CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

25-0152a Louis Bolk evaluatie fase 1 Positieve Gezondheid

Commissie Samenleving 4 november 2025, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Gemeld ter bespreking2.188 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De buurt voor elkaar Texel en Stede Broec

Concept Eindrapportage Fase 1 (2023-2024) Charlotte Sederel & Sjef Staps

28 november 2024

Inhoud 1.

Achtergrond

2.

Hoofd- en deelvragen

3.

Onderzoeksopzet

4.

Projectorganisatie

5.

Samenvatting literatuurstudie

6.

De buurten Princenhof: problematiek en interventies Fase 2 De Tuunen: problematiek en interventies Fase 2

7.

Plan van aanpak Fase 2

8.

Bijlagen 1.

Word-document: literatuurstudie

2.

Bolk-model voor PGLO

2

Achtergrond • Nederland staat voor de grote uitdaging van het duurzaam organiseren van zorg voor kwetsbare inwoners. Zo is er bijvoorbeeld sprake van toenemende druk op de ouderenzorg en op de GGZ, door een groeiende vraag en een afnemende (intramurale) capaciteit. • Deze ontwikkelingen vragen om meer informele zorgnetwerken waarin burgers en (potentiële) cliënten worden opgevangen, zowel voordat zij in de formele zorg terecht komen als ook wanneer zij hun plek in de samenleving weer hervinden. Zorgzame buurten kunnen hier een onderdeel van zijn. Dit zijn buurten waarin bewoners, in het bijzonder bewoners met zorg- en ondersteuningsbehoeften, meer worden opgevangen en ondersteund door het informele zorgnetwerk in de buurt. • Dit project richt zich op het onderzoeken en optimaliseren van twee zorgzame buurten: De Tuunen in Den Burg, Texel en Princenhof In Stede Broec. Het streven is om de onderzoeksresultaten tevens zoveel mogelijk van betekenis te laten zijn voor de rest van Nederland.

3

Achtergrond Dit project is gestart vanuit twee praktijkbehoeften: 1.

De behoefte van GGZ-instellingen om cliënten zo kort mogelijk in een klinische setting op te nemen en te laten doorontwikkelen naar inclusieve buurten ‘in de samenleving’. Welke factoren zijn helpend om de verbinding met de omgeving en de samenleving vast te houden en te versterken?

2.

De behoefte om in buurten met vergrijzings- en andere sociaalmaatschappelijke problematiek, informele zorg meer te

benutten. In wijken met sterke vergrijzingsproblematiek en problemen zoals armoede, eenzaamheid en overlast, is in de nabije toekomst sprake van onvoldoende professionele zorgcapaciteit. Daarom is het nodig om te onderzoeken op welke wijzen inwoners meer op elkaar kunnen terugvallen, zonder dat dit leidt tot vermindering van gezondheid en welzijn. In andere woorden: hoe komen we tot een lagere formele zorgbehoefte doordat het informele netwerk in de buurt dit voor een deel opvangt? Bovenstaande uitdagingen clusteren zich niet rondom één levensdomein en vragen om een integrale buurtgerichte aanpak die gedurende dit project wordt uitgevoerd en geëvalueerd.

4

Hoofd- en deelvragen onderzoek Doel van dit project is antwoord te geven op de volgende hoofdvraag: “Welke interventies dragen bij aan het vergroten van de sociale cohesie, en daarmee het verkleinen van de formele zorgbehoefte in de buurten De Tuunen en Princenhof?” Te beantwoorden deelvragen: 1.

Wat zijn kenmerken van een zorgzame buurt (zowel fysiek als sociaal) voor verschillende typen cliënten en burgers met een zorgbehoefte?

2.

Met welke interventies kunnen we de leefomgeving in buurten optimaliseren en welke rol kan een buurtverbinder daarbij spelen?

Het is het doel om de antwoorden op deze vragen van toegevoegde waarde te laten zijn voor inzicht in de effectiviteit van buurtgerichte interventies in heel Nederland. 5

Hoofd- en deelvragen onderzoek Daarnaast onderzoeken we binnen dit project de manier waarop het Bolk-model van toegevoegde waarde kan zijn als evaluatietool binnen zorginstellingen.

De te beantwoorden deelvragen zijn: 3.

Kan het Bolk-model de in de instellingen met cliënten momenteel toegepaste ontwikkelings-evaluatietools verrijken?

4.

Hoe kan de relatie instelling – omgeving worden geoptimaliseerd in het geval cliënten door-ontwikkelen van wonen op een zorginstelling naar wonen in een ‘gewone’ buurt?

5.

Wat zijn overeenkomsten en verschillen van een optimale leefomgeving binnen antroposofische en reguliere settings?

6.

In hoeverre heeft het Bolk-model toegevoegde waarde bij cliënt-evaluaties van antroposofische instellingen, met een terminologie die aansluit bij de antroposofie?

6

Onderzoeksopzet Fase 1 (2023 en 2024): 1.

In beeld brengen typen inwoners/cliënten en buurten 1.

Aanwezig zijn in de wijken bij koffie-ochtend, leefstijlcursus, in buitenhuizen, etc.

2.

Interviews met inwoners, cliënten, professionals en vrijwilligers

Fase 1: Uitgevoerd in 2023 en 2024

2.

Beknopte literatuurstudie

3.

PGLO workshops in de buurten

4.

Opstellen en uitvoeren verbetermogelijkheden/interventies leefomgeving

5.

Rapportage: presentatie fase 1

6.

Uitbreiding evaluatiemodel Novalishoeve naar Bolk-model

7.

Vertaling Bolk-model naar antroposofie

8.

Leerpunten van antroposofische instellingen voor regulier en omgekeerd

Fase 2 (2025 en 2026): evaluatie interventies na 1 jaar en 2 jaar

Fase 1: Wordt begin 2025 uitgevoerd

Fase 2: Wordt uitgevoerd in 2025 en 2026

7

Projectorganisatie Stede Broec

Texel

Uitvoeringsproject: Zorgzame Buurt

Onderzoeksproject Buurt voor elkaar

Uitvoeringsproject: Buurtverbinder De Tuunen / Wijk 99

Gemeente SB, Omring, Woonschakel

Louis Bolk Instituut

Raphaelstichting / Novalishoeve

Buurt: Princenhof Projectleider: Suzanne Kok

Wijkondersteuner: Anne-Marije

Coördinator informele zorg: Shanne

Buurt: De Tuunen / Wijk 99 Projectleider: Sjef Staps

Projectleider: Joost Heerschop

Onderzoeker: Charlotte Sederel

Buurtverbinder: Denise

Vrijwilliger buurtkamer: Vanessa e.a. 8

Literatuurstudie 1/2 In deze sectie een beknopte weergave van de literatuurstudie. Voor de volledige studie verwijzen we naar bijlage 1. • Hoe kom je tot een zorgzame buurt? •

Geen standaard recept: maatwerk mét de buurt

•

Tijd en middelen: ontstaat niet vanzelf, vereist een gerichte aanpak met visie, tijd en middelen. Hier is professionele ondersteuning nodig om visie te ontwikkelen en interventies duurzaam te verankeren.

•

Rol van lokale overheden: Faciliteren van professionele ondersteuning en gebiedsgericht werken.

• Bouwstenen van een zorgzame buurt: •

Stimuleer ontmoetingen: klein en groot, ontmoetingsplekken, kleine hulp •

Ontmoetingsplekken → formeel en informeel, ook bij organisaties

•

Co-creatie: betrokkenheid en initiatief in eigen leefomgeving, gefaciliteerd door gemeente

•

Netwerk: samenwerking tussen welzijns-, zorg- en andere partners gericht op preventie en levenskwaliteit

•

Professionele zorg: detectie van kwetsbare mensen, betere toeleiding naar hulpverlening en ondersteuning van informele zorgverleners.

•

Informatievoorziening: over omgaan met kwetsbare burgers, maar ook over activiteiten en initiatieven

•

Buurtanalyses: bepaal prioriteiten

9

Literatuurstudie 2/2 • Aanbevelingen voor ouderen in de buurt: •

Behoeften: communicatie, begaanbare straten, voorzieningen binnen ‘schuifelafstand’, intercultureel en intergenerationeel contact

•

Aanbevelingen: Informeer via diverse kanalen, faciliteer informele initiatieven, en ondersteun samenwerking tussen formeel en informeel

• Aanbevelingen voor cliënten uit de GGZ in de buurt: •

Behoeften: inclusie, welkom en veilig voelen

•

Aanbevelingen: informeer buurtbewoners over omgaan met psychische kwetsbaarheid •

Maar… iedereen die er woont is een buurtbewoner

10

Onderzoek in de buurten • In fase 1 hebben in beide buurten de volgende activiteiten plaatsevonden: 1. Buurten leren kennen a.d.h.v. interviews met bewoners, professionals en vrijwilligers 2. Aanwezig geweest bij verschillende activiteiten zoals koffie-ochtend en leefstijlcursus in de buurtkamer 3. Workshop PGLO waarbij samen met bewoners en betrokken stakeholders de knelpunten, kwaliteiten en verbeteracties voor de buurten in kaart zijn gebracht.

• Op basis van de literatuurstudie en de onderzoeksactiviteiten zijn we tot een set interventies gekomen die in Fase 2 gemonitord worden.

11

De buurten Princenhof in Stede Broec

De Tuunen op Texel

Huishoudens

759 woningen

140 woningen

Type

34% sociale huur, 4% huur en 62% koop

71% sociale huur, 13% huur en 16% koop

Bouwjaar

Jaren 1970-1980

Na 2018 gebouwd

Problematiek

• Sterke vergrijzing

Nieuwe buurt, binnen Hoekserf nog relatief weinig

• Eenzaamheid

verbinding

• Weinig zelfredzaamheid • Hangjeugd op schoolpleinen Toekomstige

• Ouderen die minder zelfredzaam zijn

• Ambulante begeleiding cliënten van Novalishoeve

thema’s en

• Leefstijlziekten

• Bewoners van Tante Jans (huis voor dementie)

zorgbehoefte

• Problematiek door eenzaamheid en ontbreken

sociale cohesie 12

De buurten Princenhof, Stede Broec

De Tuunen, Texel

13

Opbrengsten interviews Stede Broec • Sociaal maatschappelijk participeren en mentaal welbevinden

• Belangrijke stressfactor: weinig gevoel van eigen regie en zelfredzaamheid

•

Eenzaamheid, neerslachtigheid, overprikkeling en overvraging

•

Gezondheidsproblemen

•

Buurtkamer vervult belangrijke rol in het sociale contact onder

•

Financiële problemen

groep met lage SES •

Onderling contact geeft vertrouwen in jezelf, elkaar en je

omgeving

• Zingeving •

Het helpt enorm als je iets hebt om gezond voor te worden en zijn

•

Verbinding met jezelf en met je omgeving

•

Gevoel van rust en berusting ervaren

• Vroeger speelde de kerk een belangrijke rol in het sociale weefsel waar je onderdeel van was. Nu sterke behoefte aan nieuwe vormen van zingeving en verbinding met jezelf en omgeving.

14

Resultaat workshop Princenhof 16 maart 2024

15

Interventies Princenhof Specifieke zorgvraag in de buurt: de stijgende zorgbehoefte door vergrijzing en toenemend aantal mentale gezondheidsproblemen, maar een afnemende zorgcapaciteit. Interventies voor dit onderzoeksproject:

1.

Werking wijkondersteuner en activiteiten die daaruit voortkomen a) Werking activiteiten buurtkamer Princenhof b) Overzicht en onderling contact faciliteren van organisaties, initiatieven en activiteiten c) Communicatie in de wijk over activiteiten, mogelijkheden en regelingen

2.

Werking van coördinator informele zorg

16

Stavaza Stede Broec – nov. 2024 (1/2) Hoewel de echte ‘monitoring en evaluatie’ plaatsvindt in Fase 2 van dit onderzoek, kan op dit moment al het volgende worden gezegd: • Sinds 1,5 jaar geleden het uitvoeringsproject ‘Zorgzame Buurt’ is gestart is o.a. het volgende ontsproten: •

De wijkondersteuner (Anne-Marije vd Ploeg) is gestart met het ontwikkelen van de buurtkamer in Princenhof, aantrekken van vrijwilligers, organiseren van activiteiten en het verbinden van andere organisaties in de wijk aan de buurtkamer en aan elkaar.

•

De buurtkamer floreert en heeft een belangrijke functie gekregen in de wijk: er vinden dagelijks activiteiten plaats die door een groeiend aantal buurtbewoners wordt bezocht;

•

Daarnaast worden extra activiteiten georganiseerd, zoals ‘prikochtenden’ die door gemiddeld 190 buurtbewoners worden bezocht;

•

Het informele netwerk in de buurt is bij buurtbewoners die de buurtkamer bezoeken toegenomen. Dit vergroot ‘het kleine helpen’, wat een belangrijke graadmeter is van een zorgzame buurt;

•

Er is in september 2024 een coördinator informele zorg gestart (vanuit Omring)

17

Stavaza Stede Broec – nov. 2024 (2/2) • Het project kent o.a. de volgende uitdagingen: •

Financiering van de wijkondersteuner (Anne-Marije vd Ploeg) om het groeiende netwerk in de wijk en de activiteiten die daaruit voortkomen te laten doortonwikkelen. Op dit moment is het nog onduidelijk of de functie van Wijkondersteuner ook in 2025 en 2026 gefinancierd wordt, en uit welk geldstroom dit gaat komen. Wanneer deze financiering stopt zal Anne-Marije haar taken moeten neerleggen.

•

Voldoende vrijwilligers aantrekken die de buurtkamer daadwerkelijk dragen. Dit is nu afhankelijk van één vrijwilliger (Vanessa Hakoff) die de buurtkamer grotendeels coördineert de meeste activiteiten organiseert. Zij heeft aangegeven te stoppen per 1 januari als er geen financiering beschikbaar komt voor haar werkzaamheden.

•

De coördinator informele zorg heeft haar taken neergelegd. Deze functie wordt momenteel niet opnieuw ingevuld

• De financiële onzekerheden maken dat het onduidelijk is in hoeverre het project in 2025 en 2026 in Stede Broec doorgang vindt. Het is onze nadrukkelijke aanbeveling om zowel de functie van wijkondersteuner als die van coördinator van de buurtkamer

financieel te borgen, zodat de zorgzame buurt zich verder kan blijven ontwikkelen. Dit is een proces dat tijd en coordinatie kost, en waar in 2023 en 2024 een mooie start mee is gemaakt.

18

Opbrengsten interviews De Tuunen • Sociaal maatschappelijk participeren •

•

• Zingeving

Er wordt naar elkaar omgekeken, dat wordt als ontzettend positief

•

Veel ruimte en natuur waar mensen heel blij van worden

ervaren

•

Betrokkenheid bij elkaar geeft zin

Vooral in het begin (2018/2019) hielpen mensen elkaar, nu zakt de bereidheid wat in

•

•

Bijv. huiswerkbegeleiding van het overbuurmeisje

•

Gezamenlijk in de moestuin werken

Gemeenschappelijke tuinen en erven geven gevoel van samen,

maar soms ook wrijving •

•

Bestuur van De Tuunen is onrustig en kan niet met iedereen door

• Dagelijks functioneren en mentaal welbevinden

één deur (ruzie)

•

Ontspannen wonen, dat ontzorgt en geeft ruimte

Op het Hoekserf (huizen Novalishoeve en Tante Jans):

•

Inwoners zijn blij en tevreden met de wijk

•

Zijn relatief weinig ‘sterke schouders’ die de kar kunnen

•

Los van problemen met grindpaden en verlichting

trekken •

Komt er weinig/geen initiatief vanuit de zorgwoningen, dit is niet bevorderlijk voor de verbinding

19

Resultaat workshop De Tuunen 6 maart 2024

20

Interventies De Tuunen Specifieke zorgvraag in de buurt: ambulante begeleiding van GGZ-cliënten die re-integreren in een nieuwe woonwijk. Deze woonwijk is ontworpen en gericht op meer sociale cohesie in de wijk. Interventies voor dit onderzoeksproject: 1. Werking buurtverbinder en activiteiten die daaruit voortkomen

a) Tuin bijhouden Hoekserf b) Conflictsituatie bestuur buurtvereniging c) Informatievoorziening m.b.t. activiteiten, bewoners en nieuws (website, app) d) Thema-avonden + koffie ochtenden

2. Komst en werking buurtkamer

21

Stavaza De Tuunen – nov. 2024 • Wordt nog ingevuld

22

Onderzoeksopzet Fase 2 (1/2) • Beantwoording deelvraag 2: Met welke interventies kunnen we de leefomgeving in buurten optimaliseren en welke rol kan een buurtverbinder daarbij spelen? •

Welke factoren dragen bij aan, en welke factoren belemmeren, de werking van een wijkondersteuner/buurtverbinder?

•

Welke impact hebben de genoemde interventies in de buurten op het onderlinge contact in de wijk en de gezondheid van de deelnemers?

• Fase 2 = 2025 en 2026 •

Voorjaar 2025: monitoring T = 0 + terugkijken

•

Najaar 2025: monitoring T = ½ = tussentijdse meting

•

Voorjaar 2026: monitoring T = 2/2 = eindmeting

23

Onderzoeksopzet Fase 2 (2/2) • Mixed methods study •

Interviews met: 1. Buurtverbinder/wijkondersteuner/coördinator buurtkamer 2. Leidinggevende

•

Focusgroepen met bewoners (net zoals de workshops PGLO)

•

Vragenlijst onder deelnemers aan activiteiten (20 per buurt?) •

CPHQ 2.0: meet positieve gezondheid en relevante contextvariabelen zoals sociaal kapitaal, welbevinden en participatie

•

Frequentie en type contact met buurtgenoten

•

Deelname aan activiteiten

24

Bijlagen 1.

Literatuurstudie (Word-bestand)

2.

Bolk-model voor PGLO

25

2. Bolk-model voor Positieve Gezondheid en Leefomgeving Drie fasen in methodiek: 1. Knelpunten en behoeften 2. Kwaliteiten 3. Verbeteringen

Kernpunt wederkerigheid: 1. de omgeving zorgt voor de mens én

2. de mens zorgt voor zijn omgeving

Positieve Gezondheid en Leefomgeving

Straat Buurt Wijk Van Wietmarschen et al., 2022

Van individueel naar collectief

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16039500/1