25-0057a VTH-Uitvoeringsprogramma ODNHN 2025 (Deel 1)
Tekst van het document
VTH&A - UITVOERINGSPROGRAMMA 2025 Deel 1 - Algemeen
OPSTELLER Organisatie Afdeling
: :
Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Business Control
Adres
:
Bezoekadres
:
Postbus 2095 1620 EB HOORN Dampten 2 1624 NR HOORN
OPDRACHTGEVER Organisatie Contactpersoon Telefoon E-mail DATUM 26 september 2024
: : : :
Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Q.M. Foppe 088 – 10 21 300 postbus@odnhn.nl
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
INHOUDSOPGAVE 1
ALGEMEEN .................................................................................... 5
1.1
Doel van het Uitvoeringsprogramma ............................................................ 5
1.2
Vertrekpunten & ontwikkelingen .................................................................. 5
1.3
Werkzaamheden ........................................................................................ 5
1.4
Randvoorwaarden ...................................................................................... 6
1.5
Opbouw van het Uitvoeringsprogramma ....................................................... 6
1.6
Samenwerking met partners ....................................................................... 6
2
ONTWIKKELINGEN ....................................................................... 8
2.1
Omgevingswet .......................................................................................... 8
2.1.1 Algemeen................................................................................................................... 8 2.1.2 Toetsingskader ........................................................................................................... 8 2.1.3 Korte lijnen ................................................................................................................ 8 2.1.4 Overgangsperiode ....................................................................................................... 9 2.1.5 Strategisch Omgevingsadvies ....................................................................................... 9
2.2
Herziening VTH-stelsel ..............................................................................10
2.2.1 Rapport commissie van Aartsen (Herziening VTH-stelsel) ................................................ 10 2.2.2 (Nieuw) Data- en informatiebeheer .............................................................................. 11
2.3
Opgaven (overige onderwerpen).................................................................11
2.3.1 Zeer Zorgwekkende Stoffen ........................................................................................ 11 2.3.2 Bodem ...................................................................................................................... 12 2.3.3 Energietransitie ......................................................................................................... 12 2.3.4 Energiebesparing bij bedrijven ..................................................................................... 13 2.3.5 Vitale infrastructuur ................................................................................................... 14 2.3.6 Circulaire economie .................................................................................................... 14 2.3.7 Woningbouwopgave ................................................................................................... 15 2.3.8 Meerjarenagenda Omgevingsveiligheid (voorheen IOV) .................................................. 15 2.3.9 Industriële en agrarische bedrijven .............................................................................. 16 2.3.10 Dreigingsbeeld milieucriminaliteit ............................................................................... 16 2.3.11 Geluidcontroles horeca en evenementen .....................................................................
16 2.3.12 Wet open overheid (Woo).......................................................................................... 17 2.3.13 Water ..................................................................................................................... 17
3
BESCHRIJVING WERKZAAMHEDEN ............................................. 17
3.1
Regulering ...............................................................................................17
3.1.1 Indicator Beoordelingen op aanvraag ............................................................................ 18 3.1.2 Indicator Ambtshalve beoordelingen (proactief) ............................................................. 19 3.1.3 Indicator Maatwerkvoorschriften .................................................................................. 20
3.2
Uitvoeren subsidieaanvragen en leningen ....................................................20
3.2.1 Subsidieaanvragen ..................................................................................................... 20
3.3
Naleving ..................................................................................................21
Pagina 3 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
3.3.1 Indicator Preventie ..................................................................................................... 21 3.3.2 Indicator Regulier toezicht .......................................................................................... 22 3.3.3 Indicator Ketentoezicht op activiteiten .......................................................................... 22 3.3.4 Indicator Klachten en handhavingsverzoeken ................................................................ 23 3.3.5 Indicator Sanctioneren................................................................................................ 23 3.3.6 Indicator Gedogen ..................................................................................................... 24
3.4
Adviesverlening ........................................................................................24
3.4.1 Indicator Adviesverlening ............................................................................................ 25
3.5
Divers / projecten .....................................................................................26
3.5.1 Projecten .................................................................................................................. 26
3.6
Randvoorwaardelijk ..................................................................................29
3.6.1 Proces- en VTH&A-ondersteuning ................................................................................. 29 3.6.2 Samenwerking en ontwikkeling .................................................................................... 29 3.6.3 Databeheer ............................................................................................................... 29
Pagina 4 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
1 ALGEMEEN Het Uitvoeringsprogramma (UP) 2025 wordt ter vaststelling voorgelegd aan de colleges van burgemeester en wethouders (B&W) van de gemeenten en aan het college van Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Noord-Holland. Het vormt daarmee voor die bestuursorganen ‘het uitvoeringsprogramma’ zoals bedoeld in de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) 13.8 die in het Omgevingsbesluit is opgenomen, voor zover de bestuursorganen de betreffende taken bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) hebben ondergebracht. De colleges maken het UP 2025 bekend aan de gemeenteraden en de Provinciale Staten.
1.1 Doel van het Uitvoeringsprogramma Het document bevat het UP per deelnemer. In het UP staat een compacte beschrijving van de te leveren producten en diensten. Het UP is ook bedoeld om te anticiperen en te acteren op ontwikkelingen binnen taakvelden. Algemene organisatieontwikkelingen en bedrijfsvoeringsaspecten die in andere documenten staan, zijn niet in het UP opgenomen.
1.2 Vertrekpunten & ontwikkelingen De Uitvoerings- en handhavingsstrategie OD NHN 2024-2027 (hierna: U&H-strategie) vormt het vertrekpunt voor het grootste deel van de taken die in dit UP 2025 zijn beschreven. In de U&Hstrategie hebben de deelnemende gemeenten en de provincie Noord-Holland (hierna: provincie), invulling gegeven aan een opgavegerichte uitoefening van de taken. De U&H-strategie geeft inzicht in de manier van prioriteren en het gebruik van het instrumentarium op het gebied van regulering, toezicht, handhaving en advisering (de zogenaamde VTH & A-taken). In dit UP 2025 zijn de werkzaamheden beschreven die de OD NHN in 2025 geraamd heeft om uit te voeren. Het is niet ongewoon dat accenten binnen de werkzaamheden in de loop van de tijd verschuiven. Bijvoorbeeld door wisseling van prioriteiten van deelnemers, wijzigingen in wet- en regelgeving of door wijzigingen in de vraag of conjunctuur. In die gevallen kan een specifiek product of dienst meer/minder aandacht vragen dan verwacht. Nederland zit op dit moment in een transitiefase. Door klimaat-, natuur- en duurzaamheidsvraagstukken is er sprake van snel veranderende inzichten, doelstellingen en regelgeving. Zo heeft de komst van de Omgevingswet een grote impact op de rol van de omgevingsdienst en de werkwijzen rond vergunningverlening, toezicht en advisering.
Als zich een dergelijke situatie voordoet, zal in overleg met de betreffende opdrachtgever, binnen of buiten het UP 2025, naar oplossingen worden gezocht en afspraken worden gemaakt. Dit wordt vervolgens benoemd in de tertaalrapportages.
1.3 Werkzaamheden De OD NHN voert een aantal wettelijk vastgelegde basistaken uit. Deelnemers zijn wettelijk verplicht deze af te nemen. Daarnaast biedt de OD NHN diverse diensten als plustaken aan. De toegevoegde waarde van de OD NHN ligt in de bundeling van deskundigheid en ervaring. De gemeenten en provincie kiezen zelf welke plustaken zij afnemen. Dit UP 2025 bevat zowel de basis- als plustaken die de OD NHN uitvoert voor de gemeenten en provincie. Vanuit haar rol heeft de OD NHN oog voor de belangen van inwoners, ondernemers, samenwerkingspartners en overige relaties. De OD NHN onderhoudt actief in- en extern contact, heeft vaste aanspreekpunten en is daarmee voor iedereen zichtbaar. Heldere en directe communicatie staat centraal. De werkzaamheden die de OD NHN voor onze deelnemers kan uitvoeren staan beschreven in de producten- en dienstencatalogus (PDC). In de PDC staat ook
Pagina 5 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
informatie die de opdrachtgever helpt om rondom de jaaropdracht de juiste keuzes te maken. In het UP deel 2 zijn de uit te voeren werkzaamheden vertaald naar producten en diensten. In het UP maken we primair inzichtelijk hoe we invulling geven aan de richting die in de U&Hstrategie is bepaald.
1.4 Randvoorwaarden De randvoorwaarden vormen het kader waarbinnen het UP tot stand komt en wordt uitgevoerd. De randvoorwaarden ziet u hieronder: •
De taken die de OD NHN uitvoert en kan uitvoeren, staan in de PDC beschreven.
•
Uniforme dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) en mandaatbesluiten.
•
Uniforme uitvoering is van belang. Wanneer gemeenten strategische doelen formuleren die een specifiek milieuthema raken, dan nemen wij deze na overleg op in het UP. Dit gebeurt met via een uniforme en efficiënte werkwijze. We hanteren het principe van een gelijk speelveld in de uitvoering van de wettelijke taken. Dit betekent dat initiatieven en activiteiten in eenzelfde situatie gelijk worden behandeld.
•
Voor experimenten en maatwerk maken wij ruimte voor het inpassen van lokale prioriteiten en specifiek beleid.
•
Er is sprake van een overspannen arbeidsmarkt waarin vacatures moeilijk ingevuld worden. Om op een goede manier onze taken uit te voeren, is het belangrijk om gekwalificeerd personeel te vinden én te behouden.
•
Er wordt gewaarborgd dat er een scheiding bestaat tussen de taken in het kader van vergunningverlening en de taken van toezicht en handhaving. Om te voorkomen dat toezichthouders te vaak handhaven bij dezelfde inrichting, worden medewerkers periodiek gerouleerd over de inrichtingen.
•
Landelijk zijn de Kwaliteitscriteria opgesteld. Dit zijn eisen aan het proces, de inhoud (zoals de strategieën) en de kritieke massa (robuustheid) voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze eisen zijn verder uitgewerkt in artikel 18.3 van de Omgevingswet. In de regionale ‘Verordening kwaliteit VTH omgevingsrecht provincie Noord-Holland' is vastgelegd dat de omgevingsdiensten voor de uitvoering aan de landelijke kwaliteitscriteria moeten voldoen. Op hoofdlijnen voorziet de inhoud van deze verordeningen op een brede verantwoordelijkheid van gemeenten en provincies voor kwaliteit. Het gaat om: 1. Thuistaken die een college in ‘eigen huis’ verricht 2. De basistaken die op grond van de wet en in opdracht van een college door omgevingsdiensten worden verricht 3. De plustaken, die een college naast de basistaken bij de omgevingsdienst heeft belegd. Voorwaarde is dat er wordt voldaan aan de kwaliteitseisen.
1.5 Opbouw van het Uitvoeringsprogramma De hoofdstukindeling is als volgt: •
Algemeen deel (deel 1, uniform)
•
Opdrachtgever-deel (deel 2, opdrachtgever specifiek)
•
Verdieping: specifieke bijlagen (opdrachtgever specifiek)
•
Verdieping: algemene bijlagen (uniform)
1.6 Samenwerking met partners De OD NHN zet zich in voor de leefomgeving door actief samen te werken met alle belanghebbenden. We werken samen met een groot aantal partners op landelijk, provinciaal, (boven)regionaal en lokaal niveau. Specialisten en adviseurs werken in allerlei netwerken aan versterking van milieu, natuur, duurzaamheid en circulaire economie.
Pagina 6 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
Op landelijk niveau zijn de omgevingsdiensten verenigd in koepelvereniging Omgevingsdienst NL. Hieronder lopen verschillende programma's en vakberaden. Deze zijn gericht op vergunningverlening, toezicht en handhaving en specialistische taken. Ook beschikt Omgevingsdienst NL over een academie (ODNL-Academie) waar op nationaal niveau een standaard opleidingscurriculum wordt aangeboden aan medewerkers van omgevingsdiensten. Vanaf 1 januari 2024 zijn alle omgevingsdiensten eigenaar van ODNL-Academie. Samen met ketenpartners in Noord-Holland werken we samen aan thema's die ons op provinciaal niveau binden. Denk aan ketentoezicht, energiebesparing, stikstof en bodemkwaliteit. Op lokaal niveau werken we onder andere samen met politie, justitie en gemeenten. Ook houden we (boven)regionaal/provinciaal overleg. Denk hierbij aan het Selectie-overleg, milieu informatieoverleg en het overleg met het RIEC (Regionaal Informatie- en Expertise Centrum). Binnen de OD NHN hebben we kennis over een groot aantal thema’s die terugkomen in de gemeentelijke omgevingsplannen. We willen gemeenten ondersteunen bij het verder vormgeven van omgevingsplannen. Onze expertise en data zijn van waarde voor de gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies, programma's en verordeningen.
Daarnaast helpt onze kennis ook bij het maken van strategische keuzes tijdens de voorbereiding van gemeentelijke gebiedsontwikkelingsprojecten én het opstellen van beleidsregels.
Pagina 7 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
2 ONTWIKKELINGEN Het domein van de leefomgeving is een dynamisch speelveld met voorspelbare en nietvoorspelbare ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen kunnen zich afspelen op landelijk, provinciaal, (boven)regionaal of lokaal niveau. De OD NHN en haar deelnemers staan voor duurzame keuzes en integrale maatschappelijke afwegingen. Dit zien we terug in de maatschappelijke meerwaarde en bereikte resultaten van de OD NHN.
2.1 Omgevingswet 2.1.1 Algemeen Het jaar 2024 stond in het teken van de Omgevingswet. De invoering is zonder grote problemen verlopen. Al onze interne werkprocessen zijn herijkt en uitgelijnd, medewerkers zijn/worden opgeleid en ons zaaksysteem is vervangen en ingericht op de Omgevingswet. Deze voorbereiding is vormgegeven door afstemming in het periodiek overleg van de programmamanagers, het opstellen van onderlinge werkafspraken, de omzetting van lokale regels, aanpassing van de DVO's, aanpassing van het mandaat én het inregelen van de behandeldienst. Door deze goede, maar arbeidsintensieve, in- en externe voorbereiding was de technische invoering een succes. Voor 2025 is de Omgevingswet een gegeven en richten we ons op de doorwerking in de praktijk. Zo krijgen we bijvoorbeeld meer inzicht in de nieuwe kengetallen per product en de bijbehorende doorlooptijden. In- en externe werkafspraken worden in de praktijk getoetst en waar nodig herzien. We blijven ons nieuwe zaaksysteem ontwikkelen op basis van de vereisten van de Omgevingswet. Daarnaast werken we de KPI's uit de U&H-strategie verder uit. 2.1.2 Toetsingskader Het toetsingskader voor vergunningen is opgebouwd uit verschillende onderdelen. Allereerst uit het gemeentelijk omgevingsplan, dat bestaat uit alle geldende bestemmingsplannen.
Daarnaast zijn er de landelijke regels die nu onder de verantwoordelijkheid van de lokale overheid vallen, samen met de geldende gemeentelijke verordeningen. Vergunningen worden verleend op basis van activiteiten in plaats van inrichtingen, met als doel dat minder activiteiten vergunningplichtig zijn. De vergunningen die overblijven zijn complex en het aantal informatie- en meldingsplichtige bedrijven en activiteiten neemt toe. Doordat sommige activiteiten vergunningsvrij worden, is er meer inzet nodig voor het afhandelen van meldingen en voor toezicht en handhaving. 2.1.3 Korte lijnen Korte lijnen tussen de initiatiefnemers, opdrachtgevers en onze organisatie zijn belangrijk. Op deze manier kunnen we de inhoud van een vergunningaanvraag al aan de voorkant van een proces goed
Pagina 8 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
afstemmen. Om een aanvraag snel te behandelen, is vooroverleg nodig én is het belangrijk dat de aanvrager direct voldoet aan de indieningsvereisten. 2.1.4 Overgangsperiode De invoering van de Omgevingswet markeert het begin van een lange overgangsperiode voor het Omgevingsrecht. Deze periode duurt tot 1 januari 2032. Tijdens deze periode zullen regelmatig wijzigingen worden doorgevoerd in de toetsingskaders. Dit betekent dat de OD NHN gedurende deze tijd regelmatig haar processen en werkwijze zal moeten aanpassen. Een onderdeel van deze overgang is het omzetten van het bestaande inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten. Dit proces is op het niveau van hoofdactiviteiten al afgerond, maar de volledige omzetting naar individuele activiteiten vergt nog veel werk. Dit komt omdat elke inrichting grondig beoordeeld moet worden om de juiste aanpassingen door te voeren. 2.1.5 Strategisch Omgevingsadvies De Omgevingswet vraagt om een integrale en samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Veel kennis over de fysieke leefomgeving ligt bij de omgevingsdienst. Het is voor opdrachtgevers belangrijk dat kennis wordt meegenomen bij het opstellen van een Omgevingsvisie, Omgevingsprogramma, vast te stellen beleid, de doorwerking daarvan in het omgevingsplan en de uitvoering ervan in gebiedsontwikkelingsprojecten.
De omgevingsadviseurs van de OD NHN zijn daarbij de spil in de samenwerking tussen opdrachtgevers en de OD NHN. Deze samenwerking met collega’s (specialisten, vergunningverleners, toezichthouders, juristen) leidt tot integrale adviezen. De producten die vallen onder Strategisch Omgevingsadvies, zoals Advies Omgevingsvisie, Advies Omgevingsplan en Omgevingsscan & -analyse, zijn opgenomen in de Producten- en dienstencatalogus (PDC).
Pagina 9 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
2.2 Herziening VTH-stelsel 2.2.1 Rapport commissie van Aartsen (Herziening VTH-stelsel) Op 4 maart 2021 presenteerde de commissie Van Aartsen haar rapport “Om de leefomgeving. Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur”. De commissie Van Aartsen heeft het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) geanalyseerd. Hieruit is gebleken dat het VTH-stelsel niet goed functioneert. Hierbij signaleert de commissie dat het VTH-stelsel niet voldoet aan de oorspronkelijke bedoeling van de commissie Mans uit 2008. De commissie Van Aartsen vindt dat het VTH-stelsel nog steeds wordt gekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid. Hierdoor ontstaat vermijdbare schade. Binnen de fundamenten van het bestaande stelsel moeten een serie essentiële verbeteringen komen. Daarvoor geeft de commissie Van Aartsen tien aanbevelingen.
Inmiddels heeft het Rijk heeft hiertoe een Interbestuurlijk Programma gestart dat september 2024 formeel is afgerond. Het programma bestaat uit zes pijlers: 1. Robuuste omgevingsdiensten en financiering 2. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging 3. Informatievoorziening VTH 4. Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt 5. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht De effecten die voortkomen uit dit programma blijven de komende jaren, ook na 2026, overheid. Hieronder valt ook het opvolgen van de aanbevelingen vanuit de visitatiecommissie en het voldoen aan de robuustheidscriteria per 1 april 2026.
Pagina 10 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
2.2.2 (Nieuw) Data- en informatiebeheer In Nederland werken meer dan vierhonderd organisaties (stelselpartners) aan een schone, veilige en gezonde leefomgeving op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving en het voorkomen van milieurisico’s. De informatievoorziening die deze samenwerking faciliteert, is alleen op dit moment ontoereikend. De Commissie Van Aartsen constateerde dat het VTH-stelsel vanuit het perspectief van informatievoorziening een forse ontwikkelachterstand (z'n 30 jaar) heeft. Dit belemmert het functioneren van het stelsel. Dit is een van de redenen geweest om dit een belangrijke plek te geven in het Interbestuurlijk Programma (IBP VTH). Kenmerkend voor de huidige situaties, zijn de organisaties met elk hun eigen informatievoorziening (IV) inclusief eigen werkmethode, taal, standaarden en afspraken. Dit maakt de informatievoorziening op stelselniveau kostbaar en traag. Daarnaast leidt dit tot kwaliteitsverlies. Denk hierbij aan trage vergunningsprocedures en geen effectief toezicht, handhaving en opsporing. Het gevolg is extra onnodige milieuschade, kostbaar extra werk en niet kunnen voldoen aan de maatschappelijke verwachtingen. De stuurgroep IBP VTH heeft gevraagd om een toekomstbeeld voor de informatievoorziening van het VTH-stelsel (fysieke leefomgeving milieu).
In dit toekomstbeeld werken stelselpartners (efficiënt) digitaal samen en stroomt informatie van stelselpartner naar stelselpartner. In het digitale VTH-stelsel spreken we dezelfde taal en vertalen we dit tot uniforme VTH-registraties en bijbehorende afspraken over datakwaliteit. Naast de transitie op het gebied van informatievoorziening, wordt dus ook impact verwacht op niveau van data, ICT, processen, medewerkers en sturing. Bij elke stelselpartner zijn veranderingen noodzakelijk; deze zullen verschillen per stelselpartner. Bij de uitvoeringsdiensten zal de impact op het niveau van processen, ICT, data en medewerkers plaatsvinden. Bij de stelselpartijen die verantwoordelijk zijn voor beleid, zal de impact meer op het niveau van processen, mensen en sturing plaatsvinden. Van alle betrokkenen vraagt dit toewijding, de wil om met elkaar t te veranderen (en veranderingen door te voeren) en op een andere wijze te werken met bijbehorende sturing (i-governance). Binnen de OD NHN willen we hier steeds meer op inzetten. Onder andere bij de verdere inrichting van het zaaksysteem (Open Wave) en het gebruik van digitale checklists voor toezicht en handhaving. Deze ontwikkelingen zullen impact hebben op de financiering op het ICT-gebied. We moeten hierin investeren als we een datagedreven en datagestuurde organisatie willen zijn.
2.3 Opgaven (overige onderwerpen) 2.3.1 Zeer Zorgwekkende Stoffen Een Zeer Zorgwekkende Stof (ZZS) is een stof die ernstig risico vormt voor de gezondheid van mensen of het milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, veroorzaken genetische mutaties, zijn schadelijk voor de voortplanting of hopen zich op in de voedselketen. De emissie naar bodem, water en lucht van ZZS is een groeiend probleem. De PFAS-crisis laat zien tot welke maatschappelijke onrust ZZS kunnen leiden (PFAS is een stoffengroep binnen de ZZS). Uit diverse landelijke rapporten en pilots blijkt dat het huidige ZZS-beleid niet voldoende is om grip te krijgen op dit probleem. De opgaven bestaan o.a. uit: • • •
Het vergroten van de technische kennis bij zowel bedrijven als overheden; Een meer integraal beleid dat beter aansluit op de diffuse verspreiding van ZZS; Het organiseren van de taken en capaciteit.
Het RIVM en Omgevingsdienst NL hebben samen een eenduidige, landelijke aanpak ontwikkeld voor Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Deze aanpak biedt een vaste structuur waarin het RIVM en ODNL op een programmatische en structurele manier samenwerken om de risico's van ZZS effectief te beheren. Deze samenwerking krijgt vorm in de uitwisseling van kennis, het uitvoeren
Pagina 11 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
van gezamenlijke projecten en in de ontsluiting van ontwikkelde kennis. De werkwijze is onderdeel van het IBP Versterking VTH stelsel (pijler 4) en wordt gefinancierd uit een specifieke uitkering (SPUK). De samenwerking in de regio’s wordt stap voor stap opgebouwd. De eerste overleggen met betrokken partners in Noord-Holland hebben plaatsgevonden en worden in 2025 vervolgd. Ons ZZS-kernteam bekijkt intern op welke manier de taken van vergunningverlening en toezicht en handhaving het beste vorm kunnen krijgen. Vervolgens stemt het team dit af op de landelijke en regionale benadering. Intern wordt er onder andere samengewerkt met de werkgroep Indirecte Lozingen (aandachtspunt ZZS-emissies naar water) en team Bodem dat nauw betrokken is bij het regionale PFAS-beleid in Noord-Holland Noord. Per 1 januari 2024 zijn de regels over ZZS opgenomen in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). Per milieubelastende activiteit (mba) is in het Bal aangegeven of de ZZS-module van toepassing is. Dat is het geval bij 35 type mba’s, waarbij de ZZS-module in de meeste gevallen alleen van toepassing is als voor de mba een vergunningplicht geldt. Net als in het Activiteitenbesluit is in het Bal een minimalisatieverplichting opgenomen en een verplichting voor een Vermijdings- en Reductieprogramma (VRP).
Waar onder het Activiteitenbesluit deze verplichtingen beperkt was tot emissie naar de lucht, is deze onder het Bal uitgebreid met emissie naar water. De VRP-verplichting vloeit voort uit de ZZS-module, maar de minimalisatieverplichting komt voort uit de specifieke zorgplicht voor alle mba’s in het Bal. De specifieke zorgplicht biedt ook de mogelijkheid om ZZS-emissie bij niet-vergunningsplichtige bedrijven te beperken. Alleen ligt de verantwoordelijkheid om gegevens te verzamelen die nodig zijn om de op te leggen beperking te onderbouwen bij het bevoegd gezag. In 2024 wordt met betrekking tot de ZZS een impactanalyse opgesteld. Deze bieden we vervolgens aan bij het AOGP. We stellen voor om in het uitvoeringsprogramma 2025 een project op te nemen, waarin wordt onderzocht hoe groot de impact van ZZS is op de OD NHN is als reguliere taak. 2.3.2 Bodem In opdracht van de Inspectie Leefomgeving en Transport heeft het RIVM een rapport gepubliceerd van 258 overtredingen met negatieve impact in de bodemketen. Het doel van dit rapport is om overtredingen, oftewel ‘ongewenste incidenten’, te identificeren. Experts uit tal van overheidsorganisaties en het bedrijfsleven hebben deze ongewenste gebeurtenissen gerangschikt op de impact die ze hebben. 2.3.3 Energietransitie De energietransitie en verduurzaming zijn grote uitdagingen die voortkomen uit internationale en nationale afspraken.
Denk hierbij aan het Klimaatakkoord van Parijs en het Nederlandse Klimaatakkoord. Zo moet de verduurzaming in de gebouwde omgeving aanzienlijk versneld en opgeschaald worden. In 2023 heeft de Tweede Kamer het ‘Beleidsprogramma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving’ goedgekeurd. Dit programma bestaat uit vijf programmalijnen: 1. Gebiedsgerichte aanpak warmtetransitie 2. Individuele aanpak van woningen 3. Aanpak utiliteitsgebouwen 4. Bronnen en infrastructuur 5. Innovatie in de bouw
Pagina 12 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
Initiatieven zoals het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) en het stimuleren van hybride warmtepompen zijn hier onderdeel van. Het bredere ‘Beleidsprogramma Klimaat’ streeft naar zestig procent CO2-reductie in 2030. Gemeenten hebben deze doelen vaak vertaald naar hun eigen plannen, aangevuld met lokale en regionale ambities. De Regionale Energiestrategie Noord-Holland Noord (RES NHN), vastgesteld in 2021, richt zich op de opwekking van duurzame energie, zoals zon- en windenergie. In 2024 wordt deze strategie herzien. Naast energieopwekking, worden duurzame warmtebronnen en technieken verkend als alternatief voor fossiele brandstoffen. Noord-Holland Noord is een van de dertig ‘energieregio’s’ in Nederland, die deze transitie uitvoeren. Een knelpunt in de energietransitie is de energie-infrastructuur. De Taskforce EnergieInfrastructuur werkt, samen met de OD NHN en Liander, aan oplossingen voor netcongestie in Noord-Holland. Onze dienst vervult hierin verschillende rollen, van beleidsadvies tot coördinatie van projecten. Bij de werkzaamheden van de OD NHN wordt de energietransitie steeds meer merkbaar. Bij elk omgevingsaspect behandelen we meer adviesaanvragen die een relatie hebben met de energietransitie. Denk hierbij aan: •
Kleine windturbines die sinds de invoering van de Omgevingsverordening NH 2020 onder bepaalde voorwaarden zijn toegestaan in het werkingsgebied landelijk gebied. Voor het aspect natuur, geluid en externe veiligheid nemen de aanvragen in het buitengebied toe. Ook krijgen we steeds vaker de vraag of we willen meedenken met gemeentelijk en provinciaal beleid.
•
Het team Externe veiligheid en de vergunningverleners krijgen steeds vaker adviesaanvragen voor de realisatie van biogas (monovergisters) in het agrarisch- en buitengebied. Door de combinatie van weertypes, zon, wind en energievoorziening uit mest willen bedrijven steeds meer het voortouw nemen in een zelfvoorziening van energie. De kans op overbelasting van het elektriciteitsnet wordt met zelfvoorzienende bedrijven ook verminderd, omdat ze de verkregen energie kunnen uitmiddelen. Vanuit het gasloos bouwen (nieuwbouw) en de transitie binnen de bestaande bouw naar aardgasloos, merken wij dat de aanvragen/meldingen van bodemenergiesystemen in het algemeen toenemen. Ook worden er vaker meerdere warmtepompen tegelijk aangevraagd. Daarbij speelt geluid een belangrijke rol om overlast en klachten te voorkomen. Realisatie van de eerste buurtbatterijen. Deze zijn van belang om de pieken van overbelasting van het elektriciteitsnetwerk op de vangen. Buurtbatterijen geven brandgevaar, waar nog geen duidelijke regelgeving voor is en ze produceren geluid. De omgevingsdienst kan hierin adviseren over de aspecten externe veiligheid en geluid.
•
•
Er ligt een grote uitdaging om verduurzaming van woningen en het behoud van de gebouwbewonende beschermde diersoorten/biodiversiteit samen te laten gaan. Dit is zeer actueel vanwege de budgetten die de gemeenten van het Rijk ontvangen om isolatiemaatregelen te (laten) treffen voor particuliere koopwoningen van mensen met een kleine beurs en voor de woningen met de DEFG-labels. De beste manier om verduurzamingsactiviteiten op grote schaal mogelijk te maken, is het opstellen van een zogenoemd ‘soortenmanagementplan’ op basis waarvan de provincie een gebiedsgerichte natuurvergunning kan verlenen. Dit traject neemt al gauw twee jaar in beslag. Op dit moment worden landelijk en binnen de provincie Noord-Holland handelingsperspectieven gerealiseerd voor de verduurzamingsopgave op korte(re) termijn. Ook wil de OD NHN, samen met de deelnemende gemeenten, de natuurbescherming een volwaardige plek geven binnen de opgave. 2.3.4 Energiebesparing bij bedrijven De verduurzaming van het energiegebruik van industrie en dienstensector is een belangrijke pijler uit het Klimaatakkoord. Via verschillende sporen wordt hierop ingezet. Eén daarvan is het intensiveren van het toezicht op de wettelijke energiebesparingsplicht (de zogenaamd Erkende
Pagina 13 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
Maatregelen Lijsten, EML-controles). Met behulp van subsidies vanuit het Rijk en provincie zijn ook in de periode 2025 -2026 extra inspanningen mogelijk rond stimulering en toezicht en handhaving van de besparingsplicht. Het betreft de subsidies wegens de SPUK-Toezicht Energiebesparing en het Provinciaal Energiebesparingsakkoord (EBA). Per 1 juli 2024 is een nieuwe rapportageplicht voor werk gerelateerd personenvervoer (voor instellingen met meer dan 100 werknemers) van kracht. Ook het toezicht daarop (per 1 januari 2025) is een basistaak voor omgevingsdiensten. Het databeheer voor registratie, planning, toezicht, monitoring en rapportage kent een grote dynamiek. Dit komt door verschillende wetswijzigingen, nieuwe wetgeving en nieuwe voorwaarden vanuit het Rijk. In 2024 gaat de OD NHN gebruik maken van Digitale Checklists. Intern moet het databeheer rond de energiebesparingsplichten worden geïmplementeerd in het centrale systeem Open Wave en Digitale Checklists. In dit dynamische taakveld vragen nieuwe wetgeving, extra financiering, nieuwe voorwaarden, afstemming met stimuleringstrajecten en partners (de provincie, vier omgevingsdiensten in NoordHolland, gemeenten en vertegenwoordiging van het bedrijfsleven, zoals Duurzaam Ondernemersloket West Friesland), bijscholing en het databeheer, continu veel voorbereiding en inspanning.
Aangezien het toezicht op energiebesparing steeds specialistischer en complexer wordt, zijn we in 2024 gestart met een team van gespecialiseerde toezichthouders. In de huidige arbeidsmarkt is het nog steeds een uitdaging om dit formatief rond te krijgen. Het kernteam Energiebesparing Bedrijven van de OD NHN organiseert en coördineert het werk rond het toezicht op de energiebesparing voor bedrijven. 2.3.5 Vitale infrastructuur Binnen provincie Noord-Holland worden er veel activiteiten aangevraagd of uitgevoerd die gericht zijn op de vitale infrastructuur. Niet alleen op het gebied van het wegennet, maar ook het elektriciteitsnetwerk en de voorzieningen op het gebied van drinkwater. Deze activiteiten raken veel van de werkzaamheden van de omgevingsdienst. We ondersteunen deze maatschappelijke initiatieven om ze mogelijk te maken. 2.3.6 Circulaire economie De OD NHN zet samen met gemeenten, provincie en (kennis)partners in op de circulaire transitie. Dat doen we vanuit: •
Circulair Westfriesland. Daarin werken we samen vanuit een gezamenlijke strategie en de Actieagenda 2024-2026. Het doel is om materiaalketens in vijf sectoren te sluiten. Dit doen we sectorgericht door te bouwen aan circulaire ketensamenwerking. Het doel is om grondstoffen veilig te stellen voor hergebruik en milieu-impact (emissies, gevaarlijke stoffen, etc.) terug te dringen binnen de sectoren met de hoogste urgentie. De OD NHN is actief in de volgende sectoren:
•
Bouw & GWW
•
Agrarisch en biogrondstoffen
•
Zorg
•
Maakindustrie (textiel, e-waste)
•
Horeca en recreatie
Het coördinatorschap van Circulair Westfriesland wordt door de omgevingsdienst ingevuld. Circulair Westfriesland werkt met een eigen jaarprogramma. Dit programma wordt door het kernteam Circulair Westfriesland opgesteld, met input vanuit de ketensamenwerking, en in uitvoering gebracht. Hieronder valt onder andere: •
Samen met provincie coördineren en uitvoering geven aan de Circulaire deal secundaire bouwmaterialen NHN.
Pagina 14 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
•
•
We voeren met zorginstellingen de Routekaart Circulaire Zorg uit. Waaronder een pilot ‘wasbaar incontinentiemateriaal’ bij twee zorginstellingen. Ook ontwikkelen we een programma met kennisinstellingen en regionale ondernemers voor Bio composiet (vanuit de Biobased Innovatie HUB). Inzetten op een toekomstbestendige agrarische sector, waarin we met (kennis)partners, agrarische ondernemers en verschillende bevoegde gezagen werken aan vier programmalijnen: 1. Plasticvrije Landbouw 2. Teelt voor bouw 3. Mestkringloop sluiten 4. Natuur- en klimaatadaptieve landbouw. Vanuit de omgevingsdienst wordt op programmalijn 3 en 4 ook inzet gevraagd van de integrale teams Natuur en team Agrarisch. Landelijk werken we vanuit het Coördinatieteam Circulair mee aan projecten en processen om circulaire bouwstenen op te leveren. Deze dragen bij aan het nieuwe VTH-stelsel. Daarnaast werken we samen met IPO, VNG en het Rijk. Zo werken we aan het opnemen van circulaire voorwaarden in vergunningen. Denk hierbij aan het verplichten van een grondstof- en/of een afvalpreventieplan, het uitfaseren van Zeer Zorgwekkende Stoffen in bepaalde productieprocessen en het checken op de lijst kritieke grondstoffen. Ook ontwikkelen we een handleiding voor omgevingsdiensten en gemeenten om circulariteit op te nemen in Omgevingsplannen en Omgevingswaarden.
In 2025 gaat de OD NHN een quickscan uitvoeren, waarin we willen uitzoeken bij welke bedrijven de meeste impact op grondstoffen- en afvalpreventie te behalen is. Op basis daarvan volgt een voorstel voor een pilot om de eerste Circulaire voorwaarden in de vergunning bij deze bedrijven mee te nemen.
•
Green Deal Zorg. Samen met zorginstellingen hebben we gewerkt aan een Routekaart Circulaire Zorg 2030. De acties uit de routekaart worden samen uitgevoerd, vanuit Circulair Westfriesland. Zorginstellingen zetten zich in om dertig procent minder grondstoffen/materialen te gebruiken in 2026 en vijftig procent minder in 2030. Daarvoor is ketensamenwerking en ketentoezicht noodzakelijk. Afspraken over de inspanningen zijn in de Green Deal Zorg vastgelegd. Vanuit de ketensamenwerking Circulair Westfriesland wordt aan de circulaire uitvoering en programmering gewerkt.
2.3.7 Woningbouwopgave Om Nederland leefbaar te houden is het belangrijk om de omgevingsdienst in een vroeg stadium te betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties. Zo worden mogelijke obstakels in het vergunningstraject voorkomen. Bijvoorbeeld op het gebied van geluid, geur en natuur. Daarnaast kan er voor flora en fauna zo op tijd worden gezocht naar maatregelen om deze te beschermen. Door de huidige staat van de Natura 2000-gebieden, blijft stikstof een uitdaging. Dit komt, omdat we woningbouw mogelijk willen maken en tegelijkertijd verdere achteruitgang van de natuur willen voorkomen/natuurherstel realiseren. 2.3.8 Meerjarenagenda Omgevingsveiligheid (voorheen IOV) Provincies en gemeenten zijn als bevoegd gezag verantwoordelijk voor externe veiligheid in Nederland. De uitvoering van deze taken is voor een belangrijk deel belegd bij omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s. Vanaf 2004 zijn programmatische middelen beschikbaar gesteld voor de versterking van de lokale externe veiligheid (EV)-taken In de periode 2015-2020 is dat gebeurd vanwege de Impuls Omgevingsveiligheid (IOV). Die moest de uitvoeringsdiensten versterken. De middelen zijn vanaf 2021 aan het gemeentefonds toebedeeld. Daarbij is aangesloten op bestaande structuren en processen rondom de financiële verhoudingen.
De IOV is vanaf dit moment voor de overige onderdelen overgegaan in de Meerjarenagenda Omgevingsveiligheid (MOV). De OD NHN heeft gemeenten gevraagd om de middelen voor externe veiligheid te reserveren. Daarvoor is de afgelopen jaren een project opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Ook voor
Pagina 15 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
komend jaar wordt een projectplan MOV opgesteld. Door de komst van de Omgevingswet zijn er nog diverse onderwerpen en projecten rond externe veiligheid, die we centraal kunnen aanpakken. We verwachten dat het REV voor 2025 nog verder aangevuld wordt en de kwaliteit van de data verder verbeterd moeten worden. De procedures en werkwijzen voor beheer van het REV moeten nog verder uitgewerkt worden. Het beleid voor externe veiligheid is per gemeente uitgewerkt in 2024, maar zal zich als een groeidiamant verder ontwikkelen door ervaringen in de praktijk en voortschrijdende inzichten of tendensen. In relatie tot het implementeren van het externe veiligheidsbeleid in de nieuwe omgevingsplannen van gemeenten, wordt waar nodig projectmatig aandacht besteed aan zeer kwetsbare functies binnen aandachtsgebieden. Daardoor zal de overgang naar het nieuwe omgevingsplan, ondanks hernieuwd geformuleerd (extern)veiligheidsbeleid, soepel verlopen. Mogelijk is automatische koppeling van het zaaksysteem aan het REV ook in 2025 nog een belangrijk onderwerp, waarvoor inhoudelijke input en ondersteuning vanuit het team externe veiligheid nodig is. Al deze onderwerpen worden in een projectplan voor 2025 nader beschreven en toegelicht. 2.3.9 Industriële en agrarische bedrijven Om bedrijven economisch rendabel te maken, of te houden, is het soms nodig om uit te breiden.
Als dit gebeurt, is het belangrijk dat er geen significante effecten optreden op de toch al overbelaste Natura 2000-gebieden. Om dit mogelijk te maken is extern salderen een goede oplossing. Dat geldt ook voor bedrijven die op dit moment geen natuurvergunning hebben en een groot aantal pasmelders. Uiteraard worden ook overige opties verkend en beoordeeld om zo een goede balans te vinden tussen natuur en een gezonde economie. 2.3.10 Dreigingsbeeld milieucriminaliteit Het rapport Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit is opgesteld door partijen die betrokken zijn bij de toezicht en handhaving van milieu wet- en regelgeving. In het rapport worden negen vormen van milieucriminaliteit uitgelicht: •
Mestfraude
•
Illegale gewasbeschermingsmiddelen
•
Bodemketen
•
Afvalcriminaliteit
•
Oliefraude
•
Gefluoreerde broeikasgassen
•
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
•
Vuurwerkcriminaliteit
•
Wildlife crime
De samenwerkende partners die vertegenwoordigd zijn in het Selectieoverleg (SO), zijn tot een gezamenlijke prioritering gekomen. De drie vormen van milieucriminaliteit die prioriteit krijgen zijn: •
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
•
Afvalcriminaliteit
•
Bodemketen
Er is opdracht gegeven aan het Milieu Overleg (MIO) om deze thema's projectmatig uit te werken in een meerjarig programma. Het SO treedt op als opdrachtgever. 2.3.11 Geluidcontroles horeca en evenementen Geluidsbelasting door muziek bij evenementen en horeca blijft een aandachtspunt. Een te hoge geluidbelasting kan leiden tot overlast, klachten, gezondheidsschade en aantasting van (nachtelijke) natuurwaarden. Het aantal evenementen zit weer op het niveau van vóór de coronapandemie.
Pagina 16 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
Horeca-activiteiten vallen onder het omgevingsplan. Dat geldt ook voor de geluidsnormen. Evenementen worden ook in het omgevingsplan geregeld. Onder de Omgevingswet gaat het dus om een omgevingsplanactiviteit. Geluidcontroles bij horeca en evenementen zijn daarmee een plustaak. We verwachten dat gemeenten blijven vragen om geluidcontroles. De OD NHN blijft met de gemeenten in overleg om te kijken of, en hoe, de controles het meest efficiënt kunnen worden uitgevoerd en ingepast in het uitvoeringsprogramma. De OD NHN kan gemeenten adviseren bij het opstellen van geluidsnormen in evenementenvergunningen en -beleid. 2.3.12 Wet open overheid (Woo) De afgelopen jaren is er een toename van het aantal verzoeken wegens de Wet open overheid (Woo). Daarnaast zijn er ook meer grote Woo-verzoeken. De Woo geeft iedereen het wettelijk recht op toegang tot publieke informatie én verplicht de overheid tot actieve openbaarmaking en transparantie. De Woo introduceert nog een aantal maatregelen om de openbaarheid van de overheid te vergroten. Zo moet elke overheidsorganisatie een contactfunctionaris hebben. Diegene heeft de taak om mensen te ondersteunen bij hun vragen over informatie en het zoeken/vinden van de juiste informatie. We verwachten dat door de vereiste actievere openbaarmaking, ook vanwege de strenge privacy-eisen, meer werk ontstaat voor de OD NHN.
2.3.13 Water De waterkwaliteit in Nederland vraagt om steeds meer aandacht. Lozingen van bedrijven op het riool (de zogenaamde indirecte lozingen) kunnen gevolgen hebben op het zuiveringsproces en op de kwaliteit van het gezuiverde afvalwater uit de rioolwaterzuivering. De betrokken partijen (gemeenten, provincie, waterschap, drinkwaterbedrijf, natuurbeheerder PWN, Rijkswaterstaat en omgevingsdiensten) werken steeds vaker samen om grip op de lozingen van probleemstoffen te versterken, maar ook om bedrijven aan te moedigen door gewenst gedrag te stimuleren en ongewenst gedrag te ontmoedigen. Als het nodig is treden we handhavend op. Onderdeel van deze gezamenlijke bronaanpak is de bemonstering van afvalwater bij bedrijven op probleemstoffen. Zeer Zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn daarbij een belangrijk aandachtpunt. De werkgroep Indirecte Lozingen van de OD NHN voert deze bemonsteringen uit. Ook het gebruik van zoet water vraagt steeds meer aandacht, omdat dat steeds schaarser wordt. Vanwege circulariteit is dat dus een aandachtspunt (denk bijvoorbeeld aan het sturen op gesloten koelwatersystemen). Indirecte lozingen zijn een focuspunt in de U&H-strategie. In 2025 worden er 85 controles uitgevoerd. Deze zijn verdeeld over verschillende relevante branches, gebaseerd op de resultaten van de pilot in 2023 en ervaringen uit 2024.
De branches kunnen op basis van praktijkervaringen wisselen om maximale milieu-impact te maken.
3 BESCHRIJVING WERKZAAMHEDEN Voor het grootste deel van de werkzaamheden geldt dat de U&H-strategie richting geeft aan o.a.: de wijze van prioriteren, uitgangspunten en randvoorwaarden, criteria, werkwijze en monitoring.
3.1 Regulering Met regulering bedoelen we: het toepassen van normatieve prikkels om beleidsdoelen te realiseren. Dat omvat het stellen van regels binnen de kaders van wet- en regelgeving. In het bijzonder gaat dit over het verlenen van toestemming door het bevoegd gezag. Dat gebeurt op basis van toetsing van een aanvraag of melding aan de wettelijke voorschriften. De manier waarop we dit uitvoeren, is beschreven in de U&H-strategie onder deel-strategie Regulering.
Pagina 17 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
De beschikbare capaciteit is niet onuitputtelijk. Daarom gaan wij verantwoord met de beschikbare middelen om en zetten deze zo efficiënt mogelijk in. De onderlinge samenhang van afwegingen en prioriteren (en her-prioriteren), leidt tot een zo effectief mogelijk vergunningenproces. Voor onszelf, maar ook voor onze klanten en opdrachtgevers. We maken daarom keuzes op basis van: •
Het proces (vooroverleg en indieningsvereisten);
•
De maatschappelijke behoefte (impact op de beleidsopgaven en bestuurlijke accenten);
•
De toenemende complexiteit (jurisprudentie, ontbrekende kaders en mondigere burgers);
•
De inhoud (activiteiten en thema’s binnen één aanvraag) en
•
De behandeling van meldingen (geringe impact op de leefomgeving).
Deze vijf lijnen stellen ons in staat om prioriteit toe te kennen aan de vele werkzaamheden, de vraag uit de markt en de toenemende complexiteit op dossierniveau. Daarmee worden resultaten geboekt en wordt de liggende werkvoorraad verder beperkt. Om de uitvoering te monitoren zijn in de strategie diverse indicatoren benoemd. Rapportage hierop vindt jaarlijks plaats. Het zijn de volgende indicatoren: 3.1.1 Indicator Beoordelingen op aanvraag
Pagina 18 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
3.1.2 Indicator Ambtshalve beoordelingen (proactief)
Pagina 19 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
3.1.3 Indicator Maatwerkvoorschriften
3.2 Uitvoeren subsidieaanvragen en leningen 3.2.1 Subsidieaanvragen Deze werkzaamheden gaan over het ontzorgen van gemeenten bij de uitvoering van subsidieregelingen en verordeningen. Die zijn er om bewoners aan te zetten tot het nemen van duurzame maatregelen aan hun woning: •
Subsidie duurzame energiemaatregelen, waarmee ook de gelden vanuit de Nationale Isolatieaanpak (NIP) ingezet kunnen worden.
•
Subsidie Aardgasvrij
•
Subsidie Klimaatadaptieve maatregelen
Pagina 20 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
3.3 Naleving Naleving gaat om alle activiteiten die erop zijn gericht de naleving van geldende wet- en regelgeving te bevorderen. Daaronder rekenen we: preventie, toezicht en handhaving (inclusief sanctioneren en gedogen). De wijze waarop we dit uitvoeren is beschreven in de U&H-strategie in de deelstrategieën: • • •
Preventiestrategie Toezichtstrategie Handhavingsstrategie o Sanctioneringstrategie Gedoogstrategie
Om de uitvoering te monitoren zijn in de strategie diverse indicatoren benoemd. Rapportage hierop vindt jaarlijks plaats. Het gaat over de volgende indicatoren: 3.3.1 Indicator Preventie
Pagina 21 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
3.3.2 Indicator Regulier toezicht
3.3.3 Indicator Ketentoezicht op activiteiten
Pagina 22 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
3.3.4 Indicator Klachten en handhavingsverzoeken
3.3.5 Indicator Sanctioneren
Pagina 23 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
3.3.6 Indicator Gedogen
3.4 Adviesverlening De OD NHN heeft de kennis in huis om te adviseren over verschillende milieuaspecten (zoals bodem, geluid, natuur, externe veiligheid, lucht, licht, geur, trillingen en duurzaamheid). Dat advies geeft de OD NHN vanwege adviesaanvragen voor de fysieke leefomgeving (zoals gebiedsontwikkelingsprojecten, omgevingsvisies, omgevingsplannen, adviesaanvraag omgevingsvergunning, duurzaamheidsbeleid, zwemwater, gemeentelijke geluidkaart en faunabeheerplannen). Zeker voor de provincie geldt dat de lijnen daartoe gelegd zijn. Daarnaast bevat de adviesfunctie ook het opstellen van de uitvoerings- en handhavingsstrategieën (U&Hstrategieën), analyses die ten grondslag liggen aan pilotprojecten en deelname in thematische werkgroepen (zoals energietransities, roadmaps voor verduurzaming van bedrijven, circulaire economie). De wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de externe adviesverlening ten aanzien van aspecten in de fysieke leefomgeving, is beschreven in de U&H-strategie. Om de uitvoering te monitoren zijn in de strategie indicatoren benoemd. Rapportage daarop vindt jaarlijks plaats. Het gaat over de volgende indicatoren:
Pagina 24 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
3.4.1 Indicator Adviesverlening
Pagina 25 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
3.5 Divers / projecten Divers / projecten zijn werkzaamheden met een projectmatig karakter. Vaak zijn ze gekoppeld aan ontwikkelingen die worden voorzien. 3.5.1 Projecten Bij deze taak gaat het onder andere om werkzaamheden die projectmatig en/of incidenteel van aard zijn en inzet op intensieve dossiers. Projecten worden lokaal of in regionaal verband uitgevoerd. Voorbeelden van projecten zijn: Project Strategisch Omgevingsadvies Lokaal: •
Grootschalige gebiedsontwikkeling Maritiem Cluster, Den Helder
Projecten duurzaamheid: Regionaal: •
Regio Alkmaar en Regio Westfriesland: coördinatie en organisatie van ‘Gluren bij de Duurzame Buren’
•
Regio Westfriesland: coördinatie en uitvoering circulair Westfriesland
•
Regio Westfriesland: coördinatie en penvoerderschap van het meerjarenprogramma energiebesparing bestaande particuliere woningbouw Westfriesland 2023 – 2026 (provinciale subsidie op grond van de Uitvoeringsregeling subsidie energiebesparingsprogramma woningen Noord-Holland 2023)
•
Regio Westfriesland: coördinatie van het regio-overleg duurzaamheid, communicatieoverleg duurzaamheid en de regionale werkgroep isolatie/energiebesparing
•
NHN: organisatie van de week van de Circulaire Economie
Lokaal: •
(Mede)opstellen van beleid over energiearmoede vanuit de Specifieke Uitkering ‘Energie armoede’ van subsidieverordeningen voor woningeigenaren en het uitvoeren van deze subsidieverordeningen (o.a. voor inzet energiearmoede gelden en middelen vanuit het Nationaal isolatieprogramma)
•
Opstellen van Verordeningen duurzaamheidsleningen, voor sommige gemeenten ook de uitvoering daarvan
•
Campagnes voor woningeigenaren voor verduurzaming organiseren, organiseren/projectleiding projecten verduurzaming monumenten en verduurzaming Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) of collectieve inkoopacties. Coördinatie stimulering bedrijven vanuit het Energiebesparingsakkoord (concrete uitvoering via bezoek aan bedrijven door een externe partij)
Projecten Externe Veiligheid Regionaal: •
Impuls omgevingsveiligheid
Pagina 26 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
Projecten Geluid •
Sanering wegverkeerslawaai
•
Onderzoeken (de)zonering industrieterreinen
•
Opzet opstellen basisgeluidemissiekaarten
•
Omgevingslawaai
Projecten Bodem Regionaal: •
Bodemkwaliteitskaarten en bodemfunctieklassenkaarten. Vanwege de vijfjaarlijkse aanpassingen en specifiek rekening houdend met de Omgevingswet. Opdat dit hele thema op een goede manier door de gemeenten verwerkt kan worden in hun Omgevingsplan.
•
RSP Noord-Holland. Met het wegvallen van de provincie Noord-Holland als centrale schakel in de bodem kennisinfrastructuur zullen de 4 Noord-Hollandse Omgevingsdiensten gezamenlijk de kennisinfrastructuur oppakken. De opkomende ZZS stoffen, bodemdaling, klimaatverandering en energietransitie zullen hier onder andere onderdeel van zijn.
Projecten Toezicht en Handhaving Lokaal: •
Evenementen. De OD NHN voert op verzoek van, en in overleg met, gemeenten geluidmetingen uit bij evenementen. Daarbij toetsen we of er aan geluidnormen van de evenementenvergunning wordt voldaan. Als er een overschrijding van de normen wordt geconstateerd, wordt direct contact opgenomen met de organisator van het evenement om het geluidniveau omlaag te brengen. Als daar geen gehoor aan wordt gegeven, wordt de handhaving ingezet.
•
EML (Energiebesparing bij bedrijven). Zie toelichting paragraaf 2.3.4..
•
Ondermijning. Ondermijning staat hoog op de politieke agenda en is een focuspunt in de nieuwe Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027. Er is invulling gegeven aan dit focuspunt door gezamenlijke handhavingsacties met gemeenten en overige (handhavings)partners bij bedrijventerreinen op te nemen in het uitvoeringsprogramma 2025. Een andere invulling van dit focuspunt is inzicht krijgen en borgen van wat er op bedrijventerreinen en buitengebieden plaatsvindt. Dat kan gedaan worden door actief opzoek te gaan naar voor ons onbekende bedrijven op de betreffende terreinen. Om hier ontwikkelingen in bij te houden, vinden deze zoektochten meerdere keren in het jaar plaats. Daarbij werken we samen met o.a. politie, gemeenten en bedrijven.
•
ZZS (Zeer zorgwekkende stoffen). Zie toelichting paragraaf 2.3.1.. Voor de hele regio Noord-Holland Noord is voor 2024 in totaal 200 uur gereserveerd om de ontwikkelingen te volgen en de eventuele consequenties te implementeren in de werkprocessen. Deze 200 uur zijn naar rato van inbreng van budget verdeeld over de opdrachtgevers.
•
Ketentoezicht. Door het verzamelen en analyseren van data en informatie kunnen we gericht handelen bij vermeende overtredingen of trends. Ook wordt nauw samengewerkt met (handhavings)partners en wordt het landelijke datasysteem Inspectieview gevuld en gevolgd, zodat we samen met en voor de partners kunnen optreden.
•
Pilot Risico aspect gericht controleren. Ter aanvulling van de reguliere manier van controleren wordt er in 2025 een pilot gestart om bedrijven aspectgericht te controleren. Dat houdt in dat er op 1 activiteit binnen een bedrijf/branche gericht wordt gecontroleerd. Degene die het meeste risicovol is volgens een analyse (impact x waarschijnlijkheid). Daarbij is het doel om meer impact te maken op bescherming van het milieu in minder tijd.
•
Gebruik van drones. Om ons werk goed uit te voeren, is het belangrijk om te beschikken over goede informatie. Met drones is het mogelijk om moeilijk bereikbare locaties in kaart te brengen. Zo kan elke centimeter van een bedrijfsterrein,
Pagina 27 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
natuurgebied of erf bekeken worden. Als er iets aan de hand is, kunnen we dat vanuit de lucht veel sneller in kaart brengen. Daarnaast kunnen drones een rol spelen tegen ondermijning. Met de inzet van drones hopen we de efficiëntie en kwaliteit van toezicht en handhaving te verbeteren én de toezichtcapaciteit te vergroten. •
Publieksinformatieborden zwemwater. De publieksinformatieborden bij de aangewezen zwemlocaties zijn bevatten niet altijd de juiste informatie. Daarnaast staat er vaak te veel informatie op de borden en worden er verschillende pictogrammen gebruikt. Hierdoor is het geheel onoverzichtelijk is. Samen met de provincie is er in 2024 een start gemaakt met de actualisatie en aanpassing van alle publieksinformatieborden in Noord-Holland. Wij leveren als OD NHN hier een grote bijdrage aan.
•
In de strategische AC van 21 september 2023 is besloten om, naast de al lopende acties uit het plan van aanpak verbetering TH-gebiedsbescherming, met een voorstel te komen tot een gemeenschappelijke prioritering van concrete zaken voor het reguliere toezicht stikstof in 2024. Dit voorstel is begin 2024 gemaakt en door de gedeputeerde goedgekeurd. In dit voorstel wordt ook de urgentie aangegeven voor het ontwikkelen van een (landelijk) bedrijvenregister. Deze urgentie wordt onderschreven, waardoor de afspraak is gemaakt in 2024 te starten met het opzetten van een GIS-systeem/ bedrijvenregister (veehouderij en industrie), waarin de benodigde informatie van alle bedrijven beschikbaar is. Daarmee kunnen op bedrijfsniveau, aan de hand van een risicoanalyse, prioriteiten worden gesteld. Zo kunnen bedrijven worden geselecteerd, waarbij het grootste effect kan worden bereikt. Het opzetten van een GIS-systeem/ bedrijvenregister zal in gezamenlijkheid met RVO worden gedaan voor dieraantallen. Daarnaast moet er informatie worden opgehaald binnen de verschillende afdelingen van onze eigen omgevingsdienst, maar ook bij de andere OD’s binnen de provincie Noord-Holland. Het opzetten van dit systeem en het ophalen van alle benodigde informatie is een flinke klus, waar we ook geheel 2025 mee bezig zullen zijn en er dus tijd voor beschikbaar moeten maken.
Pagina 28 van 29
VTH&A-Uitvoeringsprogramma 2024 – deel 1
3.6 Randvoorwaardelijk Randvoorwaardelijke werkzaamheden zijn niet-overheadtaken die ondersteunend zijn aan het primaire proces én bijdragen aan gezamenlijk gewenste kwaliteit. Deze taken zijn niet één op één toe te rekenen aan een specifiek product en/of een specifieke opdrachtgever (niet direct ‘aanbod’ gerelateerd). 3.6.1 Proces- en VTH&A-ondersteuning Proces- en VTH&A-ondersteuning gaat over het ondersteunen en versterken van het VTH&Aproces. Deze werkzaamheden omvatten de volgende producten: -
24 uursdienst
-
Milieuvluchten
-
Kwaliteitscriteriacyclus
-
Beleidsontwikkeling
3.6.2 Samenwerking en ontwikkeling Onder samenwerking en ontwikkeling vallen het managen, ondersteunen en versterken van de mensen in productie en samenwerking binnen het primaire proces. Deze werkzaamheden omvatten – onder andere – de volgende producten: -
Teamleiding
-
Administratieve ondersteuning
-
Overleg, Kennisdeling en Vakgerichte opleidingen
Teamleiding: De teamleider is een ter verantwoording te stellen vertegenwoordiger, aanspreekpunt en leidinggevende op teamniveau. Deze niet-overhead taak is niet 1-op-1 toe te rekenen aan een specifiek product en/of een specifieke opdrachtgever. Daarom is ervoor gekozen om deze uren als een zelfstandig product op te nemen. De teamleiding zorgt voor de connectie tussen de uitvoerende en de managende (strategische) laag. De hoeveelheid teamleiders wordt mede bepaald door een realistische span of control (de hoeveelheid mensen die een teamleider direct leidinggeeft). Voor het borgen van een goed teamresultaat en uitvoering van het UP is het belangrijk dat de organisatie over voldoende teamleiders beschikt. Administratieve ondersteuning: De administratieve ondersteuning voor de uitvoering van de primaire taken in het U&H-keten maakt geen onderdeel uit van de producten, maar wordt als apart product onder de randvoorwaardelijke taken opgenomen. Het gaat daarbij om de intake van vergunningaanvragen, klachten en meldingen, het administreren en beheren van de werkprocessen en het uitvoeren van het publicatie- en postproces. Het is administratief lastig om deze nietoverhead taak 1-op-1 toe te rekenen aan een specifiek product en/of een specifieke opdrachtgever. Bij toename van taken/producten nemen ook de benodigde uren van administratieve ondersteuning toe.