Bijlage 3 PDF-versie Strategie Westfriesland
Tekst van het document
1 - Klik op de afbeelding om deze te vergroten of te openen op een nieuwe pagina.
De strategie is opgedeeld in vier bouwstenen:
•
Risicogestuurd prioriteren We richten ons op de grootste risico’s uit de klimaatstresstest. Daarnaast passen we in Strategie C stap voor stap de openbare ruimte in de gehele gemeente aan. Vergroening en klimaatadaptatie is echt prioriteit. Zo groeien we niet allen mee met het veranderend klimaat, we zijn in 2050 beter beschermd dan nu. Waar risi co’s nog onvoldoende helder zijn doen we onderzoek.
•
Eenduidige aanpak We pakken klimaatadaptatie als regio én als gemeente op een eenduidige manier aan waarbij regionaal actief wordt samengewerkt. Hier geven we aan hoe we ons beleid aanpassen en afspraken maken over het uitvoeren van maatregelen.
•
Iedereen doet mee Naast de gemeente hebben ook andere partijen een rol in het nemen van klimaatbestendige maatregelen. Bij Strategie C zetten we volop in op stimuleren en samenwerking, voor het grootste effect op bewustwording en gedrag. Onder de bouwsteen Iedereen doet mee bespreken we hoe we samenwerking en inzet door bewoners en ondernemers bevorderen.
•
Aanhaken maatschappelijke thema’s Het aanpakken van klimaatadaptatie heeft veel raakvlakken met andere uitdagingen en beleidsvelden. Hoe we verbanden leggen en hiermee de kwaliteit van de aanpak vergroten omschrijven we in deze bouwsteen.
2 - Klik of tik op de afbeelding om deze te vergroten of te openen op een nieuwe pagina.
Risicogestuurd prioriteren Het klimaat verandert. De regio Westfriesland past zich aan, zet in op een hoger beschermingsniveau dan anno 2020 het geval is en geeft met enkele toonaangevende projecten haar visitekaartje af. Klimaatadaptatie is een integraal onderdeel geworden van de werkwijze van gemeenten. De gemeente is koploper op klimaatadaptatie in een nauwe samenwerking met kennisinstellingen, partners en inwoners. Klimaatadaptieve maatregelen worden zo uitgevoerd dat ze een aanzienlijke waarde toevoegen aan de leefomgeving. Hinder en schade ten gevolge van extreme weersomstandigheden is in 2050 minimaal.
Hierna volgt een toelichting op de grootste knelpunten die voor Westfriesland in de klimaatstresstest zijn gevonden.
Wateroverlast Gemeenten zetten in Strategie C in op het oplossen van knelpunten en het drastisch verhogen van het beschermingsniveau. Ambitie is dat in de gemeenten in 2050 ook bij heftige regenbuien van 70 mm in een uur geen schade optreedt ten gevolge van wateroverlast. Volgens de huidige inzichten valt deze bui in 2050 gemiddeld ongeveer eens in de 100 jaar. Deze ambitie vereist een aanpassing van nagenoeg alle openbare ruimte tot 2050 waarbij naast ondergrondse maatregelen met name ook vergaande bovengrondse maatregelen nodig zijn. In Strategie C worden de wijken waar het risico op wateroverlast groter is met meer urgentie aangepakt. Deze wijken worden aangepakt om schade te voorkomen en bereikbaarheid voor nood en hulpdiensten in de toekomst te kunnen waarborgen. Het betreft voornamelijk de h istorische centrumwijken, woonwijken gebouwd tussen 1960 en 1980, en bedrijventerreinen. Deze gebieden kennen relatief veel verhard oppervlak en weinig groen om water te laten infiltreren. Vaak is nog een gemengd rioolstelsel aanwezig.
Deze maatregelen worden deels gezocht in het openbare domein.
We richten ons op een combinatie van grijze (riool, tijdelijke ondergrondse opslag) en groene (bomen, plantsoenen en oppervlaktewater) maatregelen. Daarbij hebben groene maatregelen de
voorkeur. Deze maatregelen hebben namelijk een dempend effect op het vlak van hittestress en droogte. Ook dragen ze bij aan de belevingswaarde van een gebied. Tenslotte draagt groen ook bij aan andere maatschappelijke opgaves zoals het vergroten van de biodiversiteit en het verlagen v an de CO2-afdruk. De keuze voor strategie C heeft een flinke invloed op de inrichting van het gehele stedelijke gebied en vraagt ruimte en een echt andere prioriteit bij de inrichting van de openbare ruimte. Deze maatregelen worden deels gezocht in het openbare domein. Om de ambitie te halen zullen particulieren ook echt maatregelen moeten nemen. We stimuleren en faciliteren particulieren sterk bij het nemen van maatregelen op hun perceel. Naast het aanpakken van de bestaande situatie is het bij alle strate gieën belangrijk om normen op te nemen voor nieuwbouw. Niet alleen voor berging in het watersysteem en met betrekking tot de riolering, maar ook minimumvoorwaarden aan de inrichting van de openbare ruimte bij hevige neerslag. Eisen worden opgesteld gebaseerd op het basisveiligheidsniveau zoals die voor de Metropool Regio Amsterdam in ontwikkeling is. In de praktijk betekent dit dat er meer ruimte voor groen en oppervlaktewater moet worden gevonden. Mogelijk gaat dit ten koste van uitgeefbare grond.
Hittestress Tijdens hitte biedt Westfriesland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Daarnaast wordt inzet op een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving met eisen vergelijkbaar met die voor nieuwbouwgebieden. Dit betekend onder andere dat we de kwetsbaren in de samenleving beschermen tegen hittestress. Voor hitte zijn dit met name jonge kinderen en ouderen: hitte kan leiden tot gezondheidsproblemen bij kinderen en ouderen. Binnen de laatste groep treedt ook oversterfte op tijdens hete perioden. Binnen- én buitenruimte van basisscholen en verzorgingshuizen zijn vaak nog niet ingericht op hoge temperaturen. In heel Westfriesland bestaat er daarom een opgave om deze verblijfsplekken hittebestendig te maken. Gemeenten zijn echter niet altijd eigenaar of beheerder van deze plekken. Om hittestress voor kinderen en ouderen tegen te gaan zoekt de gemeente actief de samenwerking met scholen en verzorgingsinstellingen. In Strategie C stellen de gemeenten zich op als procesfacilitator om problemen. Zij beoordelen hun eigen verantwoordelijkheid voor het nemen van maatregelen en stimuleren scholen en verzorgingstehuizen problemen per gebouw in beeld te brengen en maatregelen te nemen. In enkele gemeenten zijn al ontwikkelingen om scholen en zorginstellingen te vernieuwen of renoveren. Niet alleen kwetsbare groepen hebben last van de hitte.
Elke inwoner kan daar op warme dagen mee te maken krijgen. Vooral op warme plekken als pleinen en centra met veel verharding. Meer schaduw en groen (plantsoenen, verticaal groen, groene daken) draagt bij aan het verkoelen van gebouwen en openbare ruimte. Strategie C zet in op een integrale vergroening in zoveel publieke als private ruimte. Zo draagt deze strategie bij aan het behouden van comfort van inwoners op verblijfsplekken in de openbare ruimte, ook op zeer hete dagen.
Tijdens hitte biedt Westfriesland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Ook bewustwording en gedrag spelen een grote rol bij aanpassing aan een heter klimaat. Op dit vlak stemmen gemeenten af met de GGD voor nadere invulling. We kunnen op dit gebied veel leren van andere landen in Europa met een warmer klimaat. In Strategie B gaan we verder in het stimuleren van bewustwording en gedragsverandering bij inwoners en ondernemers dan in strategie A. Vanaf 1 juli 2020 gelden landelijk vanuit bouwregelgeving al nieuwe eisen om hittestress binnen te voorkomen voor nieuwe gebouwen. Voor de buitenruimte in nieuwbouwplannen is de gemeente aan zet en stelt zij eisen gebaseerd op het basisveiligheidsniveau zoals dat voor de Metropool Regio Amsterdam in ontwikkeling is. Ook voor vee zijn er in Westfriesland in de toekomst mogelijk risico’s door hittestress. Door hitte ervaren dieren overlast en produceert melkvee minder melk. Landbouwbedrijven spelen al in op deze risico’s maar zullen in de toekomst vaker te maken krijgen met hitte. Onderzocht wordt op welke wijze nadere voorlichting het beste vorm kan krijgen, daarbij speelt het Landbouw portaal van HHNKL mogelijk een rol. In Strategie C onderhouden we nauwe contacten met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Provincie Noord-Holland om waar nodig gesprekken aan te gaan over de toekomst van de landbouw.
Droogte Met de ligging aan Markermeer en IJsselmeer is de wateraanvoer in Westfriesland goed geregeld en zijn risico’s in tijden van droogte beperkt. Tot nu toe is er in Westfriesland nog geen sproeiverbod voor de landbouw ingesteld in droge zomers, waar dit elders in Noord-Holland wel is voorgekomen. Gevolgen van droogte zijn vooralsnog dus beperkt in Westfri esland. Als perioden van droogte langer aanhouden of de zoetwatervoorraad van het IJsselmeer onder het minimum komt zijn gevolgen mogelijk (veel) groter. Over de gevolgen van droogte in de landbouw en de mogelijkheden om deze te beperken communiceert het waterschap met de sector via het landbouwportaal. Bodemdaling door droogte speelt in Westfriesland slechts in zeer beperkte mate. Wel zijn er mogelijk risico’s voor houten paalfunderingen. Op enkele plekken blijkt uit generieke data een daling van grondwaterstand op plekken waar op basis van het bouwjaar ook panden met houten paalfundering worden verwacht. Gemeenten in regio Westfriesland brengen dit risico met nader onderzoek scherper in beeld. Lang aanhoudende droogte heeft ook effect op de groenvoorziening. Deze herstelt zich in het algemeen weer goed wanneer de droogte voorbij is. Belangrijk is om bij de aanpak van wijken in te zetten op het infiltreren en vasthouden van water om zo meer water beschikbaar te hebben voor tijden van droogte.
In Strategie C wordt bij het aanpakken van wijken maatregelen genomen om water langer vast te houden en de inrichting droogtebestendig te maken. Strategie C zet specifiek in vergroenen. Bij aanleg en beheer van groen zal rekening worden gehouden met de droogtebestendigheid van de gekozen soorten, de gemeentelijke kaders worden hierop aangepast.
Gevolgen van overstromingen In sommige gebieden in Westfriesland kunnen overstromingsdiepten van meer dan anderhalve meter optreden, nadat een primaire waterkering bezwijkt. Bepalende keringen zijn de IJsselmeerdijken Medemblik-Enkhuizen, de dijk Enkhuizen-Hoorn en de binnendijk langs de Wieringermeer. Als een regionale waterkering langs de polders bezwijkt, zorgt dit voor slechts beperkte overstromingsdiepten in Westfriesland. De kans dat een overstroming optreedt is minimaal, maar de gevolgen zijn desastreus. Om de risico’s van overstromingen te beperken, werkt regio Westfriesland samen met Hoogheemraadschap
Hollands Noorderkwartier aan meerlaagsveiligheid. Dit houdt in dat we gezamenlijk op drie manieren ons beschermen tegen overstromingsgevaar: 1. Preventie: Voorkomen dat een overstroming plaatsvindt. Het Hoogheemraadschap heeft hierin de voornaamste taak door de dijken te versterken. 2. Ruimtelijke inrichting: De ruimte zo inrichten dat de gevolgen van een overstroming worden beperkt. Hierin hebben Westfriese gemeenten een rol. Het Hoogheemraadschap draagt hieraan bij als kennispartner. Bij nieuwe ontwikkelingen en ruimtelijke plannen worden de gevolgen van overstromingen meegenomen in de afweging. Een belangrijk punt in ruimtelijke inrichting is de bereikbaarheid van het Dijklanderziekenhuis in Hoorn bij een overstroming. Op basis van de klimaatstresstest vermoeden we dat onder andere de onderdoorgang bij de A7 mogelijk onder water komt te staan bij een overstroming. Gezien de regionale functie van het ziekenhuis moet dit knelpunt als regio gezamenlijk met het Hoogheemraadschap nader worden onderzocht. De regio dringt bij partners aan op meer inzicht in risico’s voor vitale infrastructuur, inclusief cascade-effecten zodat gekeken kan worden naar welke locatie specifieke maatregelen bijdragen aan robuustere netwerken. 3. Crisisbeheersing: Maatregelen die de gevolgen beperken bij een (dreigende) overstroming.
Hier kan regio Westfriesland aan bij dragen door inwoners te informeren wat te doen bij een (dreigende) overstroming (zie ook Iedereen doet mee).
Waterkwaliteit Door toenemende temperaturen is de verwachting dat de kwaliteit van oppervlaktewater achteruitgaat. Blauwalg en botulisme treedt vaker op. Ook door extreme regenbuien kan de kwaliteit van oppervlaktewater verslechteren. Dit is een gevolg van overstort van vuil rioolwater op het oppervlaktewater. Doordat in de toekomst vaker hogere temperaturen optreden, neemt de vraag naar mogelijkheden voor waterrecreatie juist toe. Mensen zwemmen, varen of SUP’pen (Stand Up Paddling) ook op sloten en meertjes die niet zijn aangemerkt als officiële zwemlocatie. De provincie monitort de waterkwaliteit op de huidige officiële zwemlocaties voor veilig gebruik. Waterrecreatie op overige plekken is hierbij het risico van de recreant die hiertoe wel goed moet zijn geïnformeerd. In samenwerking met partners wordt gekeken waar deze informatievoorziening beter moet en kan. Daarnaast zetten we in Strategie C in op het beperken van gezondheidsrisico’s door verslechtering van de kwaliteit van het oppervlaktewater te voorkomen. Voor probleemlocaties stellen gemeenten in samenwerking met het Hoogheemraadschap plannen op om de waterkwaliteit te verbeteren. Westfriese gemeenten bekijken samen met het Hoogheemraadschap, het Recreatieschap en de provincie hoe in de toekomst op een veilige manier kan worden voldaan aan de groeiende vraag naar verkoeling en waterrecreatie.
Hierbij worden mogelijk nieuwe zwemlocaties toegevoegd.
Bodemdaling In Westfriesland treedt niet veel bodemdaling op. Op enkele locaties vindt mogelijk bodemdaling plaats langs waterkeringen. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier neemt dit risico mee in de periodieke toetsing van waterkeringen.
Eenduidige aanpak Eenduidige aanpak omschrijft de manier waarop Westfriesland en de afzonderlijke gemeenten klimaatadaptatie borgen in hun beleid en organisatie.
Organisatie De uitvoering van Strategie C bestaat uit een breed pakket aan acties die diverse afdelingen binnen een gemeente raken. Onderdeel van de strategie zijn het doen van onderzoek, het aanpassen van beleid, bijdragen aan projecten, het opstarten van communicatiecampagnes en het stimuleren van klimaatbestendig handelen binnen de organisatie. Om dit brede pallet op te pakken en uitvoering te monitoren is een programmatische aanpak is een programmatische of projectaanpak nodig met voldoende capaciteit en budget om acties op te pakken. Een vaste programma/projectleider coördineert de gemeenteactiviteiten en rapporteert periodiek de voortgang op ambities en het behalen van de ambities aan het college. Naast de programma/projectleider zijn verschillende expertises in een afstemmingsteam vertegenwoordigd. Dit programmateam werkt samen met coördinatoren/programmamanagers van andere Westfriese gemeenten en het Hoogheemraadschap. Doel hiervan is om gezamenlijk grootschaligere projecten efficiënt op te pakken, kennis uit te wisselen en gezamenlijke campagnes op te stellen. Dit heeft in elk geval betrekking op de volgende maatregelen: •
Communicatie- en participatietrajecten voor heel Westfriesland;
•
Nader verkennen impact van droogte op houten paalfunderingen;
•
Oplossingen voor gezonde waterrecreatie in de toekomst.
Daarnaast zijn er tal van mogelijkheden, zoals het opstellen van een gezamenlijke aanpak om bedrijventerreinen klimaatbestendig te maken. Provincie Noord-Holland is hiervoor met het oog op de huidige HIRB-regeling een logische samenwerkingspartner.
Beleid De Omgevingsvisie is een belangrijk instrument voor de borging van de ruimtelijke aspecten van klimaatadaptatie. De voortgang op het opstellen van de Omgevingsvisie verschilt per gemeente. Waar omgevingsvisies worden opgesteld is een proactieve borging van ruimte voor klimaatadaptatie ook voor strategie B van belang. Ook is dit een plek om verder vorm te geven aan de integratie van klimaatadaptie en andere thema’s als biodiversiteit, mobiliteit, recreatie en energietransitie. Bij de herinrichting op wijk en straatniveau is de Leidraad of Handreiking Inrichten Openbare Ruimte een belangrijk instrument. Ook deze leidraad is een instrument voor integratie van thema’s. Hierin staan uitgangspunten en standaarden voor inrichting beschreven. Aanpassing biedt gelegenheid om nieuwe standaarden voor weginrichting, groen en water te verankeren stellen. Flexibiliteit om nieuwe ideeën mogelijk te maken is hierbij belangrijk. In strategie C zetten gemeenten in op aanpassen van deze leidraden en handreikingen en uitwisseling van kennis en ervaring op dit vlak. De benodigde ruimte voor maatregelen in strategie C vraagt daarbij om een herziening van prioriteiten tussen functies in de openbare ruimte.
Bestaand gebied Klimaatadaptatie vormt in Strategie C dikwijls de aanleiding om de aanpak van wijken hoger te prioriteren. De gemeenten stellen een klimaatkansenkaart op als onderlegger voor het integraal programmeren binnen de gemeente. De kansenkaart is erop gericht ruimtelijk in beeld te b rengen waar bijvoorbeeld wateroverlast en hittelocaties overlappen met andere ontwikkelingen. Denk aan ruimtelijke plannen, herontwikkelingen of problemen op andere vlakken. Hier kunnen koppelkansen ontstaan. Ook voor de uitgifte van nieuwe vergunningen in bestaand gebied stelt de gemeente voorwaarden op om te voorkomen dat groen verdwijnt ten koste van verhardingen. Daarnaast zet de gemeentemiddelen in om particulieren te betrekken bij het behalen van de ambities. Dit staat nader omschreven onder Iedereen doet mee.
Nieuwbouw Voor nieuwbouw stelt de gemeente hogere eisen dan aan het bestaand gebied. Zo wordt voldoende ruimte geborgd voor groen en (oppervlakte)water. Deze eisen worden gebaseerd op het basisveiligheidsniveau zoals die voor de Metropool Regio Amsterdam in ontwikkeling is. De gemeente stimuleert daarnaast verder te gaan dan de eis en gunt opdrachten en kavels aan partijen die op vlak van duurzaamheid en klimaatbestendigheid duidelijk meerwaarde bieden. Zo realiseren we enkele icoonprojecten op vlak van klimaatadaptatie in de Westfriese gemeenten.
Iedereen doet mee De gemeente werkt nauw samen met bewoners en bedrijven. Ook van bewoners en bedrijven wordt verwacht dat zij maatregelen nemen op eigen terrein en daartoe worden zij maximaal gefaciliteerd. Communicatie is hierbij gericht naar doelgroepen in de geheel Westfriesland via diverse middelen, en participatie is gericht op het in samenwerking en afstemming gebiedsgericht oppakken van uitdagingen.
Communicatie We streven in Strategie C in 2050 naar een hoger beschermingsniveau dan in 2020. De regio geeft met toonaangevende projecten haar visitekaartje af. Communicatie richt zich behalve op informeren en stimuleren op samenwerken, aangejaagd door concreet overheidsbeleid, met als doel om ruimtelijke klimaatadaptatie te integreren in ons totale duurzame handelen. Messaging: We staan voor realisatie van een bijzondere opgave, zowel overheid als samenleving. Het is alle hens aan dek. Om onze regio op dit niveau klimaatbestendig te maken, zal het karakter van de openbare en private ruimte (moeten) veranderen. Communicatie wordt indringender en krijgt meer urgentie. •
Doelgroepen: Burgers, bedrijven, zorginstellingen, scholen. Elke partij die in staat is om Klimaatadaptieve maatregelen zelf door te voeren of anderen daartoe aan te moedigen. Ook kennisinstellingen en branche- en koepelorganisaties worden betrokken bij de ontwikkeling van innovatieve oplossingen. Dat legt nog meer het accent op stakeholdercommunicatie.
•
Middelen: De overheid grijpt in in ons landschap met (grootschalige) klimaatadaptieve projecten. Publieke campagnes moeten nog meer opvallen en impact hebben (met een abricampagne, radio- en televisiespots et cetera). Dat vraagt om creatieve bureaus met een bewezen trackrecord, om een rijke middelenmix en om een lange adem. Daar hangt een prijskaartje aan vast. In combinatie met participatietrajecten schiet communicatie door van marketing naar ‘sales’. Er is een duidelijke noodzaak tot conversie: bedrijven en bewoners gaan over tot actie. Een intensieve inspanning moet ertoe leiden dat de doelgroepen beduidend meer klimaatadaptieve maatregelen of acties doorvoeren dan wat ze nu doen (inclusief inhoudelijke participatie).
•
Organisatie: Communicatie is verankerd in het programma klimaatadaptatie van de gemeente. Onder verantwoordelijkheid van de programmaleider wordt een communicatieplan opgezet en budget gereserveerd. Ook op Westfries niveau wordt communicatiebudget en -menskracht vrijgemaakt om te werken aan draagvlak voor de regionale projecten. Op Noorderkwartier niveau wordt een website gefaciliteerd waar de dialoog met de samenleving over klimaatadaptieve projecten voortgezet kan worden (on going virtueel klimaatatelier). De website bevat ook een beperkt toegankelijk gedeelte met
tools en een overlegforum voor professionals. Vanzelfsprekend moet de website goed gemodereerd en actueel gehouden worden.
Participatie Waar projecten in de openbare ruimte worden opgepakt. Dat kan niet zonder inhoudelijke participatie van de (lokale) bevolking. We zetten hiervoor intensieve communicatiemiddelen in zoals dialoogsessies, ateliers en enquêtes. In participatietrajecten besteden we aandacht aan de acties die gemeenten, bewoners en bedrijven kunnen nemen op gebied van wateroverlast, droogte en hitte. Op deze manier kan het risicobewustzijn verder worden gestimuleerd. Het meenemen van klimaatbestendigheid in participatietrajecten vereist dat de gemeente hier duidelijke (interne) afspraken over maakt. Een Participatienota of -handreiking kan hiervoor een middel zijn. Naast participatie van bewoners in bedrijven bij herinrichting door de gemeente, zet de gemeente ook actief in op samenwerking met particulieren om hun eigen terrein klimaatbestendig in te richten. Samenwerken betekent als overheid ook financiële stimuli ontwikkelen zoals subsidies en die promoten voor een maximaal effect. Het maakt de weg vrij voor ‘coaches in klimaatadaptatie’ die burgers en bedrijven helpen om de transitie gedaan te krijgen.
Eigen rol bedrijventerreinen Uit de stresstest blijkt dat diverse bedrijventerreinen gevoelig zijn voor wateroverlast en hittestress. Oorzaak vaak een grote mate van verharding op particulier terrein en een relatief klein percentage openbare ruimte waardoor mogelijkheden van gemeenten beperkt zijn. Platte daken zorgen ervoor dat ook binnen de temperaturen kunnen oplopen. In Strategie C nemen we ondernemers aan de hand mee door van advies- tot realisatie van klimaatbestendige maatregelen betrokken te zijn. Per gemeente verschilt het wat hiervoor de verwachte inzet is. De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld en vult het openbaar gebied op bedrijventerreinen groen in en maakt expliciet voldoende ruimte voor groen en water bij nieuwe ontwikkelingen. Naast bedrijventerreinen, waar we ons op de lokale ondernemers richten, kunnen ook nationale banken en verzekeraars een rol spelen in klimaatadaptatie. We gaan daarom als regio in gesprek met verzekeraars en banken. Zij kunnen een rol spelen in het versleutelen van klimaatadaptatie in hun verzekeringsproducten en (groen)financieringen en hiermee klimaatbestendigheid promoten.
Eigen rol overige particulieren Het vergroenen van tuinen is bij Strategie C van cruciaal belang om de doelstellingen te behalen. Daarnaast vindt Westfriesland het belangrijk om bewoners aan te haken om klimaatadaptatie, om te zorgen voor meer bewustzijn. Naast participatie in wijkgerichte projecten starten gemeenten in Strategie C ook specifieke campagnes om samen met inwoners klimaatbestendige maatregelen te initiëren. De gemeente zoekt hiervoor samenwerking met dorpsverenigingen, individuele bewoners en andere stakeholders die (mogelijk) interesse hebben in het vergroenen en klimaatbestendig maken van hun wijk, speeltuin, plein of tuinen. Door deze gezamenlijke inzet groeit de mogelijkheid en bereidheid van particulieren om zelf actie te ondernemen.
Aanhaken maatschappelijke thema’s Strategie C zet in op meer samenwerking tussen beleidsvelden zodat in projecten een betere afstemming tussen opgaven op vlak van klimaatadaptatie, energietransitie, biodiversiteit en sociaal domein tot stand komt. De Omgevingsvisie is in Strategie C een belangrijk instrument om dit te borgen. Op deze manier wordt gewaarborgd dat investeringen in verschillende beleidsvelden niet met elkaar botsen.
Daarnaast organiseert de gemeente in Strategie C dat binnen projecten actief naar meekoppelkansen wordt gezocht. Dit wordt ondersteunt met een samen met andere beleidsvelden op te stellen klimaatkansenkaart. Binnen de organisatie wordt ingezet op meer samenwerking tussen beleidsvelden zodat in projecten een betere afstemming tussen opgaven op vlak van klimaatadaptatie, energietransitie, biodiversiteit en sociaal domein tot stand komt. Dat vergt ook een grotere inspanning op het gebied van interne communicatie (interne nieuwsbrieven, memo ’s et cetera). Afstemming wordt in Strategie C ook geborgd door het interdisciplinaire programmateam, zoals omschreven onder Eenduidige aanpak. Voorbeelden van kansrijke koppelingen: •
Meenemen van onderwerp klimaatadaptatie in al lopende acties om met bewoners schoolpleinen te vergroenen;
•
Het klimaatbestendig maken van wijken en de warmtetransitie met elkaar meekoppelen;
•
Bij aanpak van recreatiegebieden en aanpak stadsranden kansen benutten voor waterberging.
Voor verschillende gemeenten zijn er al concrete voorbeelden van manieren om klimaatadaptatie en andere thema’s te combineren. Deze worden benoemd op de specifieke gemeentepagina. Daarnaast definieert elke gemeente een of meerdere voorbeeldprojecten waarin gezamenlijke ambities in de praktijk worden gecombineerd. Hierin speelt leren en onderzoeken een grote rol. Daarmee manifesteert de gemeente (en de regio) zich als koploper op gebied van klimaatadaptatie.
Gedetailleerd overzicht: strategieën Klimaatadaptatie Westfriesland A, B en C
Kosten en baten klimaatadaptatie Implementatie van de strategieën brengt kosten met zich mee maar levert ook maatschappelijke baten op. De strategie richt zich erop klimaatadaptatie te verankeren in beleid en handelen van de gemeente. Klimaatadaptatie vraagt om een aanzienlijke inspanning om de openbare ruimte anders in te richten. Dat vraagt dus een andere mindset bij het ontwerpen en inrichten van de openbare ruimte en borging hiervan gaat niet vanzelf. Belangrijke consequentie van de strategie is daarom het reserveren van capaciteit om dit te bereiken. Klimaatadaptatie vergt aanpassing van de openbare ruimte en dat biedt kansen. Veel klimaatadaptieve groene maatregelen hebben een meerwaarde die verder gaat dan alleen schadereductie, denk aan baten op vlak van gezondheid, biodiversiteit, verhoogde arbeidsproductiviteit en uitstraling van de openbare ruimte. Deze baten zijn lastig in geld uit te drukken. Ruimtelijke adaptatie vraagt letterlijk ruimte en prioriteit. Als geen ruimte wordt gereserveerd voor andere inrichting van het stedelijk gebied lopen de kosten van maatregelen sterk op. Dan moeten andere, meestal duurdere, ondergrondse alternatieven worden gekozen om een ambitie te realiseren. De daadwerkelijke kosten zijn dus sterk afhankelijk van keuzes en prioriteiten in projecten. Voor een aantal onderwerpen wordt nader onderzoek voorgesteld.
Denk hierbij aan onderzoeken naar risico’s op paalrot, afname zwemwaterkwaliteit, vitale infrastructuur, hittestress verzorgingstehuizen/scholen. De onderzoeken worden de komende jaren uitgevoerd. Daarmee ligt de keuze voor maatregelen in de toekomst.
Investeringen richting 2050 per thema • Wateroverlast: Bij wateroverlast zoeken we naar een balans tussen de baten (schade voorkomen en waarde toevoegen in openbare ruimte) en de kosten (maatregelen nemen). In deze fase zijn precieze ramingen niet te maken omdat daarvoor uitvoerige studie van overlastlocaties noodzakelijk is. Om toch een afweging te kunnen maken zijn indicatieve berekeningen uitgevoerd op basis van kengetallen voor schade en maatregelen tot en met 2050. De indicatieve kosten van maatregelen per ambitieniveau is te vinden op de gemeentelijke pagina. De indicatieve restschade door wateroverlast is weergegeven in de tabel hiernaast.
1 - Klik of tik op de afbeelding om deze te vergroten.
De kosten van schades zijn berekend tot en met 2050. Vervolgens zijn deze teruggerekend naar het jaar 2020 om ze te kunnen vergelijken (netto contante waarde).
• Hittestress: De kosten zijn nog niet te berekenen. Om hittestress te voorkomen wordt bij ambitieniveaus B en C ingezet op vergroening. De strategie bevat geen norm voor vergroening maar zet een richting neer. Ook gaat het vaak om dingen anders doen en andere keuzes maken: 1 grote boom geeft meer schaduw dan 4 kleine boompjes. • Waterveiligheid: Dit thema vraagt aandacht in ruimtelijke plannen. Denk aan locatiekeuze en locatie-inrichting om gevolgen van een overstroming te beperken. Op projectbasis kunnen hier extra kosten aan verbonden zijn. De afweging wordt pas daar gemaakt. • Droogte is geen groot probleem in het stedelijk gebied van Westfriesland. Hier zijn dus beperkt kosten aan verbonden. Keuze voor andere plantensoorten helpt de droogtegevoeligheid tegen te gaan. Dit wordt meegenomen in de gangbare vervanging. Bij oplopende ambitie ontstaan meer kansen voor het vasthouden en bergen van water. Deze zijn direct gekoppeld aan de maatregelen voor wateroverlast. • Bodemdaling: Op dit vlak is er vooralsnog geen opgave en worden dus geen kosten voorzien. • Waterkwaliteit: Focus in de strategie ligt op onderzoek naar zwemwaterbehoefte in relatie tot waterkwaliteit. De uitkomsten van dit onderzoek zijn bepalend voor vervolgstappen en mogelijke investeringen.
Sturen op financiën Op de uitvoering en het tempo van de implementatie van de strategie wordt op een aantal manieren gestuurd. Allereerst wordt op basis van de strategie een uitvoeringsagenda opgesteld met daaraan gekoppeld een budget voor implementatie. Met ambitie en strategie wordt de richting neergezet voor verdere uitwerking in de uitvoeringsagenda 2021-2025. In deze agenda worden kosten voor de korte termijn concreet. Daarnaast vindt in elke gemeente sturing plaats via het meerjareninvesteringsprogramma. Veel maatregelen op het vlak van klimaatadaptatie worden uiteindelijk in het kader van bredere projecten uitgevoerd. Concrete investeringen zijn daarmee onderdeel van de investeringsbeslissingen van deze bredere projecten. De kostendekking voor klimaatbestendig inrichten zal deels gevonden moeten worden in het meerjareninvesteringsprogramma en rekenen we deels toe aan de rioolheffing. Vanuit de rioolheffingsinkomsten kunnen de kosten die gerelateerd zijn aan de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater worden bekostigd. In de praktijk bekostigen we hier vooral maatregelen voor wateroverlast en droogte uit. Klimaatadaptatiemaatregelen kunnen de komende jaren in aanmerking komen voor een subsidie vanuit het Rijk (Impulsregeling), de Provincie en Europa (LIFE). Klimaatverandering vraagt om omgaan met onzekerheid. Daarom werken we in een cyclisch proces.
Het Deltaprogramma vraagt om in 2025 opnieuw een stresstest uit te voeren. Op dat moment zijn er weer nieuwe klimaatscenario’s beschikbaar en zijn resultaten van onderzoeken die nu worden ingezet bekend. Dit biedt dus ook mogelijkheden tot bijsturing.