CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 - Beleidsnotitie preventiebeleid Jeugdhulp en Wmo

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Preventiebeleid Jeugdhulp en WMO5.805 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsnotitie Preventiebeleid Jeugdhulp en Wmo gemeente Stede Broec 2021 e.v. Voorstel voor het preventiebeleid Jeugdhulp en Wmo i.h.k.v. implementatie Nieuw toegangsmodel Sociaal Domein Jeugdhulp en Wmo in de gemeente Stede Broec Versie: oktober 2021

Inhoudsopgave Inleiding 1.1 Genomen raadsbesluiten 1.2 Aansluiting bij het Visiedocument ‘Thuis in Stede Broec’ 1.3 Wettelijk Kader

2 2 3 4

2. Doel en resultaat van het preventiebeleid Jeugdhulp en Wmo 2.1 Doel 2.2 Resultaat

5 5 5

3. Gekozen aanpak voor preventie 3.1 Visie op preventie 3.2 Keuze voor werkwijze preventieve interventies

5 5 6

4. Uitwerking preventiebeleid 4.1 Stap 1: Definiëren van het probleem 4.2 Stap 2: Onderzoek waarom het probleem voorkomt en wat hier tegen helpt 4.3 Stap 3: Keuze voor aanpak en aanbod van preventieve interventies 4.4 Stap 4: Monitoring en evaluatie

6 6 8 8 9

5. Conclusie en vervolg

10

Bijlagen 11 Bijlage 1 - Relevante wetsartikelen Jeugdwet en Wmo 2015 11 Jeugdwet 11 Wet Wmo 2015 11 Bijlage 2 - Indeling van Preventie 13 Bijlage 3 - Werkwijze voor preventieve aanpak en evaluatie 15 Bijlage 4 - Contextanalyse 17 Bijlage 5 - Inventarisatie van mogelijk onderliggende oorzaken, het huidige aanbod en mogelijke extra strategieën en interventies voor preventie in de Jeugdhulp en Wmo 19

1

1. Inleiding Voor u ligt de beleidsnotitite Preventiebeleid Jeugdhulp en Wmo in de gemeente Stede Broec. Preventie wordt al jaren genoemd als belangrijke pijler onder het werk van wijk- en buurtteams. Het gaat hierbij om een gerichte preventieve benadering om problematiek in het sociaal domein te voorkomen of vroegtijdig te signaleren en aan te pakken waarmee verergering voorkomen kan worden. Veel gemeenten hebben sinds de decentralisatie moeite om preventie in het Sociaal Domein goed van de grond te krijgen. In Stede Broec zijn de afgelopen jaren meerdere initiatieven ontwikkeld om preventief te werken in de jeugdhulp en Wmo. Deze beleidsnotitie beschrijft de aanleiding, de gekozen aanpak en een vooruitblik naar verdere concretisering tot een uitvoeringsplan. Dit geeft richting aan de te kiezen uitvoer, hoe de huidige lopende initiatieven hier op aansluiten, teneinde de beweging naar voren te kunnen maken en meer zicht en grip te krijgen op zorg en ondersteuning vanuit de Jeugdwet en de Wmo.

1.1 Genomen raadsbesluiten Preventie in de jeugdhulp en Wmo staat al langere tijd op de agenda van de gemeente Stede Broec. In de raadsvergadering van 27 juni 2019 is middels een amendement besloten om één loket voor het Sociaal Domein in te richten die leidt naar ‘Ons Stede Broec’ (voorheen Stichting Welzijn Stede Broec) en Ons Stede Broec in staat te stellen om kwalitatief goed en zoveel mogelijk zorg in de eerste lijn te verlenen zodat er minder cliënten naar de tweede lijn worden doorverwezen. Tevens zijn in het raadsvoorstel van 26 maart 2020 en raadsbesluit van 16 april 2020 enkele maatregelen vastgesteld die er toe moeten leiden dat het tekort binnen het Sociaal Domein met een half miljoen euro per jaar afneemt. Een van de maatregelen is een separaat preventiebeleid voor Jeugdhulp en Wmo dat aansluit op de visie sociaal domein; Thuis in Stede Broec, een meerjaren visie voor de samenleving 2020-2024. Door het inzetten op preventie kunnen kosten worden bespaard. Doel is om het huidige aanbod aan preventieve interventies af te zetten tegen de behoefte en zo tot integrale preventieve interventies te komen. Door regelmatig het resultaat van deze interventies te evalueren en door kennis te delen wordt er gewerkt aan een continue verbetering van de preventieve interventies.

Hierdoor wordt doorverwijzing naar 2e-lijns hulp vermeden en dat brengt een kostenbesparing met zich mee. Uitwerking van de genoemde besluiten is onderdeel van het implementatieplan Nieuw Toegangsmodel Sociaal Domein voor Jeugdhulp en Wmo in de gemeente Stede Broec. De opdracht luidt: “Het preventiebeleid gericht op jeugdhulp en Wmo te actualiseren en een “beweging naar voren” te maken door het opzetten van preventienetwerken.” Een preventienetwerk is een samenwerkingsverband, bedoeld om de preventie te versterken en richt zich op het voorkomen van problemen en/of voorkomt dat problemen verergeren. Hiermee wordt instroom naar beschikte zorg teruggedrongen. Met deze beleidsnotitie en het bijbehorende uitvoeringsplan wordt een bijdrage geleverd aan de volgende punten: ● Het door de raad op 27 juni 2020 aangenomen amendement

2

●

Het door de raad op 16 april 2020 vastgestelde “Raadsvoorstel maatregelen Sociaal Domein” betreft invulling geven aan Spoor 2, paragraaf h. Preventie

1.2 Aansluiting bij het Visiedocument ‘Thuis in Stede Broec’ De beleidsnotitie en het uitvoeringsplan Jeugdhulp en Wmo sluit aan bij het Visiedocument ‘Thuis in Stede Broec’. De algemene visie uit het Visiedocument ‘Thuis in Stede Broec’ staat omschreven in drie thema’s op basis van één overkoepelende missie. Deze missie is gericht op een ‘sterke samenleving’. Het maatschappelijk effect is dat er sprake is van (economische) zelfredzaamheid van inwoners, kinderen die gezond opgroeien, een aantrekkelijke omgeving en inwoners die oog hebben voor elkaar. Zonder concrete uitwerking heeft het visiedocument echter geen kracht. Het preventiebeleid van de gemeente sluit hierop aan en geeft invulling aan het Visiedocument ‘Thuis in Stede Broec’. In deze paragraaf staan de missie, thema’s en maatschappelijke resultaten die van toepassing zijn genoemd. Aansluiting op Missie en maatschappelijke resultaten Het preventiebeleid Jeugdhulp en Wmo past binnen de Missies 1. (economische) zelfredzaamheid van inwoners, en 2. kinderen die gezond opgroeien. De te behalen maatschappelijke resultaten die ook beschreven staan in het visiedocument zijn: ● Inwoners doen mee en streven naar (groeiende) zelfredzaamheid; ● Inwoners ondersteunen elkaar en zetten zich in voor hun omgeving.

Krijgen waar nodig ondersteuning om succesvol te participeren; ● Inwoners kunnen zich optimaal ontwikkelen en groeien gezond en veilig op; Aansluiting op de thema’s In het visiedocument “Thuis in Stede Broec”worden drie thema’s genoemd waar met het preventiebeleid bij aangesloten moet. We hebben hieronder de drie thema’s weergegeven. Thema ‘samen leven’ ● We stimuleren dat maatschappelijke voorzieningen, organisaties, verenigingen, vrijwilligers e.d. elkaar kennen, gebruik maken van elkaars expertise en elkaar versterken waar mogelijk. Dit vanuit het principe ‘dichtbij de inwoners en integraal/gezamenlijk’; ● We waarderen en faciliteren vrijwilligers; ● We hebben oog voor elkaar (gemeente voor haar inwoners en inwoners onderling) en pakken signalen (waaruit bijvoorbeeld blijkt dat het even iets minder gaat) tijdig op; ● We investeren in leefbaarheid en veiligheid in kernen, buurten en wijken; Thema ‘regie op ons eigen leven’ ● Bij een hulpvraag moet duidelijk zijn welke mogelijkheden er zijn binnen én buiten de gemeente, om tot een oplossing te komen. Bij deze oplossing staat niet het oplossen van de beperking centraal, maar het zo lang mogelijk kunnen behouden van de eigen regie en zelfstandigheid; ● We faciliteren preventieve voorzieningen om de gezondheid en vitaliteit van inwoners te beschermen, bevorderen en te bewaken;

3

● ●

We stimuleren en activeren sociale netwerken, waarmee het behoud van de regie en zelfstandigheid centraal staat; We zorgen ervoor dat er bij een ondersteuningsbehoefte sprake is van één integrale aanpak en één aanspreekpunt voor de desbetreffende inwoner.

Thema ‘kansen voor iedereen’ ● We faciliteren aanbod voor de jeugd op het gebied van sport en bewegen, educatie, cultuur, gezondheid, etc. om talentontwikkeling mogelijk te maken; ● In het kader van levenslang ontwikkelen faciliteren we ook aanbod voor volwassenen; ● We versterken de opvoed- en opgroeiomgeving, waarin opvoeders samenwerken, elkaar aanvullen en versterken. Van ouders tot leerkrachten, van buren tot vrijwilligers; ● We zorgen ervoor dat geen kind thuis zit, maar gewoon op school. Als voor de resterende groep kinderen passend onderwijs niet voldoet, dan is er goede dagbesteding met educatieve mogelijkheden.

1.3 Wettelijk Kader Met deze beleidsnotitie wordt tevens invulling gegeven aan de eisen gesteld in de Jeugdwet en Wmo 2015. In bijlage 1 zijn de relevante wetsartikelen uit de Jeugdwet en Wmo 2015 opgenomen. In deze paragraaf geven we een korte samenvatting van de wetsartikelen. In de jeugdwet staat in de artikelen 2.1. en 2.2. dat het gemeentelijke beleid inzake van preventie, jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering en uitvoering van de jeugdhulp in het kader van de jeugdwet gericht zijn op het voorkomen, vroegsignalering en interventie bij opgroei-, opvoedproblemen, bij psychische problemen en stoornissen. In artikel 2.2 staat: De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast dat richting geeft aan de door de gemeenteraad en het college te nemen beslissingen betreffende preventie en jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.

In de Wmo wet 2015 staat dat besluiten of te verrichten handelingen in het kader van de Wmo onder andere gericht zijn op: ● voorkomen dat inwoners op maatschappelijke ondersteuning aangewezen zullen zijn; ● algemene voorzieningen te bieden aan ingezetenen die maatschappelijke ondersteuning behoeven; ● dat cliënten zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven ● het bieden van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, publieke gezondheid, preventie, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; Voor het beleid en uitvoering van preventie wordt tegemoet gekomen aan de uitgangspunten van beide wetten. Met de uitvoer van preventie wordt beoogd het snijvlak tussen nietgeïndiceerde en geïndiceerde hulp en ondersteuning te versterken. En te komen tot een integraal aanbod waarmee het mogelijk is om op basis van vroegsignalering in te zetten op vroeginterventies waardoor een beroep op geïndiceerde hulp en ondersteuning wordt voorkomen.

4

2. Doel en resultaat van het preventiebeleid Jeugdhulp en Wmo 2.1 Doel Het doel van het preventiebeleid jeugdhulp en Wmo is te komen tot een pallet aan preventieve interventies die de instroom naar geïndiceerde hulp of ondersteuning vanuit Jeugdhulp en Wmo vermindert of voorkomt en de uitstroom uit geïndiceerde hulp of ondersteuning verhoogt.

2.2 Resultaat Risicogroepen zijn in beeld. Er wordt op tijd op signalen gereageerd (vroegsignalering) waardoor het mogelijk is om eerder (vroeg)interventies in te zetten en wordt het ontstaan of verergeren van problematiek bij de inwoners van Stede Broec voorkomen. Hierdoor is geen of minder geïndiceerde hulp en ondersteuning nodig, wat op termijn de kosten in het Sociaal Domein verlaagt. Op de diverse preventie thema’s werken betrokken diverse partijen in een netwerk samen, delen zij met elkaar hun kennis, ervaringen en informatie, bieden integraal preventieve hulp en ondersteuning en is het makkelijk om hulp en ondersteuning op en af te schalen. In het preventie netwerk weten de betrokken partijen wat een ieder in het netwerk te bieden heeft en weet een ieder welke rol/taak hij heeft in welke fase van preventie.

3. Gekozen aanpak voor preventie 3.1 Visie op preventie In bijlage 2 wordt het onderwerp preventie nader uitgelegd en wordt uitgebreider op het onderwerp ingegaan. Hier geven we een verkorte weergave. In het rapport ‘Van preventie verzekerd’1 uit 2007 van het college voor Zorgverzekeraars (CVZ, tegenwoordig Zorginstituut Nederland) wordt de volgende indeling voor preventie gemaakt: 1. 2. 3. 4.

Universele preventie (algemene preventie gericht op het collectief) Selectieve preventie (gericht op specifieke risicogroepen, signaalfunctie) Geïndiceerde preventie (gericht op individu met klachten/problemen zonder indicatie) Zorggerelateerde preventie (geïndiceerde hulp of ondersteuning)

Het preventiebeleid van de gemeente Stede Broec richt zich met name op de selectieve en geïndiceerde preventie. Doel van preventie is het voorkomen van verergering, de situatie stabiel te houden of nu al te verbeteren. 1

‘Van preventie verzekerd’, CZV, 2007 Diemen.

5

Het preventiebeleid heeft eveneens als doel om de samenhang tussen preventie en geïndiceerde zorg te versterken en te verbeteren. Door het versterken van de samenhang en samenwerking tussen preventieve interventies en geïndiceerd zorgaanbod, is het mogelijk om hier tussen op en af te schalen wanneer dit mogelijk is.

3.2 Keuze voor werkwijze preventieve interventies Om gestructureerd en doelgericht in te zetten op preventie gebruiken we een model met de volgende vier stappen: 1. definieer het probleem (op basis van verzamelde data) 2. a. onderzoek waar het probleem vandaan komt b. welke risico- of beschermende factoren kunnen beïnvloed worden om het probleem te verminderen of te voorkomen 3. a. kies een (nieuwe) interventie waarmee factoren uit stap 2 worden aangepakt b. evalueer na een periode of de interventie effectief is 4. schaal effectieve of veelbelovende interventies op om het preventieve effect te vergroten. Met de gekozen werkwijze wordt vooraf een analyse gemaakt van de situatie en het probleem gedefinieerd, een zogenaamde nulmeting. Na een bepaalde periode wordt de situatie opnieuw geanalyseerd en gekeken of de interventies effect hebben gehad, oftewel is de situatie verbeterd vergeleken met de nulmeting. Door deze werkwijze wordt beter gekeken naar de effectiviteit van preventieve interventies. In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de uitwerking van het model per stap en wordt ingegaan op de situatie in Stede Broec. In bijlage 3 is het model nader beschreven.

4. Uitwerking preventiebeleid De werkwijze voor de uitwerking van het preventiebeleid en het uitvoeringsplan wordt gedaan aan de hand van het model. De volgende 4 stappen staan hieronder beschreven.

4.1 Stap 1: Definiëren van het probleem Om te onderzoeken en te definiëren wat veelvoorkomende problemen bij inwoners van de gemeente Stede Broec zijn, is een contextanalyse op basis van openbare bronnen verricht en heeft consultatie van medewerkers van de SED en Ons Stede Broec plaatsgevonden. De eerste contextanalyse op basis van algemeen beschikbare bronnen gaf onvoldoende richting voor het definiëren van het probleem of het prioriteren van thema’s waar de gemeente Stede Broec haar beleid op moet richten. Ter volledigheid is de contextanalyse weergegeven bij bijlage 4. Op basis van veldervaring van beleidsmedewerkers, kwaliteitsmedewerkers, teamleiders van Ons Stede Broec en hun contacten met zorgverleners zijn vervolgens verschillende onderwerpen en onderliggende factoren geïnventariseerd. Een compleet overzicht van relevante onderwerpen voor preventie voor Jeugdhulp en Wmo, omdat zij ofwel in aantal 6

vaak voorkomen ofwel zorgen een grote impact op de inwoner of de gemoeide kosten hebben, zijn weergegeven in tabel 1. Mogelijke onderliggende oorzaken voor deze problematieken, strategieën en interventies zijn verkend en weergegeven in bijlage 5. Tabel 1. Overzicht van verschillende onderwerpen die relevant zijn voor preventiebeleid Jeugdhulp en Wmo. Onderwerpen Algemeen

Jeugd

1. 2. 3. 4. 5.

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

eenzaamheid opvoeding mantelzorg leefbaarheid overbelaste gezinnen

Volwassenen

Ouderen

schoolverlaters problematiek vroege jeugd

1.

overbelaste gezinnen

2. 3.

GGZ

beschadigd vertrouwen vechtscheidingen faalangst veiligheid

multicomplexe zaken

1. 2. 3.

eenzaamheid dementie langer thuis wonen

ggz-problematiek

Hierbij moet opgemerkt worden dat aanwezigheid van een combinatie van verschillende problematieken bij één inwoner of gezin nog belangrijker is voor het wel of niet ontstaan of verergeren van problematiek. Dit geeft een dusdanige druk op het gezin, dat de kans groot is dat er vervolgens op andere leefgebieden ook problemen ontstaan. Uit de bovenstaande onderwerpen is een tweetal onderwerpen gekozen waarop de gemeente extra wil inzetten en een preventienetwerk wil opbouwen. Dat zijn: 1. Opvoedondersteuning 2. GGZ-problematiek Bovenstaande thema’s komen veel voor in Stede Broec en zorgen voor een relatief hoge druk op 2e-lijnszorg.

Opvoedingsondersteuning omvat alle soorten ondersteuning van ouders die een opvoedvraag of opvoedprobleem hebben. De definitie luidt: het ondersteunen van ouders bij de opvoeding om een optimale ontwikkeling van kinderen te bevorderen. Opvoedingsondersteuning heeft enerzijds als doel om de ouderlijke opvoedvaardigheden te verbeteren, opvoedcompetenties te vergroten, een positief ondersteunend opvoedklimaat te bevorderen en het sociale netwerk rondom gezinnen te versterken. Anderzijds is het doel om problemen bij het opvoeden en opgroeien in een vroeg stadium te verminderen of op te lossen. Het uiteindelijke doel van de ondersteuning van de ouders is een positieve ontwikkeling van kinderen te optimaliseren. Doelgroep van opvoedingsondersteuning zijn alle ouders van kinderen vanaf de zwangerschapsperiode tot de leeftijd van 23 jaar GGZ-problematiek omvat zowel die van jongeren als die bij volwassenen. In de specialistische jeugd-ggz gaat het om hulp aan kinderen, jongeren en gezinnen met meervoudige en/of complexere psychische problematiek. Voorbeelden van hulp in de 7

specialistische, veelvoorkomende jeugd-ggz zijn: Diagnostiek en behandeling van kinderen of jongeren met ADHD in combinatie met autisme, gedragsproblemen, gezinsproblematiek en middelenmisbruik. GGZ volwassenen gaat over mensen met een psychiatrische of psychosociale beperkingen die door deze beperking langdurig in een deel van hun functioneren worden beperkt. Bij een deel van deze groep kan de mate van functioneren wisselen doordat ze meer of minder last hebben van hun problematiek, wat maakt dat de mate van hulp of ondersteuning per periode kan variëren. In het uitvoeringsplan wordt beschreven op welke specifieke problematiek de gemeente Stede Broec zich binnen deze thema’s wil richten. Scherper definiëren van het probleem binnen deze thema’s is onderdeel van het opstellen van het uitvoeringsplan.

4.2 Stap 2: Onderzoek waarom het probleem voorkomt en wat hier tegen helpt De problematieken op het gebied van opvoedondersteuning en ggz kunnen voortkomen uit verschillende onderliggende oorzaken. Nadat de specifieke problematiek binnen de thema’s opvoedondersteuning en GGZ zijn gedefinieerd, wordt in het uitvoeringsplan uitgewerkt hoe een verdiepend onderzoek naar de onderliggende oorzaken uitgevoerd wordt. Ieder preventiethema vraagt een eigen onderzoek. Hierin wordt ook onderzocht hoe vaak iets voorkomt in Stede Broec. De volgende stappen worden hierin meegenomen: 1. Analyse van het huidige gebruik van algemene voorzieningen, zoals bijvoorbeeld bij Ons Stede Broec, de GGD, schoolmaatschappelijk werk, etc. 2. Verzamelen van landelijke en regionale cijfers en statistieken (GGD Dashboard, volksgezondheids toekomstverkenning) over de situatie in Stede Broec, regio en landelijk 3. Analyseren van de verkregen informatie

4.3 Stap 3: Keuze voor aanpak en aanbod van preventieve interventies Op basis het onderzoek en na een inventarisatie van het huidige aanbod van interventies door alle ketenpartners, kunnen interventies worden gekozen, die op basis van eerdere ervaringen of bewezen effectief zijn. Eventueel worden nieuwe interventies bedacht en uitgewerkt. Een overzicht van het huidige aanbod en reeds lopende ontwikkelingen wordt opgenomen in het uitvoeringsplan. De keuze voor de preventieve aanpak op de gedefinieerde thema’s wordt in samenspraak tussen de gemeente en haar partners gedaan. Een belangrijke partner hierin is Ons Stede Broec vanwege de uitvoerende rol van het Gebiedsteam. De gekozen interventies in het uitvoeringsplan leiden tot twee actielijnen: 1. Interventies die leiden tot een verminderde instroom en verbeterde uitstroom uit geïndiceerde zorg o.b.v. de gekozen preventie-thema’s. Het opzetten van een 8

preventienetwerk speelt hierin een belangrijke rol: het op- en afschalen van zorg moet soepel verlopen, een eventueel blijvende steunstructuur kan als waakvlam (geïndiceerde preventie) dienen. 2. Versterken van het beschikkingsvrije aanbod: a. Door het bieden van 1e-lijns hulp wordt verwijzing naar geïndiceerde zorg voorkomen b. Door vroegsignalering in combinatie met vroeginterventies en nauwer samenwerken in het preventienetwerk worden problematieken vroeg opgespoord en aangepakt. Hiermee wordt het ontstaan of verergeren van problemen voorkomen.

4.4 Stap 4: Monitoring en evaluatie Een cyclus van monitoring en evaluatie is nodig om te kunnen bepalen of de preventie interventies effect hebben, maar ook om te leren en te verbeteren. Bij de inwoner wordt gemeten wat het resultaat is van de ingezette interventie. Onder andere door het herinrichten of toegankelijk maken van management data van de indicatiestelling kan in- en uitstroom in geïndiceerde jeugdhulp gemonitord worden. Hierdoor krijgt de gemeente meer zicht en grip op het onderwerp. Betere informatie draagt bij aan het beter kennen van de populatie en nog beter op preventie inzetten. Periodiek wordt ook geëvalueerd of de preventieve aanpak op het bewuste thema ook effect heeft op afname van het aantal inwoners die deze problematiek heeft. Dit werkt vervolgens door in de beleidscyclus. Met deze werkwijze wordt aangesloten bij de methodiek die WHO heeft beschreven voor het opzetten van en effectmeting bij preventieve interventies (van stap 4 terug naar stap 1). Ter evaluatie zijn vele instrumenten en methoden beschikbaar. De gemeente dient hier een keuze te maken welke methode passend en haalbaar is. Een eerste onderscheid is te maken in kwantitatieve en kwalitatieve evaluatiemethoden. Een combinatie van beide methoden geeft niet alleen inzicht in wat er veranderd is, maar ook aanwijzingen over waarom iets veranderd is en hoe dit door inwoners wordt ervaren.

Kwantitatief (‘tellen’), op basis van bijvoorbeeld: - Gemeente statistieken, GGD-monitor - Analyse van indicatiestelling en kosten jeugdhulp en Wmo gemeente Stede Broec Kwalitatief (‘vertellen’) op basis van bijvoorbeeld: - Bv: effectencalculator, Most Significant Change methode - meerdere methodieken beschikbaar op https://instrumentwijzer.nl/ De definitieve keuze voor meetinstrumenten dient zo gemaakt te worden dat deze aansluit op het uitvoeringsplan.

9

5. Conclusie en vervolg Deze beleidsnotitie geeft richting aan het uitvoeringsplan voor geïndiceerde en selectieve preventie jeugdhulp en Wmo in de gemeente Stede Broec. In het uitvoeringsplan wordt uitgewerkt welke preventieve interventies worden gerealiseerd. Het totale aanbod aan interventies is een combinatie zijn van de huidige interventies, lopende ontwikkelingen, aangevuld met interventies die nodig zijn om een volledig pallet aan interventies te hebben die bijdragen aan het voorkomen van instroom in en/of het verhogen van de uitstroom uit geïndiceerde hulp. Met de preventiecyclus van het model wordt gestructureerd en doelgericht gewerkt aan preventie.

10

Bijlagen Bijlage 1 - Relevante wetsartikelen Jeugdwet en Wmo 2015 Jeugdwet preventie: op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met of jeugdigen met een risico op psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking of van de ouders met of met een risico op opvoedingsproblemen; Artikel 2.1 Het gemeentelijke beleid inzake preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en de uitvoering van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering is gericht op: a.het voorkomen en de vroege signalering van en vroege interventie bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen; artikel 2.2 De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast dat richting geeft aan de door de gemeenteraad en het college te nemen beslissingen betreffende preventie en jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. 2 Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende preventie, jeugdhulp, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en geeft daarbij in ieder geval aan: a. wat de gemeentelijke visie en doelstellingen zijn van dit beleid; b.

hoe dit beleid zal worden uitgevoerd in samenhang met de verantwoordelijkheid van het college inzake Veilig Thuis en welke acties in de door het plan bestreken periode zullen worden ondernomen; c. welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, hoe gemeten zal worden of deze resultaten zijn behaald en welke outcome criteria gehanteerd worden ten aanzien van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen;

Wet Wmo 2015 algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; artikel 2.1.2 1. De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast met betrekking tot het door het gemeentebestuur te voeren beleid met betrekking tot maatschappelijke ondersteuning.

11

2. Het plan beschrijft de beleidsvoornemens inzake door het college te nemen besluiten of te verrichten handelingen die erop gericht zijn: a. de sociale samenhang, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente te bevorderen, alsmede huiselijk geweld te voorkomen en te bestrijden; b. de verschillende categorieën van mantelzorgers, en vrijwilligers, zoveel mogelijk in staat te stellen hun taken als mantelzorger of vrijwilliger uit te voeren; c. vroegtijdig vast te stellen of ingezetenen maatschappelijke ondersteuning behoeven; d. te voorkomen dat ingezetenen op maatschappelijke ondersteuning aangewezen zullen zijn; e. algemene voorzieningen te bieden aan ingezetenen die maatschappelijke ondersteuning behoeven; f. maatwerkvoorzieningen te bieden ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie aan ingezetenen van de gemeente die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende in staat zijn; g.

maatwerkvoorzieningen te bieden aan personen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en beschermd wonen of opvang behoeven in verband met psychische of psychosociale problemen of omdat zij de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld; h. uitvoering te geven aan het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169); i. de participatie van ingezetenen die geestelijke gezondheidszorg nodig hebben, te versterken. 3. Het plan is erop gericht dat: a. cliënten zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven; b. cliënten die beschermd wonen of opvang ontvangen, een veilige woonomgeving hebben en, indien mogelijk, weer in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 4. In het plan wordt bijzondere aandacht gegeven aan: a. een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, publieke gezondheid, preventie, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; 6.

In het plan wordt aangegeven welke resultaten het gemeentebestuur in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, welke criteria worden gehanteerd om te meten hoe deze resultaten zijn behaald en welke prestatie-indicatoren worden gehanteerd ten aanzien van aanbieders. artikel 2.2.3 Het college bevordert en treft de algemene voorzieningen ter bevordering van de zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang, die noodzakelijk zijn ter uitvoering van het plan, bedoeld in artikel 2.1.2, tweede lid. 12

Bijlage 2 - Indeling van Preventie De indeling van preventie kent verschillende vormen. De bekendste indeling is die van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die spreekt van ‘primaire’, ‘secundaire’ en ‘tertiaire’ preventie. Het rapport ‘Van preventie verzekerd’2 uit 2007 van het college voor Zorgverzekeraars (CVZ, tegenwoordig Zorginstituut Nederland) maakt de volgende vierdeling: 1. Universele preventie 2. Selectieve preventie 3. Geïndiceerde preventie 4. Zorggerelateerde preventie Het CVZ heeft deze indeling gemaakt om de samenhang tussen preventie en geïndiceerde zorg te verbeteren. Met deze indeling is ook beter te bepalen wie waarvoor staat. Het geeft meer mogelijkheden om afspraken te maken en te sturen. Door het versterken van de samenhang is het beter mogelijk om op en af te schalen. Per problematiek, zoals bijvoorbeeld vechtscheidingen, verwarde personen, etc. wordt uitgewerkt wat vanuit de verschillende preventievelden geboden wordt om problemen of verergering te voorkomen. Bepaald wordt hoe de vroegsignalering, of beter de vroegdetectie, verbeterd kan worden, of te wel wie moet op basis van welke signalen welke actie ondernemen.

Als wij de indeling van CZV omzetten naar de termen van jeugdhulp is deze als volgt: 1. Universele preventie richt zich op jeugdigen, opvoeders en hun gezinnen die geen verhoogd risico op opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen hebben. Doel van universele preventie is het verminderen van kans op het ontstaan van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen of risicofactoren. 2. Selectieve preventie richt zich (ongevraagd) op (hoog)risicogroepen van jeugdigen, opvoeders en hun gezinnen. Doel van selectieve preventie is de opgroeien opvoedsituatie van specifieke risicogroepen bevorderen door het uitvoeren van specifieke lokale, regionale of landelijke preventieprogramma’s. Het opsporen en toeleiden naar jeugdhulp is onderdeel van zo’n programma. 3. Geïndiceerde preventie richt zich op individuen die veelal nog geen diagnose hebben, maar wel risicofactoren of symptomen. Doel van geïndiceerde preventie is het voorkomen van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen of de problematiek te verminderen/ stabiel te houden door een interventie/ behandeling. 4. Zorggerelateerde preventie richt zich op een individu, hun opvoeders/gezin met een opgroei- en opvoedingsprobleem, psychische probleem en/of stoornis. Doel van

2

‘Van preventie verzekerd’, CZV, 2007 Diemen.

13

zorggerelateerde preventie is individuen, opvoeders en gezinnen ondersteunen bij zelfredzaamheid, sociaal en persoonlijk functioneren, vaardigheden, versterken opvoedvaardigheden, de problematiek te verkleinen en ‘erger’ te voorkomen.

Op het snijvlak van selectieve en geïndiceerde preventie en geïndiceerde hulp of ondersteuning wordt op basis van risicogroepen of geconstateerde problemen al interventies ingezet, zonder dat er een indicatie of diagnose is gesteld. Bij groepen waarvan het bekend is dat zij risico lopen op het ontstaan van specifieke problematiek, kunnen in de selectieve preventie interventies aangeboden worden om het ontstaan van problematiek waar mogelijk te voorkomen. In de geïndiceerde preventie wordt in een netwerk nauw samengewerkt en is specialistische kennis beschikbaar, die helpt om de situatie en geconstateerde signalen goed te taxeren en in te schatten en te adviseren dat het nodig is om op te schalen naar kortdurende geïndiceerde hulp of ondersteuning. Op dit snijvlak is het ook mogelijk om nazorg te bieden en geïndiceerde hulp en ondersteuning af te bouwen of (langdurige) stut en steun te organiseren of de situatie te bewaken.

14

Bijlage 3 - Werkwijze voor preventieve aanpak en evaluatie Om gestructureerd in te zetten op preventie gebruiken we onderstaand model van de WHO. Onderstaande weergave van het model beschrijft (huiselijk) geweld in Stede Broec als voorbeeld, waarop een preventieve aanpak ingezet moet worden. Hoe ga je dan te werk? 1. Stap 1: definieer het probleem aan de hand van systematisch verzamelde data 2. Stap 2: onderzoek waar het probleem vandaan komt en welke risico- of beschermende factoren beïnvloed kunnen worden om het probleem te verminderen of te voorkomen 3. Stap 3: ontwikkel of kies een interventie waarmee je de factoren uit stap 2 kunt aanpakken. Evalueer na een periode of de interventie effectief is 4. Stap 4: Schaal effectieve of veelbelovende interventies op om het preventieve effect te vergroten. Stap 4 leidt vervolgens weer tot stap 1, het bepalen van de nieuwe situatie en aanwezige problematiek in de gemeente Stede Broec.

Figuur 1. WHO-model voor preventieve aanpak met als voorbeeld (huiselijk) geweld

De eerste twee stappen in dit model gaan om het definiëren van het probleem en het onderzoeken van onderliggende oorzaken, en risico- of beschermende factoren die hier van invloed op kunnen zijn. Op basis van deze analyse kunnen preventieve interventies ingezet worden om problemen of verergering te voorkomen. Bepaald wordt hoe de vroegsignalering, of beter de vroegdetectie, verbeterd kan worden, of te wel wie moet op basis van welke signalen welke actie ondernemen. Het gaat hier dus om geïndiceerde en selectieve preventie. Na keuze voor de interventies worden deze gedurende een periode uitgevoerd en 15

na afloop geëvalueerd. Effectieve interventies worden opgeschaald of gecontinueerd, ineffectieve interventies worden afgeschaald. De keuze voor en definitie van de aan te pakken problematiek en het in te zetten manier van preventie (selectief, geïndiceerd, etc), ligt bij de gemeente. De keuze voor de specifieke interventies en het samenwerken in een preventienetwerk om vroegsignalering, inzet, opschaling en afschaling van zorg mogelijk te maken ligt bij de uitvoerende partijen, waaronder bijvoorbeeld het Gebiedsteam en Vicino. Dit wordt nader uitgewerkt in de uitvoeringsplan.

16

Bijlage 4 - Contextanalyse Een eerste contextanalyse op basis van objectieve rapportages geeft inzicht in de populatie van Stede Broec, welke kunnen wijzen op onderliggende oorzaken voor voorkomende problematiek. Populatie Stede Broec Jeugdhulp en Wmo De gemeente Stede Broec heeft een bevolking van 21.726 inwoners en 9.161 huishoudens. Er is zowel een verhoogde groene druk als grijze druk. Er is gemiddelde sociaaleconomische status, met een dalende werkloosheid en met 4% een lager dan het landelijke gemiddelde percentage kinderen die opgroeit in armoede. Desondanks ligt het opleidingsniveau lager dan het Nederlandse gemiddelde. Dit kan leiden tot een verhoogde intergenerationele kansenongelijkheid. Op veel onderdelen zoals veiligheid, publieke ruimte en sociale samenhang scoort Stede Broec hoger dan het landelijk gemiddelde. Ook op het thema Eenzaamheid, alhoewel dit met 41,9% nog steeds erg hoog is. Het overgrote deel (83,7%) van de gezinnen maakt geen gebruik van aanvullende voorzieningen vanuit de jeugdwet, Wmo en/of participatiewet. Echter maakt 4% van de huishoudens gebruikt van 3 of meer verschillende voorzieningen. Dit kan wijzen op een stapeling van problemen binnen één huishouden bij ruim 4% van alle huishoudens in Stede Broec. Onder andere vechtscheidingen is een thema dat in de dagelijkse praktijk ontwrichtend werkt en veel aandacht krijgt.

Cijfermatig gezien zijn er in Stede Broec meer mensen gehuwd en minder mensen gescheiden dan het Nederlandse gemiddelde. Wel zijn er relatief gezien meer tienermoeders in Stede Broec. Het rapport ‘Kostenverschillen in de jeugdzorg van het SCP uit 2014 benoemt verschillende risicofactoren en determinanten die het gebruik van jeugdhulp voorspellen, zoals vroeggeboorte, een afwijkend IQ, schoolverlaten of middelengebruik, of een gezinssituatie waarin beide ouders niet werken, een van de ouders een chronische aandoening heeft of psychische hulp ontvangt, verslaafd is of slachtoffer van een misdrijf of een ongeluk. De aanwezigheid van de meeste van deze determinanten bij jeugd in Stede Broec kan nog verder onderzocht worden. Hierbij moet gelet worden op het mogelijk ‘stapelen van factoren’. Zorggebruik Wmo Het kosten van zorggebruik in de Wmo komen voornamelijk door hulp bij het huishouden aan personen boven de 70 jaar (te relateren aan de grijze druk, welke naar verwachting nog oploopt door de ‘dubbele vergrijzing’) en individuele begeleiding voor zowel volwassenen tussen de 20 en 59 jaar. Er is geen inzicht in de oorzaken of onderliggende problematiek waarvoor deze hulp of begeleiding toegekend is. Zorggebruik Jeugdhulp Van de jongeren tot 18 jaar heeft 11,8% in de tweede helft van 2019 jeugdhulp (in de 2e lijn) ontvangen, iets meer dan het gemiddelde in Nederland.

Mede door de groene druk (een groot aantal jongeren) zorgt dit wel voor relatief hoge uitgaven aan de jeugdhulp, in 2019 6,8 17

miljoen euro. In 82,5% van de gevallen betreft jeugdhulp zonder verblijf, 9,5% jeugdhulp met verblijf en 7,3% jeugdbescherming. De kosten worden met name gemaakt voor ambulante jeugdhulp, verblijf exclusief behandeling (of een combinatie van deze twee) en jeugd-ggz. Stichting Welzijn Stede Broec vermeldt dat ook voor diagnostiek wordt doorverwezen naar 2e-lijns jeugdhulp. Als onderliggende oorzaken voor de geïndiceerde zorg worden o.a. echtscheidingsproblematiek, LVB en psychiatrische problematiek genoemd. Onderbouwde cijfers van deze of andere onderliggende oorzaken ontbreken.

18

Bijlage 5 - Inventarisatie van mogelijk onderliggende oorzaken, het huidige aanbod en mogelijke extra strategieën en interventies voor preventie in de Jeugdhulp en Wmo Tabel 2. Overzicht van de verschillende onderliggende oorzaken Onderliggende oorzaken Op het gebied van onderliggende problematiek bij de inwoner:

● ● ● ● ● ● ● ●

ambulantisering van GGZ, beschermd wonen, jeugdzorg, langer thuis blijven wonen huisvestingsproblematiek (geen geschikte woning kunnen krijgen) relatief grote groep laagopgeleide inwoners, laag IQ, speciaal onderwijs trekt inwoners naar Stede Broec inwoners te weinig weerbaar/assertief/veerkrachtig/beperkt sociaal netwerk generatie-op-generatie problematiek schulden corona + corona-maatregelen Evt. delinquentie

Op het gebied van organisatie/werkwijze hulpverlening

● ● ● ●

'zorggemeente', mensen niet in hun kracht zetten te weinig vroegtijdige signalering bij kinderen moeite om aan te sluiten bij cultuur en taal van m.n. inwoners met Poolse of Syrische achtergrond onvoldoende integraal oppakken van casussen, ook door consulenten, (bv schulden, wmo, jeugdhulp, onderwijs, kinderopvang)

Tabel 3. Overzicht huidig beleid en aanbod gericht op preventie in de Jeugdhulp en Wmo. Thema's huidig beleid en aanbod Actieve leefstijl, gezond gewicht, hartinfarcten Alcohol en Drugs en Roken Eenzaamheid Jeugd-GGZ Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen Multiproblem gezinnen Opvoeding algemeen Psychische problemen / verwarde personen / Dementie

19

Respijtzorg Scheidingsproblematiek Minimabeleid gericht op voorkomen van armoede en schulden

Tabel 4. Mogelijke overkoepelende strategieën voor een preventieve aanpak in Jeugdhulp en Wmo Strategieën

● ● ● ● ● ● ●

sterke sociale cohesie/netwerk/leefbaarheid versterken eigen kracht/regie/eigenwaarde goede samenwerking tussen maatschappelijke partners goede kennis van de sociale kaart van zorgverleners/wijkteam expertise delen gespreksvaardigheden van professionals Evt. wanneer normaliseren, wanneer wel ingrijpen?

Tabel 5. Mogelijke preventieve interventies Interventies Algemeen

Jeugd

Volwassenen

Ouderen ●

●

●

goede cursussen en bijeenkomsten van gelijkgestemden netwerkberaad

● ●

jongerencentrum taboe armoede doorbreken

● ●

meldpunt in de wijk buurtcoach

● ●

begrip kweken voor dementie/ GGZproblemen domotica bewustwording van langer thuis wonen

Tabel 6. Gewenste uitbreiding van het Gebiedsteam gericht op Jeugdhulp en Wmo Gewenste thema's uitbreiding Gebiedsteam Depressie/Angst Gedragsproblematiek Vroegsignalering lichte problematiek Vroegsignalering problematiek vluchtelingen Vroegsignalering meervoudige problematiek

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10710776/1