kraanwater mogen voorkomen. In de Drinkwaterwet is een specifieke zorgplicht, gericht aan alle bestuursorganen opgenomen om te zorgen voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Daarnaast hebben ook installateurs ermee te maken. Zij mogen bijvoorbeeld alleen goedgekeurde producten zoals kranen en leidingen gebruiken en die op een bepaalde manier toepassen om te voorkomen dat het kraanwater vervuild raakt. NADERE INFORMATIE?
Nadere informatie over waterbeleid kunt u vinden op: 54
helpdeskwater.nl infomil.nl riool.net stowa.nl Datum: 30 januari 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024
wetten.overheid.nl samenwerkenaanwater.nl ruimtelijkeadaptatie.nl omgevingswet.nl
Met name de consequenties van de Omgevingswet en vernieuwing/uitbreiding van regels met betrekking tot klimaatadaptatie zijn een aandachtspunt voor het nieuwe programma.
55
Datum: 21 oktober 2022
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024
Bijlage C Ontwikkelingen Het gemeentelijke waterbeheer staat niet op zich, maar is continu in beweging door diverse uitdagingen en ontwikkelingen. De belangrijkste zijn onderstaand beschreven.
Klimaatverandering Het klimaat is aan het veranderen en dit leidt tot meer extremen. Het wordt natter, droger en warmer en dit brengt grote uitdagingen met zich mee voor de hemelwater- en grondwaterzorg. Het (hemel) watersysteem en de afvalwaterketen moet de neerslag zo goed als mogelijk kunnen verwerken. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen is op te vangen, maar dat een integrale aanpak noodzakelijk is. We zullen in het kader van klimaatadaptatie een afweging moeten maken tussen het accepteren of beperken van schade door wateroverlast bij extreme buien. Deze aanpak richt zich op afstemming binnen de waterketen, in de openbare ruimte (klimaatadaptatie) en op particulier terrein. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) zijn doelstellingen opgenomen om in 2020 klimaatrobuust te handelen en in 2050 een klimaatbestendige leefomgeving te hebben.
Participatie en bewustzijn We kunnen de gebouwde omgeving niet in één keer klimaatbestendig en waterrobuust maken. Aangezien meer dan vijftig procent van de gebouwde omgeving in handen is van particulieren/ private partijen, ligt het voor de hand om gezamenlijk op te trekken. Opgaven worden daarom steeds vaker integraal opgepakt en gekoppeld aan andere ruimtelijke ontwikkelingen (werk-met-werk maken). Op deze wijze worden niet alleen (potentiële) problemen opgelost, maar wordt tevens de leefbaarheid van de omgeving verhoogd. Hierbij is het van belang dat er tijdig wordt gecommuniceerd wat en over welke periode er qua werkzaamheden op inwoners en bedrijven afkomt. Om dit tijdig te kunnen doen is het in kaart brengen van de kwaliteit van het huidige rioolsysteem belangrijk. Zo kan er worden ingespeeld op de Omgevingswet, waarin participatie wordt bevorderd door minder regels en meer speelruimte in de omgevingsvisie en omgevingsplannen. Hiermee wordt het geheel voor burgers en bedrijven inzichtelijker en transparanter.
Uitputting energie en grondstoffen Wereldwijd worden grondstoffen schaarser of raken zelfs helemaal uitgeput, waardoor de noodzaak groeit van een transitie van een lineaire naar een circulaire economie. Dit betekent onder meer dat de Nederlandse energiehuishouding duurzamer en minder afhankelijk van eindige fossiele brandstoffen moet worden. Afvalwater en reststromen worden daardoor steeds waardevoller, zowel vanuit het oogpunt van verduurzaming, maatschappelijke verantwoordelijkheid of een economisch rendabele business case voor een circulaire toepassing. Ze kunnen onder andere bijdragen aan het opwekken van energie en terugwinnen van waardevolle grondstoffen, zoals fosfaat, stikstof, kalium en bouwstenen voor bio-plastics. De huidige investeringsagenda van de kabinetsformatie is gericht op 100% energieneutraal en klimaatbestendig maatschappelijk vastgoed in 2040 en 100% hernieuwbare energie in 2050.
Energietransitie De openbare ruimte gaat veranderen. Zo zal met de verandering naar een aardgasloze samenleving een nieuwe ondergrondse energie-infrastructuur ontstaan, waarbij ook afvalwater steeds meer leverancier wordt van energie en grondstoffen. Met het ontkoppelen van gasleidingen en de (mogelijke) aanleg van ondergrondse warmwaterleidingen gaat de straat open. Dit biedt kansen om de onder- en bovengrondse infrastructuur kostenefficiënt te vernieuwen en samen meerwaarde te creëren (werk-met-werk maken). Wij erkennen deze efficiëntieslag, maar stellen hierin de randvoorwaarde dat kwaliteit van het huidige ondergronds systeem, zoals het rioleringsstelsel goed in kaart gebracht moet worden. Op deze manier kan er beter gestuurd worden op wanneer bepaalde delen vervangen moeten worden en welk budget hieraan gehangen wordt.
Vitaliteit Bij langdurige uitval van de waterinfrastructuur, bijvoorbeeld door een langdurige stroomstoring of een massale hack, kan maatschappelijke ontwrichting optreden. In dat geval is sprake van een aanzienlijk verstorend effect, veel slachtoffers, grote (economische) schade en aantasting van vitale belangen. Bovendien kan adequaat herstel van deze infrastructuur zeer lang gaan duren en zijn er geen reële alternatieven voorhanden, terwijl grote groepen personen hier afhankelijk van zijn. Wanneer een verstoring of uitval van een proces maatschappelijke ontwrichting kan veroorzaken is dit proces vitaal. Op rijksniveau zijn verschillende soorten infrastructuur op vitaliteit beoordeeld. Voor drinkwater (winning en distributie) is dit bijvoorbeeld al gebeurd. Drinkwaterbedrijven laten dit doorwerken in onder
56
Datum: 30 januari 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024
andere hun leveringsplannen. Het volledige proces van afvalwater wordt nog beoordeeld. Afhankelijk van de uitkomst heeft dit mogelijke consequenties voor de inrichting van de waterketen.
Omgevingswet Een belangrijke ontwikkeling binnen de planperiode van dit PSWR is de komst van de Omgevingswet. Deze wordt naar verwachting per 1 juli 2022 van kracht. De Omgevingswet stelt, veel meer dan de traditionele ruimtelijke ordening, de fysieke omgeving centraal. Leefbaarheid en gezondheid spelen hiermee een meer nadrukkelijke rol in de belangenafweging tussen mobiliteit, water, groen, bebouwing etc. Met het in werking treden van de Omgevingswet in 2022 zal het PSWR naar verwachting facultatief worden en opgaan in de omgevingsvisie, het omgevingsplan en programma’s. In dit GRP hebben we geanticipeerd op de komst van de Omgevingswet door rekening te houden met de beoogde opzet van de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de bijbehorende uitvoeringsagenda.
Figuur 6-1: Overzicht Omgevingswet (Bron: gebaseerd op schema Gemeente Zwolle/BRO adviseurs)
Met de komst van de Omgevingswet worden regels vastgelegd in een Omgevingsplan. De kern van de Omgevingswet gaat over ruimte geven (loslaten en vertrouwen) en over een andere verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid en samenleving. De Omgevingswet beoogt meer ruimte te geven voor ideeën van initiatiefnemers. Het maakt niet uit of de gemeente, een bewoner, ondernemer, projectontwikkelaar of maatschappelijke organisatie het initiatief neemt. De Omgevingswet geeft meer ruimte om lokale afwegingen te maken en om de belangen van direct betrokkenen in die afwegingen te betrekken door middel van participatie. De wet zegt alleen dat er participatie moet plaatsvinden, maar schrijft bewust niet voor hoe dat moet. Dit geeft ons als gemeente de ruimte om een werkwijze te ontwikkelen die past binnen de lokale context. Met het in werking treden van de Omgevingswet in 2022 komt de verplichting tot het opstellen van een PSWR te vervallen. Naar verwachting zal de planvorm vanaf deze datum geleidelijk overgaan in een programma dat naast de andere programma’s invulling geeft aan de Omgevingsvisie. Met dit PSWR sorteren we hierop voor.
57
Datum: 21 oktober 2022
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024
Bijlage D Evaluatie In deze bijlage evalueren we de in het Gemeentelijk Rioleringsplan Stede Broec 2019-2022 geplande activiteiten, zodat we hieruit lering kunnen trekken voor de planperiode. De volgende vragen staan hierbij centraal: • • • • • •
Welke werkzaamheden zijn verricht? Wat waren de kosten? Hoe is er samengewerkt? Was de personele capaciteit voldoende? Hoe hoog was de rioolheffing? Hoe is er geïnspecteerd?
Vanuit deze vragen wordt een samenvatting gegeven van de terugblik en aandachtspunten voor de volgende planperiode.
Welke werkzaamheden zijn verricht? In onderstaande tabellen zijn in de kolom “status” de bijbehorende symbolen uit de legenda toegevoegd om de stand van zaken inzichtelijk te krijgen. Indien niet voldaan is aan de doelstelling, is er in de kolom “toelichting” een toelichting gegeven. Legenda: Uitgevoerd In uitvoering In voorbereiding Heroverwogen/niet meer van toepassing Uitgesteld
Activiteiten 2019-2022
Status
Toelichting
PLANVORMING Actualisatie GRP (5-jaarlijks)
Is momenteel in uitvoering. Start eerder vanwege parallel actualisatie met de andere gemeenten in W7 verband.
Beheerkalender (eenmalig)
Nee
Beleidsplan grondwater (eenmalig)
Nee
Planvorming door derden (jaarlijks)
Summier, geen noodzaak aanwezig.
Jaarprogramma’s
Deels (alleen voor reiniging en inspectie)
ONDERZOEK Reinigen en inspecteren vrijverval riolering (jaarlijks)
Uitgevoerd, er is een planning opgesteld en een meerjarig bestek reiniging en inspectie opgesteld voor het uitvoeren van de werkzaamheden (en aanbesteed en in uitvoering in W7 verband). Tot dusver worden de inspectieresultaten niet planmatig verwerkt in het beheersysteem en vertaald naar maatregelprogramma’s.
Onderzoek samenloop gemalen (eenmalig)
Niet uitgevoerd
Opstellen calamiteitenplan gemalen en persleidingen (eenmalig)
Opgestart, maar (nog) niet tot een einde gebracht. Wel noodzaak om dit plan op te stellen.
58
Datum: 30 januari 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024
Activiteiten 2019-2022
Status
Toelichting
Onderzoek restlevensduur riolering (2019, 2022, daarna 5-jaarlijks) Onderzoek aansluiten ongerioleerde percelen (eenmalig) >inventarisatie van percelen
Niet uitgevoerd, geen prioriteit voor de komende planperiode (meer behoefte aan een wijkgerichte benadering).
Onderzoek door derden (jaarlijks)
Summier, was in de planperiode geen noodzaak aanwezig.
Niet uitgevoerd, weinig belang om dit de komende periode alsnog op te stellen.
ONDERHOUD Groot onderhoud vrijverval riolering (jaarlijks)
Reinigen vrijverval riolering (jaarlijks) Reinigen kolken (jaarlijks)
Planmatig groot onderhoud vindt niet plaats, achterstand in het beoordelen van de inspectieresultaten en het opstellen van maatregelplannen (vanwege gebrek aan personele capaciteit). Het strategisch reinigen wordt uitgevoerd in W7 verband. Zinkers worden frequenter gereinigd (dit valt buiten het W7 contract, hiervoor is een nieuwe opdracht nodig in de komende planperiode). Wordt uitgevoerd. Hiervoor is een onderhoudscontract in W7-verband opgesteld.
Reinigen en inspecteren gemalen en drukrioolunits (jaarlijks)
Wordt uitgevoerd. Hiervoor is een onderhoudscontract in W7-verband opgesteld.
Calamiteitenonderhoud vrijverval riolering (jaarlijks)
Geen calamiteiten geweest in de afgelopen jaren.
Inspectie en onderhoud IBA (jaarlijks)
Wordt uitgevoerd.
Baggeren (jaarlijks)
Baggerwerkzaamheden worden uitgevoerd door en voor kosten van het HHNK. Nagenoeg al het stedelijk water in de gemeente is ondertussen overgedragen aan het HHNK.
veegkosten (jaarlijks)
Werkzaamheden en verrekeningen hebben plaats gevonden.
Achterstallig onderhoud meetnet (eenmalig)
Niet uitgevoerd, wordt ook niet meer actief gemeten in het riool. Wel oppakken in de nieuwe planperiode.
Onderhoud meetnet (jaarlijks)
Niet uitgevoerd zie boven, wel oppakken in de planperiode.
VERBETERINGSMAATREGELEN Aansluiten ongerioleerde percelen (eenmalig) >woningen aan de Zuiderdijjk 3, 4 en 5 >woningen aan de Kadijkweg >woningen bij voormalige vaarveiling in Grootebroek Transitie naar klimaatrobuuste omgeving (jaarlijks)
Niet opgepakt, lage prioriteit (afstemmingspunt met HHNK). Dit zijn percelen waar aanleg van riolering complex en kostbaar is. Thans zijn deze percelen op een septic tank aangesloten. Vraagstuk voor de komende planperiode hoe we hier mee om willen/moeten gaan. Niet opgepakt, bij vervanging van hoofdriool wordt gekeken of er mogelijkheden zijn “werk met werk” te maken.
VERVANGINGSMAATREGELEN Vervangen vrijverval riolering (jaarlijks)
In Lutjebroek (Pastor Gielenstraat) riolen vervangen.
Vervangen mechanische leidingen (jaarlijks)
In de afgelopen periode was er geen aanleiding om leidingen te vervangen.
Vervangen rioolgemalen (bouwkundig) (jaarlijks)
De bouwkundige kwaliteit is op orde. Vervanging is niet nodig geweest in de afgelopen periode.
Vervangen rioolgemalen (elektromechanisch) (jaarlijks)
Indien noodzakelijk zijn elektromechanische componenten vervangen.
Vervangen drukrioolgemalen (elektromechanisch (jaarlijks))
Indien noodzakelijk zijn werktuigbouwkundige componenten vervangen.
FACILITAIR / OVERIG Elektriciteit (jaarlijks)
Is uitgevoerd
Telefonie (jaarlijks)
Is uitgevoerd
Samenwerken in de regio (jaarlijks)
Is uitgevoerd
Ontwikkelen protocol registreren meldingen (eenmalig)
Niet uitgevoerd. Wel oppakken in de komende planperiode.
59
Datum: 21 oktober 2022
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024
Activiteiten 2019-2022
Status
Toelichting
Verwerken revisiegegevens
Het verwerken van revisies loopt achter, hiermee wordt niet voldaan aan de wettelijke termijnen. Aanvragen en adviseren bij nieuwe huisaansluitingen en nieuwbouwwijken heeft plaatsgevonden. Het analyseren van klachten is ad-hoc en calamiteitgestuurd
Vergunningen en voorlichting gebruik
Uitgevoerd, passief niet proactief.
Klachtenanalyse en -verwerking
Ad-hoc
Wat waren de kosten? De werkelijke investeringen waren in de afgelopen planperiode lager dan de begrootte investeringen. Onder andere als gevolg van te weinig personele middelen (zie ook evaluatie onder personele middelen), is een deel van de planning uit het GRP 2019-2021 is (nog) niet gerealiseerd. Dit heeft tot resultaat dat er minder is geïnvesteerd dan was voorzien. Jaar
Geplande investeringen (totaalbedrag) Variant Risicogestuurd
Werkelijke investeringen (totaalbedrag)
2019
€ 682 999
€ 302 700
2020
€ 682 999
€ 193 172
2021
€ 682 999
€ 81 359
2022*
€ 682 999
€750.000 (begroot)
Totaal
€ 4 097 994
€ 1.327.231
* Dit betreft het lopende jaar ten tijde van de evaluatie. Het werkelijke investeringsbedrag, betreft het bedrag uit de begroting. De werkelijke directe exploitatielasten lagen in de afgelopen periode iets lager geplande lasten. De verschillen tussen geplande en werkelijke lasten zijn niet groot. Jaar
Geplande directe exploitatiebedragen (inclusief personeel en overhead)
Werkelijke directe exploitatiebedragen (inclusief personeel en overhead)
2019
€ 1.520.000
€ 867.864
2020
€ 1.076.000
€ 839.667
2021
€ 1.103.000
€ 957.609
2022
€ 1.096.000
€ n.n.b.
Totaal
€ 4.795.000
€ 2.665.140
Hoe is er samengewerkt? De samenwerking in de regio Westfriesland is goed. De besparingsdoelstellingen zijn behaald en de overeenkomsten zijn ook verlengd. Het is echter toenemend merkbaar dat een aantal gemeenten te maken hebben met personeelstekorten, met name aan de beheerkant.
60
Datum: 30 januari 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024
Was de personele capaciteit voldoende? In 2018 werden er voor de rioleringszorg in de SED-gemeenten 9,6 fte ingezet. De personeelskosten zijn aan de hand van een verdeelsleutel doorbelast naar de afzonderlijke begrotingen van Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Deze verdeelsleutel wordt jaarlijks gecontroleerd en (indien nodig) bijgesteld op basis van input uit de najaarsnota’s. In 2021 werd 11,0 fte ingezet voor de rioleringszorg in de drie gemeenten. Dit zou voldoende moeten zijn om de werkzaamheden, waarbij een deel werd uitbesteed aan derden, uit te voeren. Ondanks de stijging in fte’s wordt er, zeker aan de beheerkant, nog altijd een personeelstekort ervaren. Vanwege hogere doorbelasting van taken aan taakveld riolering, bleken de personele middelen niet voldoende om alle geplande activiteiten uit te kunnen voeren.
Hoe hoog waren de rioolheffing en het saldo in de voorziening? Het werkelijke tarief was in 2019 en 2020 ongeveer conform het geplande tarief. In 2021 is besloten om de heffing eenmalig te verlagen, omdat de voorziening in de periode 2019-2021 aanzienlijk is gegroeid. Achterliggende reden is dat niet alle activiteiten uitgevoerd zijn zoals gepland en de kosten dus lager uitvielen. Jaar
Gepland heffingstarief (woningen)
Werkelijk heffingstarief (woningen)
2019
€ 165,00
€ 165,00
2020
€ 166,34
€ 168,50
2021
€ 167,70
€ 148,60
2022
€169,07
n.n.b.
Jaar
Gepland saldo voorziening (1/1)
Werkelijk saldo voorziening (1/1)
2019
€ 3.591.000
€ 3.591.000
2020
€ 2.789.000
€ 3.863.000
2021
€ 2.658.000
€ 4.041.000
2022
€ 2.501.000
n.n.b.
Hoe is er geïnspecteerd? In de planperiode van het Gemeentelijk Rioleringsplan Stede Broec 2019-2022 is circa 35 km riolering geïnspecteerd en verwerkt in het rioolbeheersysteem (circa 24% van het totale areaal). In de jaren ervoor (periode 2012-2018) is circa 37 km riolering geïnspecteerd en verwerkt in het rioolbeheersysteem (circa 26% van het totale areaal. De totale hoeveelheid geïnspecteerde riolering is in onderstaande tabel weergegeven: Vrijvervalriolering – Totaal geïnspecteerd Geïnspecteerd totaal Vrijvervalriolering inspectiejaren Ouder dan 10 jaar (<2012) Tussen 5 en 10 jaar (2012-2016) Jonger dan 5 jaar (2017-2022) 61
Datum: 21 oktober 2022
km
%
105,57 km
38,3 %
25,36 7,04 73,18
9,2 2,6 26,5
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024
Bijlage E Termijnen
Termijnen
62
Datum: 30 januari 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024
Algemeen v4.10 Kevin Gortmaker Zita Hegger
v4.10
© Arcadis 2021 kevin.gortmaker@arcadis.com +31 6 2706 0128 zita.hegger@arcadis.com +31 6 3168 0716
YAG€R
ALGEMEEN Opdrachtgever: Project: Projectnummer:
startjaar
2023
Gemeente Stede Broec
beschouwde periode
60
GRP Regio West Friesland
prijspeil
2023
C06031.000173
aantal heffingseenheden (in startjaar)
11.088
rioolheffing (in startjaar, nominaal)
€
jaar
eenheden
156,88
PERCENTAGES (nominaal) ACTIVERINGSGEGEVENS
technische levensduur
afschrijvingstermijn
Afschrijvings-vorm
Afschrijvingsvorm (default)
Rente op schulden uit geactiveerde (rest)investeringen:
2,85% 2,85%
in 2023 vanaf 2024
Indexatie prijspeil (op basis van verwachte inflatie na 2023):
2,40%
per jaar
Indexatie kostenkengetallen Leidraad D1100 (van 2015 naar 2023):
1,50%
per jaar
lineair Rente op positief saldo voorzieningen (nominaal):
vrij-verval riolering
60
jaar
60
jaar
lineair
gemalen, bouwkundig
60
jaar
60
jaar
lineair
gemalen, E/M
30
jaar
30
jaar
lineair
persleidingen
45
jaar
45
jaar
lineair
drukriolering, bouwkundig
60
jaar
60
jaar
lineair
drukriolering, E/M
30
jaar
30
jaar
lineair
IBA's
40
jaar
40
jaar
lineair
Egalisatievoorziening Groot Onderhoud (BBV 44.1c)
randvoorziening, bouwkundig (BBB / BBL) randvoorziening, bouwkundig overig
40 40
jaar jaar
40
jaar
lineair
Egalisatievoorziening riolering (BBV 44.2)
randvoorziening, E/M
30
jaar
30
jaar
lineair
BTW afdracht aan algemene middelen (BTW-compensatie)
infiltratie voorzieningen
45
jaar
45
jaar
lineair
BTW:
drainage / DT-riolering
45
jaar
45
jaar
lineair
BTW-compensatie op basis van directe exploitatiekosten en :
VOORZIENINGEN per 1/1 van startjaar (2023)
Startsaldi (nominaal)
Spaarvoorziening Rioolvervanging (BBV 44.1d)
BTW over dotaties aan spaar- / groot onderhoudsvoorziening:
63
Datum: 21 oktober 2022
Tijdstip eerste afschrijving
begin volg.jaar (saldo 1/1)
Tijdstip rentetoerekening
einde jaar (saldo 31/12)
0,0 factor 1,0
BTW-vast bedrag (indien van toepassing)
€
4.114.000
21,00% investeringen nee
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024
Colofon PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024 REGIO WESTFRIESLAND DEELRAPPORT GEMEENTE STEDE BROEC
KLANT Gemeente Stede Broec AUTEUR Michel Moens, Zita Hegger, Vera Kusters, Suzanne Meeuwissen CONTACTGEGEVENS Jeroen Rijsdijk (Arcadis): jeroen.rijsdijk@arcadis.com - T +31 06 2706 0345 Yardo Brandhoff (gemeente Stede Broec): yardo.brandhoff@sed-wf.nl – T 0228 534776 PROJECTNUMMER C06031.000160 DATUM 21 oktober 2022 STATUS Definitief
64
Datum: 30 januari 2023
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024
Over Arcadis Arcadis is een toonaangevend wereldwijd ontwerp- en consultancybureau voor de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij maken het verschil voor onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Met 27.000 mensen in meer dan 70 landen genereerden we in 2020 een omzet van €3,3 miljard. Wij ondersteunen UN-Habitat met kennis en expertise om leefomstandigheden te verbeteren in gebieden getroffen door de gevolgen van de klimaatverandering. www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 56825 1040 AV Amsterdam Nederland T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life 65
Datum: 21 oktober 2022