CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

B1 Ambitiedocument Florapark Westeinde 15 september 2023

Gemeenteraad 19 oktober 2023, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Vaststellen ambitiedocument Florapark-Westeinde12.448 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

AMBITIE-UITGANGSPUNTEN-RANDVOORWAARDEN

FLORAPARK WESTEINDE wonen en werken in een cultuurhistorisch landschap

DEF CONCEPT 15 september 2023

BREEN stedenbouw

COLOFON In opdracht van Gemeente Stede Broec en gemeente Enkhuizen

Opgesteld door Projectgroep Florapark-Westeinde

Vastgesteld door xx

Onderzoek, vormgeving en verbeelding BREEN stedenbouw in samenwerking met Urhahn | stedenbouw & strategie

INHOUDSOPGAVE AMBITIE UITGANGSPUNTEN RANDVOORWAARDEN

FLORAPARK WESTEINDE

04

18

VOORWOORD

62

ONTWIKKELKAART

Sfeer/karakter

64

PARTICIPATIE

Deel 1. Ruimtelijk raamwerk

66

VERVOLGSTAPPEN

68

BIJLAGE: memo doelgroepen

ONTWIKKELKADERS Ontwikkelprincipes

06

INLEIDING

10

AMBITIES

19

Historisch landschap

12

HUIDIGE SITUATIE

Waterstructuur

Ontstaansgeschiedenis

Groenstructuur

Huidige kwaliteiten

Ontsluitingsstructuur

Het lint met erven en een voert

Energie en warmte

Openheid en zichtlijnen

Materiaalgebruik

De waterstructuur

Techniek

Het schootsveld rond Enkhuizen Bijzondere bebouwing

40

Deel 2. Ontwikkelgebieden Externe veiligheid Woonprogramma Stedenbouwkundige opzet Fasering Aanvullend programma Hittestress en wateroverlast Duurzaamheid Materiaalgebruik

VOORWOORD Dit Ambitiedocument Uitgangspunten en Randvoorwaarden is de

Flexwoningen

toetssteen voor verdere planuitwerkingen om tot een kwalitatieve

Anno 2023 is er een zoektocht naar locaties binnen de gemeenten

ontwikkeling van circa 950 woningen en een intensivering van het

van de SED om snel enkele honderden flexwoningen te kunnen

bedrijf Incotec te kunnen komen. De later op te stellen Stedenbouw-

plaatsen. Dit zijn tijdelijke woningen die de hoogste nood

kundige visie moet uitsluitsel geven over het exacte aantal woningen

onder woningzoekenden zoals statushouders, vluchtelingen en

en de ruimtelijke kwaliteit die daarmee wordt opgebouwd.

spoedzoekers (bijvoorbeeld gescheiden mensen) wegnemen. Florapark-Westeinde is een locatie waar potentieel snel flexwoningen

De ontwikkelaars (gebiedseigenaren) hebben afgelopen jaren veel

kunnen worden geplaatst. Parallel aan de planontwikkeling voor

voorbereidend werk gedaan en willen graag daadkrachtig meer

woningbouw en intensivering van Incotec wordt naar inpassings-

gedetailleerde plannen gaan opstellen. De gemeente Stede Broec,

mogelijkheden voor circa 140 flexwoningen gekeken. Een eventuele

Enkhuizen en de ontwikkelaars hebben afgesproken eerst een

inpassing zal binnen de kaders van dit Ambitiedocument plaats

gezamenlijk ontwikkelkader in de vorm van dit Ambitiedocument op

vinden.

te stellen om een eenduidig beeld van de ontwikkelgedachten vast te leggen. Dit kader is onderdeel van de Initiatieffase.

In dit document zijn Ambities, Randvoorwaarden, Na het vaststellen van dit Ambitiedocument stellen de ontwikkelaars

Uitgangspunten en wensen opgenomen.

een stedenbouwkundige visie en vervolgens een stedenbouwkundig plan (of plannen) op. Die plannen worden net als de intensiverings-

In dit document zijn Ambities, Randvoorwaarden, Uitgangs-

plannen van Incotec door de gemeente getoetst. Hiervoor wordt

punten en wensen opgenomen. Aan de randvoorwaarden

namens beide gemeenten een kernteam (werktitel: supervisieteam)

(wettelijk) en uitgangspunten (beleid gemeente) moet worden

samengesteld. Het toetsen is erop gericht dat er constructief naar

voldaan.

het meest wenselijke plan wordt toegewerkt. In de toets zullen de korte termijn ontwikkelbelangen en de lange termijn belangen van de

Wensen betreft zaken die de gemeente graag wil in het gebied.

gemeenten bijeen worden gebracht.

Hier moet de ontwikkelaar aandacht aan besteden en opnemen in het plan. Indien deze wensen niet worden overgenomen in het plan moet de ontwikkelaar dit voldoende motiveren aan de gemeenten.

4

5

INLEIDING Vanuit het rijk is de vraag aan Nederlandse gemeenten gesteld om

vraagt om een bijzondere aanpak. Zo zullen we met de effecten van

nadrukkelijk naar woningbouwmogelijkheden te kijken. Binnen

hittestress en (regen)wateroverlast moeten omgaan. Hier wordt

de SED worden een aantal locaties ontwikkeld en worden andere

specifiek aandacht aan gegeven en in de planuitwerking ruimte voor

locaties onderzocht. Voor Florapark- Westeinde, op het grensgebied

ingepland.

van Stede Broec en Enkhuizen hebben ontwikkelaars al enige jaren een ontwikkelwens. De beide gemeenten willen samen met de initia-

Gebiedsafbakening

tiefnemers een integrale aanpak opzetten. Naast een woningbouwi-

Het plangebied omvat de eigendomsgebieden van drie ontwik-

nitiatief ligt er een economisch initiatief in dit gebied. Het zaadverbe-

kelaars, Incotec, maar ook de stationsomgeving Bovenkarspel-Flora,

teringsbedrijf Incotec wil vernieuwen en intensiveren op haar eigen

een deel van het Westeinde en een deel van de N505. Het station

kavel.

en een aansluiting op de N505 gaan een belangrijke rol spelen in de toekomstige gebiedsontwikkeling. Bereikbaarheid is een basisvoor-

De ontwikkelgebieden zijn verdeeld over het grondgebied van Stede

waarde voor de gebiedsontwikkeling. Voor Incotec speelt dat iets

Broec en Enkhuizen. Voor de kwaliteit en optimaal functioneren is het

minder. Dat bedrijf wordt momenteel via het Westeinde ontsloten en

van groot belang dat de planontwikkeling integraal wordt opgezet.

kan daarmee ook de toekomst in. Het is echter voor dit bedrijf en de

Ruimtelijke, functionele, programmatische thema’s (zoals een nieuwe

veiligheid op het Westeinde een vooruitgang als met name de grotere

ontsluitingsstructuur, groenstructuur, recreatieve waterstructuur etc)

vrachtauto’s via een nieuwe, zuidelijke, ontsluiting worden ontsloten.

en aandachtspunten vanuit belanghebbenden moeten in samenhang worden beoordeeld om zo de grootst mogelijke kwalitatieve gebieds-

Naast het plangebied houden we in dit document ook een

ontwikkeling te realiseren.

onderzoeksgebied aan. In het plangebied zullen een aantal elementen worden ontwikkeld die aansluiting vinden op structuren

De ontwikkelingen zullen vormgeven aan de hedendaagse

buiten het plangebied. Hierbij moet gedacht worden aan de

actualiteiten en wensen. De bijzondere context (cultuurhistorisch

ontsluiting structuur (op welke omliggende wegen kan wel of niet

verleden, ondergrond, occupatie en ligging tussen het Streekbos

worden aangesloten), recreatiestructuur (waar liggen kernge-

en Markermeer) vraagt om een gebiedsspecifieke uitwerking. De

bieden en hoe kunnen die door het plangebied met elkaar worden

gemeenten hebben als ambitie om naar de hedendaagse vragen te

verbonden) en groenstructuren (welke biotopen kunnen via het

kijken, het verleden een zichtbare plek te geven en een toekomst-

plangebied met elkaar worden verbonden.

bestendig gebied te ontwikkelen. Met name het toekomstgerichte 6

N505

inde

Weste

straat

Hoofd Bloeme

Scholtens Projecten Incotec

ntuin

VORM

Zeeman Vastgoed Plangebied Eigendomsgebied

Station

lora

arspel-F

Bovenk

gemeente Stede Broec

gemeente Enkhuizen

weg Broekerhaven

Noord

100 meter

7

KERNOPGAVE PER GEMEENTE De twee gemeenten hebben in de Bouwstenen Omgevingsvisie toekomstgerichte opgaven geformuleerd die als onderlegger voor dit Ambitiedocument met Randvoorwaarden en Uitgangspunten worden gehanteerd. De opgaven zijn:

STEDE BROEC

Gezonde leefomgeving

Intens platteland (niet relevant voor plangebied)

-

Stimuleren sporten en bewegen

-

Agrosector als robuuste economische drager

-

Gezondheidsbescherming milieukwaliteit

-

Versterken Seed Valley

-

Toegankelijke en veilige openbare ruimte gericht op ontmoeten

-

Natuurinclusieve landbouw

-

Klimaatbestendige en duurzame buitenruimte

-

Circulaire, innovatieve en energieneutrale landbouw

-

Participeren in eigen woonomgeving

Waardevol groen en water

Ruimte voor lokale economie

-

Activeren groenblauwe netwerken

-

Verduurzamen werklocaties

-

Versterken biodiversiteit

-

Toekomstbestendige detailhandelstructuur

-

Bodemdaling en verdroging tegengaan

-

Versterken waterrecreatie en toerisme

Cultuurhistorie als kans

Energietransitie op maat

-

Cultuurhistorie inzetten als ruimtelijke identiteitsdragers

-

Energiebesparing

-

Programmatisch versterken cultuurhistorie

-

Duurzame energieproductie

-

Water en bodem als ordenend principe

-

Afstemmen bomen (schaduwwerking) en zonnepanelen

Wonen voor iedereen

Verbonden en nabij

-

Focus op huisvesting senioren en starters

-

Beter benutten investeringen in OV

-

Voldoende kwalitatieve betaalbare woningen

-

Zet in op fietsen en wandelen

-

Levensloopbestendige wijken en woningen

-

Nabijheid wonen en werken

-

Onderscheidende woonmilieus

-

Goede externe bereikbaarheid

-

Voorzieningenniveau op maat

-

Verbeteren digitale bereikbaarheid

-

Verduurzaming woningvoorraad en gasloze wijken Duurzaamheid:

8

-

Realiseren Energieneutraal 2040 en Klimaatneutraal 2050

ENKHUIZEN

Klimaatadaptatie

Ruimtelijke kwaliteit

-

-

Behoud karakter van landschapsgemeente Enkhuizen (vesting als

Zorg dat de gemeente bestand is tegen droogte, hitte en overmatige regenval (vergroening, wateropvang)

eenheid, versterken unieke plekken, goede bereikbaarheid onder andere over het water, netheid, leefbaarheid)

Samenleving -

Garandeer een samenleving voor iedereen (‘regie op eigen leven’,

Wonen en leefbaarheid

‘meedoen’ en ‘kansen voor iedereen’. Goede fysieke toegankelijk-

-

heid tot voorzieningen is randvoorwaarde)

Vergroot de leefbaarheid en de diversiteit van het woonaanbod (fijn wonen, focus op starters, senioren en betaalbaarheid, kwalitatief compleet, divers,

Mobiliteit -

Kwaliteit van de leefomgeving en Milieu -

Verbeter de bereikbaarheid veiligheid en leefbaarheid (veiligheid, leefbaarheid en doorvaarbare waterstructuur)

Creëer een leefomgeving die bijdraagt aan de gezondheid en veiligheid (conform normeringen, groene klimaatadaptieve omge-

Biodiversiteit, groen en natuur

ving, stimuleren bewegen)

-

Behoud en versterk de biodiversiteit (versterken diversiteit en hoeveelheid groen)

Economie -

Versterk de economie (onder andere middels recreatie, toerisme)

Duurzaamheid -

Realiseren Energieneutraal 2040 en Klimaatneutraal 2050

9

AMBITIES Wonen en economie

vastgesteld. Dit komt neer op een gelijke bescherming ondanks een

De belangrijkste gemeentelijke ambities zijn het ontwikkelen van

veranderend klimaat (Ambitie B). Bij het vaststellen van de ambitie is

woningen en het versterken van de lokale economie in afstemming

ook een bijbehorende strategie vastgesteld om in 2050 ook daadwer-

met de bestaande omgeving. Cultuurhistorie en hedendaags gebruik

kelijk klimaatbestendig te zijn.

zijn daarbij belangrijke factoren. Bij woningbouw gaat de aandacht in het bijzonder uit naar senioren (levensloopbestendige woningen),

Daarnaast hebben de gemeenten in maart 2022 de intentieover-

starters. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke

eenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw (MRA) ondertekend.

woonvraag.

Voortvloeiend hieruit spannen de gemeenten zich in om de bij de overeenkomst behorende afspraken en basisveiligheidsniveaus te

Sterk landschappelijk ontwikkelkader

verankeren in beleid en handelen. Tot slot zullen de gemeenten

Een belangrijk kader voor de toekomstige ontwikkelingen is een

opvolging geven aan de uitvoeringsstrategie vanuit het Rijk, waarbij

groen-blauw raamwerk. In dit raamwerk wordt enerzijds een deel

water en bodem sturend worden bij de ruimtelijke planvorming.

van de kenmerkende cultuurhistorie geborgd en anderzijds ruimte

Dit betekent onder andere dat nieuwbouw klimaatbestendig wordt

geboden aan maatregelen tegen hittestress en wateroverlast. Water

ontwikkeld, dat alles met als doel om tot een klimaatbestendige

en groen wordt ook een belangrijke vestigingskwaliteit voor nieuwe

leefomgeving te komen.

bewoners en bezoekers. Met een kwalitatief ingerichte openbare ruimte wordt de basis voor een gezonde leefomgeving gelegd. Om

Bij het realiseren van de afspraken uit de intentieovereenkomst

tot een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving te komen wordt in

wordt de handreiking Klimaatbestendige Nieuwbouw gevolgd

de plannen ruimte voor fietsen en wandelen vooropgesteld. De auto

(uitgangspunt) en biedt het Inspiratieboek klimaatadaptatie &

is te gast. Het groen-blauwe raamwerk biedt aanknopingspunten

biodiversiteit Westfriesland praktische oplossingen.

voor de gebiedsontwikkeling, maar staat ook garant voor een vitale toekomst.

Een duurzame en klimaatadaptieve inrichting vraagt letterlijk ruimte en prioriteit. Tijdig onderzoek naar de risico’s en de kansen die het

10

Klimaatadaptatie

plan biedt is noodzakelijk, evenals een integrale aanpak en brede

In 2050 dient Nederland helemaal klimaatbestendig en waterrobuust

afstemming met relevante betrokkenen. Bij de landschappelijke

te zijn ingericht (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie). De Westfriese

inpassing, stedenbouwkundige vormgeving en (technische) detail-

gemeenten, waaronder Stede Broec en Enkhuizen, hebben hiervoor

lering van het plan geldt als uitgangspunt duurzaamheid en klimaat-

in maart 2021 een gezamenlijke ambitie voor klimaatadaptatie

adaptatie.

Belangen borgen Het plangebied is circa 37 hectare groot en er zijn verschillende eigenaren en andere belanghebbenden. De gezamenlijke ambitie is het plan en de verdere uitwerking integraal en in overleg uit te werken. Participatie vormt hierbij een belangrijk onderdeel. De grootte van het gebied biedt de mogelijkheid om voor een grote diversiteit aan toekomstige bewoners te bouwen. Diversiteit is een kernbegrip bij de planuitwerking.

Toekomstgericht De woonvraag is groot en hier wordt op ingespeeld. Er moet ook over de horizon worden gekeken. De opzet moet robuust en toekomstbestendig zijn. Dit houdt in dat de openbare ruimte robuust moet worden vormgegeven, maar ook dat de woningen duurzaam en veranderbaar worden gebouwd.

Sterk voorzieningenpakket Met de ontwikkeling zullen er veel nieuwe bewoners en bezoekers naar Stede Broec en Enkhuizen komen. Dit zal de vraag naar voorzieningen vergroten en wellicht het bestaande voorzieningenaanbod (bezoekers van winkels, sport, horeca, gezondheidszorg, scholen etc) versterken. De nieuwe ontwikkeling kan ook de basis vormen voor een nieuw programma. In het ontwikkelgebied is dat minimaal. Hier moet vooral worden gedacht aan ruimte voor werken-aan-huis en enkele voorzieningen rond het station en mogelijk een nieuwe school in het oostelijke deel van het ontwikkelgebied. 11

HUIDIGE SITUATIE ONTSTAANSGESCHIEDENIS

Het ontwikkelgebied ligt langs een van de ontginningslinten die zijn

West-Friesland is ontstaan uit grote hoeveelheden sediment die zijn

ontstaan op de zanderige kreekruggen tussen Zwaag en Enkhuizen.

afgezet door het Zeegat van Bergen. Dit getijde¬bekken, dat tot ver

Merendeel van de gebieden naast de linten bestond uit veengronden.

in het binnenland reikte, zorgde voor opslibbing van zand en klei uit

Om deze gronden bruikbaar te maken is een stelsel van watergangen

zee. Hierop vestigde zich al vroeg een groot aantal mensen in een

aangelegd. Deze structuren werden gebruikt voor de ontwatering

relatief hoge dicht-heid. West-Friesland is dan ook een archeologisch

en transport. Polder Grootslag aan de zuidzijde van het ontwikkel-

waardevol gebied, met in de bodem relicten van nederzettingen uit

gebied was een vaarpolder met een zeer beperkt aantal wegen. De

Steentijd, Bronstijd, IJzertijd en romeinse tijd. Vooral de resten uit de

veengronden zijn door oxidatie voor het grootste deel verdwenen.

Midden- en Late-Bronstijd uit oostelijk West-Friesland zijn uniek. Met de aanleg van de Westfriese Omringdijk in de tweede helft van de 13e eeuw is het landschap gestabiliseerd en beschermd tegen Landschap voormalige Zuiderzee

overstromingen.

Oude zeekleilandschap met grootschalige opzet en Natte Cel die herinnert aan vroegere vaarverkaveling

Landschap voormalige Zuiderzee Oude zeekleilandschap met lange linten die deels zijn verstedelijkt Hoger gelegen kreekrug

12

Bron: Leidraad Landschap en Cultuurhistorie / Prachtlandschap Noord-Holland!

Fragment reconstructiekaart van Noord-Holland anno 1300

West-Friesland is een agrarisch gebied met enkele steden. Medemblik

Aan de oostzijde van het ontwikkelgebied ligt de historische

en Enkhuizen zijn met name door de invloed van de VOC (na 1602)

stadskern van Enkhuizen. De stad kreeg in 1356 stadsrechten, maar

sterk verstedelijkt.

is daarvoor al gevormd door het versmelten van de kerkdorpen Gommerkerspel en Enkhuizen. De groei kwam voort uit de ligging

Na de tweede helft van de 20e eeuw is het agrarische landschap

aan het Zuiderzee met de ontwikkeling van een haven gericht op de

veranderd. De landbouw werd efficiënter en er vond grootschalige

visserij. In de 15e en 16e eeuw werden meerdere havenbekkens en

ruilverkaveling plaats waarmee een schaalvergroting is waar te

verdedigingswerken aangelegd. Eind 16e eeuw vond er een enorme

nemen. De intensivering in de landbouw heeft ook invloed op de

groei plaats en bood de stad plaats aan 28.000 inwoners. Er werd

kenmerkende openheid doordat er (grootschalige) kassencomplexen

uitgebreid en nieuwe verdedigingswerken werden aangelegd. Deze

worden geplaatst.

omwalling met gracht en poorten bepaalt nog steeds de aanblik van de stad vanuit het westen (het ontwikkelgebied). Lange tijd is

Typerend voor Nederland en de positie in de wereld is de concen-

het gebied rond de vesting onbebouwd gebleven om zo een vrij

tratie aan hoogwaardige agrarische kennis in het oostelijke deel van

schootsveld te houden.

West-Friesland. In en rond het ontwikkelgebied zijn divers zaadveredelingsbedrijven gevestigd en verenigd binnen Seed Valley. Dit

Om de aanwezigheid van elementen uit de geschiedenis vast te

zijn bedrijven met een hoog kennisniveau en daarmee een hoge

stellen wordt een archeologisch onderzoek uitgevoerd (randvoor-

economische waarde.

waarde).

Seed Valley is wereldwijd hét centrum voor plantenveredeling en zaadtechnologie, gelegen in de kop van Noord-Holland. Het ontstaan van de Seed Valley is te herleiden naar een periode van agrarische ontwikkelingen binnen de stadsmuren van Enkhuizen. Bij de verdere planuitwerking kan de geschiedenis van dit ontstaan een plek krijgen in nieuwe groenstructuren. Gedacht kan worden aan moestuinen. (Wens) Zaadveredeling aan Westeinde

13

HUIDIGE KWALITEITEN

-

Representatieve voorkant wordt op het lint gericht,

Het agrarische verleden met een bebouwingsconcentratie op de

-

De bebouwing is overwegend kleinschalig en vrijliggend. De vrije

kreekrug Hoofdstraat-Westeinde en het open agrarisch terrein daarachter is nog steeds zichtbaar. Ook de openheid met het zicht op

setting zorgt voor doorzichten naar het achtergelegen gebied, -

de omwalling van Enkhuizen is nog aanwezig. Hiermee bepaalt het verleden nog nadrukkelijk het hedendaagse karakter van het ontwikkelgebied en haar omgeving. De volgende gebiedskarakteristieken zijn kenmerkend voor het gebied en worden in het volgende hoofdstuk over uitgangspunten en randvoorwaarden als vertrekpunt gehanteerd:

Een lint met erven en een voert Het historische lint Hoofdstraat-Westeinde is onderdeel van een langer ontginningslint en staat aan de basis van een rijk agrarisch verleden. Door de jaren is het lint verdicht met nieuwbouw. Naast de traditionele agrarische bebouwing zijn er woningen, bedrijfsgebouwen en winkels gebouwd. De mix aan functies en gebouwtypen is kenmerkend voor dit en menig lint in West-Friesland. De waterloop die de kavels scheidt van het aangrenzende agrarische gebied heet een voert. Kenmerken: -

Functiemix: mogelijkheden voor agrarische bedrijvigheid, wonen en bedrijvigheid,

-

Bebouwing overwegend vrijstaand, één laag met een kap. Er is ruimte voor verbijzondering. Een voorbeeld is het bedrijfsgebouw

14

van Royal Sluijs,

Bebouwing staat in een wisselende bouwlijn waarbij opvallend veel gebouwen direct of dicht aan de straat of stoep staan,

-

De kavels zijn voorzien van erfbeplanting.

15

Openheid en zichtlijnen

De waterstructuur

Veel van de kenmerkende openheid over de agrarische landerijen

De lineaire, smal optrekkende, waterstructuur haaks op het oude lint

is afgelopen decennia verloren gegaan. Met name in de ruime

is verbonden aan de ontwatering van de voormalige veengronden.

omgeving van het ontwikkelgebied is veel ontwikkeld. De openheid

Hiernaast heeft het een belangrijke rol bij het transport in de regio

komt met de geplande ontwikkelingen verder onder druk te liggen.

gediend. De waterstructuren vertegenwoordigen een belangrijk onderdeel van het cultuurhistorische verleden, maar vormt ook de basis voor de toekomst.

Openheid aan de oostzijde van het ontwikkelgebied

16

Bijzondere bebouwing Met name rond het ontwikkelgebied zijn een aantal beeldbepalende gebouwen aanwezig. Deze gebouwen vertellen een deel van het verleden van het gebied. Door de gebouwen bereikbaar en zichtbaar te maken vanuit het nieuw te ontwikkelen gebied wordt het verhaal van het verleden onderdeel van het gebied. Boerderij Westeinde 14 Koepoort Enkhuizen

Stolpboerderij Westeinde 74-76

Stolpboerderij Westeinde 87

Hotel-restaurant Hoofdstraat 235

Stolpboerderij Hoofdstraat 263

Kantoor Royal Sluis Westeinde 161

Boerderij Westeinde 39, 41

Tuinderswoning Westeinde 121

Kerktoren De Driesprong

Molen Ceres

17

ONTWIKKELKADERS ONTWIKKELPRINCIPES Het ontwerp van nieuwe ontwikkelingen aan de zuidzijde van de

DEEL 1. Ruimtelijk raamwerk

Hoofdstraat-Westeinde volgt een aantal ontwikkelprincipes. Een analyse heeft enkele waardevolle karakteristieken in beeld gebracht (Hoofdstuk Huidige Situatie). Deze waardevolle elementen vormen de basis voor een Ruimtelijk Raamwerk en invulling van Ontwikkelgebieden (uitgangspunt).

SFEER/KARAKTER Het ontwikkelgebied ligt opgespannen tussen de stad Enkhuizen met haar compacte bebouwing aan de oostzijde, het voormalige agrarische lint Hoofdstraat-Westeinde aan de noordzijde en aan de westzijde woongebieden rond de verzorgingskern van Bovenkarspel. Het spoortalud aan de zuidzijde vormt een harde ontwikkel begrenzing. Het toekomstige woongebied krijgt een ontspannen opzet met een gemiddeld lage dichtheid (20-35 woningen per hectare, met een verdichting tot 65 wo/hectare rond het station) waarbij de water- en groenstructuur een belangrijk onderdeel van de toekomstige identiteit bepaalt (uitgangspunt). Naast wonen is er ruimte voor de intensivering van het zaadverbeteringsbedrijf Incotec. Dit bedrijf ligt aan de noordzijde deels in het lint Hoofdstraat-Westeinde en aan de zuidzijde tussen de toekomstige woningbouw. Incotec speelt met haar ontwikkelingen op beide omliggende karakteristieken in.

18

DEEL 2. Ontwikkelgebieden

Omwalling Enkhuizen

DEEL 1. RUIMTELIJK RAAMWERK

de

Westein

straat

Hoofd

Voert

HISTORISCH LANDSCHAP Het historische agrarisch lint, de kenmerkende waterstructuur en de open agrarische gebieden zijn het vertrekpunt voor het toekomstige ruimtelijk raamwerk. Op basis van historische kaarten is de contour van het lint met erven en de globale ligging van een voert (waterloop parallel aan het lint) vastgelegd. Aan het lint is ruimte voor nieuwbouw. De ruimtelijke karakteristiek is omschreven bij ‘Ontwikkelgebieden’ pagina 36 en verder.

Broekerhavenweg

Waar de voert ontbreekt wordt deze (waar mogelijk) gegraven. De breedte en oeverkenmerken sluiten aan op de bestaande watergangen. Een optie is dat bestaande en nieuwe oevers later gelijkvormig worden aangepast of verbreed). Begrenzing tussen lint en zuidelijk ontwikkelgebied is een harde randvoorwaarde. 19

WATERSTRUCTUUR

Waar een afweging tussen route en hoeveelheid doorvaarbare

Water is een belangrijk onderdeel van het verleden van dit deel van

kunstwerken moet worden gemaakt wordt in ieder geval een keermo-

West-Friesland en vormt een prominente rol bij de toekomstige

gelijkheid en voorzieningen voor varend materieel ten behoeve van

identiteit van de nieuwe gebieden. Het bestaande netwerk wordt

onderhoud in een vaart gerealiseerd. Randvoorwaarde is dat al het

uitgebreid met nieuwe waterlopen. De waterloop en oevers worden

vaarwater in beheer wordt overgedragen aan het HHNK.

zodanig ingericht dat ze aan de volgende uitgangspunten voldoen:Een bijdrage aan opvang van piek(regen)water kunnen leveren,

Overstromingsrisico

-

Een bijdrage aan een groene en biodiverse omgeving gaan leve-

Uit klimaatstresstesten is gebleken dat er voor het plangebied een

ren,

overstromingsrisico geldt (o.b.v. huidige maaiveldhoogten). Hierbij

Recreatief kunnen worden gebruikt (spelen aan de oevers, vissen,

is sprake van een overstromingsdiepte van 50 cm, gerekend ten

varen etc) en er enkele doorgaande vaarroutes zullen aansluiten

opzichte van de huidige maaiveldhoogte. In lijn met de maatregelen

op routes ten noorden en zuiden van het plangebied,

uit de Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw dient

Voor Incotec moet voldoende bluswater in de directe omgeving

er bij de planontwikkeling rekening te worden gehouden met

beschikbaar zijn,

het voorkomen van schade en schadebeperking. Hierbij dient er

De waterkwaliteit verder verbeteren door het voorkomen van

bijzondere aandacht uit te gaan naar het beschermen van kwetsbare

doodlopende stukken en het toepassen van natuurvriendelijke

(hoofd)infrastructuur (hoofdontsluiting, transformatoren etc.).

oevers die vanaf het water kan worden onderhouden.

Vaarpolder Grootslag

-

-

Vanwege onderhoud en watergebruik is de minimale breedte van waterlopen 6 meter. Indien er een gelegenheid is om bootjes af te meren dient er naast de afmeerbreedte een doorvaartbreedte aanwezig te zijn van 6 m. Bij kunstwerken zoals bruggen en duikers op de doorgaande vaarroutes moet rekening worden gehouden met een vrije doorvaarthoogte van 1,50 meter (voor minimaal 4 meter van de breedte van de waterpartij). Waar niet kan worden doorgevaren onder een kunstwerk moet een keermogelijkheid van circa 12 meter worden vrijgehouden. Voor technisch onderhoud geldt er een 20

minimale hoogte van 1,10 meter.

Waterkwantiteit (regenwater en oppervlaktewater)

Waterkwaliteit

Mede bezien vanuit klimaatadaptatie wordt er gestreefd naar een

De waterkwaliteit in het plangebied is niet zo goed. Er zijn hoge

robuust en duurzaam watersysteem, dat een bijdrage levert aan

concentraties nutriënten en veel achtergrondbelasting. Daar is

een duurzame leefomgeving. De ontwikkeling mag geen nadelige

weinig aan te doen. Het water heeft weinig doorzicht en is erg

gevolgen hebben voor het (bestaande) watersysteem; er mag geen

troebel. In combinatie met een redelijk grote waterdiepte kan er

verslechtering van de huidige situatie plaatsvinden en er moet

weinig onderwatervegetatie tot ontwikkeling komen. Er zijn ook veel

rekening worden gehouden met de toekomst. Uit een watersystee-

bodemwoelende vissen. Stilstaand water kan gaan stinken. Bij de

manalyse is gebleken dat bij een flinke regenbui er in de huidige

planontwikkeling dient er extra aandacht te zijn op het voorkomen

situatie binnen het plangebied regenwater op het maaiveld

van doodlopende sloten omdat deze extra gevoelig zijn voor slechte

blijft staan. Het terrein heeft daardoor in de huidige situatie een

waterkwaliteit. Bestaande doodlopende sloten worden bij voorkeur

waterbergende functie. Om achteruitgang in het watersysteem

opgeheven.

te voorkomen dient hiermee in de planontwikkeling rekening te worden gehouden. Daarnaast dient

Doorvaarbare waterlopen

gedempt water 1-op-1 gecompenseerd te worden en geldt er een compensatie-eis voor een toename van verhard oppervlak. De daadwerkelijke omvang van het oppervlaktewater is maatwerk. Dit is mede afhankelijk van de inrichting en (technische) voorzieningen (opvangen, vasthouden, vertraagd afvoeren) zowel op de kavels als in openbare ruimte.

21

De bestaande waterstructuur is een randvoorwaarde. Het

de ontwikkelaar voorgesteld aan de hand van uit te voeren

nieuw te realiseren waternetwerk is doorvaarbaar en wordt,

geohydrologisch onderzoek. Samen met de gemeenten en HHNK

samen met de bestaande waterstructuur aangesloten op de

wordt de definitieve uitwerking per deelgebied bepaald.

doorgaande recreatieve vaarroute (uitgangspunt).De structuur wordt aangevuld met waterlopen en waterpartijen om

In de verdere planuitwerking wordt door de ontwikkelaars een

enerzijds de overlast van regenwater (rekening houdend met

waterhuishoudkundig advies (randvoorwaarde) opgesteld

klimaatontwikkelingen en de gevolgen daarvan) in een verste-

waaruit blijkt dat de waterkwaliteit en kwantiteit in orde zijn

delijkende omgeving op te kunnen vangen en af te voeren.

(rekening houden met klimaatadaptatie).

Doorgaande route

Anderzijds biedt de interne waterwegen recreatieve kansen binnen een uniek waternetwerk (voormalige vaarpolder). De waterrobuustheid van het toekomstige woongebied wordt in de volgende planuitwerking (stedenbouwkundig plan) door

Incotec

Nieuw Nieuw

Nieuw

Nieuw

Doorgang onder spoor

22

Doorgang onder spoor

Doorgaande route

Doorgaande route

Streekbos

teinde

rk-Wes

Florapa

Markermeer

23

De groenstructuur is een randvoorwaarde. Het getoonde oppervlak is uitgangspunt.

24

GROENSTRUCTUUR

De grootschalige structuren vormen samen met de waterstructuren

Merendeel van het huidige gebied kenmerkt zich door haar open

een belangrijke basis voor ecologische verbindingen en nieuwe

agrarische land. Met de gebiedsontwikkeling verdwijnt deze openheid

biotopen.

geleidelijk. Nieuwe tijden vragen om nieuwe groen-invullingen. Groen speelt een belangrijke rol in de kwaliteit en gebruiksmogelijkheden van de openbare ruimte, het opvangen en geleidelijk afvoeren van regenwater en het voorkomen van hittestress. In het geval van Florapark-Westeinde speelt groen een rol in het borgen

Groen-recreatief

van enkele vergezichten (binnenhorizon). Bij het uitwerken van de groenstructuur is het van belang dat snippergroen wordt voorkomen en bomen primair in groenzones staan en niet in de verharding. Er wordt naar een kroonbedekking van 15% (op eindbeeld) in de openbare ruimte gestreefd (uitgangspunt). Voor verdere details over de vormgeving van een robuuste groenstructuur wordt verwezen

inde

k-Weste

Florapar

naar de afspraken die zijn vastgelegd in de Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw (zie de LIOR). Waterrecreatie

Groen als schakelgebied Grotere groenstructuren vormen de basis voor (recreatieve) routes dwars door het gebied. Op een hoger schaalniveau vormt het ontwikkelgebied een schakel tussen het recreatieve Streekbos en het Markermeer. Met de komst van meer inwoners in dit deel van West-Friesland neemt de behoefte aan recreatieve mogelijkheden toe.

Florapark-Westeinde als schakelgebied in regionale groenstructuur

25

Biodiversiteit en natuurinclusiviteit

het gebied kan leveren aan het opvangen en geleidelijk afvoeren van

Met de inrichting van de openbare ruimte en met name de groenge-

regenwater.

bieden en waterstructuren wordt een optimale bijdrage aan het versterken en uitbreiden van de biodiversiteit worden geleverd.

Groen voor doorzichten Niet al het groen bestaat uit bomen en struiken. Er zullen juist veel

Met soortkeuze (grote diversiteit aan bomen, struiken en planten)

open groene gebieden worden ingericht om zo zichtlijnen vanuit

en beheermethoden wordt bijgedragen aan het versterken van de

enkele punten op het oude lint te borgen. (Bewaken openheid is

insectenpopulaties van bijvoorbeeld bijen, libellen en vlinders, omdat

uitgangspunt.)

insecten een belangrijke indicator voor de kwaliteit van het gehele ecosysteem vormt.

Groene erfinrichting Onderdeel van de lintontwikkeling is de erfinrichting met een

Groen als bestemming (een gezonde leefomgeving)

hoofdgebouw aan de weg, bijgebouwen daarachter en een groene

Naast een recreatieve schakel vormt het groen ook een belangrijke

erfinrichting. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt het groen in de vorm

bestemming voor buurtbewoners. Het worden ruime plekken waar

van erfinrichting uitgewerkt.

wordt gesport, ontspannen, genoten en ontmoet. Bij de inrichting van de groenplekken wordt nadrukkelijk gekeken naar de bijdrage die

Doorzicht via het groen

26

27

de

Westein

straat

Hoofd

Broekerhavenweg

tuin

n Bloeme

28

Station

ONTSLUITINGSSTRUCTUUR

Auto te gast

Een belangrijk functioneel onderdeel van het ruimtelijk raamwerk is

In en langs groenpartijen worden paden aangelegd. Hiermee zijn die

de ontsluitingsstructuur. Een goede en veilige bereikbaarheid is de

plekken goed bereikbaar én ze vormen een aantrekkelijke omgeving

basis van een aantrekkelijk en vitaal woon (en werk) gebied.

om te fietsen en te wandelen. Merendeel van de groenstructuren sluit aan op het oude lint. Het smalle profiel van het lint vormt een

Bewegen is gezond

directe verbinding tussen de verschillende winkelgebieden. Bij een

De focus ligt op het aantrekkelijk en bereikbaar maken van een

eventuele herinrichting van de Hoofdstraat-Westeinde wordt gekeken

fiets- en wandelstructuur. Hoe aantrekkelijker, hoe meer hiervan

naar mogelijkheden om het voor langzaam verkeer veiliger en

gebruik wordt gemaakt. Dit draagt bij aan de dagelijkse beweging van

aantrekkelijker te maken. Voor de Broekerhavenweg geldt hetzelfde.

mensen en het vermindert het autogebruik. Dat laatste zorgt ervoor

Ook hier ontstaat een kans voor herprofilering wanneer hierop vanuit

dat straten veiliger worden en milieubelasting verminderd. Wellicht

het ontwikkelgebied wordt aangesloten. Deze wegen zijn echter geen

dat hiermee op termijn het autobezit terugdringt.

onderdeel van het project Florapark-Westeinde. Parallel aan het oude lint worden oost-west langzaam verkeerroutes aangelegd. Deze meanderen door de woonbuurten en kruist de groenblauwe structuren. Een van de oost-west routes loopt langs de voert. Doordat de route op plekken direct aan de voert grenst wordt deze zichtbaar en onderdeel van de specifieke gebiedsidentiteit.

Het langzaam verkeernetwerk is indicatief. Naast de Bloementuin en Pieter Fransenhof als bestaande aansluiting op het lint Hoofdstraat-Westeinde moet worden gezocht naar een maximaal aantal ontsluitingspunten voor langzaam verkeer om zo het fietsgebruik en wandelen optimaal te stimuleren. Dit is een uitgangspunt.

29

S.T.O.M.P. Voor de planuitwerking wordt de ontwikkelaars gevraagd (wens) van het STOMP-principe uit te gaan. Dit principe gaat ervan uit dat bij het inrichten van een gebied eerst wordt gekeken naar het optimaliseren van wandelroutes (Stappen), en fietsen (Trappen). Vervolgens te richten op de nabijheid en goede routes naar het openbaar vervoer (Openbaar vervoer). De M staat voor Mobility as a service. Hierbij kan gedacht worden aan aanvullende diensten zoals deelauto’s, deelfietsen etc. Als laatste in de ontwikkelprincipes staat de auto (Privéauto). Met het aanbieden van aantrekkelijke alternatieven kan het eigen autobezit worden teruggedrongen en kan het aantal parkeerplaatsen worden teruggedrongen. Deze vrijgekomen ruimte zal ten goede komen aan de groene kwaliteit van het 30

openbaar gebied.

Openbaar vervoer Het Perspectief Mobiliteit van de Provincie Noord-Holland geeft een uitwerking van de principes voor verstedelijkingen en bereikbaarheid en van de opgave duurzame mobiliteit. Hierbij speelt openbaar vervoer Station Enkhuizen

een belangrijke rol. Om het stationsgebied en de mogelijkheden van openbaar vervoer voor de nieuwe wijk

Station Bovenkarspel-Flora

te kunnen benutten is een integrale aanpak nodig. Ns, Prorail, de provincie en de gemeenten stellen hiervoor een Handelsperspectief op. Hierbij wordt gezamenlijke opgave voor

hoe de bestaande busdienst kan worden uitgebreid om het gebied

het stationsgebied in kaart gebracht die bij de uitwerking van het plan

beter bereikbaar te maken (als alternatief voor de auto) en een

het vertrek punt is. Een randvoorwaarde is dat de resultaten van het

koppeling tussen het ontwikkelgebied en de dienstregeling Enkhui-

Handelsperspectief integraal onderdeel uitmaken van het plan.

zen-Hoorn-Amsterdam moet worden gelegd. Dit is een randvoorwaarde.

Het station kan nog beter bereikbaar worden gemaakt door een koppeling met een buslijn te leggen. Momenteel rijdt er een bus over

Verbeteringen aan (de omgeving van) station Enkhuizen maken geen

Westeinde. In de stedenbouwkundige visie moet worden onderzocht

onderdeel uit van het project Florapark-Westeinde.

31

de

Westein

straat

Hoofd

N505

Incotec

P P

Broekerhavenweg

P

P P

Station

Florasingel

32

P

P

P

P

P

Hoofdroute voor de auto

stedenbouwkundige inpassing, procestijd en maatschappelijk

De historische structuur van Stede Broec staat al onder druk en extra

draagvlak.

verkeer op wegen als de Hoofdstraat en de Broekerhavenweg moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Dat kan door nieuwbouw zo

De nieuwe hoofdstructuur voor de gebiedsontsluiting (ten zuiden

dicht mogelijk bij de ‘ring’ rond de gemeente – gevormd door de N505

van de voert) is gebaseerd op een oost-westweg met een nieuw te

en de N307 aan te sluiten. Daarmee wordt onnodig verkeer op de

realiseren aansluiting op de N505. Een nieuwe T splitsing vanuit

dorpsstraten voorkomen.

het plangebied aansluiten op de N505 wordt als voorkeursvariant gezien. Kleine delen van het plan (hofjes) in de randen kunnen anders

Met de gebiedsontwikkeling voor zowel woningbouw als de

worden ontsloten (via de bestaande wegen). Dit mag echter niet

intensivering van Incotec wordt naar een nieuwe aansluiting op

leiden tot een doorgaande autoverbinding (hoofdontsluiting) voor de

het omliggende provinciale netwerk gezocht. Daarbij wordt in

integrale ontwikkeling Florapark/Westeinde. Een eventuele uitwerking

ogenschouw genomen dat het ontwikkelgebied in twee deelge-

hiervan zal met direct omwonenden worden afgestemd.

bieden kan worden onderscheiden. Noordelijk ligt een deel van het ontwikkelgebied in de zogenaamde lintzone (zie pagina 19). Hier kan

De oost-westweg ligt parallel aan het spoor en maakt gebruik van een

kleinschalige ontwikkeling plaatsvinden die aansluit bij het karakter

veiligheidszone van een gasleiding waarbinnen niet gebouwd mag

van de bebouwing en het programma langs het lint. De nieuwe kavels

worden. De weg en aangrenzende parkeergebieden zal landschap-

zullen net als de bestaande kavels direct vanuit de Hoofdstraat of

pelijk worden ingepast.

Westeinde worden ontsloten. Dit brengt een lichte verkeerstoename met zich mee.

Vanuit deze oost-westweg worden ‘inprikkers’ naar de woonbuurten vormgegeven. Hoe dieper de inprikkers zijn, hoe minder intensief ze

Ten zuiden van de voert die de lintzone begrenst, wordt merendeel

gebruikt zullen worden.

van de nieuwbouw (en Incotec) ontwikkeld. Deze ontwikkeling moet via een nieuwe verkeersstructuur worden ontsloten.

Het huidige kruispunt Westeinde N505 blijft behouden. Doorgaand fietsverkeer op de Hoofdstraat, Westeinde kan via de het huidige

Verkeerskundig onderzoek heeft meerdere varianten voor het

kruispunt de N505 oversteken. Nader onderzoek moet uitwijzen of dit

ontwikkelgebied ten zuiden van de voert in beeld gebracht waarvan

via een fietstunnel kan verlopen. Daarnaast is de wens uitgesproken

één het meest realistisch is. De voorkeur komt voort uit een verkeer-

voor een nieuwe fiets- wandelverbinding vanuit Florapark/Westeinde

stechnische afweging, maar ook een globale kosten inschatting,

ter hoogte van de bestaande spoorbrug over de N505 richting de

33

Omgelegde Burgwal, aansluitend op het wandelnetwerk van Enkhui-

Voor het historische lint is een ambitie opgenomen Op basis van

zen-Stede Broec.

de doelstellingen van het Verkeersplan (kwaliteit, aantrekkelijkheid, veiligheid) en de ontwikkelingen die in hoofdstuk 2 zijn geschetst

Doorfietsroute

(zoals vergrijzing, waardoor meer ruimte voor voetgangers nodig

In 2021 heeft de Provincie Noord Holland (in samenwerking met o.a.

is), verdient deze route een inrichting die het verblijfskarakter veel

de gemeenten) het Nationaal Toekomstbeeld Fiets (NTF) opgesteld.

sterker benadrukt. Met de nadruk op de verblijfskwaliteit zal de

Dit Regionaal Toekomstbeeld Fiets schetst de huidige stand van

automobilist zich hier meer ‘te gast’ voelen. Met de ontwikkeling van

zaken van de ambities en opgaven in de regio. Vanuit het Regionaal

Florapark/Westeinde zijn er kansen om de Hoofdstraat-Westeinde af

Toekomstbeeld Fiets wordt toegewerkt naar een uitvoeringspro-

te waarderen voor autoverkeer. De gemeenten onderzoeken hoe in

gramma om het fietsnetwerk in de regio verder te verbeteren.

het lint kan worden ingezet op het realiseren van een dorpsstraat en de doorfietsroute met prioriteit voor voetgangers en fietsers (auto te

Een van de onderdelen in het NTF betreft de realisatie van doorfiets-

gast straat).

routes. Doorfietsroutes verbinden de steden met de omliggende plaatsen en woongebieden met werklocaties, voorzieningen en

Het vormgeven aan de Doorfietsroute en een eventuele herpro-

scholen voor het voortgezet en hoger onderwijs. Het zijn verbindende

filering van de straat maken geen deel uit van het project

hoogwaardige fietsroutes die kernen van tenminste 7.500 inwoners

Florapark-Westeinde. Het koppelen van het langzaam verkeers-

met elkaar verbinden met een fietsafstand van maximaal 15

netwerk van de nieuwe ontwikkeling en het oude lint wel.

kilometer. Het Westeinde/Hoofdstraat zijn in de kaart opgenomen als doorfietsroute.

Bouwverkeer Voordat bouwwerkzaamheden van start kunnen gaan moet de

34

De gemeente Stede Broec heeft in 2021 het verkeersplan vastgesteld.

beoogde bouwontsluiting vanaf de Randweg gereed zijn. De

Voor het historische lint is een ambitie opgenomen dat deze een

aan te leggen bouwontsluiting wordt tijdens de bouwfase door

inrichting verdient die het verblijfskarakter veel sterker benadrukt,

bouwverkeer gebruikt. Daarmee worden de bestaande omliggende

enerzijds omdat het lint één van de kenmerkende kwaliteiten van de

wegen Westeinde, Hoofdstraat, Broekerhavenweg, Bloementuin en

gemeente is, anderzijds omdat er (mede vanwege vergrijzing) meer

Pieter Fransenhof niet belast met zwaar verkeer. Bovendien wordt

ruimte nodig is voor voetgangers. Gedacht wordt aan een dorpse

de verkeersveiligheid niet onder druk gezet en zullen er niet meer

inrichting, waardoor de weg er echt als een verblijfsstraat uit gaat

trillingen bij bestaande woningen langs deze wegen optreden en blijft

zien in plaats van een doorgaande route voor de auto.

schade en overlast beperkt.

Parkeren

Het ontwikkelgebied valt in CROW-termen onder ‘matig stedelijk

Parkeren vindt hoofdzakelijk langs de nieuwe gebiedsentree plaats.

gebied en rest bebouwde kom’. Hierbij gelden de volgende

Parkeerkoffers worden landschappelijk ingepast en vallen zo deels

gemiddelde parkeernormen (uitgangspunt):

uit het zicht. Dit worden in ieder geval de plekken voor bezoekers. Op deze manier gaan er minder auto’s de woongebieden in te rijden

Rijwonning (tussen)

1,9

en wordt de kwaliteit van de leefomgeving (veiligheid, mogelijkheden

Rijwoning (hoek)

1,9

voor spelen) vergroot.

Twee-onder-een-kap

2,1

Half vrijstaand 2,1 Voor bewoners wordt uitgegaan van parkeren op eigen terrein. Waar

Kavel en vrijstaand

2,2

dat niet mogelijk is (bijvoorbeeld bij rijwoningen) wordt het parkeren in een ‘koffer’ tussen de bebouwing vormgegeven. Bij gestapelde bebouwing is het wenselijk (deels) onder de bebouwing te parkeren om zo de druk op de openbare ruimte te beperken. Onderzoek naar duurzame mobiliteitsvormen kan leiden tot een vermindering van het aantal benodigde parkeervoorzieningen in het openbaar gebied. Deze vrijgekomen ruimte komt ten goede aan de groene kwaliteit van het openbaar gebied.

Voor de berekening van parkeerplaatsen op eigen terrein gelden de volgende uitgangspunten: Enkele oprit zonder garage 1 (oprit minimaal 5,00 diep en 2,50 breed) Lange oprit zonder garage of carport 1 (oprit minimaal 10,00 diep en 2,50 breed) Dubbele oprit zonder garage op carport 2 (auto’s moeten onafhan kelijk van elkaar van terrein af kunnen) Garage zonder oprit 0 (garage minimaal 5,00 diep en 2,50 breed) Garagebox (niet bij woning) 0 (garage minimaal 5,00 diep en 2,50 breed) Garage met enkele oprit 1 (oprit minimaal 5,00 diep en 2,50 breed) Garage met lange oprit 1 (oprit minimaal 10,00 diep en 2,50 breed) Garage met dubbele oprit 2 (oprit minimaal 5,00 breed)

De huidige bewoners aan de Hoofdstraat-Westeinde hebben de wens geuit om extra openbare parkeerplaatsen in te passen in het ontwikkelgebied om zo de huidige parkeerdruk langs het oude lint te verlagen en de overzichtelijkheid (veiligheid) vergroten. De gemeente legt deze wens bij de initiatiefnemers om in het opstellen van een stedenbouwkundige visie hier onderzoek naar te doen.

35

Laadinfrastructuur

waardoor de verkeersdruk wordt verminderd. Door de nabijheid van

In het kader van duurzame mobiliteit (MRA-E) is een randvoor-

deze voorzieningen te waarborgen, worden mensen gestimuleerd om

waarde dat een plan wordt opgesteld voor het preventief

te kiezen voor milieuvriendelijkere mobiliteit.

aanbrengen van laadvoorziening in het plan bij parkeerplaatsen voor het laden van elektrische voertuigen.

Om de stimulatie van fietsen en lopen te bevorderen worden er worden veilige en bereikbare fiets en voetpaden. Veilige en

Mobiliteit

bereikbare fiets- en voetpaden vormen de ruggengraat van een

Een duurzaam plangebied moet in staat zijn om zich aan te passen

goed ontworpen plangebied. Deze infrastructuur zorgt ervoor dat

aan veranderende mobiliteitstrends. Het streven naar duurzaamheid

fietsers en voetgangers veilig en comfortabel kunnen bewegen, los

impliceert een verschuiving van traditioneel autogebruik naar

van gemotoriseerd verkeer, waarbij gekeken wordt naar bereikbare

milieuvriendelijkere vervoerswijzen. Er wordt uiteraard nog steeds

aansluitingen op de bestaande infrastructuur van Stede Broec en

realistisch gekeken naar het autobezit, maar bij de verdere planuit-

Enkhuizen. Het biedt een betrouwbare en aantrekkelijke manier van

werking wordt er ook gekeken naar mogelijkheden om duurzame

transport, waardoor mensen gestimuleerd worden om duurzame

mobiliteit; fietsen, wandelen, OV, te stimuleren.

vervoersmiddelen te gebruiken.

Naast een goed ontworpen fietsinfrastructuur en het bereikbaar maken van het OV (station Florapark en bushaltes in omgeving

ENERGIE EN WARMTE

Westeinde kan het situeren van bepaalde (maatschappelijke)

Er wordt steeds meer elektriciteit gebruikt en geproduceerd. Voor

voorzieningen in het plangebied er ook voor zorgen dat autoritten

verlichting, verwarming/koeling van onze woningen, elektrisch koken

gereduceerd worden. Deze voorzieningen hebben een positieve

en het opladen van auto’s. Door schaarste in capaciteit op het elektri-

invloed op de keuze van vervoerswijzen en kunnen bijdragen aan het

citeitsnet is stroom niet altijd meer vanzelfsprekend en heeft dit

verminderen van het autogebruik.

invloed op het tempo waarin en de wijze waarop nieuwbouwplannen vorm krijgen. Om de betrouwbaarheid van het elektriciteitsnet te

36

Wanneer een school, supermarkt of een maatschappelijke

kunnen blijven waarborgen en storingen te voorkomen wordt het

voorziening op loopafstand van woongebieden liggen en er goede

elektriciteitsnet in heel Westfriesland enorm uitgebreid om deze

routes worden vormgegeven, worden mensen gestimuleerd om

toekomstbestendig te maken. Deze uitbreidingen hebben ook invloed

te lopen of te fietsen in plaats van de auto te gebruiken. Korte

op de benodigde openbare ruimte voor de elektriciteitsvoorziening

afstanden kunnen gemakkelijk te voet of per fiets worden afgelegd,

in deze ontwikkeling. Naast dikke kabels zullen ook bovengronds

meerdere middenspanningsruimtes essentieel zijn voor de energie-

-

voorziening van de toekomstige woningen.

Liander MS: 7 x compactstation (gebouw incl verharding 5,22 x 7,02m.)

-

Liander LS: voorsoorteren op laadpunten

De voeding van nuts- en telecom van het plan wordt verzorgd vanuit de bestaande infrastructuur die aanwezig is in de aangrenzende

Als uitgangspunt wordt gehanteerd om de bovengrondse objecten in de

wegen. De aansluitlocatie hiervan verschilt per discipline.

geplande grotere groenzones op te nemen (dus niet in de woonstraten).

De meeste kabels en leidingen in de woonbuurten kunnen gelegd worden in het standaard nutstracé met een tracébreedte van 2.50 meter (randvoorwaarde). De tracébreedte is ondergronds obstakel vrij. Bij hogedruk gasleidingen en midden- en hoogspanningsverbindingen dient rekening te worden gehouden met veiligheidszones en worden eisen gesteld aan de inrichting aan deze zone en de directe omgeving ervan. Naast nieuwe hoofdinfrastructuur wordt tracéruimte gereserveerd (uitgangspunt). Vanuit de diensten en bedrijven is meegegeven dat er ruimtelijk -

Ziggo: 2 wijkcentra (2,00 x 0.60 x 1.30 m.), overige voorzieningen

leid

Reggefiber/KPN: één grote kast in noordoostelijk del van ontwik-

PWN

-

els en

de kab

n Bestaa

PWN

worden ondergronds vormgegeven kelgebied -

PWN: geen bovengrondse voorzieningen, brandkranen en afsluiters worden als straatpot uitgevoerd

-

Liander gas: geen gas in ontwikkelgebied

-

Liander HS: geen bovengrondse voorzieningen

te

t - Wes

fdstraa

Hoo ingen in

N

go, PW

en: Zig

akking

et aft inde m

Liander HS

rekening moet worden gehouden met de volgende objecten:

uctuur

oofdstr

h Nieuwe

met aft

S

er MS L

, Liand

go, KPN

n: Zig akkinge

37

Riolering Momenteel wordt voor Stede Broec een persleiding (onder Westeinde) met aansluiting op gemaal Dolfijn gerealiseerd. Het Enkhuizer deel kan worden aangesloten op de leiding richting gemaal Enkhuizen Groot. Deze leiding heeft voldoende capaciteit voor de gebiedsontwikkeling. Regenwater wordt zo veel mogelijk opgevangen in een groene omgevingen en geleidelijk naar het open water afgevoerd. Open water wordt bemaald. Naast opvang in de openbare ruimte moet er bij nieuwbouw worden gekeken naar (tijdelijke) opvang en vertraagde afvoer zoals beschreven in de Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw (MRA).

Dubbelfunctie Bij de verdere uitwerking van de nutstracés en plaatsing van bovengrondse kasten/gebouwtjes wordt aangemoedigd (wens) dat de objecten een dubbelfunctie kunnen krijgen. Hierbij kan gedacht worden aan een natuurinclusieve vormgeving (zie voorbeeld KPN-studie), sportobject (onderdeel free running parcours) of kunst.

38

Afbeelding studie KPN naar natuurinclusieve vormgeving

MATERIAALGEBRUIK

Civiele kunstwerken zoals bruggen en duikers krijgen een minimale

Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat er zo min mogelijk gebied

levensduur van 60 jaar.

wordt verhard. Waar verharding noodzakelijk is, wordt onderzocht of er zo veel mogelijk met waterdoorlatende verharding kan worden

De mate van ophogen en waterhuishouding moet blijken uit

gewerkt. Voor een goede opvang en geleidelijke regenwaterafvoer

grondonderzoek. Hieruit komen wellicht ook saneringsopgaven naar

is het wel noodzakelijk dat er onder de verharding waterdoorlatend

boven.

materiaal ligt. Voor het inrichten van de openbare ruimte worden duurzame nieuwe materialen gebruikt of de inzet van hergebruik circulaire materialen onderzocht. Naast beperken van materiaal wordt er beheerbewust ontworpen (is duurzaam). Het gebruik van niet-standaardmateriaal kan tot hogere onderhoudskosten leiden. Minimaal verharden, hergebruik en hergebruikmogelijkheden (circulaire ontwikkeling) is een uitgangspunt.

TECHNIEK Het algemene uitgangspunt bij de technische uitwerking van het gebied is te kiezen voor natuurlijke oplossingen en oplossingen die een bijdrage leveren aan een duurzame ontwikkeling en klimaatadaptatie boven de standaarden (zoals opgenomen in de LIOR). Hierbij kan gedacht worden aan het inrichten van flauwe oevers in plaats van oeverbeschoeiing en waterdoorlatende bestratingsmaterialen om daarmee de riolering te ontlasten. Bij eventuele strijdigheden wordt er door de gemeente besloten. 39

DEEL 2. ONTWIKKELGEBIEDEN Intro In het plangebied zijn grofweg twee gebieden te onderscheiden: het lint en de ontwikkelgebieden tussen de Hoofdstraat-Westeinde en het spoor. Het lint is van oudsher een gebied met vrijstaande bebouwing die momenteel overwegend als woning wordt gebruikt, maar er zijn ook werkpanden. Ten zuiden van dit lint liggen anno 2022 agrarische gebieden en de kavel van Incotec. Deze gebieden (exclusief het gebied van Incotec) worden ontwikkeld voor woningbouw (en mogelijk aanvullende functies). Hieronder worden de condities omschreven waaraan de ontwikkelingen moeten voldoen.

Programma Er wordt met name woningbouw ontwikkeld. Hiernaast is ook ruimte voor een aanvullend programma. Met name het woonprogramma heeft rekening te houden met enkele hindercontouren.

Ontwikkelgebied

40

Ontwikkeling binnen voert Ontwikkeling binnen voert Incotec

Ontwikkelgebied

Ontwikkelgebied

41

EXTERNE VEILIGHEID

Buisleidingen

Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risico’s

Aan de zuidelijke kant van het gebied bevindt zich een hogedruk

bij industriële activiteiten en het realiseren van een veilige woon-

aardgastransportleiding. Het betreft de leiding W-573-05. Het

en leefomgeving. Het betreft risico’s die verbonden zijn met onder

invloed gebied van deze leiding reikt tot 70 meter. De zgn. 100%

meer de productie, de opslag, het gebruik en het transport van

letaliteitscontour reikt tot 50 meter.

gevaarlijke stoffen, voor zover deze stoffen als gevolg van een voorval vrij kunnen komen. De nadruk van het veiligheidsbeleid ligt op een

Transportroutes

kwalitatieve benadering en heeft tot doel om het risico van (grote)

Aan de oostzijde van het plangebied bevindt zich de N505 waar-

ongevallen met gevaarlijke stoffen bij bedrijven zo klein mogelijk

over transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het invloed

te maken. Enerzijds door de kans dat dergelijke ongevallen plaats-

gebied van deze weg reikt tot 355 meter (en de 200 metergrens

vinden te verkleinen (preventie), anderzijds door de gevolgen van een

van deze weg). Het railverkeer veroorzaakt trillingen. Deze effec-

eventueel ongeval te verkleinen (repressie).

ten moeten worden onderzocht.

Bij het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing, bestem-

Hoogspanningslijnen

mingsplan of omgevingsvergunning, moet aan de streef-

Dwars door het plangebied bevindt zich een tracé met hoogspan-

richtwaarden voor het plaatsgebonden risico worden getoetst en

ningslijnen. Het betreft het tracé ’50kV Wervershoof – Enkhuizen’.

dient tevens het groepsrisico te worden beschouwd (OD.37363 4,

De magneetveldzone reikt tot 50 meter (25 meter aan weerszijde

Pagina 5 van 6).

van kabels). Binnen deze contour dienen nieuwe situaties te worden vermeden waarbij kinderen langdurig verblijven (waarbinnen

Ook moet de Veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld advies uit te brengen over bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid bij een calamiteit in relatie tot het groepsrisico. Bij voorkeur gebeurt dit tijdens het vooroverleg. Dit advies is aanvullend op een (brandweer) advies van algemene brandweerzorg

42

het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0.4 microtesla).

Incotec 30 meter

)

ter

me

Incotec 30 meter

400

p(

too

bio

len

Mo

Transportroutes

Liander HS en gas

Invloedsgebied gevaarlijke stoffen route 200m

en

jn

ne

zo

ld ve et li gs in

nn

Invloedsgebied gevaarlijke stoffen route 355m ne ag

m a sp og Ho

70m sgebied Invloed 50m r u to n itsco Letalite ing Buisleid

Hinderonvloeden

43

44

Molen Ceres

Geluid

Spuitzonering

-

Wegverkeerlawaai (akoestisch onderzoek N505)

Er moet worden aangetoond dat er sprake is van een acceptabel

-

Railverkeerlawaai (akoestisch onderzoek rails)

leefklimaat ter plaatse van de nieuw te ontwikkelen woningen en

-

Aangescherpte geluidseisen bij warmtepompen en airco’s

dat omliggende agrarische bedrijven niet worden gehinderd in hun bedrijfsactiviteiten en uitbreidingsmogelijkheden.

Geur In verband met een goed woon- en leefklimaat moet rekening

Molenbiotoop

worden gehouden met hindercontouren van de Palingrokerij en

Aan de westzijde van het ontwikkelgebied staat molen Ceres. Het

vishandel C. Overweel & Zn op Westeinde 37.

plangebied ligt in het noordoostelijk deel van de molenbiotoop.

Zelfredzaamheid

Bij de uitwerking van de plannen vindt er verder onderzoek plaats

Het ontwikkelgebied voor woningbouw ligt op meerdere plekken

om te bepalen of de bouwvoorstellen geen negatieve invloed heb-

in de invloed van externe veiligheid. In de planuitwerking moet

ben op de windvang van de molen.

worden aangegeven op welke manieren bewoners en bezoekers bij een calamiteit zelfredzaam een veilige locatie kunnen vinden.

M.e.r-beoordeling Het type ontwikkeling betreft geen categorie waarvoor de OD NHN gemandateerd is om een m.e.r.-beoordelingsbesluit op te nemen. Er kan wel inhoudelijk geadviseerd worden op de aanmeldingsnotitie indien gewenst.

45

WOONPROGRAMMA

voorzien van waterlopen en ruime groenstructuren. De gemiddelde

Voor de woningbouwprogrammering wordt het Westfriese

bouwhoogte is 9 meter. Nabij het station Bovenkarspel-Flora is de

Afwegingskader 2021 gebruikt. Het afwegingskader bestaat uit twee

woondichtheid hoger, maar moet ruimtelijk goed worden aangesloten

onderdelen: De Westfriese basis en het Westfries vooruitdenken. De

op de bestaande woningbouw in de omgeving. De bouwhoogte van de

basis bevat onze wettelijke verplichtingen en het vooruitdenken bevat

nieuwbouw zal aansluiten op die van de bestaande, maar iets verder

onze ambities. Zodra nieuwe woningbouwinitiatieven in ontwikkeling

de ontwikkelgebieden in kan tot 15 meter hoog worden gebouwd.

komen, toetsen de gemeenten deze aan dit afwegingskader. Het afwegingskader gaat uit van lokale en regionale belangen (onder

Langs de N505, bij de nieuwe gebiedsentree, wordt een bijzondere

andere kwantiteit, kwaliteit en fasering).

ontwikkeling verwacht (uitgangspunt). Op deze plek zal een gebouw een belangrijke stempel op de gebiedsidentiteit drukken.

Sfeer Met de gebiedsontwikkeling wordt een significantie woningbouw

Parallel aan het opstellen van een stedenbouwkundige visie (dat is

mogelijk gemaakt. Hiermee wordt ingespeeld op de urgente

de volgende fase) wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld als een

woonvraag. Er is een grote diversiteit aan woningzoekenden. Met de

verdieping van de twee sfeergebieden. Hierin zullen handvatten voor

woningbouw dient hierop ingespeeld te worden.

de architectonische expressie worden opgesteld. In de Ontwikkelkaart (pagina 62) staan enkele accenten aangegeven. Voor deze plekken

Een bijzonder onderdeel van het ontwikkelgebied zijn de gebieden

zullen specifieke beeldkwaliteitseisen worden opgesteld.

die onderdeel uitmaken van de lintzone (binnen de voert). Op enkele plekken in het lint kan ontwikkeld worden. Deze ontwik-

Woningaantal

keling zal aansluiten bij het karakter langs het historische lint.

Ruimtelijke en financiële verkenningen laat zien dat er met circa 950

Enkele steekwoorden hierbij zijn: voorkant aan de straat, vrijstaande

woningen een kwalitatieve en haalbare ontwikkeling mogelijk is. De

bebouwing, variërende rooilijn, variërend kleurgebruik, overwegend

segmentering wordt hierna beschreven.

lage goothoogte (circa 3 meter), overwegend één bouwlaag met kap, variërende dakvorm en nokrichting, parkeren op de kavel.

Binnen de gemeentegrens van Enkhuizen worden de mogelijkheid onderzocht om maximaal 140 flex woningen te ontwikkelen.

Tussen het lint en het spoor wordt een dorps woongebied 46

ontwikkeld. In dit gebied zal, zoals dat aan een dorp eigen is, zeer

Om de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwbouwontwikkeling te borgen

gevarieerd worden gebouwd. De woongebieden worden rijkelijk

stellen we voor de landschappelijke hoofdstructuur en ontwikkelvelden

in dit Ambitiedocument-Programma van Uitgangspunten vast te

De bedragen zijn gebaseerd op de NHG prijspeil 2023: 405.000 euro

leggen.

en de sociale huurprijsgrens peiljaar 2023.

Financieringscategorie

De exploitatie van de sociale huur- en middeldure huurwoningen

De verdeling van het woonprogramma van Stede Broec en Enkhuizen

wordt bij voorkeur door De Woonschakel (Stede Broec) en Welwonen

wijken iets van elkaar af.

(Enkhuizen) verzorgd. In de afspraken ten aanzien van de sociale- en middeldure huurwoningen worden de volgende punten vastgelegd:

Voor Stede Broec wordt de volgende verdeling aangehouden (uitgangspunt): -

22% Sociale huur (prijspeil 2023: € 808,06 per maand)

-

10% Goedkope koop tot 0,7*NHG-grens (prijspeil 2023: € 283.500)

-

28% Betaalbare (sociale) koop vanaf 0,7*NHG-grens tot € 344.250

Sociale huurwoningen -

Aanvangshuurspijs van maximaal € 808,06 per maand (prijspeil 2023)

-

en middeldure huur (vanaf € 808,06 per maand (prijspeil

Minimale instandhoudingstermijn van 25 jaar in de sociale voorraad (max. € 808,06 per maand, prijspeil 2023);

2023) tot - € 1.000 per maand -

40% Middeldure koop vanaf € 344.250 tot 1,2*NHG-grens (prijspeil 2023: € 344.250 – € 486.000) en dure koop vanaf

Middeldure huurwoningen:

1,2*NHG-grens: (prijspeil 2023: € 486.000)

-

Aanvangshuurprijs tussen € 808,06 per maand (prijspeil 2023) tot € 1.000,- per maand (187 punten)

Voor de verdeling naar financieringscategorieën in Enkhuizen wordt

-

de volgende verdeling aangehouden (uitgangspunt): -

30% Sociale huur (prijspeil 2023: € 808,06 per maand)

-

30% Betaalbare (sociale) koop vanaf 0,7*NHG-grens tot

-

Minimale instandhoudingstermijn van 15 jaar in de gegeven prijsrange van middeldure huurwoningen vanaf € 808,06 per maand (prijspeil 2023) tot € 1.000,- per maand (187 punten)

-

Maximale jaarlijkse huurprijsstijging van de Consumenten Prijs

€ 355.000) en middeldure huur (vanaf € 808,06 per maand

Index (CPI) + 1% gedurende de minimale instandhoudingstermijn

(prijspeil 2023) tot - € 1.000 per maand)

van 15 jaar in het middeldure segment;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13225935/1