26-028 TA ODS gladheidsbestrijding
Tekst van het document
Technische vragen Fractie
ODS
Opsteller
C.A.M. Sanders-Druif
Commissie/Raad
GGZ
Onderwerp
Vaststellen beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031
Geagendeerd
Ja
Agendapunt
4
Datum aanvraag
5-5-2026
Inleiding: Vragen 1 t/m 3 gaan over het raadsvoorstel. Op pagina 2 bij milieu impact staat: Bij gladheidsbestrijding maken we gebruik van natriumchloride (zout). Natriumchloride heeft een negatief effect op het milieu, zoals bodem- en watervervuiling. Bij alternatief onder punt 2 staat: Magnesiumchloride of Calciumchloride; Deze twee middelen werken beter dan wegenzout, zijn minder agressief voor metalen en minder schadelijk voor planten en dieren. De prijs van deze middelen is gemiddeld twee tot drie keer hoger in vergelijking met wegenzout. Onderzoek naar alternatief: Op de website van Nemag staan de voordelen van. Calciumchloride beschreven (https://www.nedmag.nl/markten-en-toepassingen/veiligheid/gladheidsbestrijding) * Het kan nauwkeurig gedoseerd worden. * Het zout kleeft beter aan het wegdek waardoor er geen kans is op verwaaiing. * Het geeft een langere dooiwerking omdat het zout langer op het wegdek ligt en niet opdroogt. * Door effectievere werking levert het een besparing op wegenzout op, soms zelfs tot 50%. * Het is milieuvriendelijker door verminderde zoutbelasting. Vragen 4 t/m 7 gaan over bijlage 1 het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031.
⃰ Dit vragenformulier z.s.m. toezenden aan griffie@stedebroec.nl
pagina 1
Vragen: 1. Zijn de alternatieven als opties onderzocht? 2. Zijn er ervaringen van andere gemeenten bekend, die strooien met de alternatieve middelen? Zo ja, kan er dan (een deel van) de extra kosten worden gecompenseerd door lagere kosten op andere posten? Doordat er minder schade is aan de wegen en natuur (waardoor er minder herstelkosten nodig zijn voor de wegen/bruggen en bermen/natuur) 3. Is een hybride aanpak een optie? Alleen alternatieven gebruiken op gevoelige locaties.
4. 5. 6. 7.
Op pagina 5 bij zorgplicht staat: Bij het bestrijden van gladheid mogen prioriteiten worden gesteld op basis van het belang van bepaalde wegen, maar ook op grond van kosten- en milieuoverwegingen. Op welke manier wordt de milieu-impact beoordeeld en meegewogen in de keuzes? Hoeveel klachten vanuit bewoners en andere betrokkenen heeft de gemeente ontvangen gedurende de looptijd van het afgelopen beleidsplan? Heeft de gemeente zicht op het aantal calamiteiten/ongevallen dat zich heeft voorgedaan die te linken zijn aan gladheid gedurende de looptijd van het afgelopen beleidsplan gladheidsbestrijding? Zijn er duidelijke trends te onderscheiden op het gebied van de klachten en calamiteiten gedurende de looptijd van het afgelopen beleidsplan? Oftewel is het beleidsplan effectief geweest de afgelopen 5 jaar?
Pagina 2
Antwoorden Vraag 1 De nieuwe ontwikkelingen van alternatieve dooimiddelen en technieken zijn onder onze aandacht. Wij zijn bekend met alternatieven als Grassap, Dooikorrels, suikerriet melasse, zand, split en grind. Op het gebruik van zand na hebben we deze middelen niet toegepast. Vraag 2 In onze regio zijn er bij ons geen gemeenten bekend die met andere alternatieve dooimiddelen strooien. De Provincie Noord-Holland heeft een pilot uitgevoerd met het toepassen van Grassap op een bepaald weggedeelte. De resultaten gaven waardevolle informatie maar gaf ook aan dat grootschalig gebruik van het product technisch en economisch een uitdaging is. Zelf maken we gebruik van andere middelen om de schadelijke effecten van strooizouten te reduceren. Onder antwoord 3 worden de hybride en de technische middelen besproken die in Stede Broec worden toegepast. Vraag 3 De huidige uitvoering van de gladheidsbestrijding is erop gericht om zo min mogelijk dooimiddelen te gebruiken. Als hybride dooimiddel maken we gebruik van pekelwater als toevoeging aan het strooizout. Dit reduceert de hoeveelheid strooizout op wegen met 20% en op fietspaden met 45% en zorgt ervoor dat het zout op de weg blijft liggen en niet in de bermen waait. Op fietspaden wordt meer pekelwater toegevoegd i.v.m. het slecht inrijden van het strooizout door fietsers.
We maken naast pekelwater gebruik van technische middelen om het gebruik van dooimiddelen te beperken. De gemeente maakt gebruik van de volgende technische middelen; • Meetstations waarbij sensoren in het wegdek zijn geplaatst. • Een weerbureau die ons ondersteund bij een eventuele strooiactie. • Strooiers met een automatisch routesysteem. De meetpunten geven informatie over de gesteldheid van onze wegen waaronder de hoeveelheid restzout die nog op de wegen aanwezig is. Als deze nog voldoende is hoeven we nog geen zout toe te voegen. Zo voorkomen we onnodige strooibeurten. Het weerbureau ondersteund ons in de beslissing of het wel of niet mogelijk is om preventief te strooien in verband met aankomende neerslag. Dit voorkomt dubbel strooien i.v.m. afspoelen van het strooizout na een bui. De strooimachines zijn geprogrammeerd om alleen te strooien waar het nodig is op de route en past automatisch de breedtes en hoeveelheden strooizout aan. Vraag 4 Zoals onder 3 is omschreven zorgen wij ervoor dat het gebruik van strooizout tot een minimum wordt beperkt. Daarnaast is het belangrijk om de wegen in de strooiroute voor alle weggebruikers bereikbaar te houden. Woon-werkverkeer, economisch belangen en de impact op het milieu spelen daar een rol in.
Pagina 3
Vraag 5 Het zijn niet altijd klachten die over gladheidsbestrijding gaan maar ook meldingen m.b.t. gladheidsbestrijding of vragen. In de periode van 1 oktober 2020 tot 1 mei 2026 zijn er 198 meldingen gedaan. Van deze 198 meldingen gingen er 74 over sneeuw. Vraag 6 Het totaal aantal ongevallen is niet bekend. Bij navraag bij juridische zaken is er één ongeval bekend op het Broeckerpad in de noordelijke groenstrook waarbij wij aansprakelijk werden gesteld voor de schade m.b.t. gladheid. Deze aansprakelijkheid is afgewezen omdat er borden stonden dat het fietspad niet werd gestrooid. Vraag 7 De afgelopen 5 jaar zie je met name tijdens sneeuwval een piek ontstaan in de meldingen. Het beleidsplan zorgt ervoor dat wij als beheerder en de uitvoerende partij de vragen over de gladheidsbestrijding kunnen onderbouwen waarom we iets wel of niet meenemen. Dat is een grote meerwaarde omdat tijdens sneeuwval de bewoners die niet aan een strooiroute wonen maar maximaal 200 meter daarvan af veel meldingen doen of hun straat ook kan worden opgenomen in de route. Het vaststellen van het beleidsplan en het uitvoeringsplan die daarop wordt gebaseerd geeft veel duidelijkheid bij inwoners en gebruikers van de wegen.
Pagina 4