CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

8. Verordening marktgeld Stede Broec 2026

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Vaststellen Belastingverordeningen704 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit van de gemeenteraad Zaaknummer: 694022 De raad van de gemeente Stede Broec; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 november 2025; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b van de Gemeentewet; gelet op de Marktverordening van de gemeente Stede Broec; besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van marktgeld Stede Broec 2026 Artikel 1 Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam ‘marktgeld’ worden rechten geheven voor het gebruik van de aangewezen stand- of grondplaats, overeenkomstig de bestemming ervan en/of het genot van door of vanwege de gemeente verstrekte diensten. Artikel 2 Belastingplicht Het recht, als bedoeld in artikel 1, wordt geheven van degenen, aan wie een stand- of grondplaats is toegewezen, dan wel van degenen die een standplaats heeft ingenomen. Artikel 3 Maatstaf van heffing Het recht, als bedoeld in artikel 1, wordt geheven naar de grondbreedte van de stand- of grondplaats in strekkende meters met een minimum van vier meter. Artikel 4 Vrijstellingen Niet van toepassing Artikel 5 Grondslag en belastingtarieven Grondslag voor de berekening van het recht voor een standplaats is: het aantal lengte meters dat met de standplaats wordt ingenomen; 1.

Het tarief bedraagt voor het innemen van een vaste stand- of grondplaats tijdens de weekmarkt per strekkende meter: per marktdag of een gedeelte daarvan binnen een kalenderkwartaal € 1,95 2. Het tarief bedraagt voor het innemen van een dagplaats tijdens de weekmarkt per strekkende meter: Per marktdag of gedeelte daarvan € 3,64 Artikel 6 Wijze van heffing Het recht wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan. Artikel 8 Aangifte 1. De in artikel 2 genoemde belastingplichtige is verplicht wanneer hij een standplaats inneemt hiervan terstond aangifte te doen op door burgemeester en wethouders aan te geven wijzen en Pagina 1/2 griffier: Verordening marktgeld 2026

Paraaf

plaatsen. 2. Bij het opnieuw innemen van een standplaats, na afloop van de termijn waarvoor marktgelden zijn voldaan, ontstaat opnieuw de aangifteplicht. 3. Het model voor het uitnodigen tot het doen van aangifte wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden Betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 5: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 10 Teruggaaf Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van het marktgeld wordt verleend op schriftelijke aanvraag, als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet, indien het verschuldigde marktgeld voor een kalenderkwartaal is voldaan en het innemen van een stand- of grondplaats wordt beëindigd vóór het verstrijken van de termijn waarvoor het marktgeld is voldaan. Terugbetaling vindt plaats voor zoveel ongebruikte marktdagen, als er na schriftelijke opzegging van de stand- of grondplaats nog resteren.

Artikel 10 Kwijtschelding Bij invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Overgangsrecht De “Verordening marktgeld Stede Broec 2025” van 12 december 2024, wordt ingetrokken met ingang de in artikel 12, het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening marktgeld Stede Broec 2026”.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Stede Broec in zijn openbare vergadering van 18 december 2025. De raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

D.A. Langedijk

R.A.P. Wortelboer

Pagina 2/2 griffier: Verordening marktgeld 2026

Paraaf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16238212/2