Bijlage 1. Advies Wmo Adviesraad
Tekst van het document
Wmo-adviesraad Stede Broec Stede Broec, 28 maart 2025 Betreft: advies over Verordening Jeugd
Geachte leden van het college van burgemeester en wethouders van Stede Broec, (NB) Deze inleiding geldt zowel voor de Verordening Jeugd als voor de Verordening Wmo. Ons is advies gevraagd over twee verordeningen: de Verordening Jeugdhulp en de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning. Aan beide verordeningen is maandenlang gewerkt door een regionaal team van ambtenaren. Beide verordeningen werden ons eind februari toegestuurd ter advisering. Van ons werd verwacht om (met spoed) vóór 1 april een advies uit te brengen over de verordeningen. Normaal hebben wij daar zes weken de tijd voor. Omdat de tijdspanne ter advisering dus erg kort was en de verordeningen erg omvangrijk waren, was dit voor de adviesraad een hele uitdaging. De betreffende ambtenaren hebben, om de adviesraden tegemoet te komen, een informatieavond in SED-verband belegd op 17 maart. Ook daarna konden wij aan hen vragen stellen die dan snel beantwoord werden. Beide verordeningen zijn zeer omvangrijk en bij bijna alle artikelen vragen om nadere uitleg of een verklaring. Zo'n eindeloze reeks vragen leek ons niet erg zinvol. Daarom wil de adviesraad zich bezighouden met 'de grote lijn', de kennelijke uitgangspunten en een accent leggen op de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige verordeningen.
Voor de andere inhoudelijke en juridische zaken vertrouwen we op de deskundigheid van de samenwerkende ambtenaren. Onze opmerkingen bij de Verordening Jeugd Artikel 5.6 Gebruikelijke hulp en eigen kracht Net als bij de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning speelt het begrip 'Gebruikelijke Hulp' een grote rol. En ook hier kunnen we concluderen dat dit een redelijk uitgangspunt is, maar ook een arbitrair begrip is dat verschillende invullingen mogelijk maakt en daardoor voor conflicten kan zorgen. Het lijkt ons het beste als er voorzichtig met deze afdwingbare eisen wordt omgesprongen. Het belang van het kind moet in principe centraal staan. Artikel 5.6, lid 1 In het geval van gescheiden ouders kan de gebruikelijke hulp van de ouder waar het kind niet bij inwoont wel eens moeilijk te incasseren zijn. Dat hangt ook sterk af van de relatie tussen de exen en de ideeën van het kind.
Artikel 5.6.5 Dat het college tijdens het proces nadere regels kan opstellen lijkt ons niet bevorderlijk voor de voorspelbaarheid en de transparantie. Artikel 6.2.2 Verstrekken van een pgb. Is het niet zo dat door de Bibob-toets de punten a, b, c overbodig zijn? Het kind mag niet de dupe zijn van frauderende ouders. Kan er dan als overgangsregeling geen vervangende toezichthouder worden aangesteld? Artikel 7.4, lid 2 Het college blijft o.i. de uiteindelijk verantwoordelijke voor de uitvoering van de voorziening door de jeugdhulpaanbieder. Artikel 9.2.3 In het kader van het onderzoek naar recht- en doelmatigheid van de individuele voorzieningen kan het begrip 'periodiek' beter nauwkeuriger worden omschreven. Ook de uitvoering van dit onderzoek (wie, hoe?) kan nauwkeuriger worden omschreven. Wij adviseren u voorzichtig met de begrippen 'Gebruikelijke hulp' en 'Eigen kracht' om te gaan. Het zijn redelijke uitgangspunten, maar de belangen van de jeugdige cliënt moeten, in principe, centraal staan. Die belangen moeten ook centraal blijven staan in het geval van frauderende ouders. Wij hopen u voldoende geïnformeerd te hebben en hopen op een spoedige reactie.
Hartelijke groet, Namens de Wmo-adviesraad Stede Broec, Jaap Leuring, voorzitter