Kadernota 2023 VR NHN
Tekst van het document
Kadernota Veiligheidsregio Noord-Holland Noord voor 2023 Hoofddoelstelling
Veiligheidsregio Noord-Holland Noord richt zich op het verkleinen van risico’s en het beperken van leed en schade bij incidenten. We doen dit door adequate hulp te bieden en samen te werken met partners, inwoners en ondernemers.
Algemeen
Wij willen ons doel bereiken door samen te werken. Niet alleen met gemeenten en andere ketenpartners, maar ook met inwoners en ondernemers. Samen gaan we aan de slag met voorkomen, voorbereiden, coördineren en hulpverlenen. Speciaal over uw gemeente vindt u verhalen en cijfers op de website mijngemeente.vrnhn.nl. Ook ziet u in de dashboards hoe wij de speerpunten en ambities invullen.
Doelstellingen: Wat willen we bereiken in 2020-2023
Beleidsplan 2020-2023 In het beleidsplan 2020-2023 zijn onze hoofddoelstellingen geformuleerd. In deze kadernota wordt ingegaan op de belangrijkste actuele kaders en ontwikkelingen voor het jaar 2023.
Coronavirus en taakstelling De activiteiten in het beleidsplan 2020-2023 waren opgesteld voor het uitbreken van het coronavirus en de taakstelling 2022 en 2023. De veiligheidsregio heeft de afgelopen jaren alle zeilen bij moeten zetten in de strijd tegen het coronavirus en de verwachting is dat dit ook nog wel even voortduurt. Het coronavirus heeft een grote impact (gehad) op de veiligheidsregio. Tot op heden heeft de veiligheidsregio de financiële impact weten te beperken. Helaas hebben de gemeenten het financieel zwaar door extra uitgaven in het kader van de Wmo en jeugdzorg. Daarom besloot het algemeen bestuur in maart 2021 dat Veiligheidsregio Noord-Holland Noord in 2022 en 2023 bijna 1,4 miljoen euro moet bezuinigen. De bezuiniging voor 2022 van ruim € 675.000 is inmiddels met efficiency maatregelen ingevuld. De bezuinigingsmaatregelen voor 2023 hebben direct impact op de taken van de veiligheidsregio en op de snelheid en realiseerbaarheid van wat de veiligheidsregio wil bereiken op de beleidsthema’s zoals beschreven in deze kadernota. De taakstelling zal, naast het coronavirus, een te grote impact hebben op de belangrijke bewegingen die de veiligheidsregio al reeds heeft ingezet op het gebied van de modernisering van de brandweer, nieuwe crisistypen, de omgevingswet, ambulancezorg, veilig leven, en de verbinding tussen zorg en veiligheid.
In de bestuurlijke dialoogsessie van 12 november 2021 is daarom door het algemeen bestuur de denkrichting verkend om af te zien van realisatie van de taakstelling 2023. De snelheid in het realiseren van deze activiteiten zal wel deels afhankelijk blijven van de impact van het coronavirus op de veiligheidsregio.
Nieuwe crisistypen De veiligheidsregio is optimaal toegerust op de incidenten en crises met een
1
lokaal of regionaal effect, maar de (maatschappelijke) ontwikkelingen vragen om voorbereiding op die ongekende crisis, zoals digitale verstoringen, langdurige energie-uitval, grootschalige pandemieën en andere typen crises waar Nederland minder ervaring mee heeft. Dat betekent dat de veiligheidsregio’s in staat moeten zijn verschillende crises te beheersen met allerlei crisispartners, daarom is nieuwe crisistypen één van de thema’s in het beleidsplan 2020-2023. Dit vraagt om intensivering van de samenwerking met onze partners, tussen veiligheidsregio’s en met de nationale crisisbeheersingsorganisatie. Dit heeft zich gemanifesteerd in het advies van de Evaluatiecommissie wet Veiligheidsregio en ook de coronacrisis onderstreept dat de gangbare crisisorganisatie niet volstaat. Crisisbeheersing moet meer worden vormgegeven vanuit netwerksamenwerking waarbij alle crisispartners zoveel mogelijk vanuit eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden bijdragen aan crisisbeheersing. Bij de samenstelling van het netwerk moeten de aard en de schaal van de specifieke dreiging of crisis leidend zijn. Omdat crises op verschillende manieren tot uiting kunnen komen, zijn telkens wisselende crisispartners en verschillende expertise nodig. Om dit te kunnen waarmaken, is het van belang alle partners in beeld te hebben en daar goede afspraken mee te maken.
Op basis van het risicoprofiel, een terugblik op tien jaar GRIP-incidenten, het belang en de invloed van de verschillende partners en bestaande samenwerkingsovereenkomsten zijn zeventig partners gedefinieerd waar een actieve netwerkrelatie mee moet worden opgebouwd. De geschetste ontwikkelingen en het risicoprofiel van de regio vragen om meer urgentie en een versnelling op het beleidsthema nieuwe crisistypen. De veiligheidsregio heeft nu niet de capaciteit om de basis op orde te krijgen en heeft ook minder fte’s in vergelijking met ander veiligheidsregio’s. De veiligheidsregio moet haar capaciteit uitbreiden met 2 fte in 2023, om invulling te geven aan de volgende 3 bestuurlijke beleidspeerpunten: 1. Intensivering van de samenwerking op de nieuwe crisistypen met de gemeenten en de andere 70 crisispartners op risico-en crisisbeheersing. 2. Een flexibele(re) crisisorganisatie en netwerksamenwerking om sneller en beter in te spelen op een (langdurige) regionale en grensoverschrijdende crisis. 3. Versterken van de regisseursrol van de veiligheidsregio om gemeenten en partners voor te bereiden op een éénduidige optreden tijdens nieuwe maar ook ‘klassieke’ incidenttypen (zoals branden met gevaarlijke stoffen).
Veranderopgave brandweer De afgelopen jaren is met de experimenten van Brandweer 360 de basis gelegd voor de voorbereiding van de brandweerorganisatie op de door demografische, infrastructurele en technische ontwikkelingen snel veranderende maatschappij. Meerdere innovatieve concepten, zoals de brandweerassistent, lokale initiatieven op het gebied van Veilig Leven en flexibele uitrukconcepten (zoals de SI-2), zijn kansrijk gebleken. Het kost echter steeds meer inspanning om onze prestaties op niveau te
2
houden. Nieuwe crisistypen zorgen voor een veranderende inzet (meer grootschalig en langdurig) en inzetten zijn van toenemende complexiteit. Dit vraagt om meer adaptiviteit en nieuwe werkwijzen. Met als belangrijk doel dat brandweermensen vakbekwaam zijn én blijven en op een veilige manier brandweerzorg kunnen blijven leveren. Daarom is het tijd voor een nieuwe fase van modernisering van onze brandweerzorg. In augustus 2021 heeft het bestuur richting gegeven aan de veranderopgave voor de brandweer, in drie concrete ontwikkelsporen: 1. Vraag- en risicogerichte Brandweerzorg De brandweer is flexibel en adaptief georganiseerd op basis van (lokale) risico’s in de regio. We differentiëren in onze organisatie met verschillende inzetconcepten en type brandweerposten. We bestrijden complexe en risicovolle incidenten op innovatieve wijze met daarvoor opgeleid personeel. Daarnaast zorgen we voor robuuste basisposten en basistaken voor de standaardincidenten. Op basis van historische incidentgegevens en lager risicoprofiel krijgen posten een takenpakket op maat zonder de hoog risicotaken. Dit vermindert de belasting op vrijwilligers en bevordert het aantrekken van meer diverse doelgroepen. Dit spoor is een vervolgstap binnen het brandweerzorgplan dat vanuit Brandweer 360 is gestart. 2. Van Repressie naar Preventie De brandweer beweegt als organisatie “meer naar de voorkant”.
Vanuit samenwerking in nieuwe en bestaande partnerships en het versterken van burgerparticiaptie (met sociale innovatie). Breder kijkend naar onze maatschappelijke taak en het inzetten van het huidige potentieel binnen de Veiligheidsregio, bijvoorbeeld op het gebied van voorlichting en nazorg. Door samen met lokale partners te investeren in bijvoorbeeld oefeningen. We gaan lokale experimenten stapsgewijs uitbouwen naar succesvolle regiobrede programma’s. Dit doen we onder andere samen met de gemeenten en actief in en met de gemeenschap. Risicobeheersing en de netwerkfunctie van de Veiligheidsregio worden doorontwikkeld, vanuit o.a. de implementatie van de omgevingswet. 3. Brandweer als crisispartner In dit spoor verkennen we adaptieve en duurzame ontwikkelrichtingen in het snel veranderende speelveld en nieuwe crisistypen. We willen als brandweerorganisatie breed inzetbaar zijn in maatschappelijke urgenties en crises en aantrekkelijk blijven voor nieuwe generaties om (vrijwillig) bij te dragen. We gaan op zoek naar kansen om met partners verder te bouwen aan multidisciplinaire zorg- en veiligheidsteams. Vervolgstappen In opdracht van het bestuur werkt de brandweer in Q1 en Q2 van 2022 de drie ontwikkelrichtingen uit in een organisatiestrategie en veranderaanpak voor 2022 – 2025.
Hierbij wordt een inclusief proces ontworpen om actief met praktijk en omgeving te bouwen aan een toekomstgerichte brandweerorganisatie. Lopende experimenten worden hierin geïntegreerd en er zal aangesloten worden bij landelijke strategie- en beleidsontwikkeling,
3
zoals een landelijk toekomstverkenning die in Q1 van 2022 wordt afgerond.
Omgevingswet De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 juli 2022 in werking. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, GGD Hollands Noorden en Veiligheidsregio Noord-Holland Noord trekken gezamenlijk op ten behoeve van de gemeenten in de voorbereiding op de nieuwe wet om uiteindelijk een zorgvuldige implementatie mogelijk te maken. Begin 2022 zal een voorstel worden gedaan voor een programma voor de taakuitvoering in 2023 en verder. Dit voorstel zal voorzien in een programma dat een verdere invulling van de taken uit de gemeenschappelijke regeling op het gebied van risicobeheersing, brandveiligheid en crisisbeheersing beschrijft. Het beschrijft de samenwerking tussen de gemeenten en de veiligheidsregio op het gebied van de fysieke leefomgeving. Het programma is integraal onderdeel van de begroting van de veiligheidsregio en de gemeenten betalen daaraan hun bijdrage op basis van samenwerkingsafspraken die met iedere gemeenten worden gemaakt. In 2022 worden hiermee de eerste ervaringen opgedaan op basis van de geïnventariseerde (maatwerk-)inzet per gemeente. Binnen het totale budget op jaarbasis kan een gemeente schuiven in de inzet over de verschillende activiteiten.
Daarmee is ook de noodzakelijke flexibiliteit ingebouwd om het komend jaar samen op weg te gaan in het nieuwe stelsel van de fysieke leefomgeving. Op basis van de ervaringen opgedaan in 2022 kunnen mogelijke aanpassingen in de samenwerkingsafspraken per gemeente volgen en daarmee aanpassing aan de bijdrage van de gemeente.
Veilig Leven Het voorkomen van leed en schade is een belangrijke pijler van onze dienstverlening. In huis voelen we ons veilig, maar thuis is ook de plek waar zich de meeste ongelukken en branden voordoen. Met name onder ouderen veroorzaakt dit leed. We kunnen verschil maken door niet alleen gebruik te maken van de kracht van onze eigen medewerkers, maar ook door de samenleving te mobiliseren. We sluiten per gemeente en samen mét de gemeente preventiecoalities met organisaties die achter de voordeur komen. Medewerkers van deze organisaties krijgen een training van de brandweer, leren wanneer en hoe ze naar ons kunnen doorverwijzen. In het onderwijs laten we leerlingen zien waar ze thuis op kunnen letten én bij opa en oma of de oudere buren. Met communicatiecampagnes stimuleren we mensen om hun eigen huis en dat van hun naasten veiliger te maken, eventueel met behulp van slimme sensoren. We maken slimme combinaties. Zo kan de brandweer bij het adviseren over een veilige vluchtweg, ook tips meenemen over het voorkomen van valongelukken op de trap. En zo kunnen zorg- en welzijnsorganisaties met hulp van de veiligheidsregio ook helpen branden te voorkomen. Het streven is om in alle gemeenten een op maat gemaakte aanpak voor
4
brand- en valpreventie te implementeren, om zo goed aan te kunnen sluiten bij lokale initiatieven en behoeften. Doelstelling is om ieder jaar met maximaal drie nieuwe gemeenten deze aanpak te volgen. Door corona heeft dit vertraging opgelopen, onder andere omdat fysieke activiteiten niet konden worden uitgevoerd. Wel is hierdoor het online bereiken van inwoners in een stroomversnelling geraakt, door onder meer webinars en social mediacampagnes in te zetten. De gemeenten waar de aanpak al is geïmplementeerd zijn Alkmaar, Bergen, Drechterland en Schagen. Hollands Kroon en Texel sluiten in 2022 aan, met andere gemeenten is de veiligheidsregio in gesprek. Het streven is om eind 2023 de werkwijze in tien gemeenten doorgevoerd te hebben en daarna de overige gemeenten aan te sluiten. Naast de aanpak per gemeente zijn er ook regiobrede activiteiten, zoals lessen op basisscholen, voorlichting na brand en mediacampagnes. Aanzetten tot gedragsverandering werkt, dat zien we in de praktijk en dat zien we in de resultaten van enquêtes. We investeren in data-analyse en effectmetingen. Dat doen we niet alleen om te zien of we met onze activiteiten ons doel geraakt hebben, maar ook om steeds gerichter te werk te kunnen gaan en prioriteit te geven aan de mensen die het meeste risico lopen.
Zorg en Veiligheid In de commissie Zorg en Veiligheid, werken burgemeesters, wethouders en vertegenwoordigers van de politie, justitie, VNG, GGD en GGZ aan vraagstukken op het snijvlak van zorg en veiligheid die regionale afstemming behoeven. Als Veiligheidsregio Noord-Holland Noord ondersteunen we de commissie en kunnen we in het organiseren van de afstemming en samenwerking een coördinerende rol vervullen. Als veiligheidsregio met een groot netwerk aan ketenpartners opereren we op de gepaste schaal om verschillende partijen bij elkaar te brengen. De commissie werkt op basis van de vraag van de gemeenten. Wanneer gemeenten tegen problemen aanlopen die ze niet op eigen schaal kunnen oplossen, kunnen ze de commissie inschakelen. De besluitvorming over zorgen veiligheidsvraagstukken blijft daarmee bij de gemeente zelf. Daarmee zorgen we voor een afbakening van taken van de commissie. De commissie begeleidt een aantal thema’s op het snijvlak van zorg en veiligheid, zoals momenteel mensen met onbegrepen gedrag, Geweld hoort nergens thuis, In control of Jeugd, Alcohol en Drugs In 2021 is het thema reintegratie ex gedetineerden toegevoegd. Voor 2022 en verder bestaat de mogelijkheid nieuwe thema’s toe te voegen. Daarnaast is de commissie de stuurgroep van het Zorg- en Veiligheidshuis.
Voor wat betreft secretariaat en ondersteuning van de commissie en het project personen met verward gedrag na 2022 is in personele zin geborgd. Vanuit het Rijk is 10 miljoen structureel toegezegd voor ondersteuning voor het Zorg- en Veiligheidshuis. Dit voor de implementatie van de ketenveldnorm, die nu door de Veiligheidsregio vanuit de projectgelden wordt gefinancierd. Voor het Zorg- en Veiligheidshuis NHN zal dit ongeveer € 300.000 zijn. Met deze financiële injectie is de basis op orde.
5
Ambulancezorg Zoals bekend is sinds 2021 is de wet ambulancevoorzieningen van kracht. Hiermee kregen de huidige RAV’s met het oog op continuïteit een vergunning voor onbepaalde tijd. Zo ook onze RAV. Hierdoor kan onze Regionale Ambulance Voorziening (RAV) ook de komende jaren blijven investeren in een kwalitatief hoogwaardig ambulancezorg. Waarschijnlijk ook veranderende Ambulancezorg in de zin van verschuiving naar meer mobiele zorg zonder vervoer. De Houtskoolschets Acute Zorg (juli 2020) van het ministerie van VWS noemt voor toekomstige inrichting van de Acute Zorg in Nederland pijlers als meer acute zorg thuis, zorgmeldkamers en integrale spoedposten. Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Noord-Holland Noord moet nadrukkelijk inspelen op de veranderende zorgvraag en de aanpassingen van de patiëntenstromen o.a. door de vergrijzing en de ontwikkeling dat mensen steeds langer thuiswonen. De zorgvraag neemt toe, maar wordt ook steeds complexer. Patiënten hebben steeds vaker meerdere chronische aandoeningen en wensen oplossingen op maat. NWZ ziekenhuislocaties (Den Helder en Alkmaar) als het Dijklander Ziekenhuis (Hoorn en Purmerend) spelen met specialisaties hierop in. Dit betekent onder andere meer overplaatsingen, langere rijafstanden, langere rijtijden en sneller ziekenhuisstops in onze regio.
Voor het inspelen op dit soort ontwikkelingen, is differentiatie door middel van niet spoedeisende complexe ambulancevervoer zoals midden en laag complexe ambulancevervoer een noodzaak. En vanaf medio 2021 heeft die differentiatie in de vorm middencomplex ambulancezorg daadwerkelijk invulling gekregen. Het is inmiddels duidelijk dat hiermee in een behoefte wordt voorzien en er sprake is van een efficiëntere inzet van ambulance eenheden. Met behulp van BI instrumenten zoekt en bewaakt de ambulanceorganisatie constant naar het optimale rendement van differentiaties binnen de ambulancezorg. De RAV investeert nadrukkelijk op vergroten van AED netwerk en burgerhulpverlening. Als zodanig participeert actief in het NHN project Hart aan de Slag dat zich hierop richt. Innovaties zoals Electra Stroke zullen mogelijk in 2022/23 verder omarmt worden, maar dan voor de gehele RAV. Electra Stroke richt zich erop dat door het maken van een hersenfilm in de ambulance patiënten direct naar het juiste ziekenhuis kunnen worden gebracht, waar de beste interventie kan worden uitgevoerd. Daarmee wordt belangrijkste tijdswinst geboekt en verbetert de uitkomst voor de patiënt. De meldkamer ambulance is een belangrijke eerste schakel in de ambulancezorg. Vanaf 2022 is stapsgewijze invoer van applicaties als RescueTrack en Ambuplanner gestart.
Deze geven nu al een stevige impuls geven aan snelheid en kwaliteit in het Meldkamerdomein. De RAV NHN mocht op basis van het meest recente referentiekader spreiding en beschikbaarheid van het RIVM wederom (2021 – 24, 2022 – 13) diensten uitbreiden in Noord-Holland Noord. Een meer duidelijke erkenning van de voor een ambulanceorganisatie complexe geografische kenmerken van onze regio. We zien dat mede hierdoor ook terug in duidelijk verbeterde ritprestaties. Uitdaging voor RAV Noord-Holland Noord en dat geldt voor elke RAV in Nederland, is en blijft vooral om de uitbreiding van personeel op de ambulance
6
voor elkaar te krijgen. Voor onze RAV lukt dat wonderwel. Maar de RAV NHN vist voor de aankomende ambulanceverpleegkundigen uit de vijver van de ziekenhuizen. Dat was altijd al zo, maar in het licht van de algehele personele krapte in de acute zorg, blijft dat wrang voor de ziekenhuizen. De RAV NHN experimenteert deels al met combi-personeel ambulance – ziekenhuizen en wil dat verder uitbouwen. Al jaren zijn er knelpunten in de gedateerde ambulancehuisvesting van Den Helder en Hoogkarspel. Grootste struikelblok vormde de ontbrekende financiële middelen. In coproductie met de Zorgverzekeraars is een rapportage huisvestingsplannen RAV NHN met doorkijk naar 2025 tot stand gekomen en eind november 2020 financiering vanuit de Zorgverzekeraars verkregen. De huidige planning van realisatie ziet er als volgt uit: ingebruikname nieuwbouw Den Helder (2024), nieuwbouw Hoogkarspel (2022), uitbreiding stalling Wognum (2022), 2e locatie Texel (voor zomer 2022). Verwachtingen ten aanzien van 2024 2026
Wat gaan we doen? Veranderopgave brandweer Nieuwe Crisistypen
Omgevingswet (risicobeheersing) Veilig leven Zorg en Veiligheid
De volgende ontwikkelingen zullen ook in 2024 - 2026 relevant zijn: 1. De veranderopgave zal in het brandweerprogramma opgenomen zijn. 2. Oriëntatie op nieuwe crisistypen als digitale ontwrichting, klimaat, extreem geweld, pandemie zal in het programma van risico en crisisbeheersing opgenomen zijn. 3. De taken in het kader van de Omgevingswet zullen in een vast programma zijn vastgelegd. 4. Veilig Leven zal een vast programma zijn. 5. Zorg en Veiligheid zal een vast programma zijn.
Waarom doen we dit? Bestuurskeuze Bestuurskeuze (vooruitlopend op wettelijke opdracht) Wettelijk Bestuurskeuze Bestuurskeuze
Wat mag het kosten?
Planning
Binnen de lopende begroting, mits geen nieuw beleid wordt afgesproken. Investering in € 190.000 structureel
2023-2026
Afhankelijk van bestuurlijke afspraken per gemeente. Binnen de lopende begroting, mits geen nieuw beleid wordt afgesproken. Binnen de lopende begroting, mits geen nieuw beleid wordt afgesproken.
2023
2023
2023-2026 2023-2026
7
Bijlagen Verloop meerjarenperspectief 2023 – 2026 Onderdeel
Bedragen x €1.000 2024 2025
2023
Stand primaire begroting 2023 - 2026 (saldo)
2026
-
-
-
-
-
-
-
-
48.106 6.234 19.234 107 73.681
48.926 6.477 19.268 107 74.778
49.727 6.906 19.303 107 76.043
50.646 7.206 19.395 108 77.355
-
-
-
-
73.681
74.778
76.043
77.355
45.556 190 17.708 6.059 4.040 128 73.681
46.523
47.454
48.403
18.016 6.059 4.053 127 74.778
18.367 6.059 4.047 116 76.043
18.735 6.059 4.042 116 77.355
Stand kadernota voor begroting 2023 - 2026 (saldo)
-
-
-
-
Resultaat programma's: (+ = positief, - = negatief)
-
-
-
-
Wijzigingen nadien (met AB besluit) 1. Totaal wijzigingen nadien
Autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering 1. Salarissen 2. Afschrijvingen en rente 3. Overige lasten 4. Toevoeging aan reserves Totaal autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering
Nieuw beleid Totaal nieuw beleid Totaal aan lasten en wijzigingen
Dekkingsmiddelen 1. Bijdragen gemeenten (basis) 1a. Capaciteitsuitbreiding nieuwe crisistypen 2. Wettelijk bedrag Nza 3. BDUR/Rijk/Ministerie 4. Overige baten 5. Onttrekking aan reserves Totaal dekkingsmiddelen/ombuigingen
Ambulancezorg Veiligheidsregio
Gemeentelijke bijdrage Loon-prijsindexatie gemeentelijke bijdrage 2023 Gemeentelijke bijdrage 2022 primaire begroting
€
Bij: capaciteitsuitbreiding nieuwe crisistypen
€
190.000
Bij: Loon- en prijsindexatie 2023 op basis van de FUGR (2,3%* 44.531.499)
€
1.024.224
Gemeentelijke bijdrage 2023
€
45.745.723
44.531.499
Loon- en prijsindexatie o.b.v. CPB cijfers Loon: CPB Prijs overheidsconsumptie en beloning werknemers Prijs: Prijs Bruto Binnenlands Product
2,30%
0,7
1,61%
2,30%
0,3
0,69% 2,30%
Volgens uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen afgerond:
2,3%
8
De loon-prijsindexatie 2023 is conform de door gemeenten vastgestelde regeling Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen (FUGR) en geldend voor alle gemeenschappelijke regelingen. In de bestuurlijke dialoogsessie van 12 november 2021 is door het algemeen bestuur de denkrichting verkend om de taakstelling van 2023 niet te realiseren. De verdeelsleutel 2023 per gemeente wordt medio februari 2022 bekend. In de begroting 2023 wordt het overzicht bijdrage per gemeente opgenomen. De verdeelsleutel 2023 per gemeente wordt medio februari 2022 bekend. In de begroting 2023 wordt het overzicht bijdrage per gemeente opgenomen. Er wordt rekening gehouden met de samenvoeging van de gemeenten Heerhugowaard en Langedijk. Meerjarenoverzicht gemeentelijke bijdrage Bedragen x € 1.000
2022 44.529
2023 44.532
2024 45.746
2025 46.523
2026 47.454
Indexatie (loon-prijs) conform primaire begroting
580
1.024
777
931
949
Versterking informatieveiligheid 2e tranche
100
46.523
47.454
48.403
Beginstand
Capaciteitsuitbreiding nieuw e crisistypen
190
Taakstelling
-677
Gem eentelijke bijdrage
44.532
45.746
De indexatie van de gemeentelijke bijdrage voor de jaren 2022 e.v. zijn gebaseerd op de CEP cijfers van het CPB van maart 2021.
CPB raming Centraal Economisch Plan maart 2021 2022
2023
2024
2025
2026*
Prijs bruto binnenlands product
1,40%
2,30%
1,60%
1,60%
2,00%
Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers
1,30%
2,30%
1,80%
2,10%
2,00%
Gemeentelijke indexatie
1,3%
2,3%
1,7%
2,0%
2,0%
* Voor 2026 zijn nog geen cijfers beschikbaar en is een indexatie van 2% genomen.
Kengetallen (uit begroting 2022)
• •
•
Netto schuldquote: Een ratio van 1 of lager gekwantificeerd als voldoende. Meerjarig voldoet VR NHN aan deze norm. Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 1 of hoger gekwantificeerd als voldoende. Bij VR NHN is de ratio beduidend lager wat wordt veroorzaakt door: o een relatief laag eigen vermogen; als gevolg van een restrictie van maximaal 2,5% van de totale lasten; o een omvangrijke leningenportefeuille als gevolg van de overname van roerende en onroerende goederen van gemeenten in het kader van de regionalisering in 2014. Structurele exploitatieruimte: deze begroting is gebaseerd op structurele baten en lasten. De structurele exploitatieruimte is nihil, waardoor de ratio laag is.
Mutaties meerjarenraming 2023-2025 (uit begroting 2022) Het volgende overzicht betreft de mutaties ten opzichte van de meerjarenraming opgenomen in de begroting 2022.
9
Onderdeel
Bedragen x €1.000 2024 2025
2023
Stand primaire begroting 2022 - 2025 (saldo)
-
-
-
-
-
-
-
440 -213 1.033 1.260
536 -212 1.141 -2 1.463
598 87 960 -3 1.642
-
-
-
-
-
1.260
1.463
1.642
-
1.078 190 -13 118 -113 1.260
1.230 193 46 118 -125 1 1.463
1.390 197 92 118 -155 1.642
-
Afw. kadernota t.o.v. begroting 2022 - 2025 (saldo)
-
-
-
-
Resultaat programma's: (+ = positief, - = negatief)
-
-
-
-
Wijzigingen nadien (met AB besluit) Totaal wijzigingen nadien
Autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering 1. Salarissen 2. Afschrijvingen en rente 3. Overige lasten 4. Toevoeging aan reserves Totaal autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering
Nieuw beleid Totaal nieuw beleid Totaal aan lasten en wijzigingen
Dekkingsmiddelen 1. Bijdragen gemeenten (basis) 1a. Capaciteitsuitbreiding nieuwe crisistypen 2. Wettelijk bedrag Nza 3. BDUR/Rijk/Ministerie 4. Overige baten 5. Onttrekking aan reserves Totaal dekkingsmiddelen/ombuigingen
Ambulancezorg Veiligheidsregio
Autonome ontwikkelingen / reguliere bedrijfsvoering Door stijging van cao’s in het voorgaande jaar en uitbreiding van ambulance diensten is er salarisgroei. De salarisgroei is ook hoger door de verwachte hogere indexatie conform het CPB voor de volgende jaren. Het is nog niet bekend wat nieuw af te sluiten cao’s ambulancezorg en veiligheidsregio tot gevolg gaan hebben. De rente en afschrijvingen dalen door de (terug-)verkoop van kazernes aan gemeenten. De overige lasten zijn toegenomen door hogere indexatie conform de cijfers vanuit het CPB. De kostenontwikkeling groeit mee met de huidige inflatie. Daarnaast wordt ook de bezuiniging 2023 niet geeffectueerd in de cijfers van 2023 en verder. Dekkingsmiddelen De bijdragen van de gemeenten komen hoger uit dan waarmee rekening is gehouden in de begroting 2022. Dit is met name veroorzaakt door de hoger dan verwachte indexatie op loon- en prijscompensatie vanuit de voorgeschreven CPB cijfers. Dit is ook terug te zien in de hierboven genoemde salarisstijging en kosten ontwikkeling op de overige lasten als gevolg van de gestegen indexaties. Daarnaast is vooralsnog geen rekening gehouden met de bezuiniging 2023. In de bestuurlijke dialoogsessie van 12 november 2021 is door het algemeen bestuur de denkrichting verkend om de taakstelling van 2023 niet te realiseren.
Ook is nu de structurele capaciteitsuitbreiding nieuwe crisistypen € 190.000 opgenomen. De rijksbijdrage BDUR is aangepast aan de bedragen genoemd in de brief van 7 juni 2021 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
10