CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

Bovenkarspel - Camping De Gouwe Stek versie 8nov

Gemeenteraad 3 maart 2022, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Bestemmingsplan camping De Gouwe Stek20.092 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bij de uitvoering van het plan wordt rekening gehouden met de uitgangspunten uit het wateradvies. Indien er sprake is van een verhardingstoename van meer dan 800 m2, dient er te worden gecompenseerd.

25/88

4.10 Archeologie Toetsingskader Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Doelstelling van het Verdrag van Valetta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. Toetsing Ten behoeve van het 10-jarenplan voor camping De Gouwe Stek heeft een archeologische quickscan plaatsgevonden, waarvan de resultaten zijn opgenomen in bijlage 6. Uit deze quickscan blijkt dat voor het plangebied een middelhoge verwachting geldt voor vindplaatsen uit de Bronstijd en een lage archeologische verwachting voor de overige perioden. De bodemingrepen zijn overwegend oppervlakkig van aard. Veel bodemingrepen overschrijden niet de dieptegrens van 40 centimeter.

Nader archeologisch onderzoek is in het kader van de Archeologische Monumentenzorg niet noodzakelijk. Archeologie West-Friesland adviseert de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie, waardoor dit aspect geen belemmering vormt voor de ontwikkeling.

4.11 Cultuurhistorie Toetsingskader De regering heeft in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgelegd dat gemeenten vanaf 1 januari 2012 in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. Toetsing Het projectgebied ligt in het oude Zeekleigebied. De aanwezigheid van lineaire nederzettingen is zeer kenmerkend voor de bewoningsgeschiedenis van West-Friesland. Vanuit de linten is het landschap in cultuur gebracht. Tot het einde van de 20ste eeuw lag het plangebied in een polder waarin weinig bebouwing aanwezig was en kleinschalig en grillig was. Het landschap had al wel een duidelijke noord-zuid gerichte structuur. Pas in de jaren '80 is het gebied stedelijk ontwikkeld. Destijds zijn de wegen rondom het plangebied aangelegd en zijn de recreatiegebieden en het sportpark gerealiseerd. Het gebied tussen de Veilingweg en de Pauwsluissloot was één grote akkerbouwkavel. Het plangebied was nog onbebouwd. Eind jaren '80 en in de jaren '90 is de agrarische bedrijfsbebouwing binnen het plangebied gerealiseerd. Het nu aanwezige landschap is het gevolg van grootschalige planmatige landbouwontwikkeling eind 20ste eeuw. Van oorspronkelijke historische structuren is geen sprake.

26/88

De bebouwingskarakteristiek in de omgeving sluit aan bij de grootschaligheid van de bedrijven. Het gaat vooral om bedrijfsloodsen en glastuinbouwcomplexen. De bedrijfsbebouwing binnen het plangebied is relatief kleinschalig. Vanaf De Gouw behoudt het terrein een agrarische uitstraling, hetgeen past bij de bebouwingskarakteristiek van de omgeving. Het plangebied ligt in een relatief klein stuk open agrarisch productiegebied binnen een structuur van bebossing en de kom van Bovenkarspel. Het recreatieterrein is, zoals ook beschreven in paragraaf 2.2.2, op een verantwoorde wijze ingepast in de landschappelijke structuur van de omgeving. Dit verandert in de toekomst niet. Het plangebied ligt niet in een gebied met specifieke cultuurhistorische waarden. In het bestemmingsplan Landelijk gebied 2010 is een aantal cultuurhistorisch waardevolle objecten beschermd. Het gaat om monumenten (objecten en terreinen, waaronder de Westfriese Omringdijk) en enkele watergangen. Het plangebied ligt niet in of nabij een cultuurhistorische waarde en binnen en rondom het plangebied zijn geen specifieke kernkwaliteiten aanwezig. De ontwikkeling is perceelsgebonden en doet geen afbreuk aan de kenmerken en structuren van de omgeving. Het is niet noodzakelijk om nadere eisen te stellen ten aanzien van cultuurhistorische waarden.

4.12 Mer-beoordeling Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling.  Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

 Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.

27/88

toetsing In de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het de ruimtelijke onderbouwing planm.e.r.-plichtig (onderdelen C en D), projectm.e.r.-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is in categorie (D10) de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente kampeer- en caravanterreinen m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 250.000 bezoekers per jaar of meer, een oppervlakte van 25 hectare of meer of een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied. Met dit plan wordt een intensivering van het ruimtegebruik beoogd waarbij de ruimtelijke ontwikkeling ruimschoots onder de drempelwaarden ligt. Hierdoor is er sprake van een vormvrije m.e.r. beoordeling. In dit hoofdstuk is ten aanzien van de diverse milieuaspecten het plan voor de camping getoetst. Er zijn geen negatieve milieugevolgen aan de orde. Gelet op de aard en de omvang van het project en de kenmerken van de potentiele effecten kan op voorhand worden geconcludeerd dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen aan de orde zijn die het opstellen van een milieueffectrapportage rechtvaardigen.

28/88

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische vormgeving

Het juridische systeem

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen vastgelegd, in de regels de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Hierbij wordt aangesloten op de regeling in het vigerende bestemmingsplan Bovenkarspel - De Gouw 11 (De gouwe Stek) dat is vastgesteld op 29 september 2016.

5.2

Regels (hoofdopzet)

De bij dit plan behorende regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels. 2. Bestemmingsregels. 3. Algemene regels. 4. Overgangs- en slotregels. Inleidende regels In hoofdstuk 1 Inleidende regels zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In de Begrippen zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In de Wijze van meten is vastgelegd op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot. Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels bevat de bestemmingsregels. De meeste bestemmingen bestaan uit: a. een bestemmingsomschrijving; en b. bouwregels. Daarnaast is bij verscheidene bestemmingen opgenomen: c. een afwijkingsmogelijkheid; en/of d. gebruiksregels.

29/88

Ad a. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving is vooral van belang om vast te stellen waartoe de gronden mogen worden gebruikt. In het kader van de handhaving is de bestemmingsomschrijving dan ook van groot belang. Ad b. Bouwregels De bouwregels geven de bouwmogelijkheden aan. Omdat steeds is opgenomen dat alleen mag worden gebouwd ten dienste van de bestemming zijn de bouwmogelijkheden niet los te zien van de bestemmingsomschrijving. Ad c. Afwijkingsmogelijkheid Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van bepaalde regels. In beginsel betreft het afwijkingen van geringe aard, waarbij de aan de grond toegekende bestemming niet mag worden gewijzigd. Ad d. Gebruiksregels In sommige bestemmingen wordt uitdrukkelijk aangegeven wat onder strijdig gebruik wordt verstaan. Desgewenst kunnen specifieke vormen van gebruik worden uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. Algemene regels Hoofdstuk 3 Algemene regels bevat regels die in hun algemeenheid voor het hele bestemmingsplan gelden. Vaak zijn ze van toepassing op meerdere bestemmingen. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende gebruiksregels en de algemene afwijkingsregels.

De afwijkingsmogelijkheden in de verschillende bestemmingen en de algemene afwijkingsregels zorgen voor enige flexibiliteit van het plan. De algemene afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht, zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen. Ook de anti-dubbeltelregeling is bij de algemene regels opgenomen. De formulering van de antidubbeltelregel wordt bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). In de overige regels zijn bepalingen opgenomen om te waarborgen dat op eigen terrein voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels geeft regels over hoe om te gaan met bouwwerken en het gebruik vallend onder het overgangsrecht en de benaming van het plan.

5.3

Toelichting op de bestemmingen

In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de bestemmingen die in dit plan zijn opgenomen. Agrarisch Ten behoeve van een afscheiding tussen de camping en de naastgelegen percelen, heeft een gedeelte van de westzijde de bestemming 'Agrarisch'. Hier is het onder andere mogelijk een dierenverblijf te bouwen ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke bouwaanduiding - dierenverblijf'.

30/88

Recreatie Het recreatiebedrijf is geregeld in de bestemming 'Recreatie'. Binnen deze bestemming wordt voorzien in dagrecreatie, een groepsaccommodatie (binnen bouwvlak), een kampeerterrein, camperplaatsen, trekkershutten en een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'. Ten behoeve van het recreatiebedrijf zijn ondersteunende functies, zoals horeca, sanitaire voorzieningen en educatieve functies mogelijk. In het bouwvlak bestaan ruime bouwmogelijkheden. Dit bouwvlak is afgestemd op de bestaande gebouwen, dus hier is geen sprake van een significante toename. Daarnaast mag op het kampeerterrein worden gebouwd ten behoeve van ondersteunende functies (sanitair en onderhoud), trekkershutten en een schuur ten behoeve van de groepsaccommodatie. Leiding - Hoogspanningsverbinding Het artikel 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' heeft betrekking op de reeds aanwezige leiding in het plangebied, inclusief de beschermingszone, zoals een hoogspanningsverbinding, gelegen boven maaiveld. In dit artikel is ter bescherming van de aanwezige leiding een aanlegvergunningenstelsel opgenomen. Waarde - Archeologie 4 en Waarde - Archeologie 5 De bestemming 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 5' betreffen een dubbelbestemming.

Dit betekent dat de op de verbeelding voor 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd zijn voor archeologische waarde. De grenzen zijn gebaseerd op de Beleidskaart Archeologie.

31/88

Hoofdstuk 6 6.1

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarin de gemeente geen directe financiële rol of belangen heeft. De initiatiefnemer heeft de ontwikkeling van het project in de begroting meegenomen. Er is sprake van een 10-jarenplan, dat fasegewijs wordt uitgevoerd. Dit betekent dat de investeringen ook worden gespreid. Daarmee is de financiële haalbaarheid voldoende gewaarborgd. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, woningbouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.

De gemeente heeft beoordeeld dat er geen sprake is van een kostenverhaal, anders dan plankosten. Deze worden via leges verrekend. Aangezien de gemeentelijke kosten hiermee gedekt zijn, is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk. De kosten voor het maken van een nieuw bestemmingsplan zijn vastgelegd in de gemeentelijke legestabel. De initiatiefnemer is van tevoren op de hoogte gesteld van deze kosten. Planschade Door de gemeente kan aan het principeverzoek medewerking worden verleend door een bestemmingsplanwijziging en wanneer deze in werking is getreden door het afgeven van een omgevingsvergunning. Hierbij wordt de voorwaarde gesteld dat een planschadeovereenkomst conform artikel 6.4a van de Wet ruimtelijke ordening wordt ondertekend. Op grond van artikel 6.1, lid 4 van de Wet ruimtelijke ordening kan bij de gemeente namelijk een verzoek om een tegemoetkoming in schade worden gedaan. Met deze overeenkomst wordt de planschade op de aanvrager afgewenteld.

32/88

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Principeverzoek De eigenaren van camping De Gouwe Stek hebben bij de gemeente Stede Broec een principeverzoek ingediend voor het wijzigen en uitbreiden van camping De Gouwe Stek in Bovenkarspel. Dit principeverzoek is aangevuld met een 10-jarenplan voor de camping. Het principeverzoek en het 10-jarenplan zijn getoetst aan de ruimtelijke beleidskaders en er is gekeken naar de mogelijkheden binnen het van toepassing zijnde beleid. Het principeverzoek is 25 juni 2020 voorgelegd aan de gemeenteraad. In de brief van 7 juli 2020 heeft de gemeente aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan het voornemen, waarbij de volgende voorwaarden zijn meegegeven:  Bij het ontwerpbestemmingsplan wordt uitgegaan van de uitgangspunten in het 10-jarenplan van Camping de Gouwe Stek én de voorwaarden uit het raadsbesluit dat op 25 juni jl. genomen is. Dit raadsbesluit bestaat uit medewerking in het vooruitzicht te stellen aan het initiatief om camping De Gouwe Stek te wijzigen en uit te breiden én een bestemmingsplanprocedure hiervoor op te laten starten.  Belangrijk aandachtspunt is het mogelijk maken van voldoende parkeerplekken volgens de CROW norm. Op basis van de plannen uit het 10-jarenplan dienen er 132 parkeerplekken gerealiseerd te worden.  Ander belangrijk aandachtspunt is het woon- en leefklimaat van de buren.

De buren aan de westkant hebben expliciet aangegeven dat er niets anders gerealiseerd wordt dan de dierenverblijven op het nu agrarisch bestemde deel (het groepsterrein op de beoogde plek is wel akkoord). Zij willen absoluut geen recreatief gebruik naast hun perceel en woning. Hiermee dient in het ontwerpbestemmingsplan rekening mee gehouden te worden. De buren aan de oostkant hebben aangegeven in te kunnen stemmen met de nieuwe plattegrond.  Er wordt (in overleg met TenneT) in het ontwerpbestemmingsplan rekening gehouden met de hoogspanningsverbinding, die over het terrein heen loopt. Overleg Regionale Adviescommissie (RAC) verblijfsrecreatie Holland boven Amsterdam Op 7 april 2020 heeft de Regionale Adviescommissie een positief advies uitgebracht op het 10-jaren plan voor camping De Gouwe Stek. Het verslag (met de relevante onderwerpen) van de bijeenkomst is opgenomen in bijlage 7. Het uitbreidingsplan wordt goed ontvangen en er wordt aangegeven dat de camping en de groepsaccommodatie 'populair' zijn en dat er behoefte is aan dergelijk aanbod. Er wordt akkoord gegeven op het uitbreidingsplan. Overleg met omwonenden Zowel de eigenaren van de bedrijven Karel Bolbloemen en Ranzijn tuin & dier stemmen in met de uitbreidingsplannen voor camping De Gouwe Stek. Zie bijlage 8.

Naar aanleiding van eerdere overleggen hebben de buren aan de westzijde van de camping aangegeven dat zij het niet wenselijk vinden als het kampeerterrein dichter bij hun huis komt dan nu het geval is. Door de faciliteiten voor de dieren aan de westzijde van de camping te situeren, ontstaat er een fysieke scheiding tussen het kampeerterrein en de buren. Met dit ontwerp hebben stemmen zij ingestemd. Omgevingsdienst Noord Holland Noord Op 10 juli 2020 is aan de Omgevingsdienst om advies gevraagd over de milieuaspecten ten behoeve van de herinrichtings- en uitbreidingsplannen van camping De Gouwe Stek. In bijlage 9 is dit advies opgenomen. De diverse milieuaspecten zijn in hoofdstuk 4 meegenomen. Op 12 januari 2021 is de Omgevingsdienst om advies gevraagd voor de milieuaspecten, zoals opgenomen in het be-

33/88

stemmingsplan Bovenkarspel - Camping Gouwe Stek (status: concept). Op 4 februari 2021 een advies uitgebracht. Dit advies is opgenomen in bijlage 10 en de opmerkingen zijn verwerkt in het bestemmingsplan. Op 22 juli 2021 is aan de Omgevingsdienst om advies gevraagd over de milieu aspecten, zoals opgenomen in het ontwerp-bestemmingsplan Bovenkarspel-Camping De Gouwe Stek. Dit advies is opgenomen in bijlage 11 en de opmerkingen zijn verwerkt in het bestemmingsplan. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Naar aanleiding van de watertoets die is uitgevoerd, heeft er afstemming plaatsgevonden over de eventuele toename van de verharding en de infiltratie van hemelwater. In hoofdstuk 4 is hierop ingegaan bij het aspect water. Archeologie West-Friesland Tijdens de periode van terinzagelegging heeft Archeologie West-Friesland geconstateerd dat de dubbelbestemming 'Archeologie' niet was opgenomen in het bestemmingsplan. Dit kwam voort uit het advies de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie. Het advies van de Archeologie West-Friesland om de vrijstellingsgrenzen van 1.000 m2 en 2.500 m2 uit de beleidskaart archeologie over te nemen in plaats van de huidige dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' is vervolgens overgenomen. Dit heeft geleid tot een ambsthalve wijziging van het bestemmingsplan met betrekking tot het aspect archeologie.

In het bestemmingsplan zijn in de regels en op de verbeelding de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 4' en 'Waarde - Archeologie 5' opgenomen. Vooroverleg Er heeft geen vooroverleg plaatsgevonden in het kader van artikel 3.1.1 Wro, vanwege het feit dat de ontwikkeling plaatsvindt binnen de bestaande locatiegrenzen en er vooroverleg met de provincie en regionale afstemming heeft plaatsgevonden. Zienswijzen Op grond van artikel 3.8, lid 1 Wro, heeft het ontwerpbestemmingsplan vanaf 24 juli 2021 zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om zienswijzen in te dienen. In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Vaststelling De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. Tegen het (vastgestelde) bestemmingsplan is beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

34/88

Bijlagen bij de toelichting

35/88

Bijlage 1 Advies Externe Veiligheid

Omgevingsdienst Noord-Holland Noord M van der Terp Postbus 2095 1620 EB HOORN

Datum Onze referentie Uw referentie Uw bericht van

8 februari 2021 UIT-2021-21919 e-mail 1 februari 2021

Telefoon E-mail Bijlagen Onderwerp

06 52 56 23 39 ldoornbos@vrnhn.nl Advies EV camping De Gouwe Stek de Gouw 11 Bovenkarspel

Geachte heer Van der Terp,

Op 1 februari 2021 heeft u Veiligheidsregio Noord-Holland Noord in de gelegenheid gesteld tot het uitbrengen van advies over ramp- en crisisbestrijding en zelfredzaamheid ten behoeve van de Externe Veiligheid in relatie tot de wijzigingen van gebruik van ruimte op de camping De Gouwe Stek, De Gouw 11 nabij Bovenkarspel. De camping ligt in een omgeving met enkele risicobronnen ‘Externe Veiligheid’ die in beginsel een gevaar kunnen vormen voor de aanwezigen op de camping, met een ramp of crisis tot gevolg. Het betreft de N505 op een afstand van ca. 140 m tot de camping en de aanwezigheid van een ammoniakkoelinstallatie bij het bedrijf CNB (Veilingweg) in Bovenkarspel (afstand ca. 370 m tot de camping). Het plan kan betrokken raken bij een ramp of crisis. In de bijlage (afbeelding 1), de verbeelding van het aantal betrokken personen in een straal van 300 m (straal sluit aan bij de effecten van een BLEVE voor personen buiten). Het aantal personen genoemd (ca. 80-160) in de afbeelding betreft personen waarvan aangenomen kan worden dat zij voor 90% zich binnen ophouden. Dat geldt niet voor de camping gasten deze zijn het meest buiten en/of minder beschermd dan personen in gebouwen. Het aantal aanwezige campinggasten (tot naar schatting ca. 200+) zal daardoor bij dit scenario in zeer belangrijke mate bijdragen aan de omvang van de ramp.

Uitbreiden van camping in de richting van de N505 vergroot daardoor de eventuele omvang van de ramp. De VRNHN is voorbereid op het bestrijden van de gevolgen van een dergelijke ramp.

pagina 1 van 4

Conclusie: Tot ca. 300 m afstand worden personen die onbeschermd buiten zijn brandwondenslachtoffer, bij het voltrekken van het scenario koude BLEVE LPG tankwagen. Mogelijkheden voor campinggasten om zich tegen een flitsramp zoals een ‘koude BLEVE’ te beschermen zijn er niet. Bij het voltrekken van dit geschetste scenario bevinden zich onder het aantal slachtoffers verhoudingsgewijs veel campinggasten. De VRNHN is voorbereid op het bestrijden van de gevolgen van een dergelijke ramp. Anderzijds is het aantal transporten met LPG in algemeenheid verminderd, waardoor de kans op een dergelijk ongeval is verkleind. Deze conclusie kan gebruikt worden bij de beperkte verantwoording.

Toelichting: De VRNHN toetst voor de beoordeling of er een ramp of crisis kan ontstaan aan ongevalscenario’s die betrekking hebben op risicobronnen. Maatgevende scenario voor dit plan is: - De koude BLEVE met een LPG tankwagen rijdend over de N505; Een ammoniak wolk die vrijkomt bij CNB heeft op deze afstand nagenoeg geen gevolgen. Een belangrijke beoordeling bij het ontstaan van een ramp of crisis is het gebruik en de aanwezigheid van personen m.b.t. het plan. Het kenmerk van het plan betreft het gebruik als camping met verschillende activiteiten. Inzicht in verkrijgen van de mogelijke omvang van ramp of crisis kenmerkt zich enerzijds door de kwetsbaarheid van personen aanwezig in het plan in relatie tot de scenario’s. Naar de kwetsbaarheid van personen in een kampeermiddel is geen onderzoek gedaan. M.b.t. de hittestraling is het zeker dat het kampeermiddel tent geen bescherming biedt tot voorbij de afstand van 200 m. De hittestraling is op een afstand van bijna 250 m nog altijd ca. 25 kW/m2, waardoor het tentdoek vrijwel direct verbrand. Een kampeermiddel zoals een caravan of camper biedt meer bescherming. Verwacht kan worden dat tot 200 m afstand de schade zo groot kan zijn, dat de beschermende werking verloren gaat en personen slachtoffer worden. Verandering van kans: Enerzijds beïnvloed het uitbreiden van de camping naar het zuiden de omvang van een eventuele ramp.

Anderzijds is er al langere tijd een terugloop in het aantal transporten met LPG tankwagens, doordat LPG tankstations sluiten en/of minder LPG verkopen. De N505 is een oost-west verbinding binnen West-Friesland waar de verkeersintensiteit is afgenomen na het openen van de WestFrisiaweg (N307). Dat maakt duidelijk dat de route minder aantrekkelijk is geworden voor doorgaand verkeer (b.v. transport Gevaarlijke Stoffen).

pagina 2 van 4

Graag ontvangen wij een korte terugkoppeling van uw bevindingen ten aanzien van het advies en/of een afschrift van uw besluit. Voor vragen of een toelichting kunt u met mij contact opnemen.

Met vriendelijke groet,

Leo Doornbos Expert risico's en veiligheid

pagina 3 van 4

Bijlage 1:

pagina 4 van 4

Bijlage 2 Stikstofonderzoek

MEMO Van

:

M.A. Bulthuis

Project

:

Uitbreiding Camping De Gouwe Stek

Opdrachtgever :

Camping de Gouwe Stek

Datum

:

02-11-2020

Aan

:

--

CC

:

--

Betreft

:

berekening stikstofdepositie

1.

Inleiding

In opdracht van camping de Gouwe Stek is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en exploitatiefase van de uitbreiding van de camping de Gouwe Stek in Bovenkarspel, waarbij rekening is gehouden met verkeersbewegingen en de inzet van diesel aangedreven materieel. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. In het kader van het bestemmingsplan Bovenkarspel - Camping de Gouwe Stek is er nog geen expliciete aandacht besteed aan het aspect stikstofdepositie. Het voorliggende onderzoek voorziet hierin. Aan de Gouw 11 wordt de bestaande camping de Gouwe stek uitgebreid. De relevante veranderingen zijn hieronder opgesomd: 1. Uitbreiding naar 100 staanplaatsen. Dit betreffen 14 camperplaatsen en 86 kampeerplaatsen. 2. Het huidige aantal parkeerplaatsen (ongeveer 100) wordt uitgebreid naar 142 parkeerplaatsen 3. Vergroten van het bestaande sanitair gebouw naar circa 70 m2 en/of het realiseren van 5 privé sanitair units. 4. Aanleg van speel- en groenvoorzieningen. In figuur 1 is de nieuwe inrichting van het plangebied weergegeven. 2.

AERIUS-Calculator en uitgangspunten

2.1

AERIUS, release 15 oktober 2020

Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 15 oktober 2020) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 2 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven.

20201135

blz. 1

2.2

Exploitatiefase

De receptie op het terrein is reeds al gasloos. Voor het project is uitgegaan dat de sanitaire voorzieningen gasloos worden opgeleverd. De campers en de caravans zijn wel aangesloten op het gas. Om het totale gasverbruik van de campers en caravans te bepalen is er uitgegaan van een maximale bezetting met 14 campers en 86 caravans. Dit kan worden gezien als een worst-case scenario. In werkelijkheid wordt het kampeerterrein natuurlijk nooit het gehele jaar volledig bezet door campers en caravans. Iedere caravan en camper heeft een gasverbruik van 750 m3 per jaar. Dit is gebaseerd op ervaringsgegevens. Het gasverbruik op basis van 14 campers en 86 caravans bedraagt 75.000 m3 gas. 1 m3 aardgas levert 11,55 m3 rookgas, dit heeft een emissieconcentratie 70 mg NOx per m3 rookgas. Er is sprake van een stikstofemissie van 60,64 kg NOx per jaar. Op basis van 100 staanplaatsen bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 40 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (tabel 1). Voor wat betreft de lengte van de rijroute is uitgegaan van een route vanaf het plangebied naar de aansluiting met de Drechterlandseweg (N505). Tabel 1: Verkeersgeneratie exploitatiefase Type Aantal staanplaatsen Camping/kampeerterrein 2.3

100

Kencijfer CROW per

Verkeersgeneratie per etmaal

0,4

40

Aanlegfase

Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselgebruik is uitgegaan van ervaringsgegevens elders. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase bedraagt nooit meer dan het aantal in de exploitatiefase, maar is wel afzonderlijk opgenomen in de berekening. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: 1. Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van 100 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aan- en afvoer van materiaal, machines en groenvoorzieningen. Voor het vervoer van personeel zijn er twee verkeersbewegingen per etmaal. 2. De voorbereiding-/grondwerk omvat de werkzaamheden behorend bij de aanleg van de parkeerterreinen. Ook omvat het de grondwerkzaamheden voor de aanleg van de sanitaire voorzieningen en de speelvoorzieningen. Voor de voorbereiding en het grondwerk wordt gedurende 40 uur diesel aangedreven materieel (Stage IV, 130-300 kW) ingezet. Dit materieel heeft een verbruik van 30 L diesel per uur. Het totale dieselverbruik voor de voorbereiding-/grondwerk bedraagt hierdoor 1.200 L. 3. De bouwfase omvat de daadwerkelijke bouw van de sanitaire voorzieningen en de speelvoorzieningen. Voor de bouwfase wordt gedurende 20 uur diesel aangedreven materieel (Stage IV, 130-300 kW) ingezet. Dit materieel heeft een verbruik van 15 L diesel per uur.

Het totale dieselverbruik voor de bouwfase bedraagt hierdoor 300 L diesel. 4. Het aantal uren dat machines stationair draaien bedraagt 10% van de gehele inzetduur van het dieselmaterieel. Gedurende de voorbereiding-/grondwerk zijn machines 4 uur stationair en gedurende de bouwfase zijn machines 2 uur stationair. 5. Voor de aanleg van de groenvoorzieningen wordt niet gebruikgemaakt van diesel aangedreven materieel. Dit vindt hooguit plaats door elektrisch gereedschap zoals een elektrische heggenzaag. Het vervoer van de groenvoorzieningen vindt plaats door zware motorvoertuigen.

20201135

blz. 2

Tabel 2: uitgangspunten berekening dieselverbruik aanlegfase Activiteit Klasse Totaal aantal uur Voorbereiding/grondwerk Stage IV 130-300 40 Bouwfase

Stage IV 75-130 kW

Totaal

20

Dieselverbruik (liter/uur 30

Totaal dieselverbruik (liter) 1.200

15

300 1.500

Omdat de machines verspreid over het bouwterrein worden ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron in het plangebied. 3.

Resultaat en conclusie

In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn in dezelfde berekening meegenomen. De aanleg- en exploitatiefase zullen elk nog in hetzelfde jaar plaatsvinden. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).

Figuur 1 Voorgenomen inrichting Camping de Gouwe Stek

20201135

blz. 3

Figuur 2:

20201135

Broninvoer AERIUS-calculator met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden

blz. 4

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RVYdWWyKog3p (05 november 2020) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho Adviseurs

De Gouw 11, 1611 BS Bovenkarspel

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Uitbreiding Camping De Gouwe Stek

RVYdWWyKog3p

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

05 november 2020, 11:27

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Situatie 1

NOx

69,50 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Recreatie

Resultaten

Situatie 1

RVYdWWyKog3p (05 november 2020) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Aanlegfase machines Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

5,24 kg/j

Bron 2 Gasverbruik campers en caravans Wonen en Werken | Recreatie

-

60,60 kg/j

Bron 3 Aanlegfase Verkeer Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Bron 4 Exploitatiefase verkeer Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

3,19 kg/j

RVYdWWyKog3p (05 november 2020) pagina 3/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

STAGE IV, 130 <= VoorbereidingkW < 300, bouwjaar /grondwerk 2014 (Diesel)

1.200

4

10,8 NOx NH3

4,23 kg/j < 1 kg/j

STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)

300

2

5,1 NOx NH3

1,02 kg/j < 1 kg/j

Bouwfase

Naam

Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NOx

Resultaten

Bron 1 Aanlegfase machines 146030, 524411 5,24 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

Bron 2 Gasverbruik campers en caravans 146030, 524411 1,0 m 3,3 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie 60,60 kg/j

RVYdWWyKog3p (05 november 2020) pagina 4/6

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

2,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Zwaar vrachtverkeer

100,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bron 3 Aanlegfase Verkeer 145722, 524452 < 1 kg/j < 1 kg/j

Bron 4 Exploitatiefase verkeer 145725, 524450 3,19 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

40,0 / etmaal NOx NH3

3,19 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RVYdWWyKog3p (05 november 2020) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201103_bed432f8ee Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RVYdWWyKog3p (05 november 2020) pagina 6/6

Bijlage 3 Stikstofberekening BIJ12

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de berekende stikstofbijdragen op eigen gedefinieerde rekenpunten. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RnbznDtLSVbe (04 augustus 2021) pagina 1/7

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

OD NHN

De Gouw 11, xxxx00 Bovenkarspel

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Uitbreiding camping

RnbznDtLSVbe

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

04 augustus 2021, 11:07

2021

Berekend met eigen rekenpunten

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

63,75 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Bijdrage

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Gebruiksfase uitgebreidde camping

Situatie 1

RnbznDtLSVbe (04 augustus 2021) pagina 2/7

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Bron 1 Wonen en Werken | Recreatie

Bron 2 Wegverkeer | Buitenwegen

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

-

60,60 kg/j

< 1 kg/j

3,15 kg/j

RnbznDtLSVbe (04 augustus 2021) pagina 3/7

Resultaten

Rekenpunten

Resultaten

Situatie 1

Label

Positie

Situatie 1

Afstand tot dichtstbijzijnde bron

N1

145717, 527944

0,00

3.400 m

N2

145717, 528444

0,00

3.899 m

N3

145717, 528944

0,00

4.397 m

NO1

148462, 526802

0,00

3.277 m

NO2

148815, 527155

0,00

3.776 m

NO3

149169, 527509

0,00

4.277 m

O1

149604, 524524

0,00

3.520 m

O2

150104, 524524

0,00

4.020 m

O3

150604, 524524

0,00

4.520 m

ZO1

148462, 521801

0,00

3.435 m

ZO2

148815, 521448

0,00

3.934 m

ZO3

149169, 521094

0,00

4.435 m

Z1

146028, 520659

0,00

3.401 m

Z2

146028, 520159

0,00

3.899 m

Z3

146028, 519659

0,00

4.397 m

RnbznDtLSVbe (04 augustus 2021) pagina 4/7

Resultaten

Resultaten

Situatie 1

Label

Positie

Situatie 1

Afstand tot dichtstbijzijnde bron

ZW1

143273, 521801

0,00

3.320 m

ZW2

142920, 521448

0,00

3.819 m

ZW3

142566, 521094

0,00

4.319 m

W1

142131, 524529

0,00

3.573 m

W2

141631, 524529

0,00

4.073 m

W3

141131, 524529

0,00

4.573 m

NW1

143273, 526802

0,00

3.331 m

NW2

142920, 527155

0,00

3.830 m

NW3

142566, 527509

0,00

4.331 m

RnbznDtLSVbe (04 augustus 2021) pagina 5/7

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NOx

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bron 1 146016, 524411 1,0 m 3,6 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie 60,60 kg/j Bron 2 145720, 524465 3,15 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

40,0 / etmaal NOx NH3

3,15 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RnbznDtLSVbe (04 augustus 2021) pagina 6/7

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RnbznDtLSVbe (04 augustus 2021) pagina 7/7

Bijlage 4 Ecologische quickscan

QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN DE GOUW 11 TE BOVENKARSPEL

Eindrapport

QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN DE GOUW 11 TE BOVENKARSPEL

rapportnummer 2020.3752 november 2020 In opdracht van: Rho adviseurs voor leefruimte Postbus 150 3000 AD ROTTERDAM

Adviesbureau Mertens B.V. Bureau voor natuur, ruimtelijke ordening en natuurwetgeving Utrechtseweg 120, 6871 DV Renkum 06-29458456 info@adviesbureau-mertens.nl www.adviesbureau-mertens.nl

© Adviesbureau Mertens BV, Renkum, 2020. Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier geschetste onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Quick scan beschermde planten- en diersoorten De Gouw 11 te Bovenkarspel. Eindrapport november 2020

INHOUDSOPGAVE

1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 2 1.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 2 1.2 HET PLANGEBIED EN DE PLANNEN .............................................................................................................. 2 1.3 DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK ........................................................................................................ 6 1.4 OPBOUW RAPPORT ................................................................................................................................... 6

2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN ............................................................................................... 7 2.1 WET NATUURBESCHERMING ...................................................................................................................... 7 2.2 RODE LIJST............................................................................................................................................... 7

3. METHODE........................................................................................................................................................... 9

4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING .................................................................................... 10 4.1 FLORA .................................................................................................................................................... 10 4.2 VLEERMUIZEN ......................................................................................................................................... 10 4.3 OVERIGE ZOOGDIEREN............................................................................................................................ 10 4.4 BROEDVOGELS ....................................................................................................................................... 11 4.5 AMFIBIEËN .............................................................................................................................................. 11 4.6 VISSEN ................................................................................................................................................... 12 4.7 REPTIELEN ............................................................................................................................................. 12 4.8 OVERIGE ................................................................................................................................................ 12

5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE .................................................................................................................... 13

GERAADPLEEGDE LITERATUUR ...................................................................................................................... 14

BIJLAGEN ............................................................................................................................................................ 15 1. PLANGEBIED ......................................................................................................................................... 16 2. BEGRIPPEN ........................................................................................................................................... 17 3. VOORWAARDEN ................................................................................................................................... 19

Adviesbureau Mertens

1

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten De Gouw 11 te Bovenkarspel. Eindrapport november 2020

1. INLEIDING 1.1 Inleiding Er is het voornemen voor gedeeltelijke reconstructie van Camping de Gouwe Stek aan De Gouw 11 te Bovenkarspel (zie figuur 1 voor de globale ligging en bijlage 1 voor de exacte ligging en begrenzing van het plangebied). De aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect omdat met de plannen effecten kunnen ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens B.V. uit Wageningen gevraagd om een verkennend veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten en indien aanwezig, aan te geven hoe hiermee dient te worden omgegaan. In dit rapport worden de resultaten van deze verkenning gepresenteerd.

N▲

Figuur 1. Globale ligging van het plangebied aan De Gouw 11 te Bovenkarspel. 1.2 Het plangebied en de plannen Aan De Gouw 11 te Bovenkarspel is Camping de Gouwe Stek gelegen. De camping bestaat onder andere uit een receptie, campingplaatsen, sanitair voorzieningen, een groepsverblijf en voorzieningen zoals een erf, kinderboerderij en kippenren. Het initiatief bestaat uit de gedeeltelijke reconstructie van de camping. Het betreft o.a. de toevoeging van een caravanpark / uitbreiding oostzijde waardoor 100 plaatsen ontstaan, sanitair gebouw uitbreiden, groepsterrein voor de scholen en verenigingen naar het westen, speeltuin voor de grotere kinderen, geclusterde dierenweide en uitbreiden parkeerplaatsen. De plannen voor de receptie / woning en groepsverblijf zijn conserverend en derhalve wordt deze opstallen niet meegenomen met onderhavige toetsing. Als gevolg van deze ontwikkeling worden geen bomen of houtwallen gerooid. Tevens zal er geen beïnvloeding plaats vinden van wateren en haar oevers. In figuur 2 wordt een beeld gegeven van het plangebied op woensdag 14 oktober 2020 en in figuur 3 wordt een impressie gegeven van de plannen.

Adviesbureau Mertens

2

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten De Gouw 11 te Bovenkarspel. Eindrapport november 2020

Figuur 2. Foto-impressie van het plangebied aan De Gouw 11 te Bovenkarspel.

Adviesbureau Mertens

3

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten De Gouw 11 te Bovenkarspel. Eindrapport november 2020

Vervolg figuur 2. Foto-impressie van het plangebied aan De Gouw 11 te Bovenkarspel.

Adviesbureau Mertens

4

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten De Gouw 11 te Bovenkarspel. Eindrapport november 2020

Figuur 3. Impressie van de plannen aan De Gouw 11 te Bovenkarspel (bestaand (boven) en plansituatie (onder). Adviesbureau Mertens

5

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten De Gouw 11 te Bovenkarspel. Eindrapport november 2020

1.3 Doelstelling van het onderzoek De doelstelling van het onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt inzichtelijk gemaakt welke wettelijk beschermde natuurwaarden in het kader van de soortbescherming van planten- en diersoorten te verwachten zijn. Anderzijds worden de consequenties van deze aanwezigheid voor de planontwikkeling weergegeven. Gelet op de opdracht genoemd in de inleiding en de doelstelling, is het van belang dat de volgende vragen worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde planten- en diersoorten komen mogelijk voor ter plaatse van en in de directe omgeving van het plangebied aan De Gouw 11 te Bovenkarspel? 2. Welke verwachte wettelijk beschermde planten- en diersoorten ondervinden nadelen van de plansituatie? 1.4 Opbouw rapport Na een korte uitleg over de soortbescherming van de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) komen achtereenvolgens aan de orde: - De onderzoeksmethode (hoofdstuk 3). - Een beschrijving van de aanwezigheid van beschermde soorten (hoofdstuk 4). - Een beoordeling van de effecten op beschermde soorten (hoofdstuk 5). In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van de gebruikte definities en afkortingen. In bijlage 3 worden de voorwaarden van het onderzoek weergegeven.

Adviesbureau Mertens

6

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten De Gouw 11 te Bovenkarspel. Eindrapport november 2020

2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet implementeert de Vogelen Habitatrichtlijn en andere verdragen in het nationaal natuurbeschermingsrecht. Het bevoegd gezag is Gedeputeerde Staten van de Provincie(s) waar een project wordt gerealiseerd. Gedeputeerde Staten kunnen deze bevoegdheid ook overdragen conform lid 7 van deze wet. Doorgaans zijn dit Omgevingsdiensten. De soortbescherming richt zich dan ook primair op de bescherming van plant- en diersoorten die genoemd zijn in deze richtlijnen. Daarnaast is een deel van de soorten van de Rode Lijst (zie paragraaf 2.2) beschermd via de Wet natuurbescherming. Voor alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten is de algemene zorgplicht van toepassing; handelen of nalaten die gevolgen kunnen hebben dienen achterwege gelaten te worden of er dienen maatregelen getroffen te worden om effecten te voorkomen, of zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Indien een plan resulteert in negatieve beïnvloeding van een soort of soorten kan ontheffing worden verleend conform artikel 3.3 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.1 en 3.2 (Vogelrichtlijnsoorten). Ontheffing kan worden verleend conform artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.4 en 3.6 (Habitatrichtlijnsoorten).

De criteria voor ontheffingsverlening voor deze soorten zijn identiek aan die Vogel- en Habitatrichtlijn omdat deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in het nationaal recht. Het nationaal recht staat het niet toe om hiervan af te wijken. De criteria zijn:  in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid;  in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;  ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren;  ter bescherming van flora en fauna. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing dienen mitigerende en eventueel compenserende maatregelen genomen te worden die tot gevolg hebben dat soorten niet nadelig worden beïnvloed in het voorkomen en gedurende de uitvoering van een project. Provincies kunnen voor de nationaal beschermde soorten een algemene vrijstelling verlenen. In de Provincie Noord-Holland wordt voor een aantal soorten generieke vrijstelling verleend in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het betreft o.a. aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en woelrat. 2.2 Rode lijst De Rode lijst met bedreigde soorten zijn eind 2004 gepubliceerd in de Staatscourant en voor een deel in 2009 en 2017 herzien.

Aan de op deze lijst genoemde soorten komt bescherming toe voor zover zij vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Tussen de Wet natuurbescherming en de Rode lijsten bestaat geen formele relatie. Alleen op basis van “gunstige staat van instandhouding” kunnen bij beschermde Rode lijstsoorten "zwaardere" randvoorwaarden gelden ten aanzien van mitigerende en compenserende maatregelen dan voor algemene soorten. Zo zal het bij zeer algemeen voorkomende soorten die gering afnemen in aantal (Rode lijstsoort met het criterium gevoelig) relatief eenvoudig zijn om aan te tonen dat de "gunstige staat van instandhouding" niet in het geding komt. Voor soorten met een beperkt verspreidingsbeeld en die afnemen Adviesbureau Mertens

7

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten De Gouw 11 te Bovenkarspel. Eindrapport november 2020 in aantal (soorten van de Rode lijst met het criterium bedreigd of ernstig bedreigd) is een uitgebreide effectenstudie wenselijk. Voor deze soorten geldt namelijk de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Op deze manier wordt nader invulling gegeven aan de bescherming van soorten die in aantal en/of verspreiding afnemen.

Adviesbureau Mertens

8

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten De Gouw 11 te Bovenkarspel. Eindrapport november 2020

3. METHODE

Op woensdag 14 oktober 2020 is een bezoek gebracht aan Camping de Gouwe Stek. Gedurende dit bezoek is dit gebied en de directe omgeving beoordeeld op het mogelijk voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Dit vond plaats aan de hand van aanwezige ecotopen en sporen. Specifieke aandacht ging hierbij uit naar de delen waar veranderingen zijn voorzien. Er is beperkt gebruik gemaakt van bestaande verspreidingsgegevens om het (potentieel) voorkomen van beschermde soorten te bepalen omdat deze via o.a. Waarneming.nl worden beheerd voor een veel groter gebied. Overige waarnemingen worden tevens bewaard voor een groot gebied, namelijk op kilometerniveau zoals weergegeven op www.telmee.nl. en op een nog groter schaalniveau in verspreidingsatlassen.

Adviesbureau Mertens

9

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten De Gouw 11 te Bovenkarspel. Eindrapport november 2020

4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING

4.1 Flora Het plangebied aan De Gouw 11 te Bovenkarspel is volledig in cultuur gebracht. Gedurende het verkennend veldonderzoek op woensdag 14 oktober 2020 zijn geen beschermde plantensoorten of resten van beschermde plantensoorten vastgesteld. Op grond hiervan wordt de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uitgesloten.

4.2 Vleermuizen Getoetst is op de verschillende functies die het plangebied kan hebben voor vleermuizen. Dit betreft plaatsen waar vleermuizen kunnen verblijven (verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en winterverblijfplaatsen), vaste routen tussen verblijfplaatsen in de zomer en winter; respectievelijk vlieg- en migratierouten en plaatsen en gebieden waar vleermuizen foerageren. De aanwezigheid van verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en overwinteringsplaatsen van vleermuizen kan worden uitgesloten in de delen waar veranderingen zijn voorzien. In het sanitair gebouw zijn geen geschikte openingen vastgesteld waarin vleermuizen kunnen verblijven. Het ontbreekt aan openingen in muren en dak. Daarnaast zijn er geen spechtengaten en inrottingsgaten in de bomen waarin vleermuizen kunnen verblijven. Met de realisatie van de plannen worden ook geen bomen gerooid. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. In het plangebied aan De Gouw 11 te Bovenkarspel blijven alle bomen behouden en ook de kenmerkende opstallen worden in behouden waardoor vleermuizen zich kunnen blijven oriënteren. In de (ruime) omgeving zijn ook voldoende alternatieve oriëntatiemogelijkheden. Negatieve effecten op vliegroutes worden derhalve uitgesloten.

De aanwezigheid van migratieroutes wordt uitgesloten omdat grootschalige landschapselementen zoals dijken en rivieren niet voorkomen in het plangebied. De Pauwsluissloot ten oosten van het plangebied wordt in de huidige vorm behouden. Externe effecten van de plannen op deze sloot zoals lichtuitstraling worden uitgesloten. Negatieve effecten op migratieroutes van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. Met de realisatie van de plannen zal Camping de Gouwe Stek niet wezenlijk van vorm veranderen, gelet op de foerageermogelijkheden van vleermuizen. Mogelijk foerageert er gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger als gevolg van de aanwezige ecotopen (cultuurgroen). In de toekomst zal de foerageer functie voor vleermuizen niet negatief verminderen doordat er geen essentiële zaken veranderen. In de omgeving zijn ook voldoende alternatieve foerageerplaatsen aanwezig. Negatieve effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. 4.3 Overige zoogdieren Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied en de geografische ligging (zie Broekhuizen e.a., 2016) wordt het de aanwezigheid van overige internationaal beschermde zoogdieren uitgesloten. Voor bijvoorbeeld de noordse woelmuis ontbreken geschikte ecotopen.

Adviesbureau Mertens

10

Renkum

Quick scan beschermde planten- en diersoorten De Gouw 11 te Bovenkarspel. Eindrapport november 2020 Mogelijk komen in de houtwallen de nationaal beschermde zoogdieren bunzing, wezel en hermelijn voor. Afhankelijk van het voorkomen van deze soorten kan leefgebied nadelig worden beïnvloedt door het voornemen. Als gevolg van deze ontwikkeling worden geen bomen of houtwallen gerooid. Tevens zal er geen beïnvloeding plaats vinden van wateren en haar oevers. Houtwallen en oevers vormen het potentiële leefgebied van deze marters. Omdat het potentiële leefgebied in de huidige vorm blijft behouden worden negatieve effecten op nationaal beschermde zoogdieren uitgesloten. Voor steenmarter is het plangebied geen leefgebied omdat er geen sporen zijn vastgesteld gedurende het verkennend veldonderzoek op woensdag 14 oktober 2020. De camping aan De Gouw 11 te Bovenkarspel is in gebruik waardoor het voorkomen van de steenmarter ook kan worden uitgesloten. In het plangebied komt mogelijk bosmuis voor. Voor zulke algemeen voorkomende zoogdieren bestaat een algemene provinciale vrijstelling in de Provincie Noord-Holland.

4.4 Broedvogels Gedurende het verkennend veldonderzoek op woensdag 14 oktober 2020 zijn geen geschikte (potentiële) nestlocaties aangetroffen voor vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen. Het sanitair gebouw bezit geen geschikte mogelijkheden voor vogels om in te verblijven. Voor huismus zijn er geen geschikte nestelmogelijkheden onder de dakrand. Huismus is ook niet vastgesteld in en in de omgeving van het plangebied. Voor gierzwaluw ontbreken geschikte openingen in muren en dak van het sanitair. Gedurende het verkennend veldonderzoek op woensdag 14 oktober 2020 zijn ook geen (oude) nesten van sperwer, boomvalk, havik, buizerd of ransuil vastgesteld in de bomen in en rond het plangebied. Tevens zijn geen (sporen van) roestplaatsen van ransuil aangetroffen. Als gevolg van deze ontwikkeling worden geen bomen of houtwallen gerooid. Negatieve effecten op nesten en eieren van vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen derhalve worden uitgesloten. Op camping de Gouwe Stek broeden algemene broedvogels zoals houtduif, winterkoning, zanglijster, merel en roodborst. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen in de delen waar werkzaamheden zijn voorzien (vogelverschrikkers gebruiken).

Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11118992/1