25-0105 SVN voorkeur voorgestelde tracés 380kV
Tekst van het document
SVN voorkeur t.a.v. voorgestelde tracés 380kV NHN en locaties voor hoogspanningsstations Versie 2 d.d. 17-05-2025
Aan:
Betrokken gemeenten bij uitbreiding 380 kV hoogspanningsleiding Noord-Holland Noord
Betreft: Voorkeur voorgestelde tracés 380kV NHN en locaties voor hoogspanningsstations vanuit vogelperspectief Datum: 17 mei 2025
Ref.nr. SVN 25-226
Uw kenmerk:
L.S., In de brief van 21 januari 2025 heeft de Vereniging Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland (SVN) haar voorkeur met u gedeeld ten aanzien van de voorgestelde tracés ten behoeve van de uitbreiding van het 380kV netwerk Noord-Holland Noord. Een aangepaste versie van deze brief doe ik u hierbij toekomen. De aanpassingen betreffen het aanvankelijke uitgangspunt van de SVN-analyse van een enkele mastenrij. Wij hadden aanvankelijk geen rekening gehouden met een variant waarbij sprake zou zijn van een dubbele mastenrij. Een variant die in de visie van de SVN desastreus is voor vogels en die om die reden geen optie zou moeten zijn. Verder hadden we ons niet duidelijk uitgesproken over een voorkeur voor locaties voor zoekgebieden voor transformator stations en electrolyzers. Deze aanpassingen vindt u onderaan deze brief. De inhoud van deze brief is ook gedeeld met TenneT, onderzoeksbureau Witteveen+Bos en de Expertgroep Natuur. De Vereniging Samenwerkende Vogelwerkgroepen van Noord-Holland (SVN) heeft 15 Leden, namelijk 15 vogelwerkgroepen van Noord-Holland (NH), die samen NH geografisch voor meer dan 95% dekken. SVN dient voor haar Leden de belangen van zo'n 4500 individuele georganiseerde vogelaars op provinciaal en supra-Vogelwerkgroep-niveau.
SVN heeft in haar doelstellingen en statuten het beschermen van natuurbelangen in brede zin en die van vogels in het bijzonder expliciet vastgelegd (zie: https://www.vogelwerkgroepennh.nl/organisatie-svn/). De in de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (c-NRD) beschreven projectdoelstellingen, de beschreven mogelijke leidingentracés (voor 380 èn 150 kV) en de beschreven mogelijke locaties voor hoogspanningsstations betekenen een aantasting van de natuur in brede zin en in de ruime omgeving daarvan, vormen een barrière voor (trek)vogels en een reëel constant aanvaringsrisico, en/of tasten de leef- en/of broedgebieden van vogels rechtstreeks of indirect aan; dit alles zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase. SVN heeft als belanghebbende op 16-10-2024 een Zienswijze ingediend op de voorliggende c-NRD. In de Zienswijze kondigde SVN aan met haar Leden die het aangaat de komende maanden te proberen nog een stap te maken in het aangeven van voorkeuren t.a.v. voorgestelde tracés en locaties voor hoogspanningsstations. Tevens sprak SVN daarin de hoop uit dat SVN meer wordt betrokken in de verdere dialoog en besluitvorming. Op 14 januari jl. heeft het bestuur van SVN een online bijeenkomst belegd voor alle Leden die het aangaat. Doel van de bijeenkomst was om vanuit vogelperspectief een voorkeur aan te kunnen geven.
De Onderzoeksalternatieven 380kVNetuitbreiding Noord-Holland Noord (bijlage 1) hebben hierbij als startpunt gediend. De tracéalternatieven lopen van Oost naar West als volgt door de werkgebieden van verschillende SVN leden: − − − − − −
Blauw: KNNV afd. Hoorn / West Friesland en Natuurvereniging Wierhaven; Rood: Vogelwerkgroep Amsterdam, VWB Zaanstreek, KNNV afd. Hoorn / West Friesland en Natuurvereniging Wierhaven; Geel: VWB Zaanstreek, VWG Alkmaar, VWG Tringa (Schagen), KNNV afd. Hoorn / West Friesland, VWG Niedorp en Natuurvereniging Wierhaven; Groen: VWB Zaanstreek, VWG Midden-Kennemerland, VWG Alkmaar, VWG Tringa (Schagen), VWG Niedorp en Natuurvereniging Wierhaven; Donker- VWB Zaanstreek, VWG Midden-Kennemerland, VWG Alkmaar, VWG Tringa (Schagen), VWG Niedorp en blauw: Natuurvereniging Wierhaven.
Met uitzondering van Natuurvereniging Wierhaven nam van alle uitgenodigde vogelwerkgroepen een vertegenwoordiger deel aan het overleg waardoor op basis van lokale kennis en deskundigheid ten aanzien van de gebieden een afgewogen oordeel kon worden gegeven over de tracéalternatieven. Natuurvereniging Wierhaven is geïnformeerd en geconsulteerd over de uitkomst. In de Zienswijze op de c-NRD had SVN de volgende uitgangspunten benoemd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Zoveel mogelijk langs bestaande infrastructuur (lees: 150kV tracés, (snel)wegen, hoofdwatergangen, etc.); Zoveel mogelijk ondergronds; Gebruik bestaand 150kV tracé zoveel mogelijk, werk de huidige 150kV leidingen onder de grond, en (her)gebruik huidige mast-locaties en (waar mogelijk) de bestaande 150kV masten; Mijd N2000, NNN en BPL gebieden; Mijd gebieden met grote vogelconcentraties (speelt m.n. in de winter); Kosten zijn minder belangrijk dan kwaliteit van leven, omgevingskwaliteit en biodiversiteit;
Bij de aanvang van het overleg werd daar vanuit vogelperspectief een belangrijk uitgangspunt aan toegevoegd, te weten 7.
Mijd doorsnijding van vogeltrekroutes (zowel de zomer – winter migratie als de dagelijkse slaap- / voedseltrekroute
Langs deze uitgangspunten hebben de betrokken vertegenwoordigers hun oordeel gegeven over de onderzoeksalternatieven 380 kV-Netuitbreiding Noord-Holland Noord. Daarbij zijn de tracéalternatieven in volgorde van oost naar west beoordeeld. −
−
−
−
−
Blauw: Dit tracé doorkruist de polder Zeevang, een N2000 gebied en zou om die reden gemeden moeten worden. Tussen Hoorn en Edam liggen belangrijke overwinteringsgebieden en weidevogelbroedgebieden. In het noorden tussen Hoogkarspel en Wieringermeer ligt het tracé haaks op de vogeltrekroute noord-zuid. Daarnaast ligt het tracé haaks op de dagelijkse trekroute van ganzen vanuit het Markermeer naar de foerageergebieden westelijk van het tracé (slaaptrek). Dagelijks passeren rond 60.000 ganzen deze route. Dit tracé is strijdig met de SVN-uitgangspunten 4, 5 en 7. Rood: Het deel van het tracé onder Purmerend ligt haaks op de trekroute noord-zuid. Het tracé doorsnijdt het Varkensland, een N2000 gebied. Een deel loopt weliswaar langs de A7 maar daar liggen ook weidevogelbroedgebieden. Het paarse verbindingsstuk richting Zaanstad loopt door de Wormer, een belangrijk overwinteringsgebied voor Goudplevieren. De daar gesitueerde potentiële stationslocatie is om dezelfde reden ongewenst. Dat geldt ook voor de potentiële stationslocaties ten zuiden van Assendelft. Net als Blauw ligt ook dit tracé haaks op de dagelijkse trekroute van ganzen vanuit het Markermeer naar de foerageergebieden westelijk van het tracé (slaaptrek). Dit tracé is strijdig met de SVN-uitgangspunten 4, 5 en 7.
Geel: Dit tracé loopt door de polder Mijzen, een belangrijk weidevogelbroedgebied waarvan delen zijn aangewezen als NNNgebied en zou om die reden gemeden moeten worden. Daarnaast doorsnijdt het tracé gebieden waar grote aantallen Goudplevieren overwinteren en die tevens slaapplaatsen van Lepelaar en Grote Zilverreiger zijn. Het paarse verbindingsstuk naar Rood ligt haaks op de vogeltrekroute noord-zuid. Het paarse verbindingsstuk naar Groen loopt min of meer evenwijdig aan de trekroute noord-zuid en is om die reden acceptabel. Dit tracé is strijdig met de SVN-uitgangspunten 1, 3, 4, 5 en 7. Groen: Dit tracé loopt gedeeltelijk langs het bestaande 150kV tracé Beverwijk – Oterleek. Het loopt langs polder De Woude en niet erdoor waardoor dit belangrijke weidevogelgebied wordt ontzien. Ter hoogte van Alkmaar volgt het tracé het bestaande 150kV tracé door de Schermer. Ten noorden van Heerhugowaard worden geen problemen voorzien in relatie tot vogelbelangen. Dat geldt ook voor de paarse verbindingsstukken rondom Obdam m.u.v. het verbindingsstuk tussen Groen en Geel wat haaks op de trekroute noord-zuid ligt. Dit tracé vertoont nagenoeg geen strijdigheid met de SVN-uitgangspunten. Donkerblauw: Dit tracé doorsnijdt meerdere voor vogels belangrijke gebieden.
Tussen Uitgeest en Castricum doorsnijdt het weidevogelbroedgebied dat beheer wordt door de Stichting Hooge Weide; een gebied met de grootste weidevogeldichtheid van Noord-Holland en het meest succesvolle provinciale weidevogelbroedgebied. Ten noorden van Castricum wordt het natuurreservaat Zeerijdtsdijkje geraakt c.q. doorsneden. Langs de kust is sprake van een grote trekdichtheid noord-zuid en hoewel het tracé niet haaks op de trekroute ligt zullen er door de trekdichtheid veel potentiële vogelslachtoffers zijn. In het noorden loopt het tracé door meerdere polders die voor vogels belangrijk zijn als broed- of overwinteringsgebied. Het paarse
verbindingsstuk naar Groen loopt dwars door het Limmerdie, een belangrijk weidevogelbroedgebied. De ligging van dit tracé is strijdig met de SVN-uitgangspunten 1,3, 4, 5 en 7. Alle tracés komen samen in het werkgebied van Natuurvereniging Wierhaven en raken dit werkgebied op min of meer dezelfde wijze Weergegeven in een eenvoudige tabel waarin in de linkerkolom de SVN-uitgangspunten zijn opgenomen en in de kolommen daarnaast verschillende tracéalternatieven in dezelfde volgorde als die in de Onderzoeksalternatieven 380kV-Netuitbreiding Noord-Holland Noord (bijlage 1) en waarbij de kleuren Rood, Groen en Oranje staan voor respectievelijk strijdig, niet strijdig en neutraal/niet beoordeeld ten opzichte van de SVN-uitgangspunten, ziet dat er als volgt uit:
west oost SVN Donker Groen Geel Rood Blauw uitg.pt blauw 1 2 3 4 5 6 7 De conclusie is dat het tracéalternatief Groen door SVN vanuit vogelperspectief als minst schadelijk wordt gezien en om die reden als voorkeurstracé door SVN wordt aanbevolen. Dit alternatief betekent nadrukkelijk niet dat er in het geheel geen schade wordt toegebracht aan natuur en aan de leefomgeving van vogels maar van de onderzoeksalternatieven ziet SVN deze als de minst schadelijke voor de leefomgeving van vogels. De betrokken vogelwerkgroepen zijn in hun analyse steeds uitgegaan van een enkele mastenrij. Een variant waarbij sprake is van een dubbele mastenrij is in de visie van de SVN desastreus voor vogels en daarom geen optie. Op 4 maart 2025 zijn de betrokken vogelwerkgroepen nogmaals bij elkaar gekomen om zich uit te spreken over de zuidelijke zoekgebieden voor de transformator stations en electrolyzers. Ten aanzien van de drie zuidelijke zoekgebieden voor de transformator stations en electrolyzers (grijze vlakken) spreekt de SVN haar voorkeur uit voor de zuidwestelijke zoekgebieden ten zuiden van Assendelft (aangeduid als ZW 1 t/m ZW4). Overwegingen daarbij zijn dat aansluiting op bestaande infrastructuur mogelijk is en tevens zou dit gebied een logische verbinding vormen voor de aanlanding van stroom van wind op zee (VAWOZ).
Binnen deze zoekgebieden kennen de twee westelijke zoekgebieden ZW1 en ZW2 belangrijke vogelwaarden (onder andere Patrijs, Velduil, Ransuil en Blauwe Kiekendief in de winter). Daarom spreekt SVN een voorkeur uit voor de zoekgebieden ZW3 en ZW4 en pas daarna voor de zoekgebieden ZW 2 en ZW1 (in deze volgorde). De zuidoostelijke zoekgebieden ten oosten van Landsmeer en boven Amsterdam zijn wat SVN betreft geen optie omdat dit impliceert dat het tracé rood vanaf Purmerend in zuidelijke richting 2 zou worden doorgetrokken en daarbij belangrijke foerageergebieden van vogels doorsnijdt. Met vriendelijke groet, Namens de Vereniging Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland (SVN) H. van der Leest (secretaris)