CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Toelichting en Regels bestemmingsplan Zesstedenweg 91

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Zesstedenweg 9125.190 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

––

Bestemmingsplan Zesstedenweg 91

Gemeente Stede Broec 28 september 2023 Concept

Gemeente Bestemmingsplan Voorontwer

Plannummer: NL.IMRO.0532.BPZesstedenweg91-ON01 -

Toelichting Regels Verbeelding

Concept 28 september 2023 Projectnummer 2662-200

Gemeente Stede Broec Toelichting, deel uitmakende van het Bestemmingsplan Zesstedenweg 91 Concept

Plannummer: NL.IMRO.0532.BPZesstedenweg91-ON01 Vastgesteld door de gemeenteraad op ..-..-…. Plan onherroepelijk per ..-..-….

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Indeling toelichting

5 5 5 6 7

Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Historie 2.2 Huidige situatie 2.3 Toekomstige situatie

9 9 10 12

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

17 17 19 24 27

Hoofdstuk4 Milieu 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.3 Bodem 4.4 Ecologie 4.5 Externe veiligheid 4.6 Geluid 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Waterparagraaf 4.9 Kabels en leidingen 4.10 Milieueffectrapportage

31 31 34 35 37 39 42 44 45 49 49

Hoofdstuk5 Juridische vormgeving 5.1 Plansystematiek 5.2 Opzet en toelichting van de planregels

51 51 51

Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

53 53 53

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Archeologie

Bijlage 2

Bodem

Bijlage 3

Ecologie

Bijlage 4

Stikstof ODNHN

2

Bijlage 5

Ecologie aanvulling

Bijlage 6

Geluid

Bijlage 7

Watertoets

Bijlage 8

Milieueffectrapportage

Bijlage 9

Gespreksverslag 2022

3

Toelichting Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Bij de gemeente Stede Broec is het verzoek binnengekomen om medewerking te verlenen de herontwikkeling van de percelen Zesstedenweg 91 en 107 te Grootebroek naar woningbouw. Op het perceel Zesstedenweg 91 staat nu een woning en bedrijfsbebouwing. Op het perceel Zesstedenweg 107 bevindt zich een woning, schuren en bijgebouwen en een kas. Hiervoor in de plaats zullen 4 vrijstaande woningen en 2 seniorenwoningen ontwikkeld worden. De bestaande bedrijfswoning aan de Zesstedenweg 107 zal als zelfstandige woning verkocht worden en krijgt een rechtstreekse woonbestemming. De woning aan Zesstedeweg 91 zal vervangen worden voor een nieuwe woning. en als zelfstandige woning verkocht worden. Niet alleen zal het plangebied in uitstraling veel vriendelijker worden, maar het zal ook minder overlast geven t.o.v. de huidige bedrijfslocatie.

De vigerende beheersverordening 'Kom Stede Broec' laat het beoogde gebruik en de bouw van woningen niet toe. Het gemeentebestuur heeft besloten onderhavig bestemmingsplan in procedure te brengen om de beoogde functies, bouwwerken en de aanleg hiervan mogelijk te maken. Het stedenbouwkundig plan voor de locatie is vertaald naar dit bestemmingsplan.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Zesstedenweg te Grootebroek. De beide percelen zijn onderling verbonden. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de (woon)bebouwing van het lint van de Zesstedenweg. Ten oosten, zuiden en westen wordt het plangebied omringd de woonbebouwing van Grootebroek. Direct langs de zuidrand van het plangebied en deels binnen het plangebied ligt een waterloop. Het plangebied is ca. 0,7 hectare groot.

5

Luchtfoto met plangebied rood omrand, bron: Google Earth

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied valt binnen de beheersverordening 'Kom Stede Broec' (vastgesteld op 5 juli 2018). In de beheersverordening is de bestaande planologische situatie vastgelegd. Het verordeningsgebied van deze beheersverordening bestaat uit de plangebieden die zijn opgenomen in het bestemmingsplan Kom Stede Broec en het bestemmingsplan Oosterweed. Het plangebied maakt deel uit van het bestemmingsplan 'Kom Stede Broec' (vastgesteld 4 oktober 2007).

6

Uitsnede beheersverordening (plangebied rood omkaderd)

Op basis van deze plannen heeft het perceel Zesstedenweg 91 heeft de bestemming 'Wonen' (lichtgeel) met de aanduiding 'te bebouwen erf' en het perceel Zesstedenweg 107 de bestemming 'Bedrijf' (paars) en 'Wonen' met de aanduiding 'te bebouwen erf'. Bebouwing is mogelijk binnen de bouwvlakken. Het daartussen gelegen eiland heeft de bestemming 'Agrarisch' (lichtgroen). De nieuwe woningen en bijbehorende voorzieningen als wegen, parkeervakken en groenstroken passen niet binnen deze bestemmingen en/of bouwmogelijkheden. Binnen de beheersverordening zijn geen mogelijkheden om af te wijken van het plan of het plan te wijzigen.

1.4

Indeling toelichting

De toelichting is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 wordt de bestaande en toekomstige situatie weergegeven, met een beschrijving van het plan; in hoofdstuk 3 is de toetsing van het project aan het beleid van rijk, provincie en gemeente beschreven; in hoofdstuk 4 zijn alle aspecten op het gebied van het milieu en leefkwaliteit beschreven; hoofdstuk 5 omvat de juridische planbeschrijving; hoofdstuk 6 beschrijft de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1

Historie

Het plangebied ligt in de kern Grootebroek, onderdeel van de gemeente Stede Broec, ten zuiden van het oude bebouwingslint. De landschappelijke basisstructuur wordt oorspronkelijk bepaald door de middeleeuwse ontginning van het veen. Deze vindt plaats vanuit de Streekweg, waaraan in die tijd de boerderijen zijn gelegen. De oorsprong van dit bebouwingslint ligt in de 13e eeuw. Haaks op de Streekweg worden sloten en watergangen aangelegd. Er ontstaat een slagenlandschap met door afwateringssloten begrensde percelen. Evenwijdig aan de Streekweg droegen met name de Togt en de Oude Gouwe zorg voor afwatering naar de Zuiderzee. Dit stelsel wordt door dijkaanleg gestabiliseerd en houdt zijn vorm ook als het veen geheel door ontwatering en oxidatie is verdwenen. Het gebied buiten de concentratie van bebouwing in linten is relatief leeg en alleen per schuit bereikbaar. Het veendek is uiteindelijk geheel verdwenen, om akkers vruchtbaar te houden worden sloten uitgebaggerd; de wateroppervlakte neemt daardoor geleidelijk toe. De ontwikkeling van bebouwing vindt plaats in de kernen Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel langs het lint. In 1449 wordt de Broekerhaven (de Kolk) aangelegd met een paadje verbonden met het lint. Door dijkdoorbraken, branden en misoogsten kenmerkt de 17/18 e eeuw zich door een teruggang van bevolking.

Omdat het de enige verbinding over land is tussen steden in Noord Holland wordt in 1671 de weg in het kader van de 'Zesstedenweg' bestraat en van een bomenplan voorzien.

Uitsnede historische kaart 1885 met plangebied rood omcirkeld, bron: www.topotijdreis.nl

Aan het eind van de 19e eeuw vindt omschakeling naar tuinbouw plaats; dit leidt tot intensivering in de lintbebouwing. Tegenwoordig wordt de band van bebouwing aan weerszijden van de Streekweg begrensd door de Drechterlandseweg in het noorden en de spoorlijn Hoorn-Enkhuizen in het zuiden. Het plangebied maakt met de woning aan de noordzijde onderdeel uit van het ontginnings- en bewoningsas van het lint Zesstedenweg. Langs de randen van het plangebied zijn er nog een perceelsloten aanwezig die de originele verkavelingslijnen volgen.

9

Uitsnede historische kaart 1950 met plangebied rood omcirkeld, bron: www.topotijdreis.nl

2.2

Huidige situatie

Het plangebied ligt op een centrale plek in de kom van Stede Broec, deels in en deels vlak achter de kleinschalige lintbebouwing, op de overgang naar het woongebied. De lintbebouwing is al van oudsher aanwezig en in de loop van de tijd gegroeid. De woningen ten oosten van het plangebied aan de Melkstraat, komen uit het begin van de twintigste eeuw en vormen een van de eerdere uitbreidingen van het lint. De woningen ten zuiden van het plangebied aan de Waterhoen zijn juist een van de laatste aanvullingen op Grootebroek en zijn aan het begin van de eenentwintigste eeuw gebouwd.

Huidige situatie met plangebied rood omcirkeld, bron: www.topotijdreis.nl

10

Binnen het plangebied staat op het perceel Zesstedenweg 91 nu een woning en bedrijfsbebouwing. Op het perceel Zesstedenweg 107 bevindt zich een woning, schuren en bijgebouwen en een kas. De twee percelen zijn onderling verbonden. De gronden maken nu een vrij verwaarloosde indruk. De watergang aan de noordrand van het plangebied is al van oudsher aanwezig. De watergang ten zuiden van het plangebied is een nieuwere toevoeging aan de waterstructuur.

Zicht op het plangebied richting de bestaande kas

11

Zicht over het plangebied met links en op de achtergrond de nieuwe woningen van de Waterhoen

2.3

Toekomstige situatie

2.3.1

Stedenbouwkundig plan

Het plan bestaat uit de bouw van 6 woningen op de locatie in een lage dichtheid. Hierdoor ontstaat er een sfeer van ontspannen wonen aan het water in een groene omgeving. De ruime kavels zijn voorzien van groene natuurlijke oevers en streekeigen boombeplanting. Een aantal bestaande bomen wordt gehandhaafd in het ontwerp.

12

Stedenbouwkundig plan Zesstedenweg

Er komen 4 grondgebonden vrijstaande woningen en 2 seniorenwoningen op het terrein (footprint ca. 700-800 m²). Daarnaast zal de woning aan de Zesstedenweg 107 de enkelbestemming wonen krijgen waarbij het kavel verkleind wordt ten opzichte van de huidige situatie. De woning aan Zesstedeweg 91 zal gesloopt worden, hiervoor in de plaats komt een nieuwe woning. De bestaande kas en opstallen 91 zullen deels worden gehandhaafd. De overige bebouwing zal gesloopt worden (totale footprint van de te slopen bebouwing is ca. 1902m2). De nieuwe woningen worden ontsloten via de Zesstedeweg. De bestaande oprit van Zesstedeweg 107 wordt hiervoor gebruikt. Voor het langzaamverkeer komt er een extra verbinding via de Waterhoen. Het parkeren vindt zoveel mogelijk op eigen terrein plaats, met daarnaast parkeren voor bezoekers in de openbare ruimte. Om de Zesstedenweg te ontlasten worden er 9 extra parkeerplaatsen gerealiseerd binnen het plangebied. Het parkeren vindt plaats in een parkeerkoffer en 3 haaksparkeerplekken. Bij de uitwerking wordt aangesloten op de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) van de gemeente. Rondom het eiland wordt de watergang verbreed en de doorvaarbaarheid verbeterd. Mede door de watergang ontstaat er voldoende afstand tussen de nieuwe woningen en de omliggende percelen. Een groene invulling van de nieuwe achtererven levert daar een verdere bijdrage aan.

13

Door de transformatie van het plangebied van de huidige situatie, van een rommelig en verwaarloosd bedrijventerrein met de bestemmingen Bedrijf en Agrarisch naar een woongebied, neemt de kwaliteit van het plangebied en daarmee de omgeving toe. Het plangebied is omgeven door de woningen van de Waterhoen en de lintbebouwing van de Zesstedenweg die ook hoofdzakelijk uit woningen bestaat. Het is een transformatie binnen het bestaand stedelijk gebied. De nieuwe functie is daarmee passend binnen de omgeving. Daarnaast zorgt het plan voor een vermindering van de parkeerdruk op de Zesstedenweg en een versterking van de blauwe structuur door de verbreding van de watergangen.

2.3.2

Verkeer en parkeren

Verkeersgeneratie De locatie wordt ontsloten via de Zesstedenweg. Hierdoor wordt verkeersbelasting van de Waterhoen voorkomen en wordt er gezorgd voor een overzichtelijke aansluiting. Voor het langzaamverkeer komt er daarnaast een extra verbinding via de Waterhoen. Deze verbinding dient ook als calamiteitenroute. In de huidige situatie met bedrijfsbebouwing en bijbehorende woningen is gedurende een maand het aantal verkeersbewegingen bijgehouden. Hier ligt het aantal verkeersbewegingen (inclusief tankauto en trekkers) per werkdag tussen de 50 en de 80. Gemiddeld is het aantal verkeersbewegingen per weekdagetmaal 55.

Aan de hand van de CROW publicatie Toekomstbestendig parkeren (CROW publicatie 381) kan het aantal verkeersbewegingen in de nieuwe situatie worden bepaald. Binnen Stede Broec en voor de planlocatie wordt gerekend met het gemiddelde van de kencijfers voor de categorie Matig stedelijk, rest bebouwde kom. Hierbij hoort een gemiddeld aantal motorvoegtuigbewegingen per woning per weekdagetmaal van 8,2 voor vrijstaande woningen en 5,5 voor de seniorenwoningen (vergelijkbaar met koop, appartement, duur). Het te verwachten aantal verkeersbewegingen per weekdagetmaal in de nieuwe situatie is dan:

4 x 8,2 = 32,8 verkeersbewegingen per weekdagetmaal voor de vrijstaande woningen 2 x 7,1 = 14,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal voor de seniorenwoningen Totaal

47,0 verkeersbewegingen per weekdagetmaal

Het aantal verkeersbewegingen zal door de herontwikkeling gemiddeld genomen toenemen. Het aandeel vrachtverkeer neemt echter wezenlijk af, waardoor de omgeving minder belast wordt. Gezien de dimensionering van de omringende wegen kan de beperkte toevoeging van het aantal verkeersbewegingen goed verwerkt worden.

Parkeren Aan de hand van de CROW publicatie Toekomstbestendig parkeren (CROW publicatie 381) kan het aantap parkeerplaatsen in de nieuwe situatie worden bepaald. Binnen Stede Broec en voor de planlocatie wordt gerekend met het gemiddelde van de kencijfers voor de categorie Matig stedelijk, rest bebouwde kom. Voor vrijstaande woningen wordt gerekend met een

14

norm van 2,2 parkeerplaatsen per woningen, waarvan 0,3 voor bezoekers. Voor de seniorenwoningen (vergelijkbaar met koop, appartement, duur) wordt gerekend met een norm van 2,0 parkeerplaatsen per woningen, waarvan 0,3 voor bezoekers. Het bezoekersaandeel moet in de openbare ruimte gerealiseerd worden. Voor de vrijstaande woningen worden op het eigen terrein een oprit met 2 parkeerplaatsen en een garage gerealiseerd, waardoor alleen het aandeel voor bezoekers meegenomen hoeft te worden in de berekening van het aantal parkeerplaatsen. Voor de seniorenwoningen is ruimte voor 1 parkeerplaats op het eigen terrein, waardoor er nog 1 parkeerplaats per woning overblijft voor de openbare ruimte. Het benodigde aantal parkeerplaatsen in de nieuwe situatie is dan:

4 x 0,3 = 1,2 parkeerplaatsen 2 x 1,0 = 2,0 parkeerplaatsen Totaal

3,2 parkeerplaatsen

In het stedenbouwkundig plan worden in totaal 13 parkeerplaatsen gerealiseerd. Dit zijn er 9,8 meer dan nodig volgens de norm. Met deze extra parkeerplaatsen ontlast het plan de parkeerdruk voor de bewoners van het oude lint Zesstedenweg.

2.3.3

Beeldkwaliteit

Aan het bestemmingsplan is een beeldkwaliteitsplan gekoppeld. Het beeldkwaliteitsplan wil de kwaliteit waarborgen en verbeelden die uit het stedenbouwkundig plan voor de Zesstedenweg spreekt. Het vormt het toetsingskader voor de Welstand bij verdere uitwerking van het plan. In het beeldkwaliteitsplan wordt ingegaan op architectonische kenmerken, kleur- en materiaalgebruik van de bebouwing, erfafscheidingen en de inrichting van de openbare ruimte. Het beeldkwaliteitsplan is opgenomen als bijlage 1 van de Regels van dit bestemmingsplan en wordt aangehaald in de Regels, waarmee de juridische koppeling tussen beeldkwaliteitsplan en bestemmingsplan ontstaat. Daarmee is het beeldkwaliteitsplan geborgd in het bestemmingsplan.

2.3.4

Duurzaamheid

Een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient aan de eisen voor duurzaam en klimaatneutraal bouwen te voldoen. De gemeente Koggenland richt zich voor duurzaamheid vooral op het besparen van energie en het duurzaam opwekken van energie. De gemeente wil daarom het bouwen van energieneutrale woningen en gebouwen stimuleren. Daarnaast zijn er projecten waarbij de gemeente een rol speelt als vergunningverlener, toezichthouder en mogelijk uitgever van de grond. De doelstelling wordt dan gerealiseerd door prestatieafspraken te maken met bouwpartijen. Dit vormt een onderdeel van het totale pakket aan afspraken over een te ontwikkelen locatie.

De Tuinen wordt een duurzame woonwijk. Dit blijkt onder andere uit: Een bijna energieneutrale (BENG) wijk; Aardgasvrij bouwen; Bezonning van de woningen; Het benutten van de daken van woningen en/of bergingen voor zonnepanelen en groen; Toekomstgericht bouwen met voldoende flexibiliteit en goed doordacht woningaanbod;

15

Klimaatadaptieve maatregelen; De ruime dooradering van de wijk met water en groen; Het gebruik van streekeigen beplanting en oevermilieus met hoge natuurwaarde; De toepassing van hagen, bloemenweides en bloeiende beplanting in de woonomgeving; Goede verbindingen met voet- en fietspaden door de wijk; Natuurlijk spelen en speelaanleidingen; Afkoppeling van het hemelwater en aansluiten op open water; Natuurinclusief bouwen, waarbij rekening wordt gehouden met leef- en nestmogelijkheden nabij de woningen en in het openbaar gebied; Gebruik van duurzame materialen; Plaatsing openbare verlichting met LED lampen.

Binnen de regels voor de bestemmingen van dit bestemmingsplan is er voldoende ruimte opgenomen voor het aanbrengen van zonnepanelen, zonnecollectoren, e.d. Ook is in de bestemmingsomschrijving kleinschalige duurzame energiewinning opgenomen. Door de opzet van het plan met veel ruimte voor groen en water is er voldoende mogelijkheid tot waterbuffering wat de waterrobuustheid en klimaatbestendigheid voor de toekomst groter maakt.

16

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Op bestuurlijk niveau zijn beleidsuitspraken geformuleerd die onder meer betrekking hebben op het plangebied. Dit hoofdstuk bevat een korte samenvatting van de voor het bestemmingsplan van belang zijnde nota's en studies. Het milieubeleid, dat is vastgelegd in diverse wetten en waarvoor specifiek onderzoek moet worden uitgevoerd, is opgenomen in hoofdstuk 4 (Milieu).

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Het Rijk geeft met de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De ontwikkeling van de leefomgeving moet zo veel als mogelijk in balans zijn met bescherming van waarden als gezondheid, veiligheid, landschap, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Niet alles kan en niet alles kan overal. De oplopende druk op de fysieke leefomgeving vraagt om scherpe en fundamentele keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. Om beleidskeuzes te helpen maken hanteert de NOVI een omgevingsinclusieve benadering en drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Samen met de NOVI wordt een Uitvoeringsagenda uitgebracht, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij worden vier uitgangspunten gehanteerd: 1. 2. 3. 4.

We werken als één overheid, samen met de samenleving; We stellen de opgave(n) centraal; We werken gebiedsgericht; We werken permanent en adaptief aan de opgaven.

In de Uitvoeringsagenda staat onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte)

17

programma's op de verschillende beleidsterreinen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd.

In een aantal gebieden met grote opgaven en complexe problematiek bieden de (institutionele) kaders onvoldoende ruimte voor goede oplossingen. Daarom zijn acht voorlopige NOVI-gebieden benoemd. Het doel van een NOVI-gebied is het oppakken en verder brengen van (onderdelen van) grote en geïntegreerde (transitie)opgaven in de fysieke leefomgeving, die essentieel zijn voor het betreffende gebied én voor Nederland als geheel, waarbij de nationale belangen onmiskenbaar zijn op het terrein van verstedelijking, duurzame economie, energie/klimaat en/of landelijk gebied. De voorlopige NOVI-gebieden zijn de transities van de havengebieden in de regio's Rotterdam en Amsterdam, de transities van het landelijk gebied van De Peel en Groene Hart, de energie- en klimaattransities in relatie tot verstedelijking in Groningen en de regio Zwolle en de transities in een grensoverschrijdende context in Zuid-Limburg en de Zeeuwse havens/Zeeuws-Vlaamse kanaalzone.

Plangebied Voor het plangebied zijn geen specifieke opgaven bepaald. Ook is het geen onderdeel van een NOVI-gebied. De ontwikkeling heeft geen raakvlakken met de nationale belangen zoals deze benoemd zijn in de Nationale Omgevingsvisie.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Ten behoeve van de bescherming van de in de NOVI genoemde nationale opgaven, worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), en in de toekomst het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder de Omgevingswet, algemene regels voorgeschreven die bindend zijn voor de lagere overheden als provincie en gemeente. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) geeft uitwerking aan enkele bepalingen in het Barro. Doel van het Barro is om onderwerpen uit de NOVI te verwezenlijken, danwel te beschermen. Het gaat hierbij onder meer om de volgende onderwerpen: rijksvaarwegen, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, Ecologische Hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied.

Plangebied Geen van deze nationale belangen speelt een rol binnen de begrenzing van het plangebied.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en moet overprogrammering worden voorkomen. Om beide te bereiken wordt een ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Per 1 juli 2017 is de ladder gewijzigd, waardoor artikel 3.1.6 lid 2 Bro aangeeft dat: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving

18

van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."

Plangebied Het plan valt met 6 woningen niet binnen de definitie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De grens daarvoor is gesteld op ontwikkelingen met meer dan 11 woningen. Een ladderonderbouwing is daarom niet nodig. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten wel de gemaakte keuzes voor de wijziging van de bestemming verantwoord worden, met name of de in het plan voorziene bestemmingen passende bestemmingen zijn en of de mogelijk gemaakte ontwikkeling voorziet in een behoefte. Voor de onderbouwing hiervan wordt verwezen naar hoofdstuk 2 (Planbeschrijving) en paragraaf 3.4.2 (Gemeentelijke Woonvisie).

3.1.4

Conclusie

Op basis van bovenstaande samenvattingen van de van belang zijnde beleidsnota's kan geconcludeerd worden dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050

Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan, het Milieubeleidsplan 2015-2018, de Watervisie 2021 en de Agenda Groen. De hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is het relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau vasthouden door te richten op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die nu gemaakt worden. De sturingsfilosofie is het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet'. Hierbij wordt rekening gehouden met de diversiteit aan regio's, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal.

Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking.

Onder de hoofdambitie zijn voor een drietal aspecten samenhangende ambities geformuleerd: Leefomgeving Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dit betreft bodem, water, lucht, omgevingsveiligheid, geluidbelasting en

19

(ontwikkelingen in) de ondergrond; Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt.

Gebruik van de leefomgeving Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten; Wonen en werken: vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming laten zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends; Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden; Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.

Energietransitie De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd is op hernieuwbare energie.

In het Visiedeel zijn de ambities uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen hanteert de provincie meerdere ontwikkelprincipes. Deze ontwikkelprincipes geven houvast naar de toekomst toe omdat ze op hoofdlijnen beschrijven hoe de provincie de ontwikkelingen voor zich ziet. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: Dynamisch schiereiland: het benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. Metropool in ontwikkeling: hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van en samenhangend metropolitaan systeem wordt de agglomeratiekracht vergroot. Sterke kernen, sterke regio's: de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.

Plangebied Het plangebied sluit aan op de ambities van de provincie en draagt met de ontwikkeling van de woningen bij aan woningbouw binnen de bestaande verstedelijkte gebieden, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Het plan wordt ingepast in de omgeving en houdt rekening met het

20

historische verloop van de watergangen. Het plan is niet in strijd met de provinciale omgevingsvisie.

3.2.2

Omgevingsverordening NH2020

In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Op donderdag 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020 en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening.

De provincie Noord-Holland wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Hierbij wordt gezocht naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De provincie wil dat er meer ruimte komt voor woningbouw in Noord-Holland Noord. De nieuwe omgevingsverordening regelt dat in landelijk gebied woningbouwprojecten tot 11 woningen gebouwd kunnen worden aan de rand van kernen en dorpslinten. Grootschalige woningbouw (meer dan 11 woningen) was onder voorwaarden altijd al mogelijk in landelijk gebied. De plannen moeten wel worden opgenomen in een woonakkoord, gemeenten moeten aantonen waarom woningbouw op die locatie nodig is en het goed inpassen in het landschap. De 32 meest waardevolle en kwetsbare landschappen in de provincie zijn aangewezen als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’ (BPL). Op deze gebieden is de provincie extra zuinig vanwege hun bijzondere waarde voor mens en dier. Per gebied is aangegeven welke bijzondere kernkwaliteiten aanwezig zijn. Dat kunnen ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden zijn. Hieronder vallen: het leefgebied voor weidevogels, waterlopen en verkavelingsvormen in oude polders, de openheid en de vergezichten in het landschap of een bijzondere bodemopbouw.

Als deze kernkwaliteiten niet aantast worden, is bijvoorbeeld woningbouw onder voorwaarden mogelijk. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels opgesteld over hoe toegestane ontwikkelingen ingepast kunnen worden in deze gebieden.

Plangebied Het plangebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied waar wonen is toegestaan en sluit aan op de bestaande bebouwing. Hiermee draagt het bij aan het provinciale streven naar woningbouw aansluitend aan de bestaande verstedelijkte gebieden. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Bijzonder Provinciaal Landschap of van een NNN-gebied. Wel ligt het binnen de zone van Terreinen binnen de vastgestelde kritische afstand van Natura 2000-gebieden. Aangezien het bijbehorende artikel zich richt op tijdelijk en uitzonderlijk gebruik van helikopters of andere luchtvaartuigen heeft dit geen invloed op de bestemmingswijziging van het plangebied. Wat betreft de bescherming van natuurgebieden wordt verwezen naar paragraaf 4.4 Ecologie van deze toelichting. Met de onderbouwing in de genoemde hoofdstukken wordt aangetoond dat het plan niet in strijd is met

21

de provinciale omgevingsverordening.

3.2.3

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018)

De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 (Leidraad) is een provinciale handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap, zoals bebouwing, agrarische bedrijven, infrastructuur of vormen van energieopwekking. De Leidraad geeft gebiedsgerichte en ontwikkelingsgerichte beschrijvingen en biedt zo toepasbare informatie over de manier waarop ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie beoogt met deze Leidraad om samen met bijvoorbeeld gemeenten, ontwikkelaars en initiatiefnemers te werken aan het behouden en versterken van de kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie. Ruimtelijke kwaliteit is lastig te definiëren of kwantificeren. Het gaat niet om mooi of lelijk, of behouden tegenover ontwikkelen. Ruimtelijke kwaliteit draait om het samenspel van nieuw en oud en de balans tussen behoud en ontwikkeling bij het maken van keuzen over de toekomst van het landschap. Zonder behoud geen verleden, maar zonder ontwikkeling geen toekomst. Kortom ruimtelijke kwaliteit ontstaat als nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen aansluiten op de huidige kwaliteiten van het landschap. Zodat, waar mogelijk, eenieder het landschap in kan, het kan beleven en ervan kan genieten – ook in de toekomst.

Volgens de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018) dient bij ruimtelijke plannen verantwoording te worden afgelegd van de manier waarop nieuwe functies rekening houden met de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap, de ordeningsprincipes van het landschap, de bebouwingskarakteristieken en de bestaande kwaliteiten van het gebied.

De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.

Het plangebied valt binnen het Ensemble West-Friesland Oost. Dit is een oud zeekleilandschap met de karakteristiek van een veenontginningsgebied. Kenmerken zijn de lange veenlinten en opstrekkende kavels haaks op de linten. De ligging van de linten is afhankelijk van de richting van de ontginningen en vaak sterk gerelateerd aan de ondergrond (de hooggelegen kreekruggen). Waterlopen als de Kadijk, de Gouw, de Groote Vliet en de Molensloot zijn enkele relicten van het ooit waterrijke landschap. De kronkelende dijken en de braken en wielen zijn het resultaat van de lange strijd tegen het buitenwater. In Polder het Grootslag is het oorspronkelijke karakter van het gebied door de ruilverkaveling verloren gegaan. De vaarverkaveling is verdwenen en het gebied is nu relatief grootschalig van opzet. Veel sloten zijn gedempt en wegen zijn aangelegd om het gebied te ontsluiten. Samen met de nieuwe agrarische bebouwing die in omvang toeneemt, ontstaat een nieuw landschap. Alleen de oost-west lopende ecologische zone Natte Cel met de Kadijk en de noord-zuidsloten (zoals de Molensloot en Kanthoeksloot) herinneren aan de originele vaarverkaveling. Het gebied tussen Hoogkarspel en Enkhuizen, langs het oude lint Streekweg-Hoofdstraat, is de laatste decennia flink verstedelijkt.

De ruimte tussen Hoorn en Hoogkarspel wordt opengehouden en hier is, ondanks de infrastructuur, de smalle opstrekkende verkaveling nog herkenbaar. In het Westfriese landschap zijn de ontginningsstructuren, vaarten en dijkwegen de belangrijkste lokale structuurlijnen. De lintdorpen zijn beeldbepalend en zijn van oudsher de ruimtelijke dragers van 22

verstedelijking en van stolpenreeksen. De linten zijn vaak gelegen op de kreekruggen (Schellinkhout, Wijdenes, Oosterblokker, Opperdoes) en op oude dijken (Zwaagdijk, Andijk). Linten zijn soms heel uitgestrekt, rechtlijnig en verstedelijkt, bijvoorbeeld tussen Hoorn en Enkhuizen en hebben soms een grilliger verloop, zoals in Schellinkhout en Oosterleek. In veel van deze linten vindt geleidelijke verdichting en uitbreiding plaats met een mix aan functies van een verschillende omvang (zoals wonen, agrarische functies, handelsbedrijven, recreatieve functies, maneges etc.). Hoe meer het lint verdicht hoe meer divers de functies en de maat en schaal van de bebouwing. Soms is het moeilijk de grens tussen kern (bebouwde kom) en landelijk lint vast te stellen. Verdere groei van bebouwing aan en langs de linten leidt tot verdere verdichting van het landschap en het verdwijnen van doorzichten en open gebieden. Er zijn ook linten die inmiddels zodanig verdicht zijn dat er vanaf het lint weinig tot geen doorzichten naar het landschap meer zijn. De grotere waterlopen als de Kadijk, de Groote Vliet en de Molensloot en de parallel hieraan gelegen sloten vormen herkenbare lijnen in het landschap. Datzelfde geldt voor de grotere dijkstructuren zoals de Zwaagdijk. De Natte Cel is een ecologische ruimtelijke drager, deels met opgaande beplanting.

Dit oostelijke deel is het minst open ensemble van West-Friesland. Het verloor de grootschalige openheid door de aanleg van woongebieden, bedrijventerreinen en agrarische bebouwing en is nu matig open tot gesloten. Bij de ambities voor dit landschap wordt aangegeven dat de ruimtelijke kwaliteit gebaat is bij behoud van de lineaire structuren zoals als cultuurhistorisch waardevolle linten, waterlopen en voormalige waterkeringen en (waar mogelijk) verbeteren van de kwaliteit. Gebruik de linten als basis voor (kleinschalige) ruimtelijke ontwikkeling.

Plangebied Het plangebied ligt in het sterk verstedelijkte oude lint Streekweg-Hoofdstraat. Door de ligging van het plangebied midden in de bestaande bebouwing heeft het geen gevolgen voor de openheid van het landschap. De structuur van het lint wordt door de ontwikkeling niet aangetast. In het lint komen om meerdere plekken al zijstraten voor waaraan woningen liggen. De al van oudsher voorkomende watergang langs de rand van het plangebied blijft behouden. De kwaliteit van het plangebied en daarmee de omgeving neemt toe met de ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Voor de verdere verantwoording van de inpassing en de ruimtelijke kwaliteit van het plan wordt verwezen naar hoofdstuk 2 (Planbeschrijving).

3.2.4

Woonagenda 2020-2025

De provincie Noord-Holland wil dat er de komende jaren veel betaalbare en duurzame woningen beschikbaar komen. Zij gaat gemeenten met raad en daad helpen om de flinke ambitie op het gebied van wonen waar te maken. De speerpunten van de Provinciale Woonagenda 2020-2050 zijn: De vraag naar passende en betaalbare woningen in de provincie is groot en neemt onder alle doelgroepen toe. De provincie vindt het belangrijk om in de woonbehoefte te voorzien en daartoe de woningbouwproductie aan te jagen. Tegelijk wil de provincie de transitie maken naar een volledig klimaatneutrale, circulaire en klimaatadaptieve bouw én de bestaande woningvoorraad verduurzamen. Een goede ruimtelijke inpassing van woningbouwprojecten, rekening houdend met andere randvoorwaarden voor verstedelijking en beleidsdoelen uit de Omgevingsvisie, is daarvoor essentieel. De richtinggevende principes die de provincie daarbij heeft geformuleerd zijn: 1. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en

23

2.

3.

4.

5. 6. 7. 8.

in de toekomst; Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw; De woningbouwprogrammering is regionaal en adaptief. De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald. De provincie geeft gemeenten ruimte om bij binnenstedelijke plannen nabij een OV-knooppunt en/of in een groeiregio hogere aantallen woningen te realiseren dan de prognose, om het woningtekort versneld in te lopen. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en samenwerking. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en gezondheid bewaakt de provincie de goede balans tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap. Woningbouw heeft een grote impact op het landschap, de natuur en de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied.

In de woonakkoorden maken we afspraken om woningbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, actieve mobiliteit (gericht op fietsen en lopen) stimulerend, circulair en natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen en dit vroegtijdig bij de locatiekeuze en planontwikkeling mee te nemen.

Plangebied Het plan voldoet aan de behoefte van de regio West-Friesland, het draagt bij aan de versnelling van de woningbouwproductie en biedt woningen voor verschillende doelgroepen. Samen met andere in- en uitbreidingslocaties levert het een goede bijdrage aan een evenwichtige en een gevarieerde opbouw van de woningvoorraad in de regio. Voor de onderbouwing hiervan wordt verwezen naar hoofdstuk 2 (Planbeschrijving) en paragraaf 3.4.2 (Gemeentelijke Woonvisie).

3.2.5

Conclusie

Op basis van de bovenstaande samenvattingen en de motivering in de genoemde hoofdstukken kan worden geconcludeerd dat deze ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Woonvisie West-Friesland 2017

De 7 gemeenten in de regio West-Friesland werken nauw samen op het gebied van woningbouw en volkshuisvesting. Het woningbouwbeleid is vastgelegd in de regionale Woonvisie Westfriesland 2017. Hierin is de ambitie uitgesproken om tot de top 10 woonregio’s van Nederland te gaan behoren en de Woonvisie bijdraagt aan het realiseren van die ambitie. De Woonvisie zet in op de volgende speerpunten: Bestaande voorraad: kwaliteit en aantrekkelijkheid op peil houden en uitbouwen; Vitale kernen: richten op kansrijke producten en locaties; Nieuwbouw: vooral inzetten op onderscheidende en complementaire producten; Scheiden wonen en zorg: langer zelfstandig wonen bevorderen;

24

Flexibel kader: houvast voor de regio en ruimte voor marktinitiatieven.

Het speerpunt voor nieuwbouw, inzetten op onderscheidende en complementaire producten, heeft de volgende uitgangspunten: De vraag staat centraal: naar woning en woonomgeving; Landschappelijk onderscheidend vermogen van Westfriesland benadrukken: 'groen, rust, ruimte, water'; Betreft gemengde woonmilieus met meer aandacht voor bijvoorbeeld duurzaamheid en zelfvoorzienendheid, mengvormen met landelijk wonen en stadslandbouw; Toepassen van nieuwe woonvormen met geïncorporeerde vormen van domotica en 'the internet of things' en een nieuwe bouwopzet van nieuwbouw: seniorenwoningen, collectieve bouw, tiny houses, grote landschapskavels et cetera; Bewoners-initiatieven over vormgeving van zorg voor hun ouders en/of kinderen (familiedomeinen, woongroepen en wonen met gelijkgestemden); Nieuwe vormen van opdrachtgeverschap, zoals (collectief-)particulier opdrachtgeverschap, mede-opdrachtgeverschap en doe-het-zelf planologie.

Plangebied De voorgenomen ontwikkeling van 6 woningen, waaronder 2 seniorenwoningen die geschikt zijn als levensloopbestendige woning draagt bij aan de kwaliteit van de woningvoorraad waarbij invulling wordt gegeven aan de aanwezige woningbehoefte. Door de inrichting van het plan met ruimte voor groene kavels en ligging aan het water sluit het aan bij de kwaliteiten van Westfriesland: 'groen, rust, ruimte, water'.

3.3.2

Woonakkoord 2020-2025en Afwegingskader wonen West-Friesland 2021

De uitvoering van de regionale woonvisie vindt plaats via het Woonakkoord 2020-2025. In het Woonakkoord staat per speerpunt welk beleid en welke instrumenten hiervoor worden ingezet. Onderdeel van het Woonakkoord is een regionale woningbouwprogrammering met een regionaal afwegingskader wonen. Het afwegingskader vormt de basis voor nieuwe woningbouwplannen en licht deze toe. Het woningbehoefteonderzoek dat in 2018 door Atrivé is uitgevoerd heeft tot een aantal nieuwe inzichten geleid, waaronder de conclusie dat er een grote behoefte aan woningen is en dat de huidige plancapaciteit ontoereikend is. De woningbouwproductie dient versneld uitgebreid te worden en er moet een accent gelegd worden op het prijssegment betaalbare koop. Hiervoor zijn een aantal uitgangspunten benoemd: Zet in op diversiteit in het woningbouwprogramma en nut de binnenstedelijke potentie van Hoorn uit. Ook in andere centrumdorpen en steden is ruimte om de binnenstedelijke capaciteit uit te breiden; Bouw grootschalig rondom OV-knooppunten (conform provinciaal- en Rijksbeleid); Maak gebruik van laaghangend fruit, voer locaties die tijdens de crisis zijn afgevallen weer op; Benader dit alles regionaal en leg de focus op diversiteit en onderscheidend karakter. Bovenstaande uitgangspunten hebben als basis gediend voor het aangepaste afwegingskader en voor de aangepaste woningbouwprogrammering.

25

Het toepassen van de ladder is in de regio West-Friesland vastgelegd in het Afwegingskader wonen West-Friesland 2021 (AWF 2021). Daarin zijn de minimumvereisten vastgelegd waaraan elk plan moet voldoen (Westfriese basis). Aan de hand van de stappen in deze basis kan worden beoordeeld of een nieuwbouwplan wel of niet kan worden gerealiseerd. Hierin is onder meer van belang dat een plan moet passen in de vastgelegde woningbouwbehoefte. Daarnaast zijn er een aantal vereisten waar minstens voor de helft aan voldaan moet worden (Westfries vooruitdenken). De minimumvereisten van de Westfriese basis waaraan elk plan moet voldoen zijn: Het plan past binnen de ambitie van 16.000 woningen aan zachte plancapaciteit; Het plan voldoet aan de voorwaarde dat 70% van de woningbouwplannen in de regio West-Friesland worden gerealiseerd in de krachtige kernen; Is getoetst en onderbouwd of realisatie binnenstedelijk mogelijk is? Als realisatie past binnen de regionale opgave, maar realisatie binnenstedelijk niet mogelijk is, is getoetst aan provinciale voorwaarden inzake beschermingsregimes, energieneutraal, klimaatadaptief, circulair bouwen, landschappelijke inpassing en mobiliteit.

De ambities voor het Westfries vooruitdenken bestaan uit: Het plan levert een positieve bijdrage aan betaalbaar wonen; Het plan voorziet in woningen in de vrije huursector voor middeninkomens; Het plan levert een bijdrage aan het langer zelfstandig wonen; Het plan is circulair en energieneutraal; Het plan draagt bij aan klimaatadaptatie, een gezonde leefomgeving en verbetering van de natuur en het landschap; Nieuwe woningbouw wordt zoveel mogelijk gerealiseerd in de nabijheid van een OV-knooppunt; Het plan draagt bij aan de versnelling van de woningbouwproductie in Westfriesland; Het plan draagt bij aan de aantrekkingskracht van de regio door het bieden van een aantrekkelijke onderscheidende woonomgeving.

Plangebied Het plan hoeft met 6 woningen niet te voldoen aan de ladderonderbouwing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten wel de gemaakte keuzes voor de wijziging van de bestemming verantwoord worden, met name of de in het plan voorziene bestemmingen passende bestemmingen zijn en of de mogelijk gemaakte ontwikkeling voorziet in een behoefte. In hoofdstuk 2 is onderbouwd waarom het plan voorziet in een passende bestemming. In paragraaf 3.4.2 wordt onderbouwd dat er een behoefte is aan de woningen die met dit plan mogelijk worden gemaakt. Omdat de locatie binnen bestaand stedelijk gebied ligt en Grootebroek een van de krachtige kernen is wordt er voldaan aan de minimumvereisten van de Westfriese basis. Voor de ambities van het Westfries vooruitdenken geldt dat het plan voldoet aan de volgende ambities: Het plan levert een bijdrage aan het langer zelfstandig wonen: Een woning die geschikt is voor langer zelfstandig wonen is minimaal een 'rollatorgeschikte woning'. In het afwegingskader wordt aangegeven wat hieronder wordt verstaan. Indien 30% van de woningen rollatorgeschikte woningen zijn waarderen de gemeenten het plan op dit punt positief. Met de realisatie van 2 seniorenwoningen wordt hier in voorzien. Daarnaast bieden de vrijstaande woningen voldoende ruimte om op de begane grond een levensloopbestendige inrichting mogelijk te maken.

Het plan draagt bij aan klimaatadaptatie, een gezonde leefomgeving en verbetering van de natuur en

26

het landschap: met de groene inrichting, extra ruimte voor water en het verminderen van de verharding is het plan beter aangepast op het opvangen van grote neerslaghoeveelheden en het tegengaan van hittestress. In het beeldkwaliteitsplan is opgenomen dat de inrichting van de openbare ruimte bij moet dragen aan de biodiversiteit met gebiedseigen beplanting en ook in de bebouwing worden natuurinclusieve elementen opgenomen. Daarmee draagt het plan bij aan klimaatadaptatie, een gezonde leefomgeving en verbetering van de natuur en het landschap. Nieuwe woningbouw wordt zoveel mogelijk gerealiseerd in de nabijheid van een OV-knooppunt: het plan ligt binnen een straal van 1,2 km van het OV-knooppunt 'Station Grootebroek' en draagt daarmee bij aan de ambitie om woningen binnen een primair zoekgebied van een OV-knooppunt te realiseren. Het plan draagt bij aan de versnelling van de woningbouwproductie in Westfriesland: een woningbouwplan scoort op deze ambitie indien er afspraken zijn gemaakt om het plan binnen 3 jaar na initiatief neming uit te voeren. Dit is op het plan van toepassing. Het plan draagt bij aan de aantrekkingskracht van de regio door het bieden van een aantrekkelijke onderscheidende woonomgeving: De aantrekkelijke woonomgeving is de meest genoemde vestigingsfactor onder nieuwkomers van buiten de regio.

Met de woningen in een groene, waterrijke omgeving en in de buurt van de voorzieningen van Grootebroek biedt het plan woningen in een aantrekkelijke omgeving. Specifieke doelgroepen die worden benoemd in het woonbehoefteonderzoek van Atrivé voor de regio zijn onder andere starters, startende huishoudens zowel binnen als buiten de regio, sociaal kwetsbare woningzoekenden en binnenlandse en buitenlandse werknemers. Daarnaast geldt met name voor de seniorenwoningen dat hier behoefte aan is en dat deze in de omgeving nog niet veel voorkomen. Het plan voorziet in 2 seniorenwoningen op een totaal van 6 woningen, waarmee wordt voldaan aan de voorwaarde dat minstens 30% van de woningen in het plan onderscheidend moet zijn.

Het toevoegen van 6 extra woningen binnen bestaand stedelijk gebied past binnen het Afwegingskader wonen Westfriesland 2021.

3.3.3

Conclusie

Onderhavig plan past in het regionale beleid en draagt samen met de andere in- en uitbreidingslocaties bij aan een evenwichtige en een gevarieerde opbouw van de woningvoorraad in de regio.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Toekomstvisie Stede Broec 2014-2024

Op 18 december 2014 is de Toekomstvisie Stede Broec 2014-2024 door de gemeenteraad vastgesteld. 'Als verstedelijkte plattelandsgemeente biedt Stede Broec alles wat u wenst: rust en ruimte, water en groen, maar ook de voordelen en faciliteiten van een stedelijke omgeving.' Deze tekst beschrijft de kernwaarden van de gemeente. De gemeente Stede Broec zet zich er voor in om nu en in de toekomst een duurzame woon/werkgemeente te blijven. Dit betekent het respecteren en versterken van de kernwaarden van de gemeente en het tegengaan van ontwikkelingen die afbreuk doen aan die kernwaarden. Deze hoofddoelstelling valt uiteen in de volgende hoofdkeuzes die zijn beschreven in de visie: Duurzame ontwikkeling in de breedste zin van het woord. Denk hierbij aan energie, passende woningbouw en het faciliteren van duurzame en innovatieve vormen van agribusiness; Uitgaan van eigen kracht en identiteit;

27

Behoud en versterking (ruimtelijke) kwaliteit waardoor het goed wonen en werken is voor nu en in de toekomst; Optimale verbinding van netwerken en gebieden waardoor de bereikbaarheid en leefbaarheid van de gemeente optimaal blijft.

Voor lintbebouwing wordt in de toekomstvisie aangegeven dat vanuit functioneel oogpunt het van belang is dat de gebieden waar de oude lintbebouwing in ligt een blijvende mengfunctie heeft. De ontwikkeling is gericht op een betere verblijfskwaliteit en vermindering van milieu- en verkeersdruk. Nieuwe verkeersaantrekkende functies zijn dan ook uitsluitend nabij de ontsluitingswegen toegestaan. De woonfunctie wordt behouden en indien mogelijk versterkt waarbij nieuwe woonfuncties alleen bij doorsteken naar bestaand of te ontwikkelen achterliggend woongebied worden toegelaten. De bestaande blauwe structuur wordt gehandhaafd en versterkt waar mogelijk. Als er sprake is van hergebruik van bestaande gronden of panden zal dit gepaard moeten gaan met een lagere milieu- en verkeerslast. Indien er functioneel en ruimtelijk storende situaties zijn is er ruimte voor vernieuwing.

Voor het wonen in Stede Broec wordt aangegeven dat er een eind zal komen aan het maken van grootschalige traditionele nieuwbouwwijken en het accent komen te liggen op transformaties van bestaand bebouwd gebied en kleinschalige nieuwe wijken die bijdragen aan een duurzamer en diverser beeld. In plaats van het bouwen op basis van aanbod (als er woningen zijn zullen er vanzelf mensen naar de gemeente toekomen) zal er op basis van vraag en identiteit gebouwd worden.

Plangebied Met de voorgestelde ontwikkeling worden een agrarische bestemming, bijbehorende vervallen kas en voormalige bedrijfsbebouwing met de daarbij behorende bedrijfsbestemming gesaneerd uit het lint en vervangen door de gewenste bestemming wonen. Het is een transformatie in het bestaand stedelijk gebied. Het plan krijgt een nieuwe ontsluiting en extra parkeerplaatsen voor de omgeving. Het ontlast daarmee de parkeerdruk voor de bewoners van het oude lint Zesstedenweg. De bestaande watergangen worden breder gemaakt en door middel van de bestaande brug wordt het plan aangesloten op achterliggend woongebied. De blauwe structuur wordt daarmee gehandhaafd en versterkt. Het plan draagt daarmee bij aan het beleid van de gemeente zoals dat is vastgelegd in de toekomstvisie.

3.4.2

Woonvisie 2021-2025

Op 18 februari 2021 is de Woonvisie 2021 – 2025 Stede Broec 'Wonen doen we samen' vastgesteld. Groen en water zijn onderscheidende kenmerken van de gemeente. Mede door de populariteit is het voor sommige mensen lastig om een betaalbare woning te vinden. Voor de komende vijf jaar ligt er daarom een stevige groeiopgave. De gemeente wil dat het in Stede Broec goed wonen en samenleven blijft. De woonopgave wordt gecombineerd met de transitieopgave vanuit vergrijzing, duurzaamheid en vermaatschappelijking van de zorg. De ambities voor 2021-2025 zijn: Een gezonde, evenwichtige woningmarkt met passende woningen, voor nu en later; Zorgzame wijken; Verduurzamen van de woningvoorraad.

In Stede Broec moeten tot 2025 in totaal 630 nieuwe woningen bij de woningvoorraad komen, waarvan

28

120 sociale huurwoningen. Dat betekent werk maken van aanjagen, versnellen en prioriteren. De verwachting is dat het aantal oudere huishoudens van 75 jaar en ouder de komende jaren flink toeneemt. Het aantal jonge huishoudens tussen de 20 en 30 jaar zal juist afnemen. Omdat ouderen steeds langer zelfstandig blijven wonen moeten woningen voldoen aan de zorgvraag die dit met zich meebrengt. Ook wil de gemeente voldoende betaalbare huur- en koopwoningen voor starters en jongeren en voor mensen die niet voor een sociale huurwoning in aanmerking komen. De gemeente zet daarom in op nieuwbouw en transformatie en wil meer diversiteit in het woonprogramma. Dat betekent voor Stede Broec: meer gestapelde bouw, meer patiowoningen en ook meer luxe en onderscheidende woonvormen. Tot slot stelt de gemeente zich ten doel dat er voldoende huisvesting moet zijn voor arbeidsmigranten.

Plangebied De Woonvisie 2021-2025 van Stede Broec heeft de ambitie woningen toe te willen voegen. In de bijlage bij de woonvisie wordt aangegeven dat er tot en met 2025 630 woningen nodig zijn, ten opzichte van de huidige voorraad. Ten opzichte van deze behoefte is de plancapaciteit (517 woningen t/m 2025) beperkt. Bovendien zijn hiervan 389 woningen in harde plannen voorzien, vooral in de uitbreidingswijk Waterweide. Er worden dus minder woningen gerealiseerd dan de gemeente zou willen. Het plangebied draagt hier met de ontwikkeling van 6 woningen bij aan de toename van het aantal woningen dat binnen de gemeente gerealiseerd wordt. Daarnaast voldoet het plan, voor zover mogelijk binnen de kleinschaligheid van het initiatief, aan de gewenste diversiteit in het woonprogramma en de genoemde types: meer patiowoningen en ook meer luxe en onderscheidende woonvormen. De seniorenwoningen vallen in een vergelijkbare categorie als patiowoningen. De realisatie van nieuwe woningen draagt bij aan de ambitie van de regio West-Friesland en de gemeente Stede Broec om woningen te realiseren voor een diverse en aantrekkelijke woningvoorraad.

3.4.3

Duurzaamheidsvisie 2018 - 2021

Klimaatverandering is in de afgelopen jaren meer en meer centraal komen te staan en vraagt om een integraal duurzaamheidsbeleid om de negatieve effecten tegen te gaan en de leefomgeving bestendig te maken tegen de nieuwe omstandigheden. In deze visie heeft de gemeente het over duurzaamheid in de fysieke leefomgeving, waaronder duurzame opwekking van energie, isoleren van de woningvoorraad, terugdringen van de CO2 uitstoot, toekomstbestendig inrichten van de leefomgeving en hergebruik van waardevolle afvalstromen.

De gemeente Stede Broec ziet duurzaamheid als het ontwikkelen van beleid en uitvoeren van projecten, zonder roofbouw te plegen op de leefomgeving en grondstoffen. De voordelen van vandaag worden niet afgewenteld op de toekomst. Stede Broec gelooft in een duurzame leefomgeving, waarin vandaag en in de toekomst gezond en veilig geleefd kan worden. Stede Broec stelt zich de volgende doelen: 14% duurzame energie in 2020; in 2050 wil de gemeente een geheel duurzame en energieneutrale gemeente zijn; Klimaatbestendige inrichting van de gebouwde omgeving; Afval wordt zoveel mogelijk tegengegaan en afvalstoffen zoveel mogelijk hergebruikt; Duurzame ambtelijke organisatie.

De doelstellingen zijn uitgewerkt in vijf thema's die in het onderliggende programma verder uitgewerkt 29

worden. De thema's zijn als volgt: verduurzamen fysieke leefomgeving; klimaatadaptatie; circulaire economie; bewustwording en communicatie; eigen organisatie.

Plangebied Het toepassen van duurzame principes is een belangrijk element binnen de realisatie van het woningbouwplan. Het behouden en verbreden van het water en de groene inrichting van de openbare ruimte en de private erven is een belangrijk onderdeel in het plan. Dit zorgt voor een klimaatadaptief plan en draagt er aan bij dat de toenemende neerslagintensiteit als gevolg van klimaatverandering wordt opgevangen. Een dergelijke groenblauwe omgeving zorgt ook voor verkoeling in warme zomers. De nieuwe woningen zullen voldoen aan de geldende duurzaamheidseisen en eisen in kader van energiezuinigheid. Het plan is in lijn met de uitgangspunten van het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid. In paragraaf 2.3.4 Duurzaamheid wordt dit verder toegelicht.

3.4.4

Conclusie

Onderhavig plan past in het gemeentelijk beleid en draagt samen met de andere in- en uitbreidingslocaties bij aan een evenwichtige en een gevarieerde opbouw van de woningvoorraad in de regio.

30

Hoofdstuk 4 Milieu Voor het bestemmingsplan is een aantal milieuaspecten, van belang voor het plangebied, nader bekeken. Aandacht is besteed aan geluidhinder afkomstig van verkeer, bedrijven en milieuzonering, bodem, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Daarnaast is aandacht besteed aan de aspecten ecologie, archeologie en is een waterparagraaf opgenomen.

4.1

Archeologie en cultuurhistorie

4.1.1

Wet- en regelgeving

De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die in 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2022. Het betreft dan: 1. Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten 2. Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie 3. Bescherming van stads- en dorpsgezichten Zaken zoals het certificeringsstelsel en de aanwijzing van archeologische rijksmonumenten blijven in de Erfgoedwet. Per 1 januari 2012 is de Modernisering Monumentenwet doorgevoerd via een wijziging van artikel 3.6. lid 2 van Besluit ruimtelijke ordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15197151/1