CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

Commissie Grondgebiedzaken 7 juni 2021, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Algemene Verordening ondergrondse infrastructuur6.054 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

DE RAAD VAN DE GEMEENTE STEDE BROEC;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 mei 2021;

overwegende dat het wenselijk is om een verordening vast te stellen met het oog op minimalisatie van overlast en maatschappelijke kosten, alsmede een efficiënt gebruik van de openbare ruimte met betrekking tot werkzaamheden aan kabels en/of leidingen;

gelet op artikel 1 van de Belemmeringenwet privaatrecht, artikelen 5.2 en 5.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de volgende verordening: Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021 en de daarbij behorende toelichting, inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen.

HOOFDSTUK 1: INLEIDENDE BEPALINGEN ARTIKEL 1

BEGRIPSBEPALINGEN

In deze verordening wordt verstaan onder: a.

belanghebbenden

de omwonenden en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en/of leidingen;

b.

bovengrondse voorzieningen

transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations die onderdeel uitmaken van een netwerk, als bedoeld in onderdeel i. van dit artikel, die bovengronds worden geplaatst;

c.

breekverbod

tijdelijk verbod voor het uitvoeren van werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel n. van dit artikel;

d.

gedoogplichtige

degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, een publiekrechtelijke vergunning of een privaatrechtelijke overeenkomst;

e.

instemmingsbesluit

besluit van burgemeester en wethouders op een aanvraag tot instemming van de voorgenomen werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel n. van dit artikel, alsmede de privaatrechtelijke toestemming dat kabels en/of leidingen, zoals genoemd in onderdeel f. van dit artikel, mogen blijven liggen volgens het ingestemde tracé;

Versie 2, april 2021

1 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

f.

kabels en/of leidingen

een of meer kabels en/of leidingen die onderdeel zijn van een netwerk, daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations, distributieen/of mutatiepunten, en tevens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken;

g.

marktconforme kosten

kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt;

h.

netbeheerder

degene die als natuurlijk persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon acteert als beheerder van een al dan niet openbaar netwerk;

i.

netwerk

samenstel van kabels of leidingen bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie;

j.

openbaar netwerk

een openbaar elektronisch communicatienetwerk, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, alsmede een netwerk van een netbeheerder die krachtens een wet is aangewezen om een netwerk aan te leggen en te onderhouden;

k.

openbare gronden

openbare gronden, als genoemd in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;

l.

registratiesysteem

digitaal systeem dat burgemeester en wethouders hanteren om meldingen en instemmingen van werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel n. van dit artikel, en alles wat daarmee samenhangt te verwerken;

m.

spoedeisende werkzaamheden

werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel n. van dit artikel, voor reparatie of onderhoud waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing van de dienstverlening in het betreffende netwerk is opgetreden;

n.

werkzaamheden

handmatige en/of mechanische (graaf)werkzaamheden, waaronder ook begrepen het opbreken en herstellen van de sleufbedekking en sleufloze technieken, in of op openbare grond in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen;

o.

werkzaamheden van niet ingrijpende aard

werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel n. van dit artikel, met een gezamenlijke tracélengte tot 25 meter en waarbij geen wegen, watergangen of groenvoorzieningen volledig worden gekruist en/of bovengrondse voorzieningen worden geplaatst; het aanbrengen of verwijderen van kabels en/of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen; het maken van maximaal twee opbrekingen met elk een afmeting van maximaal 2 m².

p.

College

Versie 2, april 2021

college van burgemeester en wethouders 2 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

ARTIKEL 2

TOEPASSELIJKHEID

1. Deze verordening is van toepassing op werkzaamheden die door of namens een netbeheerder plaatsvinden binnen de gemeente Stede Broec. 2. Het bepaalde in deze verordening geldt niet voor zover hierin reeds is voorzien in de Telecommunicatiewet of privaatrechtelijke overeenkomsten. ARTIKEL 3

NADERE REGELS

1. Burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen. 2. Deze nadere regels hebben betrekking op: a. b. c. d. e. f. g. h.

openbare orde en veiligheid; het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering van werkzaamheden; het bevorderen van het medegebruik van voorzieningen; ondergrondse ordening, planning en coördinatie van werkzaamheden; nadeelcompensatie in geval van het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en leidingen; de te verstrekken gegevens alsmede over de wijze waarop die moeten worden verstrekt; de verrekening van herstel-, beheer- en degeneratiekosten; het al dan niet toestaan van de aanleg van een netwerk dat niet valt onder het begrip openbaar netwerk.

Versie 2, april 2021

3 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

HOOFDSTUK 2:

AANVRAGEN EN MELDEN VAN WERKZAAMHEDEN

ARTIKEL 4

INSTEMMINGSVEREISTE

1. Het is verboden werkzaamheden te verrichten zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders genomen instemmingsbesluit. 2. Voor het verrichten van spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van niet ingrijpende aard is geen instemmingsbesluit, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk, maar kan worden volstaan met een door burgemeester en wethouders goedgekeurde melding. Het college is bevoegd om redenen van veiligheid delen van het grondgebied aan te wijzen waarvoor het voorgaande niet van toepassing is. 3. De werkzaamheden moeten binnen een jaar na de datum waarop het instemmingsbesluit onherroepelijk is geworden zijn voltooid. 4. De werkzaamheden van niet ingrijpende aard moeten binnen het in de goedgekeurde melding bepaalde tijdvak zijn voltooid. 5. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op werkzaamheden van de gemeente. 6. Behoudens in geval van spoedeisende werkzaamheden zijn bij weersomstandigheden, waarbij de uitvoering van de werkzaamheden tot overlast of gevaar voor de bewoners en/of schade voor de gemeente kan leiden, burgemeester en wethouders bevoegd een breekverbod in te stellen. De vaststelling dat er sprake is van deze weersomstandigheden is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Tijdens door de gemeente vergunde evenementen geldt altijd een breekverbod.

De termijnen zoals bedoeld in het derde en vierde lid worden automatisch verlengd met de periode van het breekverbod. Uiterlijk een dag voor beëindiging van het breekverbod, zullen burgemeester en wethouders de betrokken uitvoerende partij(en) hierover informeren. ARTIKEL 5

AANVRAGEN EN MELDEN

1. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden moet een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 4, bij burgemeester en wethouders worden aangevraagd. 2. In verband met de voorgenomen werkzaamheden kan vooroverleg plaatsvinden met burgemeester en wethouders om de aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, voor te bereiden. 3. Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op openbare gronden van een andere gedoogplichtige of grondeigenaar dan de gemeente en/of als er een aanvraag voor een vergunning al dan niet bij een ander bestuursorgaan op grond van een andere wet is ingediend, dan stelt de aanvrager burgemeester en wethouders hiervan op de hoogte. 4. Werkzaamheden van niet ingrijpende aard of de aanvang van werkzaamheden moet(en) twee werkdagen voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden gemeld worden bij burgemeester en wethouders. Versie 2, april 2021

4 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

5. Spoedeisende werkzaamheden moeten voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden gemeld worden bij burgemeester en wethouders of bij een daartoe door hen gemachtigd ambtenaar. Als een melding vooraf niet mogelijk is, moet de melding uiterlijk binnen een werkdag na de aanvang van de uitvoering gemotiveerd worden gedaan. ARTIKEL 6

GEGEVENSVERSTREKKING

1. Voor het aanvragen van een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, moet gebruik worden gemaakt van het door het college gehanteerde registratiesysteem. 2. Bij een aanvraag voor een instemmingsbesluit, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, moeten in ieder geval de volgende gegevens worden verstrekt: a. naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de netbeheerder; b. als het een aanvraag betreft voor het verrichten van werkzaamheden voor of namens een netbeheerder de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging bij de eerste aanvraag van enig kalenderjaar; c. een opgave van het aantal, de soort, de aard en het beoogde gebruik van de kabels en/of leidingen; d. vereiste vergunning(en), ontheffing(en) of toestemming(en) op grond van overige wetgeving, alsmede informatie over de afstemming met andere gedoogplichtigen, grondeigenaren en/of beheerders van openbare gronden; e. een digitale tekening (PDF- en optioneel DWG-formaat) op basis van een BGTondergrond met legenda en eenduidige en volledige maatvoering (RD-coördinaten) met daarop aangegeven: 1°. een opgave van het gewenste tracé; 2°. een opgave van de tijdelijke en permanente voorzieningen; 3°. een opgave van de te plaatsen bovengrondse voorzieningen. f. overtuigende gegevens en inzicht omtrent de uitvoerbaarheid van de voorgenomen werkzaamheden waaruit blijkt: 1°.

binnen de beschikbare ruimte aangelegd wordt; 2°. dat de bereikbaarheid van de overige kabels en/of leidingen blijft gewaarborgd; 3°. dat de vereisten voor het passeren van groenvoorzieningen gewaarborgd blijven. g. de tracélengte en de lengte en breedte van de te graven sleuf, alsmede de aard van de sleufbedekking die wordt opengebroken; h. de voorgenomen datum van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; i. een opgave van het aantal kabels en/of leidingen dat direct in gebruik wordt genomen en het aantal kabels en/of leidingen dat niet direct in gebruik wordt genomen; j. indien de gemeente de coördinaten van de zich in het tracé bevindende (monumentale) bomen aanlevert, dan moet de netbeheerder deze (inclusief de kroonprojectie) op de instemmingstekening weergeven.

Versie 2, april 2021

5 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

3. Voor een melding, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, moet gebruik worden gemaakt van het door burgemeester en wethouders gehanteerde registratiesysteem. De volgende gegevens moeten daarbij in ieder geval worden verstrekt: a. naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de netbeheerder; b. als het een melding betreft voor het verrichten van werkzaamheden voor of namens een netbeheerder de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de gemachtigde en een schriftelijke machtiging bij de eerste aanvraag van enig kalenderjaar; c. de uitvoerende partij, het adres van de graaflocatie(s), inclusief een situatieschets; d. de lengte en breedte van de sleuf of montagegat(en), alsmede de aard van de sleufbedekking die wordt opengebroken; e. de datum van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; In geval van spoedeisende werkzaamheden moeten tevens worden verstrekt: f. de aanduiding van de spoedeisende aard van de werkzaamheden; g. de omschrijving van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd. ARTIKEL 7

VOORSCHRIFTEN BIJ INSTEMMINGSBESLUIT

1. Burgemeester en wethouders kunnen in het instemmingsbesluit voorschriften opnemen in het belang van: a. de openbare orde; b. veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid; c. het voorkomen of beperken van overlast, waaronder mede verstaan wordt het afstemmen met andere werkzaamheden, een goede doorstroming van het verkeer en de bescherming van groenvoorzieningen en van het uiterlijke aanzien van de omgeving; d. de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik, beheer, en onderhoud van openbare gronden en gebouwen en het belang van evenementen; e. de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het beschermen van reeds in de grond aanwezige werken en eventuele in de grond aanwezige objecten. 2. De voorschriften, zoals genoemd in het eerste lid, kunnen slechts betrekking hebben op: a. het tijdstip, de plaats en wijze van uitvoering van werkzaamheden; b. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen die door derden of de gemeente tegen marktconforme kosten ter beschikking worden gesteld; c. afstemming met betrekking tot overige in de grond aanwezige werken. 3. De belanghebbenden ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden moeten schriftelijk worden geïnformeerd over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden. 4.

Het is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen en groenvoorzieningen terug te brengen in de oude staat, tenzij burgemeester en wethouders vooraf hebben aangegeven hier (gedeeltelijk) zelf zorg voor te willen dragen.

Versie 2, april 2021

6 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

ARTIKEL 8

(MEDE)GEBRUIK VAN VOORZIENINGEN

1. Op verzoek van burgemeester en wethouders wordt bij de werkzaamheden zoveel mogelijk (mede)gebruik gemaakt van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan wel door of in opdracht van burgemeester en wethouders aangelegde, voorzieningen voor zover dit technisch en economisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid. 2. Indien de voorziening in eigendom is van de gemeente dan is voor het medegebruik schriftelijk toestemming van de gemeente vereist. 3. In het vooroverleg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt mede bepaald of en, zo ja, langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid. ARTIKEL 9

TERMIJNEN

1. De beslissing op een aanvraag voor een instemmingsbesluit wordt genomen uiterlijk acht weken na de dag van ontvangst van de aanvraag. 2. Indien een instemmingsbesluit niet binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn kan worden genomen, delen burgemeester en wethouders dit aan de aanvrager mede en noemen daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen het instemmingsbesluit wel genomen kan worden. 3. De goedkeuring op een melding voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard wordt genomen binnen twee werkdagen. 4. De goedkeuring op een melding voor spoedeisende werkzaamheden volgt, met in acht name van het bepaalde in artikel 14, tweede lid, uiterlijk twee werkdagen nadat de melding is gedaan. 5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Versie 2, april 2021

7 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

HOOFDSTUK 3:

OVERIGE BEPALINGEN

ARTIKEL 10 HET NEMEN VAN MAATREGELEN EN NADEELCOMPENSATIE 1. De netbeheerder is verplicht op verzoek van burgemeester en wethouders over te gaan tot het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen ten dienste van zijn netwerk. 2. Eventuele nadeelcompensatie in verband met het bepaalde in het eerste lid wordt verleend op basis van een publiekrechtelijke regeling. 3. Burgemeester en wethouders en de netbeheerder zullen bij het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen elkaars schade zo veel mogelijk beperken. ARTIKEL 11

OVERLEG

1. Burgemeester en wethouders organiseren periodiek een overleg, waarvoor in elk geval de bij de gemeente bekende netbeheerders en andere betrokken partijen of belanghebbenden worden uitgenodigd. 2. In dit overleg worden de plannen van de gemeente en van de diverse netbeheerders en andere betrokken partijen of belanghebbenden besproken en afgestemd in het kader van de bepalingen van deze verordening. 3. Burgemeester en wethouders stemmen af met de betrokken netbeheerders indien gronden verkocht, verpacht of verhuurt worden waar (mogelijk) kabels en leidingen in liggen. ARTIKEL 12

NIET OPENBAAR NETWERK

1. Deze verordening houdt geen gedoogplicht in voor de gemeente met betrekking tot een netwerk dat niet valt onder het begrip openbaar netwerk. 2. Bij werkzaamheden aan een netwerk dat niet valt onder het begrip openbaar netwerk, is het bepaalde in deze verordening van overeenkomstige toepassing. ARTIKEL 13

INFORMATIEPLICHT

1. De netbeheerder stelt burgemeester en wethouders onverwijld en schriftelijk in kennis van het in of uit gebruik nemen van een kabel en/of leiding. Dit geldt ook als een kabel en/of leiding niet langer ten dienste staat van een netwerk in of op openbare gronden. Burgemeester en wethouders kunnen hiervoor een overzicht van alle (niet) in gebruik zijnde kabels en/of leidingen verlangen. 2. De netbeheerder stelt burgemeester en wethouders in kennis van het feit dat het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel of leiding verandert.

Versie 2, april 2021

8 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

HOOFDSTUK 4: ARTIKEL 14

TOEZICHT EN HANDHAVINGSBEPALINGEN TOEZICHT EN HANDHAVING

1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen. 2. Indien burgemeester en wethouders vaststellen dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kunnen burgemeester en wethouders besluiten handhavend op te treden dan wel legalisatie achteraf van de ontstane situatie verlangen met inachtneming van de bepalingen zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Indien blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden zijn gemeld maar dat hiervoor een instemmingsbesluit is vereist, is dit artikel van overeenkomstige toepassing. 3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid en hun overige wettelijke bevoegdheden zijn burgemeester en wethouders bevoegd, met kennisgeving vooraf aan de netbeheerder, het instemmingsbesluit in te trekken of de werkzaamheden stil te leggen indien: a. b. c. d. e. f.

er wordt gewerkt zonder instemmingsbesluit of zonder melding; het instemmingsbesluit is verleend ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens; het instemmingsbesluit in strijd met enig wettelijk voorschrift is verleend; er wordt gewerkt in afwijking van de voorschriften van het instemmingsbesluit; er wordt gewerkt in afwijking van de nadere regels; er wordt gewerkt in strijd met het geldende breekverbod.

Versie 2, april 2021

9 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

HOOFDSTUK 5: ARTIKEL 15

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

INTREKKING OUDE VERORDENING

1. De Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Drechterland 2014 wordt ingetrokken.

ARTIKEL 16

OVERGANGSBEPALINGEN

1. De verordening, genoemd onder artikel 15 blijft van kracht op instemmingsverzoeken en meldingen waarop reeds krachtens diezelfde verordening is beslist, maar waarvan de uitvoering op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog niet is gerealiseerd. 2. Deze verordening is van toepassing op alle kabels en leidingen, ongeacht op welke grondslag deze zijn aangelegd. 3. Op aanvragen en meldingen waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen. ARTIKEL 17

INWERKINGTREDING

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. ARTIKEL 18

HARDHEIDSCLAUSULE

Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid op grond van afweging van de te behartigen belangen en met in acht name van de redelijkheid en billijkheid in incidentele en uitzonderlijke gevallen af te wijken van de bepalingen van deze verordening en de daarbij behorende nadere regels. ARTIKEL 19

CITEERTITEL

Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Stede Broec in zijn openbare vergadering van 17 juni 2021

de griffier,

Versie 2, april 2021

de voorzitter,

10 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

Toelichting: Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen Hoofdstuk 1 Algemeen Met enige regelmaat komt het voor dat de gemeente bij de uitvoering van haar taken ter behartiging van het algemeen belang besluiten neemt, dan wel werken uitvoert of doet uitvoeren, waardoor één of meer burgers of bedrijven onevenredig zwaar worden benadeeld. Deze besluiten of feitelijke handelingen zijn rechtmatig. Toch kan er onder omstandigheden een verplichting tot vergoeden van schade ontstaan. Deze verplichting is gebaseerd op het rechtsbeginsel van "égalité devant les charges publiques" (gelijkheid van openbare lasten).

Het college is krachtens artikel 4:81 Awb bevoegd tot het vaststellen van beleidsregels met betrekking tot een haar toekomende of onder haar verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door haar gedelegeerde bevoegdheid. Met het vaststellen van deze nadeelcompensatieregeling voor kabels en leidingen wordt beoogd een regeling in het leven te roepen op grond waarvan benadeelden voldoende zekerheid wordt verschaft op welke wijze een verzoek om nadeelcompensatie kan worden ingediend en volgens welke normen het eventuele nadeel dat niet ten laste van de benadeelde behoort te blijven, zal worden vergoed. De regeling roept geen nieuwe aansprakelijkheden in het leven, die naar de huidige stand van het recht niet reeds bestaan.

De gemeente zal alle binnen haar grondgebied aanwezige netbeheerders in een zo vroeg mogelijk stadium informeren over haar plannen. Daartoe worden op reguliere basis coördinatieoverleggen kabels en leidingen gehouden, waarvoor alle netbeheerders worden uitgenodigd. Doel van deze (niet vrijblijvende) bijeenkomsten is elkaar te informeren over de (wederzijdse) plannen ten aanzien van werkzaamheden en projecten in de infrastructuur. De netbeheerders hebben dus ook een inspanningsverplichting om de gemeente te informeren. De planningen die onder andere besproken worden zijn meerjarenplannen, jaarplannen en plannen die op korte termijn worden gerealiseerd.

De regeling is gebaseerd op de binnen de gemeente te voorziene planningshorizon. De gemeente gaat er vanuit dat binnen 5 jaar na het verlenen van een instemmingsbesluit voor het leggen van een kabel en/of leiding in de openbare ruimte de gemeente geen werkzaamheden uitvoert, die verlegging van een conform een instemmingsbesluit (of in het verleden conform een vergunning) aangelegde kabel en/of leiding noodzakelijk maakt. Na deze 5 jaar wordt een periode van 6 t/m 30 jaar gehanteerd, waarbij het bedrag van nadeelcompensatie trapsgewijs wordt afgebouwd van 80% naar 0%. Voor meer informatie wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting.

Versie 2, april 2021

11 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

artikel 1 Aangezien de nadeelcompensatieregeling is gebaseerd op de AVOI zijn de daar gedefinieerde begrippen ook hier van toepassing.

artikel 2 Telecommunicatiekabels zijn uitdrukkelijk uitgezonderd van deze regeling. Deze kabels vallen onder de Telecommunicatiewet die voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels een geheel eigen regeling kent.

Het centrale begrip in de nadeelcompensatieregeling is ‘schadebedrag’. Het schadebedrag omvat uitsluitend de kosten die gemaakt moeten worden bij het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen, waaronder het verplaatsen. Uitgangspunt bij de bepaling van het schadebedrag bij het nemen van maatregelen zijn de werkelijke kosten. De werkelijke kosten omvatten alle directe kosten die de belanghebbende moet maken. Vermogenschade en inkomensschade worden niet als uitgangspunt genomen. Van het schadebedrag wordt een bepaald percentage als nadeelcompensatie uitgekeerd. De nadeelcompensatie wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in deze regeling.

artikel 3 Behoeft geen verdere toelichting.

Hoofdstuk 2 Nadeelcompensatie 2.1. Nadeelcompensatie algemeen

artikel 4 Als het college van de gemeente Stede Broec het besluit neemt om een aanwijzing te geven tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen – als gevolg van het voornemen tot uitvoering van een werk - en dit leidt voor een netbeheerder tot schade die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale maatschappelijke risico mag worden gerekend, dan kan de netbeheerder om nadeelcompensatie verzoeken. Op basis van deze regeling wordt bepaald of nadeelcompensatie toegekend wordt en hoe hoog het bedrag is dat wordt uitgekeerd.

Versie 2, april 2021

12 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

artikel 5 Voor de hoogte van eventuele nadeelcompensatie zijn de artikelen in hoofdstuk 2 van de nadeelcompensatieregeling bepalend. De omvang van de nadeelcompensatie is afhankelijk van het schadebedrag. Het schadebedrag dient door de netbeheerder inzichtelijk te worden gemaakt aan de hand van de verschillende kostenposten.

2.2. Nadeelcompensatie voor het geval de kabel en/of leiding van belanghebbende ligt in de openbare ruimte ( met instemming of vergunning )

Paragraaf 2.2 bepaalt de hoogte van de nadeelcompensatie als de te verleggen, te verwijderen of aan te passen kabel en/of leiding van de netbeheerder ligt in de openbare ruimte.

Voor de vaststelling van de periode waarover nog nadeelcompensatie plaatsvindt is voor de overheid in beginsel de voorzienbaarheid het uitgangspunt. Welke periode kan worden overzien om te bepalen of een instemmingsbesluit of vergunning wordt afgegeven? Voor infrastructuur spelen naast voorzienbaarheid nog andere uitgangspunten een rol. De netbeheerder heeft onder andere in verband met zijn leveringszekerheid extra bescherming nodig zodat deze specifieke kabels en/of leidingen voor een langere periode ongestoord in de grond mogen blijven liggen. Projecten waarvoor verlegging van infrastructuren toch noodzakelijk is, rechtvaardigen daarom het uitgangspunt dat de gemeente hiervoor over een periode van 30 jaar nadeelcompensatie verschuldigd is.

In bijlage 2 is met een grafiek en een tabel het schadevergoedingsregime opgenomen voor kabels en/of leidingen die onder de werkingssfeer van artikel 6, artikel 7 en artikel 8 vallen.

artikel 6: nadeelcompensatie binnen 5 jaar na aanleg De periode van vijf jaren is de periode waarin redelijkerwijs voor de gemeente voorzienbaar is dat werken in de openbare ruimte plaats zullen gaan vinden. De termijn begint vanaf het moment van inwerkingtreding van het instemmingsbesluit of vergunning, dit omdat het moment van instemming of vergunnen vaststaat.

artikel 7: nadeelcompensatie tussen 6 en 30 jaar na aanleg De termijn vanaf zes tot en met dertig jaar is de periode waarin de voorzienbaarheid steeds minder wordt.

Versie 2, april 2021

13 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

artikel 8: nadeelcompensatie vanaf 31 jaar na aanleg Werkzaamheden binnen het openbare gebied van de gemeente Stede Broec zijn niet te voorzien op een termijn van dertig jaar of langer. Als een instemmingsbesluit of vergunning 31 jaar of langer geleden is afgegeven zal geen nadeelcompensatie worden uitgekeerd. De kosten voor het nemen van maatregelen worden in dat geval volledig tot het maatschappelijke risico van de netbeheerder gerekend.

2.3. Nadeelcompensatie ingeval de kabel en/of leiding van de belanghebbende niet ligt in de openbare ruimte

Paragraaf 2.3 handelt over de hoogte van de nadeelcompensatie indien de kabel en/of leiding van de netbeheerder verlegd, verwijderd of aangepast moet worden en niet in de openbare ruimte ligt. Een verlegging van een kabel en/of leiding in niet-openbare grond is gezien vanuit het standpunt van deze nadeelcompensatieregeling altijd het gevolg van een verlegging van dezelfde kabel en/of leiding in openbare grond. Het is dus een oorzaak-gevolg kwestie.

artikel 9 Artikel 9 handelt over de situatie dat een kabel en/of leiding in openbaar gebied wordt verplaatst die gedeeltelijk ook op eigen terrein van de netbeheerder ligt. Het is mogelijk dat door de verplaatsing van een openbare kabel en/of leiding de niet-openbare kabel en/of leiding ook verplaatst dient te worden om aansluiting op de openbare kabel en/of leiding te behouden. Dan dient de verplaatsing van de kabel en/of leiding gesplitst te worden in een gedeelte in openbare grond en een gedeelte in niet-openbare grond.

Voor de bepaling van de hoogte van de nadeelcompensatie is in dit artikel aangesloten bij hetgeen bepaald is in de Onteigeningswet. Dit betekent dat 100% van het schadebedrag vergoed zal worden. We onderscheiden de situaties dat sprake is van ligging van een kabel en/of leiding in grond die in eigendom is van netbeheerder zelf, de kabel en/of leiding met een zakelijk recht ligt en of een recht krachtens de Belemmeringenwet Privaatrecht (BP) rust op de kabel en/of leiding enerzijds en overige rechtsposities anderzijds. Het onderscheid wordt gemaakt in aansluiting op gelijke bepalingen in de Overeenkomst op rijksniveau (NKL ’99). Ingevolge de regels van het onteigeningsrecht kan aanspraak worden gemaakt op volledige schadeloosstelling in geval een kabel en/of leiding ligt in grond die in eigendom is van de netbeheerder, ingeval er een zakelijk recht rust op deze kabel en/of leiding of een BP-gedoogplicht bestaat.

Versie 2, april 2021

14 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

artikel 10 Indien de te verleggen, te verwijderen of aan te passen kabel en/of leiding niet in de openbare ruimte ligt en niet in grond van de netbeheerder, noch met een zakelijk recht of een gedoogplicht op basis van de Belemmeringenwet Privaatrecht, dan bestaat de nadeelcompensatie uit de kosten van ontwerp en begeleiding en de uitvoeringskosten. De materiaalkosten en de kosten van uit- en in bedrijfstellen worden niet vergoed.

2.4. Algemene bepalingen bij vaststelling van nadeelcompensatie

Deze paragraaf bevat een aantal artikelen die betrekking hebben op de vaststelling van het bedrag van de nadeelcompensatie.

artikel 11 Partijen dienen, in het kader van de verwijdering, verlegging of aanpassing van een kabel en/of leiding schadebeperkend op te treden. Zij moeten rekening houden met de wederzijdse belangen bijvoorbeeld bij de technische oplossing of de keuze van het tracé. De te nemen maatregelen moeten gerealiseerd worden op basis van een technisch adequaat alternatief dat tegen de maatschappelijk laagste kosten gerealiseerd kan worden.

artikel 12 Dit artikel betreft de zogenaamde hardheidsclausule. Indien de netbeheerder of de gemeente kan aantonen dat door bijzondere omstandigheden toepassing van de paragrafen 2.2 of 2.3 van deze regeling tot een evident onredelijke nadeelcompensatie zou leiden, kan het college besluiten op basis van dit artikel de nadeelcompensatie aan te passen.

artikel 13 Indien vanwege het werk sprake is van meerdere (tijdelijke) maatregelen, is op de eerste maatregelen deze nadeelcompensatieregeling van toepassing en komen de kosten van de overige maatregelen ten laste van de gemeente. Bedoeld worden meerdere tijdelijke maatregelen op dezelfde locatie in een voorzienbare periode (5 jaar) van dezelfde kabel en/of leiding.

Met betrekking tot het tweede lid geldt dat een noodnet niet kan worden gezien als een (tijdelijke) voorziening. Dit wordt gezien als een uitvoeringswijze.

Versie 2, april 2021

15 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

artikel 14 Als een instemmingsbesluit of vergunning wordt of is verleend aan een netbeheerder voor het leggen van een kabel en/of leiding op een locatie waarvan de gemeente vermoedt dat de kabel en/of leiding binnen 5 jaren verlegd zal moeten worden als gevolg van de uitvoering van haar werken en in het instemmingsbesluit of de vergunning daartoe een bepaling is opgenomen, dan zal geen nadeelcompensatie plaatsvinden.

artikel 15 Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.

Hoofdstuk 3 Bepalingen van procedurele aard 3.1. Vooroverleg

artikel 16 Het college voert vooroverleg met de netbeheerder nadat de netbeheerder geïnformeerd is over de plannen en de consequenties voor de betrokken kabels en/of leidingen. Het college streeft ernaar in het overleg tot overeenstemming te komen over de te nemen maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen. Tijdens het vooroverleg worden onder andere aspecten met betrekking tot de technische oplossing en planning aan de orde gesteld.

artikel 17 Het college neemt het besluit tot het geven van een aanwijzing voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen. In het vooroverleg is overeenstemming bereikt of niet. Het aanwijzingsbesluit richt zich op de noodzaak tot het nemen van maatregelen en het tijdstip waarop dit gerealiseerd moet zijn. Het besluit handelt uitdrukkelijk niet over ontstane schade en nadeelcompensatie. Die aspecten komen aan de orde in het besluit dat genoemd wordt in artikel 21 en dat genomen kan worden nadat een verzoek om nadeelcompensatie is ingediend door de netbeheerder. De aanwijzing is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waardoor er mogelijkheden zijn voor bezwaar en beroep.

Versie 2, april 2021

16 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

3.2. Verzoek om vaststelling nadeelcompensatie

artikel 18 De netbeheerder zal zelf de periode moeten aantonen van de ligging van de betreffende kabel en/of leiding op die locatie. In beginsel zal dit plaatsvinden met een instemmingsbesluit of vergunning. Indien niet kan worden aangetoond op welke datum instemming of vergunning is verleend c.q. op welke datum het leggen is aangevangen, wordt er van uit gegaan dat de betreffende kabel en/of leiding langer dan 30 jaar in de grond aanwezig is.

artikel 19 De datum waarop een belanghebbende een aanwijzing heeft gekregen tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en/of leidingen is bepalend voor het ingaan van de termijn waarbinnen belanghebbende een verzoek om nadeelcompensatie kan indienen.

artikel 20 Om tot een beslissing te kunnen komen op het verzoek van de belanghebbende, zijn meer gegevens noodzakelijk dan in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht als minimum opgesomd is. De aanduiding van de aard en de omvang van de schade en de specificatie van het schadebedrag dienen daarom bepaald te worden op basis van te onderscheiden kostenposten gebruik makend van bijlage 1.

3.3. Besluit vaststelling nadeelcompensatie

artikel 21 Het college neemt binnen acht weken na indiening van het verzoek een besluit inhoudende één van de in dit artikel opgesomde mogelijkheden. Het verzoek om nadeelcompensatie wordt niet in behandeling genomen als deze meer dan 5 jaren nadat door het college een aanwijzing is gegeven aan de netbeheerder voor het nemen van maatregelen wordt ingediend. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de te nemen maatregelen aan de kabel en/of leiding van belanghebbende niet door de gemeente wordt veroorzaakt. Het verzoek kan ook geheel of gedeeltelijk toegekend worden of geheel afgewezen worden. Indien de aanvraag onvoldoende gegevens bevat voor een beoordeling van het verzoek om nadeelcompensatie of voor de vaststelling van het schadebedrag zal belanghebbende 4 weken de gelegenheid krijgen om aanvullende informatie te verstrekken. De termijn van 8 weken na indiening van het verzoek om nadeelcompensatie waarbinnen het college een besluit neemt wordt opgeschort met ingang van de dag waarop aanvullende informatie wordt gevraagd. Het besluit tot Versie 2, april 2021

17 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

vaststelling van de nadeelcompensatie is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waarvoor mogelijkheden van bezwaar en beroep bestaan. Het college kan de termijn eenmalig met een redelijke termijn verlengen, met een maximum van acht weken. Dit zal schriftelijk aan de belanghebbende worden medegedeeld.

3.4. Betaling nadeelcompensatie

artikel 22 Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.

Hoofdstuk 4 Kostentechnische bepalingen 4.1. Algemeen

artikel 23 Bij de bepaling van de nadeelcompensatie is sprake van een berekening op basis van de werkelijke kosten. Dit zijn de kosten die direct toegerekend kunnen worden aan het nemen van de maatregelen. Hierbij is van belang dat de nemen maatregelen gerealiseerd moeten worden op basis van een technisch adequaat alternatief tegen de maatschappelijk laagste kosten ten opzichte van de meest voor de hand liggende variant.

4.2. Kosten van ontwerp en begeleiding

artikel 24 Voor de kosten van ontwerp en begeleiding hanteert het college redelijkerwijs een vast percentage van de totale kosten van uit en in bedrijf stellen, uitvoering en materiaal.

4.3. Kosten van uit- en in bedrijfstellen

artikel 25 Tijdelijke voorzieningen van operationele aard zijn voorzieningen die benodigd zijn om de levering tijdens de uitvoering van een maatregel te waarborgen. Voorbeelden zijn extra kosten van personele aard ten behoeve van bedrijfsvoering en hulpmiddelen zoals watertanks, gasflessen en noodaggregaten.

Versie 2, april 2021

18 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

4.4. Uitvoeringskosten

artikel 26 Kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden zijn bijvoorbeeld werkputten en ondersteuningen. Alle tijdelijke voorzieningen van fysieke aard die nodig zijn tijdens de bouw vallen onder de uitvoeringskosten. Onder tijdelijke voorzieningen van fysieke aard worden alle tijdelijke fysieke leidingverbindingen verstaan die de netbeheerder moet aanleggen en later buiten bedrijf moet stellen. Deze kosten houden nauw verband met de noodzakelijke continuïteit van het bedrijfsproces van de betrokken netbeheerder. Het betreffen voorzieningen die worden opgeheven zodra de definitieve maatregelen zijn gerealiseerd. De kosten die de aannemer moet maken om de leiding uit de grond te halen vallen onder uitvoeringskosten. Ook het opslaan in hanteerbare stukken en het transport op de bouwlocatie zijn uitvoeringskosten. De kosten samenhangend met de uitvoering van het verwijderen van verlaten leidingen vallen eveneens onder uitvoeringskosten. De kosten voor de afvoer van vrijgekomen materialen naar een tijdelijk werkterrein behoren tot de uitvoeringskosten.

4.5.

Materiaalkosten

artikel 27 Onder materiaalkosten worden in elk geval verstaan kosten van leidingcomponenten, kosten van elektrotechnische, werktuigbouwkundige en civieltechnische materialen, alsmede kosten van bouwmaterialen, alsmede kosten van bouwmaterialen bestemd voor gebouwen waarin delen van leidingsystemen worden ondergebracht. Transportkosten en stortkosten van vrijgekomen leidingen vanaf de bouwlocatie naar de stort of verwerkingslocatie behoren tot de materiaalkosten (behalve de stortkosten ingeval de leiding asbesthoudende stoffen bevat. Hierbij is in aanmerking genomen dat deze kosten bij vervanging van de leiding op eigen initiatief ook ten laste komen van netbeheerder). De materiaalkosten van constructieve en/of bijzondere voorzieningen die worden veroorzaakt door eisen van derden (en niet door gemeente) vallen onder de materiaalkosten.

4.6.

Bundeling werkzaamheden

artikel 28 In geval van bundeling van werkzaamheden van verschillende netbeheerders moeten de kosten worden verdeeld over de netbeheerders. De projectkosten worden verdeeld in direct aan de netbeheerders toe te delen kosten en gezamenlijke kosten. De direct toe te delen kosten zijn kosten van in en uit bedrijf stellen Versie 2, april 2021

19 van 20

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Stede Broec 2021

en materiaalkosten exclusief de extra materialen die nodig zijn voor de gezamenlijke kruising. De gezamenlijke kosten zijn de uitvoeringskosten, ontwerp en begeleiding en de extra materialen die nodig zijn om gezamenlijk te kruisen. De verdeelsleutel voor de gezamenlijke kosten wordt bepaald op basis van de afzonderlijke fictieve kosten van uitvoering en ontwerp en begeleiding die zouden moeten worden gemaakt als elke netbeheerder afzonderlijk zou kruisen.

Hoofdstuk 5 Overige en slotbepalingen

artikel 29 Deze bepaling bevat het overgangsrecht. Deze nadeelcompensatieregeling is uitsluitend van toepassing op werken waarvoor op het moment van in werking treden nog geen (schriftelijke) afspraken zijn. Daarnaast is deze regeling niet van toepassing op het gemeentelijke rioleringsnet.

artikel 30 Behoeft geen nadere toelichting.

artikel 31 Behoeft geen nadere toelichting.

Versie 2, april 2021

20 van 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10194194/1