CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Recreatievisie Westfriesland 2040

Gemeenteraad 13 november 2025, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Zienswijze Ambitieniveau Recreatievisie Westfriesland11.085 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Projectvoorbeeld: klimaatbuffer bij Andijk Een goed voorbeeld van samenwerking tussen verschillende partijen is de ontwikkeling van de klimaatbuffer bij Andijk door PWN. Dit wordt gedaan samen met gemeente Medemblik, Rijkswaterstaat, Provincie NoordHolland, Hoogheemraadschap (HHNK), ondernemers, bewoners, recreanten (incl. watersport en waterrecreatie) en belangenorganisaties. Naast dat de klimaatbuffer een functioneel doel heeft, krijgt het natuurwaarden en zijn er ook koppelingen te maken met recreatie. Denk aan de koppeling met wandelroutes, het plaatsen van informatiepanelen en een uitkijkpunt van waaruit het IJsselmeer beleefbaar is.7 Er zijn ook andere samenwerkingen mogelijk en integrale koppelingen met ander beleid is belangrijk. Denk aan omgevingsvisies, beleid op gebied van sport en spel (bijv. BOSS-beleid Opmeer), groenstructuurplannen en visies.

7 Kustvisie IJsselmeerkust – Aan ’t Meer 2030

39

Ontwerp van klimaatbuffer bij Andijk (bron: H2O/Waternetwerk)

Stadsstrand Hoorn (bron: gemeente Hoorn)

Projectvoorbeeld Dijkverzwaring / Strand Hoorn: De Westerdijk bij Hoorn voldeed niet meer aan de normen en moest verzwaard worden. In het project kreeg naast het waterstaatkundige aspect, ook recreatie, natuur en cultuurhistorie een belangrijke rol. Er is een stadsstrand met ligweide aangelegd, speelvoorzieningen en nieuwe fiets- en voetpaden op en langs de dijk. Ook zijn er langs de kust verschillende dijkplaatsen (beleefpunten) aangelegd. Deze recreatieve voorzieningen maken de kustzone levendiger voor wandelaars, fietsers en watersporters.

40

Stadsstrand Hoorn als onderdeel van de dijkversterking

41 Waterberging bij Drachterveld

6 Organisatie en financiering

•

Dit hoofdstuk gaat in op organisatie en financiering om de ambitie en actielijnen te realiseren. Na de visie wordt ook een uitvoeringsprogramma / projectenoverzicht gemaakt. Dit hoofdstuk vormt een basis daarvoor. Per project in het uitvoeringsprogramma moet steeds worden besloten over kosten en financiering. Met het vaststellen van deze visie wordt nog niet besloten over de uitvoering en financiering van de projecten.

•

6.1 Organisatie Rol Recreatieschap Westfriesland Het Recreatieschap Westfriesland heeft in de eerste plaats een ontwikkelende en beherende rol voor de eigen recreatiegebieden. Dit houdt in het (door)ontwikkeling van aanbod en beheer van dit aanbod om kwaliteit te waarborgen. Het Recreatieschap heeft een trekkersrol in projecten op zijn eigendommen, regiobrede projecten en niet-fysieke projecten (bijv. aanjagen van samenwerkingen). Het schap coördineert deze projecten en zorgt dat dit op een efficiënte en resultaatgerichte manier plaatsvindt. Daarnaast is het Recreatieschap regievoerend richting overheden en faciliterend richting marktpartijen. Dit houdt in dat het Recreatieschap regie heeft op de ontwikkeling en uitvoering van regionaal recreatief beleid en het bewaken van de regionale samenhang binnen het recreatieve product.

•

•

Beheer, opwaarderen en uitbreiding van bestaande gebieden en voorzieningen (hardware): beheer, onderhoud en doorontwikkeling van bestaande gebieden, waarbij de focus ligt op het op orde brengen van de basis, verbeteren van infrastructuur, het verhogen van de kwaliteit van de recreatieve beleving en het waarborgen van de natuurwaarden. Terreinen die nieuw gerealiseerd worden, die kunnen in beheer worden genomen door het recreatieschap, mits daarover goede afspraken worden gemaakt. Samen met gemeente, aanleggen van nieuwe (regionale) recreatiegebieden buiten de kernen. Vanuit de gekozen ambitie is het realiseren van nieuw recreatiegebied opgenomen. Recreatieschap en gemeente(n) werken hiervoor samen op vlakken als inrichting en ontwerp. Bij deze projecten zal er per initiatief besluitvorming plaatsvinden over financiering en beheer en onderhoud. Het Recreatieschap zorgt er voor dat de terreinen en regionale voorzieningen als de routenetwerken (digitaal) vindbaar zijn via o.a. website en sociale media. Primair richt het zich daarbij op de eigen inwoners. Waar mogelijk wordt aangesloten bij (regionale) promotieactiviteiten en het levert input aan de DMO’s en CMO’s. Beleefbaar maken van het landschap: het toegankelijk en beleefbaar maken van het landschap en de cultuurhistorische elementen in Westfriesland, en het bieden van duidelijke informatie aan het publiek.

De aanleg van thematische routes op lokale schaal is een taak voor gemeenten, op regionale schaal voor het Recreatieschap.

De organisatie van het Recreatieschap moet meebewegen met de ambities en visie voor de komende jaren. Een uitbreiding van het takenpakket vraagt om een evenredige ontwikkeling van de personele capaciteit.

Tot het takenpakket van het recreatieschap behoort onder meer:

42

Rol gemeenten De Westfriese gemeenten spelen een sleutelrol in lokale projecten zoals het realiseren van verbindingen tussen kernen en recreatiegebieden, en in het integreren van de recreatievisie binnen lokale en stedelijke plannen. Gemeenten coördineren deze projecten en zorgen dat dit op een efficiënte en resultaatgerichte manier gebeurd. Dit is essentieel voor de verankering van de recreatievisie in het dagelijkse ruimtelijke beleid en de ontwikkeling van de regio. •

•

•

•

Realisatie van verbindingen: gemeenten zijn verantwoordelijk voor het aanleggen en beheren van de verbindingen tussen recreatiegebieden en woonlocaties, met name voor de ontwikkeling van fiets- en wandelpaden en groenblauwe voorzieningen die de verbindingen tussen kernen, het buitengebied en natuur- en recreatiegebieden versterken. Beheer, opwaarderen en uitbreiding van bestaande gebieden en voorzieningen (hardware): gemeenten hebben ook recreatie-, natuur- en groengebieden in beheer en onderhoud. In sommige gevallen zijn zij verantwoordelijk voor de doorontwikkeling van bestaande gebieden. Groen en blauw bij en verbindingen met nieuwbouwlocaties: gemeenten zorgen ervoor dat nieuwe woonlocaties goed verbonden worden met recreatieve infrastructuur en dat aanleg van groen en blauw vanaf het begin wordt opgenomen in stedelijke plannen. Waar het gaat om groen in de stadsrand en het buitengebied is samenwerking met o.a. het Recreatieschap van belang. Integratie in ruimtelijke plannen: gemeenten spelen een actieve rol in het integreren van de recreatievisie in stedelijke en ruimtelijke planningsprocessen en kaders van de Omgevingswet. Dit is essentieel

•

om recreatieve verbindingen en voorzieningen vanaf het begin op te nemen in de gebiedsontwikkeling. Integratie in breder gemeentelijk beleid. Bijvoorbeeld sportbeleid, sociaalbeleid, groenbeleid, verkeer en duurzaamheid.

6.2 Financiering Voor de realisatie van de ambities is financiering nodig voor zowel ontwikkeling als beheer. De financiering voor recreatievoorzieningen staat echter vaak onder druk, wat haaks staat op het maatschappelijke belang van de toenemende vraag naar recreatie en de positieve impact op maatschappelijke thema’s. Een deel van de strategie is daarom ook anders te kijken naar (financiering van) recreatie: als een vast en voorwaardelijk onderdeel van stedelijke ontwikkeling, in plaats van als een extraatje. Daarnaast zal de wijze van financiering per project moeten worden bepaald. Voor de projecten waar het Recreatieschap een trekkersrol heeft, ligt de taak voor het vinden van financiering bij het schap. Voor projecten van individuele gemeenten of andere organisaties is de betreffende organisatie verantwoordelijk voor de financiering. In deze paragraaf benoemen we drie strategieën voor financiering, naast de bijdragen van het recreatieschap en de gemeenten. Het Recreatieschap wordt vroegtijdig meegenomen in nieuwe projecten (bijv. ontwikkeling van nieuwe groengebieden). Zo wordt er vanaf het begin ingespeeld op regionale opgaven en recreatieve belangen.

6.2.1 Financiële koppeling van recreatie aan andere ontwikkelingen Eén van de kansen om recreatiemogelijkheden te realiseren, is door werk met werk te maken bij gebiedsontwikkeling, zoals woningbouw, (energie)infrastructuur of waterprojecten. Hierbij is het goed ook

43

financiële koppelmogelijkheden te realiseren voor zowel realisatie als beheer. Naast recreatievoorzieningen mee te financieren als onderdeel van het project, kunnen er ook kosten bespaard worden door werk met werk te maken. Voorbeelden van koppelkansen binnen Westfriesland zijn onder meer: • Recreatieve functies in de klimaatbuffer bij Andijk. • Koppeling van waterberging met recreatie, zoals vaarroute Drachterveld. • Aanleggen van recreatieve infrastructuur bij verbetering of aanleg van wegen en andere infrastructuurprojecten. • Groenblauwe dooradering van landelijk gebied op strategische plekken combineren met wandelpaden of vaar/kano-voorzieningen. • Financiering vanuit stedelijke ontwikkeling: bij nieuwe woonwijken en werklocaties de aanleg van groen en blauw en verbindingen meeontwerpen en financieren. • Natuurcompensatie vanuit infra-projecten: bij grote infrastructuurprojecten die impact hebben op beschermde natuur, is er de wettelijke verplichting om te komen tot natuurcompensatie. Aan gebieden voor deze compensatie is vaak tekort, terwijl er wel financiële middelen zijn. Door natuurcompensatie ook een recreatiefunctie te geven, snijdt het mes aan twee kanten (voorbeeld: Melksteeg Amersfoort, link). • Koppeling met natuurbegraafplaatsen: natuurbegraafplaatsen zijn openbaar toegankelijke locaties waar de natuur leidend is en het mogelijk is om te wandelen.

De aanleg van deze locaties in Westfriesland, in combinatie met recreatie (in de vorm van wandelen), is een manier om groene ruimte aan de regio toe te

voegen en speelt in op de vraag naar natuurgraven. (De afweging voor de uiteindelijke aanleg van een natuurbegraafplaats is daarbij aan de betrokken gemeente.) 6.2.2 Inverdienen Door op recreatieterreinen commerciële functies toe te voegen, worden structurele middelen gegenereerd die voor beheer ingezet kunnen worden. We verkennen manieren waarop gebruikers kunnen bijdragen aan het in stand houden en ontwikkelen van recreatieve voorzieningen. Als het gaat om vrijetijdsvoorzieningen, zijn die ook van toegevoegde waarde voor het gebied en de bezoeker. Voorbeelden zijn horeca, evenementen, (kleinschalige) verblijfsrecreatie, leisurefuncties. Ook sociale ondernemers kunnen een plek krijgen in recreatiegebieden. Veelal is de financiële opbrengst (in de vorm van pacht- of huurinkomsten) lager dan bij puur commerciële voorzieningen. Hier staat tegenover dat de sociale onderneming ook andere maatschappelijke baten levert. Een voorbeeld is dat een sociale onderneming ook het groenbeheer op zich neemt. Daarmee wordt bespaard op beheerkosten. Het is bij inverdienmogelijkheden belangrijk dat regionale belangen prevaleren boven lokale belangen. Daarnaast mag het toevoegen inverdienmogelijkheden niet ten koste gaan van de kernwaarden van de terreinen. Inverdienmogelijkheden brengen ook potentiële knelpunten met zich mee.

Commerciële ontwikkelingen kunnen leiden tot druk op de ruimte en infrastructuur, verstoring van rust en natuurwaarden en niet voor alle mogelijkheden is draagvlak (bijv. bij betaald parkeren of evenementen). Het vinden van een balans tussen inkomsten, maatschappelijke waarde en ecologische kwaliteit vraagt daarom zorgvuldige afwegingen en participatie.

44

6.2.3 Cofinanciering andere overheden en subsidies Samenwerking met andere overheden, via bijvoorbeeld subsidies, is essentieel voor de realisatie van de recreatievisie Westfriesland. Hiermee kan echter (voor een beperkt aantal projecten) een deel worden gefinancierd. Er is hierbij ook altijd eigen cofinanciering nodig. Daarnaast zijn de subsidiemogelijkheden zijn gericht op projectrealisatie, en niet op het beheer en onderhoud van recreatievoorzieningen. Structurele inkomsten vanuit de provincie en het rijk ontbreken. •

•

•

Cofinanciering vanuit de provincie: de ambities in Westfriesland spelen in op Noord-Hollands beleid. In andere regio’s wordt recreatie meegefinancierd door de provincie. Mogelijk kan dit ook voor Westfriesland, bijvoorbeeld vanuit de regionale agenda. Cofinanciering vanuit het rijk: in de Regio Deals werken Rijksoverheid en regio’s samen aan een sterke woon-, werk- en leefomgeving. Vanuit de Regio Deal voor Noord-Holland-Noord is er de komende 5 jaar €65 miljoen euro beschikbaar voor gemeenten, bedrijven en onderwijsinstellingen die samen aan de slag gaan voor de brede welvaart in de regio8. Daarnaast ondersteunt LEADER Westfriesland, het Europese subsidieprogramma voor het versterken van het landelijk gebied, initiatieven voor en door het platteland in de Kop van Noord-Holland en Westfriesland Nationaal Groenfonds: het Nationaal Groenfonds financiert projecten die bijdragen aan meer en robuustere natuur, meer samenhang, beleving en biodiversiteit. Het fonds financiert projecten (veelal met leningen) binnen de thema’s circulaire economie, duurzame landbouw, duurzame energie en natuur en landschap.

•

• •

•

Waterrecreatie voor de kleinere pleziervaart: het doel van deze subsidie is het uitbreiden en verbeteren van het vaarnetwerk voor de kleinere pleziervaart. De provincie geeft subsidie voor maatregelen die het recreatieve vaarnetwerk voor kleinere pleziervaartuigen uitbreiden, zoals het aanpassen of realiseren van bruggen, sluizen, doorvaarbare duikers of overhalen, waardoor knelpunten in het netwerk worden opgelost. Waterrecreatie: Kleine voorzieningen en diensten Noord-Holland: het doel is de kleine infrastructuur voor waterrecreatie uitbreiden en de dienstverlening in de waterrecreatiesector versterken. Groen Noord-Holland (weidevogelbiotopen, uitbreiding wandelnetwerk en toeristische overstappunten): deze subsidie kan met name interessant zijn voor de uitbreiding van het wandelnetwerk en toeristische overstappunten. Acties die onder deze twee onderdelen vallen zijn het oplossen van knelpunten in het bestaande recreatieve wandelnetwerk van Noord-Holland, de realisatie van nieuwe recreatieve verbindingen voor een gebiedsdekkend wandelnetwerk, bewegwijzering van een regionaal wandelnetwerk volgens de systematiek van wandelnetwerk Noord-Holland en de aanleg van toeristische overstappunten in het landelijk gebied of op de grens van stad en platteland. Momenteel is het niet mogelijk om subsidieaanvragen te doen.

SKNL: Kwaliteitsimpuls natuur en landschap Noord-Holland: deze regeling levert subsidie voor het omzetten van landbouwgrond naar natuur of ontwikkeling van natuurbeheer. Zo kunnen we waardevolle natuur- en cultuurlandschappen behouden en verder ontwikkelen.

Enkele kansrijke bestaande subsidieregelingen van de provincie zijn: 8 Provincie Noord-Holland (2024), €65 miljoen in Regio Deal voor Noord-Holland Noord

45

Bijlagen Bijlage 1. Toelichting op berekeningen recreatiebehoefte Relevante teksten uit het rapport Natuur en recreatie Noord-Holland We geven inzicht in de kwantitatieve verhouding tussen het beschikbare aanbod en de vraag naar groene recreatieruimte. We presenteren hiervoor in dit hoofdstuk de resultaten van een uitgebreide GIS9-analyse van huidige en toekomstige vraag en het aanbod aan recreatieruimte. Het model is gebaseerd op het BRAM-model (Beleidsondersteunend Recreatie Analyse Model). Voor een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode, verwijzen wij naar bijlage 1 (recreatiebehoeftemodel) van het rapport. Het resultaat van de vergelijking van de recreatiebehoefte en het aanbod drukken we uit in aantallen recreatieplaatsen. Een recreatieplaats is een eenheid die de kwantitatieve recreatieve capaciteit of vraag naar wandelen in een gebied weergeeft. Zowel vraag (het aantal mensen dat wil recreëren) als aanbod (de recreatieve opvangcapaciteit, oftewel het aantal mensen dat tegelijk in een gebied kan recreëren) worden in recreatieplaatsen uitgedrukt. Een tekort van tien recreatieplaatsen geeft aan dat voor tien wandelaars in theorie geen ruimte is op een gewone drukke zondag (vijfde drukste dag). Tot slot maken we een schatting van het aantal hectare bos, recreatiegebied of kilometer wandelpad dat nodig is om het berekende recreatietekort op te vangen.

Ook fietsen en andere recreatievormen zijn belangrijk, maar er wordt gerekend met wandelen, omdat uit eerder onderzoek blijkt dat daarvoor de tekorten het grootst zijn, en dit de meest populaire activiteit is. Uit eerdere analyses blijkt dat de behoefte aan wandelen maatgevend is; als er voldoende wandelruimte is, zijn er ook voldoende fietsmogelijkheden. Uitgangspunten We gaan bij de berekening van recreatiebehoefte en recreatie-aanbod uit van een aantal uitgangspunten: • In de berekening van de huidige en toekomstige vraag, houden wij rekening met de reisbereidheid (zie paragraaf 4.2 en 4.3 van het rapport). • Voor de vraag in 2021 gaan we uit van het huidige inwoneraantal, en voor de vraag in 2040 gaan we uit van de bevolkingsprognose van de provincie Noord-Holland van november 2021. • We focussen in de berekening op het wandelen; fietsen en andere recreatiebehoeftes vallen hierbinnen; • De behoefte om te wandelen per persoon blijft gelijk in 2021 en 2040. • We gaan uit van een gewone drukke zondag (de vijfde drukste dag). Dit betekent dat het 5x keer per jaar drukker kan zijn dan de norm; • We bepalen hoeveel recreanten een gebied kan opvangen (de recreatieve opvangcapaciteit) met behulp van kentallen die voor elk landschapstype anders zijn (zie bijlage 1 van het rapport). In een bos kunnen meer mensen tegelijk wandelen dan in agrarisch gebied.

• De gebruikte normen gaan uit van de recreatieve opvangcapaciteit; dit is het aantal recreanten dat een gebied kan opvangen, zonder dat

9

GIS is de afkorting van geografisch informatie systeem. In dit digitale kaartsysteem kunnen (ruimtelijke) gegevens (zoals afstanden, oppervlakten, aantal inwoners per gebied) worden geanalyseerd.

46

het voor recreanten te druk voelt. De ecologische draagkracht is hierbij niet in ogenschouw genomen. Uitkomsten Het tekort is in de regio’s Westfriesland, Amsterdam, AmstellandMeerlanden en Zaanstreek-Waterland relatief gezien het grootst: er is in deze regio’s ongeveer drie tot vijf keer zo veel groen nodig als er op dit moment is. Door nieuw recreatiegroen (bos of recreatiegebieden) of fietsen wandelverbindingen aan te leggen kan het tekort opgevangen worden (voor wandelaars is 100 meter (boerenland)pad door aantrekkelijk landschap vergelijkbaar met 1 hectare). De opgave natuur- of recreatiegebied per deelregio is te vinden in tabellen 7.1 en 7.2. De betekenis van het onderzoek voor Westfriesland De berekende recreatie-opgave voor Westfriesland in dit rapport van de provincie Noord-Holland is fors. Het was één van de aanleidingen voor deze recreatievisie. In de voorbereiding voor deze Recreatievisie is de recreatie-opgave besproken aan de hand van scenario’s met onder meer raadsleden, gemeenten en het bestuur. Hier is gekozen voor het tweede scenario, met een ambitie om de hoeveelheid groen per huishouden te laten toenemen, maar minder dan de provinciale norm nastreeft. Eer wordt in dit scenario uitgegaan van het toevoegen van ca 580 ha groenblauwe recreatieruimte, wat ook multifunctionele ruimte kan zijn en 90 kilometer pad of vaarroute.

Ter vergelijking: het Streekbos is op dit moment ca. 80 ha.

47

Figuur 7.3 Bezoekdichtheid natuur- en recreatiegebieden (bron: Onderzoek provincie Noord-Holland)

48

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16012982/1