9.1 Kaderbrief SED 2024
Tekst van het document
KADERBRIEF 2024 VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING: SED Organisatie Hoofddoelstelling Onze missie: Samen werken aan een prettige woon- werk- en leefomgeving. De SED staat voor goede dienstverlening aan de inwoners en een krachtige en deskundige ondersteuning aan de besturen van Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Onze visie: We zijn een professionele partner voor de bestuurders Dienstverlening aan inwoners, bedrijven en verenigingen voldoet aan de overeengekomen kwaliteit We kunnen anticiperen op ontwikkelingen in de toekomst We zijn een betrouwbare partner in de regio We zijn een aantrekkelijke werkgever voor huidige en nieuwe medewerkers We vormen een broedplaats voor jong talent Er is sprake van een gezonde werkdruk voor medewerkers Onze medewerkers zijn professioneel, vitaal en flexibel
Succesbepalende factoren Met de bestuurlijke wens voor focus op dienstverlening, heeft de directie haar concern jaarplan vastgesteld en de volgende succesbepalende factoren opgesteld: Focus op dienstverlening Opgave integraal centraal stellen Balans tussen bevlogenheid, beheersing en bedoeling Aantrekkelijk werkgeverschap SED in control Dit betekent dat in 2023 en 2024 de hele SED-organisatie zich zal focussen op deze zaken. Hierdoor zal uiteindelijk de dienstverlening verbeteren, zullen we medewerkers kunnen binden, boeien en aantrekken en werken we bevlogen en rechtmatig
Algemeen Dit is de Kaderbrief van de Gemeenschappelijke Regeling SED Organisatie voor 2024. Hierin zijn de kaders en uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2024 opgenomen, evenals nieuwe ontwikkelingen die we in 2024 voorzien en die in de begroting 2024 leiden tot voorstellen voor nieuw beleid met bijbehorende budgetten.
Doelstellingen: wat willen we bereiken in 2024 – 2026? Ontwikkelingen 2024 waarover besluitvorming via de begroting 2024 plaatsvindt: Naast de indexaties zijn in de kaderbrief vanaf 2024 structurele lasten van vervangingsinvesteringen opgenomen. Ontwikkelingen SED 2024 – 2026 SED organisatie We ontwikkelen naar een organisatie die comfort heeft op de planning & control cyclus, ondersteund met digitale data waarbij er duidelijkheid is over ieders rol en er vanuit eigen regie gewerkt wordt.
1
Loonsom De huidige salarisbegroting is gebaseerd op de begroting 2022. Deze is om verschillende redenen niet meer passend. Dankzij het prognosemodel krijgen we hier steeds scherper zicht op. De norm waarmee we begroten is te laag voor de werkelijke loonkosten. Daar is de arbeidsmartksituatie overwegend debet aan. Daarnaast nemen taken bij de SED steeds verder toe. Vooral in het ruimtelijk domein waar intensivering van woningbouw leidt tot meer personele inzet, heeft dat ook consequenties voor de bedrijfsvoeringstaken. Daarnaast hebben we te maken met drie nieuwe CUP’s die vragen om extra ambtelijke capaciteit om de bestuurlijke ambities tot uitvoering te kunnen brengen. Het structurele tekort hebben we de afgelopen jaren steeds kunnen dekken uit incidentele meevallers. Door realistisch te begroten brengen we capaciteit en middelen in balans. Met realistisch begroten bedoelen we: De daadwerkelijke loonsom opnemen, Opname wijziging loonsom door herziening van het functiegebouw (HR21) die in 2023 wordt geïmplementeerd.
De komende periode treden we in nauw overleg met de besturen om tot een loonsom te komen die recht doet aan de opgaven die we met elkaar moeten verrichten, waarbij we daarnaast zoals eerder hebben aangegeven zoeken naar een vorm waarbij er een automatische koppeling ontstaat tussen de begroting en de inkomsten van de drie gemeenten en de SED-begroting (het zogenoemde SED accres). Voor de gemeenten betekent dit weliswaar een verhoging van de bijdrage aan de SED, maar daar staan ook extra inkomsten tegenover (Algemene Uitkering, legesinkomsten, kostenverhaal initiatiefnemers). Bij het opstellen van de SED-begroting 2024 zal een nadere uitwerking en berekening gedaan zijn, zodat een realistische loonsom wordt opgenomen. Hierbij blijft het noodzakelijk om bestuurlijke keuzes te maken welke taken wel, niet of later uitgevoerd kunnen worden door de SED. Op de gestelde doelen willen we tussentijdse resultaten meten om eventueel te kunnen bijsturen zodat de gewenste resultaten behaald worden. Een goede planning & control cyclus en datagedrevenheid door middel van rapportage helpen hierbij. Dit zal vragen om een applicatie waar alle data van de SED op een beeldvriendelijke manier gepresenteerd wordt. Investering hierop geeft ons een voorsprong om snel te acteren op veranderingen uit de omgeving, om zo onze doelen te behalen.
Arbeidsmarkt en aantrekkelijk werkgeverschap In de kaderbrief van 2023 hebben we vanuit het organisatieplan ‘Met gevoel voor realiteit’ aantrekkelijk werkgeverschap als belangrijke pijler genoemd. Ook in 2024 is het van belang om hier inzet op te blijven hebben. De arbeidsmarkt wordt steeds krapper. Dat betekent dat wij op een fundamenteel andere manier moeten omgaan met de arbeidsmarkt en met arbeidspotentieel binnen de organisatie. De hooggeschoolde en ervaren ‘ideale kandidaat’ is simpel weg nauwelijks nog te vinden op de arbeidsmarkt. Daar is niet één simpele oplossing voor. Er is een combinatie van verschillende interventies nodig om dit probleem het hoofd te bieden. We zetten stevig in op het verbeteren van onze werkgeverspositie op de arbeidsmarkt. Het ontwikkelen van een toekomstbestendig beleid op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie is één van de speerpunten in 2023 en 2024. Bij arbeidsmarktcommunicatie gaat het niet alleen om het werven van de juiste kandidaten bij vacatures, maar ook om zowel het creëren van naamsbekendheid als om het creëren van een positieve houding tegenover de organisatie bij potentiële sollicitanten (inwoners). Hierop hebben we al geacteerd, echter investeren in middelen als een goede “werken bij” website, tools voor het maken van campagnes en activiteiten voor het positioneren van de SED gemeenten als werkgever, blijven noodzakelijk.
Daarbij is het
2
belangrijk dat we de SED als werkgever goed positioneren en er balans is in de externe uiting en de interne beleving. Ook dat zal gecontinueerd worden. We zullen het speerpunt: De SED gemeenten zijn een broedplaats voor talent na de al behaalde successen ook in 2024 wederom vorm en inhoud geven. Daar past ook een aantrekkelijk ontwikkel- en doorstroombeleid bij voor talenten die we reeds in huis hebben en het in kaart brengen van die talenten. We zullen ze zelf opleiden met een combinatie van training-on-the-job, gerichte scholing en aantrekkelijke traineeships. Ook daar hebben we inmiddels al heel positieve resultaten mee bereikt. Andere oplossingsrichtingen liggen in de regio (onderling verdelen van taken tussen de zeven Westfriese gemeenten zodat we de schaarse capaciteit beter inzetten) en Ook verder doorvoeren van digitalisering en robotisering kan op de lange termijn helpen om de capaciteitsdruk te normaliseren. Door de huidige maatschappelijke ontwikkelingen is het erg onzeker hoe het cao-akkoord er voor de komende jaren uit zal zien. De financiële consequenties zullen via de reguliere P&C producten worden verwerkt zolang er nog geen sprake is van een automatische koppeling zoals eerder benoemd.
Hybride werken Vanuit de kernwaarden in verbinding met Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland en met elkaar, willen we ons als dienstverlener profileren op de arbeidsmarkt als een goede en aantrekkelijke werkgever. De komende jaren wordt het hybride werken verder geïmplementeerd in onze organisatie. Hybride werken is een term die aangeeft hoe een team of organisatie samenwerkt. Dit kan remote/op afstand of op locatie. Bij SED filosofie voor hybride werken staat de dienstverlening aan inwoners en ondernemers voorop. Daarna het teambelang en individuele voorkeuren. Het gaat over verbondenheid en zelfstandigheid. Sturen en tevens loslaten en vertrouwen. Hierbij maken we afspraken over communicatie en welke middelen hiervoor worden gebruikt. We houden balans door: Oog te houden voor het individu maar niet op de uitzondering beleid te maken; Goed werkgeverschap te tonen voor de diverse generaties ambtenaren; Het creëren van ruimtes, werkplekken en het aanbieden van de juiste devices en tools die deze processen ondersteunen. Dit betekent dat zowel de thuiswerkplek als de ruimtes in een kantoor moeten voldoen aan bepaalde eisen. Op kantoor moeten er ruimtes zijn voor kleinschalig overleg, projectgroepvergaderingen, hybride afstemming, (stilte) werkplekken en invliegwerkplekken. Vooral het type werk bepaalt de plek en de nodige devices.
Centrale Huisvesting Bij de behandeling van de vorige kaderbrief is aangegeven dat een visie en een nadere analyse omtrent het huisvestingsvraagstuk gewenst is vanuit een organisatorisch en financieel oogpunt. In 2023 wordt de huidige situatie in beeld gebracht, zowel vanuit organisatorisch als financieel oogpunt door de opstelling van een business case. Deze situatie is vergeleken met de situatie in de markt en onze eigen veranderende inzichten (mede door het hybride werken) zodat er een visie en beeld is ten aanzien van de gewenste huisvestingsituatie. Afhankelijk van de besluitvorming in 2023, kan dit in 2024 leiden tot een projectuitvoeringsplan. Applicatielandschap De huidige applicaties zijn verouderd en de contracten lopen af. Voor 2023/2024 en volgende jaren, is een aanbestedingskalender opgesteld. Met deze vernieuwing wordt ook een innovatieslag gemaakt om meer flexibiliteit en openheid in het applicatielandschap te krijgen waarbij applicaties zo ingericht zijn dat gegevensuitwisseling plaatsvindt en we vanuit de visie van de Wet Open Overheid (WOO): één bron, één waarheid, werken.
3
In 2024 moeten nieuwe applicaties voor Burgerzaken, Financiën en Belastingen worden aangeschaft en geïmplementeerd. Voor beide applicaties wordt vooralsnog uitgegaan van een investering van € 75.000, zodat in de begroting 2024 een krediet wordt gevraagd van € 150.000 met een jaarlijkse kapitaallast vanaf 2025 van € 33.000 (afschrijving in vijf jaar tegen 2% rente). De vrijval van kapitaallasten van de oude applicaties was reeds in de meerjarenraming meegenomen. Digitale transformatie De digitale transformatie zet onverminderd door. Digitaliseren en automatiseren van processen door het ontwikkelen van een aantal digitale assistenten helpt ons een efficiëntere bedrijfsvoering te realiseren, doorlooptijden te verkorten en processen te optimaliseren. Onze ICT-infrastructuur, beveiliging, digitalisering en informatiestromen worden klaar gemaakt voor deze toepassing. Voor een investering van € 150.000 voor licenties robotsoftware, specialisten en opleiding wordt in 2023 een voorstel aan het bestuur aangeboden. Deze ontwikkeling zal in 2024 doorgezet worden waarbij digitale transformatie ook iets van onszelf vraagt: Een duidelijke visie en strategie naast voldoende kennis en (digitale) vaardigheden van medewerkers.
4
Bijlage a: Financiële kengetallen Financiële kader Basis voor de begroting 2024 zijn structurele budgetten 2023 zoals vastgesteld in de begroting 2023 en bijgesteld via de Najaarsnota 2022 en aangevuld met de toe te passen indexatie en bijstelling van budgetten op basis van actuele inzichten en nieuw beleid. Loon-prijsindexatie 2024. Voor indexatie van lonen en prijzen hanteren wij de regionale richtlijn voor GR-en zoals die door de Regietafel Noord Holland Noord op 26 oktober 2022 aan de GR-en bekend is gemaakt. Deze richtlijn geeft een indexatie voor 2024 voor loon aan van 3,9% en voor prijs van 2,5%. In de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 is reeds een indexatie op loon en prijs toegepast van 2% cumulatief, zodat voor loon nog 1,9% moet worden bijgeraamd (cumulatief, dus +1,9% in 2024; +3,8% in 2025; +5,7% in 2026 en +7,6% in 2027) en voor prijs moet nog cumulatief 0,5% worden bijgeraamd. Daarnaast geeft de regietafel aan dat een zogenaamde “inhaalindexatie” mag worden toegepast: als blijkt dat in het jaar T-2 (in dit geval 2022) de werkelijke indexatie meer dan een half procent afwijkt van de geraamde indexatie, dan mag in jaar T (in dit geval 2024) een bijstelling plaatsvinden boven de geraamde indexatie. Voor loon en prijs is daarbij sprake van een inhaalindexatie van 3,6%.
Binnen de SED Begroting is eerder via tussenrapportages al rekening gehouden met de hogere indexatie voor loon, zodat de inhaalindexatie van 3,6% op loon niet van toepassing is; voor prijs wordt de inhaalindexatie wel structureel toegepast, maar –in tegenstelling tot de reguliere indexatie 2024 en op basis van eigen beleidsuitgangspunten- niet cumulatief. In cijfers betekent dit het volgende voor de toegepaste indexatie: Indexatie 2024
inhaalindexatie
2024
2025
2026
2027
3,6%
3,9%
7,8%
11,7%
15,6%
Reeds toegepast
2,0%
4,0%
6,0%
8,0%
Bijraming
1,9%
3,8%
5,7%
7,6%
In bedragen (x € 1.000)
548
1.113
1.693
2.289
6,1%
8,6%
11,1%
13,6%
Reeds toegepast
2,0%
4,0%
6,0%
8,0%
Bijraming
4,1%
4,6%
5,1%
5,6%
In bedragen (x € 1.000)
235
275
299
328
Loon
Prijs
3,9%
2,5%
3,6%
Voor financiering van investeringen wordt gerekend met een rente van 2%. Inzake loonontwikkelingen geldt bovendien nog de volgende afspraak: Indien CAO-ontwikkelingen in een bepaald jaar afwijken van de daarvoor gehanteerde indexering dan wordt aan het algemeen bestuur een voorstel met de financiële consequenties daarvan voorgelegd. De kosten van de SED Organisatie in de begroting worden gedekt door bijdragen van de deelnemers.
5
Kengetallen
Kengetallen:
Verloop van de kengetallen Jaarrekening Begroting Begroting Begroting 2021 2023 2024 2025
Begroting 2026
1. netto schuldquote
21%
21%
21%
21%
21%
2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
21%
21%
21%
21%
21%
Toelichting kengetallen De netto schuldquote geeft in hoofdlijnen de verhouding weer tussen het saldo van schulden en de totale baten in de begroting. De netto-schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn waardoor een begroting minder flexibel wordt. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Om een beeld te geven hoe de financiële positie de gemeenschappelijke regeling zich ontwikkelt, zijn de gemeenschappelijk regelingen per kengetal onderverdeeld naar 3 categorieën (zie onderstaande tabel). In het algemeen is categorie A minder risicovol van dan categorie B en B weer minder risicovol dan C. De SED kan voor beide kengetallen in categorie A worden ingedeeld, welke de minst risicovolle categorie is.
Specificering Financiële Kengetallen naar categorie Kengetallen: Categorie A
Categorie B
1. netto schuldquote
<90%
van 90% t/m 130%
2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90%
van 90% t/m 130%
Categorie C >130% >130%
6
Bijlage b Financiële meerjarenraming
Onderdeel 1 2 3 4
Stand primaire begroting 2024 – 2027 incl Najaarsnota 2022 mutaties Kaderbrief 2024: indexatie lonen Kaderbrief 2024: indexatie prijzen Kaderbrief 2024: Kapitaallasten vervangingsinvesteringen mutatie begroting en meerjarenraming nieuw begrotingstotaal inclusief Kaderbrief 2024
2024
2025
2026
2027
39.280
39.973
40.797
41.536
548 235 0 784 40.063
1.113 275 37 1.425 41.398
1.693 299 37 2.030 42.827
2.289 328 48 2.665 44.200
5
mutatie begroting en meerjarenraming Financiële gevolgen Kaderbrief 2024
784 784
1.425 1.425
2.030 2.030
2.665 2.665
6.1 6.2 6.3
Financiële gevolgen voor de deelnemers: Bijdrage Stede Broec Bijdrage Enkhuizen Bijdrage Drechterland
261 289 234
476 524 425
681 743 606
894 975 796
Totaal financiële gevolgen kadernota 2024
784
1.425
2.030
2.665
33,33% 36,85% 29,82%
33,43% 36,77% 29,80%
33,54% 36,60% 29,86%
33,54% 36,60% 29,86%
percentages verdeelsleutel Stede Broec Enkhuizen Drechterland
Toelichting op de genummerde regels : 1 De meerjarenraming na de Najaarsnota 2022, inclusief een cumulatieve indexatie van 2% op loon en prijs. Voor dienstjaar 2027 (nieuw in de meerjarenraming) is het saldo van 2026 de basis, verhoogd met een indexatie van 2%; 2 Zie de toelichting op bladzijde 5 van deze Kaderbrief; 3 Zie de toelichting op bladzijde 5 van deze Kaderbrief; 4 Voor vervangingsinvesteringen worden kapitaallasten bijgeraamd; 5 Financiële gevolgen totaal; 6 Toerekening van het saldo aan mutaties aan de deelnemers via de nieuwe verdeelsleutel.
7