25-0082a Optimaliseren Minimabeleid
Tekst van het document
OPTIMALISEREN MINIMABELEID GEMEENTE STEDE BROEC
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Optimaliseren minimabeleid Gemeente Stede Broec 2023 Een onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijk minimabeleid en het landelijk en gemeentelijk beleid op de inkomens van minimahuishoudens in de gemeente Stede Broec.
Cofon Colofon Opdrachtgever Gemeente Gemeentenaam Opdrachtgever Gemeente Stede Broec Datum November 2021 Datum April 2024 Auteurs Michelle Ellens AuteursVonk Reimer Jitske Kooistra – van der Wijk Marijke Bosondersteuning Grafische Anieta Boer Senne Trip KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. B.V. Het overnemen Het overnemen van cijfers van cijfers en/ of en/ teksten of teksten is is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V.. 1
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Inhoudsopgave Samenvatting................................................................................................................................. 4 1. Minimapopulatie in Stede Broec................................................................................................ 6 1.1. Minimahuishoudens in Stede Broec ................................................................................... 6 1.2. Minimakinderen tot 18 jaar ................................................................................................. 7 1.3. Minimaregelingen ............................................................................................................. 10 1.4. Energietoeslag .................................................................................................................. 12 2. Inkomenseffecten .................................................................................................................... 13 2.1. Bijdrage Rijk hoger dan bijdrage gemeente ..................................................................... 13 2.2. Specificatie gemeentelijke bijdragen op 100% Wsm ........................................................ 15 2.3. Het maandelijks vrij te besteden budget verschilt per huishoudtype ................................ 16 2.4.
Werken vanuit de bijstand loont........................................................................................ 19 Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen ........................................................................................ 23 Bijlage 2. Onderzoeksopzet Dashboard minima ......................................................................... 24 Bijlage 3. Onderzoeksmethodiek inkomens effectrapportage ..................................................... 25 Bijlage 4. Opbouw totaal inkomen 100 tot 130% Wsm ............................................................... 29 Bijlage 5. Financieel maandoverzicht .......................................................................................... 32
1
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare burgers die in armoede verkeren, te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om prikkels te geven aan burgers om zoveel zelfstandig in hun levensonderhoud te laten voorzien. Het minimabeleid is ook in de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (kortom: SEDgemeenten) een actueel thema. De gemeenten werken ambtelijk samen in de SED-organisatie. De drie gemeenten hebben de wens uitgesproken om het minimabeleid onder de loep te nemen. Hiervoor is er inzicht nodig in de effecten van het landelijke en gemeentelijke beleid op de inkomens van minima. Daarnaast wil de gemeente graag inzicht in de doelgroep van het minimabeleid. Hoe ziet deze groep er uit en in welke mate maken zij gebruik van de gemeentelijke minimaregelingen.
De volgende onderdelen komen hierin aan bod: • Hoe ziet de minimapopulatie in de gemeente Stede Broec eruit? • Wat is het gebruik en bereik van de gemeentelijke minimaregelingen? • Wat zijn de effecten van het landelijke en lokale beleid op de inkomens van minima en in welke situaties treedt een armoedeval op? • Hoeveel geld houden minimahuishoudens per maand over (of komen zij tekort) voor het doen van vrije bestedingen? Opzet van het onderzoek Het onderzoek naar het minimabeleid in de gemeente Stede Broec bestaat uit verschillende onderdelen: een dashboard minima en een inkomens effectrapportage. In dit voorliggende rapport zijn de resultaten van de verschillende onderdelen weergegeven en voorzien van een conclusie. Onderzoeksmethodiek Dashboard minima Om de omvang en samenstelling van de minimapopulatie inzichtelijk te maken, is een Dashboard Minima opgesteld1. Hiervoor zijn verschillende registratiebestanden gepseudonimiseerd aangeleverd, gekoppeld en geanalyseerd. In de online weergave kan de gemeente Stede Broec zelf nadere analyses maken en inzoomen op verschillende doelgroepen. Het dashboard is voorzien van duiding in hoofdstuk 1.
Onderzoeksmethodiek inkomenseffecten We berekenen voor tien verschillende huishoudtypen met vijf verschillende inkomensniveaus (van 100 tot 130 procent van het Wettelijk sociaal minimum, en voor langdurige minimahuishoudens) hoeveel zij maandelijks aan gemeentelijke regelingen en landelijke toeslagen kunnen ontvangen en geven inzicht in het effect van inkomensstijging 2. Daarvoor is per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand gemaakt. Met behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype het inkomen bepaald. Voor de vaste uitgaven is uitgegaan van cijfers en normen van het Nibud 3. Voor de andere uitgaven is waar mogelijk gebruikgemaakt van lokale tarieven (zoals huur en waterschapsbelasting). Tenslotte worden de gemeentelijke regelingen omgezet in een maandbedrag. Op die manier ontstaat per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand.
1 De onderzoeksmethodiek voor het Dashboard minima staat verder beschreven in bijlage 2. 2 De onderzoeksmethodiek voor de inkomenseffecten staat verder beschreven in bijlage 3. 3 Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijke stichting die informeert en
adviseert over financiën van huishoudens.
2
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Leeswijzer Het rapport start met een samenvatting waarin de belangrijkste bevindingen worden toegelicht. Vervolgens wordt de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, het gebruik en bereik van regelingen toegelicht aan de hand van het Dashboard Minima in hoofdstuk 1. Hoofdstuk 2 bespreekt de invloed van het landelijke en gemeentelijke beleid op de inkomenssituatie van huishoudens; oftewel de inkomenseffecten. Het rapport wordt afgesloten met een vijftal bijlagen. De eerste bijlage geeft een overzicht van de minimaregelingen in de gemeente Stede Broec. In bijlage 2 staat de onderzoeksmethodiek van het Dashboard minima beschreven. Bijlage 3 beschrijft vervolgens de onderzoeksmethodiek van de Inkomens effectrapportage. Bijlage 4 geeft de opbouw van het totale inkomen van huishoudens weer op verschillende inkomensniveaus en bijlage 5 toont de financiële maandoverzichten per huishoudtype.
3
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Samenvatting S.1. Aantal minimahuishoudens en minimakinderen Op 1 juni 2023 heeft de gemeente Stede Broec 430 huishoudens in beeld met een inkomen tot 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Dat is 4,5 procent van alle huishoudens in de gemeente. De gemeente heeft niet alle minimahuishoudens in beeld; het totale aantal huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm wordt geschat op 691 huishoudens (7,2 procent van alle huishoudens). Het aandeel minimahuishoudens in de gemeente Stede Broec ligt daarmee in lijn met het gemiddelde dat in vergelijkbare gemeenten gangbaar is (7 à 8 procent). De gemeente Stede Broec heeft op de peildatum 308 kinderen in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Het totale aantal kinderen dat opgroeit in een gezin met een huishoudinkomen tot 120 procent Wsm wordt geschat op 394 kinderen (9 procent van alle kinderen). Dit aandeel ligt in hoger dan het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten (7,0 tot 7,5 procent). Tabel S1. Aantal minimahuishoudens en minimakinderen (aantal en aandeel) in beeld Huishoudens Kinderen Inkomensverdeling Aantal Aandeel Aantal Aandeel Tot 100% Wsm 375 3,9% 265 6,1% 100% tot 120% Wsm 55 0,6% 43 1,0% Subtotaal 430 4,5% 308 7,1% Overig 9.146 95,5% 4.039 92,9% Totaal 9.576 100% 4.347 100% S.2.
Bereik van de minimaregelingen Om ervoor te zorgen dat inwoners met een laag inkomen kunnen participeren in de samenleving biedt de gemeente een aantal minimaregelingen aan. Onderstaand geven we het bereik (d.w.z. het gebruik per regeling afgezet tegen de doelgroep) van de verschillende regelingen weer. Vergeleken met andere gemeenten ligt het bereik van de meeste regelingen onder het gemiddelde bereik. Het bereik van de bijzondere bijstand ligt iets boven het gemiddelde bereik in vergelijking tot andere gemeenten. Tabel S2. Gebruik en bereik van de minimaregelingen Regelingen Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Meedoenregeling Kindpakket Stichting Leergeld Computerregeling Tegemoetkoming chronisch zieken Studietoeslag
Gebruik 292 huishoudens 121 huishoudens 84 huishoudens 120 huishoudens 90 huishoudens 52 huishoudens 15 personen 8 huishoudens 38 personen 3 personen
Bereik
Gemiddeld bereik
68%
70 – 75%
28% 27% 17% 17% 44% 5% n.t.b.
20 – 25% 40 – 45% 35 – 40% 40 – 45% 50 – 55% 40 – 45% Onbekend
n.t.b.
Onbekend
n.t.b.
Onbekend
S.3. Financieel effect Het bedrag dat minima vanuit het Rijk aan toeslagen kunnen ontvangen is veel hoger dan het bedrag dat ze aan gemeentelijke regelingen kunnen ontvangen. Financieel gezien is de invloed van de gemeente dan ook kleiner dan de invloed van het Rijk. Het bedrag aan landelijke toeslagen neemt voor de meeste huishoudens geleidelijk af bij een hoger inkomen. Ditzelfde gaat op voor de gemeentelijke regelingen.
4
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
De gemeentelijke regelingen zorgen ervoor dat huishoudens (meer) ruimte overhouden voor het doen van vrije bestedingen. Dit komt met name alleenstaande chronisch zieken onder de AOWleeftijd en paren4 op bijstandsniveau en voor sommige huishoudens tot 110 procent Wsm ten goede, die zonder de gemeentelijke regelingen onvoldoende budget zouden overhouden voor vrije bestedingen. Voor kostendelers geldt dat zij weliswaar een budget voor vrije bestedingen hebben, maar dat ook met gebruik van gemeentelijke regelingen dit niet voldoende is bij inkomens tot 110 procent Wsm om aan de Nibudnorm te voldoen. Het valt op dat alleenstaande jongeren meer moeite hebben om maandelijks rond te kunnen komen dan andere huishoudens. Zij hebben meer uitgaven dan inkomsten tot 120 procent van het Wsm en pas voldoende vrij besteedbaar budget bij een inkomen van 130 procent Wsm. Dit komt omdat jongeren onder de 21 krijgen een lagere bijstandsuitkering krijgen, deze is geacht te worden aangevuld met een ouderbijdrage of aanvullende bijzondere bijstand tot het bijstandsniveau. Jongeren komen ook niet in aanmerking voor huurtoeslag als de huurkosten boven de vastgestelde huurgrens ligt. In dit rapport wordt de aanname gedaan dat de voorbeeldhuishoudens gebruikmaken van alle beschikbare minimaregelingen.
In de praktijk is de ervaring echter dat huishoudens niet of gedeeltelijk gebruik maken van de regelingen. In werkelijkheid kan de financiële ruimte daarom lager uitvallen. S.4. Werken loont voor sommige huishoudens meer dan voor andere Werken loont: wanneer huishoudens in de gemeente Stede Broec vanuit de bijstand gaan werken tegen een loon gelijk aan 110, 120 of 130 procent Wsm, gaan zij er in totaal inkomen meestal op vooruit (mits zij gebruikmaken van alle toeslagen en regelingen). Deze vooruitgang is echter niet evenredig met de vooruitgang in loon. Landelijke toeslagen lopen terug en het recht op gemeentelijke regelingen vervalt. Het totaal inkomen bestaat uit het netto-inkomen (inclusief vakantietoeslag), landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen (zie bijlage 4). Figuur S1 Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding
Inkomensgroei 110% Wsm
120% Wsm 4%
Alleenstaande
7%
3%
5%
3% 4% 4%
Kostendeler
14%
10%
5%
Alleenstaande jongere (20 jaar)
16%
10%
4%
Paar zonder kinderen
Paar met kinderen
10%
4%
Alleenstaande chronisch ziek, niet AOW
Alleenstaande ouder met kinderen
130% Wsm
12%
21%
9%
6% 11%
19%
Alleenstaande jongeren en kostendelers gaan er bij ieder hoger inkomensniveau relatief gezien het meest op vooruit ten opzichte van 100 procent Wsm. Er is verder altijd sprake van méér inkomensgroei bij een hoger loon bij deze voorbeeldhuishoudens. 4 Het gaat hier om paren zonder kinderen, paren met kinderen en paren van de AOW-gerechtigde leeftijd.
5
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
1. Minimapopulatie in Stede Broec 1.1. Minimahuishoudens in Stede Broec • • •
Het aandeel minimahuishoudens ligt in lijn met vergelijkbare gemeenten; Zes op de tien minimahuishoudens heeft langdurig een minimuminkomen; Eenoudergezinnen en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond hebben vaker dan gemiddeld een minimuminkomen.
Minimahuishoudens in beeld Op basis van de voor dit onderzoek aangeleverde bestanden heeft de gemeente Stede Broec op 1 juni 2023 375 huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm in beeld en in totaal 430 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit is 4,5 procent van alle huishoudens in de gemeente Stede Broec. Tabel 1.1.1 Minimahuishoudens naar inkomensverdeling (cumulatief). Inkomensverdeling Tot 100% Wsm 100% tot 120% Wsm Subtotaal Overig Totaal
2022 - 2023 375 3,9% 55 0,6% 430 4,5% 9.146 95,5% 9.576 100%
Schatting totale doelgroep minimahuishoudens De gemeente Stede Broec heeft niet alle minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld. Dit komt omdat niet alle huishoudens die recht hebben op ondersteuning van de gemeente, hier ook daadwerkelijk gebruik van maken. Op basis van de Armoede Index wordt het totale aantal huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm geschat op 428 huishoudens (4,5 procent van alle huishoudens in de gemeente). Het totale aantal minimahuishoudens op 120 procent Wsm ligt op 691 huishoudens (7,2 procent van alle huishoudens). Het aandeel minimahuishoudens in de gemeente Stede Broec ligt in lijn met het gemiddelde dat in vergelijkbare gemeenten gangbaar is; 7 à 8 procent. Hieronder gaan we verder in op de kenmerken van de 430 minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Kenmerken 430 minimahuishoudens tot 120 procent Wsm in beeld Inkomensbron. Van de minimahuishoudens ontvangt 42 procent (178 huishoudens) een uitkering vanuit de Participatiewet, 15 procent heeft een AOW-uitkering en 43 procent heeft een overig inkomen. Dit kan zijn inkomen uit werk (loondienst of ZZP) of bijvoorbeeld een WWuitkering. In vergelijkbare gemeenten ontvangt een vergelijkbaar aandeel minimahuishoudens een uitkering vanuit de Participatiewet (40 tot 45 procent).
Verder ontvangt gemiddeld een kwart een AOW-uitkering en heeft een derde een overig inkomen. De verdeling van de inkomensbronnen wijkt in de gemeente Stede Broec iets af van vergelijkbare gemeenten; er zijn relatief minder huishoudens met een AOW-uitkering en meer huishoudens met een overig inkomen. Het grotere aandeel huishoudens met een overig inkomen sluit aan bij de landelijke trend dat steeds meer werkende huishoudens krijgen te maken met geldzorgen. Tabel 1.1.2 Inkomensbronnen van minimahuishoudens Inkomensbron Participatiewet AOW Overig inkomen Totaal
2022 - 2023 178 42% 66 15% 186 43% 430 100%
6
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Huishoudtype. 48 procent van de minimahuishoudens is alleenstaand (208 huishoudens) en 34 procent van de minimahuishoudens betreft een huishouden met kinderen (18 procent tweeoudergezin, 24 procent eenoudergezin). Een tiende van de minimahuishoudens vormt een paar zonder kinderen. Het aandeel alleenstaanden in de gemeente Stede Broec ligt iets lager dan gemiddeld (50 tot 55 procent) en het aandeel minimahuishoudens met kinderen ligt iets hoger dan gemiddeld, vaak ligt het aandeel rond de 30 tot 35 procent. Achtergrond. 60 procent van de minimahuishoudens heeft een Nederlandse achtergrond, 31 procent een niet-westerse migratieachtergrond en 9 procent een westerse migratieachtergrond. De verdeling naar achtergrond is vergelijkbaar met andere gemeenten. Wijken. Een vijfde van de minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm woont in Kloosterhof Monnikenveld en een vijfde woont in Plan Zuid. Doelgroepen Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen, met name eenoudergezinnen met minderjarige kinderen. Van alle eenoudergezinnen met minderjarige kinderen (319 huishoudens) in de gemeente Stede Broec, heeft 22 procent (70 huishoudens) een inkomen tot 120 procent Wsm. Ook huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in de minimapopulatie (24 procent).
Daarnaast hebben huishoudens in wijk Princenhof Grootebroek iets vaker dan gemiddeld een inkomen tot 120 procent Wsm (13 procent). Langdurige minima Het merendeel van de minimahuishoudens tot 120 procent heeft al drie jaar of langer een dergelijk inkomen (261 huishoudens; 61 procent). Bij veel gemeenten ligt dit aandeel rond de 70 procent; in de gemeente Stede Broec ligt het aandeel langdurige minima dus iets lager. Van deze 261 langdurige minima heeft 86 procent een inkomen tot 100 procent Wsm en 13 procent heeft een inkomen tussen 100 en 120 procent Wsm. De helft van de huishoudens ontvangt een uitkering vanuit de Participatiewet (48 procent) en de helft van de langdurige minima is tussen de 45 en 66 jaar. Verder vormt de helft een alleenstaand huishouden en heeft het merendeel langdurige minima een Nederlandse achtergrond (64 procent). Tabel 1.1.3 Langdurigheid minimahuishoudens tot 120% Wsm. Langdurigheid 2022 - 2023 Tot 1 jaar 33 8% 1 tot 3 jaar 136 31% 3 jaar of langer 261 61% Totaal 430 100%
1.2. Minimakinderen tot 18 jaar • • •
Het aandeel minimakinderen ligt in de gemeente Stede Broec hoger dn het gemiddelde aandeel in vergelijkbare gemeenten; De helft van de minimakinderen groeit op in een huishouden met een uitkering vanuit de Participatiewet; Kinderen uit eenoudergezinnen en met een niet-westerse migratieachtergrond groeien vaker op in een minimahuishouden dan andere kinderen.
Minimakinderen in beeld tot 18 jaar Op 1 juni 2023 heeft de gemeente Stede Broec 265 kinderen tot 18 jaar in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm en 308 kinderen tot 18 jaar in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat is 4,9 procent van alle kinderen (3.990
7
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
kinderen) in de gemeente Stede Broec. Dit zijn kinderen die op basis van het gebruik van regelingen en voorzieningen (in het gezin) in beeld zijn bij de gemeente. Tabel 1.1.4 Minimakinderen naar inkomensverdeling (cumulatief). Inkomensverdeling Tot 100% Wsm 100% tot 120% Wsm Subtotaal Overig Totaal
2022 - 2023 265 6,1% 43 1,0% 308 7,1% 4.039 92,9% 4.347 100%
Schatting totale doelgroep minimakinderen Net als bij het aantal minimahuishoudens geldt dat de gemeente Stede Broec niet alle minimakinderen in beeld heeft. Op basis van de Armoede Index schatten we het aantal minimakinderen dat woont in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm op 272 kinderen (6,2 procent van alle kinderen). Het totaal aantal minimakinderen in huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm wordt geschat op 394 (9,0 procent van alle kinderen). In gemeenten van vergelijkbare grootte ligt het aandeel kinderen op 7,0 à 7,5 procent. In de gemeente Stede Broec ligt het aandeel kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden dus hoger dan het gemiddelde. Hieronder worden de kenmerken weergegeven van de 308 minimakinderen die in beeld zijn. Kenmerken 308 minimakinderen tot 120 procent Wsm in beeld Inkomensbron. In totaal groeit 53 procent van de minimakinderen op in een huishouden waarvan de voornaamste inkomensbron een uitkering vanuit de Participatiewet is. De andere helft van de minimakinderen groeit op in een huishouden waarvan de voornaamste inkomensbron een overig inkomen is, zoals een WW-uitkering of inkomen uit werk (47 procent). Tabel 1.1.5 Inkomensbron kinderen in minimahuishoudens. Inkomensbron Participatiewet Overig inkomen Totaal
2022 - 2023 162 53% 146 47% 308 100%
Huishoudtype. Bijna de helft procent van de minimakinderen groeit op in een eenoudergezin (46 procent) en het overige deel (54 procent) groeit op in een meerpersoonshuishouden. Dit is vergelijkbaar met andere gemeenten. Tabel 1.1.6 Huishoudverdeling kinderen in minimahuishoudens. Huishouden Eenoudergezin Tweeoudergezin Totaal
2022 - 2023 141 46% 167 54% 308 100%
Achtergrond. Verder heeft 55 procent van de minimakinderen een niet-westerse migratieachtergrond5, 34 procent een Nederlandse achtergrond en 11 procent een westerse migratieachtergrond. Dit ligt in lijn met vergelijkbare gemeenten. Wijken. Een kwart van de minimakinderen woont in de wijk Plan Zuid (27 procent) en een vijfde van de minimakinderen woont in Kloosterhof Monnikenveld (22 procent).
5 Hieruit valt te concluderen dat de huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond relatief grote
gezinnen vormen. Het aandeel huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond ligt in de gemeente Stede Broec lager dan gemiddeld, terwijl de helft van de minimakinderen een niet-westerse migratieachtergrond heeft.
8
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Minimakinderen ten opzichte van alle kinderen: wat valt op? Huishoudtype. Sommige kinderen hebben meer kans op opgroeien in armoede dan andere kinderen. In de gemeente Stede Broec groeien minderjarige kinderen in een eenoudergezin vaker op in een minimahuishouden dan kinderen uit andere huishoudens: 24 procent (122 minimakinderen) van alle kinderen in een eenoudergezin (498 kinderen) groeit op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit aandeel ligt onder kinderen uit tweeoudergezinnen aanzienlijk lager: 4 procent (144 minimakinderen van alle 3.312 kinderen). Figuur 2.1 Aandeel minimakinderen t.o.v. alle kinderen; huishoudtype
Minimakinderen in eenoudergezin
24%
76%
Minimakinderen in tweeoudergezin 4%
96%
Achtergrond. Daarnaast groeien kinderen in huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker op in een minimahuishouden: 37 procent (169 kinderen) van alle kinderen met een dergelijke achtergrond (460 kinderen) woont in een minimahuishouden. Onder kinderen met een Nederlandse achtergrond is dit veel lager, 3 procent (105 kinderen van alle 3.481 kinderen met een Nederlandse achtergrond). Figuur 2.2 Aandeel minimakinderen t.o.v. alle kinderen; achtergrond Minimakinderen met een Nederlandse 3% achtergrond
97%
Minimakinderen met een westerse migratieachtergrond
92%
Minimakinderen met een niet-westerse migratieachtergrond
8%
37%
9
63%
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
1.3. Minimaregelingen • •
De regelingen kennen een relatief laag bereik; Het bereik van de bijzondere bijstand ligt iets boven het gemiddelde bereik.
Gebruik van de minimaregelingen Het gebruik van de minimaregelingen is gemeten over de periode van 1 juni 2022 tot 1 juni 2023. Tabel 1.3.1 Gebruik van de minimaregelingen Regelingen Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Meedoenregeling Kindpakket Stichting Leergeld Computerregeling Tegemoetkoming chronisch zieken Studietoeslag
2022 - 2023 292 huishoudens 119 huishoudens 79 huishoudens 120 huishoudens 89 huishoudens 52 huishoudens 15 kinderen 6 huishoudens 38 personen 3 personen
Bereik van de minimaregelingen Het bereik van de verschillende minimaregelingen6 is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de geschatte totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). Daarnaast wordt het bereik van de regeling vergeleken met het gemiddelde bereik in andere vergelijkbare gemeenten (met een inwonertal tot 50.000). • • •
•
• •
De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen kent een bereik van 68 procent. Dit ligt net onder het landelijke gemiddelde van 70 tot 75 procent wat in vergelijkbare gemeenten gangbaar is7. In totaal maakt 28 procent van de minimahuishoudens gebruik van de bijzondere bijstand. Gemiddeld heeft de bijzondere bijstand een bereik van 20 tot 25 procent; het bereik in de gemeente Stede Broec ligt hier iets boven. Huishoudens die drie jaar of langer van een minimuminkomen moeten rondkomen, kunnen aanspraak maken op de individuele inkomenstoeslag. Deze regeling kent een bereik van 27 procent in Stede Broec, in vergelijkbare gemeenten is een gemiddeld bereik van 40 tot 45 procent gangbaar. Het bereik van de collectieve zorgverzekering is 17 procent. Dit ligt onder het gemiddelde bereik van 35 tot 40 procent. Het merendeel van de gebruikers van de collectieve zorgverzekering heeft gekozen voor pakket Compleet (88 procent), een tiende maakt gebruik van het pakket Compact (9 procent) en de overige drie procent betreffen huishoudens waarin zowel pakket Compleet als pakket Compact zijn afgesloten. De Meedoenregeling voor volwassenen heeft in Stede Broec een bereik van 17 procent. Dit ligt ver onder het gemiddelde bereik van een participatieregeling voor volwassenen in vergelijkbare gemeenten van 40 tot 45 procent.
Het Kindpakket ondersteunt kinderen in hun participatie middels sportieve en culturele activiteiten Het Kindpakket heeft een bereik van 44 procent. Gemiddeld kent een soortgelijke participatieregeling voor kinderen een bereik van 50 tot 55 procent. Het bereik in Stede Broec ligt lager dan in vergelijkbare gemeenten.
6 Van de computerregeling, tegemoetkoming chronisch zieken en studietoeslag is geen bereik weer te
geven, omdat de doelgroep van de regeling niet vastgesteld kan worden. 7 Een verklaring voor het lagere gebruik in vergelijking tot andere gemeenten kan ermee te maken hebben dat we voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen data gebruiken tot 31 december 2022, terwijl de peildatum van het onderzoek ligt op 1 juni 2023. Dit betekent dat de nieuwe gebruikers uit 2023 niet meewegen in het gebruik en bereik van de regeling
10
Gemeente Stede Broec
•
Versie 0.3
Stichting Leergeld is een regeling waarbij ouders ondersteuning kunnen ontvangen voor hun kinderen op het gebied van onderwijs, sport, cultuur en welzijn in de gemeente. Het gaat bijvoorbeeld om schoolspullen, contributie of spullen voor sport en cultuur, een abonnement of een fiets. Het bereik van deze regeling ligt met 5 procent ver onder het gemiddelde bereik van 40 tot 45 procent.
Figuur 1.3.1. Bereik minimaregelingen, afgezet tegen de totale geschatte doelgroep Stede Broec
Landelijk
70-75% 68%
50-55% 40-45%
40-45%
44%
40-45%
35-40% 28% 20-25%
27% 17%
17% 5%
11
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
1.4. Energietoeslag • •
5 procent van alle huishoudens heeft gebruikgemaakt van de energietoeslag; 38 procent van de minimahuishoudens heeft gebruikgemaakt van energietoeslag.
de
Als gevolg van het hoge prijspeil van gas en elektriciteit heeft het Rijk in 2022 de energietoeslag geïntroduceerd; een regeling die iedere gemeente kon verstrekken als compensatie voor minimahuishoudens. Deze regeling is in 2023 gecontinueerd. In de gemeente Stede Broec konden inwoners aanspraak maken op de energietoeslag tot een inkomensgrens van 120 procent Wsm. Voor de energietoeslag is er geen vermogenstoets gehanteerd, deze vermogenstoets wordt wel voor het overige deel van het minimabeleid toegepast. In totaal hebben 753 huishoudens gebruikgemaakt van de energietoeslag 8; dat is 5 procent van alle huishoudens in de gemeente Stede Broec. Niet alle huishoudens die gebruik zouden mogen maken van de energietoeslag, hebben dat ook gedaan. De doelgroep voor de energietoeslag is op basis van de Armoede Index geschat op 954 huishoudens9. Het bereik over de periode 2022 - 2023 kan dus worden vastgesteld op 79 procent. Dit ligt dicht bij het gemiddelde bereik van de energietoeslag in andere gemeenten: 80 tot 95 procent. Tabel 1.4.1 Gebruik energietoeslag Energietoeslag Minimahuishoudens die de gemeente in beeld heeft Overige huishoudens (niet als minimahuishouden in beeld) Totaal
2022 - 2023 362 391 753
48% 52% 100%
Minimahuishoudens met energietoeslag In totaal hebben 362 minimahuishoudens gebruikgemaakt van de energietoeslag (84 procent van alle minimahuishoudens). Van deze 362 huishoudens heeft 91 procent een inkomen op 100 procent Wsm (bijstandsniveau) en de overige 9 procent heeft een huishoudinkomen tussen 100 en 120 procent Wsm. Minimahuishoudens die gebruikmaken van de energietoeslag vormen veelal een alleenstaand huishouden (50 procent) en hebben een Nederlandse achtergrond (59 procent). Voor bijna de helft van de minimahuishoudens vormt een uitkering vanuit de Participatiewet de voornaamste inkomensbron (44 procent).
8 In deze aantallen is het volledige aantal unieke gebruikers van de energietoeslag 2022 meegenomen.
Ook de nabetalingen hiervan die in 2023 hebben plaatsgevonden. 9 Het gaat hierbij om huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. Voor de energietoeslag wordt geen vermogenstoets toegepast. Huishoudens die gebruikmaken van de energietoeslag kunnen dus al bekend zijn bij de gemeente Stede Broec (omdat ze van een andere regeling reeds gebruikmaken), of nog niet in beeld zijn.
12
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
2. Inkomenseffecten In dit hoofdstuk staan de inkomenseffecten. De eerste paragraaf schetst de verhouding tussen de uitkering, landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen per huishoudtype per maand. In paragraaf 2.2 wordt de gemeentelijke bijdrage uitgesplitst naar de verschillende minimaregelingen. Daarna wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van het vrij besteedbaar budget (paragraaf 2.3) en de ontwikkeling van het totale inkomen (paragraaf 2.4).
2.1. Bijdrage Rijk hoger dan bijdrage gemeente In figuur 2.1.1. is de opbouw van het maandelijks totaal inkomen bij een inkomen van 100 procent Wsm per huishoudtype weergegeven. Hier is te zien dat het totale bedrag dat huishoudens van het Rijk kunnen ontvangen (zoals bijstandsuitkering, huurtoeslag, zorgtoeslag en de kinderbijslag) hoger is dan de totale gemeentelijke bijdrage. Omdat de aanname is gedaan dat de huishoudens kortdurend minima zijn, is de individuele inkomenstoeslag niet meegenomen in de gemeentelijke bijdragen. Huishoudens met kinderen kunnen een hoger bedrag aan toeslagen vanuit het Rijk en gemeentelijke bijdragen ontvangen dan huishoudens zonder kinderen. Dit komt omdat er regelingen beschikbaar zijn voor specifiek gezinnen dan wel kinderen. Jongerennorm Jongeren van 18 tot 21 hebben te maken met de ‘jongerennorm’ waardoor de bijstandsuitkering lager is. Ouders hebben onderhoudsplicht om deze bijstandsuitkering aan te vullen zodat er voldoende inkomen is voor onderdak, kleding, voeding, scholing en medische hulp. Als ouders niet in staat zijn bij te dragen aan deze kosten, kan er aanspraak worden gemaakt op de aanvullende bijzondere bijstand. Daarnaast kunnen jongeren onder de 21 jaar (in dit voorbeeldhuishouden) geen aanspraak maken op de huurtoeslag. Dit komt omdat zij te maken hebben met de huurgrens van € 452.
In deze rapportage wordt uitgegaan van een huurprijs van € 564 per maand10. Kostendelersnorm Kostendelers verliezen Landelijke bijdragen door het inkomen van het inwonend kind. Dit komt omdat zij te maken hebben met de kostendelers norm waardoor de bijstandsuitkering lager uitvalt (€ 1.506 in plaats van € 1.738). Daarnaast komt dit huishouden niet in aanmerking voor huurtoeslag door het inkomen van het inwonende kind. In figuur 2.1.1 wordt ervanuit gegaan dat het werkende kind kostgeld betaalt wat gelijk staat aan de gemiste bijstand en huurtoeslag.
10 Zie aannames.
13
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Als voorbeeld: een alleenstaande ontvangt maandelijks € 1.217 aan bijstandsuitkering (inclusief vakantietoeslag). Daarbovenop kan hij maximaal € 453 aan toeslagen vanuit het Rijk ontvangen. Vanuit de gemeentelijke regelingen kan hij maximaal € 64 ontvangen. Dit is voor kwijtschelding gemeentelijke belastingen en de Meedoen regeling. Figuur 2.1.1. Maandelijks inkomen op 100% Wsm, uitgesplitst naar huishoudtype
Maandelijkse bijdragen Kostgeld
Uitkering
Toeslagen Rijk
Bijdrage gemeente
3500,01
3000,01
€ 172 € 160 € 117
2500,01
€ 97
€ 1.340 € 64
€ 95
€ 453
€ 453
€ 265
€ 608
€ 605
2000,01
1500,01
€ 97
€ 1.130
€ 74
€ 95
€ 455
€ 453 € 64 € 154
1000,01 € 1.738 € 1.217 € 1.217
€ 1.844
€ 1.738 € 1.358 € 1.358
€ 1.217
€ 1.506
€ 1.217
500,01 € 572
14
Kostendelers
Alleenstaande jongere (18 jaar)
Paar AOW-leeftijd
Alleenstaande chronisch ziek, AOW-leeftijd
Alleenstaande AOW-leeftijd
Paar met kinderen
Alleenstaande ouder met kinderen
Paar zonder kinderen
Alleenstaande chronisch ziek, niet AOW
Alleenstaande
0,01
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
2.2. Specificatie gemeentelijke bijdragen op 100% Wsm Figuur 2.2.1 laat zien uit welke onderdelen de maximale gemeentelijke bijdrage bestaat. Het gaat om de maandelijkse bijdrage per huishoudtype bij een inkomen op 100 procent Wsm. Voor de volledigheid geven we ook het bedrag aan individuele inkomenstoeslag weer waar minima die drie jaar of langer van een minimuminkomen tot 101 procent Wsm moeten rondkomen, recht op hebben. Figuur 2.2.1. Maandelijks bedrag per regeling op 100% Wsm, per huishoudtype
Maandelijkse gemeentelijke bijdragen Kwijtschelding Kindpakket Meedoen regeling Individuele inkomenstoeslag
Collectieve Zorgverzekering Stichting leergeld Tegemoetkoming chronisch zieken
€ 250
€ 200
€ 51
€ 150
€ 58
€ 74
€ 74
€ 21 € 12 € 10
€ 52
€ 52
Alleenstaande chronisch ziek, AOW-leeftijd
€ 74
€ 12 € 10
Alleenstaande AOW-leeftijd
€ 52
Alleenstaande chronisch ziek, niet AOW
€ 50
€ 58
€ 23
€ 23
Paar met kinderen (8 en 13 jaar)
€ 52
€ 40
€ 51
Alleenstaande ouder met kinderen (8 en 13 jaar)
€ 12
€ 21 € 12 € 10
Alleenstaande
€ 100
€ 57
€ 23 € 16
Paar zonder kinderen
€ 40
€ 12 € 16
€ 57
€ 23
€ 20 € 12 € 74
€ 52
€ 74
Kostendelers
Alleenstaande jongere
Paar AOW-leeftijd
€0
Als voorbeeld: een alleenstaande ouder ontvangt maandelijks (maximaal) € 74 voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en € 12 voor de Meedoen regeling vanuit de gemeente. Voor de kinderen (8 en 13 jaar) ontvangt hij nog € 58 vanuit het Kindpakket en € 16 via Stichting Leergeld. In totaal ontvangt hij dan € 160 per maand vanuit de gemeentelijke regelingen. Als hij al drie jaar of langer een inkomen op bijstandsniveau heeft, krijgt hij daar bovenop € 51 voor de individuele inkomenstoeslag. Bij een langdurig minimuminkomen ontvangt hij € 211 als gemeentelijke bijdrage.
15
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
2.3. Het maandelijks vrij te besteden budget verschilt per huishoudtype De meeste minimahuishoudens hebben door de gemeentelijke regelingen voldoende budget voor vrije bestedingen (zie kader). Echter zijn er nog huishoudens die zelfs door de gemeentelijke regelingen nog niet voldoende budget hebben. Alleenstaande jongeren blijven ook met de gemeentelijke regelingen een tekort hebben voor het doen van vrije bestedingen. Het Nibud hanteert per huishoudtype een normbedrag dat nodig wordt geacht voor sociale participatie. Deze staan ook in de figuur. Uiteraard zal iemand die nauwelijks geld meer over heeft, dat niet per definitie daaraan besteden. Duiding vrij besteedbaar budget Het vrij besteedbaar budget is bedoeld voor sociale participatie (een krant, abonnement, dagje uit, op bezoek gaan et cetera). Dat huishoudens in de plus staan betekent niet direct dat huishoudens ook op een minimaal niveau sociaal kunnen participeren. Een alleenstaande chronisch zieke zonder kinderen heeft volgens het Nibud € 111 nodig voor minimale sociale participatie (zie bijlage 3). In figuur 2.3.1. is te zien dat er op bijstandsniveau zonder de gemeentelijke bijdragen niet voldoende budget is voor vrije bestedingen, een alleenstaande chronisch zieke heeft dan namelijk een budget van € 28.
Als de alleenstaande gebruikmaakt van alle gemeentelijke regelingen is er (€ 28 + € 95 =) € 123 beschikbaar voor vrije bestedingen. Een alleenstaande chronisch zieke heeft dan wel voldoende budget voor sociale participatie. In de volgende figuren staat per huishoudtype het budget dat zij overhouden voor vrije bestedingen weergegeven, opgesplitst in wat zij zonder de gemeentelijke regelingen zouden overhouden en wat de gemeentelijke regelingen toevoegen aan het vrij besteedbaar budget. De meeste huishoudtypen houden bij ieder hoger inkomen ook telkens een groter bedrag over voor het doen van vrije bestedingen.
2.3.1. Minimahuishoudens zonder kinderen Alleenstaanden hebben bij ieder inkomen voldoende budget voor vrije bestedingen. Het normbedrag voor sociale participatie is voor een alleenstaande € 111 per maand. Een alleenstaande op bijstandsniveau heeft zonder gebruik te maken van de gemeentelijke bijdragen, € 152 over voor vrije bestedingen. Dit houdt in dat een alleenstaande maandelijks € 41 overhoudt. Als een alleenstaande gebruikmaakt van de gemeentelijke regelingen, dan geeft dit maandelijks meer ruimte. Voor alleenstaande chronisch zieken en paren geldt dat zij weliswaar geld hebben om sociaal te participeren (100 procent Wsm, alleenstaande chronisch zieken: € 28 voor per maand, paren: € 58 per maand), maar dit is lager dan de Nibudnorm voor vrije bestedingen (respectievelijk € 111 en € 181). Alleenstaanden met een chronische ziekte en paren zonder kinderen zijn op bijstandsniveau afhankelijk van de gemeentelijke regelingen. Zonder de gemeentelijke regelingen hebben zij niet voldoende financiële middelen om te voldoen aan het normbedrag voor sociale participatie. Paren zonder kinderen zijn vanaf 110 procent Wsm niet meer afhankelijk van de gemeentelijke regelingen, alleenstaanden met een chronische ziekte zijn vanaf 120 procent Wsm niet meer afhankelijk van de gemeentelijke regelingen. Voor alleenstaande jongeren ziet dit plaatje er anders uit.
Zij hebben op bijstandsniveau zonder gemeentelijke bijdragen een tekort van € -111. Zij kunnen maandelijks niet rondkomen en hebben daardoor ook geen budget voor vrije bestedingen. Wanneer een alleenstaande jongere gebruikmaakt van alle gemeentelijke regelingen, dan heeft hij bij een inkomen op bijstandsniveau recht op € 64 per maand. Op dat moment heeft een alleenstaande jongere alsnog onvoldoende financiële middelen om maandelijks rond te kunnen komen. Er is daarbij ook geen budget voor vrije bestedingen. Er is een maandelijks tekort van € -47. Bij een inkomen tot 110 procent Wsm is er een vergelijkbaar beeld te zien (€ -59 zonder gemeentelijke bijdragen en € -47 als er gebruik 16
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
wordt gemaakt van alle gemeentelijke bijdragen). Bij een inkomen tot 120 procent Wsm hebben de jongeren weliswaar een budget voor vrije bestedingen (€ 63), maar niet voldoende om aan de norm van het Nibud te voldoen van € 111. Bij een inkomen tot 130 procent Wsm (€ 184) is dit voldoende om aan de Nibudnorm te kunnen voldoen. Figuur 2.3.1. Maandelijks vrij besteedbaar budget huishoudens zonder kinderen, niet-AOW
Vrij besteedbaar budget: huishoudens zonder kinderen Zonder gemeentelijke bijdrage
Met alle gemeentelijke bijdragen
Alleenstaande Alleenstaande jongere (20 Paar zonder chronisch ziek, jaar) kinderen niet AOW Alleenstaande
Normbedrag sociale participatie € 111 100% Wsm
€ 152
110% Wsm
€ 204
€ 64 € 12 € 326
120% Wsm
€ 432
130% Wsm 100% Wsm
€ 28 € 95
110% Wsm
€ 80 € 43
120% Wsm
€ 202
€ 31 € 311
130% Wsm € 135
100% Wsm
€ 97
€ 239
110% Wsm
€ 23
120% Wsm
€ 340
130% Wsm
€ 408
100% Wsm
€ -111 € 64
110% Wsm 120% Wsm
Normbedrag sociale participatie € 181
€ -59 € 12 € 63 € 184
130% Wsm -€ 200
€0
€ 200
€ 400
€ 600
€ 800
Normbedrag sociale participatie € 111
2.3.2. Minimahuishoudens met kinderen Alleenstaande ouders hebben maandelijks meer te besteden dan paren met kinderen en kostendelers. Alleenstaande ouders hebben namelijk langer recht op hetzelfde bedrag aan landelijke toeslagen en ontvangen een hoger bedrag voor het kindgebonden budget. Voor paren nemen de landelijke toeslagen sneller af. Alleenstaande ouders met kinderen hebben op alle inkomensniveaus voldoende budget voor sociale participatie (conform de Nibud norm) en zijn hiervoor niet afhankelijk van gemeentelijke regelingen. Paren met kinderen zijn daarentegen bij een inkomen tegen 100 procent Wsm afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen voor voldoende sociaal participatiebudget, zij houden weliswaar respectievelijk € 235 over maar dat is minder dan de norm die hiervoor staat (€ 296). Bij een inkomen van 110 procent Wsm of hoger hebben paren met kinderen ook zonder de gemeentelijke regelingen voldoende budget voor sociale participatie. Ditzelfde geldt ook voor kostendelers. Zij houden, wanneer zij geen gebruikmaken van de gemeentelijke regelingen, bij een inkomen tot 100 procent Wsm budget over voor vrije bestedingen (namelijk € 117), echter is dit onvoldoende om te voldoen aan het normbedrag van
17
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
€ 181. Als zij gebruikmaken van alle gemeentelijke regelingen, dan is er voldoende budget voor sociale participatie en houden zij aan het einde van de maand € 33 over. Alleenstaande ouders hebben tussen 100 en 110 procent Wsm te maken met een daling van hun vrij besteedbare budget (€ -21); de inkomensstijging kan het wegvallen van gemeentelijke regelingen11 op dit inkomensniveau echter goed compenseren. Figuur 2.3.2. Maandelijks vrij besteedbaar budget huishoudens met kinderen, niet-AOW
Vrij besteedbaar budget: huishoudens met kinderen Zonder gemeentelijke bijdrage
Met alle gemeentelijke bijdragen
Alleenstaande ouder met kinderen
Normbedrag sociale participatie € 226 100% Wsm
€ 442
€ 160
110% Wsm
€ 495
€ 86
€ 623
120% Wsm
€ 730
130% Wsm € 235
Kostendelers
Paar met kinderen
100% Wsm
€ 172
€ 339
110% Wsm
€ 98
€ 439
120% Wsm
€ 16
€ 508
130% Wsm € 117
100% Wsm
€ 196
110% Wsm
€ 97
Normbedrag sociale participatie € 296
€ 23 € 348
120% Wsm
€ 495
130% Wsm -€ 200
€ 16
€0
€ 200
€ 400
€ 600
€ 800
Normbedrag sociale participatie € 181
2.3.3. AOW-gerechtigde minimahuishoudens Paren met de AOW-leeftijd zijn op 100 procent Wsm afhankelijk van de gemeentelijke regelingen om te kunnen voldoen aan de Nibudnormen voor vrije bestedingen. Voor de andere AOWgerechtigde huishoudens geldt dat zij niet afhankelijk zijn van gemeentelijke bijdragen om voldoende budget voor vrije bestedingen te hebben. Het vrij besteedbaar budget van de AOWgerechtigde huishoudens neemt bovendien toe bij ieder hoger inkomensniveau.
11 Huishoudens kunnen geen aanspraak meer maken op de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen
boven de inkomensgrens van 100 procent Wsm.
18
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Figuur 1.1.3. Maandelijks vrij besteedbaar budget per huishoudtype, AOW-gerechtigd
Vrij besteedbaar budget: huishoudens AOW gerechtigd Zonder gemeentelijke bijdrage
Met alle gemeentelijke bijdragen
Alleenstaand e chronisch Alleenstaand Paar AOW- ziek, AOWe AOWleeftijd leeftijd leeftijd
Normbedrag sociale participatie € 110 € 214
100% Wsm
€ 74
€ 349
110% Wsm
€ 10
€ 547
130% Wsm € 130
100% Wsm
€ 95 € 266
110% Wsm
€ 43
€ 384
120% Wsm
€ 31
€ 464
130% Wsm € 124
100% Wsm
€ 117
€ 301
110% Wsm
€ 43 € 448
120% Wsm
€ 20
€ 566
130% Wsm -€ 200
€ 22
€ 468
120% Wsm
€0
€ 200
€ 400
€ 600
€ 800
Normbedrag sociale participatie € 176
2.4. Werken vanuit de bijstand loont Een hoger inkomen leidt voor alle (voorbeeld)huishoudens in deze rapportage tot een hoger totaal inkomen dan in de bijstand. Het is wel zo dat voor de meeste huishoudens de bijdragen van het Rijk en de gemeente dalen en/of vervallen wanneer het inkomen stijgt. Dit zorgt ervoor dat het totaal inkomen van een huishouden niet altijd evenredig met het loon stijgt. Hieronder geven we de inkomensvooruitgang bij werkaanvaarding vanuit de bijstand tot een inkomen van maximaal 130 procent Wsm weer per huishoudtype. Daarna leggen we de inkomensvooruitgang per inkomensniveau uit aan de hand van een casus. In bijlage 4 worden al deze inkomens per huishoudtype uitgesplitst naar inkomenssoort waarmee visueel wordt weergegeven waarom het totaal inkomen stijgt of daalt.
2.4.1. Alleenstaanden en paren zonder kinderen Zowel alleenstaanden, alleenstaanden chronisch ziek, paren zonder kinderen en een alleenstaande jongere gaan er bij ieder hoger loon (tot en met 130 procent Wsm) op vooruit ten opzichte van de bijstand. Bij paren dalen de landelijke toeslagen sneller én harder dan bij alleenstaanden (paren krijgen bij 130 procent Wsm maandelijks € 178 minder aan landelijke toeslagen dan in de bijstand terwijl deze afname bij alleenstaanden slechts € 15 is).
19
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Figuur 2.4.1. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding, huishoudens zonder kinderen
Inkomensgroei huishoudtypes zonder kinderen 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
4%
Alleenstaande
10% 16% 4%
Alleenstaande chronisch ziek, niet AOW
10% 14% 4%
Paar zonder kinderen
7% 10% 5%
Alleenstaande jongere (20 jaar)
12% 21%
Tabel 2.4.1 Inkomensvooruitgang bij werkaanvaarding, huishoudens zonder kinderen Netto inkomen incl. VT
Huishoudtype Alleenstaande 100% Wsm 1.217 110% Wsm 1.338 120% Wsm 1.460 130% Wsm 1.582 Alleenstaande chronisch ziek 100% Wsm 1.217 110% Wsm 1.338 120% Wsm 1.460 130% Wsm 1.582 Paar zonder kinderen 100% Wsm 1.738 110% Wsm 1.912 120% Wsm 2.086 130% Wsm 2.259 Alleenstaande jongere (20 jaar) 100% Wsm 1.217 110% Wsm 1.338 120% Wsm 1.460 130% Wsm 1.582
Bijdrage Rijk
Bijdrage gemeente
Totaal inkomen
Verschil t.o.v. 100% Wsm (€)
Verschil t.o.v. 100% Wsm (%)
453 453 453 438
64 12 0 0
1.734 1.803 1.913 2.020
+ 69 + 179 + 286
+ 4% + 10% + 16%
453 453 453 438
95 43 31 0
1.765 1.834 1.944 2.020
+ 69 + 179 + 255
+ 4% + 10% + 14%
605 605 532 427
97 23 0 0
2.440 2.540 2.618 2.686
+ 100 + 177 + 246
+ 4% + 7% + 10%
154 154 154 154
64 12 0 0
1.435 1.504 1.614 1.736
+ 69 + 179 + 301
5% 12% 21%
2.4.2. Alleenstaande ouders en ouderparen Alleenstaande ouders hebben bij ieder hoger loon een hoger totaal inkomen. Zij behouden lange tijd hetzelfde bedrag aan landelijke toeslagen en door de combinatiekorting stijgt de Rijksbijdrage zelfs. Het wegvallen van het recht op lokale regelingen wordt gecompenseerd door de inkomensstijging waardoor werken tegen een hoger loon, financieel gezien ook méér loont. Ouderparen met twee kinderen hebben ook te maken met een hoger totaal inkomen, wanneer het loon stijgt. De loonstijging draagt voldoende bij aan een compensatie voor het wegvallen van gemeentelijke regelingen en landelijke toeslagen.
20
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Kostendelers ontvangen zowel minder inkomen, als een lagere bijdrage van het Rijk dan paren zonder kinderen. Doordat het inwonend kind volledig werkt (inkomen niet meegenomen in de inkomensgroei), heeft dit huishoudtype recht op minder bijdragen van het Rijk. Figuur 2.4.2. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding, huishoudens met kinderen
Inkomensgroei huishoudtypes met kinderen 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
3% Alleenstaande ouder met kinderen
5% 9%
Paar met kinderen
3% 4% 6% 4%
Kostendeler
11% 19%
Tabel 2.4.2 Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding, huishoudens met kinderen Netto inkomen incl. VT
Bijdrage
Bijdrage
Huishoudtype Rijk gemeente Alleenstaande ouder met twee kinderen (8 en 13 jaar) 100% Wsm 1.217 1.340 160 110% Wsm 1.338 1.380 86 120% Wsm 1.460 1.385 16 130% Wsm 1.582 1.391 0 Paar met twee kinderen (8 en 13 jaar) 100% Wsm 1.738 1.130 172 110% Wsm 1.912 1.130 98 120% Wsm 2.086 1.057 16 130% Wsm 2.259 952 0 Kostendelers 100% Wsm 1.506 265 97 110% Wsm 1.656 265 23 120% Wsm 1.808 265 0 130% Wsm 1.957 263 0
21
Totaal inkomen
Verschil t.o.v. 100% Wsm (€)
Verschil t.o.v. 100% Wsm (%)
2.717 2.804 2.862 2.973
+ 88 + 145 + 256
+ 3% + 5% + 9%
3.040 3.140 3.159 3.211
+ 100 + 119 + 171
+ 3% + 4% + 6%
1.868 1.944 2.073 2.220
+ 76 + 204 + 351
+ 4% + 11% + 19%
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Voorbeeldcasus inkomensvooruitgang bij werkaanvaarding Casus: paar met kinderen (zie tabel 2.4.2) Daan en Sam hebben twee kinderen 8 en 13 jaar oud en krijgen een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.738 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Zij hebben maandelijks recht op € 1.130 aan toeslagen van het Rijk. Voor het gezin bestaat dit uit huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag en kindgebonden budget. Tot slot kunnen Daan en Sam rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 172 per maand. Dit bestaat uit kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en de Meedoen regeling. Voor hun kinderen maken zij nog aanspraak op een bijdrage vanuit het Kindpakket en Stichting Leergeld. In totaal hebben Daan en Sam een inkomen van € 3.040 per maand. Als Daan of Sam werk krijgt tegen een inkomen van 110 procent Wsm, dan stijgt hun netto-inkomen naar € 1.912 per maand. Zij houden recht op de toeslagen van het Rijk, dus in totaal € 1.130. Ze kunnen geen kwijtschelding meer aanvragen, maar houden wel recht op de andere gemeentelijke regelingen. De gemeentelijke bijdragen zijn dan € 98 per maand. Het totaal inkomen van Daan en Sam is bij een inkomen van 110 procent Wsm € 3.140. Dit is een stijging van € 100 (3 procent) ten opzichte van hun totaal inkomen bij een bijstandsuitkering.
Wanneer Daan of Sam tegen een loon van 120 procent Wsm gaat werken, stijgt hun netto-inkomen naar € 2.086 per maand. De bijdrage van het Rijk neemt iets af, en is nu € 1.057. Het gezin heeft geen recht meer op de Meedoen regeling en het Kindpakket; de gemeentelijke bijdrage wordt € 16. Het totale inkomen van het gezin is dan € 3.159 per maand. Dit is € 119 (4 procent) meer dan wanneer zij een bijstandsuitkering hebben. Als Daan of Sam gaat werken tegen een inkomen van 130 procent Wsm dan stijgt hun netto-inkomen naar € 2.259 per maand. De bijdragen van het Rijk dalen verder naar € 952 per maand. Inmiddels kan het gezin geen aanspraak meer maken op de gemeentelijke regelingen (€ 0). Het totale inkomen van Daan en Sam is nu € 3.211 per maand, dit is € 171 (6 procent) meer dan toen zij een bijstandsuitkering hadden.
22
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Bijlage 1. Overzicht minimaregelingen Tabel B1.1 Gemeentelijke minimaregelingen in Stede Broec Soort regeling
Inkomensgrens t.o.v. Wsm
(Maximaal) bedrag Afvalstoffenheffing: Eenpersoons huishouden: € 279 Meerpersoons huishouden: € 411
Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen
Tot 100% Wsm
Rioolheffing: € 175,80 Zuiveringsheffing: € 62,12 per eenheid Watersysteemheffing: € 112,85
Individuele inkomenstoeslag
Minimaal 3 jaar tot 110% Wsm
Alleenstaande: € 482 Alleenstaande ouder: € 609 Paar: € 685 Univé Pakket Compact: € 166,70 (geen gemeentelijke bijdrage) Pakket Compleet: € 185,05 i.p.v. € 195,05 € 300,- voor kinderen op de basisschool € 400,- voor kinderen op het voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs Gemiddeld € 98,70 per kind (€ 7.601 aan totale kosten in 2022, 77 kinderen) Echtparen en samenwonenden kunnen tot € 280,- per jaar krijgen en alleenstaanden € 140,-
Collectieve zorgverzekering (via Univé)
Tot 120% Wsm
Kindpakket
Tot 110% Wsm
Stichting Leergeld
Tot 120% Wsm
Meedoen regeling
Tot 110% Wsm
Tegemoetkoming chronisch zieken
Tot 120% Wsm
€ 250
Individuele bijzondere bijstand
Tot 100% Wsm
Individuele vergoedingen
Individuele studietoeslag
Tot 110% Wsm
Diverse bedragen per leeftijd.
Energietoeslag
Tot 120% Wsm zonder vermogenstoets
€ 1.300 per huishouden
Computerregeling
Tot 110% Wsm
€ 400
Duurzame gebruiksgoederen
Tot 110% Wsm
Niet meegenomen in de begrotingen
23
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Bijlage 2. Onderzoeksopzet Dashboard minima Als onderdeel van voorliggende evaluatie van het minimabeleid heeft KWIZ voor de gemeente Stede Broec een Dashboard Minima ontwikkeld. Het dashboard biedt de gemeente een overzicht van de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en het bereik van de minimaregelingen. De gemeente Stede Broec heeft diverse registratiebestanden aangeleverd waar KWIZ vervolgens de analyses voor deze monitor op heeft gedaan. Weergave van de minimahuishoudens De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie per 31 december 2022 weer (peildatum minimapopulatie), op basis van het inkomen op het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Het gebruik van de regelingen is gemeten over de periode 1 juni 2022 tot 1 juni 2023. In het dashboard kan de gemeente zelf nadere analyses maken door bijvoorbeeld in te zoomen op een bepaalde doelgroep. Voor de verdere cijfers verwijzen wij u naar het dashboard. Voor de meting wordt het aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wettelijk sociaal minimum (Wsm) weergegeven dat op basis van diverse registratiebestanden bij de gemeente in beeld is (zie hieronder). De doelgroep wordt weergegeven aan de hand van verschillende kenmerken zoals die in de BRP staan. Methodiek van het onderzoek De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners.
Door zoveel mogelijk informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens aan elkaar te koppelen, kunnen we het aantal minimahuishoudens weergeven dat de gemeente op het peilmoment in beeld heeft. Daarvoor heeft de gemeente registraties van de volgende voorzieningen gebruikt: de Participatiewet, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering, kwijtschelding gemeentelijke belastingen en energietoeslag. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld op de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, de mate van gebruik van voorzieningen en de overlap in het gebruik van voorzieningen op andere beleidsterreinen. De methodiek van bronregistraties heeft als gevolg dat alleen minimahuishoudens die de gemeente (en/of externe partners) in beeld heeft, zijn opgenomen in het dashboard. Huishoudens die van geen enkele regeling of voorziening voor minima gebruikmaken, maar misschien wel recht hebben op sommige regelingen, ontbreken daarom in de cijfers.
24
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Bijlage 3. Onderzoeksmethodiek inkomens effectrapportage In deze bijlage geven we een overzicht van de verschillende inkomsten en uitgaven die worden onderscheiden voor de inkomens effectrapportage.
B3.1 Huishoudens en inkomensgrenzen We berekenen de inkomenseffecten van het lokale en landelijke beleid in 2023 voor de volgende 10 huishoudtypen: Huishoudtypen Niet AOW-gerechtigden: • Alleenstaande; • Alleenstaande jongere (20 jaar); • Alleenstaande met zorgvraag; • Paar zonder kinderen; • Alleenstaande ouder met twee kinderen (8 en 13 jaar); • Paar (twee volwassenen) met twee kinderen (8 en 13 jaar); • Kostendelers (paar met volwassen werkend kind van 27 jaar). AOW-gerechtigden: • Alleenstaande; • Alleenstaande chronisch ziek; • Paar (twee volwassenen). Inkomenshoogte We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 110, 120 en 130 procent Wsm. Daarnaast berekenen we de inkomenseffecten voor huishoudens die al langer dan drie jaar een inkomen van 100 procent Wsm hebben (langdurige minima).
B3.2 Opbouw totaal inkomen Het totaal inkomen van de minimahuishoudens is opgebouwd uit de volgende onderdelen: • netto-inkomen inclusief vakantietoeslag; • bijdrage Rijk: o huurtoeslag; o zorgtoeslag o kinderbijslag; o kindgebonden budget; o combinatiekorting. • gemeentelijke minimaregelingen.
B3.3 Specificatie gemeentelijke minimaregelingen Tabel B3.1 Gemeentelijke minimaregelingen in Stede Broec Regelingen opgenomen in begrotingen 12
Inkomensgrens 100% Wsm
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Collectieve zorgverzekering
120% Wsm
Individuele inkomenstoeslag
110% Wsm (referteperiode: 3 jaar)
12 Regelingen waarvan het bedrag één keer per jaar worden verstrekt, zijn omgezet naar een
maandbedrag om zo tot een maandelijks financieel overzicht te kunnen komen. Deze jaarbedragen zijn gedeeld door 12 maanden.
25
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
Kindpakket
110% Wsm
Stichting Leergeld
120% Wsm
Meedoen regeling
110% Wsm
Tegemoetkoming chronisch zieken
120% Wsm
Regelingen niet opgenomen in begrotingen Bijzondere bijstand Studietoeslag Computerregeling Energietoeslag Duurzame gebruiksgoederen
Inkomensgrens 100% Wsm Situatieafhankelijk Eenmalig Tijdelijk Tijdelijk
Een aantal regelingen wordt niet opgenomen in de begrotingen en inkomenseffecten: • De bijzondere bijstand is niet meegenomen in de berekeningen omdat deze vorm van bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven en dit niet maandelijks bij iedereen voorkomt. • De studietoeslag is niet opgenomen in de begrotingen omdat deze regeling een specifieke doelgroep kent; studenten met een lichamelijke of psychische beperking, die niet in staat zijn naast hun studie te werken. • De computerregeling is niet meegenomen, omdat hier niet jaarlijks gebruik van kan worden gemaakt. • De energietoeslag is niet opgenomen in de begrotingen door de tijdelijke aard van de regeling. • Tot slot is ook de duurzame gebruiksgoederen niet opgenomen in de begrotingen omdat deze regeling niet jaarlijks aangevraagd kan worden. Een keer per acht jaar kan men hier gebruik van maken.
B3.4 Uitgaven De uitgaven zijn gecategoriseerd naar: • vaste lasten. Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen. Voorbeelden zijn huur, energiekosten13 en verzekeringen; • reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en het eigen risico voor de zorgverzekering; • huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke; • werk gerelateerde uitgaven. Dit zijn uitgaven die gemaakt worden als een persoon werkt. Voorbeelden zijn de kosten van woon-werkverkeer en werkkleding. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur en lokale heffingen. De andere bedragen zijn gebaseerd op normbedragen en berekeningen van het Nibud. Deze zijn terug te vinden in de begrotingen per huishoudtype in de bijlage. De uitgaven betreffen de minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om in bepaalde kosten te kunnen voorzien. Het is mogelijk dat een huishouden maandelijks meer of minder uitgeeft dan de (norm)bedragen waarmee in deze rapportage wordt gerekend, bijvoorbeeld omdat het huishouden een ander bedrag per maand reserveert voor onregelmatige uitgaven. Individuele situaties kunnen daarom afwijken van de begrotingen zoals opgenomen in deze rapportage.
13 Kosten gas en elektriciteit zijn gebaseerd op tarieven van MEGA (Europese Groene Stroom en Aardgas
1 jaar Vast Actie), de kosten voor water op de tarieven van PWN. Heffingskortingen zijn in de maandprijs verrekend. Gegevens over het gemiddelde gebruik per huishoudtype zijn afkomstig van het Nibud (water), Gaslicht.com (gas) en Essent (elektriciteit).
26
Gemeente Stede Broec
Versie 0.3
B3.5 Vrije besteedbaar budget Het budget dat na aftrek van de uitgaven (zie voorgaande paragraaf) overblijft is het zogenaamde vrij besteedbaar budget. Dit kan worden uitgegeven aan sociale en recreatieve activiteiten, in die zin is dit het bedrag waarvan mensen kunnen meedoen. Voor deze vrije bestedingen is eveneens uitgegaan van het normbedrag dat het Nibud per huishoudtype hanteert. Dit is terug te vinden in de begrotingen in de bijlage.
B3.6 Aannames Voor de inkomenseffecten doen we de volgende aannames: • De huishoudens maken van alle beschikbare regelingen gebruik en ontvangen daarvoor het maximale bedrag. De ervaring uit de praktijk is echter vaak dat huishoudens van een (uiteenlopend) aantal regelingen, en niet alle regelingen, gebruikmaken. In werkelijkheid valt het vrij besteedbare budget waarschijnlijk vaak lager uit, dan weergegeven in deze rapportage. Daarnaast doen we de aanname dat huishoudens geen schulden hebben. • Bij de inkomenseffecten wordt uitgegaan van gemiddelden. Dit betekent ook dat een ongunstige situatie, bijvoorbeeld een hogere huurprijs of een slecht geïsoleerd huis, direct gevolgen kan hebben voor de inkomenseffecten zoals in dit rapport zijn weergegeven. • Iedereen woont in een huurwoning. We gaan uit van € 564 kale huur per maand voor een alleenstaande en € 627 kale huur per maand voor een meerpersoonshuishouden. Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid over de gemeente Stede Broec. • Alleenstaande ouders met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm werken niet of zitten in een traject waarbij de kinderopvang wordt vergoed. We gaan ervan uit dat alleenstaande ouders met inkomens tegen 110 en 120 procent Wsm gebruikmaken van twee dagdelen van 4 uur BSO per week.