CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1.1 Accountantsverslag 2020 GR Omgevingsdienst Noord-Holland Noord WG

Commissie Grondgebiedzaken 7 juni 2021, gemeente Stede BroecBij agendapunt: OD NHN6.934 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Accountantsverslag 2020 Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst NoordHolland Noord

Aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Postbus 2095 1620 EB Hoorn Onderwerp Accountantsverslag 2020 Datum 14 april 2021 Kenmerk 312018013.21.067

Geachte leden van het algemeen bestuur, Wij hebben de controle van de jaarrekening 2020 van uw omgevingsdienst afgerond. De jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 22 maart 2021 hebben wij een aantal controlebevindingen reeds besproken met uw directeur en uw controller en op 14 april 2021 met het dagelijks bestuur. Bij de jaarrekening 2020 hebben wij op 14 april 2021 een goedkeurende controleverklaring afgegeven, zowel voor het aspect getrouwheid als voor het aspect rechtmatigheid. Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2020. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en het management. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. Was getekend: A. Booij RA

Op alle opdrachten verricht door Publieke Sector Accountants B.V. zijn de ‘Algemene Voorwaarden Publieke Sector Accountants’, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 69411409, van toepassing. Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409. .

Inhoudsopgave

Contact De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag:

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 1 2. Financiële positie en resultaat.................................................. 6 3. Bevindingen eindejaarscontrole ............................................. 11

Arie Booij

4. Interne beheersing ................................................................ 16

Tel: 06 – 1509 2689

5. Overige aangelegenheden ..................................................... 20

Charissa Burgers Tel: 06 – 3199 3295

Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij

312018013.21.067 - 1

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle

Met de opdrachtbevestiging van 14 juli 2020 (kenmerk 312018013.20.202) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2020. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2020 voldoende voor de doelstelling van onze controle. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle wordt verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden en de beleidsregels toepassing Wet normering topinkomens (WNT).

Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het Besluit accountantscontrole decentrale overheden en het vastgestelde controleprotocol

De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (het Bado). Op 12 december 2020 heeft het algemeen bestuur het “Controleprotocol 2020 Omgevingsdienst NoordHolland Noord” vastgesteld, waarin de goedkeuringstoleranties ook zijn bevestigd. In het accountantsprotocol heeft u geen lagere marges vastgesteld waardoor wij het wettelijke kader als uitgangspunt hebben gehanteerd. De bij onze controle van de jaarrekening 2020 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve:

Bron: (concept) jaarrekening 2020 Goedkeuringsmaterialiteit

Fouten

Onzekerheden € 202.000

€ 606.000

Het algemeen bestuur heeft in het controleprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 50.000.

312018013.21.067 - 1

Onze aanpak is gericht op risico’s

Voor de jaarrekeningcontrole 2020 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. Risico’s en aandachtspunten voor de controle van de jaarrekening 2020  De voortgang en status met betrekking tot de kwaliteit van de interne beheersing en de uitgevoerde interne controles.  Management override of controls. Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces. De specifieke aandacht voor dit risico is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor uw gemeenschappelijke regeling.  Opbrengstverantwoording van materiële opbrengstenstromen; dat zijn de bijdragen van de gemeenten, de projectbaten en de overige baten.  (Financiële) voortgang van het Masterplan ICT  Naleving van de (Europese) aanbestedingsregels.  Betaalproces, vanwege de potentiële (fraude-)risico’s.

 Verantwoording WNT (vanwege de complexe wet- en regelgeving).  Betaalproces, vanwege de potentiële (fraude-)risico’s. Het inschatten als significant risico is inherent aan deze posten en is niet direct een gevolg van verwachte leemten in de interne beheersing van uw omgevingsdienst. Ook is sprake van inschattingen van bruto risico’s, alvorens eventuele beheersmaatregelen zijn genomen. Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft u voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door u ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘belangrijke bevindingen’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.

De baten en lasten, alsmede Op basis van uw controleprotocol en normenkader, zoals vastgesteld door uw algemeen bestuur op 12 december 20202, hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeenschappelijke regeling gecontroleerd. Hierbij zijn geen materiële balansmutaties, zijn bijzonderheden geconstateerd. Op de programma’s Milieutaken en VTH Plustaken is sprake van een overschrijding van de begroting rechtmatig (lasten). Deze begrotingsrechtmatigheidsfouten werken niet door in ons rechtmatigheidsoordeel. Hier komen wij in hoofdstuk 3 van dit accountantsverslag op terug. Onze conclusie is derhalve dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2020.

312018013.21.067 - 2

De jaarrekening voldoet aan Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. Daarnaast vereisen zij van het dagelijks het BBV bestuur het toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn.

De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de OD NHN zijn uiteengezet in hoofdstuk 4.2.1 van de jaarstukken ‘Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling’. In de jaarrekening 2020 hebben zich ten opzichte van 2019 geen wijzigingen van materieel belang voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die een aanzienlijke invloed hebben gehad op de baten en lasten en/of de financiële positie van de OD NHN. Wij hebben het door het dagelijks bestuur toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld. Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het BBV (Besluit begroting en verantwoording).

Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken

Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.

Goedkeurende controleverklaring

Wij zijn van oordeel dat de jaarrekening 2020 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord een getrouw beeld geeft van het eigen vermogen op 31 december 2020 en het resultaat over 2020. Voorts zijn wij van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader (vastgesteld door het algemeen bestuur op 12 december 2020). Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door de leden van het algemeen bestuur ondertekend exemplaar van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.

312018013.21.067 - 3

In de controleverklaring hebben wij een paragraaf opgenomen waarin wij de nadruk leggen op de in jaarrekening opgenomen uiteenzettingen van het dagelijks bestuur over de mogelijke (financiële) impact voor de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord van de uitbrak van het Coronavirus. Ons oordeel is niet aangepast met betrekking tot deze aangelegenheid.

312018013.21.067 - 4

Financiële positie en resultaat

312018013.21.067 - 5

2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw omgevingsdienst neemt in absolute zin toe

In het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenschappelijke regelingen, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten 2020 bedraagt € 2.623.000 voordelig. Per saldo is tussentijds € 174.000 aan de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2020 € 2.623.000 voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen. Eigen vermogen (in € 1.000)

Eigen vermogen per 1 januari

2020 3.142

Uitkering aan gemeenten/ resultaatbestemming

2018

2019

2017

2.595

2.114

902

-/- 312

-/- 480

-/- 174

Subtotaal

3.142

2.283

1.634

728

Tussentijdse resultaatbestemming

-/- 174

827

-/- 404

153

Gerealiseerd resultaat

2.797

32

1.365

1.233

Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)

2.623

859

961

1.386

Eigen vermogen per 31 december

5.766

3.142

2.595

2.114

De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de stortingen in en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw algemeen bestuur.

312018013.21.067 - 6

De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2020 circa 37,9 % van het balanstotaal (2019: 38,8% van het balanstotaal). In paragraaf 4.2.4 van de jaarrekening geeft het dagelijks bestuur een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2020. Wij verwijzen u naar deze toelichting.

Resultaat 2020 is beïnvloed door reservemutatie(s)

Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeenschappelijke regeling ook het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse stortingen in reserves. De stortingen in dan wel onttrekkingen aan reserves vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeenschappelijke regeling het volgende: Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten

22.885

Totale lasten

20.262

Gerealiseerde saldo van baten en lasten Af: stortingen in reserves Bij: onttrekkingen aan reserves

2.623 0 174

Saldo mutaties reserves

174

Gerealiseerd resultaat

2.797

De exploitatie over 2020 laat een voordelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 2,6 miljoen zien, ten opzichte van een begroot saldo van € 0,2 miljoen nadelig. Dit is een voordeel van € 2,8 miljoen. Het gerealiseerde voordelig resultaat ad € 2,8 miljoen is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen opgenomen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het resultaat en worden de verschillen tussen de begroting en de gerealiseerde baten en lasten verklaard (Inleiding en paragraaf 4.3 en 4.4). Wij verwijzen u naar deze toelichtingen.

312018013.21.067 - 7

Het voordelige exploitatieresultaat 2020 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is eveneens inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven (paragraaf 4.4.1). Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting.

Het dagelijks bestuur kwalificeert het weerstandsvermogen als matig om de onderkende risico’s af te kunnen dekken

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit vanwege ingeschatte risico’s. De omvang van uw eigen vermogen bedraagt ultimo 2020 circa 37,9 % van het balanstotaal (2019 circa 38,8%). De directe weerstandscapaciteit van OD NHN is daarmee in 2020 relatief gezien iets afgenomen. In absolute zin is de beschikbare weerstandscapaciteit met circa € 20.000 toegenomen ten opzichte van 2019 (dit is gelijk aan de mutatie in de algemene reserve in 2019). In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft u toegelicht dat het benodigde weerstandsvermogen € 330.000 is (2019: € 433.500). Dit bedrag is bepaald op basis van de actualisatie van de door het dagelijks bestuur onderkende risico’s. Door de inventarisatie en kwantificering van risico’s periodiek te actualiseren, houdt u goed zicht op de risico’s en kunt u een goede kwalitatieve beoordeling van uw vermogen maken. Op basis van de (actualisatie van de) risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit kwalificeert het dagelijks bestuur (zie paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing) het weerstandsvermogen als onvoldoende.

Wij adviseren u om de risico-inventarisatie derhalve te blijven actualiseren en te kwantificeren en, gelet op het feit dat uiteindelijk de deelnemers “belast” worden met de risico’s, dit periodiek in het algemeen bestuur te bespreken.

312018013.21.067 - 8

Bevindingen eindejaarscontrole

312018013.21.067 - 9

3. Bevindingen eindejaarscontrole Er is geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid die doorwerkt in ons oordeel

Naast de controle op de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening 2020, hebben wij de begrotingsrechtmatigheid gecontroleerd. De toe te passen normen voor dit begrotingscriterium zijn gebaseerd op artikel 189, 190 en 191 van de Gemeentewet en moet door het algemeen bestuur zelf nader worden ingevuld en geconcretiseerd. Dit gebeurt door middel van de begroting en via de verordening op het financieel beheer ex artikel 212 van de Gemeentewet. Het systeem van budgetbeheer en -bewaking moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het algemeen bestuur, zodat deze tijdig (binnen het begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Een systeem met onvoldoende waarborgen voor tijdige melding aan het algemeen bestuur van budgetoverschrijdingen heeft het risico in zich dat inbreuk wordt gemaakt op het budgetrecht van het algemeen bestuur. Het begrotingscriterium is verder verfijnd en uitgewerkt in de Kadernota van de Commissie BBV. Een belangrijk uitgangspunt is dat het overschrijden van de begroting altijd onrechtmatig is, maar niet in alle gevallen hoeft te worden meegewogen in het accountantsoordeel.

Essentieel is dat het algemeen bestuur nadere regels kan stellen wanneer kostenoverschrijdingen die worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten (1), kostenoverschrijdingen passend binnen het beleid (2) en kostenoverschrijdingen bij openeinderegelingen (3) moeten meewegen bij het oordeel van de accountant. In die gevallen dat het algemeen bestuur geen nader beleid stelt, geldt het uitgangspunt dat deze kostenoverschrijdingen door de accountant niet worden betrokken bij de beslissing of al dan niet een goedkeurende controleverklaring kan worden afgegeven. Deze kostenoverschrijdingen moeten dan wel goed herkenbaar in de jaarrekening zijn opgenomen. Daarnaast moet de accountant deze kostenoverschrijdingen – waarvan het dagelijks bestuur in de jaarrekening moet aangeven dat het algemeen bestuur deze nog dient te autoriseren – in het verslag van bevindingen aan de orde stellen. Extra lasten die zijn gemaakt omdat extra opbrengsten daarvoor de ruimte bieden, terwijl deze extra lasten niet direct zijn gerelateerd aan de extra opbrengsten en waarbij het algemeen bestuur nog geen besluit heeft genomen over de aanwending van deze extra opbrengsten, zijn onrechtmatig en tellen mee in het oordeel van de accountant. Dit is bij de OD NHN overigens niet aan de orde.

Begrotingsafwijkingen werken niet door in de controleverklaring In totaal heeft uw gemeenschappelijke regeling € 19.224.000 aan lasten begroot, tegenover € 20.262.000 aan werkelijke lasten in 2020. Dit is in totaal een overschrijding van € 1.038.000 (5 %). Aan baten had uw gemeenschappelijke regeling een bedrag van € 19.050.000 begroot, tegenover € 22.887.000 aan werkelijke baten in 2020. In totaal gaat het om een hogere realisatie van baten van € 3.837.000 (20 %). Het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten komt daarmee op € 2.623.000 voordelig. 312019006.21.049 - 11

In het kader van de begrotingsrechtmatigheid moet gekeken worden naar de lastenoverschrijdingen op het niveau waarop het algemeen bestuur de begroting autoriseert. In uw geval is dat op programmaniveau, waarbij sprake is van 2 programma’s (Milieutaken en VTH-plustaken). Over het jaar 2020 is op het programma Milieutaken sprake van een overschrijding (€ 0,8 miljoen) van de geraamde lasten. Op het programma VTH-plustaken is eveneens sprake van een overschrijding van de geraamde lasten (€ 0,2 miljoen). Omdat deze geheel gecompenseerd wordt dor een hogere bijdrage vanuit de deelnemers, is geen sprake van een doorwerkend effect op ons accountantsoordeel. Op het programma VTH-plustaken is geen sprake van een overschrijding van de geraamde lasten. In het onderdeel "Samenvatting financiële verantwoording en begrotingsrechtmatigheid" is een analyse van deze onrechtmatigheid opgenomen. In het kader van de begrotingsrechtmatigheid is ten aanzien van de extra lasten die gemaakt zijn met betrekking tot de milieutaken aangegeven dat deze gedekt worden door de (bijbehorende) extra baten van de deelnemers. De overschrijding van de lasten met betrekking tot de VTH-plustaken worden eveneens gecompenseerd door (extra) baten. Gelet op de analyse en verklaring van het dagelijks bestuur werken deze overschrijdingen derhalve niet door in ons accountantsoordeel.

Naast overschrijdingen van lasten, zijn ook op onderdelen meer baten gerealiseerd dan begroot. Over de baten rapporteren wij in deze paragraaf niet, omdat dit geen onderdeel uitmaakt van het criterium begrotings-rechtmatigheid zoals de richtlijnen voorschrijven. De begrotingsrechtmatigheid omvat ook de overschrijdingen op investeringskredieten. Deze hebben zich in 2020 niet voorgedaan.

Geen sprake van te betalen vennootschapsbelasting

Uitgangspunt van het dagelijks bestuur is dat in uw jaarrekening geen sprake is van activiteiten die onder de vennootschapsbelastingplicht (Vpb) vallen. In de jaarrekening 2020 (paragraaf 4.6) heeft het dagelijks bestuur vermeld dat uw gemeenschappelijke regeling met het Bureau Belastingplicht Overheidsondernemingen overeengekomen is dat nagenoeg alle taken die door uw omgevingsdienst worden uitgevoerd, zijn voorgeschreven in de wet en daarom zijn vrijgesteld van Vpb. Wij adviseren de ontwikkelingen inzake Vpb voor overheidsbedrijven en uw eigen Vpb-positie te blijven monitoren, om tegenvallers inzake de Vpb te voorkomen dan wel tijdig te signaleren. Daarnaast adviseren wij u om uw Vpb-positie af te (blijven) stemmen met de belastingdienst.

WNT-verantwoording en anticumulatiebepaling WNT

De Wet normering topinkomens (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. De WNT regelt niet alleen de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, maar stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Met ingang van 1 januari 2013 is bij wet vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2020 van € 201.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenschappelijke regelingen het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd 312018013.21.067 - 12

personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. Met ingang van boekjaar 2018 dienen ook de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNT-verantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in het WNT-controleprotocol opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren. In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht. De naleving van de anticumulatiebepaling maakt derhalve geen onderdeel uit van de controle van de accountant. De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. In 2020 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. Bij de controle van de WNT-verantwoording 2020 stelden wij wel vast dat geen sprake was van (zichtbare) interne controle op de opgestelde WNT-verantwoording. Wij adviseren u om in het vervolg voordat de WNT-verantwoording voor controle wordt aangeboden zichtbaar interne controle uit te laten voeren.

In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2021 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2020 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking

Blijf de realisatie van projecten bewaken en draag zorg voor een goed inzicht in de uitnutting van beschikbaar gestelde budgetten

Covid19 heeft invloed op saldo OHW Als gevolg van de Covid19-pandemie konden voor meerdere projecten in 2020 geplande activiteiten niet doorgaan. Dat betekent dat de bestedingen die ten laste van de door de Omgevingsdienst ontvangen bedragen moesten worden gebracht, lager zijn uitgevallen dan geraamd. Dit heeft impact op het saldo Onderhanden werk, omdat reeds ontvangen middelen nog niet besteed zijn. In het saldo onderhanden werk gemeenten/ provincie is daarom een bedrag van € 295.500 gereserveerd voor een inhaalslag voor nog niet uitgevoerde, maar verplichte controles (€ 200.000) en voor regulering (€ 95.000). De beschikbare middelen zullen in 2021 of later worden ingezet. Met het vaststellen van de jaarrekening 2020 stemt u hiermee in. Beheersing doorgeschoven budgetten Het komt voor dat projectgelden niet geheel besteed worden (omdat kosten voor overeengekomen prestaties lager uitvallen dan geraamd). Deze bedragen worden dan, met goedkeuring van de betreffende partijen, gereserveerd en onder het OHW gestald. Dit maakt het mogelijk dat tot het moment er weer nieuwe projecten zijn, geld ten laste van het saldo gebracht wordt. Wij adviseren u in voorkomende gevallen, hier ook expliciete besluitvorming vanuit het bestuur voor te realiseren en zorg te dragen voor geformaliseerde afspraken.

Regionaal energiebesparingsprogramma Woningen Regio West-Friesland De Omgevingsdienst voert het project ‘Regionaal energiebesparingsprogramma Woningen Regio West-Friesland’ voor de West312018013.21.067 - 13

Friese gemeenten uit. Voor de uitvoering van het project is een meerjarige subsidie aangevraagd bij de Provincie Noord-Holland voor in totaal € 698.454, -. Deze subsidie is bedoeld voor de uitvoering van het programma 2018 - 2022 en wordt verstrekt voor de kosten van het opstellen, uitvoeren en verantwoorden van het regionale programma. Voor de jaren 2018 – 2020 heeft u een cumulatief voorschot ontvangen van € 286.777. De door de gemeenten gemaakte kosten, die daartoe declaraties bij uw omgevingsdienst indienen, worden ten laste van deze voorschotten gebracht. Ultimo 2020 is voor een totaalbedrag van € 34.250 aan kosten gedeclareerd door de gemeenten, waardoor het projectsaldo € 252.257 bedraagt. De declaraties die u heeft ontvangen zijn van drie van de zeven West-Friese gemeenten en betreffen in die gevallen slechts de jaren 2018 en 2019. De overige vier gemeenten hebben nog geen declaraties ingediend en voor het jaar 2020 heeft geen enkele gemeente een declaratie ingediend. Ten opzichte van de verrichte prestaties is het projectsaldo daarom relatief hoog. Voor de beheersing van uw projecten adviseren wij erop toe te zien dat de deelnemers tijdig de door hun gemaakte kosten declareren.

Daarnaast geven wij u in overweging om, in de toelichting op de balans, eventueel een inschatting op te nemen van de nog te verwachten kosten en nog te verwachten opbrengsten, zodat het verwachte financieel resultaat van het project ook uit de jaarrekening blijkt. Regeling omgevingslawaai In de post "Onderhanden werk Taakuitvoering" is onder meer een bedrag van € 45.000 opgenomen aan (nog) niet bestede middelen voor het project "Regeling omgevingslawaai". De nog resterende budgetten van het project actualisatie geluidbelastingkaarten 2011 en actieplan geluid 2013 – 2017 zijn in voorgaande jaren afgerond. Na de financiële verantwoording hebben de betreffende gemeenten destijds aangegeven dat de nog resterende budgetten niet teruggestort hoeven worden, maar ingezet moeten worden bij toekomstige projecten. Dit omdat de actualisatie iedere vijf jaar moet plaatsvinden. Naar verwachting van het dagelijks bestuur zal in 2022 dit project weer een vervolg krijgen. Wij adviseren u te bewaken dat de nog beschikbare projectmiddelen voor de (voorbereiding van) toekomstige projecten ook uitsluitend voor die projecten besteed worden. Toerekening projectbaten Het project “ISV Hoefplein” is afgerond en inmiddels is ook de eindrapportage ingediend. Hieruit blijkt een resterend nog te ontvangen subsidiebedrag van € 30.469.

Ook bij het project “Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) 2020” is de financiële verantwoording ingediend bij de subsidiegever. Omdat de cumulatieve bestedingen circa € 16.500 hoger zijn dan de ontvangen voorschotten resteert ook hier een nog te ontvangen bedrag. Uit voorzichtigheidsoverwegingen verantwoord u deze baten pas in het jaar waarin deze ook daadwerkelijk worden toegekend door de subsidiegever. Vanuit het matchingsprincipe zou het ook verdedigbaar zijn, als u in kunt schatten dat de door u geraamde en nog te ontvangen bijdragen voldoende hard zijn, u hiervoor op dat moment reeds een projectbate en te vorderen bedrag opneemt. Voor het resultaat heeft dit geen effect, omdat de projectbate een mutatie in het onderhanden werk betreft.

312018013.21.067 - 14

Interne beheersing

312018013.21.067 - 15

4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Als onderdeel van de jaarrekeningcontrole hebben wij aandacht geschonken aan de opzet, het bestaan en de werking van maatregelen van administratieve organisatie en interne beheersing (AO/IB), voor zover van belang voor onze controle op de controle 2020

betrouwbaarheid van de in de jaarrekening opgenomen gegevens. Naar aanleiding van de controle 2020 hebben wij met onze brief van 26 november 2020 (kenmerk 312018013.20.328) onze bevindingen gedeeld met het dagelijks bestuur en de directie. De kernboodschappen die wij het dagelijks bestuur en directie hebben meegegeven uit onze interim-controle hebben wij hieronder opgenomen. Verbetermogelijkheden interne beheersing 

Blijf, op basis van een follow up-rapportage, de voortgang van de opvolging van adviezen uit interne controlerapportages en voorgaande accountantsrapportages bewaken, inclusief uw prioriteitsstelling en rapporteer hierover aan het bestuur. Een groot deel van de eerdere adviezen is overigens opgevolgd.

De inrichting (opzet) van de financiële processen is in 2020 (ten opzichte van 2018 en 2019) niet (of nauwelijks) gewijzigd. Van een aantal processen heeft u dit jaar het bestaan vastgelegd. In het kader van de doorontwikkeling van uw (financieeladministratieve) organisatie en in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording vanaf 2021, is het belangrijk dit jaarlijks voor alle (materiële) processen te doen.

Uw IT-omgeving heeft, gelet op de implementatie van het ICT-Masterplan, in 2020 geen onderdeel uitgemaakt van uw VIC (verbijzonderde interne controle). Gelet op uw afhankelijkheid van derden en de dominantie van IT op uw bedrijfsvoering vinden wij dit wel een belangrijk aandachtspunt voor de komende jaren.

Borg dat alle onderdelen uit uw intern controleplan tijdig en verspreid over het jaar worden uitgevoerd.

Blijf uw frauderisicoanalyse actualiseren. Voor 2020 is dit gerealiseerd. Hiermee beschikt u in opzet over een stuurinstrument om de frauderisico’s te monitoren en te evalueren of beheersmaatregelen (nog) effectief zijn. De door het dagelijks bestuur uitgevoerde frauderisicoanalyse bevat 7 potentiële risico’s waarbij deels ook beheersmaatregelen, kans en impact zijn benoemd. De frauderisicoanalyse is in 2020 geactualiseerd, maar nog niet met directie en bestuur besproken. Ons advies is om deze periodiek te bespreken met directie en bestuur en de risico’s door te vertalen naar uw interne controle.

Bevindingen financiële processen 

Maak beleid rondom prestatielevering en draag zorg voor een duidelijke registratie van de prestatieverklaring voor echt risicovolle prestatieleveringen. Wij adviseren u hiervoor de notitie van de commissie BADO te gebruiken. 312018013.21.067 - 16

Rechtmatigheidsverantwoording 2021

Maak de controles van de mutaties in het crediteurenstambestand zichtbaar. Wanneer een zichtbare vastlegging in uw financiële systeem niet mogelijk is, kunt u door controles achteraf ook vaststellen dat de mutaties in het crediteurenstambestand juist hebben plaatsgevonden. Hiervoor kunt u bijvoorbeeld de logging gebruiken en hierop periodiek een zichtbare controle op uitvoeren.

Stel tijdig (voor de jaarrekening 2020) de juiste en volledige doorbelasting van de extra taken aan uw klanten zichtbaar vastendocumenteer hoe de volledigheid is vastgesteld. Naar de toekomst toe adviseren wij u te onderzoeken of met de implementatie van het nieuwe zaaksysteem hiervoor extra of efficiëntere handvatten (koppelingen) gevonden kunnen worden.

Voor Europees aanbesteden verzoeken wij u met behulp van de SDO-notitie “Uitvoering van de controle op aanbestedingsrechtmatigheid bij de jaarrekeningcontrole van decentrale overheden -Good practice” en de spendanalyse de rechtmatigheid van uw aanbestedingen over geheel 2020 aan te tonen. Wij hebben geadviseerd om dit voor 2020 ook tussentijds (in kwartaal 4) op te pakken.

In de meicirculaire 2018 heeft het ministerie van BZK aangegeven dat met ingang van het boekjaar 2021 het dagelijks bestuur zelf een rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening moet afgeven. Met deze verantwoording verklaart het dagelijks bestuur dat de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, rechtmatige tot stand zijn gekomen. Dat wil zeggen in overeenstemming met de begroting en met de relevante wet- en regelgeving, waaronder uw verordeningen. Deze verantwoording gaat onderdeel uitmaken van de jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling en als zodanig object van onderzoek worden voor de accountant in zijn opdracht om een getrouwheidsoordeel bij de jaarrekening af te geven. Het algemeen bestuur dient de materialiteits- en rapporteringsgrens te bepalen, mogelijk wel binnen een bepaalde wettelijke bandbreedte. De aanstaande wetswijziging (deze is nog steeds niet definitief vastgesteld door het ministerie) veroorzaakt dat de bewijslast om aan te tonen dat de gemeenschappelijke regeling primair in control is op gebied van financiële rechtmatigheid en getrouwheid wordt verlegd van de accountant naar het dagelijks bestuur. De intentie is dat de accountant hierbij als “vierde lijn” gaat functioneren.

In dit verband is het van belang dat het zelfcontrolerend vermogen in de 12, 2e en 3e lijn binnen uw mogelijkheden en ambities optimaal is ingeregeld en ook werkt. In de afgelopen jaren hebben wij daarom ook veel aandacht voor uw intern beheersinstrumentarium gehad en met u meegedacht over de mogelijk verbeteringen die daarin aangebracht konden worden. Wij merken in de gesprekken die wij hierover voeren met uw directeur en uw medewerkers en de documenten die hieraan ten grondslag liggen, dat hier aandacht voor is binnen de organisatie. Een belangrijk document waarmee de directie en het dagelijks bestuur sturen op de kwaliteitsverbetering van uw bedrijfsvoering is het intern controleplan. Dit plan wordt jaarlijks door het dagelijks bestuur geactualiseerd. Uw intern controleplan 2019-2021 kan u hierin (deels) ondersteunen. Bijstelling is nodig om tot een “volkomen controle” te komen. Uw plan (wat uiteraard tijdig moet worden uitgevoerd) moet onder meer gericht zijn op:  De rechtmatigheid van baten en lasten.  De rechtmatigheid van balansmutaties.  Begrotingsrechtmatigheid. 312018013.21.067 - 17

 

M&O-beleid Overige rechtmatigheidsaspecten zoals bijvoorbeeld Europese aanbesteding.

Wij adviseren u deze punten op te pakken en door te pakken in de verdere implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording.

312018013.21.067 - 18

Overige aangelegenheden

312018013.21.067 - 19

5. Overige aangelegenheden Geen meningsverschil met het dagelijks bestuur

Er zijn geen meningsverschillen met het dagelijks bestuur geweest en er waren geen beperkingen bij de uitvoering van onze controle. Naar onze mening is ons bij de uitvoering van onze controleopdracht door het dagelijks bestuur van uw gemeenschappelijke regeling de volledige medewerking verleend en hebben wij de volledige toegang tot de benodigde informatie gehad.

Wij hebben namens het dagelijks bestuur een ondertekende schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen. Bevestigingen van het dagelijks bestuur ontvangen

Naleving van wet- en regelgeving

Wij hebben geen kennis van te rapporteren omstandigheden in verband met het niet-naleven van wet- en regelgeving.

Betrouwbaarheid en continuïteit van de automatiseringsomgeving

Onze jaarrekeningcontrole is gericht op het geven van een oordeel omtrent de jaarrekening zelf en is niet primair gericht op het doen van uitspraken omtrent de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking als geheel of van onderdelen daarvan. Onze bevindingen daaromtrent raken dan ook slechts die onderdelen die wij onderzocht hebben in het kader van de jaarrekening, wat wil zeggen dat wij ter zake geen volledigheid pretenderen. Uit de door ons uitgevoerde werkzaamheden zijn geen bijzonderheden gebleken waarop wij u via deze rapportage willen attenderen.

Geen aanwijzingen van fraude

In Nederland is de accountant wettelijk verplicht om alle ontdekte fraudegevallen te rapporteren aan het management van de organisatie. Wij merken op dat onze controle niet specifiek is ingericht op het ontdekken van fraude. De accountant is wel verantwoordelijk voor het betrekken van frauderisico’s in de planning en uitvoering van zijn controleopdracht. Wij hebben een fraudediscussie gevoerd met het controleteam en met het financieel management en de directie van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, waarbij wij de nadruk hebben gelegd op de vermoedens van materiële onjuistheden als gevolg van fraude in de jaarstukken. Van het management en directie hebben wij de bevestiging ontvangen dat er geen onregelmatigheden zijn geconstateerd waarbij het management of werknemers die een belangrijke rol spelen bij de maatregelen van interne beheersing of anderen in het geval dat de fraude van materieel belang kan zijn op de jaarrekening, zijn betrokken.

312018013.21.067 - 20

Tevens hebben wij zelfstandig werkzaamheden uitgevoerd die gericht waren op het risico van het ‘omzeilen’ van de interne beheersingsmaatregelen door het management te detecteren. Wij hebben specifieke controles uitgevoerd op memoriaalboekingen en schattingen en hebben significante en ongebruikelijke transacties met behulp van gegevensanalyses onderzocht. Hoewel wij op grond van de controle- en overige standaarden een kritische houding moeten hebben ten opzichte van risico’s van fraude in de jaarrekening, merken wij op dat onze controle niet specifiek is gericht op het ontdekken hiervan. Tijdens de uitvoering van onze controle van de jaarrekening 2020 hebben wij geen aanwijzingen verkregen dat er sprake is geweest van materiële fraude.

Bevestiging onafhankelijkheid

Bevestiging onafhankelijkheid In overeenstemming met Nederlandse wet- en regelgeving, waaronder de Verordening inzake Onafhankelijkheid (ViO) van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), dient de externe accountant mogelijke conflicten met betrekking tot zijn onafhankelijkheid, zowel in wezen als in schijn, onder de aandacht te brengen van het college en het algemeen bestuur. Wij bevestigen dat onze onafhankelijke positie ten opzichte van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord in overeenstemming met de Nederlandse wettelijke en beroepsvoorschriften is gewaarborgd. Wij zijn van mening dat onze objectiviteit gedurende het afgelopen jaar niet is aangetast. Stelsel van waarborgen om onafhankelijke positie te waarborgen Publieke Sector Accountants beschikt over een stelsel van maatregelen om onze onafhankelijke positie bij controlecliënten te waarborgen. Het stelsel van maatregelen is een integraal onderdeel van de bestuurlijke organisatie en van het voor de gehele organisatie van toepassing zijnde stelsel van kwaliteitsbeheersingsmaatregelen.

Bijgaande niet-limitatieve opsomming geeft u een indruk van de maatregelen die bijdragen aan het waarborgen van onze onafhankelijke positie:  Schriftelijke onafhankelijkheidsbepalingen waarin alle bestaande onafhankelijkheidsvereisten en de risico’s ten aanzien van de bedreiging van de onafhankelijkheid en de daaraan gerelateerde waarborgen zijn verwerkt.  Procedures voor tijdige bekendmaking van de voorschriften en de daarin aangebrachte wijzigingen aan alle partners en werknemers bij Publieke Sector Accountants.  Procedures voor de organisatie van periodieke training inzake de toepassing van de onafhankelijkheidsvoorschriften.  Procedures die erop gericht zijn dat onze gevolmachtigden en werknemers in specifieke casussen en omstandigheden de onafhankelijkheidsvoorschriften naleven.  De benoeming van professionals op seniorniveau die verantwoordelijk zijn voor het continu actualiseren van de procedures en voorschriften, de tijdige bekendmaking ervan en het adequaat functioneren van het gehele stelsel van waarborgen.

 Procedures voor een schriftelijke rapportage per controlecliënt waarin is vastgelegd of sprake is van omstandigheden die de onafhankelijkheid van de accountant die de controleopdracht uitvoert bedreigen, op welke wijze met potentiële bedreigingen is omgegaan en indien er bedreigingen zijn gesignaleerd, welke maatregelen dan zijn genomen om deze bedreiging voor de onafhankelijkheid weg te nemen. De vastlegging van deze beoordeling inclusief een gemotiveerde conclusie (de zogenoemde onafhankelijkheidsevaluatie) wordt in het dossier opgenomen.

312018013.21.067 - 21

Procedures die vereisen dat een daartoe geëigende afdeling binnen Publieke Sector Accountants wordt geconsulteerd, als sprake is van een mogelijke aantasting van de onafhankelijkheid in relatie tot een specifieke cliënt. Wij zullen dan ook overwegen het algemeen bestuur of de auditcommissie te raadplegen. Procedures voor het interne toezicht in relatie tot de toetsing en bewaking van de naleving van de onafhankelijkheidsvoorschriften.

De opzet en werking van ons stelsel van maatregelen worden periodiek door de externe toezichthouder getoetst. Interne roulatie Een te grote mate van vertrouwdheid of vertrouwen kan een bedreiging vormen voor de onafhankelijkheid van de accountant wanneer bepaalde leden van het controleteam geregeld en voor lange tijd aan de wettelijke controle van een controlecliënt meewerken. Wij beoordelen de bedreiging voor de onafhankelijkheid die kan voortvloeien uit de langdurige betrokkenheid van andere leden van het controleteam bij de controleopdracht. Waar nodig nemen wij maatregelen om de bedreiging weg te nemen. Wij merken op dat er in het kader van onze controleopdracht geen sprake is geweest van een dergelijke bedreiging. Persoonlijke, zakelijke of financiële relaties Wij hebben een evaluatie gemaakt van persoonlijke, zakelijke en financiële relaties tussen Publieke Sector Accountants, haar partners en haar medewerkers en de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, die van invloed kunnen zijn op onze onafhankelijkheid. Bij deze evaluatie zijn ons geen zaken gebleken welke aan u gerapporteerd dienen te worden.

Geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid De Nederlandse onafhankelijkheidsregels vereisen dat de eindverantwoordelijke accountant de met governance belaste organen informeert over geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid die Publieke Sector Accountants, een bestuurder of interne toezichthouder van Publieke Sector Accountants of een lid van het controleteam heeft ontvangen van of verstrekt aan de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord of een bij de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord betrokken persoon. Hierbij is een drempel van € 100 opgenomen in de regels. Wij zijn van mening dat de verstrekte en ontvangen geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid gepast zijn en derhalve niet tot een bedreiging voor de onafhankelijke uitvoering van de controleopdracht hebben geleid. Volledigheidshalve merken wij op dat wij geen geschenken en persoonlijke uitingen van gastvrijheid hebben verstrekt/ontvangen die een (geschatte) waarde van meer dan € 100 hebben. Aanvullende dienstverlening Een overzicht van de aanvullende dienstverlening hebben wij hieronder opgenomen.

312018013.21.067 - 22

Aanvullende dienstverlening 

Controle verantwoording 2020 subsidiegelden IOV

Conclusie onafhankelijkheid De voorschriften in het kader van onafhankelijkheid zijn binnen de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (de NBA) opgenomen in de ‘Verordening inzake Onafhankelijkheid (ViO)’ en vormen een belangrijk onderdeel van het ‘normenkader’ waaraan een accountant moet voldoen. De naleving van de ViO is binnen Publieke Sector Accountants ingebed. Op basis van onze toetsing concluderen wij dat onze onafhankelijkheid als certificerend accountant bij de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noord-Holland Noord in 2020 voldoende is gewaarborgd.

Controleverschillen

Overzicht van de controleverschillen: Aard van de fouten en onzekerheden (x € 1.000)

Rechtmatigheid

Getrouwheid

Fouten Kosten voor meerjarige opleidingen zijn toegerekend aan 2020 in plaats van deze als vooruitbetaald te presenteren en aan 2021 (of later) toe te rekenen Totaal fouten

15.363

15.363

15.363

15.363

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Totaal onzekerheden

N.v.t

N.v.t

Onzekerheden

Wij hebben van het dagelijks bestuur een schriftelijke bevestiging bij de jaarrekening ontvangen, waarin het college bevestigt dat de niet-gecorrigeerde fouten, zowel individueel als in totaal, in het kader van de jaarrekening niet materieel zijn. Daarnaast is in de jaarrekening een aantal correcties doorgevoerd naar aanleiding van onze controle. Uw organisatie beschikt over een overzicht van deze correcties.

312018013.21.067 - 23

Disclaimer en beperking in gebruik

Dit verslag is alleen bestemd voor het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en mag niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden verstrekt of aangehaald zonder onze schriftelijke toestemming vooraf. Er wordt geen verantwoordelijkheid aan een derde partij geaccepteerd, omdat dit verslag daar niet voor opgesteld en bedoeld is. Dientengevolge nemen wij geen enkele verplichting of plicht van zorg aan ieder ander persoon aan wie dit verslag getoond of in zijn handen komt, op ons. De in dit verslag aan de orde gestelde onderwerpen zijn door ons geconstateerd gedurende onze controleopdracht waarvan wij van mening zijn dat zij uw aandacht behoeven. Het is geen allesomvattend verslag van alle geconstateerde zaken en in het bijzonder kunnen wij niet verantwoordelijk worden gesteld voor het rapporteren van alle bedrijfsrisico’s of tekortkomingen in het systeem van interne beheersing. Elke conclusie, opinie of opmerking in dit verslag is verstrekt in de context van onze controleverklaring over de jaarrekening als geheel. Evenzo geldt dat de opmerkingen, bevindingen en aanbevelingen met betrekking tot het systeem van interne beheersing niet gelezen dienen te worden als een afzonderlijke opinie van het systeem van interne beheersing en haar werking.

312018013.21.067 - 24

312018013.21.067 - 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10183453/1