Bijlage 18 STB Richtlijn omgang met overlast
Tekst van het document
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST GEMEENTE STEDE BROEC
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC
Iedere boom heeft effect op zijn omgeving. Of men dit als overlast ervaart, hangt sterk af van persoonlijke voorkeuren. Gemeente Stede Broec heeft deze richtlijn opgesteld om aan te geven in welke gevallen, afhankelijk van beleidsstatus, er sprake is van onoverkomelijke overlast en welke maatregelen er dan getroffen kunnen worden. Alle andere vormen van overlast zijn het natuurlijke gevolg van bomen en dienen geaccepteerd te worden. Met deze richtlijn kunnen klachten en meldingen op een eenduidige manier afgehandeld worden.
Inhoud Algemene kaders ...............................................................................................................2 Veiligheid.......................................................................................................................2 Investeringsbereidheid...................................................................................................2 Locatie...........................................................................................................................2 Eigenaar ........................................................................................................................2 Overweging ingrijpende snoei of (voortijdige) kap .........................................................3 Reconstructie .................................................................................................................3 Meerdere meldingen .....................................................................................................4 Verwachte resterende levensduur..................................................................................4 Herplant ........................................................................................................................4 Stapeling .......................................................................................................................5
Maatregelen per type overlast ...........................................................................................6 Overhangende takken/ groen van bomen ......................................................................6 Lichtontneming..............................................................................................................8 Boom ‘afval’ ................................................................................................................10 Schade door wortels ....................................................................................................11 Allergische reacties ......................................................................................................13
Pagina 1 van 16
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC
Algemene kaders Veiligheid Volgens de wet behoort iedere eigenaar voldoende zorg aan zijn eigendommen te besteden, zodat anderen daarvan geen overmatige overlast of schade ondervinden. Wanneer het nalaten van voldoende zorg tot (letsel)schade leidt, dan kan de eigenaar voor deze schade aansprakelijk worden gehouden. Voor boomeigenaren en -beheerders is het dan ook van belang dat ze hun bomen periodiek op veiligheidsaspecten (laten) controleren en dit registreren. In gemeente Stede Broec gebeurt dit volgens cyclisch onderhoud elke 3 jaar bij reguliere bomen en jaarlijks bij attentiebomen. Bij het uitvoeren van veiligheids- en onderhoudsmaatregelen wordt gestreefd naar duurzaam behoud van het bomenbestand. Wanneer de boom niet veilig gemaakt kan worden zonder te kappen, wordt de boom geveld en vindt herplant plaats met een passende boom voor de locatie en situatie.
Investeringsbereidheid Gemeente Stede Broec heeft als uitgangspunt dat waar mogelijk, de bomen behouden worden. Wanneer er echter sprake is van onoverkomelijke overlast, kan dit leiden tot een maatregel. In het uiterste geval is dat het vellen van de boom. De overlast kan ook door boomsparende maatregelen (tijdelijk) worden opgelost, zoals frequentere veegrondes, herbestraten of met (vorm)snoei of groeiplaatsverbetering. Daar hangen in sommige gevallen hoge kosten aan. De afweging om deze (kostbare) boomsparende maatregelen te nemen, hangt samen met de investeringsbereidheid voor de boom. Investeringsbereidheid wordt verder uitgelegd in bijlage 12 ‘Beheerrichtlijn in relatie tot beleidsstatus’.
Locatie Ten aanzien van bomen die binnen de bebouwde kom staan en bomen in het buitengebied worden in geval van overlast dezelfde afwegingen gemaakt. Echter is de kans op overlast veelal kleiner en hangen andere prijskaartjes aan de mogelijke maatregelen. Hierdoor zal in een aantal gevallen in het buitengebied een andere keuze gemaakt worden om de overlast te verhelpen.
Eigenaar We maken onderscheid tussen gemeentelijke bomen, bomen die op particulier terrein staan en bomen van andere partijen zoals Staatsbosbeheer, Waterschap, recreatieschap enzovoort. De maatregelen die in dit toetsingskader worden beschreven, hebben enkel betrekking op gemeentelijke bomen. Bij overlast van andere bomen zal degene die overlast ervaart dit conform het burenrecht (Burgerlijk Wetboek 5) en eventueel de Wet natuurbescherming (per 2022 Omgevingswet) met de boomeigenaar moeten oplossen.
Pagina 2 van 16
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC
Overweging ingrijpende snoei of (voortijdige) kap In het geval van vastgestelde overlast is de beleidsstatus bepalend in het besluit of de boom ingrijpend gesnoeid wordt of (voortijdig) gekapt. Ingrijpende snoei is een maatregel waarbij 35 - 75% van de boom wordt gesnoeid. Deze actie moet periodiek worden herhaald. Ingrijpende snoeimaatregelen hebben een dusdanige impact op een boom dat een vergunning nodig is. Daarnaast zal de waarde van een boom na uitvoer substantieel lager liggen, het kroonvolume is immers vele malen kleiner. De beheerkosten van een boom waarbij ingrijpend is gesnoeid liggen juist hoger, omdat periodiek gesnoeid moet worden. Alleen (potentieel) waardevolle bomen worden daarom ingrijpend gesnoeid.
Reconstructie De reconstructie van een gebied is een goede gelegenheid om overlastbomen te vervangen. Wanneer een boom overlast veroorzaakt, wordt dus gekeken wanneer een reconstructie gepland staat. Het voortijdig kappen of het nemen van (kostbare) maatregelen om de overlast tijdelijk te verhelpen worden tegen elkaar afgewogen. De kosten van de ingreep zelf en eventueel vervolg voor beheer om de boom te behouden worden hierbij meegenomen. Ook de invloed op het straatbeeld, de mate van de geplande ophoging en het effect van de geplande ophoging op de bomen en de zekerheid van de planning worden meegewogen.
(Nog) niet gepland Wanneer een reconstructie (nog) niet gepland is of pas over geruime tijd, dan is ingrijpende snoei (kandelaberen, knotten) minder wenselijk. Dergelijke snoei moet periodiek (elke 3 tot 5 jaar) herhaald worden om de boom veilig te houden, wat het een kostbare ingreep maakt.
Reconstructie gepland Wanneer met grote zekerheid gezegd kan worden dat de boom die onoverkomelijke overlast veroorzaakt, binnen 1 of 2 jaar geveld wordt vanwege een reconstructie (ophoging, herinrichting en dergelijke), kan de gemeente besluiten om de boom voortijdig te kappen. Hierdoor is het niet nodig om tijdelijke maatregelen te nemen om de overlast te verminderen. Wanneer een dergelijke zekerheid nog niet gegeven kan worden, maar binnen 3 tot 5 jaar wel reconstructiewerkzaamheden gepland zijn, kan de gemeente overwegen om alleen veiligheidsproblemen en onoverkomelijke overlast op te lossen. Als een boom wel gekapt zou worden, heeft directe herplant op dat moment geen zin, met de reconstructie in het vooruitzicht. Dan zou de locatie langere tijd leeg blijven, wat de gemeente (en vaak omwonenden ook) onwenselijk vinden. In dat geval wordt eerder gekozen voor een eenmalige (snoei)ingreep, omdat deze, vanwege de reconstructie, niet herhaald hoeft te worden. In een aantal gevallen is een dergelijke eenmalige ingreep zo kostbaar, dat de gemeente alsnog kan beslissen om dan maar de boom te kappen.
Pagina 3 van 16
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC
Beoordeling gevolgen Of de bomen een (beperkte) ophoging kunnen verdragen is mede afhankelijk van de boomsoort en de locatie en groeiomstandigheden. Een Bomen Effect Analyse (BEA) kan hier uitsluitsel over geven. Een geplande reconstructie hoeft dus geen reden te zijn om de boom voortijdig te kappen. Hier moet de gemeente rekening mee houden bij haar overweging.
Meerdere meldingen Als de overlast door meerdere mensen in een straat wordt ervaren, telt de gemeente het aantal officieel ingediende meldingen (via de klachten- en meldingencentrale) of doet een buurtonderzoek. Dit onderzoek wordt door de gemeente geïnitieerd. De gemeente houdt hierbij de regie over de wijze van onderzoek. Door buurtbewoners verzamelde handtekeningen worden niet als officiële meldingen beschouwd. Op basis van de door de gemeente verzamelde overlastgegevens neemt de gemeente een passende oplossing, zoals ingrijpende snoei, of kap en herplant met een passende boomsoort.
Verwachte resterende levensduur Wanneer een boom aftakelt, betekent dit dat de boom na de maatregel binnen 5 jaar alsnog gekapt zal worden. Terwijl als de boom nu vervangen wordt, er over 5 jaar een goed groeiende boom staat. Economisch gezien zou het uitvoeren van een maatregel daarom een slechte investering zijn. Ook is de kans op veiligheidsrisico’s groter bij een aftakelende boom. Voor de biodiversiteit heeft een aftakelende boom wel een meerwaarde. Daarom wordt waar mogelijk een aftakelende boom ecologisch beheerd. Bij een boom waarvan de overlast vastgesteld is en de levensduurverwachting ook na een maatregel minder dan 5 jaar is, wordt de maatregel niet uitgevoerd en de boom vervangen.
Herplant Een (overlast)boom die wordt geveld, wordt vervangen volgens de vervangingsladder beschreven in bijlage 15 ‘Aanwijscriteria en bescherming per beleidsstatus’. Bij herplant na het vellen van een boom, wordt de nieuwe boom gekozen op basis van soorteigen kenmerken, de benodigde kwaliteit van de groeiplaats en de beschikbare bovenen ondergrondse groeiruimte. Ook gevoeligheid voor ziekten, plagen en aantastingen zoals essentaksterfte of eikenprocessierups worden meegenomen in de soortkeuze. Hiervoor wordt rekening gehouden met de minimumeisen uit het Handboek Bomen (Boommonitor Online), afgestemd op de beleidsstatus van de te planten boom, en de ambitieleeftijd die daar bij hoort. Zodoende zal de vervangende boom minder tot geen overlast veroorzaken.
Bij het vervangen van een groter aantal functionele bomen en soms ook structuurbomen krijgen belanghebbenden (zij die direct uitzicht hebben op de bomen) de gelegenheid om
Pagina 4 van 16
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC hun voorkeur door te geven op basis van een shortlist met mogelijke boomsoorten. De gemeente maakt daarbij de afweging of er daadwerkelijk wat te kiezen is. Soms is sprake van een één-op-één herplant of zijn de mogelijkheden op de locatie te beperkt.
Stapeling Wanneer één boom op meerdere manieren zorgt voor overlast (bijvoorbeeld overhangende takken én honingdauw én bestratingsopdruk), dan worden de knelpunten afzonderlijk beoordeeld en in geval van onoverkomelijke overlast van passende maatregelen voorzien.
Pagina 5 van 16
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC
Maatregelen per type overlast Overhangende takken / groen van bomen Overhangende takken Men kan overlast ervaren van takken die te laag hangen, tegen de gevel groeien of eigendommen beschadigen. Bij veiligheidsproblemen en bij onoverkomelijke overlast zal de gemeente altijd een passende oplossing treffen. In deze paragraaf worden deze situaties toegelicht. Schaduwwerking, vervuiling van eigendommen door bladval of druipen van de boom worden in aparte paragrafen uitgewerkt. Veiligheid en zorgplicht
In het kader van de zorgplicht worden maatregelen genomen om de veiligheid te waarborgen. Hiervoor worden bij alle bomen, ongeacht beleidsstatus, de volgende acties uitgevoerd: De minimale doorrijhoogte, zoals beschreven in het Handboek Bomen, wordt gewaarborgd. Om schade aan gebouwen of eigendommen te voorkomen, worden takken verwijderd, voor zover dit de habitus van de boom niet aantast, en andere maatregelen geen oplossing bieden. Snoeien
Artikel 5:44 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) geeft een eigenaar van een erf het recht om overhangende takken te verwijderen mits de boom daarbij geen onherstelbare schade oploopt of zelfs afsterft. Voorwaarde is wel dat de eigenaar van de boom eerst in de gelegenheid wordt gesteld om zelf de boom te snoeien. Dit verzoek wordt schriftelijk gedaan waarbij de boomeigenaar een redelijke termijn van circa 6 weken krijgt. Hierbij moet wel rekening gehouden worden met het snoeiseizoen voor de betreffende boom. Er moet tevens kenbaar gemaakt worden dat wanneer de boomeigenaar binnen de gestelde termijn zelf geen actie onderneemt, de eigenaar van het erf waarboven de takken hangen de boom zelf zal (laten) snoeien. Het is verstandig om de snoei te laten uitvoeren door een deskundige op het gebied van bomen. Die kan namelijk beoordelen hoeveel er van de overhangende takken gesnoeid kan worden zonder dat het voortbestaan van de boom of de vorm van de kroon onherstelbaar in gevaar komt. Op de habitus van een waardevolle boom of structuurboom ligt een zwaardere bescherming, en zal extra snoei (meer dan regulier onderhoud) de habitus ook sneller beschadigen. In die gevallen hoeft een snoeiverzoek dan ook niet ingewilligd te worden (met onderbouwing). Kappen
Als een eenmalige boomsparende maatregel niet volstaat, zal de gemeente overwegen of de boom extra gesnoeid kan worden of dat de boom (voortijdig) gekapt moet worden. Uitzondering hierop vormen de waardevolle bomen en de structuurbomen die cruciaal zijn voor het in stand houden van het straatbeeld. Op de plek van functionele bomen en structuurbomen die verwijderd worden, wordt een boom herplant die bij de locatie en situatie past.
Pagina 6 van 16
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC
Bomen bij de erfgrens De hoofdregel luidt dat er geen bomen binnen de vastgestelde afstand van de erfgrens mogen staan, tenzij er in het verleden andere afspraken zijn gemaakt of er sprake is van verjaring (als een boom (hoger dan de erfafscheiding) al meer dan 20 jaar daar staat). Wanneer er bomen binnen de gestelde afstand staan, mag een inwoner de eigenaar verzoeken om de boom te kappen. De gemeente zal vervolgens afwegen of er een kapvergunning wordt verleend. Hierbij spelen de beleidsstatus van de boom en de bijdrage van de boom aan het structuurbeeld een belangrijke rol (zie overzicht 1). Wanneer er een vergunning wordt verleend, zal de gemeente op een passend moment (bijvoorbeeld bij een reconstructie) de boom verwijderen en bepalen hoe herplant ingepast kan worden.
Takken tegen de gevel Takken die tegen de gevel groeien, kunnen een bouwkundig probleem veroorzaken dat de veiligheid aantast. Als takken tegen de gevel komen, wordt direct een deel van de tak gesnoeid. Het snoeien wordt zoveel mogelijk meegenomen in het cyclisch onderhoudsproces van de gemeente. Hierdoor kan het voorkomen dat de takken pas een jaar later gesnoeid worden. Wanneer snoei geen duurzame oplossing is, zal de gemeente overwegen om de boom extra te snoeien of (voortijdig) te kappen.
Takken tegen straatmeubilair Takken die tegen lantaarnpalen, straatnaamborden of ander straatmeubilair groeien, moeten uit veiligheidsoogpunt verwijderd worden. Ze ontnemen bijvoorbeeld het zicht op verkeersborden of belemmeren een goede verlichting. Particuliere boomeigenaren krijgen een schriftelijk verzoek om de takken te verwijderen waarbij ook een realistische termijn wordt gegeven en consequentie wanneer dit verzoek niet wordt ingewilligd. In dat geval zal de gemeente de werkzaamheden zelf (laten) uitvoeren.
Pagina 7 van 16
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC Beleidsstatus
Waardevol
Situatie Onvoldoende doorrijhoogte Overhangend groen boven tuinen
Veiligheidsmaatregel: snoei Snoei zolang deze ingreep de habitus van de boom niet aantast.
Indien de boom binnen de wettelijk toegestane afstand tot de erfgrens staat Takken tegen gevel
Snoei
Structuur
Functioneel
Veiligheidsmaatregel: Veiligheidsmaatregel: snoei. snoei Snoei zolang deze Reguliere snoei. ingreep het structuurbeeld niet aantast. Als de overlast niet op te lossen is met cyclische snoei of met een eenmalige, boomsparende ingreep, zal de gemeente overwegen om de boom die voor overlast zorgt ingrijpend te snoeien of (voortijdig) te kappen.
Snoei Als de overlast niet op te lossen is met cyclische snoei of met een eenmalige, boomsparende ingreep, zal de gemeente overwegen om de boom die voor overlast zorgt ingrijpend te snoeien of (voortijdig) te kappen. Beoordeling kapaanvraag
Bomen binnen 0,50 Snoei zolang deze meter tot de ingreep de habitus van erfgrens de boom niet aantast. Takken tegen Snoei Snoei straatmeubilair Overzicht 1: Maatregelen in geval van overhangend groen.
Lichtontneming Bomen zorgen voor schaduw. De één vindt dit prettig vanwege de verkoeling, een ander ervaart het als overlast. Objectieve beoordeling is noodzakelijk om mensen die overlast ervaren op een correcte en eenduidige wijze te beantwoorden.
Juridisch kader Vanuit het Burgerlijk Wetboek (Art 5:37) mag een eigenaar geen onoverkomelijke overlast toebrengen aan eigenaren van andere erven door het onthouden van licht, lucht of het verspreiden van rumoer of stank. Dit wordt echter in de gerechtelijke praktijk voor gemeenten niet snel erkend. Bomen dienen het maatschappelijk belang.
Zonlicht in de tuin Het ontnemen van zonlicht in de tuin valt zelden onder onrechtmatige hinder. De gemeente neemt in principe geen maatregelen. Bij een reconstructie kan de gemeente dit opnieuw overwegen.
Daglicht in huis Het ontnemen van daglicht (in huis) ligt net anders. Er is alleen sprake van hinder als aantoonbaar is dat een fors aantal uren daglicht aan woonvertrekken wordt ontnomen. Hiervoor zijn echter geen wettelijke richtlijnen.
Pagina 8 van 16
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC Gemeente Stede Broec hanteert voor de bezonning van woningen de door TNO gestelde norm. De 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam. Deze norm wordt gehanteerd bij (potentieel) waardevolle bomen en structuurbomen. De 'strenge' TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam. Deze norm wordt gehanteerd bij functionele en overige bomen. Bij (potentieel) waardevolle bomen is overlast vanwege een tekort aan bezonningsuren geen rede tot uitvoer van maatregelen. Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen immers - hoogbouw of niet - nooit direct zonlicht.
Standpunt gemeente In eerste instantie zal de gemeente bepalen of naar alle waarschijnlijkheid aan de TNO-norm voldaan wordt. Bij deze overweging wordt de situatie bij aanvang van de bewoning meegewogen. Mochten de gemeente en de overlasthebbende er samen niet uitkomen, dan ligt de verantwoordelijkheid voor het aanleveren van bewijslast door een (extern) adviseur bij degene die overlast ervaart. Het verwijderen (of het ingrijpend snoeien) van één of meerdere bomen wordt pas overwogen indien de situatie naar oordeel van de (extern) adviseur als onacceptabel wordt beschouwd (principe van ‘nee, tenzij’).
Maatregelen Als sprake is van onoverkomelijke overlast, wordt bekeken welke maatregelen nodig zijn. Hierbij wordt alleen de overlast aangepakt, niet de gevolgen. Naast het reguliere snoeionderhoud zal de gemeente een boom alleen maar extra snoeien als dit de natuurlijke groeivorm niet aantast. Een belangrijke overweging is ook dat het simpelweg verder innemen van een boomkroon binnen een of enkele jaren door reguliere of zelfs extra reactiegroei weer teniet is gedaan. Vaak zal een ingreep neerkomen op het gericht innemen van een enkele (grote) tak. Bij vervanging (of verwijdering) van bomen wordt de eventueel te verwachten overlast door lichtontneming meegewogen in de soortkeuze en de plantlocatie van de vervangende bomen.
Zonnepanelen, zonneboilers en dergelijke De laatste jaren is het gebruik van zonnepanelen op daken van particuliere woningen flink toegenomen. Objecten in de openbare ruimte zoals bomen maken de situatie, nu of in de toekomst, misschien minder geschikt. Zijn de zonnepanelen eenmaal geplaatst, dan krijgt de gemeente het verzoek om bomen drastisch te snoeien of te kappen om zo het rendement op de panelen te verhogen.
Pagina 9 van 16
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC
Standpunt gemeente bestaande situatie Het gebruik van groene energie heeft een positief effect op het milieu, maar dit geldt ook voor bomen. Bomen dragen bovendien positief bij aan andere aspecten, zoals sfeer en beleving en een gezonder leefklimaat. Bomen dienen hiermee in grote mate het algemeen belang. Het algemeen maatschappelijk belang weegt in deze situatie zwaarder dan het individuele belang van een energiebewuste eigenaar. Het standpunt is dat gemeente Stede Broec voor het plaatsen van zonnepanelen, zonneboilers en aanverwante zaken geen gemeentebomen kapt of snoeit.
Standpunt gemeente nieuwe situatie Bij nieuwe situaties gelden de standaarden beschreven in het LIOR. In bijlage 5 zijn de richtlijnen hiervoor opgesteld.
Uitzichtontneming Bomen staan op diverse plaatsen in de openbare ruimte onder andere ter verfraaiing van deze ruimte. We zien bomen in parken, langs wegen, in woonstraten, in groenstroken. Dit wordt niet door iedereen als mooi ervaren. Soms vinden inwoners dat gemeentebomen hun uitzicht belemmeren.
Vrij uitzicht In Nederland bestaat naar vaste rechtspraak geen recht op een vrij uitzicht. De gemeente volgt hierin de rechtspraak en neemt geen maatregelen. Bij nieuwe aanplant kunnen mensen geen aanspraak maken op het behoud van uitzicht.
Beschutting wegnemen Andersom; waar bomen worden gekapt of beplanting wordt gesnoeid kan het voorkomen dat de beschutting (tijdelijk) wegvalt. Bewoners dienen zelf voor beschutting te zorgen en kunnen geen rechten ontlenen aan de afschermende functie van gemeentelijk groen en bomen.
Boom ‘afval’ Bladeren, naalden, zaden en vruchten In de herfst -en bij enkele boomsoorten ook op andere momenten van het jaar- laten de meeste bomen hun bladeren (of naalden) vallen. Dit kan leiden tot ophoping van bladeren, zowel in de openbare ruimte als op particulier terrein. Bladval en de verspreiding van zaden en/of vruchten vormen voor de gemeente in het algemeen geen reden om in te grijpen. De openbare ruimte wordt ‘op beeld’ (conform de richtlijnen van het CROW) beheerd, waarbij de gemeente streeft naar een volgens haar acceptabel straatbeeld. Hierbij wordt enig afval getolereerd. Op openbare plekken waar ernstige overlast wordt ervaren zal in de piekperioden van blad- en/of vruchtval meer geveegd worden dan gemiddeld. Omwonenden kunnen de bladeren kwijt in hun groene container. Afval van een gemeentelijke boom in een particuliere tuin hoort, conform het Burgerlijk Wetboek 4.45, bij die particuliere tuin, en zal door de bewoner zelf opgeruimd moeten worden.
Pagina 10 van 16
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC
Juridisch kader De rechtspraak ziet bladval niet snel als onoverkomelijke overlast. Indien de veiligheid van de openbare ruimte in het geding komt, moet de gemeente maatregelen treffen.
Standpunt gemeente Blad- en vruchtval is een natuurlijk verschijnsel dat een beperkt aantal weken per jaar optreedt. Dit wordt als een te aanvaarden overlast beschouwd. Alleen wanneer door blad- of vruchtval onveilige (verkeers)situaties ontstaan, onderneemt de gemeente actie. Waar vallende vruchten verwijtbare schade toebrengen aan particulier eigendom zal de gemeente waar redelijkerwijs mogelijk de structureel terugkerende overlast wegnemen. Hierin wordt onderscheid gemaakt in beleidsstatus van de boom.
Maatregelen Jaarrond worden de straten regelmatig geveegd en wordt het blad opgeruimd, om een volgens de gemeente acceptabel straatbeeld te krijgen. Tijdens de piekmomenten, tijdens het bloesem-, vrucht- en bladvalseizoen, wordt er intensiever geveegd. Op locaties waar gevallen blad, vruchten of bloesem voor gevaarlijke situaties zorgt, wordt hier extra aandacht aan besteed.
Plak door luizen of vogelpoep Bomen die in minder goede conditie verkeren, zijn vatbaarder voor luizen. Deze luizen kunnen een plakkerige substantie (honingdauw) afscheiden. Dit is een tijdelijk probleem, dat met name in de eerste helft van de zomer last kan geven. Een goede regenbui spoelt de meeste luizen en plakkerigheid weer weg. Bij sommige bomen kan het lonen om de groeiomstandigheden en daarmee de conditie van de boom te verbeteren. Ook vogels die overnachten in bepaalde bomen kunnen met hun uitwerpselen, geluid of gedrag (tijdelijk) voor overlast zorgen. Het verwijderen van takken of zelfs een boom lost het probleem niet op, aangezien de vogels dan verplaatsten naar de volgende tak of boom. Na enige tijd zullen vogels uit zichzelf weer een volgende overnachtingsplek opzoeken. Conform de Wet natuurbescherming, artikel 3.1 is het verboden om vogels van soorten die in artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn genoemd (in feite vrijwel alle in het wild voorkomende vogelsoorten binnen Europa), te doden of te vangen. Ook is het niet toegestaan om deze vogelsoorten opzettelijk te storen als dat wezenlijke invloed heeft op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Maatregelen Overlast door honingdauw en vogeluitwerpselen vormt voor de gemeente in het algemeen geen reden om in te grijpen. Bij vervanging van bomen, aan het eind van hun levensduur, wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de locatie en welke soorten daar passen.
Schade door wortels Bomen hebben wortels nodig om te leven en te groeien. Wortels zorgen voor stabiliteit, voedsel- en vochtopname. Voor een goede verankering heeft een boom genoeg
Pagina 11 van 16
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC (doorwortelbare) ruimte nodig om zijn wortels te kunnen spreiden. Wortels zoeken altijd de weg van de minste weerstand naar ruimtes waar voldoende vocht en voeding aanwezig zijn. Overlast veroorzaakt door boomwortels is een veel voorkomend probleem in de stedelijke omgeving omdat hier vaak onvoldoende ondergrondse ruimte is voor de groei van bomen. De volgende situaties kunnen ontstaan: bestratingsopdruk, ingroei van wortels in funderingen en gevels, wortels in tuinen, schade aan een erfafscheiding, wortels in de riolering. Maar ook al richten wortels schade aan, dan wil dit nog niet zeggen dat de gemeente hiervoor aansprakelijk is.
Juridisch kader Rechterlijke uitspraken laten zien dat van een gemeente niet kan worden verwacht dat zij van al haar bomen bijhoudt of de wortels problemen kunnen gaan geven. Artikel 5:44 van het Burgerlijk Wetboek geeft iemand het recht om doorschietende wortels op eigen erf te kappen, zonder dat hij een verzoek aan de boomeigenaar moet doen zoals bij overhangende takken. Wel geldt ook de regel dat de boom niet onherstelbaar beschadigd mag raken. Als wortels de riolering in groeien, gaat een rechter ervan uit dat dit alleen kan gebeuren als het riool al beschadigd was. De gemeente hoeft hierbij geen schadevergoeding te betalen maar moet wel maatregelen treffen om verdere schade te voorkomen (geen betaalplicht, wel doeplicht). Ook als wortels de fundamenten van een huis in groeien, is de gemeente niet zomaar aansprakelijk. Een huiseigenaar heeft de plicht tot onderhoud en controle van de eigen fundamenten, onder meer door van tijd tot tijd te controleren of er sprake is van wortelingroei.
Standpunt gemeente De overlast door wortels kan in verschillende vormen en in verschillende gradaties voorkomen. Afhankelijk van de situatie zal de gemeente de eigenaar helpen bij het zoeken naar een oplossing. Deze oplossing kan ook bij de eigenaar liggen. Bij een lekkende rioolbuis biedt het weghalen van de boom meestal geen oplossing: het vervangen van de rioolbuis wel.
Maatregelen De gemeente neemt in beginsel geen maatregelen. Het is aan de probleemeigenaar om ingroeiende wortels te verwijderen. Soms is dit niet mogelijk, bijvoorbeeld wanneer zoveel wortels (van de stabiliteitskluit) van de boom gekapt zouden moeten worden, dat de boom daar instabiel van zou worden. Dan zoekt de gemeente samen met de eigenaar naar een oplossing.
Pagina 12 van 16
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC Wanneer een gemeentelijke boom binnen de wettelijk toegestane afstand tot de particuliere erfgrens staat, en aantoonbaar schade veroorzaakt met takken en/of wortels, zal de gemeente onderzoeken of het mogelijk is om op verantwoorde wijze maatregelen te nemen. Denk hierbij aan groeiplaatsverbeteringen of het plaatsen van een wortelscherm bij een waardevolle boom of structuurboom. In het geval van een functionele boom zal eerder overgegaan worden tot kap, en herplant met een boom met kleiner wortelstelsel. Bij vervanging van bomen wordt rekening gehouden met de minimumeisen uit het Handboek Bomen (Boommonitor Online) voor wat betreft groeiplaats en afstand tot obstakels. Hierdoor zal de vervangende boom minder tot geen overlast veroorzaken.
Allergische reacties Klachten over hooikoorts door de aanwezigheid van bomen vormen geen reden tot het verwijderen (of snoeien) van bomen. Hooikoorts wordt veroorzaakt door stuifmeelkorrels, die zich over grote afstand kunnen verspreiden. Ingrijpen in een lokale houtopstand heeft daarom nauwelijks invloed op de klachten. De brandharen van de eikenprocessierups veroorzaken een allergische reactie die tot ernstige klachten kan leiden. Er bestaan diverse mogelijkheden om deze overlast te bestrijden. Dit gebeurt bij voorkeur preventief. In geval van melding of constatering van de aanwezigheid van de rupsen zal de gemeente binnen enkele werkdagen maatregelen treffen. Het verwijderen van één of meerdere bomen vanwege de aanwezigheid van de eikenprocessierups wordt alleen in uitzonderlijke gevallen in overweging genomen.
Pagina 13 van 16
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC
Jurisprudentie Het komt regelmatig voor dat takjes, boomvruchten of afscheiding van insecten uit bomen (zoals boomluis of rupsen) uit een gemeentelijke boom vallen waardoor schade (opruimkosten) en / of hinder ontstaat. Voor dergelijke hinder, die in principe tot het normaal maatschappelijk risico behoort, kan de boombeheerder echter in beginsel niet aansprakelijk worden gehouden. De enkele omstandigheid dat in het najaar bladeren en boomvruchten uit een boom vallen, dan wel insecten voor overlast zorgen, levert geen aansprakelijkheid van de boombeheerder op (vergelijk Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 10 februari 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BI4753). Of en in hoeverre sprake is van een dermate grote hinder dat gesproken kan worden van onrechtmatigheid, in de zin van artikel 5:37 BW hangt volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad af van de aard, ernst en duur van de hinder (o.a. HR 18 september 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2704). Indien sprake is van een korte periode waarin de overlast optreedt van enkele maanden en deze overlast het gevolg is van een natuurlijk proces zal niet snel aansprakelijkheid worden aangenomen (zie o.a. Gerechtshof ’sHertogenbosch 15 november 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BU5269, alsmede rechtbank ’s-Gravenhage 7 januari 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG9087). Ook de ernst van de hinder moet zeer substantieel zijn gelet op bovengenoemde uitspraken.
Schade van een kweker van groentezaden bestaande in opruimkosten en beperkingen in de bedrijfsvoering gedurende een maand, welke werd veroorzaakt door pluis van een populier, werd ontoereikend geacht in de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage. Hetzelfde geldt voor geringe lakschade aan de auto en opruimkosten van particulieren ten gevolge van honingdauw, aangezien daartegen ook tijdelijke maatregelen te treffen waren. Tot slot is ook van belang of en in hoeverre de hinder voorzienbaar was voor de benadeelden voordat ze ter plekke kwamen wonen (vgl. Gerechtshof Leeuwarden 22 november 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BU5537). Indien men voordat men een pand ging bewonen reeds wist dat er lindebomen aanwezig waren, dan had men kunnen voorzien dat daarin zich luizen of insecten konden nestelen die overlast konden veroorzaken. Dat men dan toch overlast ervaart ligt binnen de eigen risicosfeer. Wanneer er sprake is van schaduwwerking van bomen waardoor bewoners hinder ondervinden in de zin dat hun zonlicht wordt ontnomen, zal dit enkele feit ook niet snel tot aansprakelijkheid leiden. Gelet op vaste jurisprudentie (zie o.a. Gerechtshof ’sHertogenbosch 21 februari 2012 (ECLI:NL:GHSHE:2012:BV6904), alsmede rechtbank Gelderland 17 april 2013 (ECLI:NL:RBGEL:2013:CA0027) bestaat er geen algemeen recht op zonlicht.
Temeer nu geldt dat artikel 5:37 BW ziet op daglicht en niet op het ontnemen van direct zonlicht, lijkt dit oordeel logisch. Er bestaan ook geen wettelijke normen die bepalen op hoeveel zonlicht bewoners recht hebben. Wel heeft het TNO een richtlijn uit 1962 (TNO-rapport Woningwaardering), waarin wordt uitgegaan van een minimale bezonningsduur van 120 minuten op het hoofdvertrek. Dit is
Pagina 14 van 16
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC echter geen wettelijke norm, al wordt deze norm ook vaak gebruikt bij de toetsing van bestemmingsplannen (zie ABRvS 14 juni 2006 rechtsoverweging 2.6.15). Of deze norm al dan niet wordt behaald zal de benadeelde zelf moeten aantonen middels bijvoorbeeld een bezonningsonderzoek. Hieruit zal dan de mate waarin zonlicht wordt ontnomen moeten blijken. Het overleggen van enkele foto’s waaruit schaduwwerking blijkt is daarvoor onvoldoende (zie rechtbank Zwolle-Lelystad 1 december 2010, rechtsoverweging 7.3). Voor de beoordeling is verder van belang: 1. dat Nederland een dichtbevolkt gebied is, 2. rond woonhuizen geplante bomen het leefklimaat ook ten goede komen en een algemeen belang dienen dat dus dient te worden afgewogen tegen het individuele belang dat men heeft bij zonlicht, 3. de mate waarin zonlicht wordt ontnomen en over welke periode (wanneer de bomen bijvoorbeeld blad dragen zal de periode waarin zonlicht wordt ontnomen beperkt zijn tot de periode april tot en met augustus), 4. de mate waarin de bomen door de gemeente worden onderhouden en tijdig worden gesnoeid, conform het beleid van de gemeente, en 5.
of de bewoners de ontneming van licht al dan niet konden verwachten toen zij zich op de plek van de woning vestigden Ter illustratie van dit laatste punt oordeelt het Hof in de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch uitdrukkelijk dat appellanten hebben gekozen voor het wonen in een oudere woonwijk met relatief veel grote bomen en met tuinen van beperkte breedte. Zij hebben de omstandigheden die daarmee samenhangen volgens het hof te accepteren. Dat brengt mee dat zij rekening moeten houden met enige schaduw van bomen. Het bovenstaande ontslaat een gemeente overigens niet van de plicht om indien overlast wordt ondervonden, die maatregelen te nemen die, gelet op de gegeven omstandigheden, redelijkerwijs van haar verlangd kunnen worden om die overlast te beperken. Bomen over het erf Artikel 5:44 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) geeft een eigenaar van een erf het recht om deze overhangende takken te verwijderen. Voorwaarde daarbij is wel dat de eigenaar van de boom moet zijn aangemaand om zelf de takken te verwijderen. Een termijn van 6 weken wordt bij grote bomen vaak als redelijk gezien maar er moet ook rekening worden gehouden met het snoeiseizoen voor de betreffende boom. De kosten voor het snoeien die zijn gemaakt omdat de eigenaar niet tijdig zelf snoeit, zijn in beginsel voor de eigenaar van de boom.
Weliswaar bestaat het recht om overhangende takken te snoeien en doorschoten wortels door te hakken, maar dat recht is wel begrensd. Er kunnen algemene rechtsregels gaan gelden zoals “misbruik van bevoegdheid”, “onrechtmatige daad” en “redelijkheid en billijkheid”. Als er teveel takken worden gesnoeid, kan dat de boom onherstelbaar beschadigen en kan de boom er zelfs door afsterven. Ook kan overmatige snoei ertoe leiden dat het uiterlijk van de kroon wordt verminkt. Iemand die misbruik van zijn snoeirecht maakt, kan aansprakelijk worden gesteld voor de schade die de eigenaar van de boom daardoor lijdt. Of er sprake is van misbruik van snoeirecht hangt af van de omstandigheden van het geval.
Pagina 15 van 16
BIJLAGE 18 RICHTLIJN OMGANG MET OVERLAST STEDE BROEC De rechtbank Alkmaar oordeelde dat er bij een heftige snoei geen sprake was van misbruik van bevoegdheid omdat in dat geval de takken in de weg hingen voor een camper. De rechtbank in Haarlem oordeelde dat snoei van monumentale bomen met als grondslag artikel 5:44 BW, niet is toegestaan. Op grond van artikel 5:42 BW kan een perceeleigenaar een vordering tot verwijdering van een boom of schadevergoeding indienen, indien deze boom binnen twee meter van zijn perceel staat. Dit is in het geval de gemeente eigenaar is van de boom enkel anders indien de gemeente bij verordening, of middels andere regelgeving, bekend heeft gemaakt af te wijken van dit in artikel 5:42 BW neergelegde afstandscriterium. Kort en goed, in de kwestie waar de bomen echt over het erf van betrokkenen heen hangen, mag wel verwacht worden dat de gemeente de boomtakken zover als mogelijk terug snoeit. Dit hoeft niet zo ver te gaan dat de boom onherstelbaar beschadigd raakt of de boom er zelfs door afsterft. Mocht het zo zijn dat de boom te dicht op de erfgrens staat, kan de perceeleigenaar wel vorderen dat de boom wordt verwijderd, dit tenzij de gemeente bij verordening, of middels andere regelgeving, bekend heeft gemaakt af te wijken van dit in artikel 5:42 BW neergelegde afstandscriterium.
Opname van deze afwijking in een verordening kan daarbij ook geschieden nadat de vordering is ingediend en deze de aanleiding vormde voor de opname in de verordening. Indien de boom langer dan 20 jaar geleden is geplant, dan is de vordering van de perceeleigenaar verjaard.
Pagina 16 van 16