25-0149b Bijlage 2. richtinggevend kader toegang
Tekst van het document
Een korte (niet uitputtende) opsomming: de negatieve rol van te kleine en/of ongezonde woonruimte op de (mentale) gezondheid binnen een gezin, de doorstroom en uitstroom uit instellingen, het stapelen van kwetsbare doelgroepen in dezelfde wijken en buurten, het onvermogen om kinderen en/of (één van) hun opvoeders in hun eigen leefomgeving te kunnen houden als zij (voor hun eigen veiligheid) uit huis worden gehaald. Het voorzien in voldoende, passende woningen, en de afspraken die je vervolgens kan maken over bepaalde doelgroepen, is niet iets wat aan één belanghebbende is toe te schrijven. Maar het is wel een cruciale randvoorwaarde, en een onmisbaar onderdeel van bestaanszekerheid. Daarnaast zijn er op landelijk systeemniveau qua beleid, financiering en regelgeving rond financiering een aantal zaken nodig en helpend: • Voorspelbaarheid en continuïteit in middelen. Dus minder incidentele middelen en ‘potjes’, maar een langjarige basis om op te bouwen. Alleen zo kunnen de investeringen gedaan worden om de grote maatschappelijke opgaven waar we voor staan het hoofd te bieden. • Een verschuiving van middelen naar de sociale en pedagogische basis.
Als er grotere verwachtingen zijn van de sociale en pedagogische basis in het mede oplossen en voorkomen van ondersteuning in het sociaal en zorgdomein, dan is het ook nodig dat de middelen in verhouding staan tot de hogere verwachtingen. Anders organiseren wij als maatschappij op dit vlak onze eigen teleurstelling. • De ruimte om, binnen de grenzen van jurisprudentie t.a.v. dit thema, passend te kunnen indiceren. Invulling geven aan de transformatiegedachte wordt bemoeilijkt als er (te veel) wordt vastgehouden aan bekostigingsvormen die de prikkels om preventief te werken niet stimuleren. Taakgerichte bekostiging is beloftevol om diverse redenen.23
23
De taakgerichte uitvoeringsvariant lijkt naar huidig inzicht gepaard te gaan met de laagste administratieve lasten. Ook biedt deze variant op het oog meer mogelijkheden voor een lange-termijnpartnerschap tussen gemeenten en aanbieders, waarbij wordt aangenomen dat gemeenten beter kunnen sturen op kwaliteit en zorggebruik. Aan de basis van de taakgerichte variant liggen vooraf overeengekomen afspraken over budget en bekostiging ten grondslag, gekoppeld aan outcome-gerichte verantwoording. (Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 p.47)
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
22
•
•
•
Beleid dat is afgestemd op het breder sociaal domein is helpend voor alle belanghebbenden. Hiermee beperken we tegengestelde prikkels. De geschiedenis leert dat wetten vaak (bedoeld, maar zeker ook onbedoeld) van invloed op elkaar zijn. lxxii Gemeenten kunnen beter en meer budgetten ontschotten, maar hiermee zijn we er nog niet. Met het ontschotten van financiering tussen de Zorgverzekeringswet en het sociaal domein, en tussen onderwijs en jeugdhulp zijn alle belanghebbenden geholpen. Dit zodat lokale teams samen met de partners de beschikking hebben over dergelijke echt integrale budgetten. Daarnaast zijn in de relatie tussen onderwijs en jeugdhulp duidelijkere landelijke kaders helpend voor zowel gemeenten als het onderwijs.
Wat is nodig in de samenwerking met het rijk In de huidige gemeentelijke uitvoeringspraktijk van de toegang en lokale teams stuiten we op een aantal versnellers, waar we met onze rijkspartners samen tempo op willen maken. Voor deze beweging is het volgende nodig: • Voorspelbaarheid en continuïteit in middelen. Dus minder incidentele middelen en ‘potjes’, maar een langjarige basis om op te bouwen. • Een verschuiving van middelen naar de sociale en pedagogische basis. • Duidelijkere kaders vanuit het rijk over de relatie tussen onderwijs en jeugdhulp. • Bewuster afstemmen van beleid op het brede sociaal domein. • Ontschotten van financiering tussen de Zorgverzekeringswet en het sociaal domein, en tussen onderwijs en jeugdhulp, zodat lokale teams samen met de partners de beschikking hebben over dergelijke budgetten. • Het haast maken met het daadwerkelijk voeren van een maatschappelijke dialoog over normaliseren en het versterken van het gewone leven voor huishoudens en gezinnen en hun netwerk en hoe we samen een zorgzame samenleving kunnen vormen. Wat is nodig in samenwerking met aanbieders Wij hebben nodig dat partners (welzijns- en zorgaanbieders) waarmee wij samenwerken om problemen van inwoners aan te pakken, goed aansluiten bij de grotere rol die lokale teams gaan spelen.
Dit betekent dat we met elkaar mogelijkheden creëren voor consultatie over en weer en indien nodig niet alleen meedenken, maar ook met ons en onze teams meewerken rondom het huishouden als geheel. Wat is nodig in samenwerking met beroepsopleidingen en (de visie op) de arbeidsmarkt Van de beroepsopleidingen vraagt het (meer) focus op een collectief gerichte werkwijze, gericht op de brede context om inwoners heen (gezin, naasten, school, werk, buurt), en minder gericht op het individu. Het vraagt ook van werkgevers, opdrachtgevers en studenten dat zij het belang van het collectief werken in de context van de inwoner meer gaan inzien. Immers, om echt iets te kunnen betekenen voor een inwoner die hulp of steun nodig heeft, gaat het zoals eerder gezegd vooral over houding en vaardigheden. Twee dingen die niet af te lezen zijn aan een diploma. Er is daarnaast ook een schat aan onbenut arbeidsmarktpotentieel. Mbo’ers die uitstekend geschikt zijn om zich in te zetten met en voor huishoudens die steun nodig hebben. We moeten waken voor een doorgeslagen geloof in opleidings- en kwaliteitseisen op papier. 24 Wat hebben gemeenten met elkaar te doen in regionaal verband Bepaalde taken kunnen gemeenten alleen. Voor de meeste gemeenten is voor veel zaken de relatie met de regio waarin gemeenten samenwerken cruciaal. Vooral omdat veel vormen van ondersteuning
24
De RVS heeft hier een interessante aanzet voor gedaan in Kwaliteitsdenken in de zorg: verleden, heden en toekomst, Een verkennend essay over de noodzaak voor een dynamische kijk op kwaliteit (2023).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
23
regionaal worden ingekocht. Afhankelijk van de omvang van de gemeente, zal de toegangsfunctie en/of het lokaal team ook regionaal/met meer gemeenten samen worden ingericht en ingekocht. Het is in deze gevallen belangrijk dat de lokale verordeningen afgestemd zijn op elkaar. Zowel in taal (terminologie), als in de lokale verwachtingen van de regionaal ingekochte ondersteuning (en dus de organisaties die daar achter staan). Zo weten alle betrokkenen (gemeenten, aanbieders en inwoners) wat zij mogen verwachten op dit vlak.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
24
Bijlagen Bijlage I Interbestuurlijke afspraken en programma’s De noodzaak van een goede toegangsfunctie en stevige lokale teams is urgenter geworden als gevolg van diverse interbestuurlijke afspraken. Dit zijn de belangrijkste programma’s met afspraken: Hervormingsagenda Jeugd (HaJ) De Hervormingsagenda Jeugd propageert een beweging van ‘stevige lokale teams’ die vanuit een brede analyse werken en zelf ook passende (basis)hulp bieden. De hervormingsagenda stelt daarmee eisen aan lokale teams, bijvoorbeeld die van directe handelingsvaardigheid en langere betrokkenheid. Van lokale teams wordt verwacht dat ze waar mogelijk zelf hulp bieden en minder doorzetten naar op afstand opererende specialisten. Als ze wel doorverwijzen laten ze niet los, maar blijven ze betrokken voor de verbinding met andere levensdomeinen en -vragen. Lokale teams hebben daarbij goede lijnen met de zogeheten sociale en pedagogische basis. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (Tkg) Met het toekomstscenario is een nieuwe manier van werken in ontwikkeling voor gezinnen en huishoudens waar (dreigende) onveiligheid speelt. Bij die nieuwe manier van werken is een grotere rol voor lokale teams voorzien. Zij blijven bij gezinnen betrokken, ook als de (toekomstige) Regionale Veiligheidsteams in beeld komen. Professionals vanuit de lokale teams zijn een vertrouwd en betrokken gezicht voor inwoners.
Integraal zorgakkoord (IZA) In het IZA is een aantal afspraken gemaakt die relevant zijn voor het opereren van toegang en lokale teams: 1. Het versterken van de sociale basis; 2. Het verbeteren van de samenwerking tussen sociaal domein, huisartsenzorg en ggz; 3. Een aantal wettelijke en financiële mogelijkheden voor meer domeinoverstijgende samenwerking, vooral die tussen het medische en sociaal domein, waarbij toegang en lokale teams een sleutelrol vervullen. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Om de in het IZA omschreven beweging naar de sociale basis te kunnen maken, zal die basis versterkt moeten worden en door de lokale teams worden gekend, benut en versterkt. Het GALA draagt bij aan de versterking van die basis met ondersteuningstrajecten en middelen. Versterking aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein (vAMS) In het kader van de acties die volgen uit de POK-middelen, te weten het versterken van lokale teams en integraal werken in het sociaal domein, wordt ingezet op het versterken van de aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein. De focus bij het versterken van de aanpak ligt primair op het beter organiseren van de aanpak. Hiernaast is er op het moment van schrijven i Vereniging van Nederlandse Gemeenten
controversieel verklaard Wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein (Wams). De Wams zal wanneer deze wordt opgepakt en in werking treedt een verdere impuls geven aan de aanpak bij meervoudige problematiek, omdat het wetsvoorstel beschrijft hoe de aanpak eruit ziet en de noodzakelijke gegevensdeling, met respect voor de burger, op casusniveau voorziet van een expliciete juridische grondslag. Participatiewet in balans Het rijk werkt momenteel toe naar een Participatiewet die: 1. eenvoudiger is en een toereikend bestaansminimum biedt; 2. mensen passende ondersteuning biedt om volwaardig maatschappelijk mee te doen; 3. zinvol en begrijpelijk is, met rechten en plichten die door uitkeringsgerechtigden zowel benut als nageleefd kunnen worden; 4. aansluit bij het zogeheten doenvermogen van mensen, bij wat ze aankunnen; 5. goed uitvoerbaar is voor professionals. Deze vijf bewegingen bieden gemeenten de mogelijkheid om via hun toegang en lokale teams de verschillende mensbeelden achter wetten (bijvoorbeeld klant óf burger, vertrouwen óf wantrouwen) dichter bij elkaar te brengen.
Zo ontstaat voor professionals en beleidsmedewerkers een beter handelingsperspectief in plaats van tegenstrijdige belangen vanuit uiteenlopende beleidsopdrachten.lxxiii Doordecentralisatie Beschermd Wonen Met de doordecentralisatie worden álle gemeenten en dus niet langer de centrumgemeenten verantwoordelijk voor de organisatie van Beschermd Wonen. Vooral de invoering van het hiermee samengaande woonplaatsbeginsel heeft effect op het toegangsproces en de noodzakelijke afspraken daarvoor tussen gemeenten, bijvoorbeeld om aan cliënten langdurigere beschikkingen af te geven. Ook vraagt het om een gezamenlijke inzet voor passende huisvesting. Nationaal Actieplan dakloosheid Een thuis voor iedereen Het Nationaal Actieplan dakloosheid kent als ambitie nul daklozen in 2030. Om dit doel te bereiken wordt (verder) ingezet op een paradigmashift van opvang naar preventie en wonen eerst. Voor preventie is het nodig dat in de toegang breed en proactief bekeken wordt welke ondersteuning iemand nodig heeft.lxxiv Vroegtijdige signalering van problemen thuis is belangrijk om uitval, terugval en dakloosheid te voorkomen. Niet voor iedereen is het vanzelfsprekend om met een hulpvraag bij een lokaal team of de gemeente aan te kloppen. Bemoeizorg en een meer outreachende werkwijze kan hierbij het verschil maken.
Bemoeizorg moet niet langer gezien worden als een instrument dat alleen wordt ingezet bij ‘overlast’, maar als aanvullend aanbod zodat mensen die zelf geen hulpvraag kunnen formuleren beter en eerder geholpen worden. Het is van belang dat in de toegang breed en proactief bekeken wordt welke ondersteuning iemand nodig heeft. Zowel de toegangsfunctie van Beschermd Wonen als Maatschappelijke- en vrouwenopvang vraagt om de juiste vaardigheden en expertise. Vaak is deze nog belegd bij centrumgemeenten. De verbinding van deze toegangsfunctie met de lokale teams en bredere toegang tot hulp is het sociaal domein is cruciaal.
ii Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Passend beschikken Vanuit verschillende afspraken en signalen is de wens om ‘een passende beschikkingsduur’ tot norm te maken. In eerste plaats omdat cliënten met een langdurige ondersteuningsvraag daardoor minder belasting en stress ervaren. Daarnaast zorgt het dat medewerkers in de toegang meer tijd hebben voor het contact met de cliënt. Tot slot dringt het de administratielast voor de toegangsmedewerkers en bijvoorbeeld het CAK flink terug. In de Tweede Kamer is eerder een motie aangenomen die een langere indicatieduur voorstaat, met momenten waarin geëvalueerd wordt of de geleverde ondersteuning nog passend is. Daarnaast is in de bestuurlijke afspraken over terugdringen instroom Wlz-ggz afgesproken langduriger beschikken te stimuleren. Project Gepast Beschikken De politieke keuze om de wetwijziging resultaatgericht beschikken niet in te dienen heeft gevolgen voor gemeenten en aanbieders die werken met de taakgerichte en outputgerichte (ook wel resultaatgerichte genoemd) uitvoeringsvariant en/of voor gemeenten en aanbieders die beschikkingsarm of -vrij werken. Het project Gepast Beschikken heeft tot doel om te onderzoeken wat de impact van het niet wijzigen op de wet is. Daarnaast wordt onderzocht welke alternatieven gemeenten en aanbieders kunnen inzetten.
In lijn met het toetsingskader gepast beschikken wordt er gewerkt aan de uitwerking van een uniform proces van aanmelding tot levering van een maatwerkvoorziening in het sociaal domein binnen de verschillende uitvoeringsvarianten (inspannings-, output- (of resultaat-) en taakgericht). De handreiking gepast beschikken is begin 2024 opgesteld. Deze handreiking geeft richting aan de wijze waarop gemeenten hun toegangsproces en beschikkingen kunnen inrichten in lijn met de wettelijke opdracht en de behoefte aan flexibiliteit gedurende de looptijd van de beschikking. Werken aan uitvoering (WAU) Werken aan Uitvoering is een overheidsbreed programma ter verbetering van de publieke dienstverlening om beter aan te sluiten op de verwachtingen en behoeften van mensen. Binnen het spoor dienstverlening zet WAU in op het versterken van inzet van maatwerk en het in kaart brengen van hoe een overheidsbrede loketfunctie het beste ingericht kan worden. Deze functie sluit nauw aan op de toegang van gemeenten en de lokale teams. Convenant meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen bij een verhuizing en convenant maatwerkprocedure bij toegang hulpmiddelen De VNG heeft in opdracht van VWS in de periode 2020-2021 de Verbeteragenda toegang hulpmiddelen uitgevoerd.
Dit project heeft deze convenanten opgeleverd die in 2020 tot stand gekomen zijn in overleg met alle partijen die een verantwoordelijkheid hebben in het proces van hulpmiddelenverstrekking. In de convenanten staan harde afspraken waar gemeenten zich in hun uitvoeringsproces zoveel mogelijk aan moeten houden. In het verhuisconvenant gaat het dan over de hoogte van de restwaarde van over te nemen hulpmiddelen en over de vertrekgemeente die nog twee maanden doorbetaalt binnen welke termijn het overname proces kan worden geregeld. Dit convenant vraagt aandacht voor een zorgvuldige procedure bij een complexe hulpmiddelenaanvraag. Onderdelen van deze zorgvuldige procedure zijn: het aanwijzen van een casemanager die van begin tot eind de coördinatie van het toegangstraject op zich neemt, proactief communiceert met de cliënt en met de andere partijen en doorzettingsmacht heeft om zaken te
iii Vereniging van Nederlandse Gemeenten
regelen. Ook van belang is dat het functioneel advies van de behandelaar of zorgprofessional serieus wordt betrokken bij de beoordeling van de toegang. Wetsvoorstel Domeinoverstijgende Samenwerking (DOS) Met dit wetsvoorstel wordt de samenwerking tussen de inkopende partijen vanuit de verschillende zorgwetten gestimuleerd doordat er voor zorgkantoren financiële ruimte komt om afspraken over de zorgdomeinen heen te maken. Daarnaast maakt dit wetsvoorstel het in bepaalde situaties mogelijk dat de zorgaanbieders, die zorg leveren in de langdurige zorg, in aanvulling op de bekostiging een extra vergoeding voor de geleverde zorg kunnen afspreken.
Bijlage II Woordenlijst / definities met toelichting
Maatwerk(voorzieningen) / maatwerkoplossingen Maatwerkvoorzieningen zijn voorzieningen waar een indicatie voor nodig is en waar een beschikking uit volgt. De Wmo 2015 spreekt van maatwerkarrangementen. Bij de jeugdwet worden maatwerkvoorzieningen vaak ‘specialistische hulp’ of ‘niet vrij-toegankelijke hulp’ genoemd. Met maatwerkoplossingen (of maatwerk) bedoelen wij de soms onorthodoxe oplossingen die afwijken van de gebaande paden (die kunnen volgen uit te smalle interpretaties van de letter van de wet, onvoldoende gebruik van discretionaire ruimte die wetten bieden). Vaak zijn hier ‘maatwerkbudgetten’ voor beschikbaar om deze oplossingen eenvoudiger mogelijk te maken. Professionals (in lokale teams) Waar wij in dit stuk spreken over ‘professionals’ of ‘(uitvoerings)medewerkers’ bedoelen wij (meestal) de professionals in de toegang en het lokale team. Lokale teams bestaan uit verschillende disciplines. Grootste daarbinnen zijn Sociaal Werkers. ‘Sociaal werk bevordert het sociaal functioneren van (kwetsbare) mensen, groepen en gemeenschappen in complexe omgevingen en in wisselwerking met die omgevingen.’ lxxv De praktijk is dat lokale teams ook bestaan uit professionals uit tal van andere sectoren en met verschillende expertises.
Waar wij in dit stuk expliciet doelen op professionals bij andere organisaties niet zijnde het lokaal team, (bijvoorbeeld welzijns-, hulp- of zorgaanbieders) benoemen wij dit. Welzijnswerk, welzijnsorganisaties en sociaal werkers Welzijnsorganisaties kunnen bijzonder breed werken: van een-op-een ondersteuning (denk aan maatschappelijk werk en gezinsondersteuning, rond opvoeding, en huiselijk geweld, echtscheidingsproblematiek), tot collectief aanbod gericht op leefstijl en gezondheid, kinderwerk, jongerenwerk, schuldhulp, ouderenwerk, integratie, opbouwwerk. Binnen welzijnsorganisaties werken verschillende soorten sociaal werkers. Opbouwwerkers zijn daar een van: Opbouwwerkers geven vanuit hun relatie met lokale gemeenschappen vorm aan de missie van het sociaal werk. Centraal in het werk staat de relatie van mensen tot andere mensen, van mensen tot een concrete omgeving. Opbouwwerkers werken samen met bewoners om collectieve oplossingen te ontwikkelen die bijdragen aan sociale rechtvaardigheid.lxxvi
iv Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Een versterking van het welzijnswerk is wenselijk voor het bevorderen van positieve sociale interacties in een gemeenschap. lxxvii Sociaal werkers kunnen dus zowel binnen lokale teams als buiten lokale teams werken. Gezien de ontwikkeling naar meer verbinding tussen lokale teams en de sociale en pedagogische basis is het belangrijk om te realiseren dat er goede samenwerking nodig is tussen het lokaal team en de lokale welzijnsorganisatie. Zij zijn allebei nodig en dienen elkaar goed aan te vullen. De gewenste beweging van lokale teams mag dus niet ten koste gaan van het versterken van de sociale basis. Zo is ook de relatie tussen het lokaal team en bijvoorbeeld de Jeugdgezondheidszorg cruciaal. Ook zij zullen elkaar via samenwerking goed moeten versterken om samen te bouwen aan een sterke pedagogische basis. Regie: Regie is een complex begrip waar makkelijk spraakverwarring over ontstaat. Wij onderscheiden hier drie (veel gebruikte) vormen: • Eigen regie definiëren we als ‘Regie over alle domeinen van het eigen leven én alles wat naar eigen inzicht nodig is om een goed leven te leiden’ lxxviii Eigen regie gaat verder dan alleen de zorg, het gaat erom dat mensen hun leven kunnen leiden zoals zij dat willen en dat de zorg, hulp of ondersteuning daarop aansluit. Bij eigen regie staat eigenaarschap voorop: ik ben degene die achter het stuur zit.
Ook al kan ik niet alles zelf doen, ik heb een bepalende stem in de richting die ik op wil. Uitgaan van de eigen regie en keuzes van de inwoner kan uiteindelijk leiden tot duurzame oplossingen, omdat deze beter passen bij de belevingswereld van de inwoner. Dat de hulp en ondersteuning is afgestemd op hun vraag en behoeften. lxxix • Regie ondersteunen: hulp en steun aan inwoners zodat zij (weer) meer regie krijgen over hun leven. Onder ander het ‘Dossier wat werkt bij eigen regie’ biedt een verzameling van inzichten hoe professionals dit effectief kunnen. Belangrijk in dit verband is dat veel (vormen van) begeleiding als doel kunnen hebben om de inwoner (weer) meer eigen regie te laten ervaren. Begeleiding is een vorm van basishulp die verwacht wordt van stevige lokale teams. • Regie voeren: in beleidsstukken en in gesprekken met beleidsmedewerkers komt de term ‘regie voeren’ vaak langs. AEF omschrijft dit als het ‘toezien op en aanspreekbaar zijn op de gemaakte inhoudelijke en procesmatige afspraken met en tussen cliënten en hulpverleners. Dat is ongeacht het gebruikte toegangsloket of de fase waarin de ondersteuning zich bevindt’. lxxx Belangrijk in dit verband is dat regie voeren in deze context dus zeker niet betekent dat je de regie van de inwoner overneemt of belemmert.
Integraal werken Integraal Werk in de Wijk (IWW) hanteert de volgende definitie van integraal werken: ‘Integraal werken is in samenhang en afstemming domeinoverstijgend samenwerken aan effectieve en efficiënte hulp en ondersteuning bij hulpvragen van inwoners in de wijk, dichtbij en ter preventie van (escalatie van) problematiek. De ondersteuning is gericht op het zo snel, eenvoudig en duurzaam mogelijk oplossen van meervoudige problemen. Het versterken van de veerkracht van de samenleving, het vergroten van zelfregie, zelfredzaamheid en participatie en het benutten van het eigen netwerk daarbij, zijn vertrekpunt.’ lxxxi Integraal werken kent meerdere perspectieven:
v Vereniging van Nederlandse Gemeenten
1. Vanuit de cliënt: Een brede aanpak of benadering die samenhangend en passend is en aandacht heeft voor alle leefgebieden van de cliënt en het huishouden. Integraal werken gaat om een allesomvattende, holistische aanpak van de vraagstukken. 2. De methodische component: Het onderling afstemmen van verschillende deskundigheden en werkwijzen – de kennis en kunde van professionals – om tot één, op elkaar afgestemd plan voor de cliënt te kunnen komen. 3. De organisatorische component: Het ineenvlechten van verschillende functies en organisaties in organisatievorm (bijvoorbeeld een frontoffice/loket) of organisatieverband (bijvoorbeeld een sociaal wijkteam) om tot één brede aanpak te kunnen komen dat alle leefgebieden bestrijkt. Het gaat hierbij dus om het interprofessioneel samenwerken, ook wel multidisciplinair, interdisciplinair en transdisciplinair genoemd. 4. De beleidsmatige component: Het uitdragen van de visie en laten aansluiten van de systemen op een integrale werkwijze, om zo te kunnen ‘doen wat nodig is’ en eenvoudiger en beter maatwerk aan cliënten te kunnen bieden. lxxxii Normaliseren Er is nog geen gedeelde visie en taal over normaliseren. Het is een ‘containerbegrip’. lxxxiii Succesvol kunnen ‘normaliseren’ vraagt iets van verschillende actoren: beleid, professionals, onderwijs, maar ook de bredere maatschappij (denk ook aan de arbeidsmarkt).
lxxxiv ’Normaliseren’ wordt het vaakst gebruikt in gesprekken over jeugd(hulp), maar is een breder principe. • Het ‘Lexicon nabijheid en sociaal werk’ lxxxv vat de kern van normaliseren als volgt samen: vermijd problematiseren en etiketteren, probeer waar mogelijk sociale tekorten en sociaal ongerief in het gewone normale leven op te lossen. Nu is het altijd oppassen met woorden als basis en normaal, want wat is basaal en wat is normaal? Maar de richting is duidelijk: probeer als het even kan weg te blijven van zware hulpverlening en specialistische zorg, probeer de crisis voor te zijn. (…) Problemen worden idealiter ondervangen op de sportclub dan wel met vrienden of de schoolmentor opgelost voorafgaand aan de spreekkamer van de psychiater. lxxxvi • Het Leernetwerk Normaliseren van Werkplaats SAMEN benoemt een leidend principe voor normaliseren (in de jeugdhulp): ‘Het versterken van het ‘gewone’ leven staat voorop, oftewel: de leefwerelden van jeugdigen en de bijbehorende problemen. Daarbij is het belangrijk dat gemeenten informele netwerken en ondersteuning stimuleren en waar nodig faciliteren. Er zijn – laagdrempelige – plekken waar jeugdigen en ouders terechtkunnen, elkaar kunnen ontmoeten en waar zij met elkaar in gesprek kunnen. De kwaliteit van de formele ondersteuning wordt gemeten vanuit het perspectief van jeugdigen en ouders.
Niet vanuit de veronderstelde kostenbesparing in de jeugdhulp(verlening) door reductie van de zorgvraag.’ lxxxvii • Van professionals vraagt normaliseren (in de jeugdhulp) kennis van het ‘normale’ ontwikkelingsverloop. Ze moeten samen met jeugdigen en ouders de inschatting kunnen maken van wat ‘normaal’ is, wat erbij hoort en wat niet (meer) ‘normaal’ is en hulp behoeft. Tot deze inschatting komen, is een complex proces en brengt professionele dilemma’s met zich mee. (…) Normaliseren vraagt om een basishouding en (gesprek)vaardigheden, die gericht zijn op samenwerking met jeugdige en ouder(s) om tot een professioneel partnerschap te komen. (…). Normaliseren vraagt ook om de acceptatie van variatie tussen jeugdigen, ouders en gezinnen als het gaat om opvoedingsstijl en opvoedsituatie. Ook waar dit verschilt met het referentiekader van de professional.
vi Vereniging van Nederlandse Gemeenten
•
Vanuit de ggz betekent normaliseren (van ernstig psychische problemen) ‘dat het hebben van die problemen en daarvoor hulp of ondersteuning nodig hebben, normaal is. Het normaliseren van ernstig psychische problemen betekent niet dat de problemen geen aandacht nodig hebben. Als professional draag je bij aan het normaliseren van ernstig psychische problemen door je bewust te zijn van je eigen beeld en vooroordelen. Zorg verder dat je met de taal die je gebruikt naar de cliënt toe, naar collega’s, maar ook daarbuiten stigma niet in de hand werkt. Focus op mogelijkheden in plaats van tekorten. Openheid over ernstige psychische problemen, bijvoorbeeld door het vertellen van levensverhalen van mensen met ernstige psychische problemen, kan ook helpen in het begrip en de beeldvorming.’lxxxviii
Sociale basis De sociale basis is een veel gebruikt begrip waar verschillende mensen verschillende beelden bij hebben. In ‘Kernboodschap en position paper Sociale basis’lxxxix omschrijft onder andere de VNG wat de sociale basis voor hen betekent, en welke uitgangspunten zij hiervoor hanteert. De sociale basis kan bestaan uit verschillende sferen: een persoonlijke sociale basis, een gemeenschappelijke sociale basis en een institutionele sociale basis. In elke sfeer heeft de overheid een andere rol. Ieder kan zijn eigen accent leggen, maar de pluriforme aard van de sociale basis is van belang. Toegang ‘Toegang gaat over de manier waarop mensen kunnen aankloppen met vragen om ondersteuning in het dagelijks functioneren.’ (…) ‘Wanneer je als inwoner ondersteuning nodig hebt, is het van belang dat je weet waar je terecht kunt met je hulpvraag en dat je de juiste weg weet te bewandelen binnen je gemeente. Dat kan in de huidige praktijk bijvoorbeeld via een loket, de lokale teams, via de huisarts of een online aanvraagformulier. Voor iedereen, maar vooral voor mensen in een kwetsbare positie, is het belangrijk dat je tijdig de ondersteuning kunt krijgen die je nodig hebt.’xc Toegang is hiermee niet een lineair maar een cyclisch proces. Er zijn voor verschillende vormen van hulp vaak verschillende ‘toegangen’ mogelijk. Soms binnen en soms buiten de gemeentelijke invloedssfeer.
Wij focussen in dit stuk primair op de gemeentelijke toegangsfunctie, maar ook breder naar de verschillende toegangen tot hulp die gefinancierd wordt vanuit gemeenten, denk aan maatschappelijke en vrouwenopvang. (Stevig) lokaal team In dit kader houden wij de volgende definitie van een lokaal team aan: ‘Een lokaal team is een team25 dat integraal, generalistisch, interdisciplinair en outreachend werkt voor de ondersteuning en dienstverlening die een bepaalde gemeente biedt aan haar inwoners in het kader van de sociaaldomeinwetten.’ xci Er wordt in (beleids)stukken steeds vaker gesproken over (de beweging naar) ‘stevige lokale teams’. De Hervormingsagenda Jeugd omschrijft ‘Stevige Lokale Teams’ als volgt: ‘We zetten in op een beweging richting stevige lokale teams. Deze voldoen aan de volgende kenmerken. [Stevige] lokale teams: • zijn multidisciplinaire teams met goed opgeleide professionals, met de juiste (in ieder geval ontwikkelingspsychologische) expertise, tijd, ruimte en mandaat; • staan dicht bij de inwoners, werken outreachend en signaleren vroegtijdig; 25 We spreken hier van een team, maar deze rollen kunnen lokaal natuurlijk verspreid zijn over twee teams, afhankelijk van de lokale vormgeving.
vii Vereniging van Nederlandse Gemeenten
• •
• • • • •
•
• • • • • • •
voeren samen met jeugdigen en ouders een brede analyse uit en stellen samen met hen een gezinsplan op; bieden op basis van deze analyse zelf passende en samenhangende basishulp, zowel licht als zwaarder en zowel kort- als langdurig (bijvoorbeeld ook langdurige lichte hulp). Ze evalueren tijdig of ingezette hulp daadwerkelijk helpt en passen waar nodig hun inzet aan; werken mee aan het met partners versterken van de sociale basis en collectieve oplossingen; hebben een vast gezicht en ankerpunt voor het gezin totdat de balans is hersteld of om de balans duurzaam te ondersteunen om escalatie te voorkomen; houden oog voor het uitgangspunt dat de regie over de eigen behandeling zoveel mogelijk bij de jeugdige en het gezin ligt, of komt en blijft liggen; handelen met een brede blik op het gehele gezin en de context (participatie, wonen, armoede, scheiding, psychische problemen ouders en schoolklimaat); hebben specialistische expertise dichtbij beschikbaar. Ze halen deze expertise ‘erbij’ om in te zetten ter consultatie of als daadwerkelijk hulptraject.
Hierbij wordt samen met het lokale team opgetrokken om elkaars inzet te verrijken; zijn ook te benaderen wanneer juist de specialistische zorgaanbieders merken dat er een bredere aanpak nodig is dan de zorg die een specialistische aanbieder inzet, bijvoorbeeld wanneer een jeugdige via de huisarts in zorg is gekomen; werken samen met informele steunfiguren en ervaringsdeskundigen; werken samen met onder andere huisartsen, jeugdartsen, jeugdgezondheidszorg, gecertificeerde instellingen (GI’s), kinderartsen, kinder- en jeugdpsychiaters en Veilig Thuis; werken samen met netwerken integrale vroeghulp; werken samen met onder andere jeugdbescherming; leggen bij vastgelopen zorgvragen verbinding met het Regionale Expert Team in hun regio; schakelen acute zorg en veiligheidsexpertise in, indien noodzakelijk; doen dit alles vanuit een gezamenlijke visie met relevante partners.’
KPMG en het Verwey-Jonker Instituut hebben in hun korte verkenning ‘Verkenning (financiële) potentie van stevige lokale teams’ xcii een aantal uitgangspunten en randvoorwaarden geformuleerd waaraan een stevig lokaal team zou moeten voldoen. De uitgangspunten zijn voorgelegd aan de deelnemende gemeenten en aangescherpt naar aanleiding van hun feedback. De uitgangspunten zijn potentieel werkzame factoren die lijken bij te dragen aan de stevigheid van een lokaal team. Dit betekent niet dat alle stevige lokale teams voldoen aan álle uitgangspunten. Ook betekent het niet dat een minder stevig lokaal team voldoet aan geen enkele van de uitgangspunten. We zijn er gaandeweg dit onderzoek van uitgegaan dat aan hoe meer aan de uitgangspunten wordt voldaan, hoe steviger het lokale team (brede definitie) is. 1. Een stevig lokaal team doet altijd meer dan enkel indiceren. 2. Een stevig lokaal team heeft een sterke regierol. 3. Een stevig lokaal team is goed vindbaar en toegankelijk, is er daarom vroeg bij en voorkomt hiermee escalatie tot erger. 4. Een stevig lokaal team levert tijdig passende zorg aan alle jeugdigen die dat nodig hebben. 5. Een stevig lokaal team heeft een brede blik en beslist samen met jeugdigen en ouders xciii.
viii Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Verwijzer Verwijzer als term komt expliciet voor in de jeugdwet. Formeel betreft dit: het College van B&W, huisarts, medisch specialist, jeugdarts, rechter, gecertificeerde instelling, het Openbaar Ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting. In de praktijk zijn het professionals die onder verantwoordelijkheid van het college deze rol vervullen. Vaak bekend als lokale teams, wijkteams, de gemeentelijke toegang, et cetera. POH-ggz aandachtsgebied jeugd, jeugdconsulent en variaties daarop Op veel plaatsen wordt extra ondersteuning van huisartsen ingezet voor de zorg aan jeugdigen. Voor deze ondersteuning worden nu nog verschillende termen gebruikt (bijv. POH-jeugd, POH-ggz jeugd, ondersteuner jeugd, jeugdconsulent) wat tot onnodige en ongewenste verwarring kan leiden. Er is geen eenduidige formulering van wat elke term behelst (welke verantwoordelijkheden/ werkzaamheden horen bij welke functie) en de termen worden ook niet eenduidig gebruikt. De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) ziet in het veld de volgende categorieën: A. Zorg voor de jeugd in kader van huisartsenzorg: POH-GGZ met aandachtsgebied jeugd: Een medewerker die doet wat een POH-GGZ doet, maar dan specifiek voor kinderen en jongeren. Dit betreft dan zorg die onder de huisartsenzorg en dus Zorgverzekeringswet valt. B.
Zorg voor de jeugd in kader van jeugdhulp: Jeugdconsulent; een medewerker die andere taken, grenzend aan of buiten de huisartsenzorg, vervult. Dit kan bijvoorbeeld een verbindende functie zijn naar het (jeugd)wijkteam. Hier gaat het om zorg die niet onder de Zorgverzekeringswet valt, maar onder de Jeugdwet valt. De LHV adviseert een andere naam te gebruiken voor deze medewerker (niet de term POH) aangezien het geen huisartsenzorg betreft. C. Een combinatie van beide: Hier biedt de POH zowel zorg zoals de POH-GGZ biedt (huisartsenzorg bij veelvoorkomende psychische problematiek), en doet daarnaast taken vanuit de Jeugdwet (verbindende functie vanuit wijkteam, vormen van jeugdhulp). Dan kan er een deel door de gemeente en een deel door de zorgverzekeraar worden gefinancierd. xciv
Bijlage III Belangrijke documenten en literatuurlijst Belangrijke documenten en kennisbronnen • Leidraad werken aan veiligheid, Leidraad voor gemeenten voor de opdrachtverstrekking aan lokale teams (voorheen kwaliteitskader Werken aan veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten) https://vng.nl/nieuws/nieuwe-leidraad-werken-aan-veiligheid • Modelverordening Sociaal Domein https://vng.nl/brieven/model-verordening-sociaal-domein-enherziening-model-verordeningen-jeugdhulp-en-wmo-2015 • Richtlijn ‘Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp’ https://richtlijnenjeugdhulp.nl/samen-beslissen-over-passende-hulp/ • Handreiking ‘De juiste professional op de juiste plek in het lokale team’ https://www.voordejeugdenhetgezin.nl/documenten/publicaties/2021/05/31/handreiking-dejuiste-professional-op-de-juiste-plek-in-het-lokale-team • Leidraad samenwerking huisartsen en gemeenten rond jeugd (LHV & VNG) https://vng.nl/artikelen/jeugdhulp-en-huisartsen
ix Vereniging van Nederlandse Gemeenten
• •
•
• •
Versnellers op de big 5, Een inspiratiegids voor een integrale aanpak 16-27 https://vng.nl/publicaties/versnellers-op-de-big-5 De waarde van het sociaal domein, Een slimme investering in bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond samenleven, Een vernieuwde propositie van gemeenten aan het nieuwe kabinet https://vng.nl/nieuws/de-waarde-van-het-sociaal-domein-investeren-vereist Handreiking Gepast beschikken in de Jeugdwet en Wmo 2015, Een proces van melding of aanvraag tot levering van maatwerkondersteuning. Deze handreiking kan op verzoek beschikbaar worden gesteld. Mail hiervoor naar toegang@vng.nl. Themapagina ‘van jeugd naar volwassenheid’ https://www.nji.nl/van-jeugd-naar-volwassenheid Themapagina's over ervaringskennis en –deskundigheid: https://ervaringskennisplein.nl/ en https://www.movisie.nl/ervaringsdeskundigheid
Literatuurlijst • Janssens, Rienk, (2023) Essay Nieuwsgierig verbeteren, Over de veranderopgave in de lokale toegang tot hulp en ondersteuning. https://vng.nl/publicaties/nieuwsgierig-verbeterenveranderopgave-lokale-toegang-hulp-en-ondersteuning-essay • Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) https://vng.nl/sites/default/files/2023-05/concepthervormingsagenda-jeugd-2023-2028.pdf • Jeugdwet. (2014) https://wetten.overheid.nl/BWBR0034925/2023-07-01/0 • Kooiman, A., Santpoort, R., Doornink, N. (2023). Toegang in ontwikkeling, Movisie. https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2023-07/Bronnenstudie-toegang-in-ontwikkeling.pdf • Magnee, C., & Benda, L. (2021). Jeugdhulpgebruik en de inzet van actieve wijkteams. Centraal Planbureau. CPB-Notitie-Jeugdhulpgebruik-en-de-inzet-van-actieve-wijkteams.pdf • Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een thuis (2022) https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/11/30/nationaal-actieplan-dakloosheideerst-een-thuis • Participatiewet. (2003) https://wetten.overheid.nl/BWBR0015703/2023-10-07/0 • Propositie Toegang: leren en verbeteren (2023) https://vng.nl/sites/default/files/202311/visienotitie-toegang-ontwikkelingen-en-leren-zjo-psi-1-juni-2023-def-1.pdf • Rijksoverheid. (2022). Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis. https://open.overheid.nl/documenten/ronl-bb529bd58adc8061e5c058d2fe9671197ba6244f/pdf.
• Verenigingsstrategie VNG 2030, Stap naar voren (2023) https://vng.nl/sites/default/files/202304/11-verenigingsstrategie-vng-2030.pdf • Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Divosa (2021) De winst van het sociaal domein. https://vng.nl/sites/default/files/2021-04/de-winst-van-het-sociaal-domein_def.pdf • VNG en Divosa (2024) De waarde van het sociaal domein, Een slimme investering in bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond samenleven, Een vernieuwde propositie van gemeenten aan het nieuwe kabinet https://vng.nl/nieuws/de-waarde-van-het-sociaal-domeininvesteren-vereist • Vereniging van Nederlandse Gemeenten. (2023). De propositietoegang leren en verbeteren. https://vng.nl/sites/default/files/2023-11/visienotitie-toegang-ontwikkelingen-en-leren-zjo-psi-1juni-2023-def-1.pdf • Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. (2012). https://wetten.overheid.nl/BWBR0031331/2022-01-01 x Vereniging van Nederlandse Gemeenten
• •
Wet maatschappelijke ondersteuning. (2015). https://wetten.overheid.nl/BWBR0035362/2023/07-01/ Wet publieke gezondheid. (2008). https://wetten.overheid.nl/BWBR0024705/2023-07-01/0
Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Divosa (2023) Een vernieuwde propositie van gemeenten aan het nieuwe kabinet. De waarde van het sociaal domein. Een slimme investering in bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond samenleven. ii Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2023) Verenigingsstrategie VNG 2030, Stap naar voren. iii Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2023) Verenigingsstrategie VNG 2030, Stap naar voren. iv Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) P.29 v Pieter Hilhorst, Ageeth Ouwehand, Ineke Hoekstra, Ympkje Albeda, en Assia Nait Kassi, (2023) Kinderen uit de knel, Raad voor volksgezondheid en Samenleving. vi VNG Commissies OZJ en PSI (2023) Propositie Toegang: leren en verbeteren, Visienotitie doorontwikkeling gemeentelijke toegang sociaal domein, lokale teams en integrale dienstverlening 1 juni 2023 vii Kooiman, A., Santpoort, R., Doornink, N. (2023). Toegang in ontwikkeling, Movisie. Propositie toegang: leren en verbeteren (2023). Vereniging van Nederlandse Gemeenten. (2021) De winst van het sociaal domein, p5. De waarde van het sociaal domein, p8 viii Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Divosa (2023) Een vernieuwde propositie van gemeenten aan het nieuwe kabinet. De waarde van het sociaal domein. Een slimme investering in bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond samenleven p5.
Propositie toegang: leren en verbeteren (2023) Vereniging van Nederlandse Gemeenten. (2021) De winst van het sociaal domein p5. ix Kooiman, A., Santpoort, R., Doornink, N. (2023). Toegang in ontwikkeling, Movisie x Kooiman, A., Santpoort, R., Doornink, N. (2023). Toegang in ontwikkeling, Movisie xi KPMG (2019) Basisfuncties voor lokale teams in kaart, de route en componenten onder de loep. xii Kooiman, A., Santpoort, R., Doornink, N. (2023). Toegang in ontwikkeling, Movisie xiii Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) xiv Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) GALA Gezond en Actief Leven Akkoord (2023) xv Propositie toegang: leren en verbeteren (2023) Visienotitie doorontwikkeling gemeentelijke toegang sociaal domein, lokale teams en integrale dienstverlening Kooiman, A., Santpoort, R., Doornink, N. (2023). Toegang in ontwikkeling, Movisie xvi Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028, p29. xvii Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) p.29 xviii Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) xix De brede opdracht van een lokaal team, versie 1.0 Maart 2023 Associatie Wijkteams. xx RVS, Advies Anders leven en zorgen (2022). Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) xxi Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) xxii De brede opdracht van een lokaal team, versie 1.0 Maart 2023 Associatie Wijkteams.
xxiii Propositie toegang: leren en verbeteren (2023) xxiv Silke van Arum, De noodzakelijke bijsturing van het sociaal wijkteam. En Mellouki Cadat-Lampe e.a. Wij in de wijk. Werken aan sociale samenhang in buurten en wijken (2020). xxv KPMG (2019) Basisfuncties voor lokale teams in kaart, de route en componenten onder de loep. xxvi De brede opdracht van een lokaal team, versie 3.0 Associatie Wijkteams, september 2023 xxvii Kooiman, A., Santpoort, R., Doornink, N. (2023). Toegang in ontwikkeling, Movisie Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) xxviii Kooiman, A., Santpoort, R., Doornink, N. (2023). Toegang in ontwikkeling, Movisie xxix Kooiman, A., Santpoort, R., Doornink, N. (2023). Toegang in ontwikkeling, Movisie p13 Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) p29. Propositie toegang: leren en verbeteren (2023) p3 xxx https://www.nadjajungmann.nl/project/stress-sensitief-werken/ en https://www.movisie.nl/artikel/wat-er-nodig-effectieve-inzetstress-sensitieve-dienstverlening xxxi Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) xxxii Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) xxxiii Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) xxxiv Sondeijker et al. (2021) Eigenwijs Transformeren. Verwey-Jonker Instituut. xxxv Sondeijker et al. (2021) Eigenwijs Transformeren. Verwey-Jonker Instituut. xxxvi Magnee, C., & Benda, L. (2021). Jeugdhulpgebruik en de inzet van actieve wijkteams.
Centraal Planbureau. xxxvii Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) xxxviii Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) xxxix Propositie toegang: leren en verbeteren (2023) xl IPW, Legitiem maatwerk https://publiekewaarden.nl/project/legitiem-maatwerk/ xli Deze opsomming (en varianten hierop) komt uit diverse documenten: Propositie toegang. Bronnenstudie Toegang in ontwikkeling, het Kwaliteitskader werken aan veiligheid, het GALA en het IZA. i
xi Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Propositie toegang: leren en verbeteren (2023) En Leidraad samenwerking huisartsen en gemeenten rond jeugd: ‘Functionarissen die gefinancierd worden door de gemeente en worden ingezet als verbinding tussen het wijkteam en de huisartsenzorg krijgen een andere naam, bijv. ondersteuner jeugd.’ Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) xliii IZA xliv IZA xlv Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) xlvi Visie eerstelijnszorg 2030 p35 xlvii Wetsvoorstel Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) Memorie van toelichting p. 25. xlviii Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) xlix https://vng.nl/brieven/model-verordening-sociaal-domein-en-herziening-model-verordeningen-jeugdhulp-en-wmo-2015 l https://vng.nl/rubrieken/onderwerpen/woonbeleid li Kooiman, A., Santpoort, R., Doornink, N. (2023). Toegang in ontwikkeling, Movisie lii Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028, p.27. liii Vereniging van Nederlandse Gemeenten. (2021) De winst van het sociaal domein. P.5 liv Kooiman, A., Santpoort, R., Doornink, N. (2023). Toegang in ontwikkeling, Movisie lv Propositie toegang lvi Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) lvii lvii 7 uitgangspunten verbetertraject toegang. Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) lviii Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) lix Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) lx Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2019) Kwaliteitskader werken aan veiligheid.
lxi Kwaliteitskader werken aan veiligheid Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming lxii Propositie Toegang: leren en verbeteren lxiii Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2019) Kwaliteitskader werken aan veiligheid. lxiv Vereniging van Nederlandse Gemeenten. (2021) De winst van het sociaal domein, p7. lxv Meerjarenagenda zorg- en veiligheidshuizen 2021 - 2024 lxvi Willemijn van der Zwaard, Omwille van fatsoen: De staat van menswaardige zorg. (2021) lxvii Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) lxviii Verwey-Jonker Instituut (2021) ‘Eigenwijs transformeren’. En ‘Op weg naar een merkbare en duurzame verbetering voor inwoners. Resultaten Verbetertraject Toegang’ (2023) lxix Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) lxx O.a. Verwey-Jonker Instituut (2022) ‘Belang van Zorgvuldig afwegen’, en NJi (2023) ‘Afwegingen bij de inzet van schaarse jeugdhulp’. lxxi O.a. NJi (2023) ‘Afwegingen bij de inzet van schaarse jeugdhulp’. En de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 (2023) lxxii Historische analyse Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) p55. lxxiii Programmaplan Participatiewet in Balans | Publicatie | Rijksoverheid.nl lxxiv Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis, (2022) p22.
lxxv Beroepsprofiel van de Sociaal Werker, Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW) lxxvi Landelijke Actieagenda de Kracht van Samenlevingsopbouw (2023) Laten we het eens over samenlevingsopbouw hebben. Het is tijd. lxxvii Kamerbrief 3626552-1050315-DMO Aanpak Sociale Basis inclusief Mantelzorgagenda 2023- 2026 lxxviii Thea Meinema, Dossier wat werkt bij eigen regie, Movisie, 2017 lxxix https://www.movisie.nl/artikel/eigen-regie-wat-weten-we-waar-staan-we lxxx AEF, Harmonie in het sociaal domein, Over organisatorische en inhoudelijke samenhang (2020) lxxxi Sanneke Verweij, Hilde van Xanten, Marjet van Houten, Verbinden werk & inkomen en zorg & welzijn. 10 uitdagende vraagstukken uit de praktijk van integraal werken. (2018) lxxxii Silke van Arum, Inge Redeker, Lian Stouthard, Sanneke Verweij, Hilde van Xanten Werkzame elementen bij integraal werken. Vraagverheldering en planvorming; samenwerken aan een oplossing als cyclisch proces. (2020). lxxxiii https://www.nji.nl/pedagogische-basis/negen-definities-van-normaliseren lxxxiv Britt, A., & De Zwart, O. (2021). De vragen van overmorgen in het sociaal domein. Essay op basis van de collegereeks van het Netwerk Directeuren Sociaal Domein. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. lxxxv Lex Veldboer red. (2022). Lexicon nabijheid en sociaal werk. lxxxvi Lex Veldboer red. (2022). Lexicon nabijheid en sociaal werk.
lxxxvii Vrijhoff, C., & Bos, T. (2022). Visie normaliseren. Ontwikkeld en opgesteld door Leernetwerk Normaliseren van Werkplaats SAMEN. lxxxviii Phrenos (2023) Kompas ernstige psychische problemen en kwaliteit van leven, Hoe sociaal domein en ggz kunnen bouwen aan samenhang, kwaliteit en innovatie lxxxix Andrew Britt en Onno de Zwart (red.) ‘Kernboodschap en position paper Sociale Basis’, (2023) xc Kooiman, A., Santpoort, R., Doornink, N. (2023). Toegang in ontwikkeling, Movisie xci Movisie (2023) Sociale (wijk)teams: peiling 2022 Vijfde landelijke peiling onder Nederlandse gemeenten. P12. xcii Verkenning (financiële) potentie van stevige lokale teams, KPMG & Verwey-Jonker Instituut (2022), p16. xciii Verkenning (financiële) potentie van stevige lokale teams (2022) xciv Landelijke Huisartsen Vereniging, Keuzehulp POH-jeugd: kansen en risico’s versie september 2021. xlii
xii Vereniging van Nederlandse Gemeenten