CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

Afvalbeleidsplan Stede Broec 2023-2027

Gemeenteraad 19 oktober 2023, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Vaststellen Afvalbeleidsplan6.777 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afvalbeleidsplan 2023 - 2027

Gemeente Stede Broec Contact: gemeente@Stedebroec.nl Schrijver: Timo Linting Bijdragen: Marieke Brieffies (HVC) Status: Voor besluitvorming Datum: 26 september 2023

2 / 27

Inhoudsopgave 0. Samenvatting .............................................................................................................................. 5 1. Inleiding ...................................................................................................................................... 6 1.1 Introductie .......................................................................................................................... 6 1.2 Leeswijzer.......................................................................................................................... 6 2. Beleidskaders en trends.............................................................................................................. 7 2.1 Europees beleid ................................................................................................................. 7 2.2 Landelijk beleid .................................................................................................................. 7 2.2.1 Afvalbeheerplan .............................................................................................................. 7 2.2.2 Programma VANG ..........................................................................................................

8 2.3 Regionaal beleid ................................................................................................................ 8 2.4 Gemeentelijk beleid ........................................................................................................... 8 2.5 Trends en verwachte ontwikkelingen ................................................................................. 9 3. Vertrekpunt: Huidige inzameling en resultaten .......................................................................... 10 3.1 Wijze van inzameling ....................................................................................................... 10 3.2 Huidige prestatie .............................................................................................................. 11 4. Doelen en uitgangspunten ........................................................................................................ 13 4.1 Doelen ............................................................................................................................. 13 4.2 Uitgangspunten................................................................................................................ 13 5. De volgende stap in het afvalbeheer .........................................................................................

14 5.1 Voldoen aan wettelijke verplichting: plaatsen gfe cocons ................................................. 14 5.2 Optimaliseren .................................................................................................................. 14 5.2.1 Plaatsen multi-minibakken voor kleine stromen ............................................................ 14 5.2.2 Inzetten op gerichte communicatie en afvalcoaching .................................................... 15 5.2.3 Uitwerken mogelijkheden ja/ja sticker ........................................................................... 15 5.3 Resultaten ....................................................................................................................... 16 5.5 Ongewijzigd beleid........................................................................................................... 16 5.3 Conclusie ......................................................................................................................... 17 6. Verbeteren regierol ................................................................................................................... 18 6.1 Samenwerking HVC ........................................................................................................

18 6.2 Samenwerking SED ......................................................................................................... 18 6.3 Deelname Benchmark Huishoudelijk Afval....................................................................... 18 6.4 Samenwerking ABWF, NVRD en VNG ............................................................................ 18 7. Doelgroepenbeleid .................................................................................................................... 19 7.1 Ouderen .......................................................................................................................... 19 7.2 Inwoners met medisch afval............................................................................................. 19 7.3 Gezin met kinderen in de luiers........................................................................................ 19 7.4 Sociale minima ................................................................................................................ 19 8. Bron- en nascheiding ................................................................................................................ 20 8.1 Bronscheiding versus nascheiding ...................................................................................

20 8.2 Nascheiding als scenario ................................................................................................. 20 9. Overig beleid ............................................................................................................................. 22 9.1 Zwerfafval ........................................................................................................................ 22 9.2 Afvalvrije scholen ............................................................................................................. 22 9.3 Kleine PBD container....................................................................................................... 22 10. Investeringen, kosten en baten ............................................................................................... 23

3 / 27

10.1 Investeringen, kosten en baten bij ongewijzigd beleid (scenario 1) ................................ 23 10.2 Investeringen, kosten en baten nieuw beleid (scenario 2) .............................................. 23 11. Planning en evaluatie .............................................................................................................. 25 11.1 Planning......................................................................................................................... 25 11.2 Evaluatiecriteria ............................................................................................................. 25 Bijlage 1: Lijst met afkortingen ...................................................................................................... 27 Bijlage 2: Onderzoek voor- en nascheiding Bijlage 3: Inwonersonderzoek I&O

4 / 27

0. Samenvatting Op 28 november 2019 heeft de raad besloten te streven naar minimaal 75% afvalscheiding en minder dan 100 kilo restafval per persoon per jaar. Dit met een hoge kwaliteit van ingezamelde stoffen, een verbetering van de kostenprestatie en een borging van het huidige serviceniveau. Daarbij heeft zij het college opdracht gegeven drie beleidsscenario’s uit te werken: 1) ongewijzigd beleid, 2) optimaliseren en 3) optimaliseren en invoeren van een prijsprikkel (recycletarief). In het coalitieakkoord 2022 - 2026 ‘Samenwerken, Samen leven, Samen ontwikkelen’ is afgesproken niet over te gaan op een recycletarief, waarmee het invoeren van een recycletarief (scenario 3) vervalt. In voorliggend beleidsplan is het scenario optimaliseren (2) uitgewerkt en afgezet tegen het scenario ongewijzigd beleid (1). Daarnaast is het door de raad gevraagde scenario nascheiding uitgewerkt. Voorliggend Afvalbeleidsplan begint met het huidige beleidskader, trends en huidige situatie. Vervolgens wordt ingegaan op de uitgangspunten en doelen, zoals besloten in de raadsvergadering van 28 november 2019, waarna het beleid om aan de wettelijke eisen te voldoen en te optimaliseren wordt uitgewerkt. Hierbij wordt gestart met het uitwerken van de uitbreiding van groente, fruit en etensresten (gfe) voorziening, welke wettelijk verplicht is vanaf 1 januari 2024.

Vervolgens wordt ingegaan op de volgende maatregelen: • • •

Plaatsen multi-minibakken voor kleine stromen Inzetten op gerichte communicatie en afvalcoaching Uitwerken mogelijkheden ja/ja sticker

Naast deze maatregelen wordt in kaart gebracht wat de mogelijkheden en kosten zijn voor het overstappen op nascheiding van plastic, blik en drankkartonnen (PBD) uit het restafval, zoals verzocht door de raad op 28 november 2019. Daarnaast wordt het doelgroepenbeleid en overig beleid uitgewerkt, waaronder het beleid voor een kleine PBD-container en de versterking van de gemeentelijke regierol. Verwacht wordt dat met het uitbreiden van de gfe inzameling en de genoemde optimalisaties de kosten licht zullen stijgen (€ 4,79 per huishouden; prijspeil 2023), het restafval per inwoner per jaar daalt naar 146 kg per inwoner per jaar ( -2 kg ten opzichte van 2022) en de service op hetzelfde niveau blijft (rapportcijfer 7+).

5 / 27

1. Inleiding 1.1 Introductie De wereld van de afvalinzameling- en verwerking is volop in beweging. De focus is verschoven van een degelijke inzameling en verwerking, naar een duurzaam afvalbeheer. Milieudoelen zoals afvalpreventie, afvalscheiding en kwaliteit van de herbruikbare afvalstromen zijn meer op de voorgrond gekomen. Daarnaast is het met het oog op landelijke ontwikkelingen, stijgende verwerkingskosten en gewijzigde wetgeving van groot belang weloverwogen keuzes te maken om de inzameling en verwerking betaalbaar te houden. Dit betekent dat er doorlopend gekeken wordt naar een goede balans tussen milieu, kwaliteit van dienstverlening (service) en kosten. In voorliggend Afvalbeleidsplan schetst de gemeente Stede Broec haar kaders en maatregelen voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval tot en met 2027. Op 28 november 2019 heeft de raad besloten om te streven naar minder dan 100 kilo restafval per persoon per jaar met een hoge kwaliteit aan ingezamelde grondstoffen, verbetering in de kostenprestatie en borging van het huidige hoge serviceniveau. Daarbij heeft zij het college opdracht gegeven drie beleidsscenario’s uit te werken: 1) ongewijzigd beleid, 2) optimaliseren en 3) optimaliseren en invoeren van een prijsprikkel. Met het coalitieakkoord 2022 – 2026 ‘Samenwerken, Samen leven, Samen ontwikkelen’ is gekozen voor het scenario optimaliseren.

1.2 Leeswijzer Om het beleid in perspectief te plaatsen begint dit plan in hoofdstuk 2 met de relevante beleidskaders en trends, waarna in hoofdstuk 3 de huidige situatie uiteengezet wordt. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de eerder door de raad vastgestelde doelen en uitgangspunten, waarna de maatregelen in hoofdstuk 5 uiteengezet wordt. Hoofdstuk 6 gaat in op hoe de regierol van de gemeente verbeterd wordt, waarna in hoofdstuk 7 het doelgroepenbeleid wordt beschreven. In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op bron- en nascheiding. In hoofdstuk 9 wordt ingegaan op het overige beleid, waarna de benodigde investeringen en baten in hoofdstuk 10 besproken worden. Het beleidsplan sluit af met de criteria voor evaluatie in hoofdstuk 11.

6 / 27

2. Beleidskaders en trends Het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval wordt gezien als een nutsfunctie. Dit betekent dat de overheid de beschikbaarheid, continuïteit en kwaliteit van deze taken moet garanderen. Door de continuïteit en toegankelijkheid voor de inwoner te waarborgen, wordt voorkomen dat afvalstoffen op een maatschappelijk ongewenste manier in het milieu terechtkomen. 2.1 Europees beleid Het Nederlandse afvalbeleid wordt in belangrijke mate bepaald door het Europese afvalbeleid. De belangrijkste Europese richtlijn op het gebied van afval is de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (2008/98/EG). In deze richtlijn wordt het Europese raamwerk weergegeven voor het beheer van afvalstoffen en aandacht besteed aan duurzaam afvalbeheer, preventie en efficiënt hergebruik. Naast het Europese afvalbeleid is het eveneens belangrijk om het afvalbeleid binnen het kader van CO2 reductie te plaatsen, waarbij de belangrijke kaders en doelen worden gesteld in onder meer de Europese Green Deal. Daarnaast vallen de afvalverbrandingsinstallaties onder het Emission Trade System (Europees handelssysteem voor CO2). Vanaf 1 januari 2024 zijn gemeenten volgens de herziene Kaderrichtlijn afvalstoffen (2018/851/EU) verplicht om groente, fruit en etensresten (gfe) apart in te zamelen.

Voorheen kon een gemeente zich beroepen op doelmatig beheer om van de inzamelplicht af te zien, maar vanaf 2024 vereist dit meer inspanning. Deze regelgeving heeft met name gevolgen voor de hoogbouw. 2.2 Landelijk beleid Vanuit de Wet milieubeheer (Wm) hebben gemeenten de wettelijke zorgplicht voor het inzamelen van huishoudelijk afval. De gemeenten zijn verplicht het huishoudelijk afval bij of nabij elk perceel in te zamelen. Voor een doelmatig afvalbeheer kan de gemeente stromen apart inzamelen en afwijken van de eis om nabij elk perceel in te zamelen. Voor grof afval moet zij in ieder geval over een locatie beschikken waar inwoners zich van hun grof afval kunnen ontdoen. Op zowel Europees als landelijk niveau wordt discussie gevoerd over de meest effectieve wijze van inzameling, verwerking en recycling. De Rijksoverheid stuurt aan op een duurzame afvalverwerking, door onder meer een stortverbod en belasting op het verbranden van restafval. Laatstgenoemde belasting komt anno 2023 op € 35,70 per ton restafval. 2.2.1 Afvalbeheerplan Het derde Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) is het belangrijkste kader voor het afvalbeheer in Nederland. Ieder bestuursorgaan houdt rekening met het geldende afvalbeheerplan bij het uitoefenen van bevoegdheden krachtens de Wm.

Het LAP3 geeft een kader waarin onder meer wordt ingezet op een afvalhiërarchie tegen maatschappelijk verantwoorde kosten, omgang met gevaarlijke stoffen, CO2-reductie en de doelstellingen voor het Rijksbrede programma Nederland circulair in 2050. Het LAP wordt periodiek herzien en geactualiseerd om rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen, wetgeving en nieuwe inzichten op het gebied van afvalbeheer. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft aangekondigd dat het LAP3 zal worden opgevolgd door een Circulair materialenplan (CMP1).

7 / 27

2.2.2 Programma VANG In het kader van een goed grondstoffen- en afvalbeheer is door de NVRD, VNG en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het programma Van Afval naar Grondstof (VANG) opgestart. Hierin zijn afspraken gemaakt om het materieel en financieel sluiten van product- en materiaalketens voor verschillende stromen huishoudelijk afval mogelijk te maken. Onderdeel van dit programma zijn onder meer het bevorderen van hergebruik zonder hogere kosten voor de inwoner. Hierbij lag de focus op 100 kilogram restafval per inwoner per jaar, te behalen in 2020. Een groot aantal gemeenten hebben zich vrijwillig gecommitteerd aan de doelen. Inmiddels is een nieuw programma opgesteld voor de periode 2021 tot 2025. De kern van dit Uitvoeringsprogramma VANG-HHA is daarmee om afval in de keten zo goed mogelijk te scheiden, te voorkomen dat waardevolle grondstoffen worden verbrand en zo een bijdrage te leveren aan een circulaire economie. 2.2.3 Nedvang Nedvang is een samenwerking tussen het verpakkend bedrijfsleven, de gemeenten en afvalbedrijven en daarmee een belangrijke speler voor de inzameling- en verwerking van het huishoudelijk afval. De Ketenovereenkomst 2020 – 2029 regelt onder meer de vergoeding die gemeenten ontvangen voor het inzamelen van verschillende verpakkingsstromen, zoals plastic, glas en EPS (piepschuim).

De Ketenovereenkomst is een belangrijke factor in de financiering van het gemeentelijke afvalbeleid.

2.3 Regionaal beleid Tot 2019 was het afvalbeheer van de zeven Westfriese gemeenten bij de Gemeenschappelijke Regeling Centraal Afvalverwijderingsbedrijf Westfriesland (CAW) belegd. Op advies van de rekenkamercommissie (rapport Doeltreffendheid Afvalstoffenheffing, november 2018) hebben de Westfriese raden het CAW omgevormd naar Afvalbeheer Westfriesland (ABWF). Hiermee zijn de beleids- en verordende taken weer ondergebracht bij de individuele gemeenten. Het ABWF is de beheerorganisatie voor de stortplaats Westwoud en een regionaal afstemmingsplatform voor beleid, DVO- en aandeelhouderszaken. Via het ABWF zoeken de zeven Westfriese gemeenten afstemming en synergie. 2.4 Gemeentelijk beleid Op 28 november 2019 is de keuzenotitie Gemeentelijk Grondstoffenplan vastgesteld. In dit document zijn de doelen en uitgangspunten vastgesteld voor het afvalbeleid. Daarbij heeft de raad het college opdracht geven om drie beleidsscenario’s uit te werken, te weten 1) ongewijzigd beleid, 2) optimaliseren en 3) optimaliseren en invoeren prijsprikkel. Eveneens heeft zij het college opdracht gegeven om een beleidsscenario uit te werken waarbij nascheiding het uitgangspunt is. Ook heeft zij aangegeven bij uitwerking van de scenario’s de mogelijkheid op te nemen van een oranje 120 liter container voor PBD.

Na publicatie van het coalitieakkoord 2022 – 2026 ‘Samenwerken, Samen leven, Samen ontwikkelen’, waarin is aangegeven de aankomende collegeperiode niet over te gaan op een recycletarief, is besloten het scenario met de prijsprikkel niet in het Afvalbeleidsplan uit te werken.

8 / 27

Op 26 november 2018 heeft de rekenkamer haar rapport Doeltreffendheid Afvalstoffenheffing opgeleverd. De aanbevelingen uit het rapport zijn door de raad overgenomen. De belangrijkste aanbevelingen zijn: 1. 2. 3. 4.

Zorg dat raden meer invloed krijgen op de besturing [van HVC] Zorg dat beleid continu kan worden aangepast op externe ontwikkelingen Zet bij het nieuwe contract [met HVC] in op verlaging van tarieven Zorg dat de raden een totaal inzicht in de kosten hebben.

Bij het opstellen van voorliggend plan is rekening gehouden met de adviezen. 2.5 Trends en verwachte ontwikkelingen De afvalmarkt is volop in ontwikkeling. In de aankomende jaren worden de volgende ontwikkelingen verwacht: •

• • •

• •

9 / 27

Kosten en opbrengsten van de afvalverwerking zijn afhankelijk van de marktvraag en vergoedingen die beschikbaar worden gesteld vanuit de producentenverantwoordelijkheid. Met het oog op recycling en daadwerkelijk hergebruik komt de focus in het landelijke beleid, naast de reductie van de hoeveelheid restafval, meer en meer te liggen op de kwaliteit van ingezamelde afval- en grondstoffen. De afvalstoffenheffing in Nederlandse gemeenten is tussen 2018 en 2022 jaarlijks met gemiddeld zo’n 6,2% gestegen. Er is een discussie gaande over de voordelen van bronscheiding tegenover de voordelen van nascheiding. Gemeenten die de prijsprikkel (diftar/recycle-tarief) en serviceprikkel (omgekeerd inzamelen, restafval op afstand) combineren, laten de beste resultaten zien op het gebied van afvalscheiding en kostenbeheersing. Tegelijkertijd is er ook veel discussie over dit soort systemen (ontwijkgedrag, bijplaatsingen, vervuiling van grondstofstromen). Verwacht wordt dat de Afvalverbrandingsinstallaties worden belast met CO2-belasting. De verwachting is dat het duurder wordt om restafval te verwerken. Landelijk wordt meer en meer ingezet op een circulaire economie. Het blijft daarbij lastig te definiëren wat een circulaire economie inhoudt, hoe projecten op te schalen en in welke mate circulariteit daadwerkelijk bijdraagt aan de klimaatdoelen.

3. Vertrekpunt: Huidige inzameling en resultaten Om te bepalen welke maatregelen leiden tot betere resultaten, wordt in dit hoofdstuk de vertrekpositie van de gemeente uiteen gezet. De cijfers zijn gebaseerd op de inzamelcijfers 2022, zoals weergegeven in de jaarrapportage HVC 2022. Belangrijkste pijlers zijn de kosten, milieuprestaties en service. 3.1 Wijze van inzameling Stede Broec kenmerkt zich door stedelijk gebied, waar het afval in de verschillende wijken op eenzelfde wijze wordt ingezameld. In Stede Broec worden de volgende stromen aan huis apart ingezameld: • • • •

restafval plastic, blik en drinkpakken (PBD) groente, fruit en etensresten (gfe) papier

Bij verschillende appartementencomplexen kan het restafval gedeponeerd worden in ondergrondse containers, maar mist een voorziening voor gfe. In figuur 3.1 is de inzamelwijze per stroom opgenomen. Tabel 3.1: Inzamelwijze afvalstromen

10 / 27

3.2 Huidige prestatie De huidige inzameling kent goede basisvoorzieningen. De afvalscheiding is de afgelopen jaren gestegen, mede door de invoering van de oranje container aan huis voor PBD en gerichte communicatie. Daarmee is eveneens het restafval afgenomen. Door het afsluiten van een nieuwe DVO zijn de afvalbeheerkosten in 2020 lager geworden, ondanks de landelijke stijging van de inzamel- en verwerkingskosten. Inwoners beoordelen de inzameling met een 7.2. In onderstaande tabel staan de belangrijkste cijfers samengevat. Tabel 3.2 Kerngetallen inzameling 2022 Hoeveelheid restafval (fijn + grof) per inwoner per jaar (VANG) Rapportcijfer inzameling Afvalstoffenheffing eenpersoons Afvalstoffenheffing meerpersoons

148 kg 7,2 € 267,12 € 396,50

Sorteeranalyse Om de inzameling te verbeteren is het belangrijk te weten bij welke stromen het hoogste potentieel ligt. Jaarlijks voert Eureco in opdracht van HVC een sorteeranalyse uit op het restafval in de grijze container (dus geen grof afval). Op basis van deze gegevens kan beleid overwogen en gericht worden ingezet. In figuur 3.1 is een samenvatting van deze analyse gegeven. We zien dat in 2022 in Stede Broec per inwoner gemiddeld 128 kg fijn huishoudelijk restafval per jaar is weggooit. Hiervan is zo’n 34 kg groente, fruit en etensresten en 7 kg textiel. Uiteindelijk kan zo’n 31 kg van het totaal gezien worden als daadwerkelijk restafval. Figuur 3.1

11 / 27

Inwonersenquête In aanloop naar het opstellen van dit afvalbeleidsplan is door I&O een inwonersenquête uitgezet waarin inwoners zijn gevraagd over de huidige situatie inzake afvalscheiding en de mogelijkheden om een stap verder te zetten. 55 % van de respondenten geeft aan al heel goed te scheiden; 41% geeft aan dat het beter kan, 2% geeft aan niet zo goed te scheiden, maar dat ook niet te willen veranderen. Figuur 3.2: Huidige afvalscheiding

De inzamelcijfers, sorteeranalyse en inwonersenquête laten een duidelijk potentieel zien om de afvalscheiding een stap verder te brengen. In het volgende hoofdstuk worden de doelen en uitgangspunten beschreven waarbinnen de mogelijkheden worden ingekaderd, waarna in hoofdstuk 5 de verschillende optimalisaties uiteengezet worden.

12 / 27

4. Doelen en uitgangspunten Met het vaststellen van de keuzenotitie Gemeentelijk Grondstoffenplan (28 november 2019) heeft de raad de koers voor de komende jaren aangegeven: het verbeteren/optimaliseren van de gescheiden afvalinzameling en het nader uitwerken van een recycle-tarief. Naast deze koers (zie verdere uitwerking in de hoofdstukken 5 en 6) heeft de raad een aantal doelen en uitgangspunten vastgesteld voor het gemeentelijk afvalbeleid. In dit hoofdstuk worden deze doelen en uitgangspunten uiteengezet. 4.1 Doelen Om de verbeteringen concreet te maken worden onderstaande doelen gehanteerd. Deze zijn gebaseerd op vastgestelde doelen en uitgangspunten, zoals vastgesteld door de raad. 1.

Verbeteren van de milieuprestatie: • •

2.

3.

• • •

• •

Zo hoog mogelijk materiaalhergebruik, door middel van: realisatie van maximaal 140 kg restafval per persoon per jaar1 hoge kwaliteit van ingezamelde grondstoffen: minimale afkeur van PBD, textiel en gft en etensresten (streven naar 0%, in ieder geval onder de 5%) Verbeteren van de kostenprestatie: verhogen van kostenefficiëntie in de inzameling en verwerking m.b.t. de tarieven: verbetering van de positie in de landelijke benchmark rekening houdend met prijsinflatie en niet beïnvloedbare ontwikkelingen in verwerkingstarieven liggen de afvalbeheerkosten voor het merendeel van de inwoners op een lager niveau dan in 2019 Borgen van het huidige hoge serviceniveau: inzetten op een inwonertevredenheid van minimaal een “7” optimaliseren van de kwaliteit van de operationele dienstverlening: in de inzameling, op de afvalbrengstations en van de klantenservice

4.2 Uitgangspunten Bij het verwezenlijken van deze doelen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Kwaliteit staat centraal Door het inzetten op communicatie, voorlichting, controle en handhaving verbeteren we de kwaliteit van grondstofstromen en verhogen we het materiaalhergebruik. Bronscheiding blijft de standaard Scheiden aan huis blijft de standaard. Daar waar het voor scheiden aan de bron aan ruimte ontbreekt (bijvoorbeeld bij hoogbouw) is nascheiding van PBD een serieuze optie. Afweging en beheersing Bij inzet van maatregelen worden voor- en nadelen afgewogen en eventuele neveneffecten met een concreet plan van aanpak beheersbaar gemaakt. Toegankelijke afvalvoorzieningen De bereikbaarheid en toegankelijkheid van de afvalvoorzieningen blijven geborgd en waar mogelijk verbeterd.

1

Deze ambitie is aangepast naar het scenario optimaliseren. Het originele doel van 100 kg per inwoner per jaar is alleen op een kosten-efficiënte wijze mogelijk met een prijsprikkel op restafval (diftar/recycletarief).

13 / 27

5. De volgende stap in het afvalbeheer Om de volgende stap te zetten, te voldoen aan de wetgeving en te komen tot de eerder vastgestelde doelen, zonder invoering van een prijsprikkel, worden een aantal maatregelen doorgevoerd. In dit hoofdstuk worden deze maatregelen uiteengezet. 5.1 Voldoen aan wettelijke verplichting: plaatsen gfe cocons Op basis van de gewijzigde Kaderrichtlijn Afvalstoffen wordt met ingang van 2024 van gemeenten verwacht dat zij groente, fruit en etensresten (gfe) bij alle woonhuisaansluitingen gescheiden inzamelen. In onze gemeente vereist deze richtlijn een uitbreiding van de gfe-inzameling bij locaties die aangewezen zijn op ondergrondse containers. Daarnaast, zoals aangegeven in hoofdstuk 3, zien we momenteel gemiddeld 34 kg per persoon per jaar aan gfe terug in het restafval. Om aan de wettelijke verplichting te voldoen en tegelijkertijd de hoeveelheid restafval te verminderen, zullen gfe inzamelvoorzieningen worden geplaatst bij locaties waar momenteel geen mogelijkheden bestaan om gfe gescheiden aan te bieden. Deze voorzieningen omvatten gfe-inzamelcocons met 240 liter rolcontainers (zie afbeelding hiernaast) waarin inwoners hun groene afval kunnen deponeren. Een locatie-onderzoek is uitgevoerd en laat goede mogelijkheden zien voor de plaatsing van deze voorzieningen, met name bij de bestaande ondergrondse containers.

Om inwoners te helpen gfe beter te scheiden worden afvalcoaches ingezet. De coaches voorzien inwoners van informatie en beantwoorden vragen over het aanbieden van afval. Het plaatsen van de gfe-inzamelvoorzieningen vormt een belangrijk onderdeel van het voorliggend beleidsplan. Het is echter belangrijk op te merken dat, ondanks de inspanningen, dit project niet zal resulteren in kostenverlaging, maar in een beperkte kostenstijging (zie hoofdstuk 10). 5.2 Optimaliseren Door onder andere de invoer van de PBD rolcontainer (bak aan huis voor plastic, blik en drinkpakken), het laagfrequent inzamelen en communicatie kent de afvalinzameling een goed voorzieningsniveau en zijn de afvalbeheerprestaties goed. Door het plaatsen van de gfe cocons (zie onder 5.1) bewegen we eveneens tijdig mee aan onze wettelijke verplichting. Maar we kunnen nog beter door enkele maatregelen toe te passen die leiden tot een betere afvalscheiding en daarmee tot een efficiëntere verwerking. De volgende maatregelen worden uiteengezet: • • •

Plaatsen multi-minibakken voor kleine stromen zoals elektronica, batterijen en frituurvet Inzetten gerichte communicatie en afvalcoaching Uitwerken mogelijkheden ja/ja sticker

5.2.1 Plaatsen multi-minibakken voor kleine stromen Batterijen, accu's en elektronische apparaten zijn overal in ons dagelijks leven te vinden. Maar vaak komen ze na gebruik in een rommellade terecht of belanden ze in de restafvalbak. Wanneer batterijen en accu's in de afvalbak belanden, kunnen ze tijdens het vervoer of verwerking lekken of beschadigd raken, wat slecht is voor het milieu. Bovendien kunnen ze gevaarlijk zijn omdat ze brand kunnen veroorzaken tijdens de verwerking.

14 / 27

Maar er is ook een positieve kant aan dit verhaal. Deze stromen bevatten waardevolle materialen zoals zink en kobalt. Apart inzamelen kan niet alleen helpen om afval te verminderen, maar ook bijdragen aan betere verwerking en hergebruik. Een ander waardevolle stroom dat gescheiden kan worden ingezameld is frituurvet. Dit vet wordt vaak bij het gewone afval gegooid, terwijl het op een betere en milieuvriendelijke manier kan worden verwerkt tot bijvoorbeeld biobrandstof. Door frituurvet op een betere manier in te zamelen en te verwerken kunnen we niet alleen minder afval produceren, maar ook bijdragen aan een duurzamere energievoorziening. Om bovengenoemde stromen apart in te zamelen, worden er aparte cocons geplaatst, zogenaamde multi-minibakken (zie afbeelding hierboven). Deze bakken worden geplaatst op strategische locaties zoals winkelcentra of andere drukke plekken waar veel mensen komen. Op deze manier voorkomen we dat waardevolle materialen en mogelijk gevaarlijke stoffen in het restafval belanden. Door bewustwording te creëren en makkelijk toegankelijke inzamelingspunten te bieden, dragen we bij aan een betere inzameling en verwerking. 5.2.2 Inzetten op gerichte communicatie en afvalcoaching Communicatie is een belangrijk middel om het afvalbeleid kracht bij te zetten en inwoners te informeren over de inzameling en verwerking van verschillende stromen.

Ook kan het helpen bij de preventie van afval en hergebruik van bestaande producten. We intensiveren deze communicatie en zorgen voor communicatie gericht op verschillende doelgroepen. Eveneens wordt doorlopend ingezet op verbetering en bekendheid van de HVC afvalapp. Ter bevordering van de afvalscheiding worden afvalcoaches ingezet om inwoners te adviseren over hoe zij hun afval beter kunnen scheiden, vragen/meldingen af te handelen in de wijk en afvalcontroles uit te voeren. 5.2.3 Uitwerken mogelijkheden ja/ja sticker Bij de behandeling van de doelen en uitgangpunten voor het afvalbeleid heeft de raad een motie aangenomen om de mogelijkheden voor en Ja/Ja sticker mee te nemen. De Ja/Ja-sticker voor ongeadresseerd reclamedrukwerk wordt ook wel een ‘opt-in’ systeem genoemd. Dit systeem betreft in feite het omkeren van de huidige situatie. Nu kunnen inwoners met een sticker op hun brievenbus kenbaar maken dat ze géén reclamedrukwerk willen ontvangen. Bij een opt-in systeem geven inwoners het aan als ze wél prijs stellen op reclamedrukwerk. In deze situatie ontvangen huishoudens ‘zonder sticker’ dus géén ongeadresseerd reclamedrukwerk. Tot voor kort bestonden veel onzekerheden omtrent de implementatie van dit systeem, met name op het gebied van neveneffecten (reclame verplaatst naar weekbladen), juridische vraagstukken en de benodigde handhavingscapaciteit.

Inmiddels hebben verschillende gemeenten het systeem ingevoerd, zijn oplossingen ontwikkeld voor neveneffecten en is een juridisch kader uitgewerkt. Bij gemeenten die dit systeem hebben ingevoerd, zien we dat het aanbod oud-papier als gevolg van een ja-ja-sticker met circa 10% afneemt. Het laatste kwartaal 2023 wordt gebruikt om uit te werken wat het systeem voor Stede Broec betekent, een goede inschatting te maken van de milieu-impact en synergie te zoeken met omliggende gemeenten. De uitkomsten worden aan de raad in het eerste kwartaal 2024 voorgelegd.

15 / 27

5.3 Resultaten Met het plaatsen van de gfe containers verwachten we circa 2 kg minder restafval per inwoner per jaar. De maatregel verlaagt het restafval en zorgt voor een betere service bij de hoogbouw en andere locaties waar nu geen gfe inzameling plaatsvindt (circa 900 adressen), maar kan, in verband met de wettelijke verplichting, niet gezien worden als optimalisatie vanuit financieel opzicht. Het plaatsen van de multi-minibakken leidt tot een lichte verhoging in het DVO tarief. Door relatief kleine stromen van de multi-minibakken wordt geen waarneembare daling in het restafval verwacht (al hoewel een aantal belangrijke stoffen apart worden ingezameld). Alle maatregelen in ogenschouw genomen verwachten we dat de dienstverlening licht toeneemt (gfe voorzieningen, multi-minibakken en verbeterde communicatie en afvalcoaching). De verwachting is dat inwoners de service met een 7+ beoordelen. De beoordeling van de maatregelen is samengevat in tabel 5.2. Tabel 5.2 Kerngetallen nieuwe maatregelen Hoeveelheid restafval per inwoner per jaar (VANG) Afvalbeheerkosten Service

- 2 kg / 146 kg + € 4,79 7.2 (vergelijkbaar met huidig cijfer)

5.5 Ongewijzigd beleid De voorgestelde maatregelen zijn afgezet tegen het beleid ongewijzigd voortzetten. Eén van de belangrijkste overwegingen om het beleid ongewijzigd voort te zetten is dat het voorzieningsniveau, afvalbeheerprestaties en de beoordeling van de dienstverlening al op een goed niveau liggen. Dit is een indicatie dat het bestaande beleid effectief is. Een ander belangrijk punt om te overwegen is dat bij ongewijzigd beleid er geen investeringen nodig zijn om de afvalinzameling aan te passen aan het nieuwe beleid. Echter is ongewijzigd beleid onaantrekkelijk omdat verwacht wordt dat de kosten jaarlijks stijgen als gevolg van autonome ontwikkelingen, met name door de verwachte hogere belastingen op restafval. Eveneens is ongewijzigd beleid niet mogelijk, en dient minimaal ingezet worden op de uitbreiding van de gfe inzameling om te voldoen aan de landelijk wetgeving. Wordt alleen ingezet op het plaatsen van gfe cocons dan worden de volgende effecten verwacht. Tabel 5.3 Kerngetallen inzameling bij ongewijzigd beleid Hoeveelheid restafval per inwoner per jaar (VANG) Afvalbeheerkosten Service

16 / 27

- 2 kg / 146 kg + € 4,61 7.2 (vergelijkbaar met huidig cijfer)

5.3 Conclusie Met voorliggende maatregelen wordt tijdig meebewogen met de wetgeving om de gfe inzameling uit te breiden naar alle woonhuisaansluitingen. Daarnaast wordt met het plaatsen van de multiminibakken een extra service geboden en waardevolle stromen en gevaarlijke stromen buiten het restafval gehouden. De inzet op afvalcoaching en communicatie leidt tot het verbreden van de kennis over afvalscheiding. Uitgaande van de uitgangspunten en doelen zoals vastgesteld door de raad (zie hoofdstuk 4), en rekening houdende met het niet invoeren van een recycletarief, geven de in dit hoofdstuk genoemde maatregelen de best mogelijke resultaten. Al hoewel het niet leidt tot de gewenste 100 kg per inwoner per jaar, maakt de gemeente een stap in de richting. In vergelijking met het huidige beleid zien we een daling van 2 kg per inwoner per jaar, met een stijging van € 4,79 in de afvalbeheerkosten. De stijging komt met name voort uit de kosten voor de gfe cocons. De verwachting voor het rapportcijfer voor de dienstverlening is dat deze gelijk blijft aan het huidige beleid.

17 / 27

6. Verbeteren regierol Met de toenemende aandacht voor milieu, service en kosten voor inzameling en verwerking, is het gemeentelijke afvalbeheer in de afgelopen jaren complexer geworden. Ook de achterliggende wetgeving, samenwerking en financiële structuur is in beweging, waarmee de regierol van de gemeente belangrijker wordt. In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de gemeente deze rol verbetert. 6.1 Samenwerking HVC Het afvalbeleid wordt gemaakt en vastgesteld door de gemeente. Maar de gemeente zamelt het huishoudelijk afval niet zelf in. Dit wordt ingezameld en verwerkt door HVC. De huidige dienstverleningsovereenkomst (DVO) is ingegaan op 1 januari 2020 met een looptijd van zes jaar. In 2023 heeft een evaluatie van de DVO plaatsgevonden, waarbij onder meer de aanbeveling naar voren kwam om de regierol op het afvaldossier te versterken. Eind 2023 worden de eerste gesprekken met HVC gevoerd en een nieuwe stip op de horizon gezet m.b.t. de afvalbeheerprestaties in onze gemeente. 6.2 Samenwerking SED Stede Broec zoekt waar mogelijk de samenwerking en afstemming met Drechterland en Enkhuizen bij uitwerken van beleid en implementatie van nieuwe maatregelen. Hierbij wordt doorlopend gezocht naar synergievoordelen.

6.3 Deelname Benchmark Huishoudelijk Afval Om de resultaten in inzameling en verwerking te monitoren en zodoende de regie te verbeteren neemt de gemeente jaarlijks deel aan de landelijke benchmark huishoudelijk afval. 6.4 Samenwerking ABWF, NVRD en VNG De gemeente neemt actief deel aan de overleggen van de gemeenschappelijke regeling Afvalbeheer Westfriesland (ABWF). Niet alleen om het afvalbeleid af te stemmen in de regio, maar ook om van elkaar te leren. Daarnaast neemt de gemeente actief deel aan de NVRD2 en VNGoverleg- en werkgroepen, enerzijds om up to date te blijven inzake de ontwikkelingen in het landelijke afvalbeleid, anderzijds om gezamenlijk met andere gemeenten op te trekken, bijvoorbeeld om een vuist te maken in het verpakkingendossier en aan te dringen op aanpassingen in productontwerp en betere recyclebare verpakkingen, zodat afval ook voorkomen kan worden (preventie).

2

De Koninklijke NVRD verenigt de Nederlandse gemeenten en hun publieke bedrijven die verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer en het beheer van de openbare ruimte.

18 / 27

7. Doelgroepenbeleid Een belangrijke pijler voor het afvalbeleid is de dienstverlening. De gemeente staat voor een toegankelijke afvalinzameling, ook voor mensen die bijvoorbeeld minder goed te been zijn of over weinig financiële middelen beschikken. In dit hoofdstuk wordt het doelgroepenbeleid uiteengezet. 7.1 Ouderen Ouderen zijn vaker slecht te been en kunnen te maken krijgen met incontinentiemateriaal. Indien ouderen een bak aan huis hebben voor restafval en om medische redenen of mobiliteitsbeperkingen moeite hebben om het afval aan te bieden, kunnen zij deze op verzoek omruilen tegen een kleiner formaat. Wanneer in de omgeving een ondergrondse container aanwezig is, kan een afvalpas beschikbaar gesteld worden. 7.2 Inwoners met medisch afval Indien een inwoner te maken heeft met medische problemen, bestaat de kans op incontinentiemateriaal. Hierdoor is sprake van meer restafval. Voor inwoners met medisch afval wordt, wanneer in de omgeving een ondergrondse container aanwezig is, een afvalpas beschikbaar gesteld. 7.3 Gezin met kinderen in de luiers Gezinnen met meer dan drie kinderen in de luiers redden het doorgaans niet met de inzamelfrequentie van één keer in de vier weken. Uitgangspunt is handhaven van het huidige serviceniveau: In uitzonderingssituaties, drie of meer kinderen in de luiers, is het mogelijk om een afvalpas voor een ondergrondse container aan te vragen.

7.4 Sociale minima Sociale minima hebben beperkte financiële middelen. Kwijtschelding van de gemeentebelastingen, waaronder de afvalstoffenheffing, loopt via het sociaal domein volgens de geldende beleidsregels.

19 / 27

8. Bron- en nascheiding Bij de behandeling van de Keuzenotitie Gemeentelijke Grondstoffenplan (28 november 2019) heeft de raad het amendement aangenomen om een beleidsscenario op te nemen waar nascheiding het uitgangspunt is. In dit hoofdstuk wordt op nascheiding ingegaan. 8.1 Bronscheiding versus nascheiding Bronscheiding is de term die wordt gebruikt voor het aan huis scheiden, aanbieden en inzamelen van verschillende afvalstromen. Nascheiding is de term die wordt gebruikt voor het nascheiden van de plastic, blik en drinkpakken (PBD)-stroom uit de fijn huishoudelijke restafvalstroom. Nascheiding gaat dus niet over de stromen groente, fruit en etensresten (gfe), papier, textiel en glas. Dit blijven stromen die ook bij nascheiding bij de bron (aan huis) ingezameld worden. Over bronscheiding tegenover nascheiding lopen landelijk veel discussies. Een eenduidig verschil tussen de prestaties van brongescheiden systemen en nagescheiden systemen is er niet. De kwaliteit van nascheiding is lager, doordat voornamelijk organisch afval aan de PBD-fractie blijft kleven, maar eveneens afhankelijk van welke technieken worden gebruikt. Een goed brongescheiden afvalsysteem presteert in theorie beter, maar kent beperkingen, omdat niet alle inwoners over de mogelijkheden, kennis en motivatie beschikken om goed te scheiden.

De technologie van PBD nascheiding uit restafval is sterk in ontwikkeling, waardoor er in de toekomst verbeterde technieken worden verwacht en verwerkingskosten naar verwachting dalen. Het belangrijkste voordeel van nascheiding is dat het de dienstverlening ten goede komt (het is voor inwoners eenvoudiger) en minder communicatie en interventies (zoals afvalcoaching) vraagt. Een voordeel van bronscheiding is dat inwoners eveneens bemoedigd worden om de andere stromen (zoals gfe en papier) beter te scheiden, waardoor er minder restafval overblijft dan bij nascheiding. Doorslaggevend voor de keuze is de bebouwing van het gebied. In gebieden waar er weinig mogelijkheid bestaat voor bronscheiding, zoals bij hoogbouw en wijken met huizen zonder tuin, kan nascheiding een logische keuze zijn. Waar goede mogelijkheden bestaan voor gescheiden inzameling, zoals in wijken met rijtjeshuizen, is bronscheiding anno 2023 veelal de logische keuze. Samengevat kan gesteld worden dat de keuze voor bron- of nascheiding afhankelijk is van het aandeel woningen dat, door het type bebouwing, lastig kan deelnemen aan bronscheiding. Eveneens spelen de extra kosten voor invoering en werking, evenals de lagere vergoedingen van Nedvang een belangrijke rol.

8.2 Nascheiding als scenario Zoals hierboven aangegeven is nascheiding vooral een logische keuze op locaties waar inzameling via bronscheiding moeilijk is. Stede Broec is door haar bebouwing (weinig hoogbouw en relatief veel ruimte per perceel) een gemeente waar bronscheiding vanuit ruimtelijk opzicht een logische keuze is. Om in kaart te brengen wat de financiële gevolgen zijn voor Stede Broec wanneer op nascheiding overgegaan wordt, is HVC gevraagd een businesscase op te stellen van de kosten/opbrengsten en de gevolgen op de afvalscheiding. HVC geeft aan dat de structurele avalbeheerkosten stijgen met circa € 223.196 (€ 24 per huishouden), het restafval stijgt met circa 17 kg per inwoner per jaar. Let op deze cijfers gaan er vanuit dat de maatregelen uit voorliggend beleidsplan al zijn doorgevoerd. In tabel 8.1 wordt op de verschillende kostenposten ingegaan, in tabel 8.2 op de eenmalige projectkosten.

20 / 27

Tabel 8.1 Mutaties DVO tarief bij nascheiding Inzameling € 7.689 Verwerkingskosten € 64.361 Vergoedingen en belastingen € 151.146 Totaal mutaties uitgaven DVO Totaal € 223.196 Tabel 8.2 Eenmalige kosten bij nascheiding Project- en communicatiekosten HVC € 22.811 Projectkosten gemeente € 15.000 Totaal eenmalige kosten Totaal € 37.811

Het is belangrijk om aan te geven dat technologische ontwikkelingen in de afvalverwerkingsindustrie snel evolueren. Nascheidingstechnologieën worden voortdurend verbeterd en verfijnd, waardoor ze in de toekomst mogelijk een aantrekkelijker alternatief kunnen worden. Eveneens kunnen de vergoedingen en belastingen gewijzigd worden. Nascheiding zou daarmee in de toekomst kunnen leiden tot lagere operationele kosten en een hogere efficiëntie bij de afvalverwerking. Echter, bovenstaande verhoging in het restafval en kosten in acht nemende, is het voor Stede Broec op het moment de beste keuze om het huidige systeem van bronscheiding voor restafval en PBD te behouden. Kortom, met het oog op de stijgende kosten van restafvalverwerking en de groeiende aandacht voor het terugbrengen van het restafval, is het behouden van bronscheiding de meest logische en duurzame keuze voor Stede Broec.

21 / 27

9. Overig beleid In voorgaande hoofdstukken zijn een aantal nieuwe maatregelen voor het afvalbeleid uiteengezet. In voorliggend hoofdstuk wordt ingegaan op zaken die niet direct invloed hebben op de inzameling, maar wel deel uitmaken van het afvaldossier. 9.1 Zwerfafval Naast de inzameling en verwerking, is een belangrijk doel van het afvalbeheer te voorkomen dat afval in het milieu terechtkomt. Een onderdeel daarvan is het voorkomen en opruimen van zwerfafval. De gemeente plaatst en onderhoudt openbare prullenbakken en zorgt voor het opruimen van zwerfafval in de openbare ruimte. Meldingen van zwerfvuil kunnen digitaal worden gedaan via de Fixi-app. Ligt de verantwoordelijkheid bijvoorbeeld bij de Provincie, zoals bij de provinciale wegen, dan treedt de gemeente met deze partij in contact. De gemeente ondersteunt inwonerinitiatieven met grijpstokken, vuilniszakken en ander toebehoren en doet jaarlijks mee met de landelijke Opschoondag (Nederland Schoon). 9.2 Afvalvrije scholen Een aantal scholen in Westfriesland laat via HVC haar afval ophalen. Dit heeft als voordeel dat het afval gescheiden kan worden en leerlingen onderwijs krijgen in afvalscheiding. Na een introductiedag met vuilnismannen en een vuilniswagen op het schoolplein, kunnen de kinderen in elke klas afval in verschillende stromen inzamelen. Scholen kunnen zich via de gemeente aanmelden.

9.3 Kleine PBD container Tijdens de behandeling van de keuzenotitie Gemeentelijke Grondstoffenplan heeft de raad aangegeven om bij de uitwerking van de scenario’s de mogelijkheid op te nemen om een grote (240) oranje minicontainer (PBD) om te ruilen tegen een kleinere (120 liter). Wordt de mogelijkheid ingevoerd dan wordt een (erg) kleine verbetering op de afvalscheiding en service verwacht. Daarentegen is het negatief voor de afvalbeheerkosten omdat er een aparte administratie bij gehouden moet worden en het inwisselen op locatie kosten met zich meebrengt. Omdat het enerzijds wenselijk is om inwoners tegemoet te komen, maar anderzijds de kostenbeheersing van belang is, wordt de kleine PBD container beschikbaar gesteld maar niet actief gepromoot.

22 / 27

10. Investeringen, kosten en baten Een goed afvalbeleid is gebaseerd op duidelijke afwegingen in de kosten en baten. In voorliggend hoofdstuk worden deze zaken in kaart gebracht 10.1 Investeringen, kosten en baten bij ongewijzigd beleid (scenario 1) Bij ongewijzigd beleid worden geen wijzigingen doorgevoerd in de inzameling en verwerking, uitgezonderd van de uitbreiding van de gfe-inzameling. Het is daarbij belangrijk op te merken dat deze maatregel niet resulteert in een kostenverlaging. Het DVO tarief stijgt met € 42.599, wat neerkomt op € 4,61 per woonhuisaansluiting. In onderstaande twee tabellen staan de verwachte kosten opgenomen. Tabel 10.1 Mutaties DVO tarief ongewijzigd beleid

Gfe inzameling uitbreiden

Mutaties DVO ongewijzigd beleid € 42.599

Tabel 10.2: Eenmalige kosten ongewijzigd beleid Eenmalige kosten Project- en communicatiekosten HVC € 40.000 Werk openbare ruimte gemeente € 8.000 Totaal eenmalige kosten Totaal eenmalige kosten € 48.000 Naast deze cijfers wordt opgemerkt dat de beheerkosten stijgen door indexering op het DVO tarief, autonome ontwikkelingen in de markt en eventuele verlaging van de vergoedingen voor onder meer PBD en papier. 10.2 Investeringen, kosten en baten nieuw beleid (scenario 2) In opdracht van de gemeente heeft HVC de in dit plan genoemde maatregelen uitgewerkt en een offerte uitgebracht. Alle cijfers zijn gebaseerd op prijspeil 2023. Met de invoering van de in hoofdstuk 5 genoemde optimalisaties zal een verhoging plaats vinden van € 44.247 in het DVO tarief (excl. btw; incl. verbrandingsbelasting). Dit betekent circa € 4,79 per woonhuisaansluiting. Tabel 10.3 Mutaties DVO tarief nieuw beleid (prijspeil 2023) Mutaties kosten HVC € 42.599 € 10.823 Mutaties kosten/inkomsten derden Vergoedingen en belastingen € -9.175 Totaal mutaties structurele uitgaven gemeente Totaal € 44.247 Gfe inzameling uitbreiden Multi-minibakken

23 / 27

De eenmalige kosten die worden gemaakt om de optimalisaties mogelijk te maken bestaan uit o.a. project- en communicatiekosten HVC en het werk in de openbare ruimte anderzijds (plaatsing containers), zie onderstaande tabel. Tabel 10.4: Eenmalige kosten optimalisaties Eenmalige kosten Project- en communicatiekosten HVC € 63.716 Werk openbare ruimte gemeente € 10.000 Totaal eenmalige kosten Totaal € 73.716

24 / 27

11. Planning en evaluatie Invoering van de maatregelen vraagt om een goede voorbereiding en planning. Daarnaast willen we, zowel tussentijds als aan het eind van de looptijd van dit plan, weten of we de juiste richting gevolgd hebben en of we ergens kunnen/moeten bijsturen. Voorliggend hoofdstuk gaat in op de planning en evaluatie. 11.1 Planning Voorzien wordt dat het plan in oktober 2023 door de gemeenteraad wordt behandeld en vastgesteld. Vervolgens worden de optimalisaties doorgevoerd. In 2025 wordt het beleid geëvalueerd. 2026 staat in het teken van een eindevaluatie van het gevoerde beleid en het opstellen van een nieuw beleidsplan met de koers, doelen en uitgangspunten voor de daaropvolgende jaren. Het beleid wordt doorlopend gemonitord. In tabel 11.1 is de planning samengevat. Tabel 11.1: planning activiteiten Recycleplan Jaar 2023 2024 2025 2026 2027

Activiteit - Vaststellen beleidsplan - Start implementatie maatregelen - Voorzetten implementatie - Monitoring - Monitoring - Tussentijds evaluatie en eventuele bijsturing - Evaluatie en opstellen nieuw beleidsplan - Monitoring - Vaststellen nieuw beleidsplan

11.2 Evaluatiecriteria Onderbouwd beleid is meetbaar. Hierbij is het van belang om zowel tussentijds als bij afsluiting van de beleidsperiode te evalueren of de ingezette lijn is geslaagd en waar het eventueel wenselijk is bij te sturen. De evaluatiecriteria zijn de doelen en uitgangspunten zoals beschreven in hoofdstuk 4. De expliciete criteria zijn in onderstaand schema te vinden. De indicatoren zijn afkomstig uit de landelijke benchmark, rapportages van HVC, metingen van Eureco en de landelijke Benchmark Huishoudelijk Afval. Waar nodig zal aanvullende data worden ingewonnen, denk hierbij bijvoorbeeld aan een inwonersenquête. Aan het eind van de looptijd van het beleidsplan stelt de gemeente een eindrapport op, in samenwerking met HVC en de regio. De SED-gemeenten evalueren gezamenlijk.

25 / 27

Tabel 11.2: Evaluatiecriteria Afvalbeleidsplan

26 / 27

Bijlage 1: Lijst met afkortingen DVO: Dienstverleningsovereenkomst PBD: Plastic, blik en drinkpakken Gfe: Groente, fruit en etensresten; ook gft/e (groente, fruit, tuinafval en etensresten) genoemd CAW: Centraal Afvalverwijderingsbedrijf West-Friesland (Nu ABWF) ABWF: Afvalbeheer Westfriesland (Voorheen CAW) VANG: Van Afval naar Grondstof (landelijke doelstellingen) Diftar: Staat voor gedifferentieerde tarieven en houdt in dat de afvalstoffenheffing voor huishoudens afhangt van de hoeveelheid restafval die zij aanbieden. Recycletarief: Andere naam voor Diftar

27 / 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13225822/1