CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

B2. OER (Omgevingseffectrapport) SED

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie32.242 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld. MER staat voor ‘milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging ‘plan’ (planMER) wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een omgevingsvisie. De omgevingsvisie bevat de menselijke leefomgeving als geheel, dus zowel fysiek, economisch als sociaal. Dit vraagt om een breder georiënteerd proces dan een traditioneel MER. OER staat voor ‘omgevingseffectrapport’, waarin naast de milieueffecten ook andere omgevingseffecten, zoals sociale en economische, in beeld worden gebracht. We spreken daarom hier niet over een planMER maar over een OER. Voor de juridische juistheid wordt nog wel gesproken van een m.e.r.-procedure.

Voordat een OER geschreven kan worden, moet duidelijk zijn wat er precies onderzocht wordt (reikwijdte) en op welk detailniveau. Dit is gedaan in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), de eerste stap in de m.e.r.-procedure. In de NRD is ook een concept-beoordelingskader gepubliceerd (versie mei 2023). Deze is daarna verder uitgewerkt. In het beoordelingskader staat welke beoordelingsaspecten beoordeeld worden en welke criteria daarvoor gebruikt worden. De volgende stap is het schrijven van de ‘foto van de leefomgeving’.

1.2

Wat is een ‘foto van de leefomgeving’?

De ‘foto van de leefomgeving’ gaat over de huidige situatie. Het beschrijft hoe de leefomgeving er nu voor staat in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Ook is gekeken hoe de leefomgeving zich naar verwachting ontwikkelt in de toekomst (2030-2040). Dit wordt de autonome ontwikkeling genoemd. Dit is de verwachte toekomstige situatie als het huidige beleid wordt voortgezet. Er wordt rekening gehouden met autonome trends (bijvoorbeeld klimaatverandering) en al genomen besluiten over ingrepen in de leefomgeving. Per beoordelingsaspect wordt de huidige situatie en de autonome

30 mei 2024

BJ1895-20230724-0001

4

Projectgerelateerd

ontwikkeling beoordeeld. De beoordelingen worden gebruikt in het OER. In het OER wordt gekeken of de omgevingsvisie de beoordeling van de beoordelingsaspecten beter of slechter maakt. De ‘foto van de leefomgeving’ laat zien hoe het staat met de leefomgeving in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland op basis van de beoordelingsaspecten. De ‘foto van de leefomgeving’ laat ook zien bij welke aspecten er, nu en in de toekomst, problemen en knelpunten (kunnen) ontstaan. Deze informatie wordt gebruikt bij het maken de omgevingsvisie. Door te weten waar knelpunten of problemen (kunnen) ontstaan, kan er in de omgevingsvisie een keuze worden gemaakt om hier iets aan te veranderen.

1.3

Wat wordt er gedaan met de informatie uit de ‘foto van de leefomgeving’?

De ‘foto van de leefomgeving’ is de basis voor het OER bij de omgevingsvisie van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. In het OER worden de effecten van de omgevingsvisie getoetst. Er zijn kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten ten opzichte van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen. Het OER heeft een abstract karakter en de effecten worden daarom kwalitatief beoordeeld. Dit betekent dat er geen (model) berekeningen worden gedaan. Door het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie te toetsen in het OER, ontstaat een beeld van de te verwachten impact van het nieuwe beleid. In het OER wordt een samenvatting opgenomen van de ‘foto van de leefomgeving’. Basis voor monitoring De omgevingsvisie beschrijft de leefomgeving tot 2040. De omgevingsvisie maakt niet duidelijk welk beleid precies wordt uitgevoerd. Daarom is het onzeker welke effecten op de leefomgeving de omgevingsvisie op lange termijn heeft. Omdat de effecten onzeker zijn, is het belangrijk om met monitoring de ‘vinger aan de pols te houden’. Dit wordt gedaan tijdens de periode dat het beleid uitgevoerd wordt. Op die manier kan er bij onvoorziene omstandigheden op tijd bijgestuurd worden. Voor deze monitoring is het belangrijk om een beeld te hebben van de uitgangssituatie waarmee autonome ontwikkelingen en het optreden van effecten, kansen en risico’s kunnen worden vergeleken.

De beschrijving van de beoordelingsaspecten in de ‘foto van de leefomgeving’ biedt daarom ook een basis voor toekomstige monitoring.

1.4

Hoe is de ‘foto van de leefomgeving’ gemaakt?

Het beoordelingskader De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de omgevingsvisie worden in beeld gebracht aan de hand van het beoordelingskader (zie onderstaande tabel). Het beoordelingskader volgt de brede en integrale benadering uit de Omgevingswet [Aan de slag met de Omgevingswet, 2019]. Dit betekent dat er niet alleen gekeken wordt naar fysieke leefomgeving, maar ook sociale en economische thema’s. Het beoordelingskader voor de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland staat in Tabel 1.1. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is een eerste versie van het beoordelingskader gepubliceerd. Onderstaand beoordelingskader is ten opzichte van de NRD verder aangescherpt, waarbij sommige beoordelingsaspecten zijn opgesplitst, samengevoegd of toegevoegd. Voor het beoordelingskader zijn de belangrijke thema’s uit de omgevingsvisie als uitgangspunt opgenomen.

30 mei 2024

BJ1895-20230724-0001

5

Projectgerelateerd

Tabel 1.1: Beoordelingskader zoals gehanteerd in deze ‘foto van de leefomgeving’

Thema

Beoordelingsaspecten

Wonen en samenleven

Wonen, voorzieningen en ontmoetingsplekken

Gezondheid, welbevinden & milieu

Beweegvriendelijke leefomgeving, groene leefomgeving, verkeersveiligheid, sociale veiligheid, omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, geluidhinder, bodemkwaliteit en oppervlaktewater

Duurzaamheid, natuur & recreatie

Broeikasgassen, duurzame energieopwekking, duurzame gebouwen, circulariteit, duurzame en slimme mobiliteit, hitte, droogte en grondwater, wateroverlast door hemelwater, biodiversiteit, beschermde natuur (Natura 2000 en NNN

Economie

Werkgelegenheid, werklocaties en bedrijvigheid, landbouw, vrijetijdseconomie

Mobiliteit

Bereikbaarheid auto en OV, fiets- en wandelnetwerk

Ruimtelijke kwaliteit

Landschappelijke kwaliteit, cultuurhistorische waarden

Definitie beoordelingsaspecten In het beoordelingskader zijn per thema beoordelingsaspecten opgenomen. Per beoordelingsaspect is een beoordelingscriterium gedefinieerd. Voor de invulling van het beoordelingscriterium kunnen meerdere indicatoren gebruikt zijn. Voorbeeld beoordelingsaspect, -criterium en indicatoren Binnen het thema ‘Gezondheid, welbevinden & milieu’ is het beoordelingsaspect ‘beweegvriendelijke leefomgeving’. Het beoordelingscriterium daarbij is de mate van een de beweegvriendelijkheid van de leefomgeving. De gebruikte indicatoren bij het beoordelen van dit criterium is de mate van beweegvriendelijkheid van de leefomgeving op basis van de indicator van het RIVM. Deze indicator laat per gemeente zien hoe de publieke ruimte in de fysieke woonomgeving scoort op de mogelijkheid voor mensen om te bewegen en te sporten. De indicator wordt bepaald door vier deelindicatoren: sportaccommodaties, sport- en speelplekken, recreatief groen- en blauw, nabijheid van voorzieningen. Voor elk beoordelingsaspect wordt de huidige situatie en autonome ontwikkeling beschreven. Op basis daarvan wordt er een conclusie getrokken over hoe het gesteld is met de leefomgeving in de huidige situatie en in de toekomst (zichtjaar 2040). Dit wordt het kwaliteitsniveau genoemd.

Door het bepalen van de kwaliteitsniveaus van de beoordelingsaspecten, wordt de kwaliteit van de gehele leefomgeving navolgbaar en reproduceerbaar gemaakt. Resultaten van beoordeling: kwaliteitsniveaus De beoordeling van de aspecten resulteert per aspect in een kwaliteitsniveau: groen, oranje of rood. Per aspect is een schaallat gedefinieerd voor de toekenning van een kwaliteitsniveau. In het algemeen geldt: bij kwaliteitsniveau groen is sprake van een overwegend goede kwaliteit, er is geen sprake van overschrijding van wettelijke of beleidsnormen, knelpunten of anderszins. Bij rood is sprake van overwegend slechte kwaliteit, dat wil zeggen: er is wel sprake van overschrijding van normen of knelpunten. Bij oranje is er in zijn algemeenheid sprake van risico op normoverschrijding of knelpunten, de kwaliteit zit dan tussen groen en rood in.

30 mei 2024

BJ1895-20230724-0001

6

Projectgerelateerd

Voor het zo objectief, navolgbaar en reproduceerbaar mogelijk toekennen van kwaliteitsniveaus zijn twee zaken bepalend: a) Beschikbare informatie en de status daarvan; b) Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van kwaliteitsniveau groen, oranje, rood. Per beoordelingsaspect is een schaallat voor de kwaliteitsniveaus gedefinieerd op basis van bovenstaande twee zaken. De schaallat is gebaseerd op indicatoren die het meest tot de kern van het beoordelingsaspect behoren en waar goede informatie beschikbaar voor is om er een kwaliteitsniveau te bepalen. Het kan voorkomen dat er indicatoren zijn bij een beoordelingsaspect die wel in de beschrijving van de huidige situatie terugkomen, maar niet expliciet in de schaallat voor het kwaliteitsniveau. In dat geval behoort de indicator niet tot de kern van het beoordelingsaspect en/of is de beschikbare informatie niet voldoende geschikt om het een schaallat te maken. Als er te weinig informatie aanwezig is om een kwantitatieve schaallat te maken, wordt het beoordelingsaspect kwalitatief ingevuld. Beschikbare informatie en status daarvan Hierbij is onderscheid in: 1) Kwantitatieve informatie: dit betreft cijfermatige informatie, bijvoorbeeld data uit rekenmodellen of meetgegevens. 2) Kwalitatieve informatie: dit betreft niet-cijfermatige informatie, bijvoorbeeld kaartmateriaal met landschapstypen.

3) Beoordeling van een specialist (expert judgement): in dit geval is er geen kwantitatieve of kwalitatieve informatie beschikbaar en wordt teruggevallen op het oordeel van een specialist. Over het algemeen geldt dat kwantitatieve informatie het meest objectief, navolgbaar en reproduceerbaar is, en de beoordeling van een specialist het minst. Kwalitatieve informatie zit er tussenin. Er is daarom gestreefd om de beoordeling zoveel mogelijk op basis van kwantitatieve informatie te baseren. Bij aspecten waar dat niet beschikbaar is, is teruggevallen op kwalitatieve informatie. Daar waar ook geen kwalitatieve informatie beschikbaar is, is teruggevallen op de beoordeling van een specialist. Bronvermelding De kwaliteitsniveaus van de beoordelingsaspecten zijn voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling in beeld gebracht op basis van beschikbare informatie bij de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland, de provincie Noord-Holland, de GGD Hollands Noorden, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord en openbare bronnen. Voor elk beoordelingsaspect is aangegeven welke bronnen gebruikt zijn.

Bij de beschrijving van de autonome ontwikkeling zijn de gevolgen van algemene ontwikkelingen meegewogen, zoals technologische ontwikkelingen (zoals in mobiliteit en digitalisering), maatschappelijke ontwikkelingen (zoals de ontwikkeling van de economie en het aantal huishoudens) en andere ontwikkelingen die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden (zoals klimaatverandering). Ook is beschreven wat de verwachte invloed is als het bestaande beleid wordt voortgezet. Waar mogelijk worden belangrijke onzekerheden expliciet benoemd (denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van schone, emissieloze voertuigtechnologie). Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van groen, oranje, rood De referentiewaarde is een waarde waaraan een kwaliteitsniveau wordt gerelateerd. Dit kan op verschillende manieren: 1. Wettelijke normen; 2. Vastgestelde beleidsnormen of -doelstellingen; 3. Advieswaarden van instituten (bijvoorbeeld GGD, RIVM, WHO); 4. Vraag versus aanbod (vanuit maatschappij, markt); 5. Vergelijking ten opzichte van gemeentelijke doelstellingen/ambities;

30 mei 2024

BJ1895-20230724-0001

7

Projectgerelateerd

6. Vergelijking ten opzichte van landelijk gemiddelde, tijdreeksen (ontwikkelingen van de indicator over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (cijfers en trends van vergelijkbare gemeenten of de provincie Noord-Holland); 7. Beoordeling van een specialist (expert judgement). Bovenstaande opsomming moet als rangorde gezien worden in objectiviteit, navolgbaarheid en reproduceerbaarheid. Per beoordelingsaspect is deze rangorde afgelopen als een ladder, te beginnen bij 1 en eindigen bij 7. Als er wettelijke normen beschikbaar zijn, zijn die gehanteerd. Bij afwezigheid van wettelijke normen is teruggevallen op vastgestelde beleidsnormen en zo verder. Daar waar geen enkele andere referentie beschikbaar is om een kwaliteitsniveau aan te relateren, is teruggevallen op de beoordeling van een specialist. In de hoofdstukken met de resultaten van de beoordeling zijn telkens aan het begin de gehanteerde informatie en referentiewaarde gedefinieerd. Voorbeeld schaallat kwaliteitsniveau: luchtkwaliteit Binnen het thema ‘gezondheid, welbevinden & milieu’ is één van de beoordelingsaspecten ‘luchtkwaliteit’. Het beoordelingscriterium daarbij is de concentratie van en blootstelling aan fijnstof (PM10, PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). Beschikbare informatie: kwantitatief, concentratiekaarten op basis van modelberekeningen.

Referentiewaarde: wettelijke normen (grenswaarden Wet milieubeheer) en gezondheidskundige advieswaarden (WHO). Hiermee is voor dit aspect kwantitatieve informatie beschikbaar en wettelijke normen en gezondheidskundige advieswaarden als referentiewaarden voor de definitie van kwaliteitsniveaus. Op basis hiervan is de onderstaande schaallat voor kwaliteitsniveaus toegekend.

Kwaliteitsniveau Groen Oranje Rood

Luchtkwaliteit Wettelijke grenswaarden worden overal behaald en WHO-advieswaarden worden (zo goed als) overal behaald. Wettelijke grenswaarden worden overal of bijna overal behaald, WHO-advieswaarden worden niet gehaald Op meerdere locaties worden wettelijke grenswaarden overschreden.

Op basis van de beschikbare kwantitatieve informatie en de gedefinieerde schaallat is het kwaliteitsniveau toegekend voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. Het toegekende kwaliteitsniveau is een algemeen beeld voor de drie gemeenten samen. Daar waar er specifieke relevante afwijkingen zijn van dit algemene beeld, wordt dat in de onderbouwende beschrijving benoemd. De toegekende kwaliteitsniveaus zijn voor alle beoordelingsaspecten in het Rad van de leefomgeving toegekend, zoals in Figuur 1.1 weergegeven.

30 mei 2024

BJ1895-20230724-0001

8

Projectgerelateerd

Figuur 1.1: Algemene schaallat van de indicatoren zoals visueel weergegeven in een uitsnede van het Rad van de leefomgeving.

Waardering autonome ontwikkeling Bij de beschouwing van indicatoren is een waardering gegeven aan de autonome ontwikkeling, op basis van een kwalitatieve inschatting van ontwikkelingen die optreden als gevolg van: • De mate waarin autonome trends en ontwikkelingen leiden tot een vooruitgang of achteruitgang van de huidige situatie, zoals demografische veranderingen, klimaatverandering en veranderingen in de woningmarkt. • De mate waarin voortzetting van bestaand (gemeentelijk) beleid leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. • De mate waarin besluiten over plannen, programma’s en projecten die worden geïnitieerd door andere partijen, zoals het Rijk, Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en omliggende gemeenten, leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. Toekomstjaar autonome ontwikkeling De omgevingsvisie Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland is gericht op 2040. Omdat de meeste beschikbare informatie over autonome trends of prognoses voor leefomgevingsaspecten niet verder gaat dan 2030 of omdat de onzekerheidsmarge na 2030 groot wordt, is in het OER 2030 in beginsel als toekomstjaar gehanteerd. Aanvullend is een doorkijk gegeven richting 2040.

1.5

Wetten, regels en beleid

Bij het opstellen van de omgevingsvisie is rekening gehouden met de regels en het beleid van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland en van andere overheden. Daarbij gaat het om beleid en besluiten die onderdeel zijn van de volgende plannen en programma’s: • Europese regelgeving: M.e.r.-richtlijn, Vogel- en Habitatrichtlijn, NEC-richtlijn, Kaderrichtlijn water, Richtlijn luchtkwaliteit, Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s, Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB), Verdrag van Malta, Verdrag van Granada, Richtlijnen trillingen. • Nationale regelgeving en beleid: o Wetten: Wet ruimtelijke ordening (Wro), Wet natuurbescherming (Wnb), Wet ammoniak en veehouderij (Wav), Wet geurhinder en veehouderij (Wgv), Wet milieubeheer (Wm), Waterwet, Wet geluidhinder (Wgh), Erfgoedwet 2016, Wet archeologische monumentenzorg (Wamz), Wet bodembescherming (Wbb) en vanaf 1 januari 2024 de Omgevingswet; o Besluiten: Besluit ruimtelijke ordening (Bro), Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro), Besluit huisvesting ammoniak en veehouderijen (Amvb Huisvesting), Besluit externe veiligheid inrichtingen

30 mei 2024

BJ1895-20230724-0001

9

Projectgerelateerd

•

•

milieubeheer (Bevi, Revi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb, Revb), Besluit externe veiligheid Transport (Bevt, Revt), Besluit bodemkwaliteit (Bbk), Besluit Kwaliteitseisen en Monitoring Water (BKMW); o Nota’s: Nationale Omgevingsvisie (NOVI), Nationaal waterplan 2016-2021, Structuurvisie buisleidingen (2012-2035), Waterbeleid 21e Eeuw, Klimaatakkoord, regionaal energieakkoord, Energieakkoord. Regionaal: Opgave verkeersveiligheid Noord-Holland 2030, Actieprogramma Klimaat 2020-2023, Actieagenda Circulaire Economie 2021-2025, Groen herstel: Uitvoeringsagenda Economie 20212023, Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027, Programma Natuurnetwerk 2023, Uitvoeringsprogramma RES Noord-Holland Noord, Regionale Agenda Mobiliteit Westfriesland, Regionale Visie Verblijfsrecreatie Noord-Holland Noord; Conceptversie. Gemeentelijk: o Gemeente Stede Broec: Wonen doen we samen: woonvisie 2021-2025 Stede Broec, Thuis in Stede Broec: een meerjarenvisie voor de samenleving 2020-2024, Kerkenvisie, Evenementen in Stede Broec, Behoud, ontwikkeling en beleving van dorpen: erfgoednota Stede Broec, Beeldkwaliteitsplan Stede Broec Centrum Zuid: het dorpshart van Stede Broec.

o Gemeente Enkhuizen: Balans in de stad; samen zorgen voor kwaliteit; woonvisie Enkhuizen 2014, Parkeer- en verkeersontwikkelingsplan, Thuis in onze gemeente; een peilnota voor de meerjarenvisie voor de samenleving 2020-2024, Cultuurnota: cultuur laat je leren!, Erfgoed als Vliegwiel: erfgoedbeleid gemeente Enkhuizen, Kerkenvisie, Evenementen in Enkhuizen o Gemeente Drechterland: Nota speelruimtebeleid, uitvoeringsplan speelruimtebeleid 20202023, Woonprogramma Drechterland 2021-2025; prettig wonen in vitale dorpen, Thuis in Drechterland; een meerjarenvisie voor de samenleving 2020-2024; Evenementen in Drechterland, Kerkenvisie.

30 mei 2024

BJ1895-20230724-0001

10

Projectgerelateerd

2

Het ‘rad van de leefomgeving’

De resultaten van de foto van de leefomgeving zijn samengevat weergegeven in het ‘rad van de leefomgeving’ (zie onderstaand figuur). De witte lijn geeft de huidige situatie weer, de witte stippellijn de autonome ontwikkeling in 2030. Het verschil tussen de autonome ontwikkeling en de huidige situatie geeft weer in hoeverre er sprake is van een negatieve of positieve autonome trend voor de verschillende beoordelingsaspecten. De positie van de lijnen in het Rad (de witte lijn en de witte stippellijn) is per aspect bepaald aan de hand van de definitie en de gehanteerde schaallat voor de waardering van de huidige en autonome situatie, zoals in de hoofdstukken per thema en beoordelingsaspect beschreven en verantwoord is. Onderstaand worden voor de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beknopte samenvattingen gegeven. De volgende hoofdstukken bevatten de volledige beschrijvingen voor alle beoordelingsaspecten.

Figuur 2.1: Rad van de leefomgeving van Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland

30 mei 2024

BJ1895-20230724-0001

11

Projectgerelateerd

2.1

Wat blijkt er uit de ‘foto van de leefomgeving’?

Huidige situatie: wisselend kwaliteitsbeeld De huidige staat van de fysieke leefomgeving in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland laat een wisselend beeld zien. Vooral voor de aspecten ontmoetingsplekken, landschappelijke kwaliteit en cultuurhistorische waarden staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor (‘groen’). Leefomgevingsaspecten met een laag kwaliteitsniveau (‘rood’) zijn broeikasgassen, duurzame energieopwekking, circulariteit, duurzame en slimme mobiliteit en biodiversiteit Autonome ontwikkeling 2030: negatieve en positieve trends De autonome ontwikkeling in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland laat wisselende trends zien in de kwaliteit van de leefomgeving. Bij circulariteit is ook in 2030 nog sprake van een slecht kwaliteitsniveau, naar verwachting op hetzelfde niveau als in of verslechterend ten opzichte van de huidige situatie (kwaliteitsniveau ‘rood’). Voor de aspecten broeikasgassen, duurzame energieopwekking, duurzame en slimme mobiliteit en biodiversiteit hebben zijn positieve autonome trends te verwachten, maar niet voldoende om ‘uit het rood’ te komen. Vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij bovengenoemde aspecten belangrijke opgaven voor de omgevingsvisie. De locaties van deze knelpunten zijn verder toegelicht in hoofdstuk 2.2.

De aspecten wonen, geluidhinder en werkgelegenheid zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’ maar laten autonoom een verslechterende trend zien. Ook voor deze aspecten liggen belangrijke opgaven voor de omgevingsvisie. Deze aspecten zijn dan ook verder toegelicht in hoofdstuk 2.2. De aspecten voorzieningenniveau, beweegvriendelijke leefomgeving, groene leefomgeving, sociale veiligheid, omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, werklocaties en bedrijvigheid, landbouw en fiets- en wandelnetwerk zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, maar laten autonoom geen verandering zien. De aspecten verkeersveiligheid, bodemkwaliteit, oppervlaktewater, duurzame gebouwen, hitte, droogte en grondwater, wateroverlast (door hemelwater), beschermde natuur (Natura 2000 en NNN), vrijetijdseconomie en bereikbaarheid auto en OV zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en laten autonoom een verbetering binnen ‘oranje’ zien. Tenslotte scoren de aspecten ontmoetingsplekken, landschappelijke kwaliteit en cultuurhistorische waarden in de huidige situatie groen en laten deze aspecten autonoom een verbeterende trend zien binnen ‘groen’.

30 mei 2024

BJ1895-20230724-0001

12

Projectgerelateerd

2.2

Aandachtspunten voor verdere uitwerking van de omgevingsvisie

De beoordelingsaspecten die in de huidige situatie en autonome ontwikkeling beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en ‘oranje met verslechterende trend’ zijn aangemerkt als knelpunt en aandachtspunt. Deze aspecten dragen niet bij aan een goede kwaliteit van de leefomgeving. In de omgevingsvisie moet hier extra aandacht aan worden besteed. De aspecten waar het om gaat en het specifieke aandachtspunt zijn hieronder omschreven. Knelpunten Knelpunten zijn de aspecten die in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en autonoom in het ‘rood’ blijven Broeikasgassen De vermindering van de uitstoot van broeikasgassen loopt in alle drie de gemeenten achter op de gestelde wettelijke doelen uit de Klimaatwet. Het aspect broeikasgassen is een gemeentebreed aspect en daardoor niet ruimtelijk-specifiek te maken. Duurzame energieopwekking Het percentage duurzaam opgewekte energie ligt in alle drie de gemeenten lager dan het landelijk gemiddelde en voldoet nog niet aan de doelstelling vanuit de EU (14% hernieuwbare energie). Dit aspect is een gemeentebreed aspect en is niet ruimtelijk- specifiek te maken. Circulariteit Geen van de drie gemeenten haalt het doel van 100 kg huishoudelijk afval per inwoner en 75% afvalscheiding. Dit aspect is een gemeentebreed aspect en is niet ruimtelijk- specifiek te maken.

Duurzame en slimme mobiliteit In alle drie de gemeenten ligt het aantal deelauto’s het aantal elektrische auto’s en het aantal (semi)publieke laadpalen achter op het provinciale gemiddelde. Dit aspect is een gemeentebreed aspect en is niet ruimtelijk- specifiek te maken. Biodiversiteit De soortendiversiteit van Rode-lijstsoorten is laag in alle drie de gemeenten. Aandachtspunten Aandachtspunten zijn de aspecten die in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en autonoom verbeteren naar ‘oranje’ of in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en autonoom verslechteren binnen ‘oranje’ of naar ‘rood’. Wonen In alle drie de gemeenten is er sprake van tekorten aan bepaalde type woningen. In Stede Broec is er behoefte aan eengezinskoopwoningen, in Enkhuizen aan goedkope huurwoningen en duurdere koopwoningen en in Drechterland aan kleine (huur en koop) woningen, ouderenwoningen en goedkope huurwoningen. Het tekort is het grootst in Drechterland. Dit aspect is niet ruimtelijk- specifiek te maken. Geluidhinder In het grootste deel van de gemeenten wordt er voldaan aan de WHO-advieswaarden, op enkele plekken langs de N307, N505 en N506 is er sprake van overschrijding van de WHO-advieswaarden, ook is er lokaal overlast van windturbines en industrie. De locaties zijn aangegeven op de kaart.

30 mei 2024

BJ1895-20230724-0001

13

Projectgerelateerd

Werkgelegenheid Het aantal banen per 1000 inwoners ligt lager dan het provinciale gemiddelde, in de toekomst neemt de netto arbeidsparticipatie waarschijnlijk af door vergrijzing. Het aspect werkgelegenheid en arbeidsmarkt is een gemeentebreed aspect en daardoor niet ruimtelijk-specifiek te maken. Naast bovenstaande aandachtspunten geldt dat de aspecten voorzieningenniveau, beweegvriendelijke leefomgeving, groene leefomgeving, sociale veiligheid, omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, werklocaties en bedrijvigheid, landbouw en fiets- en wandelnetwerk in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en autonoom geen verbetering of verslechtering laten zien. Ook hier ligt een opgave voor de omgevingsvisie.

30 mei 2024

BJ1895-20230724-0001

14

Projectgerelateerd

3

Wonen & samenleven

In onderstaande tabel is een samenvatting van de beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen van de aspecten binnen het thema ‘wonen & samenleven’. Er wordt ingegaan op het beoordelingsaspecten ‘wonen’, ‘voorzieningenniveau’ en ‘ontmoetingsplekken’. Kwaliteitsniveau Beoordelingsaspect Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Wonen

↘

Voorzieningenniveau

=

Ontmoetingsplekken

↗

30 mei 2024

BJ1895-20230724-0001

15

Projectgerelateerd

3.1

Wonen

Indicatoren en kwaliteitsniveaus Wonen Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden

Kwantitatief • Vraag vs. Aanbod [Bureau Stedelijke Planning, 2022] Vraag en aanbod op basis van het woningmarkonderzoek voor de gemeenten

Schaallat kwaliteitsniveaus Groen

Het aanbod is voor alle woningtypen in balans met de behoefte

Oranje

De behoefte overstijgt voor één of meerdere woningtypen het aanbod

Rood

De behoefte overstijgt voor vrijwel alle woningtypen het aanbod

Huidige situatie Op 1 januari 2023 bestond de gemeente Stede Broec uit 22.138 inwoners en 9.438 woningen [CBS, 2023b en CBS, 2023c]. De gemeente Enkhuizen had 18.885 inwoners en 8.927 woningen. De gemeente Drechterland had 20.385 inwoners en 8.602 woningen. Voor alle drie gemeente geldt dat de twee meest voorkomende typen huishoudens gezinnen ouder dan 35 jaar en kleine huishoudens tussen de 55 en 75 jaar zijn (zie Figuur 3.1) [Bureau Stedelijke Planning, 2023].

Figuur 3.1: Huishoudens naar type en leeftijd in 2022 [Bureau Stedelijke Planning, 2023]

Bestaande woningvoorraad De samenstelling van de woningvoorraad in de gemeente Stede Broec in 2021 was vergelijkbaar met de gehele regio Westfriesland: 70% koopwoningen, 26% sociale huurwoningen en 5% particuliere huurwoningen (zie Figuur 3.2) [Bureau Stedelijke Planning, 2023]. De gemeente Stede Broec heeft een eenzijdige woningvoorraad van vooral grondgebonden woningen (90%), voornamelijk eengezinskoopwoningen, en weinig appartementen (11%). De samenstelling van de woningvoorraad bestond in de gemeente Enkhuizen in 2021 uit: 61% koopwoningen, 29% sociale huurwoningen en 10% particuliere huurwoningen (zie Figuur 3.2) [Bureau Stedelijke Planning, 2023]. De gemeente Enkhuizen heeft een woningvoorraad van 73% grondgebonden woningen en 27% appartementen. De samenstelling van de woningvoorraad bestond in de gemeente Drechterland in 2021 uit: 74% koopwoningen, 20% sociale huurwoningen en 6% particuliere huurwoningen (zie Figuur 3.2) [Bureau Stedelijke Planning, 2023]. De gemeente Drechterland heeft een eenzijdige woningvoorraad van 88% grondgebonden woningen en 12% appartementen.

30 mei 2024

BJ1895-20230724-0001

16

Projectgerelateerd

Figuur 3.2: Type en eigendom woning naar gemeente in 2021 [Bureau Stedelijke Planning, 2023]

In de regio Westfriesland was er in 2022 een krappe woningmarkt, net als in de rest van Nederland. Dit gold zowel voor de koop- als de huursector. Deze krapte lijkt iets minder te worden dan de afgelopen tijd. De gemiddelde WOZ-waarde van de Westfriese woningvoorraad was in 2021 €279.000, wat iets lager is dan het gemiddelde in Nederland (€290.000). In de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland steeg in 2022 het aantal verkochte woningen, nadat dit in 2020 en 2021 was gedaald. Woningbehoefte In de gemeente Stede Broec is in de huidige situatie voornamelijk een tekort aan eengezinskoopwoningen. Het aantal gezinnen groeit, net als het aantal ouderen dat langer zelfstandig blijft wonen. Het gaat op de korte termijn met name over woningen tussen €200.000 en €250.000 [Gemeente Stede Broec, 2020a]. Uit het onderzoek naar betaalbare woningbouw in de regio Westfriesland komt dat er in de gemeente Stede Broec met name vraag is naar goedkope huurwoningen en goedkope koopwoningen (zie Tabel 3.1) [Bureau Stedelijke Planning, 2022]. Dit bevestigt het beeld uit het woononderzoek van de gemeente zelf. Uit het onderzoek naar betaalbare woningbouw in de regio Westfriesland komt dat er in de gemeente Enkhuizen veel vraag is naar goedkope huurwoningen (zie Tabel 3.1). Ook is er vraag naar du(urde)re koopwoningen.

Naar duurdere huurwoningen en goedkope koopwoningen is geen vraag [Bureau Stedelijke Planning, 2022]. In de gemeente Drechterland is er vooral behoefte aan kleine koop- en huurwoningen en woningen die geschikt zijn voor senioren [Gemeente Drechterland, 2020b]. Uit het onderzoek naar betaalbare woningbouw in de regio Westfriesland komt dat er met name vraag is naar koopwoningen in alle sectoren (zie Tabel 3.1). Ook is er vraag naar goedkope huurwoningen. De vraag naar woningen is in de gemeente Drechterland het hoogste van de drie gemeenten [Bureau Stedelijke Planning, 2022]. Tabel 3.1: Woningbehoefte per gemeente in 2022 [Bureau Stedelijke Planning, 2022] Gemeente Stede Broec

Gemeente Enkhuizen

Gemeente Drechterland

%

Aantal

%

Aantal

%

Aantal

< € 220.000

28%

139

0%

0

20%

142

€ 220.000 -€ 325.000

16%

79

17%

85

20%

142

> € 325.000

12%

59

12%

60

29%

206

< € 750

39%

193

69%

345

29%

206

€ 750 - € 1.000

6%

30

0%

0

3%

21

> € 1.000

0%

0

0%

0

0%

0

Koop

Huur

Totaal

30 mei 2024

500

490

717

BJ1895-20230724-0001

17

Projectgerelateerd

Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat er in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland voor een aantal woningtypen en -klassen tekorten zijn. Autonome ontwikkeling Huishoudensprognose In de gemeente Stede Broec is een groeiende trend te zien in het aantal huishoudens. Ook vindt er een schifting plaats in de huishoudensamenstelling. Het aantal huishoudens van 75 jaar en ouder zal naar verwachting tot 2040 meer dan verdubbelen, omdat ouderen langer zelfstandig blijven wonen. Er is in de gemeente Stede Broec een evenwichtige in- en uitstroom te zien met Amsterdam. Wel vertrekken er meer inwoners, met name in de leeftijdsklasse 50 tot 65 jaar, naar Medemblik [Gemeente Stede Broec, 2020a]. In 2014 werd verwacht dat het aantal huishoudens in de gemeente Enkhuizen ging groeien tot 2030, waarna de groei afneemt. De verwachting was gemiddeld 85 extra huishoudens per jaar tot 2020 en gemiddeld 40 extra huishoudens per jaar tussen 2020 en 2030. Daarna gaat het aantal huishoudens stabiliseren of zelfs licht krimpen. De gemeente Enkhuizen heeft te maken met een sterke vergrijzing, want het aantal huishoudens tot 35 jaar neemt snel af en het aantal huishoudens vanaf 75 jaar neemt snel toe. De piek hiervan wordt in 2040 verwacht [Gemeente Enkhuizen, 2014].

De verwachting voor de gemeente Drechterland is dat het aantal oudere huishoudens toeneemt. Tussen 2017 en 2040 zal het aantal huishoudens van boven de 75 jaar verdubbelen van 970 naar 2.240. De instroom van jonge huishoudens t/m 35 jaar zal afnemen, van 670 is 2017 naar 470 in 2040. Het aantal één en twee persoonshuishoudens neemt de komende jaren toe [Gemeente Drechterland, 2020b]. Een prognose van de groei van het aantal huishoudens in de provincie Noord-Holland uit 2022 bevestigt dit beeld. Tot 2042 is er een sterke toename van het aantal kleine huishoudens boven de 75 jaar. Verder stijgt het aantal huishoudens tussen de 35 en 55 jaar en het aantal gezinnen onder de 35 jaar. Het aantal kleine huishoudens onder de 35 jaar en het aantal huishoudens tussen de 55 en 75 jaar neemt af. Het aantal gezinnen boven de 35 jaar blijft gelijk [Bureau Stedelijke Planning, 2023]. Woningbehoefte Er is in de gemeente Stede Broec een opwaartse druk op de woningbehoefte. Tussen 2019 en 2025 zijn naar verwachting 630 extra woningen nodig. Omdat ouderen langer zelfstandig blijven wonen en relatief weinig verhuizen, ontstaat er op de korte termijn een tekort aan eengezinswoningen. Op de langere termijn kan er een omslag plaats vinden en komt er meer vraag naar huurwoningen vanuit ouderen.

Verder ontstaat er in de gemeente Stede Broec behoefte aan meer huurwoningen, zowel eengezinswoningen als appartementen. Tot en met 2025 zijn er naar verwachting 90 extra sociale huurwoningen nodig om in de reguliere behoefte te voorzien. Daarnaast is er nog een extra opgave voor statushouders en bijzondere doelgroepen die moeilijk te voorspellen is. De voorspelling is dat de vraag tot en met 2025 voor de gemeente Stede Broec uitkomt op een netto toevoeging van circa 120 sociale huurwoningen. Tabel 3.2 laat een overzicht zien van de kansrijke en risicovolle toevoegingen op de korte en lange termijn voor de gemeente Stede Broec [Gemeente Stede Broec, 2020a].

30 mei 2024

BJ1895-20230724-0001

18

Projectgerelateerd

Koop boven €350,000.,-

Koop €250.000,- - €350.000,-

Koop €185.000,- - €250.000,-

Koop tot €185.000,-

Huur boven liberalisatiegrens

Huur tot liberalisatiegrens

Huur tot aftoppingsgrens

Huur gestapeld

Koop gestapeld

Huur grondgebonden

Koop grondgebonden

Tabel 3.2: Kansrijke en risicovolle toevoegingen korte termijn en lange termijn voor de gemeente Stede Broec [Gemeente Stede Broec, 2020a]

Korte termijn (2025) Lange termijn (2040)

In de gemeente Enkhuizen heeft met name de vergrijzing gevolgen voor de woningmarkt. De verwachting in 2014 was dat tot 2030 met name het aanbod van grotere eengezins(koop)woningen toeneemt als de babyboomgeneratie de woningmarkt verlaat. De verwachting was dat dit kon leiden tot ontspanning op de koopwoningmarkt. Er wordt meer een aanpassingsopgave gezien dan een nieuwbouwopgave, omdat ouderen graag in hun woning willen blijven wonen [Gemeente Enkhuizen, 2014]. In de gemeente Drechterland is er de komende tien jaar vooral behoefte aan kleine koop- en huurwoningen. Het aandeel sociale huurwoningen zou moeten stijgen richting minimaal 25% om de kansen voor huurders te vergroten. Vanwege de verdubbeling van het aantal senioren moet er meer aandacht zijn voor passende woningen voor deze doelgroep. Ook dit zijn kleinere woningen die aansluiten op de behoefte van senioren: geschikt om zorg te ontvangen en dichtbij voorzieningen. Het gaat om zowel grondgebonden woningen als appartementen, huur en koop [Gemeente Drechterland, 2020b]. Naast dat er binnen de gemeenten woningtekorten worden gezien, ziet ook de provincie Noord-Holland een woningtekort ontstaan. Binnen de provincie wordt een behoefte van 630 extra woningen gezien. Binnen de regio Westfriesland is zelfs berekend dat er ruim 2.000 woningen nodig zijn voor de regio [Gemeente Stede Broec, 2020a].

Harde en zachte plancapaciteit In de gemeente Stede Broec is er harde plancapaciteit aan de Opmaatlocatie (52), Kweeklust (32), Wijzend 10 (4), het gaat om totaal 88 woningen. Ook is er harde plancapaciteit voor Villa Oigenwois, Middenweg 5 en Hoofdstraat 195, het is onbekend om hoeveel woningen he gaat. Zachte plancapaciteit is er voor Streekhof fase 5, Florapark, Molensloot-Zuid, de Middend 5 en Herontwikkeling Hertog Albrechtstraat, het gaat om totaal 602 woningen. Daarnaast is ook een plan voor Groot-Vriend, het is onbekend om hoeveel woningen het gaat. In de gemeente Enkhuizen is er harde plancapaciteit bij Gommerwijk West-West en Vijzeltuin SMC Het gaat om 560 woningen in de harde plancapaciteit. Zachte plannen zijn er voor de Reigerweg, Westeinde Zuid, Zilverstraat en de Anjerstraat/Bloemenbuurt, het gaat om zo’n 840 woningen.

30 mei 2024

BJ1895-20230724-0001

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16422299/1