CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

B1. Omgevingsvisie SED 2025

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsvisie13.159 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

4 alinea's met “economie”: 5 15 50 57

1

Rapport-versie Omgevingsvisie SED Dit is de pdf-versie van de Omgevingsvisie van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. De Omgevingsvisie is voor ieder van deze gemeenten van toepassing op het eigen gemeentelijke grondgebied. Deze pdf-versie is een eenvoudige versie die gemaakt is om het volledige overzicht te hebben van de inhoud en ten behoeve van besluitvorming en archivering. De beeldende publieksvriendelijke versie is te vinden op www.omgevingsvisiesed.nl. De versie van de projectwebsite is inhoudelijk gelijk aan het rapport. Wel is het zo dat in de rapportversie hoofdstukken en paragrafen zijn onderscheiden en afbeeldingen zijn genummerd. Ten opzichte van de projectwebsite is een link vervangen door een verwijzing naar een paragraaf of afbeelding.

1

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 STAP VOOR STAP NAAR EEN OMGEVINGSVISIE ........................................................................................ 3 1.1 Inleiding................................................................................................................................................................... 3 1.2 Inhoud van de Omgevingsvisie................................................................................................................................ 3 HOOFDSTUK 2 TOEKOMSTBEELD ...................................................................................................................................... 4 2.1 Inleiding................................................................................................................................................................... 4 2.2 Wonen en samenleven............................................................................................................................................ 6 2.3 Gezondheid, welbevinden en milieu ....................................................................................................................... 7 2.4 Duurzaamheid, natuur en recreatie ........................................................................................................................

9 2.5 Economie............................................................................................................................................................... 11 2.6 Mobiliteit en toegankelijkheid .............................................................................................................................. 14 2.7 Ruimtelijke kwaliteit .............................................................................................................................................. 16 HOOFDSTUK 3 BESTAANDE WAARDEN EN KOERS PER GEBIED ...................................................................................... 18 3.1 Inleiding................................................................................................................................................................. 18 3.2 West-Fries lintenlandschap ................................................................................................................................... 20 3.3 Rechtlijnig landschap ............................................................................................................................................ 23 3.4 Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel ...........................................................................................................

25 3.5 Enkhuizen .............................................................................................................................................................. 28 3.6 Hoogkarspel en Venhuizen .................................................................................................................................... 32 3.7 Overige kernen ...................................................................................................................................................... 37 3.8 Overige kernen - Oosterdijk .................................................................................................................................. 40 HOOFDSTUK 4 STAP VOOR STAP WERKEN AAN UW PLAN ............................................................................................. 42 4.1 Inleiding................................................................................................................................................................. 42 4.2 Stappenplan .......................................................................................................................................................... 42 HOOFDSTUK 5 GELDIGHEID EN UITVOERING .................................................................................................................

46 5.1 Geldigheid ............................................................................................................................................................. 46 5.2 Uitwerking in programma’s ................................................................................................................................... 46 5.3 Verdeling van kosten ............................................................................................................................................. 46 5.4 Bijdrage aan de ontwikkeling van een wijdere omgeving dan het plangebied ..................................................... 47

2

HOOFDSTUK 1 STAP VOOR STAP NAAR EEN OMGEVINGSVISIE 1.1 Inleiding Dit is de Omgevingsvisie van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Het is een visie op hoofdlijnen. We laten u zien wat we willen en móeten bereiken: ons toekomstbeeld op hoofdlijnen. En we geven u een beeld van bestaande waarden die we willen behouden en/of versterken. De waarden en het toekomstbeeld met doelen en ambities hebben we gehaald uit de Bouwstenen. Daar hebben veel inwoners en ondernemers in 2021 input voor geleverd. En we hebben deze in 2023 opgefrist én doorgenomen met bestuurders, regionale partners en medewerkers. In februari 2024 kon iedereen de eerste versie van de omgevingsvisie bekijken en daarop reageren. We hadden gesprekken op straat en op inloopbijeenkomsten met inwoners, met onze ketenpartners en met belangenorganisaties. Alle inbreng hielp ons om de ontwerp omgevingsvisie te maken. Naast het toekomstbeeld en de waarden gaat deze Omgevingsvisie ook over de koers en kansen per gebied. En is de Omgevingsvisie belangrijk voor het afwegen van plannen van ondernemers, organisaties en inwoners. Kijk bij hoofdstuk 4 ‘Stap voor stap werken aan uw plan’ hoe dat in zijn werk gaat. De ontwerp Omgevingsvisie is eind 2024 ter inzage gelegd. In de zienswijzennota hebben we alle reacties op de ontwerp Omgevingsvisie beantwoord.

Een deel van de zienswijzen leidde tot verscherping van de ontwerp Omgevingsvisie. Deze aanvullingen zijn in de voorliggende Omgevingsvisie verwerkt.

1.2 Inhoud van de Omgevingsvisie Toekomstbeeld Ons toekomstbeeld werkten we uit in zes thema’s. Bij elk thema laten we zien wat onze doelen zijn en hoe we die willen bereiken. Al deze doelen zijn gericht op een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving. We gaan in op de acties van de gemeenten en geven aan hoe u als bewoner, organisatie of ondernemer kan bijdragen. Bestaande waarden Onze waarden werkten we uit in een waardenkaart. In de Bouwstenen is al veel over deze waarden gezegd. Nu staan ze op een kaart en laten we de waarden en beelden zien per gebied. Het gaat om veel verschillende waarden: waarden van ons landschap, stad en dorpen maar ook waarden op het gebied van samenleven, werk of recreatie. Al deze waarden zijn belangrijk als we plannen maken. Koers en kansen per gebied Onze visie werkten we uit in een visiekaart. Die kaart behandelen we net als de waarden per gebied. We geven aan welke functies in een gebied kunnen groeien en welke voorwaarden we daar belangrijk vinden. Voor het landelijke gebied gaat dat bijvoorbeeld over landbouw, natuur en recreatie. En bij de kernen gaat dat vaak over woningbouw en voorzieningen. Programma’s Een omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Op sommige punten willen we ideeën preciezer of meer concreet uitwerken. Het uitwerken van plannen die ontstaan vanuit de omgevingsvisie doen we in omgevingsprogramma’s.

Zo’n programma geeft een verdieping van de visie en is meer op uitvoering gericht. Kijk op de visiekaart in hoofdstuk 2 en bij hoofdstuk 5 ‘Geldigheid en uitvoering’ welke programma’s de gemeenten willen oppakken.

3

HOOFDSTUK 2 TOEKOMSTBEELD 2.1 Inleiding Wat is ons toekomstbeeld? Dat is aantrekkelijk en verbindend wonen, werken en verblijven. We willen dat onze gemeenten aantrekkelijk zijn om te wonen, te werken en om te bezoeken; nu en in de toekomst. Dat is ons centrale doel. We hebben daarom veel aandacht voor de ontwikkelingen in onze samenleving, zoals de vergrijzing, gezondheid en saamhorigheid. Onze drie gemeenten werken samen aan voldoende woningen, gezondheid, veiligheid, bereikbaarheid en duurzaamheid. De drie verschillende gemeenten vullen dit toekomstbeeld aan met ambities voor hun grondgebied:

In ons toekomstbeeld zijn deze onderwerpen belangrijk: 1. Wonen en samenleven 2. Gezondheid, welbevinden en milieu 3. Duurzaamheid, natuur en recreatie 4. Economie 5. Mobiliteit en toegankelijkheid 6. Ruimtelijke kwaliteit Deze onderwerpen zijn uitgewerkt in paragraaf 2.2 tot en met 2.7. De visiekaart die hoort bij ons toekomstbeeld is opgenomen in afbeelding 1. Voor de gebiedsgerichte uitleg van de kaart verwijzen we naar hoofdstuk 3 ‘Bestaande waarden en koers per gebied’.

4

Afbe e lding 1. V is ie kaar t

5

2.2 Wonen en samenleven Over wonen, voorzieningen, ontmoeten ▪ We werken naar een compleet, duurzaam en betaalbaar aanbod van verschillende soorten woningen. We doen dat om te voorzien in vraag naar woningen voor iedereen voor nu en later. ▪ Binnen buurten zorgen we voor afwisseling van woningtypen en menging van doelgroepen. Er is ruimte voor allerlei soorten woningen. Voorbeelden zijn mengen van koop en huur, knarrenhoven en woningen voor bijzondere doelgroepen. ▪ We besteden bijzondere aandacht aan starters, ouderen en mensen met behoefte aan zorg of ondersteuning. Dit betekent onder meer dat we woningen zo willen bouwen of verbouwen dat je er kan blijven wonen als je ouder wordt of meer zorg nodig hebt. Zo’n woning noemen we levensloopbestendig. ▪ We zorgen voor goede omstandigheden om de voorzieningen in kernen te behouden. We willen graag dat er voldoende voorzieningen zijn die passen bij de grootte van de kern. En dat voorzieningen zo goed mogelijk bereikbaar zijn. ▪ We werken aan afwisselende, leefbare, groene en duurzame woonwijken, dorpen en stad. ▪ We zorgen voor ontmoetingsmogelijkheden in binnenstad, dorpskernen en woonwijken, voor kinderen, jongeren en ouderen. ▪ We vinden het belangrijk dat er zoveel mogelijk gelijke kansen zijn voor iedereen.

Een goede toegankelijkheid van voorzieningen is een voorwaarde voor onze inwoners om mee te kunnen doen en verbonden te zijn met anderen. ▪ Bijzondere aandacht gaat uit naar de leefbaarheid van de binnenstad, dorpen, wijken en het platteland.

Hoe gaan we te werk? ▪ We werken mee aan woningbouw passend bij de maat en schaal van de dorpen en de stad en met behoud van de karakteristieke waarden. ▪ We houden bij hoe de vraag naar woningen zich ontwikkelt. ▪ In de gemeenten zoeken we op basis van behoefte waar we nog kunnen bouwen. ▪ Bouwen binnen het bestaande bebouwde gebied gaat voor uitbreiding tenzij het om waardevolle groengebieden gaat. ▪ We bouwen met voorkeur rond een knooppunt van openbaar vervoer, daar waar een centrum met voorzieningen is of in de buurt van een station. In een fietsafstand van 10 minuten zijn mensen goed te verleiden om de fiets te nemen in plaats van de auto. Rond stations zorgen we voor afwisseling met andere functies zoals kantoren of voorzieningen. Zo benutten we de bereikbaarheid via het spoor op zijn best.

6

▪

▪

▪ ▪

Daar waar een scheefgroei is ontstaan in de samenstelling van de woningvoorraad, sturen we door bouw of verbouw op verbetering. Zo zijn er in de woningvoorraad van Drechterland te weinig woningen in de sociale huur en betaalbare koop. We onderzoeken of en waar er in onze gemeenten ruimte is voor nieuwe manieren waarop wonen en zorgen voor elkaar makkelijker wordt. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van meergeneratiewoningen. Dit zijn woningen waar mensen met een sterke onderlinge band voor elkaar zorgen en op een erf samenwonen. Bij de groei van kernen door woningbouw letten we op dat voorzieningen zoals onderwijs, kinderopvang, ontmoetingsplekken, zorg en groen meegroeien. We geven hulp bij het oplossen van specifieke tekorten aan ontmoetingsplekken die in de participatie naar voren zijn gekomen. Voorbeelden zijn het gebrek aan een goed toegankelijk sociaal cultureel centrum in Hoogkarspel en een ontmoetingsplek voor jongeren in Enkhuizen.

Hoe kijken we naar plannen/initiatieven op het gebied van wonen en samenleving? Minimale eisen voor uw plan vanuit wonen en samenleving ▪ Het plan omvat alleen soorten woningen waar vraag naar is. ▪ Het plan vormt geen belemmering om de openbare ruimte te gebruiken of om openbare gebouwen te bereiken of binnen te gaan. ▪ Het plan doet geen afbreuk aan de leefbaarheid van dorpen, wijken of de stad. ▪ Het plan voldoet aan geldende wetten en regels.

Wanneer levert uw plan meerwaarde voor wonen en samenleving? Als uw plan voldoet aan een of meer van de volgende regels: ▪ Het plan omvat woningen waaraan veel behoefte is in een aandeel boven de richtlijnen die de regio aanhoudt. Dat kan bijvoorbeeld gaan over woningen in de sociale huur, betaalbare of goedkope koopwoningen. Of om woningen die geschikt zijn voor ouderen of mensen die zorg nodig hebben. ▪ Het plan besteedt extra aandacht aan ontmoeten en zorg voor elkaar. ▪ Het plan is een verbetering voor het aanbod aan voorzieningen en draagt bij aan de balans tussen het aantal woningen en het voorzieningenniveau.

In hoofdstuk 4 'Stap voor stap werken aan uw plan' leggen we uit welke rol de minimale eisen en de meerwaarde spelen bij beoordeling van plannen.

2.3 Gezondheid, welbevinden en milieu Over veiligheid, bewegen/sporten en inspelen op veranderingen in het klimaat ▪ Samen met onze ketenpartners waken we over de gezondheid en veiligheid van onze leefomgeving. Van bodem en ondergrond tot gezonde buitenlucht. ▪ We werken samen met Rijk, provincie en hoogheemraadschap aan de veiligheid op het gebied van water. ▪ We zorgen dat we bestand zijn tegen droogte, hitte en zware regenval (klimaatadaptatie). ▪ We behouden het groene karakter van onze omgeving. ▪ We stimuleren bewegen, sport en recreatie.

7

Hoe gaan we te werk? ▪ In de inrichting van de openbare ruimte besteden we aandacht aan: Extra opvangmogelijkheden voor water, waterberging. Extra groen- en boombeplanting. Groen, boombeplanting en water zijn vooral belangrijk op plekken waar de kans op hitte het grootst is. Dit zijn vooral de bedrijventerreinen en in iets mindere mate de bebouwde kom van de dorpen en de stad. Een goede verdeling van sport, beweeg- en speelplekken. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan fitnesstoestellen in de openbare ruimte, wandelommetjes en ondersteunende voorzieningen zoals bankjes. Sportvoorzieningen of beweegvoorzieningen voor mensen met een beperking. ▪ We kijken bij nieuwe woongebieden of bij herinrichting van bestaande gebieden of we lopen en fietsen makkelijker kunnen maken dan het gebruik van de auto. Een voorbeeld hiervan is het parkeren op afstand. Bij de paragraaf 2.6 Mobiliteit en toegankelijkheid staat meer over dit onderwerp. ▪ Bij nieuwe woongebieden en grote veranderingen in bestaande woongebieden gaan we uit van de regel dat binnen een afstand van 300 meter tot woningen groen aanwezig moet zijn. Dit groen moet gebruikt kunnen worden om te ontmoeten en/of te bewegen. ▪ We waken samen met onze ketenpartners over de kwaliteit van bodem en ondergrond en zorgen voor een goede afweging van belangen. Belangrijk zijn: Het zoveel mogelijk schoonhouden van onze bodems.

Beschermen van onze archeologische en aardkundige waarden. Veilig en verantwoord omgaan met het gebruik van onze ondergrond voor leidingen en warmtekoudeopslag. ▪ Bij een initiatief van onze ketenpartners zijn wij bereid om mee te werken aan onderzoek naar plekken waar we meer zoetwater kunnen bergen en/of de drinkwatervoorraad op peil kunnen brengen. Dit met het doel om de voorraad zoetwater op peil te houden en verzilting van de bodem tegen te gaan. Dit onderzoek is bijvoorbeeld van belang voor het waterleidingbedrijf, de landbouworganisaties en organisaties die zorgdragen voor de natuur.

8

Hoe kijken we naar plannen/initiatieven op het gebied van gezondheid, welbevinden en milieu? Minimale eisen voor uw plan vanuit gezondheid, welbevinden en milieu ▪ Het plan voldoet aan de geldend wetten en regels voor veiligheid, gezondheid en beheer van het water. ▪ Het plan voldoet aan de geldende normen voor stralingsbescherming. ▪ Door het plan blijft de voorraad aan zoet water ten minste gelijk.

Wanneer levert uw plan meerwaarde voor gezondheid, welbevinden en milieu? Als uw plan voldoet aan een of meer van de volgende regels: ▪ Het plan omvat, boven geldende wetten en regels, extra maatregelen die de leefomgeving veilig en gezond maken. ▪ Het plan omvat, boven maatregelen die volgens de wet verplicht zijn, extra maatregelen om hittestress, droogte en wateroverlast te voorkomen of verminderen. ▪ Het plan nodigt uit tot gezond gedrag zoals ontmoeten, bewegen, spelen en/of sporten.

In hoofdstuk 4 'Stap voor stap werken aan uw plan' leggen we uit welke rol de minimale eisen en de meerwaarde spelen bij beoordeling van plannen.

2.4 Duurzaamheid, natuur en recreatie Over energie, natuur, rijkdom aan planten- en diersoorten (biodiversiteit) en recreatie ▪ We leveren onze bijdrage aan de doelen op het gebied van energiebesparing en het duurzaam opwekken van energie. We maakten daarover afspraken in onze regio West-Friesland. Dit krijgt vorm door: De omslag naar duurzame energie in dorpen en wijken (energietransitie bebouwde omgeving). De omslag naar duurzame energie bij bedrijven en in het verkeer (verduurzaming gebouwen, bedrijvigheid en verkeer). Invulling van de Regionale Energie Strategie in het buitengebied. ▪ We onderzoeken samen met het bedrijfsleven de mogelijkheden voor geothermie. ▪ We werken aan een patroon van bomen, bermen en andere groenvoorzieningen dat stevig is en ruimte geeft aan veel planten- en diersoorten. Dat noemen we biodiversiteit. ▪ We behouden patronen van vaarten, bermen en ander waardevol water en groen in het buitengebied. Ook behouden we de biodiversiteit in de kernen en langs randen van onze kernen. ▪ In de regio is een groot tekort aan mogelijkheden om te recreëren. We verbeteren daarom waar mogelijk de gelegenheid voor het wandelen, fietsen en varen. We ondersteunen initiatieven die een verrijking zijn op dit gebied. We zorgen voor voldoende voorzieningen en toegankelijkheid in en bij recreatiegebieden. Bijvoorbeeld in de vorm van voldoende parkeerplaatsen.

▪ We zijn terughoudend in het toestaan van nieuwe recreatiewoningen. Bij het inrichten van de ruimte gaat permanent wonen vanwege de grote woningbehoefte voor recreatief wonen. ▪ We stimuleren duurzame en vernieuwende bedrijven. Dat kan gaan om bedrijven waarin aandacht is voor grondstoffen en het voorkomen van afval (circulaire bedrijven). Ook kan het gaan om bedrijven die evenveel energie opwekken als gebruiken. Of om bedrijven die zich richten op het sterker maken van de natuur (natuurinclusieve bedrijven).

9

Hoe gaan we te werk? ▪ We gaan met bewoners in de wijk aan de slag om een Wijk-uitvoeringsplan op te stellen voor het duurzaam maken van de woningen. Wijk voor wijk maken we de gemeente energieneutraal. ▪ We verduurzamen onze eigen gebouwen. ▪ We adviseren en stimuleren eigenaren van woningen om hun huizen te isoleren via het Nationaal Isolatie Programma. ▪ Als voldaan wordt aan een aantal belangrijke voorwaarden verlenen we vergunning aan partijen die een plan hebben voor de grootschalige opwek van energie met zonnepanelen of windturbines. Dit doen we om te voldoen aan de doelstellingen van de Regionale Energiestrategie. ▪ We onderzoeken hoe we de hoeveelheid restafval in onze gemeenten kunnen verminderen. ▪ We verduurzamen samen met onze buurgemeenten en provincie ons verkeer en vervoer. ▪ We helpen onze ondernemers om te verduurzamen via het Duurzaam Ondernemersloket West-Friesland en door bedrijven samen te brengen die gebruik kunnen maken van elkaars warmte of koelte. Samen met de provincie geven we subsidie voor een scan en advies om het energieverbruik te verminderen (onder de naam Slimme energiesprong). ▪ We werken mee aan versterken van het energienetwerk om de toenemende vraag naar elektriciteit op te vangen.

▪ In samenhang daarmee houden we rekening met de ruimte die ondergronds nodig is voor elektriciteitskabels, en bovengronds voor de elektriciteitsstations en transformatorhuisjes die nodig zijn. ▪ We zorgen dat bedrijven in de landbouw en Cumelabedrijven1 onder voorwaarden kleine windturbines en zonneweides kunnen oprichten binnen het vlak waarin ze mogen bouwen volgens het omgevingsplan.

1

Bedrijven in groen, grond en infra

10

▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

We onderzoeken de mogelijkheid om ondernemers in de landbouw te ondersteunen bij het inzaaien van kruidenrijke zaadmengsels op hun weilanden. We staan positief tegenover agrarische ondernemers die lokaal gekweekte of lokaal gemaakte producten verkopen. Dit draagt bij aan het beperken van transport en opslag. Het vergroten van mogelijkheden voor wandelen, fietsen en recreëren op, aan of rond het water zal waar relevant zoveel mogelijk in regionaal verband worden gedaan. Het Recreatieschap Westfriesland is daarbij een belangrijke partij. We zetten in op kwaliteitsverbetering en waar mogelijk uitbreiding en clustering van bestaande gebieden voor dagrecreatie. We zetten in op versterking van de verbindingen tussen woonkernen en recreatiegebieden en diverse recreatie gebieden onderling middels fiets-, vaar- en wandelroutes. Waar kansen zijn om waterberging, natuur(ontwikkeling), biodiversiteit en recreatie te combineren, pakken we deze kansen op om een zo aantrekkelijk mogelijke leefomgeving te ontwikkelen.

Hoe kijken we naar plannen/initiatieven op het gebied van duurzaamheid, natuur en recreatie? Minimale eisen voor uw plan vanuit duurzaamheid, Wanneer levert uw plan meerwaarde voor natuur en recreatie duurzaamheid, natuur en recreatie? ▪ Het plan voldoet aan de wetten en regels die Als uw plan voldoet aan een of meer van de volgende gelden voor de besparing en gebruik van energie regels: en uitstoot van CO2. ▪ In het plan wordt meer energie bespaard of ▪ Het plan past door planning, bedrijfsvoering, duurzaam opgewekt dan volgens geldende wetten opslag van duurzame energie of en regels verplicht is. energiebesparing bij de capaciteit van het ▪ Het plan ontlast het elektriciteitsnetwerk. elektriciteitsnetwerk. ▪ Het plan besteedt extra aandacht aan een ▪ Het plan draagt bij aan het behoud van de zorgvuldig gebruik van grondstoffen, hergebruik natuurwaarden. van grond- of reststoffen en beperken van restafval. ▪ Het plan levert een positieve bijdrage aan de rijkdom aan planten en dieren en/of draagt aantoonbaar bij aan ontwikkeling van natuur. In hoofdstuk 4 'Stap voor stap werken aan uw plan' leggen we uit welke rol de minimale eisen en de meerwaarde spelen bij beoordeling van plannen.

2.5 Economie Over verschillende soorten bedrijven en ruimte voor bedrijven ▪ We ondersteunen de economie in onze gemeenten. We zien kansen voor het versterken van verschillende soorten bedrijvigheid die in onze gemeenten voorkomen: Seed Valley. Bedrijvigheid die samenhangt met de landbouw (Agribusiness). Land- en tuinbouw. Scheepsbouw, scheepsreparatie, verkoop van watersportproducten, de jachthaven en de stalling van schepen bij Enkhuizen. Dit noemen we het nautische cluster. Bedrijven die kunststof bewerken of verwerken. Recreatie en toerisme met accent op kleinschalige verblijfsrecreatieve voorzieningen, fiets-, wandel-, en vaarvoorzieningen en landschapsbeleving in Drechterland en Stede Broec. Met accent op de liefhebber van erfgoed van stad en haven in Enkhuizen. ▪ We zetten in op een toekomstbestendige detailhandelsstructuur. ▪ We gaan graag in gesprek met bedrijven over de mogelijkheden rond uitbreiding of vestiging. Als voorwaarde geldt dat er ruimte moet zijn en het bedrijf in de omgeving past voor wat betreft hinder en schaal.

11

▪

▪

We stimuleren duurzame en vernieuwende ontwikkelingen. Dat kan gaan om ontwikkelingen waarin aandacht is voor: Grondstoffen en het voorkomen van afval. Het tot een minimum beperken van de vraag naar energie. Het versterken van de natuur. We zorgen voor veilige bedrijfsterreinen die gebruikt worden waarvoor ze bedoeld zijn.

Hoe gaan we te werk? ▪ We bieden ondernemers de ruimte voor zover dit kan binnen het beleid van Rijk en provincie en voor zover dit passend is bij de schaal en draagkracht van de omgeving. ▪ We zorgen voor compacte centra van winkelvoorzieningen in de grotere kernen met een goede ontsluiting en parkeermogelijkheden. ▪ We helpen onze ondernemers om hun bedrijfsvoering te verduurzamen via het Duurzaam Ondernemersloket West-Friesland en door bedrijven samen te brengen die warmte/koelte kunnen uitwisselen. ▪ Samen met de provincie geven we subsidie voor een scan en advies om het energieverbruik te verminderen (onder de naam Slimme energiesprong). ▪ We verbeteren het contact met ondernemers door een halfjaarlijks gesprek waarin ontwikkelingen worden besproken en behoeften van ondernemers worden gedeeld. ▪ Binnen het op te stellen gebiedsgerichte programma ‘Enkhuizen binnenstad en omgeving’ geven we inhoud aan het verbeteren van de veiligheid op de bedrijventerreinen Schepenswijk en Krabbersplaat.

12

Hoe kijken we naar plannen/initiatieven op het gebied van economie? Minimale eisen voor uw plan vanuit economie Wanneer levert uw plan meerwaarde voor de ▪ Het plan past in aard en schaal van de economie? bedrijvigheid bij de omgeving. Als uw plan voldoet aan een of meer van de volgende ▪ Als het plan de inzet van arbeidsmigranten vraagt, regels: dan legt het plan uit hoe er gezorgd wordt voor ▪ Het plan levert een duurzame bijdrage aan de woonruimte voor deze arbeidsmigranten. werkgelegenheid voor meerdere personen. ▪ Het plan levert spin-off(s) voor andere ondernemingen. Dat betekent dat het plan positief uitpakt voor die ondernemingen. ▪ Het plan levert een bijdrage aan de verbetering van de kwaliteit van één of meerdere bedrijven. Dit kan bijvoorbeeld zijn dat een bedrijf op een nieuwe manier problemen oplost of verduurzaamt.

In hoofdstuk 4 'Stap voor stap werken aan uw plan' leggen we uit welke rol de minimale eisen en de meerwaarde spelen bij beoordeling van plannen.

13

2.6 Mobiliteit en toegankelijkheid Over verkeer en vervoer en toegankelijkheid voor iedereen We zetten in op: ▪ Bereikbare gemeenten waar het verkeer veilig is. ▪ Beter benutten van de stations en verbeteren van de mogelijkheden voor aanvullend vervoer naar de dorpen en het landelijke gebied. ▪ Stimuleren van duurzame mobiliteit. Daarbij stimuleren we als eerste lopen, daarna fietsen en vervolgens gebruik van openbaar vervoer of deelvervoer. ▪ Ondersteunen van elektrisch rijden. ▪ Toegankelijkheid van openbare ruimte en voorzieningen voor iedereen. ▪ Versterken van de digitale bereikbaarheid. ▪ Verbeteren van de verkeersverbinding in Drechterland en Stede Broec tussen Polder het Grootslag en Polder de Drieban. Specifieke aandachtspunten: ▪ Leefbaarheid in de binnenstad Enkhuizen. ▪ Bezoekersstromen naar Zuiderzeemuseum en Sprookjeswonderland. ▪ Het centrum van Bovenkarspel. ▪ Historische linten, stationsgebieden en bedrijventerreinen. ▪ Bereikbaarheid van dorpen en platteland. ▪ Aansluiting van busvervoer op het treinverkeer. ▪ Ontbreken van een openbaar vervoersverbinding vanuit Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland met Lelystad en Medemblik. ▪ Wandel- en fietsroutes en de sociale veiligheid en verkeersveiligheid op deze routes. ▪ Verkeersveiligheid rond scholen.

▪ Uitbreiding van de drinkwaterfabriek van waterleidingbedrijf PWN nabij Oosterdijk (Andijk) en de verkeersstromen die dit met zich meebrengt.

Hoe gaan we te werk? ▪ We bouwen woningen met voorkeur rond een knooppunt van openbaar vervoer, daar waar centrumvoorzieningen zijn of waar een station is. In een fietsafstand van 10 minuten zijn mensen goed te verleiden om de fiets te nemen in plaats van de auto. Rond stations zorgen we voor afwisseling met andere functies zoals kantoren of voorzieningen. Zo benutten we de bereikbaarheid via het spoor op zijn best. ▪ We werken aan een goede verdeling van elektrische laadmogelijkheden.

14

▪

▪

▪

▪ ▪ ▪

We werken aan verbetering van de veiligheid voor fietsen. Dit doen we bijvoorbeeld door de aanleg van aparte fietspaden waar geen auto’s komen. Ook maken we betere verbindingen voor de fiets tussen plekken waar veel woningen staan en plekken waar veel bedrijven of scholen zijn. Dit noemen we doorfietsroutes. We onderzoeken de noodzaak tot verbetering van de verbindingen tussen de polders Drieban en Grootslag en of daar nieuwe wegen voor nodig zijn. Voor de leefbaarheid van Enkhuizen, Stede Broec en Hoogkarspel is een goede afwikkeling van landbouwverkeer en vrachtverkeer in Noord Zuidrichting essentieel. Voor de werkzaamheden bij de uitbreiding van de drinkwaterfabriek van PWN zoeken we samen met de buurgemeente Medemblik een tijdelijk alternatieve route voor het vrachtverkeer. Daarmee ontlasten we het buurtschap Oosterdijk en het dorp Andijk (Oost). Na een aantal jaren onderzoeken we of het wenselijk en mogelijk is hiervan een permanente route te maken voor alleen het verkeer naar en van het PWN-terrein. We kijken hoe we het aantal auto’s in de binnenstad van Enkhuizen kunnen verminderen. Oplossingen vinden een plek in het op te stellen programma ‘Enkhuizen binnenstad en omgeving’. We pleiten voor een busverbinding met gemeente Medemblik en Lelystad zodat onze gemeenten nog beter en duurzamer worden verbonden met nabijgelegen gebieden.

Bij herinrichtingen of ontwikkelingen vinden we toegankelijkheid van de openbare ruimte en voorzieningen belangrijk.

Kansen op de langere termijn De regio West-Friesland is volop in ontwikkeling. Versnelling van de woningbouw is een van de focuspunten. Ook werkt de regio aan werklocaties waarmee we in de toekomst mee vooruit kunnen. De toename van werkgelegenheid en woningen leidt tot een toenemende vraag aan mobiliteit. Die mobiliteit is een essentieel onderdeel van ons leven, het draagt bij aan ons welzijn, inkomen en contacten. Er zijn ook keerzijden. De huidige wegverbindingen kunnen in de toekomst overbelast raken. En er zijn zorgen voor verminderde leefbaarheid en verkeersveiligheid. Een deel van de oplossing wordt gevonden in de verbetering van andere vervoerswijzen dan gemotoriseerd verkeer. In de Omgevingsvisie wordt daarom ingezet op andere vormen van mobiliteit, zoals doorfietsroutes. Het toevoegen van woningen gebeurt zoveel mogelijk rondom knooppunten van openbaar vervoer. Een ander deel van de oplossing zijn investeringen in het bovenlokale wegennet. Dit vereist een regionale aanpak, zoals opgenomen in de Regionale Agenda Mobiliteit Westfriesland 2025-2027. Hierin is afgesproken dat de komende jaren verschillende studies en verkenningen worden uitgevoerd. De verkenning Westfrisiaweg N307 Stede Broec – Enkhuizen is hier onderdeel van. De verdere doortrekking van de Westfrisiaweg in oostelijke richting is een langgekoesterde wens van West-Friese ondernemers.

De SED-gemeenten streven naar een duurzame oplossing voor de ervaren knelpunten en het verzilveren van kansen voor de N307. Hierbij dienen de maatschappelijke kosten en baten tegen elkaar te worden afgewogen. Welke maatregelen voor de N307 van toepassing zijn zal moeten blijken uit de regionale onderzoeken en verkenningen. Op basis van de resultaten van deze onderzoeken wordt de Omgevingsvisie zo nodig geactualiseerd.

15

Hoe kijken we naar plannen/initiatieven op het gebied van mobiliteit en toegankelijkheid? Minimale eisen voor uw plan vanuit mobiliteit en Wanneer levert uw plan meerwaarde voor mobiliteit toegankelijkheid en toegankelijkheid? ▪ Het verkeer dat met het plan samenhangt past bij Als uw plan voldoet aan een of meer van de volgende de capaciteit van de ontsluitingswegen. regels: ▪ Het verkeer dat met het plan samenhangt past bij ▪ Het plan verbetert de bereikbaarheid, de samenstelling van het verkeer op de oriëntatiemogelijkheden en toegankelijkheid voor ontsluitingswegen. iedereen. ▪ Het plan voorziet in voldoende mogelijkheden om ▪ Het plan verbetert de verkeerssituatie en/of te parkeren. mogelijkheden om te parkeren. ▪ Het plan zorgt voor een beter gebruik van het internet en de toegankelijkheid daarvan. ▪ Het plan draagt bij aan duurzame mobiliteit. Dit kan bijvoorbeeld door het gebruik van Openbaar Vervoer, deelvervoer, elektrisch vervoer en/of vervoer per fiets aantrekkelijk te maken.

In hoofdstuk 4 'Stap voor stap werken aan uw plan' leggen we uit welke rol de minimale eisen en de meerwaarde spelen bij beoordeling van plannen.

2.7 Ruimtelijke kwaliteit Over het karakter van ons landschap, onze dorpen en stad, onze stolpen, kerken en andere bijzondere gebouwen We behouden en versterken: ▪ Het karakter van ons landschap. ▪ De West-Friese Omringdijk. ▪ Het karakter van de historische binnenstad van Enkhuizen, de vesting met schootsveld en havens. ▪ Het karakter van onze historische bebouwingslinten met overwegend vrijstaande bebouwing die op de weg is georiënteerd, in wisselende rooilijnen, met monumentale stolpen, afwisselende omvang van percelen en doorzichten naar het achterliggende gebied. ▪ Het groene en waterrijke karakter van ons buitengebied en onze wijken. ▪ Aardkundige waarden in de vorm van kreekruggen. ▪ Ons cultureel erfgoed (stolpen, kerken, molens, vuurtoren, watertoren en archeologische waarden). We hebben het voornemen om de omgeving Broekerhaven als gemeentelijk beschermd dorpsgezicht aan te wijzen. Dit zal bij een eerste herziening van de Omgevingsvisie worden meegenomen. Wat we belangrijk vinden staat op de bestaande Waardenkaart. Deze kaart is opgenomen in afbeelding 2, hoofdstuk 3.

16

Hoe gaan we te werk? ▪ We betrekken de bestaande waarden bij nieuwe ontwikkelingen van onszelf en van inwoners en ondernemers. ▪ We vragen om in te spelen op de waarden van de waardenkaart. Een plan is een kans om het karakter van onze gemeenten te versterken! ▪ We kijken of karakteristieke historische gebouwen voor meer doelen kunnen worden gebruikt. Dit om het behoud van deze gebouwen voor de toekomst veilig te stellen, en leegstand en verval tegen te gaan.

Hoe kijken we naar plannen/initiatieven op het gebied van ruimtelijke kwaliteit? Minimale eisen voor uw plan vanuit ruimtelijke Wanneer levert uw plan meerwaarde voor ruimtelijke kwaliteit kwaliteit? ▪ Het plan past, als het gelegen is in of aan de rand Als uw plan voldoet aan een of meer van de volgende van het landelijke gebied, in aard en schaal bij de regels: waarden van de verschillende landschappen. ▪ Het plan omvat behalve voldoende ▪ Het plan past, als het gelegen is in of aan de rand landschappelijke inpassing, extra maatregelen die van een kern, bij de opzet van een kern. het landschap versterken. ▪ Het plan speelt in op de waarden van de ▪ Het plan versterkt de stedenbouwkundige Waardenkaart die bestaan op of in de directe structuur en/of voegt nieuwe kwaliteit toe voor de omgeving van het plan. ▪ Het plan draagt bij aan het in stand houden van opzet van de kern of door de aard van het belangrijke cultuurhistorische waarden waaronder gebouw. archeologische en aardkundige waarden. ▪ Het plan versterkt de cultuurhistorische waarde en/of gebruikt de cultuurhistorie als bron van inspiratie.

In hoofdstuk 4 'Stap voor stap werken aan uw plan' leggen we uit welke rol de minimale eisen en de meerwaarde spelen bij beoordeling van plannen.

17

HOOFDSTUK 3 BESTAANDE WAARDEN EN KOERS PER GEBIED 3.1 Inleiding Wat is onze basis? Dat zijn onze bestaande waarden. De bestaande waarden spelen een belangrijke rol in de Omgevingsvisie. Als de gemeente, een organisatie, een bedrijf of een inwoner een plan heeft dan kijken we naar de waarden die belangrijk worden gevonden. We proberen zo goed mogelijk in te spelen op die waarden. Het gaat daarbij niet zozeer om OF iets kan maar vooral om HOE iets kan. Een plan is immers een kans om de waarden te versterken. Kijk op de Waardenkaart in afbeelding 2 naar de verschillende deelgebieden: 1. West-Fries lintenlandschap 2. Rechtlijnig landschap 3. Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel 4. Enkhuizen 5. Hoogkarspel en Venhuizen 6. Overige kernen 7. Overige kernen – Oosterdijk De waarden en koers voor deze deelgebieden zijn uitgewerkt in paragraaf 3.2 tot en met 3.8.

18

A f b e e l di n g

2.

W a a r d e n k a a r t

19

3.2 West-Fries lintenlandschap Waarden van het West-Fries lintenlandschap: ▪ Groen, landelijk met slingerende dorpslinten en lanen met bomen. ▪ Rust, ruimte, doorzichten en buitenlucht. ▪ Veel verschillende vormen van landbouw met weilanden, fruitteelt, bloembollen en akkers. Natuur langs de dijk, natuur verbonden aan water en akkers en weilanden (weidevogels) ▪ Mogelijkheden voor recreatie (wandelen, fietsen, varen, Kitesurfen). ▪ Provinciaal monument West-Friese Omringdijk met een functie als waterkering, voor recreatie, voor natuur en voor het landschap. ▪ Bijzonder provinciaal Landschap met weidevogelgebied en aardkundig waardevolle kwelderrug Schellinkhout en omgeving. ▪ Stiltegebieden Weidegebied Venhuizen en Polder de Drieban.

Fragment Waa rdenkaa rt West- Fries linten lan dschap (legenda : zie A fbeelding 2. Wa ard en kaa rt aan het beg in van hoofdstu k 3 )

Koers en kansen voor dit gebied Behoud landbouw Het afwisselende West-Friese lintenlandschap is een aantrekkelijk gebied met veel verschillende soorten landbouw. Het gaat om vollegrondsbedrijven zoals fruitteelt, akkerbouw, bollenteelt of om veeteelt. In dit gebied bestendigen we de betekenis voor de landbouw. Deze is en blijft belangrijk. De omstandigheden voor landbouw zijn gunstig en de betekenis van het gebied voor onder meer de voedselproductie is groot. Behoud van het hele gebied voor de landbouw is niet mogelijk. Daarvoor zijn er te veel functies die ook om ruimte vragen. Zoals woningbouw en opwek van duurzame energie. Wel gaan we zo zuinig mogelijk met het landbouwgebied 20

om. Dit doen we door grond zoveel mogelijk voor meerdere functies te gebruiken. Voorbeelden zijn combinaties van landbouw met nevenfuncties zoals recreatie, opwek van zonne-energie, of landbouw in combinatie met ontwikkeling van natuur en water. Het soort bedrijven dat in dit gebied voorkomt heeft vaak behoefte aan uitbreiding. Deze behoefte overstijgt regelmatig de mogelijkheden die het omgevingsplan biedt. We houden bij voorkeur vast aan de maxima in het omgevingsplan. We willen structurele doorzichten vanuit bebouwingslinten naar het landelijke gebied behouden. Algehele schaalvergroting schaadt het gevarieerde landschap in dit gebied. In enkele gevallen kunnen we uitzonderingen maken. Dit onderzoeken we in het programma landelijk gebied. Eén van de gebieden die mogelijk voor maatwerk in bouwvlakken in aanmerking komt is het gebied ten zuidoosten van Venhuizen (zie de arceringen op de waardenkaart). Belangrijk is daarbij dat voldoende meerwaarde wordt geboden zoals aangegeven onder “Stap voor stap werken aan uw plan”. In het bijzonder moeten bedrijven aandacht besteden aan de zoetwaterbeschikbaarheid en mogelijkheden voor waterberging en hergebruik van water. Het aangegeven gebied is namelijk ook het gebied waar de risico’s voor droogte relatief groot zijn.

Kans voor recreatie en verbetering van paden/routes Door de rijke en zichtbare geschiedenis van het gebied is het gebied heel geschikt voor dagrecreatie. Onderzoek toont aan dat er een groot tekort is aan mogelijkheden om te wandelen, fietsen of op het water te recreëren. Ook is er noodzaak om wandel- en fietspaden/routes qua veiligheid en comfort te verbeteren. Juist het West-Friese lintenlandschap is een gebied waarin we het netwerk van paden en vaarten kunnen versterken en vergroten. Bij nieuwe initiatieven kijken we of we mogelijkheden voor wandelen, fietsen en/of varen kunnen vergroten. Ook inwoners en ondernemers in het buitengebied kunnen inspelen op recreatie. Denk aan de verhuur van kano’s of supplanken, of aan kleinschalige mogelijkheden om te overnachten zoals een B&B of een pension, passend op het erf. Ook evenementen die tijdelijk reuring geven en bezoekers aantrekken kunnen bijdragen aan een aantrekkelijk recreatief klimaat. Bereikbaarheid en parkeren zijn belangrijke aandachtspunten bij deze ontwikkelingen. Nieuwe (grootschalige) terreinen met recreatiehuisjes willen we niet. Deze zijn er voldoende. En als we ruimte gebruiken voor wonen dan gaan “gewone” woningen voor. Kansen voor natuur en water Versterking van de natuur en waterrijkdom gaat goed samen met alle andere functies die dit landschap heeft.

Bermen willen we zo onderhouden dat er een rijkdom aan planten ontstaat. In de bomenlanen gaan we steeds vaker uit van verschillende boomsoorten. Zo voorkomen we ziektes en plagen. We moedigen ondernemers aan om ook aan de rijkdom aan planten en dieren bij te dragen. Plannen voor extra water omarmen we. Extra water draagt bij aan waterberging en levert een buffer voor tijden van droogte. In dit lintenlandschap is de versterking van groenblauwe verbindingen een verrijking. Kans voor duurzame opwek van energie In het West-Friese lintenlandschap liggen ook zoekgebieden van de Regionale Energie Strategie (RES). Dit betekent dat er in die gebieden kansen zijn voor zonne-energie. Hierbij gelden voorwaarden zoals: ▪ De afstand tot woningen. ▪ De manier waarop een opstelling van zonnepanelen vorm krijgt. ▪ De manier waarop omwonenden worden betrokken. In alle gevallen proberen we zo veel mogelijk functies te combineren zodat we de ruimte zo goed mogelijk gebruiken. Er ligt een RES-gebied op de grens met de gemeente Hoorn en ten zuiden van Venhuizen.

21

Betekenisvolle West-Friese Omringdijk De West-Friese Omringdijk is niet voor niets een provinciaal monument. Belangrijk als waterkering in de eerste plaats. Maar ook als markante rand en grens tussen land en water. Om die markante rand eer aan te doen is openheid nodig aan de voet van de dijk. In een zone van 350 meter landinwaarts en 100 meter buitendijks zullen we geen ontwikkelingen faciliteren die haaks staan op het open, kleinschalige en romantische karakter van het dijkenlandschap. Een uitzondering geldt voor kleinschalige en/of tijdelijke dagrecreatieve voorzieningen en horeca zoals een strandje en strandtent. Daarnaast blijft binnen de zones maatwerk mogelijk. Natuur, dagrecreatie en sport zijn de functies die we hier tot hun recht willen laten komen. Het is een dijk waarop je graag wandelt, fietst, sport en van het uitzicht geniet. Aan de dijk zijn hoge natuurwaarden binnen en buitendijks verbonden. We pleiten voor beheer van de dijk gericht op rijkdom aan planten en dieren. We waken voor te veel snelheid en lawaai op de dijk en bouwen het gebruik door motoren geleidelijk af. Voor het gedeelte van de West-Friese Omringdijk dat in de gemeente Drechterland ligt werken we de meer gedetailleerde afspraken uit het raadsbesluit van 2021uit in het programma Buitengebied (zie voor het raadsbesluit zaaknummer 8941115; nr.

2021-19 en voor een toelichting op programma’s paragraaf 5.2). Specifieke opgaven vanwege klimaatverandering in dit landschap ▪ Kans op wateroverlast bij zware regenval verspreid over het gebied. ▪ Kans op droogte/daling grondwaterstand vooral in het gebied ten zuiden van Hoogkarspel, ten zuiden van Hem, en ten zuiden en oosten van Venhuizen.

Fragment Vis iekaa rt West-Fries linten land sch ap

22

3.3 Rechtlijnig landschap Waarden van het rechtlijnige landschap: ▪ Groen, landelijk met rechte wegen en sloten. ▪ Rust, ruimte en buitenlucht. ▪ Landbouw en zaadveredeling. ▪ Natuur langs de dijk, natuur verbonden aan bos/water (reeks van aaneengesloten natuurgebieden) en natuur op akkers en weilanden (weidevogels). ▪ Mogelijkheden voor recreatiemogelijkheden (wandelen, fietsen, varen). ▪ De West-Friese Omringdijk met een functie als waterkering, voor recreatie, voor natuur en voor het landschap. ▪ De vuurtoren en het Streekbos. ▪ Bijzonder provinciaal Landschap Oosterdijk met weidevogelgebied. ▪ Stiltegebieden Grootslag-West en Grootslag-Oost.

Fragment Waa rdenkaa rt rechtlijn ig la nds chap (legenda: zie Afbeelding 2. Waa rd enkaart a an het begin van hoofd stuk 3 )

Koers en kansen voor dit gebied Behoud landbouw en natuur, ruimte voor grote bedrijven Het rechtlijnige landschap telt veel agrarische bedrijven en bedrijven die daarmee verband houden. In het bijzonder zijn er grote bedrijven onder meer in de zaadveredeling, naast landbouwbedrijven in tuinbouw, bloembollenteelt of veeteelt. Het verschil in omvang van bedrijfsgebouwen tussen deze vormen van landbouw is groot en kenmerkt dit landschap. Anders dan in het West-Friese lintenlandschap is hier een meer afgebakende verdeling van landbouw en (zaadveredelings)bedrijven en gebieden voor natuur en recreatie. Het behoud van beide is uitgangspunt. De koers daarbij is dat de landbouw een belangrijke drager blijft.

23

We zien ook bij bedrijven in dit gebied behoefte aan uitbreiding. Bij vragen om uitbreidingsmogelijkheden houden we in principe vast aan de maximum oppervlakte die in het omgevingsplan is vastgelegd. Dit doen we om een evenwichtige balans te houden tussen openheid en bebouwing en tussen stad en dorpen en buitengebied. De zaadveredelingsbedrijven zijn onder meer gesitueerd tegen de grenzen van de bebouwde kom aan (zie de arceringen op de Waardenkaart). Deze bedrijven vervullen een belangrijke internationale rol in de verbetering en levering van landbouwzaden en op bedrijventerreinen binnen de bebouwde kom. Als er vanuit de zaadveredelingsbedrijven doorontwikkeling nodig is, kijken we zorgvuldig wat in de betrokken omgeving mogelijk is. Belangrijk is daarbij dat voldoende meerwaarde wordt geboden zoals aangeven onder “Stap voor stap werken aan uw plan”. Plannen moeten bijdragen aan andere belangrijke opgaven. Zo kan uitbreiding van een zaadveredelingsbedrijf bijvoorbeeld samengaan met het realiseren van water en natuur. Het is geen gewoonte in dit gebied dat bedrijven een flinke erfbeplanting hebben. In de toekomst willen we daar meer zorg voor dragen. Dat hoeft niet per se met bomen en struiken. Het kan ook met watergangen en natuurvriendelijke oevers. Of door groene gevels en daken. Ook de natuurgebieden kunnen nog groeien.

Een van de opgaven die nog openstaat is het maken van een verbinding van groen en water tussen De Weelen en De Ven. Ook zijn er ideeën voor uitbreiding van het Streekbos. Voorwaarde is dat de natuur meervoudig wordt gebruikt. Dit kan bijvoorbeeld door ook meer mogelijkheden voor recreatie en/of waterberging aan te bieden. Kans voor recreatie De toegankelijke recreatiegebieden in dit rechtlijnige landschap worden intensief gebruikt. Er is een groot tekort aan mogelijkheden om te wandelen, fietsen of op het water te recreëren. Bestaande recreatiegebieden willen we daarom zo goed mogelijk gebruiken. Nieuwe mogelijkheden voor wandelen, fietsen of varen zijn er aan randen van natuurgebieden. Zo blijft de rust in de kern van het natuurgebied behouden en biedt je wandelaars, fietsers of waterrecreanten toch extra mogelijkheden. Ook inwoners en ondernemers in het buitengebied kunnen inspelen op recreatie. Denk bijvoorbeeld aan agrarische bedrijven waarbij je een kijkje kan nemen en waar eigen producten worden verkocht. Nieuwe (grootschalige) terreinen met recreatiehuisjes willen we niet. Deze zijn er voldoende. En als we ruimte gebruiken voor wonen dan gaan “gewone” woningen voor. Kans voor duurzame opwek van energie De Regionale Energie Strategie (RES) gaat over grootschalige projecten. In het rechtlijnige landschap liggen geen zoekgebieden van de RES.

Eventueel kan het gebied een rol spelen als zoekgebieden op andere locaties in de drie gemeenten geen doorgang kunnen vinden. In dat geval kunnen alternatieve locaties in beeld komen. Op erfniveau is er net als in andere delen van onze gemeenten wel mogelijkheid om kleinschalige windturbines of zonne-installaties op daken te plaatsen. Betekenisvolle West-Friese Omringdijk De West-Friese Omringdijk is niet voor niets een provinciaal monument. Belangrijk als waterkering in de eerste plaats. Maar ook als markante rand en grens tussen land en water. Om die markante rand eer aan te doen willen we de openheid aan de voet van de dijk behouden, waar deze nog aanwezig is. In een zone van 100 meter aan de weerszijden van de dijk willen we daarom geen nieuwe bouwrechten bieden. Een uitzondering geldt voor kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen zoals een strandje. Natuur, dagrecreatie en sport zijn de functies die we hier tot hun recht willen laten komen. Het is een dijk waarop je graag wandelt, fietst, sport en van het uitzicht geniet. Aan de dijk zijn hoge natuurwaarden binnen en buitendijks verbonden. We pleiten voor beheer van de dijk gericht op rijkdom aan planten en dieren. We waken voor te veel snelheid en lawaai op en langs de dijk.

24

Specifieke opgaven vanwege klimaatverandering in dit landschap ▪ Kans op wateroverlast bij zware regenval verspreid over het gebied. ▪ Kans op droogte/daling grondwaterstand vooral ten noorden van Hoogkarspel. ▪ Verzilting binnen de 5 m onder maaiveld ten noorden van Stede Broec en bij het natuurgebied De Ven.

Fragment Vis iekaa rt rechtlij nig lan dschap

3.4 Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel Waarden van Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel: ▪ Fijn wonen met goede voorzieningen, goede bereikbaarheid en dorpse sfeer. ▪ Saamhorigheid en oog voor elkaar, eigen evenementen en gebruiken. ▪ Wijken met groen en water, groene dorpsranden met paden. ▪ Kenmerkende lintbebouwing en stolpen (van P.J. Jongstraat tot Hoofdstraat), overhaal en molen. ▪ Aanwezigheid stations.

25

Fragment Waa rdenkaa rt Lu tjeb roek, Grooteb roek en Boven ka rspel (legen da: zie A fbeelding 2. Waa rdenkaa rt aan het b egin van hoofd stuk 3 )

Koers en kansen voor dit gebied Wonen met voldoende groen en water Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel vormen samen een groot gebied waar het wonen en alle voorzieningen die daarbij horen centraal staan. De drie kernen zijn ten opzichte van het verleden fors in omvang gegroeid. Water en groen zorgen voor afwisseling en geleding in de woonwijken en buurten. Ze zijn belangrijk voor de leefbaarheid, als plek om te ontmoeten, te spelen of te bewegen en voor voldoende beschikbaarheid en opvang van water. Ook zijn groen en water belangrijk voor verkoeling in periodes met hitte en voor de rijkdom aan planten en dieren. Voor de toekomst willen we daarom voldoende groen en water behouden. We hanteren een richtlijn dat binnen een afstand van 300 meter tot woningen groen aanwezig is. Dit is gebruiksgroen dat belangrijk is voor spelen, bewegen of ontmoeten. We houden contact met buurten om te weten waar in een buurt of wijk behoefte aan is. Het watersysteem laten we intact. Als er wel aanpassingen zijn zorgen we er voor dat water dat moet verdwijnen op korte afstand wordt gecompenseerd. Het aaneengesloten groen langs de noord- en zuidrand van de dorpen zien we als belangrijk groen. Belangrijk voor bewoners maar ook voor de natuur. Hier stimuleren we de biodiversiteit.

In samenhang met het onderzoek naar de verbetering van de Noord-Zuidverkeersverbindingen kijken we ook hoe we in de Noord-Zuid richting een plek aan groen kunnen geven. Dit kan bijvoorbeeld door bomenlanen met kruidenrijke bermen. Woningbouw bij iedere kern Toekomstige woningbouw kan in Stede Broec nog beperkt plaatsvinden binnen de zone tussen de Westfrisiaweg (N307) en Drechterlandseweg (N505). Ook is er ruimte voor kleinschalige woningbouwinitiatieven, bijvoorbeeld op een plek waar een functie komt te vervallen.’ Onder “Aantrekkelijke en compact centrum” en “Comfortabel en goed benutte

26

stationsomgeving” gaan we in op de mogelijkheden in het centrum van Stede Broec, nabij het station. Daarnaast willen we verspreid over de drie kernen Lutjebroek, Grootebroek en Bovenkarspel ruimte bieden. We houden daarbij vast aan het uitgangspunt woongebieden met voldoende groen en water. Aantrekkelijk en compact centrum Het belangrijkste centrum van Stede Broec is de omgeving van winkelcentrum Streekhof. De inrichting van dit gebied kan nog beter; aantrekkelijker en levendiger. Belangrijk is dat de wandelende bezoekers, bewoners en voorzieningen centraal staan. Er is ruimte voor meer groen en extra woningen en bedrijven. We houden in de gaten of in de tijd van internetaankopen ook overcapaciteit ontstaat. Als winkels structureel leeg komen te staan is het goed om het winkelgebied compacter te maken en de openvallende plekken te gebruiken voor bijvoorbeeld wonen. Comfortabele en goed benutte stationsomgeving In Stede Broec valt de omgeving van het belangrijkste station samen met het winkelhart. Mooier kan het niet. De omgeving van het station willen we zo comfortabel mogelijk inrichten en zo goed mogelijk gebruiken. Goede stallingsmogelijkheden voor de fiets, voldoende parkeergelegenheid en veilige overstapplekken voor aansluitend vervoer zijn daarbij onmisbaar. Dit alles maakt het gebruik van de trein aantrekkelijk.

Bebouwing in de directe omgeving van het station kan dichter en hoger dan in andere delen van Stede Broec. Daarbij willen we wel genoeg groen houden. In sommige gevallen kan dat betekenen dat we ook groene daken of gevels toe gaan passen. Nieuwe gebouwen zijn nadrukkelijk niet alleen voor wonen bedoeld maar ook voor bedrijven of voorzieningen. Met deze menging van functies benutten we het spoor verspreid over de dag. Sportlandschap Stede Broec zet in op het samenbrengen van verschillende sportvoorzieningen en mogelijkheden om te bewegen in het sportlandschap. Dit is een gebied in ontwikkeling. Geleidelijk zullen meer op beweging gerichte voorzieningen een plek vinden op de locatie. Dit maakt het voor verenigingen mogelijk om meer samen te werken en/of samen evenementen te organiseren. Naast sport is ook ruimte voor andere functies en invullingen. Zo behoort een parkachtige invulling van de noordwestelijke hoek tot de mogelijkheden. Duurzame opwek van energie Aan de zuidoostkant van Stede Broec, op de overgang naar de gemeente Enkhuizen ligt een zoekgebied van de Regionale Energie Strategie (RES). In dit gebied liggen kansen voor de opwekking van zonne-energie. Hierbij gelden voorwaarden zoals: ▪ De manier waarop een opstelling van zonnepanelen vorm krijgt. ▪ De manier waarop omwonenden worden betrokken.

We proberen zo veel mogelijk functies te combineren zodat we de ruimte zo goed mogelijk gebruiken. Op die manier kan een zonneveld bijvoorbeeld gecombineerd worden met mogelijkheden om te wandelen. Zuidwestkant Stede Broec Aan de zuidwestkant van Stede Broec ligt een zoekgebied voor duurzame opwek van energie. Het zoekgebied ligt voor het grootste gedeelte in Drechterland en voor een klein deel in Stede Broec. Samen met de buurgemeente kijken we hier naar mogelijkheden voor duurzame opwekking van energie. Daarnaast wordt in deze omgeving gekeken wat er nodig is om verkeer in de Noord Zuid richting goed af te wikkelen. Comfortabele en veilige doorfietsverbinding Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland werken samen met de regio West-Friesland en de provincie Noord-Holland aan een doorfietsroute van Enkhuizen naar Hoorn. Zo’n route verbindt de grote steden en woonplaatsen met elkaar. Door de route zo goed mogelijk voor de fiets in te richten stimuleren we de mensen om fietsend naar werk, school of voorzieningen te gaan. Het oude bebouwingslint van P.J. Jongstraat, Zesstedenweg en Hoofdstraat in Stede Broec

27

maakt onderdeel uit van deze doorfietsroute. Met de keuze voor de fiets als belangrijkste gebruiker wordt tegelijkertijd gewerkt aan de algemene verbetering van de verkeersveiligheid en leefbaarheid. Specifieke opgaven vanwege klimaatverandering in het gebied Lutjebroek, Grootebroek, Bovenkarspel ▪ Aandachtsgebied hittestress voor de bedrijventerreinen en in iets mindere mate het overige bebouwde gebied. ▪ Kans op wateroverlast bij zware regenval verspreid over het gebied en in het bijzonder rond de Streekhof.

Fragment Vis iekaa rt Lu tjebroek, Grootebroek en Boven kars p el

3.5 Enkhuizen Waarden van Enkhuizen: ▪ Historische stad met toegankelijke vesting en schootsvelden met groen karakter en belangrijke functies. ▪ Afwisselende woongebieden, groen, water, waterverbindingen met binnenstad en voorzieningen. ▪ Saamhorigheid en gastvrijheid, eigen evenementen. ▪ Hollandse havenstad en agrarische Boerenhoek. ▪ Hoog aantal monumenten, dit zijn onder meer kerken en synagoge, poortgebouw, Drommedaris en het stadhuis. ▪ Unieke ligging aan IJsselmeer, Markermeer en West-Friese Omringdijk. ▪ Nabijheid en karakter havens. ▪ Stedelijke voorzieningen zoals winkels, bioscoop, musea. ▪ Vaar-, weg- en Openbaar Vervoersontsluiting.

28

Fragment Waa rdenkaa rt Enkhu izen (legenda: zie Afb eeld ing 2 . Waa rdenkaa rt aan het b egin van h oofd stuk 3 )

Koers en kansen voor dit gebied De binnenstad een plek om te wonen en te bezoeken De binnenstad van het Enkhuizen is een cultuurhistorische parel. Met een historisch stadshart, een groot aantal monumenten, een gave en toegankelijke vesting met schootsveld, de havens en het zicht op het IJsselmeer behoort het tot de top van historische steden in Nederland. Zowel voor bewoners als bezoekers is al dat moois sfeervol en aantrekkelijk. Wonen in zo’n toeristisch aantrekkelijke omgeving brengt ook de nodige drukte met zich mee. We vinden het belangrijk om balans te vinden in het ontvangen van bezoek en bieden van een leefbare woonomgeving. We richten ons daarom op de doelgroepen die komen voor dat waar Enkhuizen in uitblinkt. Dat is de cultuurhistorie van de stad, de nautische geschiedenis, historische schepen en havens. We zorgen dat onze stad daarnaast ook wat heeft aan onze bezoekers. Zo laten we alleen cruiseschepen aanmeren die Enkhuizen ook daadwerkelijk bezoeken. En verleiden we bezoekers van onze grote musea en attracties om de stad in te gaan. Dit doen we door de routes van de stad naar deze voorzieningen aantrekkelijk te maken. In de binnenstad is maar beperkt gelegenheid om de woningvoorraad te vergroten. Dit kan soms in de vorm van woningsplitsing. Echter zo lang de parkeerbelasting erg hoog is, vormen parkeernormen in veel gevallen een belemmering.

Andere mogelijkheden kunnen ontstaan door functieverandering. Wonen kan een goede invulling zijn als bijvoorbeeld een bedrijf of voorziening komt te vervallen.

29

Compact kernwinkelgebied Ook in de stad ondervinden we verandering van het winkelaanbod. Het centrum onderscheidt zich op dit moment van andere binnensteden met sterke lokale detaillisten aangevuld met aantrekkelijke horeca. Toch staat, als gevolg van diverse ontwikkelingen zoals groei van online aankopen, de winkelfunctie en daarmee het kernwinkelgebied onder druk. Als winkels structureel leeg komen te staan, is het goed om te bekijken of het gebied nog iets compacter kan worden gemaakt of andere functies in het gebied kunnen worden gestimuleerd. Denk bijvoorbeeld aan culturele of maatschappelijke voorzieningen. Voorbeelden hiervan zijn een bibliotheek, museum, galerie of gezondheidscentrum. Binnen het kernwinkelgebied is en blijft een levendige plint belangrijk en zijn alleen functies gericht op het publiek wenselijk. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid om een winkelpand te verkleinen door 'wonen achter winkels' toe te staan. Samen met de ondernemers uit de stad werken we aan een divers en duurzaam horeca aanbod van goede kwaliteit. Een aanbod dat aansluit op de behoeften van de bewoners van Enkhuizen, dat aantrekkingskracht heeft op bezoekers en past bij de ontwikkeling van een aantrekkelijk woon- en leefklimaat in Enkhuizen. Comfortabele en goed benutte stationsomgeving In Enkhuizen ligt de stationsomgeving dicht bij het stadshart. Mooier kan het niet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16422298/1