IHK Integraal Huisvestingskader Kindvoorzieningen Stede Broec 2018
Tekst van het document
Integraal huisvestingskader kindvoorzieningen Stede Broec
Afdeling Samenleving 2017
Integraal Huisvestingskader
Planning Het opstellen van een Integraal Huisvestingskader verloopt in een aantal stappen: Stap 1. Vaststellen startnotitie De startnotitie en de concept uitgangspunten voor de totstandkoming van een Integraal Huisvestingsplan zijn vastgesteld door het college nadat het OOGO instemming heeft betuigd in 2017. Stap 2. Inventarisatie van bestaande situatie en statitische gegevens De huidige situatie en de relevante statistische gegevens worden in beeld gebracht. Dit gaat om de volgende gegevens:
Recente leerlingenprognoses; Ruimtebehoefte berekening; Beschrijving van staat van onderhoud; Ontwikkeling in het kader van de woonvisie; Gegevens wijkopbouw; Overzicht huidige voorzieningen niveau in de wijken.
Stap 3. Inventarisatie van de gewenste situatie voor de komende 10 jaren In samenwerking met de betrokken partners moet er een visie zijn op huisvesting van onderwijsvoorzieningen in relatie tot kinderopvang en andere kindvoorzieningen. Stap 4. Analyse Vervolgens dient te worden vastgesteld in welke mate de bestaande situatie afwijkt van de gewenste situatie en welke scenario‘s er moeten worden uitgewerkt. De verschillende scenario’s dienen te worden beoordeeld op hun wenselijkheid en vooral de (financiële) haalbaarheid bij zowel de schoolbesturen, voorschoolse voorzieningen als de gemeente. Aan de hand van een duidelijk afwegingskader zal vervolgens een prioriteitsstelling moeten worden gemaakt. De uiteindelijke voorstellen kunnen vervolgens via bekende inspraakkanalen (o.a. de Lokaal Educatieve Agenda, het Op Overeenstemming Gericht Overleg) definitief worden vastgesteld. Stap 5. Uitvoeringsplan Op grond van de uitgewerkte scenario’s zal een globaal uitvoeringsplan worden opgesteld dat uitgangspunt vormt voor een financiële paragraaf. Onderzoek zal uitwijzen welk budget daarmee gemoeid is. Dit wordt zo spoedig moglijk aan het college en de raad voorgelegd ter besluitvorming. Planning en tijd Het proces is minder snel gegaan dan in eerste instantie beoogd en oorspronkelijk aangegeven was. De belangrijkste oorzaken die hieraan ten grondslag liggen zijn de vele
1
Integraal Huisvestingskader
ontwikkelingen in het onderwijsveld met gevolgen voor de huisvesting, de diverse landelijke ontwikkelingen op dit vlak, de complexiteit van de materie, en de voorbereidingen die voorafgaande aan het proces getroffen dienden te worden. Inmiddels is er veel voorwerk verricht. Te denken valt aan de benodigde data over scholen, leerling-aantallen, visie vorming IKC e.d. De volgende planning is nu gemaakt. Stap Stap 1. Vaststellen startnotitie en uitgangspunten Stap 2. Inventarisatie van huidige sitituatie en relevante statistische gegevens Stap 3. Inventarisatie van gewenste situatie Stap 4. Analyse Stap 5. Vaststelling Integraal Huisvestingskader door college en raad
Uitvoering December 2016 Mei/ september 2017 September - november 2017 December 2017 December 2017 - Januari 2018
2
Integraal Huisvestingskader
INLEIDING In een integraal huisvestingskader kindvoorzieningen (IHK) wordt een visie gevormd voor de onderwijshuisvestingsvoorzieningen voor de middellange tot lange termijn. Hierbij worden ook de ontwikkelingen in de kinderopvang en andere maatschappelijke voorzieningen meegenomen. De wettelijke taken voor onderwijshuisvesting zijn opgenomen in de Wet op het Primair Onderwijs, WPO, en de Wet op het Voortgezet Onderwijs, WVO. De gemeente behoort een Verordening voorzieningen huisvesting op te stellen. De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Stede Broec is per 2016 aangepast en geactualiseerd. Op grond van de Verordening stellen gemeenten jaarlijks een huisvestingsprogramma vast voor de beoordeling van de aanvragen van de schoolbesturen. De Verordening geeft de kaders voor de besluitvorming omtrent deze aanvragen en geeft ook de basis voor de mogelijkheden die in het IHK worden opgenomen. In dit kader geven de gemeente en schoolbesturen een gezamenlijke visie en kaders aan voor de uitwerking van het beleid voor de komende jaren. Het kader heeft geen juridische status.
Bij de startnotitie Integraal huisvestingsplan Stede Broec is bepaald dat een proces wordt ingezet gericht op het vaststellen van de gewenste toekomstige ontwikkelingen en de gewenste samenwerking in het kader van de doorgaande leerlijn, van openbare en bijzondere basisscholen samen met de voorschoolse voorzieningen en het voortgezet onderwijs voor de komende 15 jaar. De visie is hierbij grotendeels voor een langere termijn. Gemeente en schoolbesturen kunnen op basis van dit IHK een gezamenlijk beeld schetsen van de onderwijshuisvesting en de financiële consequenties hiervan. Voorgesteld is om een IHK te ontwikkelen met meerdere scenario’s met een oplopend ambitieniveau. TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN Schoolbesturen Aanpassingen op grond van gewijzigde wet- en regelgeving Algehele en gedeeltelijke aanpassingen Preventief en technisch onderhoud Technische en functieverbeterende aanpassingen Ingrijpend onderhoud Onderwijskundige aanpassingen Gemeente De gemeente Stede Broec heeft een zorgplicht voor adequate onderwijshuisvesting. De minimale eisen hiervoor zijn opgenomen in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO). In de Verordening is dat uitgewerkt. Gemeenten ontvangen een niet- geoormerkte vergoeding in het Gemeentefonds. Gemeenten hebben taken voor de volgende voorzieningen: Uitbreiding Nieuwbouw of vernieuwbouw Verplaatsing van tijdelijke gebouwen
3
Integraal Huisvestingskader
Medegebruik en verhuur Bijzondere omstandigheden (brand - stormschade - diefstal)
LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN DIE VAN INVLOED ZIJN OP HET IHK HARMONISATIE KINDEROPVANG Peuterspeelzalen zijn in de afgelopen jaren geharmoniseerd met de kinderopvang, waarmee de kwaliteiteisen van de kinderopvang van toepassing zijn. De kwaliteit is verhoogd en op alle groepen werken gekwalificeerde beroepskrachten, die bijna allemaal geschoold zijn in een VVE programma (voorschoolse educatie). Er is minder versnippering van voorzieningen. Voor de bekostiging kan meer gebruik worden gemaakt van de kinderopvangtoeslag van het Rijk. Peuters krijgen op deze wijze steeds vaker hetzelfde aanbod en ouders krijgen meer keuzevrijheid. Dit is gebaseerd op het Kabinetsbeleid „Een betere basis voor peuters“. Het is de bedoeling om alle peuters een goede start te geven. Hiervoor zijn in de Kabinetsbrief van 26 april 2016 „Een aanbod voor alle peuters“, de bestuurlijke afspraken tussen Rijk en VNG vastgelegd om alle peuters te bereiken met voorschoolse educatie. De toekomstplannen zijn nog meer gericht op de doorgaande ontwikkelingslijnen (0-12), opbrengstgericht werken en ondersteuning ouders door meer ouderbetrokkenheid. PASSEND ONDERWIJS Per januari 2014 is de Wet op het Passend Onderwijs van kracht. Schoolbesturen en de Samenwerkingsverbanden hebben de verantwoordelijkheid dat iedere leerling die extra ondersteuning nodig heeft een passend aanbod krijgt.
Ieder kind heeft recht op optimale kansen om zich te ontwikkelen: thuis, op school en in de vrije tijd. Die kansen stijgen als gemeenten, onderwijs en jeugdhulp elkaar gemakkelijk vinden. De verbinding onderwijs –jeugdhulp- wijkwelzijn is nodig voor uitvoering van het werk van onder meer uitvoerende professionals, beleidsmakers en bestuurders. JEUGDHULP Sinds januari 2015 is de jeugdzorg gedecentraliseerd naar de gemeenten. De gemeente werkt met een gebiedsteam. Het doel is om kinderen ondersteuning te bieden bij problemen met opgroeien en ouders steun te bieden bij het opvoeden als dat nodig is. Van leerkrachten en pedagogisch medewerkers wordt gevraagd om snel te signaleren en preventief te handelen. Als het nodig is, dient men door te verwijzen naar meer gespecialiseerde vormen van zorg. Er wordt gewerkt vanuit het principe één kind-één gezinéén plan. Samenwerking tussen onderwijs en gebiedsteam wordt verbeterd met behulp van de schoolmaatschappelijk werker, jeugdarts of jongerenwerker. KRIMP Sinds 2003 is in Nederland het aantal geboorten gedaald. Ook in Stede Broec is er sprake van een daling van het aantal (toekomstige) leerlingen. Er ontstaan kleinere scholen en er zijn leegstaande lokalen. Dit leidt tot keuzes in het voorzieningenniveau. Naast meer samenwerking tussen scholen gaat het ook om mogelijkheden van het samengaan met kinderopvang en andere voorzieningen.
4
Integraal Huisvestingskader
SAMENWERKINGSSCHOLEN Sinds september 2011 is het wettelijk mogelijk om een samenwerkingsschool te vormen. Dat is een school waarin verschillende denominaties/identiteiten samenkomen en onder één schoolbestuur gaan vallen. Op 11 juli 2017 is de 'Wet samen sterker door vereenvoudiging samenwerkingsschool' aangenomen. Hiermee kunnen openbare en bijzondere scholen gemakkelijker fuseren als ze te klein dreigen te worden om zelfstandig voort te bestaan. Vooral in krimpgebieden geeft dit een goede oplossing voor het onderwijs en voorzieningenniveau. FLEXIBELE ONDERWIJSTIJDEN In het primair onderwijs zijn er steeds meer scholen die werken met continuroosters. De afstemming met de buitenschoolse opvang wordt hierbij ook belangrijker. Dit brengt meer samenwerking met scholen, kinderopvang en organisaties voor sport en cultuur leidend tot passende dagarrangementen. VISIE ONDERWIJS EN ONDERWIJSKWALITEIT In 2015 is de Commissie, genaamd Platform Onderwijs 2032, ingesteld. Het onderwijs zal in de komende jaren met een flinke verandering te maken krijgen. Het kerncurriculum is veel meer gericht op digitale geletterdheid naast de basisvaardigheden (Nederlands, Engels, burgerschap, rekenvaardigheden/wiskunde) en cultuureducatie (CMK regeling). De versteviging van de positie en professionele ontwikkeling van het onderwijzend personeel is hierbij aandachtspunt.
De onderwijshuisvesting zal voor dit type onderwijs dan ook voldoende mogelijkheden moeten bieden. IKC, KINDCENTRA VOOR ONTWIKKELINGSKANSEN De term Integrale Kind Centra (IKC) is een samenwerkingsconcept dat staat voor: samenwerking tussen diverse partners (school en voorschoolse voorzieningen en van daaruit ook buitenschoolse opvang en samenwerking met sport, cultuur, jeugdhulp, opvoed- en opgroeiondersteuning en wijkontwikkeling). Eén van de belangrijkste doelstellingen van een IKC is een doorgaande pedagogische en didactische lijn. Ieder IKC betreft maatwerk. Het kindcentrum betrekt expliciet ook de 0 – 4 jarigen. De eerste levensjaren zijn heel belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Het kindcentrum strekt zich uit van 0 – 13 jaar. Hoe beter kinderen zijn voorbereid in de voorschoolse periode, hoe meer profijt ze kunnen behalen van de basisschool. Met de inzet van VVE programma’s is het gunstig om de leeftijd 0 – 6 jaar te koppelen. De belangrijkste motieven voor een kindcentrum zijn:
Het kind meer centraal (dagarrangement zonder veel onderbrekingen) Minder versnippering van voorzieningen Doorgaande lijnen Investeren in talentontwikkeling bij jonge kinderen Opvang behoeften van ouders-arbeidsmotieven Betere afstemming van de zorg (multidisciplinair)
5
Integraal Huisvestingskader
Onderwijs heeft baat bij een georganiseerde omgeving en samenwerking met partners in de wijk.
OPDRACHT HERIJKING ONDERWIJSHUISVESTING GEMEENTE STEDE BROEC In de Startnotitie Integraal huisvestingsplan Kindvoorzieningen (2017) zijn de volgende uitgangspunten opgenomen: Het integraal huisvestingskader moet zorgen voor draagvlak bij het onderwijs en andere maatschappelijke partners rondom het kind en het gezin om te komen tot toekomstbestendig onderwijs. Het Integraal huisvestingskader moet antwoord geven op de volgende vraagstukken: Hoe kunnen wij, schoolbesturen en gemeente samen, de komende jaren zorgen voor adequate en toekomstbestendige huisvesting; Hoe kunnen wij voor het primair basisonderwijs een voldoende gevarieerd aanbod van onderwijs waarborgen; Hoe kunnen wij schoolgebouwen binnen de financiële kaders van zowel de schoolbesturen als de gemeente realiseren, vernieuwen of uitbreiden; Hoe kunnen wij leegstand beperken door medegebruik en verhuur aan maatschappelijke partners rondom het kind en het gezin; Hoe kunnen wij de positie van de school in de wijk in stand houden of verbeteren; Hoe kunnen we de school als “vindplaats” optimaal benutten dan wel ondersteunen ten behoeve van het kind en het gezin; Hoe kunnen wij een optimaal leerklimaat realiseren voor alle leerlingen. Stap 2. Inventarisatie van bestaande situatie en statitische gegevens De huidige situatie en de relevante statitische gegevens worden in deze notitie in beeld gebracht.
Dit gaat om de volgende gegevens:
Recente leerlingenprognoses; Ruimtebehoefte berekening; Beschrijving van staat van onderhoud; Ontwikkeling in het kader van de woonvisie; Gegevens wijkopbouw; Overzicht huidige voorzieningen niveau in de wijken.
LOKALE SITUATIE STEDE BROEC
INVENTARISATIE GEBOUWEN EN SCHOOLBESTUREN
In de gemeente Stede Broec zijn negen reguliere basisscholen. Het is een compacte gemeente, waarbij de afstanden tussen de dorpen Bovenkarspel, Grootebroek en Lutjebroek kort zijn. De scholen vallen onder de verantwoordlijkheid van drie schoolbesturen, te weten: Stichting Openbaar Onderwijs Present Het Vierspan, locatie Woud Kloosterpoort 3 Grootebroek Het Vierspan, locatie Wendel Korenmolenlaan 2 Bovenkarspel Klim Op De Bouw 60 Bovenkarspel
6
Integraal Huisvestingskader
Stichting Katholiek Onderwijs De Streek De Hussel (Jenaplan) De Uilenburcht De Molenwiek De Willibrordus De Baskuul
Dam 20a Grootebroek Zesstedenweg 182 Grootebroek Korenmolenlaan 4 Bovenkarspel De Bouw 64 Bovenkarspel Horn 15 Lutjebroek
Stichting Kopwerk PCB Gideon
Princenhof 2 Bovenkarspel
Daarnaast is er één speciale school voor basisonderwijs, namelijk: Stichting Specialistisch Onderwijs en Ondersteuning West Friesland t Palet SBO Verl. Raadhuislaan1 Grootebroek t Palet, locatie Princenhof Princenhof 4 Bovenkarspel
7
Integraal Huisvestingskader
DEEL 1 ONTWIKKELING LEERLINGAANTALLEN EN ONTWIKKELING KRIMP EN LEEGSTAND Uit de leerlingenprognose van 2015 blijkt dat er sprake is van een lichte krimp en dat de basisgeneratie (4 – 12 jarigen) vanaf het jaar 2015 onder de 2000 leerlingen komt. In 2018 komt er een nieuwe leerlingenprognose.
PROGNOSES PER SCHOOL Hieronder een overzicht met een deel van de leerlingenprognose. SCHOOL PC Gideon RK De Uilenburcht RK De Hussel RK De Molenwiek RK Willibrordus RK De Baskuul OBS ‘t Vierspan, De Wendel OBS ‘t Vierspan, De Woud ‘tVierspan totaal OBS Klimop Totaal
2012 PROGNOSE 178 364 176 319 307 195 103
2016 PROGNOSE 161 354 152 265 243 161 73
2020 PROGNOSE 151 361 150 245 220 169 67
2025 PROGNOSE 144 343 154 232 220 194 63
2029 PROGNOSE 141 335 164 222 237 216 61
213
189
191
202
222
316 165 2.020
262 128 1.726
258 117 1.671
265 114 1.666
283 119 1.717
2017 PROGNOSE 161 376 154 264 236 161 73
2017 WERKELIJK 149 363 183 276 251 186
WERKELIJKE DEELNAME LEERLINGEN 4 – 12 JAAR per 2016 SCHOOL PC Gideon RK De Uilenburcht RK De Hussel RK De Molenwiek RK Willibrordus RK De Baskuul OBS ‘t Vierspan, De Wendel OBS ‘t Vierspan, De Woud ‘tVierspan totaal OBS Klimop Totaal
2016 PROGNOSE 161 354 152 265 243 161 73
2016 WERKELIJK 192 360 177 275 251 160
verschil + 31 + 6 + 25 + 10 + 8 -1
189 262 128 1.726
192 313 106 1.834
+ 51 -22 + 108
265 126 1.743
299 96 1803
Volgens de prognoses uit 2015 leek de krimp het grootst in de periode 2012 -2018. In 2018 zijn er volgens de prognose 1710 leerlingen. Vanaf 2028 komt er weer een toename. Het is van belang om te weten hoeveel leerlingen er nu werkelijk op de scholen zijn en hierbij een vergelijking te maken met de prognoses. De gegevens van de 1 oktober telling 2017 zijn bekend. Uit die cijfers blijkt dat het werkelijk aantal leerlingen in 2017 hoger is dan de prognose aangaf, n.l. 71 leerlingen in de plus. Met deze gegevens lijkt het enigszins mee te vallen met de krimp.
8
Integraal Huisvestingskader
VOORSCHOOLSE PERIODE Ontwikkeling 0 t/m 4 jarigen Aantal geboortes per gemeentedeel in Stede Broec Gemeentedeel
2012
2013
2014
2015
2016
totaal
Bovenkarspel Grootebroek Lutjebroek totaal
86 93 18 197
80 102 20 202
85 77 26 188
88 94 21 203
80 104 28 210
417 470 113 1000
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het aantal geboren kinderen in 2016 hoger ligt dan in 2012. Ten opzichte van 2012 is er sprake van een lichte stijging. Het gemiddeld aantal kinderen per jaar/leeftijd is circa 200.
LOCATIES KINDEROPVANG en DEELNAME PEUTERS PER LOCATIE PEUTEROPVANG Er zijn twee kinderopvangorganisaties: Kappio met peuteropvang op drie locaties genaamd peuterscholen en Smallsteps met 2 kinderdagverblijven, beide met aparte peutergroepen. Plaats
Locatie KDV
Bovenkarspel
Nijntje Pluis Kappio
Grootebroek
De Drie Turven Kappio Jubelz Smallsteps Villa Sprookjestuin Smallsteps Peuterhorn Kappio
Grootebroek Grootebroek Lutjebroek
Capaciteit LRKP kindplaatsen KDV 128 (2 x 4 x 16 peuters) 80
Aantal peuters 2017 juni/juli
VVE
102
Ja 19
54
Ja 14
80
63
Ja
96
121
(ja)
16 (1 groep van 16)
48
Ja
totaal
388
BSO
4
ja ja
4 41
Het totaal aantal deelnemende peuters is 388. Bij het gemiddelde aantal van 200 kinderen per jaar kunnen we als uitgangspunt nemen dat er circa 400 kinderen in de leeftijd van 2-4 jaar zijn. Op basis van bovenstaand overzicht is van circa 12 kinderen niet bekend of en waar deze een voorschoolse voorziening bezoeken.
AANBOD EN BEREIK PEUTEROPVANG EN VVE Gemeenten hebben de taak om te zorgen voor voldoende VVE aanbod. Alle vijf locaties van de peuteropvang zijn erkende VVE locaties. Er is voldoende aanbod. Het bereik is hoog volgens de gegevens van de GGD.
9
Integraal Huisvestingskader
Naast het VVE aanbod is het van groot belang dat alle peuters een voorschools aanbod krijgen. De gemeente Stede Broec ontvangt middelen voor VVE via de rijksbijdrage OAB, onderwijsachterstandenbeleid, en vanaf 2016 extra structurele rijksmiddelen voor het brede peuteraanbod. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het voorschoolse deel van VVE en schoolbesturen voor het vroegschoolse deel, de kleuterperiode. Uit het overzicht blijkt dat circa 97% al naar een vorm van peuteropvang gaat. Dat is een hoog percentage.Dit betekent dat er niet veel extra ruimte nodig is voor meer groepen peuters. Wel is het van belang om in beeld te brengen hoe de wensen van ouders zijn voor deelname van extra dagdelen voor 2 - 4 jarigen en extra opvang voor 0 - 2 jarigen. In samenhang met de aandacht voor de krimp en leerlingendaling kan dit leiden tot een goed beeld van de pedagogische wensen en passende (huisvestings) voorzieningen.
PLANNING GOEDE VOORSCHOOLSE VOORZIENINGEN en HARMONISATIE PEUTEROPVANG Sinds de Wet OKE (2010) heeft de harmonisatie van kinderopvang en peuterspeelzalen een extra impuls gekregen. Hiermee wordt het peuterspeelzaalwerk onder de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang gebracht. In 2018 behoort dit landelijk gerealiseerd te zijn. In Stede Broec is de harmonisatie in de periode 2015 – 2016 tot stand gekomen. De locaties van Kappio zijn in het landelijk register kinderopvang als kinderdagverblijf opgenomen en bieden peuteropvang aan 2 – 4 jarige kinderen aan. Dit wordt peuterschool genoemd. Door de gelijkschakeling aan de dagopvang kunnen ouders, die in aanmerking komen voor de kinderopvangtoeslag van het Rijk, gebruik maken van deze rijks bekostiging. De drie locaties van Kappio en de twee locaties van Smallsteps bieden allen VVE aan. Het VVE programma Startblokken is op alle locaties ingevoerd. Hiermee zijn er afspraken voor: -
Doorgaande ontwikkelingslijnen naar de basisscholen: VVE is van 2 – 6 jaar Gezamenlijk overleg in de VVE werkgroep en de LEA
DOORLOPENDE LEERLIJNEN EN PEDAGOGISCH BELEID Gemeenten hebben de wettelijke taak om op gemeentelijk niveau afspraken te maken met basisscholen over de organisatie van de doorlopende leerlijn en resultaatafspraken. Via OOGO en VVE werkgroep zijn hiervoor afspraken gemaakt. Het gaat daarbij om: - overdracht kindgegevens van voorschool naar de vroegschool - afstemming van het programma tussen voor- en vroegschool - doorstroom van doelgroepkinderen van voor- en vroegschool - afstemming van het pedagogisch en educatief handelen - afstemming van de wijze van ouderparticipatie op de voor- en vroegschool - afstemming van de wijze waarop de zorg en begeleiding is ingericht op de voor- en vroegschool. De harmonisatie peuteropvang en het VVE beleid is gericht op de leeftijd 0 – 6 jaar. In kinderdagverblijven kan al gestart worden met VVE vanaf de babygroepen. Kinderen van de doelgroep VVE behoren vanaf 2,5 jaar te kunnen deelnemen aan VVE. In Stede Broec kan dit
10
Integraal Huisvestingskader
al vanaf 2 jaar. In feite profiteren alle peuters van de werkwijze van VVE. Al deze taken kunnen de basis vormen voor het totale beleid voor de doorlopende leerlijn voor alle kinderen van 0 – 12 jaar. Dit past bij de wensen om alle kinderen van 0 – 12 jaar zoveel mogelijk ontwikkelingskansen te bieden.
ONTWIKKELINGSKANSEN VOOR KINDEREN EN VORMING KINDCENTRA De eerste jaren van kinderen zijn heel belangrijk voor de verdere ontwikkeling. Het vormen van een kindcentrum met aandacht voor de ontwikkeling van 0 – 4 jarigen , extra aandacht voor de VVE periode van 2 – 6 jaar en uiteindelijk voor de gehele periode van 0 – 13 jaar is daarvoor een goede (basis) voorziening. De inspanningen richten zich hier steeds meer op. Door deze ontwikkelingen zijn er betere mogelijkheden voor het vormen van kindcentra. De Rijksoverheid heeft zich positief uitgesproken over de ontwikkeling van kindcentra (regeerakkoord 2012). De uitwerking gaat stap voor stap. De harmonisatie peuterspeelzalen – kinderopvang gaf hiervoor een duidelijk uitgangspunt en meerdere samenwerkingsvormen. De drie vormen staan hieronder vermeld. Taken gemeente
Kwaliteit voorschoolse voorzieningen 100 % VVE aanbod en wettelijke taken LEA Financiële toegankelijkheid voor alle peuters Extra taken Uitwisseling expertise Gezamenlijk VVE aanbod Afstemmen pedagogische visie Gezamenlijk kwaliteitsbeleid Gezamenlijke scholing Huisvesting onder 1 dak/nabij Één pedagogische visie Flexibele inzet personeel Integraal management
Model 1 lichte samenwerking x
Model 2 intensieve samenwerking x
Model 3 IKC Integraal Kindcentrum x
x
x
x
x
x
x
x x x x
x x x x x x x x
x
PILOT PROJECT SAMENWERKING VVE PEUTERSCHOOL EN BASISSCHOOL Binnen de VVE werkgroep is in het voorjaar 2017 besproken om de samenwerking van de peuterscholen met de basisscholen te intensiveren. Het is een initiatief van Kappio. In schooljaar 2017 - 2018 zal tijdelijk een Projectmanager VVE kwaliteitsimpuls worden aangesteld om te werken aan een kwaliteitsimpuls van VVE en in het bijzonder de samenwerking van voorscholen, basisscholen en ouders te intensiveren en te borgen. Smallsteps en alle basisscholen doen mee. Dit is ook een belangrijke bijdrage voor de te vormen IKC’s, waar het accent ligt op de inhoudelijke doorgaande ontwikkelingslijnen. De
11
Integraal Huisvestingskader
periode 0 – 6 jaar krijgt hiermee een flinke impuls. Binnen het totale aanbod van 0 – 12 jaar vormen de eerste jaren de basis. Wanneer dit tot stand komt, is al (grotendeels) voldaan aan Model 2 voor de intensieve samenwerking. Ieder IKC is maatwerk. Er zijn zeker verschillen in de vorm van activiteiten, maar de uitgangspunten voor het VVE beleid in de gemeente zijn dezelfde.
ONDERWIJS EN ZORG Voor een goede ontwikkelingsstimulering biedt de peuterperiode met een uitdagende speelen leeromgeving al een goede start. Wanneer dit gecombineerd wordt met de taken voor opvoedondersteuning, vroegsignalering en doorverwijzing ingeval van extra begeleiding en ondersteuning dan komt er een compleet beeld. Betrokken partners zijn in ieder geval GGD, `t Opvoedpakket en het gebiedsteam. Standpunt VNG: gemeentelijke verantwoordelijkheid en lokaal maatwerk Vanwege de verantwoordelijkheid, die gemeenten hebben voor de voorschoolse educatie, het lokale jeugdbeleid, de jeugdgezondheidszorg en de jeugdzorg (vanaf 2015) is het wenselijk om de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling voor alle peuters bij gemeenten te beleggen. Op lokaal niveau kan het beste aangesloten worden op het beschikbare aanbod aan voorschoolse voorzieningen en de specifieke behoeften van de peuters en hun ouders. Ook kan op dit niveau gezorgd worden voor een goede afstemming met de jeugdgezondheidszorg en de jeugdzorg, zodat er een doorgaande lijn ontstaat in de zorg voor kinderen. Vroegsignalering van ontwikkelingsproblemen bij jonge kinderen brengt bovendien een kostenbesparing met zich mee. Specialistische en duurdere zorg op latere leeftijd kan mogelijk voor een deel worden voorkomen.
En het tijdig aanbieden van specialistische hulp kan bij zwaardere problemen zorgen voor een efficiëntere inzet van middelen. Kortom het inbedden van de peuteropvang in het lokale sociale domein biedt een uitstekende mogelijkheid voor inclusieve opvang. Onderdeel van het lokale maatwerk is de mogelijkheid voor gemeenten om te zorgen voor een optimaal bereik van alle peuters met een peuteraanbod. In 2016 zijn de afspraken voor een breed peuteraanbod vastgelegd tussen het Rijk en de VNG. Het gaat om de gezamenlijke inspanningen om iedere peuter een voorschools aanbod te bieden.
PASSEND ONDERWIJS: ONDERWIJS – ZORG MET CONCEPTEN INCLUSIEF ONDERWIJS Elk kind het onderwijs dat bij hem past. Dat is passend onderwijs. Om elk kind passend onderwijs te kunnen bieden is samenwerking van scholen nodig. De basisscholen van West-Friesland werken samen in het Samenwerkingsverband De Westfriese Knoop. Alle basisscholen, schoolbesturen en scholen voor speciaal (basis)onderwijs in de regio zijn bij het Samenwerkingsverband aangesloten. Zij maken afspraken om ervoor te zorgen dat alle leerlingen het onderwijs krijgen dat bij hen past.
12
Integraal Huisvestingskader
Iedere school heeft een schoolondersteuningsprofiel. Daarin staat welke basisondersteuning de school kan bieden. Er staat ook in welke extra ondersteuning de school kan bieden en van welke deskundigheid, voorzieningen en partners een school gebruik kan maken. Op basis van de samenwerking tussen de basisscholen in een knooppunt worden de ondersteuningsplannen opgesteld. Soms kan het reguliere basisonderwijs een kind niet de ondersteuning bieden die het nodig heeft. In het ondersteuningsteam (OT) van de school wordt dan besproken of een speciale (basis)school beter aansluit op de onderwijsbehoefte van het kind. Om toegelaten te worden tot het speciaal (basis)onderwijs, heeft een kind een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) nodig van het Samenwerkingsverband. Het speciaal basisonderwijs (SBO) is bedoeld voor leerlingen die binnen het reguliere basisonderwijs onvoldoende tot ontwikkeling komen. Het gaat om leerlingen waarvan de basisschool, na er alles aan gedaan te hebben, moet constateren dat hun onderwijsbehoefte de mogelijkheden van de school overtreft. In de gemeente Stede Broec bestaat sinds 1 augustus 1998 een speciale school voor basisonderwijs (SBO) ‘t Palet . Deze regionale voorziening valt onder de wet op het Primair Onderwijs. De school is interconfessioneel, dit betekent een onderwijsaanbod waarbij kinderen kennis maken met zoveel mogelijk geestelijke stromingen.
De universele rechten van het kind zijn het uitgangspunt. Wanneer het niet lukt om leerlingen in het regulier basisonderwijs te houden, dan biedt ‘t Palet een thuis nabij schoolomgeving waar kinderen- in kleinere groepen met veel specialisten- een speciaal lesaanbod krijgen. Hierbij gelden dezelfde kerndoelen als in het basisonderwijs. Voor alle kinderen die op ’t Palet komen , wordt na plaatsing een ontwikkelingsperspectief beschreven. Dit ontwikkelingsperspectief wordt ieder half jaar geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. De ouderbetrokkenheid is groot. De manier waarop het onderwijs wordt georganiseerd is anders dan op de reguliere basisschool. Ieder kind kan zijn eigen leerlijn voor de verschillende vakken volgen. Er wordt veel gebruik gemaakt van praktisch leren, dus leren door zien, horen en doen. Uitgangspunten inclusief onderwijs in de regio Inclusief onderwijs betekent dat alle kinderen, ongeacht achtergrond, dezelfde scholen bezoeken, in heterogene groepen functioneren en het gewone onderwijsprogramma volgen afgestemd op hun eigen mogelijkheden. Leerlingen leren van en met elkaar als ze samen worden onderwezen in dezelfde leer- en leefgemeenschap. Zo ontwikkelen ze zich tot volwaardige burgers met een actieve deelname in de maatschappij.
Binnen de Samenwerkingsverband de Westfriese Knoop is ervoor gekozen de kinderen met een indicatie voor speciaal onderwijs(cluster 4)) zo mogelijk toch op te vangen in een SBO. Daarmee is het % leerlingen dat een SBO bezoekt 3,47 %. Landelijk is dit 2,47%, maar de ambitie is hier hoger. De bedoeling is wel om dit % naar beneden te brengen tot 3%. Een zeer klein percentage van de leerlingen (tussen de 1,5 en 2%) volgt nog speciaal onderwijs in cluster 4 scholen in Hoorn of buiten de regio. Tevens is het de ambitie om (toegang tot) jeugdhulp in de school te organiseren. De aansluiting met de gebiedsteams
13
Integraal Huisvestingskader
moet naadloos zijn. In Hoorn is daartoe een aanzet gegeven middels het IKEC waarbij de E staat voor Expertise. DAGARRANGEMENTEN EN ZORG VOOR DE BUITENSCHOOLSE OPVANG Schoolbesturen hebben tot taak (artikel 45, lid 2 WPO) zorg te dragen voor opvang van de leerlingen die de basisschool bezoeken, in de voor- en naschoolse periode tussen 7.30 uur en 18.30 uur, indien ouders hierom verzoeken. Deze buitenschoolse opvang, BSO, wordt vaak verzorgd door kinderopvangorganisaties. Hierdoor is in de afgelopen jaren de samenwerking tussen scholen en kinderopvang toegenomen. Steeds vaker vindt de BSO plaats binnen de schoolgebouwen. Hiermee is er een goede oplossing voor het voorkomen van leegstaande schoollokalen. In Stede Broec verzorgt Smallsteps BSO op de locaties Jubelz, met 100 kindplaatsen, en locatie Villa Sprookjestuin, met 80 kindplaatsen - tot nu toe nog niet op locaties in basisscholen. In de huidige situatie is er geen BSO in leegstaande lokalen van basisscholen (behalve Jubelz in voormalige kleuterschool). Ook is er niet in alle wijken een locatie voor BSO. Zowel Smallsteps als Kappio kunnen samen met de scholen beoordelen welke plannen en ideeën het beste aansluiten bij de wensen van ouders en het gebruik van beschikbare ruimten. Er kunnen goede combinaties van locaties peuteropvang en BSO worden gevormd.
Uitwerken dagarrangementen Het is voor kinderen en ouders van groot belang dat er in Stede Broec een dekkend netwerk van voorzieningen voor onderwijs en kinderopvang komt. Goede combinaties zijn gewenst. Onderwijs en kinderopvang, in de vorm van dagopvang, BSO en peuteropvang, zijn in het kader van de brede ontwikkeling van kinderen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een dekkend netwerk van voorzieningen voor onderwijs en kinderopvang kan een belangrijke rol vervullen in de doelstellingen van passend onderwijs. Bij het uitwerken van plannen is er ook een wens om voor de leerlingen van SBO 't Palet uit te zoeken op welke manier er een naschools aanbod kan komen in de nabijheid van de school. Voor een aanbod met kleinere groepen en extra ondersteuning en begeleiding door pedagogisch medewerkers die opgeleid zijn voor kinderen met gedragsproblematiek. ‘t Palet wordt betrokken bij de IKC ontwikkeling. CULTUUR EN NATUUR In de Nota Cultuurbeleid Stede Broec 2016-2020 is onder meer vastgelegd:
De gemeente stimuleert cultuureducatie en - participatie met het oog op talentontwikkeling, maatschappelijke participatie en persoonlijke ontwikkeling; De gemeente faciliteert een toegankelijke culturele infrastructuur en stimuleert samenwerking tussen culturele organisaties en verenigingen. Cultuureducatie is een gedeelde verantwoordelijkheid van de scholen, culturele organisaties en gemeente. Met de landelijke subsidieregeling Cultuureducatie met Kwaliteit streeft de overheid naar een kwaliteitsverbetering van cultuureducatie in het primair onderwijs.
14
Integraal Huisvestingskader
Er komt een verschuiving van het muziekonderwijs richting de scholen. De bibliotheekfunctie is voor een deel gekoppeld aan activiteiten voor jonge kinderen van 0 - 6 (zoals Boekstart en VVE) en dBOS 4 - 12 (doorgaande leerlijn en doorgaande leeslijn), met eveneens activiteiten voor ouders.
Het is voor de toekomst van belang om deze activiteiten te combineren met de naschoolse periode en kinderopvang en buitenschoolse opvang (BSO). Ook thema's en activiteiten over en in de natuur zijn belangrijk. Een goede inventarisatie van de wensen en toekomstmogelijkheden is noodzakelijk als onderdeel van de pedagogische doorgaande leerlijn, de schoolse - en buitenschoolse activiteiten en de behoefte aan ruimtes. Daarbij dient goed gebruik gemaakt te zijn van leegstaande lokalen. Tevens moet er aandacht zijn voor buitenruimte zoals bijvoorbeeld natuurspeelplaatsen.
SPORT EN BEWEGEN Activiteiten voor Sport en Bewegen zijn goed te combineren met naschoolse activiteiten. Voor de tussenschoolse opvang is dit niet goed mogelijk, omdat de tijd te kort is om van alles te organiseren. Bij een continu rooster zou het wel goed aansluiten. Het aanbieden van dagarrangementen samen met de scholen is een interessante ontwikkeling voor Sportservice en sportverenigingen. De BSO organiseert vaak al gezamenlijke activiteiten. Dit kan worden uitgebreid. Het is dan nodig om telkens te inventariseren met de scholen en verenigingen welke wensen er zijn voor de activiteiten en het gebruik van ruimtes, speelterreinen en schoolpleinen: - het schoolplein kan aantrekkelijk zijn/ gemaakt worden voor spel en bewegen; - buurtsport en schoolplein benutten voor de warmere periodes; indoor buurtsport en gebruik gymzaal voor de koudere periodes; - welke activiteiten: balsporten, dans, gymnastiek/turnen, klimmen, zelfverdediging, atletiek en denksporten; - sportverenigingen kunnen clinics verzorgen en kinderen kunnen naar de vereniging toe om daar te trainen; - voor de kleuters andere activiteiten, zoals Alles beweegt, kinderyoga, kleuterballet, liedjes en dansjes; - activiteiten voor de kleuters kunnen ook in combinatie met de peuters en/of groep 3 en 4 - gebruik sporthal voor diverse activiteiten
OPTIMALE ONTWIKKELINGSKANSEN VOOR ALLE KINDEREN VAN 0 – 12 JAAR IN INTEGRALE KIND CENTRA (IKC) Een aantal jaren zijn er gesprekken met drie schoolbesturen over mogelijkheden voor IKC vorming in de gemeente Stede Broec. In 2015 heeft Sardes voor alle SED gemeenten het rapport “Toekomstbestendige voorzieningen voor kinderen“ opgesteld. In Stede Broec ligt het accent op doorgaande pedagogische leerlijnen in scholen met vroegen voorschoolse voorzieningen, aansluiting op cultuur, sport, jeugd- en opvoedhulp en
15
Integraal Huisvestingskader
aansluiting op de wijk. Clustering van voorzieningen op wijkniveau met een beter dagarrangement levert een goede bijdrage aan de inhoudelijke ontwikkeling van de kinderen en biedt voordelen aan ouders. Uiteindelijk zijn het de schoolbesturen die een besluit nemen over de toekomst van de scholen en behouden ouders keuzevrijheid. In november 2015 is een intentieverklaring ondertekend door Kopwerk, Present, SKO De Streek, Kappio en de gemeente. Stapsgewijs wordt er gewerkt aan een visie en afstemming van onderwijs en opvang. De gemeente heeft dit kaderopgesteld als uitgangspunt. In de intentieverklaring is afgesproken om onderzoek te doen naar de wijze waarop alle aspecten rondom de vormgeving van voorzieningen voor onderwijs en kinderopvang kunnen worden verbeterd als mede voorstellen te formuleren betreffende het signaleren en oplossen van eventuele knelpunten.Er zijn afspraken gemaakt in het kader van warme overdracht, er wordt samenwerking gezocht met andere partners zoals de combinatiefunctionaris, de schoolmaatschappelijk werkers, GGD. Er komen afspraken met betrekking tot sport en cultuureducatie en er wordt samen opgetrokken in het aanbod van opgroei- en opvoedondersteuning. In elk (wijk)cluster van Stede Broec zullen er vergelijkbare kwalitatief goede voorzieningen zijn voor kinderen van 0 – 12 jaar.
Zowel de voorschoolse periode als de buitenschoolse opvang zijn bepalend voor de keuzes van samenwerking en IKC vorming. Hierbij wordt rekening gehouden met een breed ontwikkelingsperspectief: aandacht voor onderwijs, opvang, zorg, sport, cultuur en natuur. Het betreft hier een groeiproces en het is maatwerk.
VOORTGEZET ONDERWIJS: VERVOLG DOORGAANDE LEERLIJNEN 0 -23 JAAR In aansluiting op de periode 0 -12 jaar is het belangrijk om goede doorgaande lijnen te hebben met het voortgezet onderwijs, bijvoorbeeld afstemming 10 - 14 jaar en ook met het VSO (Voortgezet Speciaal Onderwijs). Er moet onderzocht worden hoe de schakel tussen PO en VO voor kwetsbare leerlingen verbeterd kan worden. In de gemeente zijn drie VO scholen gevestigd: de Praktijkschool, Clusius en Martinus College. De ruimtebehoefte van het Martinus College is volgens de leerlingenprognose ruim voldoende. Ook in het VO is immers sprake van krimp en leegstand. Het leerlingaantal van het Martinus College loopt van 2045 (in 2017) naar 1561 (in 2030) en dan geleidelijk weer naar 1680 (in 2037). Nadere afstemming over integrale huisvestingsmogelijkheden (bijvoorbeeld voor 10-14 jaar) in het Martinus College is wenselijk.
16
Integraal Huisvestingskader
DEEL 2 RUIMTEBEHOEFTE BEREKENING Eén van de doelstellingen is om de benodigde capaciteit van de onderwijshuisvesting in overeenstemming te brengen met het leerlingenaantal om zo overcapaciteit te verminderen. Voor schoolbesturen is het een belangrijke opgave om goed om te gaan met de berekeningen voor ruimtebehoefte, omdat de bekostiging is gebaseerd op het leerlingaantal en niet op de grootte van het gebouw. Overcapaciteit komt voor rekening van het schoolbestuur, of van de gemeente indien het schoolbestuur de gemeente heeft verzocht deze meters aan het onderwijs te onttrekken (binnen strikt wettelijke regelgeving). Omschrijving leegstand (artikel 23 Verordening Stede Broec): wanneer in een schoolgebouw in overeenstemming met bijlage III, deel C, is vastgesteld dat de vastgestelde capaciteit van het gebouw groter is dan de vastgestelde ruimtebehoefte. Hieronder een overzicht van de ruimte behoefte en beschikbare ruimte en leegstand. SCHOOL PC Gideon RK De Uilenburcht RK De Hussel RK De Molenwiek RK Willibrordus RK De Baskuul OBS ‘t Vierspan, De Wendel OBS ‘t Vierspan, De Woud ‘tVierspan totaal OBS Klimop Totaal
Leerlingen 2016 192 360 177 275 251 160
Ruimte behoefte 1166 2011 1090 1583 1463 1005
Werkelijke ruimte BVO 1271 1937 2061 1188+568 1156 1386
2025 Prognose 144 343 154 232 220 194 63
Ruimte behoefte 924 1925 975 1367 1307 1176
202 313 106 1.726
1774 733 10.825
1709 1156
265 114 1.666
1533 773 9980
De Uilenburcht en de Woud hebben weinig ruimte, maar het verschil is niet heel erg groot en daarmee redelijk passend voor de ruimtebehoefte. De Willibrordus heeft te weinig ruimte, maar zit samen met de Klimop in de Rozeboomschool en de Klimop heeft een overschot, zodat het voor de hand ligt dat dit passend met elkaar is. De Molenwiek heeft een ruimtebehoefte als zij de dependance opheft. De Wendel heeft flinke overcapaciteit. De Hussel heeft eveneens overcapaciteit en verhuurt een aantal lokalen aan het schoolbestuur. Ook de Gideon heeft overcapaciteit en verhuurt momenteel een lokaal aan Kappio. De Baskuul zit flink in de plus met de ruimte en verhuurt een lokaal aan Kappio. Inzicht in de toekomst wat betreft leerlingenaantallen en ruimtebehoefte voor SBO ` t Palet is afhankelijk van de ontwikkelingen in het regionale Passend Onderwijs en wordt hier niet
17
Integraal Huisvestingskader
meegenomen. SBO 't Palet heeft twee locaties in de gemeente Stede Broec (onder- en bovenbouw). Een beoordeling en invulling van de overcapaciteit aan onderwijslokalen gebeurt samen met de schoolbesturen. Kinderopvang/peuterscholen wel of niet gevestigd in een schoolgebouw In Lutjebroek is de peuterschool Peuterhorn gevestigd in R.K. basisschool Baskuul. In Grootebroek is De Drie Turven van Kappio in basisschool De Hussel gevestigd. In Bovenkarspel west zit KDV Jubelz van Smallsteps in een voormalig kleuterschoolgebouw in de wijk van de Hussel en de Woud. In de Gideonschool start Kappio met 1 peutergroep. In Bovenkarspel oost zit peuterschool Nijntje Pluis in een eigen gebouw tegenover de basisscholen Molenwiek en Wendel. KDV Villa Sprookjestuin heeft een eigen gebouw en is gevestigd op het bedrijventerrein in het centrum. OPHEFFINGSNORMEN In Stede Broec is de opheffingsnorm 162.De Klimop zit onder de opheffingsnorm. De Baskuul in Lutjebroek zit net op de grens. De Wendel is onderdeel van ‘t Vierspan, maar de locatie kent leegstand. LEEFTIJD GEBOUWEN SCHOOL PC Gideon RK De Uilenburcht RK De Hussel RK De Molenwiek RK Willibrordus RK De Baskuul OBS ‘t Vierspan, De Wendel OBS ‘t Vierspan, De Woud OBS De Klimop
Bouwjaar 1973 1920/1963 1977 1973 1997 1983 1972 1982 1997
Aanpassing
Palet Verl. Raadhuislaan Palet Princenhof
1986 1975
1999 verbouw 2001 verbouw
1963/1982 2002 2001 uitbreiding 2001 uitbreiding 1999 2002
Leeftijd 44 jaar 97 / 54/ 35 jaar 40 / 15 jaar 44 / 16 jaar 20 jaar 34 / 16 jaar 45 / 18 jaar 35 / 15 jaar 20 jaar
31 / 18 jaar 42 / 16 jaar
Bij de leeftijd van een schoolgebouw van 40 jaar is het gebruikelijk om een beooordeling te maken over de bouwkundige staat van het gebouw en het toekomstperspectief. Na 40 jaar is een gebouw vaak boekhoudkundig afgeschreven. De volgende criteria komen hierbij aan de orde voor beoordeling: bouwkundige staat en onderhoud, toekomstbestendigheid, functionaliteit van de gebouwen, exploitatie, binnenklimaat voor veiligheid en gezondheid en de boekwaarde. De schoolgebouwen uit de gemeente Stede Broec hebben een gemiddelde ouderdom van 42 jaar en dat is relatief gedateerd. Oude gebouwen vergen hogere onderhoudskosten. De gebouwen voldoen echter allen aan onderhoudsklasse 2. De oudere schoolgebouwen zijn aangepast in de periode 1999 - 2009. RK Willibrordus en OBS Klimop zijn 20 jaar oud.
18
Integraal Huisvestingskader
De drie scholen uit Bovenkarspel Zuid die nog een 70-er jaren uitstraling hebben, zijn De Molenwiek, De Wendel en de Gideonschool. Het gebouw van `t Palet aan de Princenhof dateert van 1975, maar is gerenoveerd in 2001. Het gebouw van peuteropvang Jubelz Smallsteps (voormalige kleuterschool) en Nyntje Pluis, peuterschool Kappio stammen uit die tijd. De Hussel en de Woud zijn aangepast in 2002. Boekwaarden in €: Willibrordus
376.753
Klim-Op
550.728
Molenwiek
506.963
Wendel
108.185
Woud
543.088
Hussel
666.218
Gideon
334.168
Baskuul
638.358
Uilenburcht
84.763
INVENTARISATIE SCHOOLGEBOUWEN, DEELNAME LEERLINGEN EN OVERCAPACITEIT -
ONTWIKKELING LEERLINGEN ONTWIKKELING LEEGSTAND EN RUIMTEBEHOEFTE
Mogelijkheden voor: - vervangende nieuwbouw / vernieuwbouw of - levensduur verlengende renovatie Aspect duurzaamheid: in het Kwaliteitskader PO 2016 staat dat schoolbesturen belang hebben bij maatregelen voor duurzaamheid, zoals lagere energielasten en frisse scholen (verantwoordelijkheid scholen). De gemeente ontwikkelt ook beleid voor duurzaamheid. Samenwerking en samen kansen benutten is dan een voordeel. Financieel: De Verordening voorzieningen huisvesting gaat uit van normkosten. Uit diverse onderzoeken blijkt dat normkosten vaak niet meer voldoen aan de huidige eisen van het Bouwbesluit. Gemeente en schoolbesturen zullen samen afspraken moeten maken op welke wijze hiermee wordt omgegaan. CONCLUSIES vanuit schoolbesturen en voorscholen/peuteropvang -
Er is voldoende ruimte in de scholen op basis van de bestaande regelgeving Het onderhoudsniveau is voldoende.
19
Integraal Huisvestingskader
GEBIEDEN, overzicht te verwachten aantal leerlingen verdeeld over 6 dorpen/wijken. GEBIED Bovenkarspel Noord Bovenkarspel Zuid Grootebroek Noord Grootebroek Zuid Lutjebroek Oosterweed Totaal
2016-2017
2020 235 678 382 308 168 147 1918
2030 272 586 308 381 226 170 1943
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er vanaf 2010 een toename zal zijn in Bovenkarspel Noord, Grootebroek Zuid, Lutjebroek en Oosterweed. In Bovenkarspel zal er jaarlijks een toename zijn van woningen. In Grootebroek Noord wordt tot en met 2020 gebouwd met circa 12 woningen per jaar. In Grootebroek Zuid is er tot en met 2020 een behoorlijke toename van circa 87 woningen. Lutjebroek groeit vanaf 2023 met 30 woningen per jaar. In Bovenkarspel Zuid en Grootebroek Noord is er een afname. De nieuwe wijk Waterweide kan leiden tot groei van het leerlingaantal van de nabijgelegen Woud en Hussel. Voor Floradorp wordt mogelijk nieuwbouw in de toekomst gepland. Nieuwbouw in Oosterweed leidt tot 2021 tot een lichte groei van leerlingaantal in de Uilenburcht. Ook dient rekening te worden gehouden met grensverkeer Enkhuizen en Hoogkarspel.
In onderstaand overzicht staat een selectie van het meest recente overzicht van de toename van de WONINGVOORRAAD in de kernen GEBIED Bovenkarspel Noord Bovenkarspel Zuid Grootebroek Noord Grootebroek Zuid Lutjebroek Oosterweed Totaal
2017 16 12 88 18 134
2020 15 12 87 17 131
2025 26
30 56
STAAT VAN ONDERHOUD OVERHEVELING BUITENONDERHOUD VAN HET PRIMAIR BASISONDERWIJS Vanaf 1 januari 2015 is het onderhoud van alle scholen in het basisonderwijs gedecentraliseerd en overgedragen aan de schoolbesturen. De overdracht van het technische onderhoud van de schoolgebouwen is in 2016 afgerond en verwerkt in het MJOP. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor alle onderhoud aan de binnen- en buitenkant van het schoolgebouw (zowel technisch - als preventief onderhoud). De gemeente is nog wel verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. Het begrip “renovatie” is nog niet uitgekristalliseerd onder de nieuwe onderwijswetgeving. De gemeente wil daarom binnen onderzoek laten doen naar renovatie- vervangende nieuwbouw en locatiescenario‘s.
20
Integraal Huisvestingskader
TOEKOMSTBESTENDIGE ONDERWIJSVOORZIENINGEN Een integrale werkwijze voor alle 0-13 jarigen leidt tot meer opbrengst voor kinderen zowel op het gebied van veilig en vrolijk opgroeien als op talentontwikkeling. Het versnipperde werken in het huidige voorzieningenstelsel belemmert de ontwikkelingskansen van kinderen; er zijn onvoldoende doorgaande lijnen en overdracht, het voorzieningenaanbod is te ingewikkeld voor ouders, er is onvoldoende zicht op de hulpvraag van kinderen en ouders bij opvoedproblemen. De ontwikkeling van kinderen kan beter worden gevolgd als verschillende professionals, vanuit verschillende disciplines, er met elkaar en integraal samenwerkend bij betrokken zijn. Breder gesteld: Het primair gedachtegoed is om individuen/ mensen te begeleiden in hun pedagogische en didactische ontwikkeling van nul tot adolescentie/volwassenheid binnen de contouren van een IKC inclusief betrokkenheid bij / van de leefomgeving. Dit gedachtegoed dient als fundament waar we op bouwen. Er zijn verschillende ontwikkelingen die de voorzieningenplanning in de gemeente Stede Broec beïnvloeden: het aantal leerlingen, de planning van goede voorschoolse voorzieningen, harmonisatie van peuterspeelzalen en kinderopvang, doelstellingen op het gebied van leefbaarheid in de wijken, de ontwikkeling van integrale kindcentra.
Op initiatief van de Stuurgroep IKC bestaande uit drie schoolbesturen, Kappio (kinderopvang) en de gemeente zijn daarbij een aantal uitgangspunten geformuleerd:
Optimale ontwikkelingskansen bieden aan alle kinderen van 0 – 13 jaar staat voorop; Onderwijs en kinderopvang (waaronder kinderdagopvang, BSO en peuteropvang wordt verstaan) zijn in het kader van de brede ontwikkeling van kinderen onlosmakelijk met elkaar verbonden; Betrokkenen willen een nieuwe invulling geven aan de overcapaciteit aan onderwijslokalen; Schoolbesturen hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de vorming en instandhouding van voorzieningen voor onderwijs en kinderopvang in Stede Broec; Een dekkend netwerk van voorzieningen voor onderwijs en kinderopvang kan een belangrijke rol vervullen in de doelstellingen van passend onderwijs; Er is bestuurlijk draagvlak vanuit bovenstaande organisaties in de visie op inhoud en functie van voorzieningen voor onderwijs en kinderopvang; Het bestuur van de gemeente Stede Broec staat in het kader van de verantwoordelijkheid die ze draagt voor jeugdhulp, VVE en wijkontwikkeling positief tegenover de vorming van een dekkend netwerk van voorzieningen voor onderwijs en kinderopvang; Het is denkbaar dat verschillende functies in IKC‘s worden ondergebracht, n.l. jeugdhulp en opvoedondersteuning, cultuur (muziekonderwijs, lezen) en sport.
Vanuit de huidige situatie van 9 scholen en diverse kinderopvangvoorzieningen toewerken naar IKC ’s betekent samenwerken en samenvoegen.
21
Integraal Huisvestingskader
Stede Broec is grofweg in vier vlekken te verdelen. De opdracht is om in die vlekken verschillende processen op gang te brengen, die in onderlinge samenhang georganiseerd moeten worden. Al deze processen vragen commitment en inzet van direct betrokkenen en belanghebbenden. Om een waterbedeffect te vermijden (ouders vanuit de gehele gemeente brengen hun kinderen naar het eerste nieuwe IKC) dient in elke vlek van Stede Broec een zelfde kwalitatief goede voorziening te zijn voor kinderen van 0-12 jaar. Rol van gemeente De rol van de gemeenten is relatief beperkt, de gemeente heeft in ieder geval de plicht voor de VVE-kinderen en de wens om peuterwerk te faciliteren (beleid). Daarnaast is er voor de kinderopvang een taak in het toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang (via de GGD). De gemeente is verplicht te zorgen voor voldoende openbaar onderwijs en adequate huisvesting. De gemeente heeft geen invloed op de opheffing of fusie van scholen maar is wel betrokken bij de huisvesting. Maar de gemeente heeft wel een belang, namelijk het bieden van duurzame toekomstbestendige onderwijs- en opvang voorzieningen voor kinderen en ouders. Er is een grondwettelijke taak wat betreft het aanbieden van openbaar onderwijs, maar daarnaast kan een aanbod van goede voorzieningen voor kinderen van 0-12 jaar de aantrekkelijkheid van het gebied voor jonge ouders ook vergroten.
De schoolgebouwen: Voor de toekomstvisie op gebouwen is vooral de kwaliteit van het onderwijs bepalend. Een kleine school kan kwalitatief goed onderwijs verzorgen. De omvang is daarvoor niet bepalend. Schoolgebouwen bieden een gezond leef- en werkklimaat vanuit het principe Frisse scholen en verdere aspecten voor duurzaamheid. De schoolgebouwen in de ene wijk zijn van een jongere datum dan in de andere wijk. Rekening houdend met dit gegeven lijkt een prioritering bij (ver) nieuwbouw IKC’s in de rede.
In Plan Zuid en Princenhof staan vier scholen; twee daarvan kennen leegstand; de scholen zijn in de 70-er jaren gebouwd. In deze wijken is de roep om een buurtaccommodatie manifest. In Princenhof staat al een SBO: ’t Palet en een sporthal: de Flint. Beide voorzieningen zijn nodig voor een integraal dekkende voorziening op het gebied van passend (inclusief) onderwijs - en sport en bewegen. Het lijkt dus logisch om in deze vlek onderzoek te doen naar mogelijkheden van ver nieuwbouw. Toekomstgericht zodat deze de de komende 40 jaar voldoet aan de moderne onderwijs- kinderopvangeisen. Planning: 2021.
De wijk Oostersluis met de Hussel (leegstand) en de Woud kunnen na de bebouwing van Waterweide meer kinderen tegemoet zien: de scholen zijn in goede staat: er is geen prioriteit voor een gezamenlijke huisvesting. De Drie Turven is gehuisvest in de Hussel. De Woud ziet voordelen bij het huisvesten van een eigen peutergroep. Samenwerking met het Martinus College naar een aanbod voor 10-14 jaar wordt onderzocht. Planning: na 2021.
In de vlek Lutjebroek- Grootebroek ontwikkelen Baskuul en Uilenburcht sinds 2016 gezamenlijk met de Peuterhorn de doorgaande lijn.
22
Integraal Huisvestingskader
De boekwaarde van de Uilenburcht is aanzienlijk door grote verbouwingen in de periode 2010-2015. Het is kapitaalvernietiging om in deze vlek als eerste een nieuw IKC neer te zettenPlanning: na 2024.
De wijk Rozeboom met de redelijk nieuwe Rozeboomschool, die twee scholen huisvest, heeft geen prioriteit. Het inhuizen van een peuterspeelzaalgroep behoort tot de mogelijkheden. Planning: na 2032
Verdere overwegingen: In alle vier 'vlekken' dienen voorzieningen voor onderwijs te zijn. (Lutjebroek/ Grootebroek - Bovenkarspel Noord – Bovenkarspel Zuid (in 2 vlekken oost en west). Onderwijshuisvesting is een middel om bij te dragen aan de kwaliteit van het onderwijs en de wijk, echter schoolbesturen maken keuzes voor de overcapaciteit van de schoolgebouwen en kijken hierbij vooral naar gebruik door kinderopvang (huur of medeeigendom) of medegebruik door maatschappelijke partners/organisaties. Bij vervanging en aanpassing van schoolgebouwen kan men streven naar de vorming van een IKC. Het onderhoud is een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Gemeenten blijven met de schoolbesturen in gesprek bij de afwegingen voor onderhoud in relatie tot vervanging. Bij een keuze voor levensduur verlengende renovatie in plaats van vervangende nieuwbouw, zal de gemeente in overleg met de schoolbesturen integrale kindvoorzieningen in maatwerk nastreven, waarbij de gemeente en de schoolbesturen gezamenlijk bepalen welke (financiële) inbreng zij zullen leveren, op basis van een bouwkundige, onderwijskundige en financiële afweging. De wens is om in 2018 met de eerste vlek te starten en dit te bepalen op bais van de uitkomsten van het onderzoek.
Potentiele partners voor een eerste experiment zijn het consultatiebureau dat nu in Rigtershof gehuisvest is, het bureau zoekt vanaf 2020 een nieuwe accommodatie dichterbij het Gebiedsteam en de jeugd - en Kappio kinderopvang. Tevens dient er rekening gehouden te worden met de mogelijkheid om nabij te sporten en te bewegen (schoolplein). Bovendien dient er een plek ingeruimd te worden voor cultuur in de school. Tot slot is een Ouder/ Buurtkamer wenselijk. Exploitatie van een dergelijk gebouw hangt van veel factoren af, waarbij ook het gebruik door meerdere partijen bepalend is: school, muziek(les), kinderopvang en consultatiebureau. De vraag om de drempel naar de jeugdhulp te verlagen met hulp van de vindplaats onderwijs kan door een jeugdhulpverlener of schoolmaatschappelijk werker in de school te plaatsen. Naast Kappio is Jubelz (kinderopvang van Smallsteps) geinteresseerd in deelname aan een IKC. De ervaring met MFA’s leidt tot de opvatting dat de IKC voorziening één Management Team moet hebben: één kapitein op het schip. Voor de scholen en peuterspeelzaal in vlek Plan Zuid- Princenhof betekent dit dat zij tot een samenwerkingsrelatie moeten komen. Op dit
23
Integraal Huisvestingskader
moment wordt al nauw samengewerkt om de problemen met de instroom van taalarme kinderen op te vangen. Er is een VVE coördinator, die op projectbasis werkt. Aansluiten bij landelijke ontwikkelingen Bovenstaande overwegingen worden ingegeven vanuit een landelijke beleidslijn die gericht is op de ontwikkeling van kindcentra. Deze beleidslijn wordt o.a. verwoord in de strategische beleidsnota 2014-2018 “Om de leerling” van de PO-raad en in het “Tienpuntenplan, geef kinderen de ruimte” van de PO-Raad Branchevereniging Kinderopvang en MO groep. Daarin worden verschillende trends met elkaar verbonden in het streven naar de ontwikkeling van kindcentra: - Harmonisatie kwaliteitseisen - Harmonisatie peuterspeelzalen en kinderopvang - Driejarigen pilots - Decentralisatie Jeugdzorg - Passend onderwijs - Krimp
KEUZES, PRIORITEITEN, SCENARIO’S Om tot een keuze voor de juiste voorziening te komen is een scenario-en locatieonderzoek naar de mogelijkheden in Plan Zuid/Princenhof nodig. Onderzoeksvragen: 1. Hoe kan het onderwijs samen met de gemeente toewerken naar 4 integrale kindvoorzieningen in de komende 40 jaar waarbij ruimte is voor kinderopvang, basisonderwijs, jeugdhulp, sport en wijkwelzijn - dichtbij passend onderwijs om die integratie te bevorderen. De voorziening moet duurzaam zijn en ruimte bieden aan kleine groepen en tevens grote klassen kunnen huisvesten (flexibele indeling ruimteen kastbenutting), waarbij een z.g. waterbed effect vermeden moet worden. 2. Is in Plan Zuid renovatie dan wel (ver)nieuwbouw nodig.Daarbij moet de afweging gemaakt worden of twee of drie scholen betrokken worden. Functies van het gebouw naast onderwijs aan 450 kinderen zijn: kinderopvang 0-13 jaar, kleinschalige wijkontmoetingsfunctie/ ouderkamer, consultatiebureau en jeugdhulp. Door inrichting van het gebouw en de omgeving van het gebouw is er veel speel- en beweegruimte, ook is er plaats voor muziek en cultuur en dat alles onder één dak. De gemeente laat een onderzoek doen naar de diverse scenario’s.
24
Integraal Huisvestingskader
Onderhoudsplanning en begroting in het MJOP Inleiding De huidige technische staat van de gebouwen geldt als uitgangspunt voor het opstellen van het MJOP. De gebouwen bevinden zich in een redelijke staat van onderhoud: onderhoudsniveau 3. Opgemerkt wordt dat het gebouwenbestand van de gemeente Stede Broec relatief “gedateerd” is met een gemiddelde ouderdom van 42 jaar, hetgeen bij een gelijkblijvend gebouwenbestand leidt tot substantieel hogere onderhoudskosten. Onderhoudsplanning gebouwenbeheer Voor het opstellen van de meerjaren onderhoudsplanning wordt voor alle gebouwen in de gemeente het onderhoud geïnventariseerd. De voorziening moet verder worden onderbouwd met een actueel beheerplan met daarin de mutaties. Eenmaal in de 4 jaar worden de mutaties meegenomen in het te actualiseren MJOP en vindt er bijstelling van de storting plaats. Middels dit beheerplan wordt jaarlijks verantwoording afgelegd over het onderhoud (wat wilden we doen, wat hebben we gedaan, verklaringen en financiële gevolgen). Groot onderhoud gebouwen Groot onderhoud houdt in dat dit werkzaamheden zijn, die middels een regelmatig terugkerende cyclus terugkomen. Deze frequentie varieert tussen de 3 en 50 jaar. Klein onderhoud Er is een kostenplaats Gebouwenbeheer. De kosten voor het dagelijkse onderhoud worden ten laste van de exploitatie gebracht. Jaarlijks wordt dit budget geactualiseerd.
Conclusie en samenvatting MJOP Beheerplan gebouwen SB 2016-2019 1. De gebouwen zijn in 2016 opnieuw technisch geïnspecteerd door een onafhankelijk bouwkundig bureau. De gebouwen bevinden zich in een redelijke staat van onderhoud. 2. De gebouwenvoorraad van de gemeente Stede Broec is relatief “gedateerd” met een gemiddelde ouderdom van 42 jaar. Dit leidt bij een onveranderde situatie tot substantieel hogere onderhoudskosten. 3. Binnen een bandbreedte van enkele jaren wordt bij het onderhoud geanticipeerd op ontwikkelingen; verbouwingen, wensen, wetswijzigingen, uitbreiding, sloop of verkoop. 4. De overdracht van het technische onderhoud van de schoolgebouwen is in 2016 afgerond en verwerkt in het MJOP. 5. Vanaf 1 januari 2015 is het onderhoud van alle scholen in het basisonderwijs gedecentraliseerd en overgedragen aan de schoolbesturen. De overdracht van het technische onderhoud aan de schoolgebouwen is in 2015 en 2016 afgerond. In de tweede helft van 2016 volgt een uitwerking van de visie Integraal Kindcentrum (IKC) en een Integraal Huisvestingsplan (IHP) Deze ontwikkelingen zullen worden gevolgd zodat geen onnodige uitgaven worden gedaan. 6. In verband met de SED organisatie ontwikkeling was een achterstand ontstaan in het groot onderhoud van 2015. Deze achterstand is in 2016 ingelopen.
25
Integraal Huisvestingskader
26
Integraal Huisvestingskader
BIJLAGE
Wat is een IKC?
Rond 2010 ontstond in Nederland een nieuw concept in onderwijs en opvang: het Integraal Kindcentrum (IKC). Beleidsmatig kan de invoering van de motie Van Aartsen-Bos (artikel 45 WPO, 2007) als aanleiding worden gezien. Deze stelt dat als ouders daarom vragen, scholen voor kinderen opvang zouden moeten zorgen (vooral buitenschoolse opvang). Voortbouwend op deze gedachte is in 2010 het integraal kindcentrum bedacht, als een stip aan de horizon. In een IKC zijn onderwijs en opvang meer integraal georganiseerd, waar wenselijk in een dagvullend programma bestaand uit verplichte en vrijwillige onderdelen1.
Bron: Wij maken werk van kindcentra. Portretten van Pioniers. Magazine van Andere tijden in onderwijs en kinderopvang (2012)
1
Uiteraard is in elk geval het ‘schoolse’ deel verplicht voor alle kinderen. De buitenschoolse delen (bijvoorbeeld naschoolse activiteiten of buitenschoolse opvang) zijn vrijwillig.