CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

BouwstenenvoordeomgevingsvisieStedebroec29092021

Gemeenteraad 28 oktober 2021, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Vaststelling bouwstenen Omgevingsvisie12.617 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Een omgevingvisie in ontwikkeling

Bouwstenen voor de omgevingsvisie van Stede Broec Meegaan met de tijd, vasthouden van wat van waarde is Oktober 2021

Inhoud Hoofdstuk 1 | Nadenken over de toekomst De omgevingsvisie is onderdeel van de Omgevingswet De samenhang met andere bestuurslagen en gemeenten Participatie: elke mening telt

3 5 5 7

Hoofdstuk 2 | Onze identiteit loopt door alles heen Onze geschiedenis zegt veel… …Over wie we nu zijn… …En waar we in 2040 willen staan

8 9 10 13

Hoofdstuk 3 | De verhalen wijzen de weg Trends: dit speelt er in de wereld om ons heen Kernopgaven: er ligt werk te wachten Visie: een toekomstperspectief in vijf verhalen Verhaal Dorps leven Verhaal Vitale wijken Verhaal Buitenleven Verhaal Broekerhaven Verhaal Werken om de hoek Bovenlokale samenhang van verhalen

15 16 19 22 24 26 31 34 36 38

Hoofdstuk 4 | Zo gaan we met elkaar verder Rollen en relaties: iedereen is op een eigen manier betrokken De routekaart van de gemeente 1. Beschrijving 2. Spelregels voor keuzes 3. Inhoudelijke uitwerking 4. Gebiedsgerichte uitwerking 5. Ruimte bieden aan maatschappelijke ontwikkelingen en initiatieven Van bouwstenen naar de omgevingsvisie

39 40 41 42 42 42 44

Samenvatting

47

Bijlagen Bijlage 1 - Procesbeschrijving traject Bijlage 2 - Procesbeschrijving participatie Bijlage 3 - Overzicht beleidsinventarisatie

50 51 55 60

Een omgevingvisie in ontwikkeling

44 45 2 van 58

Een omgevingvisie in ontwikkeling

Hoofdstuk 1

Nadenken over de toekomst

Hoofdstuk 1

Nadenken over de toekomst Stel dat we iedereen in Stede Broec vragen wat de beste eigenschappen van onze gemeente zijn. We hébben het gevraagd, in de participatie. En de antwoorden hebben opvallend veel overeenkomsten. In één zin samengevat: fijn wonen in een dorpse sfeer met alles in de blauw-groene buurt.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 1

Fase 1 Inventarisatie beleid en opgaven

De volgende vraag is natuurlijk hoe de gemeente Stede Broec er in 2040 uitziet. Hoe willen we wonen, leven en werken? Wat willen we wel, en wat zeker niet? Het is goed om daarvan een beeld te vormen en de mogelijkheden te onderzoeken en vast te leggen. Zodat we met elkaar een doel hebben om naartoe te werken. De uitkomst daarvan is de omgevingsvisie. De omgevingsvisie gaat over onze fysieke leefomgeving. Dat is alles wat je ziet, hoort en voelt als je ‘buiten’ bent. Zoals bebouwing, wegen, groen, water, grond, kabels en leidingen, klimaat, geur, lucht en geluid. Als we weten wat we willen, dan kunnen we ook beslissen welke ontwikkeling waar mag. Zo kan iedereen direct zien wat de ambities zijn voor een bepaald gebied en welke regels daarvoor gelden. De omgevingsvisie heet niet voor niets een ‘visie’. Er staat in hoe we als gemeenschap, samen naar deze zaken kijken. En vooral: hoe we willen dat deze zaken in de toekomst worden. Inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, ambtenaren en bestuurders (burgemeester, wethouders en raadsle-

den) en allerlei andere betrokkenen hebben daar allemaal een eigen kijk op. Al die verschillende perspectieven zorgen voor een zee aan wensen, eisen en voorwaarden die allemaal zorgvuldig moeten worden bekeken en gewogen. Daarom is bij het maken van dit document een transparante systematiek gevolgd (zie ook bijlage 1): 1. Inventarisatie, ordening en analyse van het bestaande beleid en toekomstige opgaven. 2. Gebiedsverkenning door het onderzoeken van kernkwaliteiten en -waarden per geografisch deelgebied. 3. Publieksparticipatie met als doel toetsing en verrijking van uitkomsten uit de voorgaande twee stappen. 4. Opstellen en vaststellen van dit document. Iedereen is uitgenodigd om mee te denken over de weg naar de beschreven doelen toe. Vandaag, maar ook de komende jaren. Want de bouwstenen vragen om voortdurende doorontwikkeling. Het begin is er, op weg

Fase 2 Gebiedsverkenning kernkwaliteiten

Fase 3 Toetsing en inkleuring door participatie

Fase 4 Opstellen bouwstenen De route naar de omgevingsvisie

4 van 58

naar de omgevingsvisie. Wie wil, kan meedenken en zo de toekomst van de gemeente meebepalen. En daarom is de ‘wij’ in dit document ‘wij samen’. De horizon voor de omgevingsvisie is 2040. Niet alles is voorspelbaar of nu al in te vullen. Daarom kan de komende jaren iedereen meepraten en meedoen, en wordt vervolgens vastgesteld hoe en waar de belangrijke opgaven in de gemeente worden gerealiseerd. Dus kom maar op met ideeën en plannen. Dan kijken we hoe alles past, waarbij behoud van onze identiteit en kernwaarden voorop staat. De omgevingsvisie is onderdeel van de Omgevingswet Wie kent het niet: door allerlei regels is het soms lastig om iets voor elkaar te krijgen. Bijvoorbeeld bouwen. Of beslissingen over de natuur. De overheid wil de wet- en regelgeving hierover eenvoudiger maken. Dat heeft geleid tot de Omgevingswet. De Omgevingswet vervangt in 2022 alle wetten en regels voor wonen, ruimte, infrastructuur, milieu en water die tegenwoordig worden gebruikt. Kortom, minder regels en meer overzicht.

Binnen de doelen van de Omgevingswet heeft elke gemeente eigen wensen en mogelijkheden. Die komen in de omgevingsvisie te staan. Elke gemeente is verplicht om die uiterlijk in 2025 te maken. Een duidelijk doel voor de toekomst + eenvoudiger regels voor de omgeving = voor inwoners en ondernemers gemakkelijker om nieuwe initiatieven te starten. De omgevingsvisie helpt ons om verbindingen te leggen tussen diverse thema’s. Daarmee ontstaat een totaalbeeld van welke vragen er spelen en welke oplossingen er nodig en mogelijk zijn. Zo kunnen er goede afwegingen worden gemaakt, en is duidelijk hoe de uiteindelijke keuzes moeten worden doorvertaald naar onder meer gemeentelijk beleid en regels. De samenhang met andere bestuurslagen en gemeenten De fysieke leefomgeving houdt niet op bij de grens van onze gemeente, het waterschap of de provincie. Besluiten binnen de ene gemeente kunnen gevolgen hebben voor andere gemeenten. Zo zijn er de nationale omgevingsvisie (NOVI) en de provinciale omgevingsvisie (POVI). We houden rekening met de visies van deze andere bestuurslagen. Dat is uitgewerkt in onze kernopgaven in hoofdstuk 3. Want goede samenwerking, afstemming en verbinding zijn van groot belang.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 1

De fysieke leefomgeving: alles wat zichtbaar en onzichtbaar ‘buiten’ maakt (bron: Website ruimtexmilieu.nl)

Omgevingswet artikel 1.3 (maatschappelijke doelen van de wet) Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. 5 van 58

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 1

Over samenwerking gesproken: we bundelen zo veel mogelijk de krachten met andere gemeenten in de regio. Soms alle zeven West-Friese gemeenten samen, te weten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec. Soms kleinere combinaties, of juist grotere verbanden. Een aantal staat verderop in deze omgevingsvisie wat uitgebreider beschreven. Dat gaat dan om: • SED-organisatie: expertise delen. Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland hebben de ambtelijke uitvoeringsorganisaties gebundeld. Zo is er gedeelde capaciteit en kennis om complexe onderwerpen adequaat uit te voeren. Denk aan digitalisering, het uitvoeren van sociale regelingen die het rijk bij gemeenten heeft neergelegd, en Europese regelgeving over bijvoorbeeld aanbesteden, milieu en privacy. • Pact Westfriesland 7.1: regionale kracht versterken. West-Friesland wil behoren tot de tien meest aantrekkelijke regio’s van Nederland. Met ruim dertig projecten willen de zeven West-Friese gemeenten hun aantrekkelijkheid vergroten op het gebied van wonen, werken, zorg, onderwijs, verkeer en vrije tijd.

• Regionale aanpak klimaatadaptatie: met klimaatverandering omgaan. De trend naar hitte, droogte, meer neerslag en een hogere zeespiegel heeft gevolgen voor de leefomgeving. De centrale overheid verplicht een ruimtelijke aanpak voor klimaatadaptatie. Dit pakken de zeven West-Friese gemeenten gezamenlijk op met een regionale aanpak klimaatadaptatie. • Regionale Energiestrategie (RES): West-Friesland energieneutraal maken voor 2040. Het Klimaatakkoord van Parijs vraagt om regionale maatregelen. Energieregio Noord-Holland Noord bestaat uit West-Friesland, Regio Alkmaar en Kop van Noord-Holland. West-Friesland

De omgevingsvisie helpt om onder meer verbindingen te leggen tussen diverse thema’s

Toelichting op de regionale samenwerking voor Stede Broec In West-Friesland werken we op uitvoeringsniveau samen in onder andere het Recreatieschap, op het gebied van afvalinzameling, en via WerkSaam waar het gaat om de arbeidsmarkt. Het Pact is de aanzet tot meer beleidsmatige samenwerking op diverse thema’s. Denk aan wonen, regionale detailhandel, en een regionale strategie voor bedrijventerreinen. 6 van 61

zet in op 0,70 TWh aan duurzame energieopwekking. De RES 1.0 is in juni 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Stede Broec.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 1

Participatie: elke mening telt Participatie en betrokkenheid van iedereen is vanzelfsprekend van belang. Immers, hoe breder gedragen, hoe beter. Wie iets toevoegt voelt zich meer betrokken. De participatie hebben we georganiseerd in fases (bijlage 2). In de eerste fase is vooral de interne gemeentelijke organisatie geïnformeerd en geraadpleegd. In de tweede fase hebben we ketenpartners (zoals omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s) en strategische partners (denk aan ondernemersorganisaties en maatschappelijke organisaties) betrokken. Bewoners en ondernemers hebben in de derde fase informatie ontvangen en konden hun mening geven. Wat de uitkomsten daarvan zijn en hoe die invloed hebben op de omgevingsvisie van specifiek deze gemeente, staat in het volgende hoofdstuk.

7 van 61

Een omgevingvisie in ontwikkeling

Hoofdstuk 2

Onze identiteit loopt door alles heen

Hoofdstuk 2

Onze identiteit loopt door alles heen Natuurlijk hebben we met z’n allen wensen en ideeën over hoe Stede Broec ook de komende decennia een fijne gemeente blijft. Die gedachten worden gevormd door onder meer brede maatschappelijke ontwikkelingen, zoals duurzaamheid en veranderende bevolkingsopbouw. Maar ook onze geschiedenis is van invloed, zoals de mensen die hier voor ons woonden en gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden. Die erfenis dragen we allemaal bij ons. Denk aan de samenwerking tussen de dorpen: in het verleden hebben we elkaar al eerder weten te vinden. Of de dorpse sfeer, sociale binding en kleinschalige voorzieningen: ook nog een mooie erfenis van vroeger. En het netwerk van waterlopen door de woonwijken. Als we gezamenlijk nadenken over de toekomst, dan is het goed om weer even terug te kijken.

Onze geschiedenis zegt veel… Het gebied dat nu Stede Broec heet, was al de achtste eeuw voor Christus bewoond. Waarschijnlijk door kleine groepen en families bij elkaar. Het is niet bekend wanneer er echt sprake was van een nederzetting, maar zeker is dat in Bovenkarspel in 1193 circa tweehonderd mensen woonden. De hoger gelegen zandrug – de huidige Hoofdstraat, Zesstedenweg en P.J. Jongstraat – was geschikt om te wonen. Daarbuiten was vooral sprake van moerasgebied: ‘broek’ in het oud-Nederlands. In 1364 werden Grootebroek en Bovenkarspel (inclusief het huidige Andijk) samen een ‘stede’ met stadsrechten onder de naam Broek. Deze fusie kan worden gezien als het begin van het huidige Stede Broec. Al heel vroeg was stede Broek (toen met een kleine

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 2

letter) verbonden met belangrijke andere plaatsen. Zo vormde de historische lintbebouwing van en tussen Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel eeuwenlang een belangrijke route tussen Enkhuizen en Hoorn. De weg werd in 1811 doorgetrokken naar Amsterdam. Rond de overgang van de achttiende naar de negentiende eeuw viel stede Broek uiteen in verschillende dorpen. Daarbij werden Hoogkarspel, Bovenkarspel, en Grootebroek (samen met Lutjebroek) drie aparte gemeenten. Hierboven is de stedenbouwkundige ontwikkeling beschreven. Daarnaast is het ook goed om een kort overzicht te geven van onze economisch historie. De agrarische sector is altijd de belangrijkste geweest. Het begon met het houden van vee. Na het uitbreken van een hardnekkige ziekte verschoof de economische activiteit kortstondig

9 van 61

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 2

naar vissen. Daarna werd de groente en bollenteelt opgepakt. Het water en het land hebben ook elkaar lang economisch nodig gehad. Via talloze vaarten, sloten en slootjes vervoerden de tuinders met de karakteristieke groene veldschuiten hun producten van het land naar de veiling. De verkaveling (‘grondruil’) aan het eind van de jaren zeventig van polder Het Grootslag ten noorden van de gemeente maakte daar een eind aan: de meeste sloten gingen dicht en de polder wordt nu doorsneden door rechte wegen. Door deze ruilverkaveling en een groeiend aantal nieuwe inwoners uit de Randstad in de jaren zestig werd de samenwerking tussen de gemeenten intensiever. In 1979 zijn de gemeenten Bovenkarspel en Grootebroek weer samengevoegd tot de gemeente Stede Broec (nu met twee hoofdletters). In deze periode begon ook de - voor dorpen - uit-

gebreide nieuwbouw. Beide dorpen werden aan elkaar verbonden door woonwijken, en Stede Broec groeide uit tot ruim twintigduizend inwoners. Het nieuwe regionale winkelcentrum Streekhof groeide uit tot de centrale plek in de gemeente. …Over wie we nu zijn… Dorps wonen met een hoog voorzieningenniveau, dat maakt Stede Broec in de eenentwintigste eeuw een aantrekkelijke gemeente. Met natuur en recreatie om de hoek, zoals het Streekbos. Een compacte gebouwde omgeving. Alle voorzieningen binnen een paar kilometer van elkaar. Bedrijven, winkelcentrum Streekhof, en goede ov-verbindingen waaronder twee stations. Kortom, een schat aan kernkwaliteiten die ons uniek maakt als plattelandsgemeente in West-Friesland.

10 van 61

Overzichtskaart met de kernkwaliteiten van Stede Broec

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 2

11 van 61

Ons blauw-groene gezicht Water en land nemen in Stede Broec een belangrijke plaats in. De bebouwde kom wordt letterlijk omzoomd door groen en is dooraderd met het blauw van water. Het varen door de diverse vaarten is een populaire vrijetijdsbesteding in Stede Broec. Het waternetwerk is daarmee ook een sociaal netwerk. Het agrarische karakter is gebleven als een kleurige lappendeken van tulpenvelden en diverse gewassen. Door de diversiteit aan gewassen dragen de tuinbouwbedrijven bij aan een herkenbaar en waardevol cultuurlandschap. Stede Broec hield overigens aan de verkaveling twee fraaie natuur- en recreatiegebieden over: het Streekbos en De Weelen. Het Streekbos strekt zich aan beide kanten van de Veilingweg uit. Een klein deel van het bos is in 1996 opnieuw ingericht aan de hand van ecologische principes. In De Weelen, een nat gebied ten noorden van Lutjebroek, is nog goed te zien hoe de polder er uitzag voordat die werd verkaveld. De Weelen is vooral toegankelijk over water, het makkelijkst vanuit Lutjebroek. Weetje: de woorden weel, wiel en waal hebben dezelfde betekenis: een plas die achterblijft na een dijkdoorbraak. Kenmerkend voor de kustzone van Stede Broec is de Broekerhaven. Uit de participatie komt duidelijk de wens naar voren dat deze

kleinschalige haven en poort naar het Markermeer nog meer een ontmoetingsplek wordt.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 2

Dorpse sfeer Hoewel de dorpen in ruimtelijke zin aan elkaar zijn vastgegroeid, is de dorpse sfeer van elke kern nog goed voelbaar. De schaal en maat, historische architectuur en kleinschalige voorzieningen aan het lint zijn grotendeels intact gebleven. Onze bewoners zijn blij met dit karakter waarin heden en verleden met elkaar zijn verweven, en willen dat graag behouden. De band tussen buren, de gezelligheid binnen verenigingen, en op de vele andere prettige manieren waarop we met elkaar omgaan worden hoog gewaardeerd. Jongeren wonen eveneens graag in Stede Broec. Zij hebben daar een sterk sociaal netwerk van vrienden en familie. De groene omgeving is ideaal voor recreatie en buitensporten. Dankzij de centrale ligging van de gemeente en het goede openbaar vervoer kunnen ze makkelijk ergens anders studeren of werken. Wonen doen ze het liefste in appartementen dicht bij de gezelligheid en het openbaar vervoer. Tegelijk zijn er veranderingen die invloed hebben op de omgeving en de sociale contacten. Zo zijn er minder kinderen, waardoor scholen leeglopen. En meer bewoners hebben een

12 van 61

auto, zodat ze makkelijker en vaker tijd doorbrengen buiten hun directe omgeving.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 2

…En waar we in 2040 willen staan Waar we samen willen staan, moeten we samen bedenken en beslissen. Met de ruimte om dit bij te stellen als er nieuwe ontwikkelingen of wensen op ons pad komen. Via het participatieplatform samen.stedebroec. nl hebben bewoners zich kunnen uitspreken over de beleving van het heden en de ideeën over de toekomst. De belangrijkste uitkomsten zijn: • De kwaliteit van wonen en leven zou nog beter en completer moeten worden dan nu: een verbetering van de leefbaarheid van de wijken, een gevarieerder en uitgebreider woningaanbod en een groene omgeving. Daarbij is, naast de bekendere ontwikkellocaties zoals Molensloot Zuid, Florapark en Waterweide, bijzondere aandacht voor de mogelijkheden van woningbouwlocatie Groot Vriend in Lutjebroek. • De groene randen van Stede Broec en de nabijheid van de natuur en recreatiegebieden zijn duidelijk van meerwaarde voor de participanten (‘deelnemers aan de participatie’). Thema’s zoals duurzaamheid, biodiversiteit en gezondheid worden vaak genoemd. De agrarische

13 van 61

sector wordt gewaardeerd als een belangrijke economische drager voor de toekomst, maar er wordt in de reacties nadruk gelegd op het behoud van het landelijke karakter en de aanwezige natuur. De participanten zien kansen in het goed combineren van natuur, recreatie en de agrarische sector. Zoals natuurinclusieve landbouw (‘die de natuur optimaal spaart, verzorgt en integreert in de bedrijfsvoering’) en agrotoerisme. • Over het centrale gebied van Streekhof, het station en bedrijventerrein vinden veel participanten dat dit nog meer een echt centrum kan worden met stedelijke kwaliteit. Groen is belangrijk vanwege het klimaat en de gezondheid, maar er moet ook ruimte komen voor het bouwen van woningen en bedrijven. Vooral de jongeren wensen een diverser aanbod en zouden graag in het centrum willen wonen. Dicht bij de winkels, horeca en het station. • Het historisch lint en de oude dorpskernen blijken belangrijke identiteitsdragers die behouden moeten blijven. Hoewel deze in de loop van de tijd met elkaar zijn vergroeid, zijn ze nog herkenbaar. De meeste participanten benadrukken het belang van de lokale voorzieningen langs het lint. Zij zien in de toekomst het autoverkeer liever

afnemen om ruimte te geven aan fietsers, voetgangers en groenvoorzieningen.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 2

• Het verder verstedelijken en daarmee vastgroeien aan de buurgemeenten Drechterland en Enkhuizen zien de participanten vooralsnog niet zitten. Woningbouw aan de randen mag, mits het groene en eigen karakter behouden blijft. Als we de inbreng vanuit de drie participatiefases, beleidsinventarisaties, gebiedsverkenningen en dialogen met het bestuur bij elkaar optellen, dan is dit de koers van de omgevingsvisie op hoofdlijnen: • We blijven ook in de toekomst een sterke woongemeente met eigen voorzieningen, een dorpse uitstraling, goede bereikbaarheid en ruimte voor groen en water. • We zien kansen voor recreatie en toerisme, vooral in het landschap en aan/op het water. • We hebben veel aandacht voor de ontwikkelingen in onze samenleving zoals de vergrijzing, gezondheid en het behoud van saamhorigheid. • We zien kansen voor bovenlokale samenwerking op gebied van de energietransitie, economie, de woningbouwopgave, mobiliteit en recreatie. Dat is de basis waarmee we aan de slag gaan.

14 van 61

Een omgevingvisie in ontwikkeling

Hoofdstuk 3

De verhalen wijzen de weg

Hoofdstuk 3

De verhalen wijzen de weg Er gebeurt van alles in de wereld. Binnen onze gemeente, maar vooral ook om ons heen. Die ontwikkelingen, kansen en bedreigingen bepalen voor een belangrijk deel op welke onderwerpen we ons willen en moeten richten. Uit beleidsanalyses is al heel veel beleid voortgekomen. We gaan wat we belangrijk vinden, nog verder versterken: de kernopgaven. In de manier waarop we omgaan met die kernopgaven willen we én onze eigen identiteit laten terugkomen, én de kernkwaliteiten van onze gemeente maximaal benutten of zelfs vergroten. Dit hele samenspel (bijlage 3) vormt onze unieke toekomstvisie op de omgeving. In andere woorden: de bouwstenen voor de omgevingsvisie van Stede Broec.

Trends: dit speelt er in de wereld om ons heen Het is onmogelijk om exact te voorspellen hoe Stede Broec er in de toekomst uitziet. Wel is er zicht op de belangrijkste trends en ontwikkelingen die sterk van invloed zijn op de toekomst van Stede Broec. Met name de klimaatverandering, de achteruitgang van natuur en milieu in Nederland, en de bevolkingsopbouw spelen een grote rol. Duurzaamheid De laatste decennia is duurzaamheid wereldwijd een van de grootste thema’s geworden. Belangrijke redenen zijn de klimaatverandering, de relatieve eindigheid van grondstoffen, en de afname van de biodiversiteit en natuur. Inmiddels is overtuigend aangetoond dat deze aspecten invloed hebben op de kwaliteit van de leefomgeving. Verdergaande verslechtering zal grote consequenties hebben voor de toekomst van ons leef-

gebied, voor mens en dier. Het nationale klimaatakkoord bepaalt daarom dat we in 2050 klimaatneutraal zijn als land. Dat betekent dat we geen CO2 uitstoten, of dat deze compenseren.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Trends en ontwikkelingen

16 van 61

Natuur en milieu Daarnaast worden op Europees en nationaal niveau beleid en regelgeving ontwikkeld voor het herstel van de biodiversiteit en de circulariteit van grondstoffen. Deze doelstellingen vormen de kaders voor de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De transitie naar een duurzame economie en samenleving stuurt herkenbaar de grote opgaven in de omgevingsvisie van Stede Broec. Die alle flexibiliteit in zich heeft om de komende jaren mee te bewegen met de dynamiek die ons omringt.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Demografie In de hele provincie is sprake van vergrijzing. Dit vertaalt zich in een daling van de beroepsbevolking en een toename van het aantal (eenpersoons) huishoudens. Tegelijk is er de komende twintig jaar een bescheiden bevolkingsgroei in de West-Friese gemeenten te verwachten. Bovendien zet de trend in het overheidsbeleid door om mensen langer zelfstandig thuis te laten wonen. Het verbeteren van de woon-, werk-, en leefmilieus is een belangrijke strategische opgave voor de toekomst. Economie De West-Friese gemeenten zijn meer woongemeente dan werkgemeente. Het aantal banen per 1.000 inwoners tussen 15 en 65

Prognose demografie 2040 (bron: Platform 31, 2018)

17 van 61

jaar ligt duidelijk lager dan het gemiddelde in Nederland en in de provincie. De economische kansen voor West-Friesland liggen op het terrein van persoonlijke dienstverlening, toerisme, horeca, cultuur, nieuwe vormen van zorg, de bouw, kleinschalige industrie, ambacht, lokale voedselproductie en sociaal ondernemerschap. De gemeente Stede Broec kan juist door regionale samenwerking de kans benutten om sterker in te zetten op detailhandel, recreatie en verduurzaming van de agrisector. Deze perspectieven betekenen dat we over veel veerkracht beschikken om ons aan te passen aan de wijzigende structuur van de economie in het algemeen. Concurrentievoordelen zijn steeds meer tijdelijk. En er wordt een lage economische groei verwacht, gebaseerd op het grote aandeel van de diensten en van het mkb in de economie, de krimpende beroepsbevolking, en de vergrijzing. Tot slot: we krijgen steeds meer vrije tijd. De belevingseconomie heeft nog steeds een groot aandeel in de besteding van deze vrije tijd. Maar geleidelijk aan gaat deze over in een betekeniseconomie, waarin mensen meer op zoek zijn naar zingeving en immateriële waarden. De publieksparticipatie die is uitgevoerd voor de bouwstenen laat zien

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

dat de inwoners van Stede Broec de thema’s gezondheid, vergroening en verduurzaming steeds belangrijker vinden.

Ontwikkeling aantal banen 2013-2017 in de West-Friese gemeenten (bron: Platform 31, 2018)

18 van 61

Kernopgaven: er ligt werk te wachten De ontwikkelingen die de grote opgaven voor de toekomst vormen, zijn voor een belangrijk deel in bovenlokaal verband vertaald in gezamenlijke ambities en akkoorden. Daarnaast zijn er ook lokale doelstellingen en ambities waarvoor al beleid is opgesteld of momenteel in ontwikkeling is. De kernopgaven en bijbehorende toelichting staan hieronder samengevat en zijn gebaseerd op de inventarisatie van bestaand lokaal beleid en opgaven (bijlage 3).

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Samenvatting ambitie per thema in Pact 7.1 Westfriesland

Ruimtelijke kwaliteit Kernopgave: Behoud karakter van landschapsgemeente Stede Broec; de ontwikkelingen moeten de eigen bevolking aanspreken. Goed wonen en werken mag niet ten koste gaan van het groene en waterrijke karakter van de gemeente.

Woonakkoord West-Friesland De regio wil inwoners van West-Friesland naar wens en tevredenheid laten wonen en een breed scala aan woonwensen binnen de regio realiseren. Zo kan West-Friesland tot de tien beste woonregio’s van Nederland behoren en ook huishoudens uit andere regio’s aantrekken. Onderdeel van Pact 7.1 Westfriesland is daarom een woonakkoord waarmee de gemeenten samenwerken op het gebied van de woningbouw. Dit betekent dat bij het realiseren van deze grote uitdaging rekening wordt gehouden met de kwaliteiten en mogelijkheden in de fysieke leefomgeving van de verschillende gemeenten.

Wonen en leefbaarheid Kernopgave: Blijf een voldoende aantrekkelijke woongemeente voor de veranderende samenstelling van de bevolking. Stede Broec ontwikkelt op weg naar 2030 een compleet en divers woonaanbod met passende woningen voor nu en later. Daarbij is er bijzondere aandacht voor starters en senioren, en het behoud van groene buffers en woonkwaliteit.

De regio zet hiervoor in op: • een versnelling van de woningbouwopgave met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor iedere doelgroep; • het op peil houden en uitbouwen van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de bestaande voorraad; • een leefbaar en bereikbaar West-Friesland tot in de kern; • onderscheidende en complementaire nieuwbouwproducten; • langer zelfstandig wonen bevorderen; • werken met een flexibel kader dat de regio houvast biedt en ruimte laat voor marktinitiatieven. 19 van 61

Kwaliteit van de leefomgeving en Milieu Kernopgave: Creëer een leefomgeving die bijdraagt aan de gezondheid en veiligheid. Alle geldende milieunormeringen voor de fysiek leefomgeving worden nageleefd. Zoals een goede waterkwaliteit conform de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Gezondheid betekent ook een groen omgeving die zich tijdig laat aanpassen aan het actuele en verwachte klimaat, en het stimuleren van beweging. Economie Kernopgave: Faciliteer startende ondernemingen en draag bij aan een vitale lokale en regionale economie. Synergie met buurgemeenten brengt kansen in agrarische sector en faciliteert de lokale bedrijvigheid. De regionale functie van Streekhof met detailhandel wordt versterkt. De ontwikkeling van het toerisme en recreatie in de regio heeft een positief effect op het bestaande toeristisch en recreatieve profiel van Stede Broec en biedt economische kansen. Duurzaamheid Kernopgave: Realiseer Energieneutraal 2040 | Klimaatneutraal 2050. Als onderdeel van West-Friesland wil de gemeente haar bijdrage leveren zoals deze is omschreven in het college-uitvoeringsprogramma 2018-2022 en het Pact 7.1 Westfriesland.

Regionale Energiestrategie De Regionale Energiestrategie (RES) is een belangrijke stap in een langjarige samenwerking om met elkaar te zorgen voor minder CO2-uitstoot en de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. Dit is afgesproken in het Klimaatakkoord. West-Friesland wil in 2040 energieneutraal zijn en zet daarop in via de Regionale Energiestrategie. Het plan kent veel meekoppelkansen (‘positieve effecten’) voor de regio, zoals op het gebied van recreatie en toerisme. Per zoekgebied wordt het meekoppelen van kansen en de inpassing nog bepaald. Stede Broec komt in de RES 1.0 niet in beeld voor windenergie.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Zoekgebied 18: Scheperswijk | Krabbersplaat Enkhuizen. Zoekgebied 16: Oosterwijzend

20 van 61

Klimaatadaptatie Kernopgave: Zorg dat de gemeente bestand is tegen droogte, hitte en overmatige regenval. Het veranderende weer heeft effect op de leefomgeving: verdroging, hitte, bodemdaling of juist overstromingen. Er is onderzocht hoe de gemeente zo goed mogelijk kan omgaan met de verwachte klimaatomstandigheden. Zoals vergroening van de leefomgeving en wateropvang. Samenleving Kernopgave: Garandeer een samenleving voor iedereen. De samenleving van Stede Broec is hecht en kent veel verenigingen. We versterken de samenleving verder vanuit de principes ‘regie op eigen leven’, ‘meedoen’ en ‘kansen voor iedereen’. Een goede fysieke toegankelijkheid tot voorzieningen is een randvoorwaarde. Mobiliteit Kernopgave: Verbeter de bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid. Dit gaat op de eerste plaats over het centrum met het historisch lint en het bedrijventerrein. Maar ook de woonwijken. Per gebied spelen verschillende vraagstukken. Met als gemene deler dat de gemeente een balans moet vinden tussen veranderend ruimtegebruik en mobiliteit. Behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, de veiligheid en leefbaarheid

Regionale aanpak klimaatadaptatie Om Nederland voor te bereiden wordt er gekeken hoe de leefomgeving op het veranderende klimaat kan worden aangepast. Die aanpassing noemen we klimaatadaptatie. Het rijk, de provincie, de gemeente(n) en het waterschap hebben de gezamenlijke ambitie dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. In Noord-Holland pakken de zeven WestFriese gemeenten deze taak gezamenlijk op. Onder het collectief ‘Westfriesland Klimaatbestendig’ voerden zij in 2020 de zogeheten klimaatstresstest uit. Deze test laat ook de mogelijke gevolgen van klimaatverandering zien in Stede Broec. Door het groen-blauwe karakter van Stede Broec is de gemeente relatief goed bestand tegen klimaatverandering.

Gekozen ambitieniveau klimaatadaptatie (bron: SWECO)

De samenlevings is verbonden met alle maatschappelijke opgaven en thema’s in de fysieke leefomgeving Er zijn ook maatschappelijke opgaven die geen relatie lijken te hebben met de fysieke leefomgeving. Denk aan onderwerpen als integratie, problematische schulden, eenzaamheid, huiselijk geweld of verwarde personen. Maar die relatie is vaak toch aanwijsbaar. Bijvoorbeeld een omgeving met veel groen, speelterreinen en bankjes zal ook de sociale cohesie bevorderen, ontmoetingen stimuleren en een gunstige uitwerking hebben op eenzaamheid. Omgekeerd hebben de grote transitie thema’s zoals verduurzaming en wonen veel impact op de levens van mensen. De veranderingen die daarmee gepaard gaan vragen van iedereen een bijdrage, die niet iedereen even gemakkelijk kan leveren. In de uitwerking van de opgaven zal zeker aandacht moeten komen voor dit aspect. De uitgangspunten voor het sociale beleid zijn terug te vinden in het beleidsdocument ‘Thuis in Stede Broec’.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

21 van 61

vormen het uitgangspunt. Bijzondere aandacht is er voor het optimaliseren van de ruimtelijke kwaliteit (‘indeling’) en verblijfskwaliteit (‘leefbaarheid’) van het historisch lint en het stationsgebied. Met name door het verkeer aan te passen en te reguleren. Biodiversiteit, groen en natuur Kernopgave: Behoud en versterk de biodiversiteit. We willen het groen aan de buitenranden versterken. Daarnaast houden we de biodiversiteit binnen de bebouwde kom. Visie: een toekomstperspectief in vijf verhalen De omgevingsvisie gaat over de gehele leefomgeving van Stede Broec. Vanwege het diverse karakter van het grondgebied en het gebruik daarvan, hebben we dit onderverdeeld in vijf deelgebieden. Per deelgebied schetsen we een toekomstbeeld, een ‘verhaal’. De opgaven (‘deelaspecten van de kernopgaven, zoals woningbouw en het stimuleren van sport en recreatie’) en aanwezige kernkwaliteiten vormen de basis van de ontwikkelrichtingen en kansen waarop wordt ingezet. Elk verhaal bevat ook een aantal handreikingen voor de uitwerking. De reacties uit de participatie geven extra kleuring aan het geheel en benadrukken welke specifieke onderwerpen belangrijk worden gevonden. De verhalen vormen samen de basis voor

de uiteindelijke omgevingsvisie. Daarmee zetten we de koers voor de uitvoering: het verder onderzoeken en concretiseren van de visie met stakeholders (‘iedereen die erbij betrokken is en/of een belang erbij heeft’). Per thema of per gebied. Vervolgens moeten er nog afwegingen worden gemaakt, bijvoorbeeld over de volgorde van belangrijkheid of de kosten. Daarvoor is een afwegings- en toetsingskader nodig. Daarover meer in hoofdstuk 4. Overigens: niet alleen de gemeente zet ontwikkelingen in gang in lijn met de toekomstige ambities. Ook een bewoner, vereniging of bedrijf kan een initiatief starten. Op die manier werken we samen aan de uiteindelijke omgevingsvisie.

Gezondheid en welbevinden In de nieuwe Omgevingswet wordt gezondheid expliciet benoemd. Dat biedt een kans voor de gemeenten om gezondheidsbeleid en ruimtelijk beleid te verbinden en te borgen in hun omgevingsvisie en plannen. Vaak gaat het bij een gezonde leefomgeving vooral over de fysieke kwaliteit ervan, zoals meer groen, schone lucht of het beperken van geluidsoverlast. Maar uit de prijsvraag WHO CARES en community of practice leren we dat naast geschikte woningen en goede zorg, een sociale leefomgeving van belang is. Zeker bij ouderdom, leven met een beperking of een tegenslag in het leven. Openbare (buiten)ruimte en voorzieningen als bibliotheken, scholen en buurtwinkels kunnen ruimte maken voor ontmoeting, en zo een waardevolle invulling geven aan behoeftes aan sociaal contact of onderlinge verbondenheid. Het thema gezondheid en welbevinden kan op verschillende manieren een plek krijgen in de omgevingsvisie. Het is een keuze om middels een programma het thema verder uit te diepen. Zie ook gezondin.nu.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

22 van 58

De vijf verhalen van Stede Broec Dorps leven

Buitenleven

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Vitale wijken

Werken om de hoek Broekerhaven

23 van 61

Verhaal Dorps leven Met het verhaal Dorps leven wordt ingezet op het versterken van de aanwezige kwaliteit van wonen en leven in het centrum van Stede Broec. Toekomstbestendig, met behoud van ruimtelijke kwaliteit en erfgoed.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Deze ontwikkelingen zien we voor ons 1. Van jong tot oud woont aan het lint, en we kennen elkaar. 2. Er hangt een dorpse sfeer waarin wonen, werken en voorzieningen worden gemengd. Zo is en blijft alles dichtbij.

Overzicht van concrete opgaven op basis van de

3. Het historische lint vormt de centrale as door Stede Broec. De verkeersveiligheid in de dorpen is nog meer toegenomen en past bij nieuwe vormen van mobiliteit.

beleidsinventarisatie

4. Winkelcentrum Streekhof is in de toekomst samen met het stationsgebied nog meer het centrum van Stede Broec. Vanuit het station wandel je zo het centrale plein op waar de wekelijkse markten zijn en waar je elkaar ontmoet. 5. Er is kleinschalige en diverse woningbouw en ruimte voor winkels bijgekomen. De hoogte van de woningbouw past bij de omgeving. 24 van 61

6. De vergroening van de omgeving van Streekhof maakt de plek prettiger en klimaatadaptiever. Dit staat ons te doen 1. We bouwen bij, maar kleinschalig: in evenwicht met de omvang van bebouwing van het historisch lint. Eventueel kiezen we voor het ombouwen van een bedrijfspand naar woningen.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

6. Meer groen en minder of andere bestrating spelen beter in op veranderingen in het weer. Kaart met ideeën voor het centrum van Stede Broec

2. Er zijn aan het lint en in de wijken voldoende en uitnodigende plekken om elkaar te ontmoeten. De kerk, het café en Streekhof liggen daarbij in elk geval voor de hand. 3. Door aanpassingen van het lint kan deze autoluwer worden. Wandelen en fietsen krijgen prioriteit, en de auto past zijn snelheid aan: langzaam verkeer is de norm. 4. Samen met ondernemers maken we een slag om het winkelgebied veelzijdiger, aantrekkelijker en optimaal bereikbaarheid te maken. 5. Met ontwikkelaars en woningcorporaties zetten we in op het realiseren van gevarieerde woningbouw in het centrum.

Bijzondere locatie Een bijzondere locatie vormt het centraal gelegen bedrijventerrein aan de Industrieweg en Nijverheidsweg. Nu biedt dit nog ruimte aan grotere en kleinere vormen van bedrijvigheid. In de toekomst kan deze locatie in de omgevingsvisie opgenomen worden als plek voor transformatie. 25 van 61

Verhaal Vitale wijken Met het verhaal over vitale wijken in Stede Broec wordt ingezet op toekomstbestendige woonwijken. We hebben het dan over leefbaar, duurzaam en met een passend woningaanbod. Dit doen we door het vitaliseren (‘upgraden, bijvoorbeeld door vernieuwen, verbeteren of verlevendigen’) en transformeren (‘duurzaam maken’) van de bestaande woningen, maar ook door het realiseren van nieuwe woningen. Deze ontwikkelingen zien we voor ons 1. De woonwijken zijn gezellig, rustig en kindvriendelijk met voorzieningen dicht bij elkaar. Zoals een integraal kindcentrum, zorg en een supermarkt.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Overzicht van concrete opgaven op basis van de beleidsinventarisatie

2. De leefbaarheid van de wijken is overal op orde en het groene karakter is op alle plekken voelbaar. 3. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de woonwijken, zoals luchtkwaliteit, geluidshinder en de aanwezigheid van groen, draagt bij de gezondheid. Er is ruimte om buiten in de eigen leefomgeving te kunnen sporten en bewegen. Dit betreft niet alleen fietsen of wandelen, maar ook de mogelijkheid voor het sporten in een park of op een pleintje. Eventueel met voorzieningen als een skateboardbaan of voetbalkooi.

26 van 61

4. We bereiken een gezonde en evenwichtige woningmarkt. Uitbreiding van het woningaanbod aan de randen vraagt om een kwalitatieve aanpak waarin de dorpsranden een groene overgangszone vormen naar het landschap.

Kaart met ideeën voor woonwijken

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Stede Broec

5. In het zuidwesten van Stede Broec liggen diverse sportverenigingen bij elkaar. Deze locatie biedt kansen voor bijvoorbeeld uitbreiding van sportvoorzieningen tot een completer aanbod. Dat is van meerwaarde voor de bewoners van Stede Broec zelf, maar zeker ook voor de buurgemeenten.

27 van 61

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Mogelijke bekende en nader

De uitwerking van het Woonakkoord West-Friesland voor Stede Broec Het Woonakkoord gaat tot 2030 uit van een toevoeging van 8.000 harde en zachte plannen voor heel West-Friesland. Voor de periode van 2030 tot 2040 wordt gerekend met circa 9.000 aan zachte plannen in geheel West-Friesland. Voor Stede Broec betekent dat tot 2030 1.243 aan harde en zachte plannen. De exacte verdeelsleutel voor na 2030 is nog niet bepaald. Het is echter wel belangrijk om de komende jaren voldoende (over)capaciteit te hebben om alvast te kunnen inspelen op de behoefte. Daarom zal in Stede Broec ook onderzocht moeten worden waar woningbouw mogelijk is en hoe deze passend is bij de ambities van de gemeente.

te onderzoeken woningbouwlocaties Stede Broec

Bovenstaande kaart geeft aan waar mogelijkheden zijn voor de woningbouw. De locaties uit de categorieën harde en zachte plannen voorzien in de complete woningopgave. Daarnaast komen de komende jaren extra inbreidingslocaties (het vrije gebied waar al bebouwing omheen staat) beschikbaar. Denk aan locaties als Rabobank Streekhof en Garage Wester. Het is wenselijk om ook deze te ontwikkelen. Als in Lutjebroek ook woningen voor de lokale vraag kunnen worden gerealiseerd, kan ook de inbreidingslocatie Molensloot Zuid worden ontwikkeld. Vervolg pagina 29

28 van 61

Vervolg Woonakkoord West-Friesland

1. Harde plannen krijgen voorrang.

De locatie Zilverhof is naar aanleiding van de participatie en daaropvolgende motie in de raad van 1 juli 2021 een gewenste locatie voor woningbouw geworden. Er moet een strategie voor gebiedsontwikkeling, in de vorm van een programma, komen om verder te onderzoeken waar wat mogelijk is.

2. Zachte plannen die al in procedure zitten (= ‘plan in voorbereiding’ volgens Provinciale Planmonitor) gaan verder en worden gerealiseerd. Daarbij geldt als volgorde: • In alle dorpen zoeken we op basis van behoefte waar we nog kunnen bouwen. • Inbreiding gaat vóór uitbreiding. • Rond een ov-knooppunt. • Diversiteit in woningen, bij voorkeur waar centrumvoorzieningen en/of stations zijn.

Vanwege onzekerheden over de toekomstige woningvraag is het niet verstandig om nu al alle plannen te maken. Het hiernaast getoonde stappenplan is een beknopte handreiking voor het plannen van de woningbouw, waarbij uiteraard alle opgaven worden meegewogen.

Dit staat ons te doen 1. Niet elke wijk is hetzelfde, dus maatwerk is nodig om alle wijken te vitaliseren tot de gewenste kwaliteit. We gaan hieraan met diverse partijen werken. 2. De bestaande vaarten die door de wijken lopen zijn verbeterd. Natuurvriendelijke oevers vergroten de biodiversiteit. Het autoverkeer is aangepast aan het fiets- en wandelverkeer: de snelheid is beperkt en je voelt je veilig op straat. De bestaande woningen worden verduurzaamd. We stimuleren dat de daken worden voorzien van zonnepanelen. En er komt meer groen: sedum op daken en tuinen met

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

3. Nieuwe locaties oftewel zachte plannen (= nog geen ‘plan voorbereiding’) volgen dezelfde volgorde als hierboven.

minder steen. Zowel woningeigenaren als verhuurders zetten zich samen met de gemeente in om woningen te isoleren. Een (nieuw) warmtenet is wellicht een optie. We kunnen nu al aan de slag met grote en kleine plannen die bijdragen aan thema’s zoals woningtransitie, leefbaarheid, sociale ontmoeting, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Variërend van kleinschalige buurtinitiatieven gericht op leefbaarheid, tot innovatieve plannen voor de transformatie van woningen. Het is de som van activiteiten die de wijken leefbaarder en duurzamer gaat maken. 29 van 61

3. Het thema gezondheid pakken we op in combinatie met de andere ontwikkelingen, zoals versterken van het aanwezige groen en blauw, de biodiversiteit, het verkeersluw maken van de wijken, en meer ruimte te bieden aan fietsers en voetgangers. Bestaande wandelroutes, sport- en speelplekken kunnen verbeterd of uitgebreid worden. Dat geldt ook voor al bestaande de wandel- en fietspaden die de wijken met het buitengebied verbinden. 4. Dit betekent meer verschillende woningen, sociale huurwoningen mixen met koopwoningen en huurwoningen in de vrije sector, en een focus op starters, senioren en mensen met een (toenemende) behoefte aan zorg en ondersteuning. Het Afwegingskader wonen Westfriesland geldt als leidraad voor het beoordelen van woningbouwplannen. Daarbij zijn er zijn diverse locaties denkbaar. We moeten daarnaast onderzoeken in welke volgorde of wellicht parallel aan elkaar woningbouw opgepakt wordt. Dat kan bovendien gecombineerd worden met opgaven op het gebied van klimaatadaptatie, duurzaamheid, gezondheid en samenleving. Innovatie in bouwmethode en materiaalgebruik zijn bijvoorbeeld kansen. De potentiële woningbouwlocaties

aan de randen van Stede Broec onderzoekt en ontwikkelt de gemeente samen met de buurgemeenten, ontwikkelaars en corporaties. Eventuele woningbouw is goed te combineren met klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

5. De gemeente heeft op dit moment het voorkeursrecht (‘recht van eerste koop’) op de locatie Wvg Stede Broec Zuidwest. Dat biedt veel kansen om ambities op het gebied van een clustering van sport en voorzieningen te bewerkstelligen.

30 van 61

Verhaal Buitenleven Met het verhaal over het buitenleven wordt ingezet op het vergroten van de kwaliteit van de landschap, de economische waarde, de recreatie en natuurwaarde. Het nabijheid en vitaliteit van het landschap blijven een onderscheidend kenmerk van onze woongemeente. Deze ontwikkelingen zien we voor ons 1. In het buitengebied van Stede Broec wordt de kwaliteit en eigenheid van landschap gekoesterd. Op alle fronten: de Weelen, het vaarlandschap, het Streekbos, en de centraal gelegen agrarische gebieden. Het lukt de diverse belanghebbende partijen om de kansen en uitdagingen optimaal te benutten.

Hoofdstuk 3

Overzicht van concrete opgaven op basis van de beleidsinventarisatie

2. Op het veld staan gewassen die steeds beter bestand zijn tegen het veranderende klimaat in Nederland. De telers profiteren nog steeds van de goede gronden voor de ontwikkeling van hun producten. Door innovatie en uitbreiding neemt de bedrijfsbebouwing ook toe in dit gebied. 3. De agrariërs in dragen op verschillende manieren bij aan het beheer en behoud van hun omgeving. Ook agrarisch landschaps- of natuurbeheer in samenwerking met Staatsbosbeheer is mogelijk. 31 van 61

Hoofdstuk 3

4. De groene dorpsranden van Stede Broec staan er goed bij. Ze zijn voldoende veerkrachtig om te kunnen omgaan met veranderende weersomstandigheden en zijn biodivers. Deze groene randen zijn verbonden met de groene structuren in het stedelijke gebied, de omringende natuurgebieden en het landschap. De wandel- en fietspaden en vaarroutes liggen zoveel mogelijk in de groene gebieden. Bij hevige regenval kan hier water worden geborgen dat nodig is voor de natuur.

Kaart met ideeën voor het buitengebied van Stede Broec

5. Er wordt veel aandacht besteed aan de mogelijkheden voor inwoners en ondernemers om te participeren in het opwekken van energie.

verschillende hoogtepunten in het gebied voert.

Dit staat ons te doen 1. Agrariërs, het recreatieschap, Staatsbosbeheer, het waterschap en de provincie werken gezamenlijk aan een gedeelde toekomstvisie voor het buitengebied. Daarbij wordt onderzocht hoe de actuele opgaven zo goed en passend mogelijk opgelost kunnen worden. Agrariërs willen bijvoorbeeld overstappen naar een (meer) circulaire en natuurinclusieve bedrijfsvoering, en hierin ondersteund worden. Het recreatieschap ziet graag een fijnmazig wandel-, vaar- en fietsmogelijkheden door het landschap, dat langs de

2. Om de karakteristieke openheid van het gebied te behouden, moet conform de kaders van de provincie zorgvuldig worden omgegaan met uitbreidingen. Tussen de erven moet voldoende open ruimte blijven bestaan om het zicht op de achterliggende open ruimte te behouden. In het agrarisch gebied is ruimte om eventueel vrijkomende agrarische bebouwing van stoppende agrariërs in te zetten voor nieuwe functies. Functies die zich goed verhouden met de bestaande bedrijvigheid. Een goede infrastructuur voor het transport van bloemen en groenten is cruciaal.

32 van 61

3. De agrarische ondernemers dragen samen bij aan de kwaliteit van de bodem door wisselteelt van groenten en bloemen en het uitwisselen van kennis en kunde. Daarnaast is het terugdringen van pesticidegebruik een interessante optie. Dit is goed voor biodiversiteit in het gebied en kostenbesparend voor de telers. De gemeente kan deze ontwikkeling stimuleren of faciliteren. Agrarisch landschaps- of natuurbeheer wordt opgepakt in samenwerking met Staatsbosbeheer. 4. Een goede manier om de biodiversiteit te verbeteren is het stimuleren van de aanleg en het beheer van natuurlijke bermen en oevers. We kijken waar we nog meer kunnen halen uit de recreatieve kansen van dit gebied. 5. De gemeente kan spelregels maken in overleg met de bewoners voor opwekken van energie. Belangrijk aandachtspunt hierbij is welke inpassingsmogelijkheden er zijn en wat het landschap aan kan. Zo bepalen de karakteristiek van de ruimtelijke opbouw (‘wat we willen bouwen’) en de wezenlijke kernkwaliteiten van de landschappen (‘waar we willen bouwen’) in grote mate wat er mogelijk is. Zonnevelden zijn bijvoorbeeld van grote invloed

op een kernkwaliteit als openheid. Dit kan gaan om de hoogte maar ook de omvang van de zonnevelden. Bepalend is ook waar de zonnevelden komen in het landschap: in de open zichtlijnen vanaf de bebouwingslinten of misschien wel op enige afstand van wegen of bebouwing.

Hoofdstuk 3

Thematische opgaven kunnen aanleiding zijn om voor specifieke gebieden of zones aparte gebiedsplannen te maken. Bijvoorbeeld voor vraagstukken zoals energietransitie en klimaatadaptatie zal exacter onderzocht moeten worden wat er kan en hoe dat past binnen de landschappelijke kaders. De volgende handvatten kunnen dienen als leidraad: • Heldere spelregels voor de situering, inpassing en beoordeling van initiatieven. • Een integraal gebiedsplan voor gebieden waar meerdere initiatieven spelen. • Inzicht in het effect van meerdere zonnevelden of windopstellingen in het landschap.

33 van 61

Verhaal Broekerhaven Met het verhaal Broekerhaven wordt ingezet op de kansen aan het Markermeer. Uit de participatie blijkt dat mensen veel meer gebruik willen maken van dit strand. Laten we kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat dit echt een plek wordt waar we met elkaar van kunnen genieten. Deze ontwikkelingen zien we voor ons 1. Broekerhaven wordt in de participatie vaak genoemd als plek waar de bewoners graag meer gebruik van willen maken. Als kleinschalige haven en poort naar het Markermeer heeft de Broekerhaven de potentie om een hoogwaardige ontmoetingsplek te worden.

Hoofdstuk 3

Overzicht van concrete opgaven op basis van de beleidsinventarisatie

2. Minder verkeershinder van de N307. Dit staat ons te doen 1. Herinrichting en vergroening van de openbare ruimte verbetert de verblijfskwaliteit. Diversiteit in horecagelegenheden geeft deze plek een eigen aantrekkingskracht. Niet alleen voor bewoners, maar ook voor recreanten vanaf het water of de dijk. We verbeteren de recreatiemogelijkheden verder door initiatieven de ruimte te geven en (aanvullende) mogelijkheden te onderzoeken. Maar wel met behoud van voldoende toegankelijke openbare ruimte.

34 van 61

2. De verkeershinder van de Westfrisiaweg voor de omwonenden vraagt om een grotere aanpak in samenwerking met andere bestuurslagen (zoals de provincie) en partijen zoals Rijkswaterstaat en het waterschap. De mogelijkheden voor een gezamenlijke aanpak is een onderwerp om te agenderen in de samenwerking met de andere bestuurslagen.

Kaart met ideeën

Hoofdstuk 3

voor Broekerhaven Stede Broec

35 van 61

Verhaal Werken om de hoek Met het verhaal werken om de hoek wordt ingezet op de economische en maatschappelijke waarde van de bedrijvigheid van Stede Broec.

Hoofdstuk 3

Deze ontwikkelingen zien we voor ons 1. Binnen Stede Broec en daarbuiten is onvoldoende ruimte voor bedrijventerreinen beschikbaar. 2. De bedrijventerreinen zijn verduurzaamd en klimaatadaptief. 3. Er is een groeiende behoefte aan woonen werkruimte. Dit staat ons te doen 1. Om het bedrijfsleven te laten groeien kijken we hoe bestaande ruimte intensiever kan worden benut. Bijvoorbeeld door bestaande bedrijventerreinen nog beter te benutten. Waar mogelijk zetten we samen met de bedrijven in op verduurzaming van deze locaties. Stoppende agrarische bedrijven kunnen een rol spelen in de huisvesting van bedrijvigheid mits die passend is naar aard en schaal in de omgeving. Binnenstedelijk bieden deze locaties mogelijkheden voor het integreren van wonen en werken. Dat is een tendens die postcorona ongetwijfeld belangrijker wordt. Meegaan met de

Overzicht van concrete opgaven op basis van de beleidsinventarisatie

36 van 61

Hoofdstuk 3

economische en maatschappelijke ontwikkelingen vraagt om aanpassingen van de fysieke locaties en het verkeersbeleid. Maar ook om bovenlokaal samenwerken met de buurgemeenten. 2. We willen schaalvoordeel behalen. De verduurzaming van de bedrijventerreinen pakken we daarom bij voorkeur collectief op. Dat wil zeggen: bedrijven met elkaar, en bedrijven met de gemeente. Zo liggen er kansen voor energieopwekking door zonnepanelen op het dak. Daarnaast zetten we in op een klimaatbestendige openbare ruimte: meer groen en extra aandacht voor waterafvoer.

Kaart met ideeën voor Werken om de hoek Stede Broec

Arbeidsmigranten Bedrijven zetten steeds vaker arbeidsmigranten in voor de groeiende hoeveelheid werk. Deze arbeidsmigranten verblijven voor korte of langere tijd in West-Friesland. Liefst op niet al te grote afstand van de werklocaties. Geschikte tijdelijke of meer structurele huisvesting voor deze groep is niet altijd voorhanden. Het is belangrijk dat we dit goed regelen. Dan zijn de arbeidsmigranten verzekerd van een gezonde woonsituatie en is hun aanwezigheid in het voordeel van regionale economische groei.

Behoefteraming werklocaties Voor West-Friesland is een behoefteraming werklocaties opgesteld in 2020. Daaruit blijkt dat de vraag naar ruimte op bedrijventerreinen tot 2030 met 22 tot 48 hectare toeneemt en tot 2040 met nog eens 25 hectare. Deze uitbreidingsvraag heeft ook betrekking op de bedrijventerreinen van de SED-gemeenten waaronder Stede Broec. Op de bestaande terreinen is nog maar beperkt tot geen uitgifte van terrein mogelijk. Om uitbreiding van het aanbod aan bedrijventerreinen te realiseren zijn twee scenario’s mogelijk: • De drie gemeenten analyseren lokaal de vraag naar bedrijfsruimte en zoeken lokaal naar een geschikte locatie voor uitbreiding. • De drie gemeenten trekken gezamenlijk op (eventueel in samenwerking met andere buurgemeenten zoals Medemblik en Hoorn). 37 van 61

Bovenlokale samenhang van verhalen Gemeente Stede Broec heeft een eigen toekomstverhaal, en verdient als lokaal gebied maatwerk. Tegelijk kan er veel voordeel worden behaald als we overeenkomsten zoeken met onze ‘buren’. Samenwerking binnen de SED en in regionaal verband biedt kansen om onze doelstellingen beter, sneller, soepeler en goedkoper te bereiken. Denk aan een gemeenschappelijk geformuleerd afwegingskader en dito aanpak.

We zien drie niveaus van samenwerking: 1. Beleidsmatige samenwerking en uitwerking in omgevingsprogramma’s en omgevingsplannen op SED-niveau: harmoniseren van beleid daar waar het kan en de gemeenten onderling daar voordeel van hebben. 2. Strategische samenwerking en uitwerking op regionaal niveau voor de grote opgaven. 3. Samenwerken in een grensgebied waar waarde creëren een gezamenlijke kans is. Zoals de grenzen met Hoogkarspel en Enkhuizen.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Mogelijkheden voor samenwerking op regionaal niveau: • Woningbouwopgave conform het woonakkoord • Huisvesting arbeidsmigranten • Strategie bedrijventerreinen • Kwaliteit van het landschap en biodiversiteit • Waternetwerken en fietsnetwerken versterken • Mobiliteit • Toerisme en Recreatie Grenszones met buurgemeenten die

Mogelijkheden voor samenwerking op SED-niveau: • Duurzaamheid (energiestrategie, klimaatadaptatie, verduurzaming, warmtetransitie) • Biodiversiteit en Natuur • Wonen • Infrastructuur (wandel- en fietspadennetwerk, verkeersontsluiting, vaarroutenet) • Gezondheid en Veiligheid

geschikt zijn voor een gezamenlijke gebiedsvisie.

38 van 61

Een omgevingvisie in ontwikkeling

Hoofdstuk 4

Zo gaan we met elkaar verder

Hoofdstuk 4

Zo gaan we met elkaar verder Nu we weten naar welk toekomstperspectief we toekunnen werken en waarom, is de vraag: hoe dan? In de verhalen worden ontwikkelingen geschetst en aangegeven wat we kunnen oppakken. Dat kan de gemeente zelf doen, maar ook bewoners, ondernemers of een vereniging. Het een sluit het ander niet uit. Initiatieven kunnen parallel aan elkaar lopen, en wellicht elkaar versterken. Natuurlijk houden we daarbij rekening met elkaars belangen. De insteek is: ja, mits.

Rollen en relaties: iedereen is op een eigen manier betrokken

daarmee onze rol per onderwerp – meer uitgekristalliseerd.

Rol gemeente De gemeente heeft bij de uitvoering van de visie verschillende rollen. Opdrachtgever. Dienstverlener. Samenwerkingspartner. Aanjager. Ondersteuner van maatschappelijke initiatieven. Handhaver van het publieke belang. Op welke thema’s of in welke gebieden de gemeente een sturende of juist meer faciliterende rol heeft, is in dit document nog niet altijd duidelijk. De gemeente wil faciliteren, maar ook sturen. De gemeente wil niet alles zelf doen, maar ook niet alles loslaten. De gemeente wil vertrouwen geven aan initiatiefnemers en tegelijkertijd ook verantwoordelijk blijven voor het algemeen belang. Kortom, het zoeken naar balans en wisselwerking tussen gemeente en gemeenschap is de opgave voor de toekomst. In In de uiteindelijke omgevingsvisie zijn de wensen en verwachtingen van inwoners en ondernemers – en

Met een aantal zaken moet de gemeente zelf aan de slag. Het gaat om vraagstukken die cruciaal zijn om bijvoorbeeld de sociaaleconomische positie te versterken. Projecten die bijdragen aan het vergroten van de woonaantrekkelijkheid. Programma’s die leiden tot sociaal-economische of fysieke wijkimpulsen, regie op de woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie. De gemeente zal telkens de stakeholders uit de gemeente uitdagen om zich te verbinden en verantwoordelijkheid te nemen voor de ontwikkeling van de gemeente. Per vraagstuk bekijken we welke partners met elkaar slagkracht kunnen organiseren. Dit varieert keer op keer. Soms neemt de gemeente het initiatief. Maar vaker zullen organisaties of inwoners het initiatief nemen. We maken deze ontwikkelingen onderdeel van de gezamenlijke koers en ambities van de gemeente.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 4

40 van 61

Rol initiatiefnemers Bewoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen en de gemeente dragen natuurlijk ook bij aan de toekomst van de stad. We wegen met elkaar af hoe een plan of activiteit verbonden kan worden aan de doelen van de omgevingsvisie. Ook zal de initiatiefnemer in de geest van de Omgevingswet alle belanghebbenden gaan betrekken en zo zorg te dragen voor de participatie. Met de ruimte om dit bij te stellen als er nieuwe ontwikkelingen of wensen op ons pad komen. Rol overige bestuurslagen en partnerorganisaties Zoals eerder benoemd houdt de fysieke leefomgeving niet op bij de grens van onze gemeente. Daarom werken we bovenlokaal samen met onze buurgemeenten, hogere bestuurslagen en uitvoeringsinstanties. Deze partijen hebben direct of indirect invloed gehad op de ontwikkeling van dit document inclusief routekaart. Nu gaan we onze bouwstenen met hen afstemmen, net zo goed als de buurgemeenten hun bouwstenen met ons afstemmen. Nu we zelf vastgesteld hebben waar en wat onze kernkwaliteiten en ambities zijn, weten we precies wat we in dat overleg willen bereiken. De afstemming met deze partners kan verlopen via bestaande bovenlokale overlegstructuren.

De routekaart van de gemeente De gemeente werkt de bouwstenen uit tot de omgevingsvisie aan de hand van een routekaart die uit vijf stappen bestaat.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 4

1. Beschrijving: het in kaart brengen van de kwaliteit van de gehele fysieke leefomgeving in relatie tot de ambities en opgaven uit dit document. 2. Spelregels voor keuzes: het ontwikkelen van het afwegingskader voor de fysieke leefomgeving waarmee het effect van keuzes wordt afgewogen. 3. Inhoudelijke uitwerking: het uitwerken van de ambities en opgaven in beleid en plannen. 4. Gebiedsgerichte uitwerking: het uitwerken naar geografische gebieden. 5. Samenwerken met de gemeenschap: het bieden van ruimte aan initiatiefnemers om voorstellen en plannen aan te dragen die in lijn zijn met de doelstellingen uit de visie. Het geheel aan onderzoeken, programma’s, beleid, plannen en initiatieven zorgt ervoor dat er gaat worden gewerkt in lijn met de bouwstenen. Zo bouwen we aan een volwaardige omgevingsvisie conform de Omgevingswet (zie spiekbriefje VNG met wettelijke eisen aan de omgevingsvisie). Hieronder worden de verschillende onderdelen verder toegelicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10604988/1