Bijlage 4 Q&A Regionale Raadsledenbijeenkomst
Tekst van het document
Q&A Regionale Raadsledenavond 10 maart jl. Tijdens de Regionale Raadsledebijeenkomst op 10 maart jl. zijn er 3 presentaties geweest over de toekomst van de (jeugd) beschermingsketen. Marion Verstraaten, manager van Veilig Thuis NHN heeft een presentatie gehouden over de huidige stand van zaken bij Veilig Thuis, welke ontwikkelingen er zijn doorgemaakt de afgelopen tijd, en wat de impact van Corona is op zowel de meldingen van huiselijk geweld als de werkzaamheden van Veilig Thuis. Onderzoeksbureau HHM heeft een presentatie gegeven over de eindrapportage van het onderzoek naar de governance van Veilig Thuis. De governance is nu belegd in een DVO die per 01-01-2022 afloopt. Bureau HHM heeft in het rapport verschillende mogelijkheden van regelingen in beeld, en adviseert tot het aangaan van een Gemeenschappelijke Regeling, waarbij Veilig Thuis wordt ondergebracht bij de GGD. Daarna heeft de Jeugdbescherming Regio Amsterdam verteld over het nieuwe scenario voor de kind- en gezinsbescherming. Dit nieuwe scenario draait onder andere om het verkorten van de beschermingsketen, en het inzetten van regioteams. Na de verschillende presentaties zijn een aantal vragen gesteld die vanwege tijdsdruk niet konden worden beantwoord. In dit memo zijn deze vragen gebundeld en worden ze alsnog beantwoord door de betrokken instellingen.
Vragen aan Veilig Thuis Na de uitbraak van covid19 is er bedacht dat mensen die te maken kregen met huiselijk geweld bij de apotheek het code woord ‘masker 19’ konden noemen of opschrijven. En dat de apotheker ervoor zou zorgen dat het slachtoffer in contact gebracht zou worden met Veilig Thuis. Is dit een effectieve oplossing gebleken denkt u? In de regio Noord-Holland Noord zijn geen meldingen binnen gekomen met het codewoord ‘masker 19’. Omdat de maatregel in een aantal Europese landen met succes is gebruikt, is ervoor gekozen om het codewoord ook in Nederland te introduceren. Veel apothekers zijn echter niet getraind om slachtoffers van huiselijk geweld op te vangen. Ook is het voor hen lastig om de onveiligheid in te schatten en te bepalen of ze de politie moeten bellen of Veilig Thuis. Tot nu toe is de effectiviteit van de maatregel niet bewezen. Ziet de politie een melding over geluid door ruzie bij de buren ook als meldingswaardig, of moet er sprake zijn geweld? Hoe vaak komt het voor dat een onveilige situatie niet opgelost kan worden, omdat er geen andere huisvesting beschikbaar is? Geluiden van ruzie duiden op een vermoeden van huiselijk geweld. Bij vermoedens van huiselijk geweld kunnen omstanders contact opnemen met Veilig Thuis om (anoniem) advies in te winnen.
Tijdens het gesprek vraagt Veilig Thuis de situatie uit en maakt een inschatting van de (on)veiligheid en bespreekt welke vervolgstappen genomen kunnen worden. Dit kan bijvoorbeeld zijn dat de omstander (anoniem) de politie belt zodat de politie ter plaatse een inschatting maakt. Afhankelijk van wat de politie constateert kan de politie een melding doen. Ook de omstander kan een melding bij Veilig Thuis doen, zodat Veilig Thuis kan nagaan of er sprake is van huiselijk geweld en wat nodig is om de veiligheid duurzaam te herstellen. Het doen van een melding heeft altijd impact op een gezin/huishouden vanwege de ongevraagde betrokkenheid van Veilig Thuis. Gezien de gevolgen van huiselijk geweld en kindermishandeling op de korte en lange termijn, is het van groot belang dat huiselijk geweld gesignaleerd wordt en met de juiste hulpverlening stopt. Uw vraag legt een verband tussen (voortduren van) huiselijk geweld en de beschikbaarheid van woningen. Veilig Thuis beschikt niet over cijfers hoe vaak gebrek aan alternatieve huisvesting reden is
voor het voortduren van het geweld. De capaciteit aan opvangplaatsen voor acute crisissituaties binnen de vrouwenopvang instellingen is onvoldoende toereikend. In de praktijk willen slachtoffers van huiselijk geweld soms weg bij hun partner, maar hebben ze geen plek (bij familie, vrienden, zelfstandig) om naar toe te gaan. De voorkeur gaat uit naar een beschikbare zelfstandige woning, maar er is een structureel woningtekort in Nederland en ook in de regio Noord-Holland Noord. Plaatsing in een vrouwenopvang is een grote stap die slachtoffers moeten maken. Ze worden vaak buiten de regio geplaatst en de kinderen worden uit hun vertrouwde omgeving gehaald. Bovendien leidt de stagnatie van de door- en uitstroom van cliënten tot verstopping in de keten. Of de oplossing ligt in het beschikbaar stellen van zelfstandige woningen, weten wij niet. Meerdere factoren spelen hierbij een rol. Vragen aan bureau HHM Is positionering bij de gemeente zelf niet ook een scenario? Veilig Thuis-organisaties waarbij de voormalige steunpunten huiselijk geweld en advies en meldpunten kindermishandeling zijn samengevoegd, werken regionaal. Er zijn in totaal 26 regionaal aangestuurde Veilig Thuis-organisaties die 42 regio’s bedienen. Positionering bij de gemeente zelf is daarmee geen logische keuze.
Als VT bij de GGD blijft, wat is dan het gevolg als de GGD centraal landelijk wordt aangestuurd? De Gemeentelijke Gezondheidsdiensten werken regionaal. Er zijn 25 GGD-regio’s. Deze GGD-en voeren taken uit op basis van de Wet publieke gezondheid, zoals de jeugdgezondheidszorg, de infectieziekte bestrijding en de openbaar geestelijke gezondheidszorg. Ook kunnen de GGD-en aanverwante taken uitvoeren, in opdracht van gemeenten. Er is geen sprake van landelijke aansturing van de GGD. GGD Hollands Noorden is een gemeenschappelijke regeling die door de 17 gemeenten in Noord-Holland Noord is opgericht en aangestuurd (algemeen bestuur bestaat uit wethouders gezondheidszorg van de gemeenten). Veilig Thuis functioneert binnen GGD Hollands Noorden als relatief autonoom onderdeel. Veilig Thuis werkt volgens eigen landelijke kaders, richtlijnen en regionale samenwerkingsafspraken met ketenpartners en gemeentelijke wijk/gebiedsteams. Vermoedelijk doelt de vragensteller op de landelijke aansturing in het kader van Covid-19. Dit heeft te maken met de bestrijding van de pandemie en de landelijke opschaling. Op grond van de Tijdelijke wet maatregelen Covid en eerder de noodverordeningen worden landelijk aantal zaken geregeld waar ook GGD Hollands Noorden uitvoering aan geeft.
Vragen Jeugdbescherming Regio Amsterdam Het gaat nu over kinderen, Veilig Thuis gaat over kinderen en volwassenen, worden in zo'n regionaal veiligheids centrum de kinderen en volwassenen dan weer door losse organisaties behandeld? Krijg je dan geen problemen bij de doorlopende lijn op het moment dat iemand 18 wordt? De gezinsgerichte aanpak richt zich op het volledige gezin en alle betrokkenen daaromheen, van kleine kinderen en hun ouders tot opa’s en oma’s (0-100). De problemen binnen een huishouden worden in samenhang aangepakt. Het lokale team zet zich in voor preventie, vroegsignalering en (informele) steun. Ze doen een eerste onderzoek, en organiseren en verstrekken professionele hulp, waar nodig in samenwerking met het regionaal expertiseteam. Dit Regionale veiligheidsteam werkt nauw samen met het lokale team, en heeft specialistische expertise op ontwikkelingsbedreiging en
veiligheid beschikbaar om gezinnen te ondersteunen. Bij deze aanpak wordt juist voorkomen dat iemand die 18 wordt uit het oog wordt verloren. Hoe verhoud dit systeem zich met Veilig Thuis ? Wie stuurt wie aan? In het nieuwe scenario wordt Veilig Thuis onderdeel van een integrale aanpak, en gaat Veilig Thuis net als de Raad voor de Kinderbescherming en de Gecertificeerde Instellingen op in de kerntaken van de nog te vormen Regionale Veiligheidsteams. Op welke schaal de aansturing van deze teams plaats gaat vinden wordt nog onderzocht. Idealiter een schaal waar al verantwoordelijkheden op het gebied van zorg en veiligheid belegd zijn en waarop relevante ketenpartners samenwerken. Zoals de 25 veiligheidsregio’s, de 26 Veilig Thuis-regio’s, of de huidige 42 jeugdregio’s. Aangezien dit uit landelijk onderzoek komt, komt er ook een advies richting het rijk om deze financiering ook landelijk te regelen ipv via de gemeenten? Nu moeten gemeenten zelf bepalen waar ze op moeten bezuinigen bij tekorten uit het rijk. Er komen verschillende geldstromen samen in het nieuwe scenario, dit maakt de bekostiging eenvoudiger. In overleg met de fondsbeheerders (ministeries van Financiën en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) kan in de loop van 2021 onderzocht worden wat een optimale financiële inrichting is binnen het gemeentefonds.
Er wordt eerst onderzocht op welke manier gemeenten, zonder al teveel administratieve last, kunnen werken volgens dit nieuwe scenario.