Integraal Huisvestingsplan basisonderwijs 2024-2039
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan primair onderwijs Stede Broec 2024 – 2039
Pixabay.com
Onderwerp:
Integraal Huisvestingsplan primair onderwijs gemeente Stede Broec 2024 – 2039
Opdrachtgever: Gemeente Stede Broec Datum:
mei 2023 versie 7
1
Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE .................................................................................................................................... 2 1.
INLEIDING ......................................................................................................................... 3 1.1 DE TERM ‘IKC’ ....................................................................................................................... 3 1.2 LEESWIJZER........................................................................................................................... 3
2.
LOKALE EN WETTELIJKE KADERS .............................................................................. 4 2.1 WETGEVING ........................................................................................................................... 4 2.2 ZORGPLICHT GEMEENTE ....................................................................................................... 4 2.3 TAKEN, VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN VAN SCHOOLBESTUREN .......... 4 2.4 GEZAMENLIJK PLAN PO-RAAD, VO-RAAD EN VNG OVER RENOVATIE ............................... 4 2.5 DE VERORDENING ONDERWIJSHUISVESTING....................................................................... 5 2.6 OVERIGE LOKALE UITGANGSPUNTEN ................................................................................... 5 2.6.1 Integratie kinderopvangvoorzieningen ......................................................................... 5 2.6.2 Bouwheerschap............................................................................................................... 5 2.7 STICHTINGSKOSTEN .............................................................................................................. 5 2.7.1 Nieuwbouw.......................................................................................................................
6 2.7.2 Renovatie ......................................................................................................................... 6 2.7.3 Ventilatie en binnenklimaat............................................................................................ 6 2.7.4 Duurzaamheid ................................................................................................................. 6 2.7.5 Tijdelijke huisvesting....................................................................................................... 6 2.7.6 Sloopkosten ..................................................................................................................... 6 2.7.7 Kosten bouwrijp maken .................................................................................................. 7 2.7.8 Co-financiering ................................................................................................................ 7 2.8 MINIMAAL EN MAXIMAAL SCENARIO ...................................................................................... 7
3.
HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................... 7 3.1 LEERLINGENPROGNOSE........................................................................................................ 8
4.
SCENARIO’S 2029 - 2039: (SPECIALE) BASISSCHOLEN BUITEN PLAN ZUID ..... 10 4.1 KERN LUTJEBROEK ............................................................................................................. 10 4.1.1 De Baskuul ..................................................................................................................... 10 4.2 KERN GROOTEBROEK ......................................................................................................... 10 4.2.1 Palet Verlengde Raadhuislaan ................................................................................... 10 4.2.2 OBS ‘t Vierspan locatie Woud..................................................................................... 11 4.2.3 De Hussel ....................................................................................................................... 11 4.2.4 Uilenburcht ..................................................................................................................... 11 4.3 KERN BOVENKARSPEL ........................................................................................................ 11 4.3.1 OBS ’t Vierspan locatie Klim-Op................................................................................. 11 4.3.2 St. Willibrordus .............................................................................................................. 12
5.
SCENARIO’S 2024 - 2028: (SPECIALE) BASISSCHOLEN IN PLAN ZUID ................ 13 5.1 MOLENWIEK EN WENDEL .................................................................................................... 14 5.2 GIDEONSCHOOL .................................................................................................................. 14 5.3 PALET PRINCENHOF ............................................................................................................ 14
6.
FASERING EN FINANCIËN ............................................................................................ 15 6.1 DEMARCATIE INBEGREPEN EN NIET-INBEGREPEN KOSTEN............................................... 15 6.2 KANTTEKENING BIJ RAMINGEN............................................................................................ 15 6.3 MINIMAAL SCENARIO ........................................................................................................... 16 6.4 MAXIMAAL SCENARIO .......................................................................................................... 17 6.5 FASERING ............................................................................................................................ 17
2
1.
Inleiding
In onze gemeente volgen dagelijks ruim 2.000 kinderen (speciaal) basisonderwijs. Dat onderwijs wordt gegeven in 12 schoolgebouwen, verspreid over de gehele gemeente. Een aantrekkelijk, veilig en gezond gebouw dat voldoende ruimte biedt, is daarbij een belangrijke randvoorwaarde. Het grootste deel van de schoolgebouwen (10 van de 12) bestaat reeds zo’n 40 jaar of langer. De twee jongste scholen betreffen De Klimop en basisschool Willibrordus, beide 26 jaar oud. Dit IHP bevat scenario’s die de gemeente en de schoolbesturen in het (speciaal) basisonderwijs samen verder kunnen uitwerken opdat er sprake is van kwantitatief en kwalitatief goede onderwijshuisvesting voor alle scholen. Voor wat betreft de fasering wordt er een onderscheid gemaakt tussen scenario’s die op korte termijn zouden moeten worden uitgewerkt (2024 – 2028), op middellange termijn (2029 – 2033) en op lange termijn (2034 – 2039). Voor alle scenario’s worden de financiële consequenties inzichtelijk gemaakt. Met de schoolbesturen is voornamelijk gesproken over de mogelijke scenario’s in Plan Zuid omdat de schoolgebouwen in die wijk het eerst toe zijn aan een grondige ingreep (renovatie of vervangende bouw). In het college-uitvoeringsprogramma 2022 - 2026 is de realisatie van een Integraal Kindcentrum (IKC) met een buurtfunctie in deze wijk opgenomen.
1.1 De term ‘IKC’ Het begrip ‘IKC’ is in de periode 2005 – 2010 langzaam ontstaan en krijgt op verschillende manieren invulling. Kortgezegd is een IKC een intensieve samenwerking (of zelfs integratie) tussen opvang en (speciaal) basisonderwijs. Dat de term ‘IKC’ juist vanaf deze genoemde periode steeds vaker werd gehanteerd, is geen toeval. Slechts enkele jaren daarvoor is de vraag en het aanbod van kinderopvang in Nederland massaal toegenomen als gevolg van de introductie van de kinderopvangtoeslag. Als reactie daarop werden op diverse plekken in het gehele land innovatieve concepten ontwikkeld waarbij kinderopvangorganisaties en scholen voor primair onderwijs een zeer vergaande samenwerking aangingen. Dat ging zelfs zo ver dat er in bepaalde situaties in de dagelijkse praktijk sprake was van één organisatie met een aanbod voor kinderen van 0 t/m 12 jaar, aangestuurd door één leidinggevende, waarbij er sprake was van een éénduidige visie op opvoeding en onderwijs. Deze constructie en structuur werden gelijkgesteld met ‘ware’ integrale kindcentra. Daarentegen kwam het veel vaker voor dat onderwijs en kinderopvang onder één dak werden aangeboden, waarbij weliswaar sprake was van samenwerking tussen de verschillende organisaties, maar waarbij geen sprake was van een integratie van voorzieningen.
Wat in de praktijk verwarrend heeft gewerkt, is dat deze constructies óók als IKC werden aangeduid. Terwijl er in feite sprake was van twee separate voorzieningen die onder één dak werden samengebracht in een zogenaamde multifunctionele accommodatie (MFA). Voordat de term ‘IKC’ opkwam, werd er ook geregeld gesproken over ‘Brede Scholen’. Een brede school kenmerkt zich doorgaans door het bestaan van een samenwerkingsverband tussen onderwijs, kinderopvang en bijvoorbeeld sport- of cultuuractiviteiten. De focus ligt bij een brede school veel minder op een gebouwelijke integratie, zoals dat wel het geval is bij een MFA en (vaak) een IKC. 1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt kort ingegaan op de wettelijke en lokale kaders en de geformuleerde uitgangspunten. Het derde hoofdstuk bevat een overzicht van de huidige situatie waarbij ook de prognose van het aantal leerlingen aan bod komt. De scenario’s voor de (middel)lange termijn worden in hoofdstuk 4 weergegeven. Hoofdstuk 5 bevat de scenario’s op korte
3
termijn waarin feitelijk alle scholen in Plan Zuid aan bod komen. Het IHP wordt afgesloten met een hoofdstuk over de fasering en de financiële gevolgen. 2.
Lokale en wettelijke kaders
2.1 Wetgeving De basis voor regelgeving over huisvesting van scholen in het primair en voortgezet onderwijs is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO 2020). Deze wetten verplichten de gemeente om te zorgen voor adequate huisvesting. De regels die in acht moeten worden genomen zijn uitgewerkt in de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Stede Broec 2016’ (zie paragraaf 2.5 voor een korte uitleg over de verordening). 2.2 Zorgplicht gemeente Volgens de wet heeft de gemeente een zorgplicht op het gebied van onderwijshuisvesting. In grote lijnen is het sinds 1 januari 2015 de verantwoordelijkheid van de gemeente om te voorzien in: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
bekostiging van uitbreiding bekostiging van (vervangende) nieuwbouw bekostiging van eerste inrichting (schoolmeubilair en onderwijsleerpakket); vergoeden van schade die het gevolg is van bijzondere omstandigheden (zoals brand, inbraak of vandalisme) bieden van voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs
Het aanbieden van ruimten voor bewegingsonderwijs (gymnastiekaccommodaties) valt buiten de scope van dit IHP. 2.3 Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van schoolbesturen De schoolbesturen zijn in beginsel verantwoordelijk voor beheer, onderhoud en exploitatie van het schoolgebouw. Daarvoor ontvangt het schoolbestuur rechtstreeks van het ministerie van Onderwijs een vergoeding. Voor de bekostiging van onderwijshuisvestingsvoorzieningen heeft het schoolbestuur dus te maken met twee financieringsstromen: één vanuit de gemeente (voor de genoemde voorzieningen in paragraaf 2.2) en één vanuit de rijksoverheid. Schoolbesturen en gemeenten zijn dus ieder vanuit een eigen wettelijke taak en invalshoek gezamenlijk verantwoordelijk voor het investeren in de kwaliteit van onderwijshuisvesting. 2.4 Gezamenlijk plan PO-raad, VO-raad en VNG over renovatie De PO-raad, VO-raad (dat zijn de koepelorganisaties van de schoolbesturen) en de VNG delen het standpunt dat renovatie onvoldoende is geregeld in de onderwijswetten. Daarom hebben zij in april 2018 een gezamenlijk plan opgesteld. Uitgangspunt hierbij is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Alle schoolbesturen in Stede Broec werken met een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) Een MJOP heeft een andere invalshoek dan een IHP.
Een MJOP is bedoeld om het onderhoud van scholen te stroomlijnen. Op basis hiervan vormt een schoolbestuur een verplichte voorziening om toekomstig onderhoud te kunnen uitvoeren. Een MJOP heeft een lange looptijd (tientallen jaren) en wordt periodiek bijgesteld. Een IHP heeft onder meer als doel om te anticiperen op de toekomstige noodzakelijke investeringen op het gebied van onderwijshuisvesting. Strikt formeel heeft een IHP géén juridische status omdat aanvragen voor (vervangende) nieuwbouw en/of uitbreiding conform
4
de procedures zoals omschreven in de verordening moeten worden ingediend. Het IHP is in feite een beleidsdocument en in die zin niet vatbaar voor bezwaar en beroep. In het plan van de drie genoemde partijen wordt de gemeente verplicht om samen met de schoolbesturen een IHP voor ten minste 16 jaar vast te stellen. Voor de eerste vier jaren wordt daarbij een concreet uitvoeringsprogramma opgesteld. Het IHP wordt in de onderwijswetten opgenomen en vervangt het systeem waarbij jaarlijks huisvestingsaanvragen kunnen worden ingediend. In het IHP wordt dus voor elk schoolgebouw aangegeven of en wanneer er renovatie of vervangende bouw is voorzien. Daarnaast wordt het voor schoolbesturen gemakkelijker om zelf bij te dragen aan voorzieningen in de onderwijshuisvesting. De Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft deze plannen omarmd en op dit moment wordt er gewerkt aan een wetsvoorstel. De verwachting is dat de wet begin 2025 in werking treedt. 2.5 De verordening onderwijshuisvesting De basale uitwerking van het beleid inzake onderwijshuisvesting is vastgelegd in de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Stede Broec 2016’ oftewel, de verordening. Hierin is opgenomen welke voorzieningen schoolbesturen kunnen aanvragen bij de gemeente en welke procedures en criteria daarbij gelden. De verordening is de uitwerking van een aantal wettelijke bepalingen.
De belangrijkste daarvan is dat de verordening zodanig is opgezet dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt. Over aanvragen voor onderwijshuisvestingsvoorzieningen die de gemeente in behandeling heeft genomen, wordt op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de schoolbesturen gevoerd. 2.6
Overige lokale uitgangspunten
2.6.1 Integratie kinderopvangvoorzieningen De verordening bevat een passage waarin wordt gesproken over de integratie van kinderopvangvoorzieningen in een school. In bijlage III van de verordening staat namelijk een artikel (A.1.1 lid 2) over specifieke ruimte voor kindvoorzieningen: "De capaciteit van een schoolgebouw wordt verminderd met 90 vierkante meter als een ruimte in het schoolgebouw is verhuurd voor het huisvesten van een peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang of kinderopvang en het college voor deze verhuur vooraf toestemming heeft verleend.”
In feite gaat deze bepaling ervan uit dat een school in ieder geval 90 m2 ruimte kan inzetten voor kindvoorzieningen zonder dat deze ruimte voor onderwijs moet worden ingezet. 2.6.2 Bouwheerschap Op grond van de WPO is het schoolbestuur in beginsel bouwheer van een ‘voorziening in de huisvesting’ (lees: nieuwbouw of uitbreiding en feitelijk ook voor renovatie) tenzij het schoolbestuur met de gemeente overeenkomt dat de gemeente als bouwheer optreedt. Dat laatste ligt voor de hand op het moment dat er een MFA wordt gerealiseerd waarin naast onderwijs ook andere maatschappelijke partners worden gehuisvest. Uiteraard worden de schoolbesturen zeer nauw betrokken bij het ontwerp en de realisatie van met name het onderwijsdeel in een MFA. 2.7 Stichtingskosten De verordening onderwijshuisvesting bevat normbedragen aan de hand waarvan de stichtingskosten van een nieuw schoolgebouw worden vergoed. Met het normbedrag wordt het schoolbestuur geacht alle kosten (architect, adviseurs, leges, aannemer) te betalen, met uitzondering van de grond waarop de school wordt gebouwd. Die levert de gemeente conform de bepalingen in de wet om niet bouwrijp op aan het schoolbestuur.
5
Alle bedragen in deze paragraaf zijn inclusief btw. 2.7.1 Nieuwbouw Het normbedrag dat is opgenomen in de verordening komt voor een nieuwe school met een omvang van 1.400 m2 bvo uit op € 1.656,- per m2 bvo. In de huidige markt is bijna het dubbele nodig om een nieuwe school te bouwen die voldoet aan het vigerende bouwbesluit. Daarom wordt uitgegaan van een bedrag van € 3.700,- per m2 bvo voor wat betreft de stichtingskosten van een nieuw schoolgebouw. 2.7.2 Renovatie Een nieuw schoolgebouw wordt in beginsel voor minimaal 40 jaar gebouwd. Het is ook mogelijk een bestaand schoolgebouw te renoveren. Een renovatie leidt doorgaans tot een levensduurverlenging van minimaal 25 jaar die, afhankelijk van de specifieke ingrepen, kan oplopen tot 40 jaar. Omdat ‘renovatie’ een veelomvattend begrip is en op uiteenlopende wijzen kan worden uitgevoerd, is het in de praktijk ingewikkeld een normbedrag voor renovatie te hanteren. Om toch een indicatie te geven, wordt in dit IHP uitgegaan van een bedrag van € 2.500 per m2 bvo. 2.7.3 Ventilatie en binnenklimaat De Rijksoverheid heeft een zogenaamd ‘Programma van Eisen Frisse Scholen’ opgesteld. Daarin zijn criteria opgenomen voor onder meer de luchtkwaliteit en operationele temperatuur in schoolgebouwen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een zogenaamde Frisse School Klasse A (uitmuntend), B (goed) en C (minimum-niveau).
Landelijk geldt Klasse B als dé referentienorm voor Frisse Scholen. Bij nieuwbouw is het overigens al sinds 2015 verplicht om een Frisse School Klasse B te realiseren voor wat betreft de aspecten luchtkwaliteit en operationele temperatuur. Schoolgebouwen vanwege hun relatief jonge leeftijd niet in aanmerking komen voor renovatie of nieuwbouw (i.c. de Praktijkschool, De Klimop en de Willibrordusschool) kunnen gedurende de looptijd van het IHP worden opgewaardeerd naar Frisse School Klasse B voor wat betreft de thema’s luchtkwaliteit en operationele temperatuur. Bij een ingrijpende renovatie van een schoolgebouw is de opwaardering naar Frisse School Klasse B inbegrepen. Een kengetal voor de opwaardering naar Frisse School Klasse B komt uit op € 375,- per m2 bvo. 2.7.4 Duurzaamheid In het coalitieakkoord 2022 - 2026 wordt gesteld dat de gemeente zal blijven investeren in het verduurzamen van het eigen vastgoed. Alhoewel schoolgebouwen strikt genomen niet behoren tot het ‘eigen’ vastgoed kan de gemeente de keuze maken ook schoolgebouwen te verduurzamen, bijvoorbeeld door deze te transformeren naar een Bijna Energieneutraal (BENG) gebouw. Bij een ingrijpende renovatie van een schoolgebouw is transformatie naar BENG inbegrepen. Een kengetal voor de transformatie naar BENG komt uit op € 1.000,- per m2 bvo.
Afhankelijk van de uitgangssituatie kan het ook mogelijk zijn een schoolgebouw te transformeren naar een volledig energieneutraal gebouw (ENG). In dat geval zal de investering naar verwachting tussen de € 50,- en € 100,- per m2 hoger zijn. Er worden afspraken met de schoolbesturen gemaakt over hun bijdrage in verband met te behalen exploitatievoordelen. 2.7.5 Tijdelijke huisvesting In voorkomende gevallen komen daar nog kosten voor tijdelijke huisvesting bij. Daarvoor wordt uitgegaan van een kengetal van € 350,- per m2 bvo per jaar aan huur en een eenmalige stelpost van € 150.000,- voor bouwrijp maken, plaatsen, verwijderen en herstellen terrein. 2.7.6 Sloopkosten In geval van vervangende bouw op dezelfde locatie moet het huidige gebouw uiteraard eerst worden gesloopt. Hiervoor wordt een kengetal gehanteerd van € 70,- per m2 bvo.
6
2.7.7 Kosten bouwrijp maken In het geval van nieuwbouw op dezelfde locatie zijn er naast sloopkosten ook kosten voor het bouwrijp maken van de kavel. Hiervoor wordt een kengetal van € 75,- per m2. 2.7.8 Co-financiering De gemeente is verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen en de schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud ervan. In die zin is renovatie een grijs gebied in de onderwijswetgeving. Enerzijds gaat renovatie verder dan regulier en planmatig onderhoud en anderzijds kan het niet onder nieuwbouw worden geschaard. Het is daarom gebruikelijk dat schoolbesturen co-financieren vanuit hun onderhoudsbudget omdat renovatie logischerwijs gepaard gaat met planmatige onderhoudsactiviteiten. Gemiddeld dragen schoolbesturen in Nederland tussen de € 150,- en € 175,- per m2 bvo bij aan een ingrijpende renovatie waarbij de levensduur met minimaal 25 jaar wordt verlengd.
2.8 Minimaal en maximaal scenario Op basis van de geschetste mogelijke ingrepen in de vorige paragraaf en de indicatie van de kosten die daarmee samenhangen, kan er een minimaal en een maximaal scenario uiteen worden gezet. Welk scenario er ook wordt gevolgd, bij álle scholen voor (speciaal) basisonderwijs wordt in ieder geval binnen 12 jaar het binnenklimaat in lijn gebracht met de landelijke standaard ‘Frisse Scholen Klasse B’. 3.
Huidige situatie
Op de kaart hieronder staan alle scholen in de gemeente ingetekend.
= Stichting Present = SKO De Streek = Stichting Kopwerk = Stichting Trigoon
7
Code:
Naam school:
Plaats:
Bouwjaar
BAS PAL V
Lutjebroek Grootebroek
1982 1979
Grootebroek
1983
1.714 m2
217
HUS UIL
De Baskuul Palet Verlengde Raadhuislaan ‘t Vierspan loc. Woud De Hussel Uilenburcht
Grootebroek Grootebroek
2.031 m2 2.315 m2
218 337
PAL P
Palet Princenhof
Bovenkarspel
1.703 m2
153
KLI
‘t Vierspan loc. Klimop Willibrordus Molenwiek gr. 1 / 2 Molenwiek gr. 3 t/m 8 ‘t Vierspan loc. Wendel Gideon Martinuscollege Vonk Praktijkschool
Bovenkarspel
1977 1928, 1955, 1981 1975, 2001, 2011 1997
1.102 m2
71
Bovenkarspel Bovenkarspel Bovenkarspel
1997 1972 1972
1.102 m2 523 m2 1.006 m2
269 75 227
Bovenkarspel
1972
927 m2
50
Bovenkarspel Grootebroek Grootebroek Grootebroek
1973 1977 1965 2005
1.093 m2 11.7661 m2 1.807 m2 2.569 m2
113 1612 232 181
WOU
WIL MOL B MOL K WEN GID MAR CLU2 PRA
Bruto Aantal Vloerleerlingen 1oppervlakte 10-2021 1.251 m2 225 1.573 m2 102
3.1 Leerlingenprognose De meest recente leerlingenprognose voor het regulier basisonderwijs is opgesteld in de herfst van 2022. Daaruit blijkt dat het totaal aantal leerlingen in de gemeente zeer licht daalt op de middellange termijn en dat er vanaf 2033 een lichte stijging waarneembaar is.
1 Betreft oudste deel van de school. Volgens de basisregistratie gebouwen heeft het gebouw een totale omvang van 20.302 m2. 2 Vonk wordt verder buiten beschouwing gelaten.
8
Aantal leerlingen regulier basisonderwijs gemeente Stede Broec 2000
1800
1600
1400
1200
1000
800
600
400
200
0 2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
Bron: Pronexus, november 2022 De prognoses voor de afzonderlijke scholen vertonen ook een redelijk stabiel beeld. Uitzonderingen daarop zijn de Uilenburcht, De Hussel en De Baskuul. Voor de Uilenburcht wordt een daling van zo’n 10% van het aantal leerlingen verwacht tussen 2022 en 2032. Voor zowel De Hussel als voor De Baskuul wordt in dezelfde periode juist een stijging van zo’n 10% van het aantal leerlingen verwacht. Dat heeft te maken met de wijk Waterweide en de mogelijke nieuwbouw in Groot/Vriend te Lutjebroek. Voor de Molenwiek en de Wendel wordt rekening gehouden met de nieuwe woonwijk Florapark. De verdeling van deze kinderen over beide scholen wordt gebaseerd op de huidige verhoudingen wat omvang betreft van de Molenwiek en de Wendel. Op basis van de leerlingenprognose in combinatie met de huidige capaciteit van de schoolgebouwen kan worden geconcludeerd dat er in het regulier basisonderwijs nu en in de toekomst voldoende capaciteit in de schoolgebouwen aanwezig is om alle leerlingen te kunnen huisvesten. Een leerlingenprognose is gebaseerd op zowel de autonome ontwikkeling van het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd in een bepaald gebied én het belangstellingspercentage per school (i.c. het ‘marktaandeel’) in het verleden. Op basis van die variabelen wordt een zo accuraat mogelijke verwachting van de toekomst geschetst.
Uiteindelijk bepalen de ouders op welke school een kind wordt aangemeld.
9
4.
Scenario’s 2029 - 2039: (speciale) basisscholen buiten Plan Zuid
4.1
Kern Lutjebroek
4.1.1 De Baskuul De Baskuul is gebouwd in 1982. Het gebouw is inmiddels ruim 40 jaar oud zodat er een natuurlijk moment is ontstaan om te gaan nadenken over het perspectief van het gebouw. Op dit moment heeft de school een normatief ruimtegebrek van zo’n 100 m2 bvo. Het ruimtegebrek loopt op tot ruim 200 m2 bvo in 2032. Er wordt overleg met het schoolbestuur geïnitieerd om dit probleem op korte termijn op adequate wijze op te lossen. Dit heeft financiële consequenties indien de oplossing bestaat uit het plaatsen van tijdelijke lokalen op het schoolterrein. Of dat ook de meest voor de hand liggende oplossing is, wordt nu dus verkend. De leerlingenprognose gaat ervan uit dat de potentiële woningbouwlocatie Groot/Vriend (ten oosten van de Kerspelweg) doorgang vindt. Mogelijke scenario’s:
Oplossen ruimtegebrek op korte termijn Voor de lange termijn zijn er drie scenario’s denkbaar: 1. Renovatie huidig gebouw + beperkte uitbreiding 2. Nieuwbouw op huidige locatie 3. Nieuwbouw op andere locatie
Omdat er op dit moment nog onvoldoende zekerheid is over de nieuwbouw van woningen in Groot/Vriend, lijkt het verstandig in dit IHP géén definitief besluit te nemen over het toekomstperspectief van De Baskuul maar hiermee te wachten tot het moment dat er wél duidelijkheid bestaat over de woningbouwplannen.
4.2
Kern Grootebroek
4.2.1 Palet Verlengde Raadhuislaan De locatie Verlengde Raadhuislaan van SBO ’t Palet (de bovenbouwlocatie) is oorspronkelijk gebouwd in 1979 en daarmee bijna 45 jaar oud. De school werkt nauw samen met de naastgelegen Praktijkschool. Op korte termijn is er geen directe noodzaak voor vervanging of renovatie. Wel is het denkbaar dat deze locatie wordt samengevoegd met onderbouwlocatie Princenhof. Zie daarvoor hoofdstuk 5 met daarin scenario’s voor Plan Zuid. Mogelijke scenario’s:
Renovatie of nieuwbouw op middellange termijn
10
4.2.2 OBS ‘t Vierspan locatie Woud Locatie Woud van ‘t Vierspan is recent door het schoolbestuur intern verbouwd en in 2019 getransformeerd naar Integraal Kindcentrum door integratie van een peuterschool, kinderdagopvang en buitenschoolse opvang. Op korte termijn is renovatie of nieuwbouw niet aan de orde. Gezien de leeftijd van het gebouw is renovatie of nieuwbouw op lange termijn wel aannemelijk. Mogelijk kan de bezetting van de school nog toenemen door de nieuwe wijk ‘Waterweide’. Mogelijke scenario’s:
Renovatie of nieuwbouw op lange termijn
4.2.3 De Hussel De Hussel is oorspronkelijk gebouwd in 1977. In 2002 is het gebouw uitgebreid. Een deel van het gebouw wordt ingevuld door het bestuursbureau van SKO De Streek. De leegstand vermindert de komende jaren wel in verband met de kinderen die in Waterweide (komen te) wonen, maar daarmee is de leegstand niet opgevuld. Op korte termijn is renovatie of nieuwbouw niet aan de orde, maar er is wel behoefte aan een beperkte technische opwaardering waaraan het schoolbestuur zelf ook wil bijdragen vanuit de opgebouwde onderhoudsreserve. Voor een dergelijke opwaardering wordt uitgegaan van een kengetal van € 175,- per m2 bvo. Gezien de leeftijd van het oorspronkelijke gebouwdeel is een meer ingrijpende renovatie of nieuwbouw van het oude deel op lange termijn wel aannemelijk. Mogelijke scenario’s:
Renovatie of nieuwbouw op lange termijn, beperkte technische opwaardering op korte termijn
4.2.4 Uilenburcht De Uilenburcht is in feite gehuisvest in drie gebouwen die aan elkaar zijn verbonden. Het oudste gebouwdeel stamt uit 1928, het jongste uit 1981. Het schoolbestuur heeft de gehele school in 2010 esthetisch opgewaardeerd en zijn er duurzaamheidsmaatregelen toegepast. In de dagelijkse praktijk ervaart de school overigens een gebrek aan ruimte terwijl het schoolgebouw normatief groot genoeg is. Met name het gebouwdeel uit 1928 kent een bijzondere bruto-nettoverhouding voor wat betreft het aantal m2 vloeroppervlak. In overleg met het schoolbestuur zal naar de daadwerkelijk bruikbare capaciteit worden gekeken. Op basis van een zorgvuldig haalbaarheidsonderzoek dat recht doet aan de kenmerkende elementen van het huidige gebouw zal er een afweging moeten worden gemaakt over de wijze waarop het schoolgebouw wordt vernieuwd. Mogelijke scenario’s:
4.3
Op lange termijn renovatie en/of (ver)nieuwbouw
Kern Bovenkarspel
4.3.1 OBS ’t Vierspan locatie Klim-Op De Klim-Op is gehuisvest in MFA De Rozenboom. Er is geen noodzaak tot renovatie of nieuwbouw, noch op korte noch op lange termijn. Wel zou het binnenklimaat van het gebouw kunnen worden opgewaardeerd tot Frisse School Klasse B en zou het gebouw kunnen worden getransformeerd naar BENG. Zoals reeds benoemd in paragraaf 2.7.4. worden er afspraken gemaakt met het schoolbestuur over hun bijdrage. Daarnaast wordt de routering in het gebouw op korte termijn geoptimaliseerd zodat beide scholen in de MFA op efficiënte wijze gebruik kunnen maken van de ruimte in het gehele gebouw. Hiermee is rekening gehouden bij het bepalen van de bedragen in de paragrafen 6.3 en 6.4. Mogelijke scenario’s:
Gebouw opwaarderen naar Frisse School Klasse B mét transformatie naar BENG of gebouw opwaarderen naar Frisse School Klasse B zónder opwaardering naar BENG
11
4.3.2 St. Willibrordus De St. Willibrordus is gehuisvest in MFA De Rozenboom. Er is geen noodzaak tot renovatie of nieuwbouw, noch op korte noch op lange termijn. Wel zou het binnenklimaat van het gebouw kunnen worden opgewaardeerd tot Frisse School Klasse B en zou het gebouw kunnen worden getransformeerd naar BENG. Zoals reeds benoemd in paragraaf 2.7.4. worden er afspraken gemaakt met het schoolbestuur over hun bijdrage. Net zoals bij locatie Klim-Op van OBS ’t Vierspan wordt de routering in het gebouw op korte termijn geoptimaliseerd zodat beide scholen in de MFA op efficiënte wijze gebruik kunnen maken van de ruimte in het gehele gebouw. Hiermee is rekening gehouden bij het bepalen van de bedragen in de paragrafen 6.3 en 6.4. Mogelijke scenario’s:
Gebouw opwaarderen naar Frisse School Klasse B mét transformatie naar BENG of gebouw opwaarderen naar Frisse School Klasse B zónder opwaardering naar BENG
12
5.
Scenario’s 2024 - 2028: (speciale) basisscholen in Plan Zuid
Zoals gesteld in de inleiding is er met de schoolbesturen voornamelijk over de verschillende denkbare scenario’s in Plan Zuid gesproken. In die wijk staan de volgende schoolgebouwen: Naam school:
Adres:
Bouwjaar:
Schoolbestuur:
Molenwiek hoofdlocatie Molenwiek dislocatie
Korenmolenlaan 4, Brilliant Starstraat 90
1972 1972
SKO De Streek SKO De Streek
‘t Vierspan locatie Wendel Korenmolenlaan 2
1972
Gideon
Princenhof 2
t Palet locatie Princenhof
Princenhof 4
1973 1975, 2001, 2011
Stichting Present Stichting Kopwerk Stichting Trigoon
Scholen in Plan Zuid: MOL K = Molenwiek hoofdlocatie MOL B = Molenwiek dislocatie WEN = ’t Vierspan locatie Wendel GID = Gideon PAL P = Palet Princenhof De genoemde scholen komen volgens de bepalingen uit de verordening onderwijshuisvesting op dit moment niet in aanmerking voor vervanging of renovatie. De gebouwen zijn over het algemeen echter zeer gedateerd, voldoen niet meer aan de hedendaagse onderwijskundige eisen en zijn niet duurzaam (energieverbruik en binnenmilieu). Alle gebouwen zijn ruim 40 jaar oud, hetgeen betekent dat er sprake is van een natuurlijk moment om een uitspraak te doen over het perspectief van het gebouw. Direct ten zuiden van de Molenwiek (Korenmolenlaan) en locatie Wendel van ’t Vierspan bevinden zich peuterschool Nijntje Pluis (La Reinelaan 79, bouwjaar 1971) en gymzaal De Helt (Piet van Egmondweg 1, bouwjaar 1975). Alhoewel deze gebouwen in beginsel geen onderdeel uitmaken van het IHP, is het denkbaar deze in de planfase wel te betrekken bij de nieuwbouwscenario’s.
13
5.1 Molenwiek en Wendel Voor deze scholen zijn er op hoofdlijnen twee scenario’s denkbaar: 1. Renovatie van de bestaande gebouwen 2. Vervangende bouw op één locatie Voor deze scholen wordt één scenario voorgesteld; sloop en vervangende bouw van de hoofdlocatie van de Molenwiek en de Wendel. De nieuwbouw wordt dan gerealiseerd in één complex waarin beide scholen worden gehuisvest. Hierbij wordt rekening gehouden met een buurtfunctie, exclusieve ruimte voor kinderdagopvang, peuteropvang én een nieuwe gymzaal ter vervanging van gymzaal De Helt. Uiteraard wordt de dislocatie van de Molenwiek geïntegreerd bij de nieuwbouw. 5.2 Gideonschool De Gideonschool is gehuisvest in een gebouw van 50 jaar oud en stamt feitelijk uit dezelfde tijd als de Molenwiek (beide locaties) en de Wendel. Ook voor deze school is het op korte termijn noodzakelijk perspectief te bieden. De school grenst direct aan de onderbouwlocatie van SBO ’t Palet. Beide scholen werken nauw samen en daarom hebben beide schoolbesturen reeds een gezamenlijke verkenning gedaan naar de (on)mogelijkheden van renovatie en naar gezamenlijke nieuwbouw op deze plek. Voor de Gideonschool geldt dat renovatie weliswaar haalbaar en uitvoerbaar lijkt, maar dat er rekening wordt gehouden met een inpassingsverlies vanwege de bestaande gebouwstructuur die zich kenmerkt door de vele gangen en relatief grote lokalen.
Daarnaast is het niet mogelijk om flexibiliteit toe te passen zoals het koppelbaar maken van de aula en de speelzaal voor grote vieringen. Omdat de school te maken heeft met leegstand, zou er in het geval van nieuwbouw een kleiner gebouw in de plaats komen van het huidige gebouw. Dat zorgt ervoor dat renovatie van het bestaande gebouw relatief kostbaar is. Bij nieuwbouw kan de samenwerking tussen ’t Palet en de Gideonschool worden geoptimaliseerd door beide scholen en functies te integreren onder één dak. Daarbij kunnen ook synergievoordelen worden behaald door bepaalde ruimten multifunctioneel in te richten. Daarom wordt er in dit IHP één scenario voorgesteld; sloop en nieuwbouw op de huidige locatie, in combinatie met ’t Palet. 5.3 Palet Princenhof ’t Palet is oorspronkelijk gebouwd in 1975 en vervolgens uitgebreid in 2001 en 2011. In dat laatste jaar is het gehele gebouw gerenoveerd en nageïsoleerd (kozijnen en dakbedekking). Op deze locatie is de onderbouw van ’t Palet gehuisvest; de school is dus verdeeld over twee locaties. Het schoolbestuur heeft de wens geuit beide locaties samen te voegen. Daartoe zijn verschillende varianten denkbaar. Het huidige gebouw zou kunnen worden uitgebreid waarbij het bestaande gebouw een verbeterslag krijgt op het gebied van duurzaamheid en binnenklimaat.
Daarbij wordt wel opgemerkt dat het huidige gebouw feitelijk dezelfde beperkingen heeft als de Gideonschool. Een alternatief zou zijn om het huidige gebouw op dezelfde locatie te vervangen door een nieuw gebouw waarin de gehele school kan worden gehuisvest. In dat geval kan er sprake zijn van één nieuwbouwproject waarbij ook de Gideonschool wordt betrokken. De locatie Verlengde Raadhuislaan komt dan vrij voor herontwikkeling. Hierbij gelden dezelfde voordelen als bij de nieuwbouw van de Gideonschool. Daarom wordt er in dit IHP één scenario voorgesteld: sloop en nieuwbouw op de huidige locatie, in combinatie met de Gideonschool.
14
6.
Fasering en financiën
6.1 Demarcatie inbegrepen en niet-inbegrepen kosten In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de mogelijke fasering van de verschillende projecten en de financiële gevolgen ervan. Een kanttekening hierbij is dat de scenario’s louter betrekking hebben op de ruimtebehoefte van het (speciaal) basisonderwijs, omdat de gemeente dáárvoor een wettelijke zorgplicht heeft. In de praktijk zal een schoolgebouw ook onderdak bieden aan kinderopvanginstellingen en/of (jeugd)zorg gerelateerde partners. De extra investering die hiermee is gemoeid, wordt doorgaans gecompenseerd door minimaal een kostprijs dekkende huur in rekening te brengen. Daarnaast wordt er in de scenario’s nog géén rekening gehouden met opbrengsten zoals co-financiering door schoolbesturen en eventueel herontwikkelingspotentieel bij vrijkomende grond. Kosten voor tijdelijke huisvesting, sloop en bouwrijp maken zijn wél inbegrepen in de scenario’s. Bij de samenvoeging van ‘t Palet op de locatie Princenhof is géén rekening gehouden met de realisatie van een gymzaal aangezien er in de directe nabijheid een sporthal beschikbaar is. Realisatie van een solitaire gymzaal op de locatie Princenhof zou resulteren in een extra investering van plm. € 2 miljoen. Bij de scenario’s waarin renovatie wordt voorgesteld, is uitgegaan van renovatie van het gehele bestaande gebouw.
6.2 Kanttekening bij ramingen In de scenario’s wordt gewerkt met de kengetallen en vuistregels zoals beschreven in paragraaf 2.7. Het prijspeil is december 2022. Daarbij moet worden aangetekend dat de bouwkosten de afgelopen jaren exorbitant zijn gestegen. Dat heeft te maken met zowel de ernstig verstoorde toeleveringsketen als gevolg van het coronavirus als met de oorlog in Oekraïne én met het personeelstekort. In het afgelopen jaar zijn in heel Nederland diverse aanbestedingen van scholenbouwprojecten mislukt omdat de inschrijvingen tussen de 30% en 50% boven het budget lagen. De genoemde bedragen in de scenario’s zijn nadrukkelijk een indicatie van de te verwachten investeringen. Daarnaast is er géén indexatie op voorhand toegepast op de bedragen van projecten die in latere jaren worden gerealiseerd. Met het vaststellen van het IHP wordt er géén ‘bestemde reserve IHP’ aangelegd. Het IHP is een leidraad voor de te verwachten investeringen in onderwijshuisvesting. Per project wordt een separaat kredietvoorstel ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd.
15
6.3
Minimaal scenario
School en kern
Schoolbestuur: Bouwjaar: Type ingreep:
Lutjebroek De Baskuul
SKO De Streek
1982 Renovatie + uitbreiding
SBO 't Palet Verlengde Raadhuislaan OBS 't Vierspan locatie Woud
Trigoon Present
De Hussel
SKO De Streek
1979 Princenhof 1983 Renovatie Renovatie + beperkte 1977 technische opwaardering Renovatie
2024 - 2028
2029 - 2033
P.M.
€ 4.500.000
2034 - 2039
Grootebroek Samenvoeging met locatie
(zie locatie Princenhof) € 4.875.000 € 350.000
€ 5.725.000
€ 6.550.000
1928, 1955, 1981
Uilenburcht Bovenkarspel OBS 't Vierspan locatie Klim-op
Present
St. Willibrordus OBS 't Vierspan locatie Wendel Molenwiek Gideonschool
SKO De Streek Present SKO De Streek Kopwerk
SBO 't Palet locatie Princenhof
Trigoon
Opwaardering binnenklimaat 1997 + aanpassen routering Opwaardering binnenklimaat 1997 + aanpassen routering 1972 Nieuwbouw* 1972 Nieuwbouw 1973 Nieuwbouw Nieuwbouw
€ 475.000 € 475.000 € 2.150.000 € 7.500.000 € 3.275.000 € 10.700.000
1975, 2001, 2011
SUBTOTAAL 2023 - 2026 SUBTOTAAL 2027 - 2030 SUBTOTAAL 2031 - 2034
€ 24.925.000 € 4.500.000 € 17.150.000
TOTALE € 46.575.000 INVESTERINGSKOSTEN * Omdat het gebouw relatief veel leegstand kent, zou bij nieuwbouw een veel kleiner gebouw worden teruggebouwd. Daarom is nieuwbouw in dit geval feitelijk goedkoper dan renovatie. Strikt genomen heeft locatie Wendel van OBS ’t Vierspan géén recht op een vaste voet van 200 m2 bvo omdat de school in formele zin een ‘onderwijslocatie’ van OBS ‘t Vierspan is en géén zelfstandige school. Omdat de school in de praktijk echter wél als zelfstandige school fungeert, wordt er bij het bepalen van de investering in geval van nieuwbouw vooralsnog uitgegaan van een vaste voet van 200 m2 bvo.
16
6.4
Maximaal scenario
School en kern
Schoolbestuur: Bouwjaar: Type ingreep:
Lutjebroek De Baskuul
SKO De Streek
1982 Nieuwbouw
Trigoon Present
1979 Princenhof 1983 Nieuwbouw Nieuwbouw + beperkte 1977 technische opwaardering Nieuwbouw
2024 - 2028
2029 - 2033
P.M.
€ 6.070.000
2034 - 2039
Grootebroek Samenvoeging met locatie SBO 't Palet Verlengde Raadhuislaan OBS 't Vierspan locatie Woud De Hussel
SKO De Streek
(zie locatie Princenhof) € 5.500.000 € 350.000
€ 6.150.000 € 7.200.000
1928, 1955, 1981
Uilenburcht Bovenkarspel
OBS 't Vierspan locatie Klim-op
Present
St. Willibrordus OBS 't Vierspan locatie Wendel Molenwiek Gideonschool
SKO De Streek Present SKO De Streek Kopwerk
SBO 't Palet locatie Princenhof
Trigoon
Opwaardering binnenklimaat en transformatie naar BENG 1997 + aanpassen routering
€ 1.575.000
Opwaardering binnenklimaat en transformatie naar BENG 1997 + aanpassen routering
€ 1.575.000
1972 Renovatie 1972 Nieuwbouw 1973 Nieuwbouw Nieuwbouw
€ 2.900.000 € 7.500.000 € 3.275.000 € 10.700.000
1975, 2001, 2011
SUBTOTAAL 2024 - 2028 SUBTOTAAL 2029 - 2033 SUBTOTAAL 2034 - 2039
€ 27.875.000 € 6.070.000 € 18.850.000
TOTALE € 52.795.000 INVESTERINGSKOSTEN *Strikt genomen heeft locatie Wendel van OBS ’t Vierspan géén recht op een vaste voet van 200 m2 bvo omdat de school in formele zin een ‘onderwijslocatie’ van OBS ‘t Vierspan is en géén zelfstandige school. Omdat de school in de praktijk echter wél als zelfstandige school fungeert, wordt er bij het bepalen van de investering in geval van nieuwbouw vooralsnog uitgegaan van een vaste voet van 200 m2 bvo. 6.5 Fasering In beide scenario’s ligt het zwaartepunt van de investeringen in de periode 2024 – 2028. Het is goed te benoemen dat er mogelijk méér dan een miljoen euro op tijdelijke huisvesting kan worden bespaard indien de projecten in een slimme volgorde worden uitgevoerd. Daarbij wordt als eerste een nieuwe MFA gerealiseerd voor Molenwiek en locatie Wendel van OBS ’t Vierspan op een andere locatie. Er is dan géén tijdelijke huisvesting nodig voor deze twee scholen. Zodra de MFA gereed is, nemen Molenwiek en Wendel hun intrek in de MFA. De leegkomende gebouwen kunnen dan als tijdelijke huisvesting worden ingezet voor de Gideonschool en ’t Palet Princenhof. Zodra de gemeenschappelijke huisvesting voor de Gideonschool en beide locaties van ’t Palet gereed is, kunnen deze scholen hun intrek nemen in de nieuwbouw. Deze slimme volgorde heeft alleen kans van slagen indien de projecten direct na elkaar plaatsvinden.
17