CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Jaarstukken zonder accountantsverklaring 2020 Veiligheidsregio Noord-holland Noord - kopie

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Veiligheidsregio NHN24.943 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het Veiligheidsberaad is niet akkoord met alle bouwstenen, maar er is draagvlak om te starten met de implementatie van bouwsteen 1. De heren Kolff en Depla stellen een brief op voor het nieuwe kabinet, waaraan het rapport taakdifferentiatie wordt overgedragen. De snelheid van de implementatie van de bouwsteen en het vervolg hangt af van het nieuwe kabinet.

2.9.4 Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 1.295.000. De ratio weerstandsvermogen versus weerstandscapaciteit bedraagt op basis van de aanwezige buffer € 1.912.000 / € 1.295.000 * 100% = 147%. Dit houdt in dat de Veiligheidsregio in staat is om de onderkende risico’s financieel te dragen.

2.9.5 Verzekeringen en voorzieningen Het verzekeringspakket voorziet in het afdekken van de meest gangbare risico’s op personeel en materieel gebied. Daarnaast heeft de veiligheidsregio nog een aantal voorzieningen getroffen voor toekomstige verplichtingen. In de toelichting op de balans worden deze nader toegelicht.

2.9.6 Kengetallen financiële positie Overzicht kengetallen 2020 2020 Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

begroting (bijgesteld) 0,79 0,79

jaarrekening 0,48 0,48

0,06

0,15

0,00%

3,12%

Pagina 34

Toelichting kengetallen •

• •

Netto schuldquote: netto schuld gedeeld door de inkomsten exploitatie (excl. mutaties reserves) Onder netto schuld wordt verstaan de langlopende en kortlopende schulden minus de langlopende en kortlopende vorderingen en uitzettingen. Solvabiliteitsratio: verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen (eigen vermogen en vreemd vermogen). Structurele exploitatieruimte: saldo van de structurele baten en lasten en saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (excl. mutaties reserves), uitgedrukt als percentage.

Duiding kengetallen • •

•

Netto schuldquote: algemeen wordt ratio van 1 of lager gekwantificeerd als voldoende. Meerjarig voldoet VR NHN aan deze norm. Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 1 of hoger gekwantificeerd als voldoende. Bij VR NHN is de ratio beduidend lager wat wordt veroorzaakt door: o een relatief laag eigen vermogen; als gevolg van een restrictie van maximaal 2,5% van de totale lasten; o een omvangrijke leningenportefeuille als gevolg van de overname van roerende en onroerende goederen van gemeenten in het kader van de regionalisering in 2014. Structurele exploitatieruimte: deze begroting is gebaseerd op structurele baten en lasten. De opgenomen incidentele baten en lasten zijn beperkt, waardoor de ratio laag is.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 35

2.10 Onderhoud kapitaalgoederen 2.10.1 Wat wilden we bereiken 2.10.2 Wat hebben we gerealiseerd 2.10.3 Wat heeft het gekost

2.10.1 Wat wilden we bereiken Doel Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is een organisatie die sterk afhankelijk is van de inzet van haar materieel. Uitval kan niet worden gepermitteerd. Het is daarom noodzakelijk om het risico van deze uitval zoveel mogelijk te beperken door garanties en zekerheden te stellen. Eén van de zekerheden wordt ontleend aan het meerjarig in beeld brengen van de onderhoudskosten die gepaard gaan met het operationeel houden van de onderhoudsobjecten. Er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud. Een andere zekerheid is het weten wanneer het materieel vervangen moet worden. Hiervoor beschikt de Veiligheidsregio over een actueel MJIP (Meerjareninvesteringsplan) waarin alle nu bekende toekomstige investeringen zijn opgenomen. De veiligheidsregio beschikt over diverse soorten kapitaalgoederen die jaarlijks moeten worden onderhouden om het voorzieningenniveau op peil te houden. Dit betreffen o.a. panden, voertuigen en kantoorautomatisering. VR NHN heeft in 2020 diverse panden in eigendom. Naast de panden die worden gebruikt ten behoeve van ambulancezorg, heeft de veiligheidsregio ook nog diverse brandweerkazernes. Deze kazernes zijn gekocht van de gemeenten in 2013 om btw heffing bij de gemeenten te voorkomen. Het pand voor de centrale huisvesting in Alkmaar (Hoofdkantoor) en het pand voor de ambulancedienst op Texel worden gehuurd.

De brandweerkazernes die niet in eigendom zijn, worden om niet gehuurd van de gemeenten.

2.10.2 Wat hebben we gerealiseerd Gebouwen ambulancedienst In 2019 heeft op basis van de in 2018 uitgevoerde (interne) analyse op de staat van de gebouwen een extern onderzoek plaatsgevonden. Daaruit is naar voren gekomen dat de ambulancevoorzieningen in Hoogkarspel en Den Helder niet langer geschikt zijn voor hun functie en extra ruimte beschikbaar moet komen voor het overdekt stallen van ambulances. Uit onderzoek naar meerdere oplossingsvarianten is de conclusie getrokken dat nieuwbouw voor beide locaties de voorkeur geniet boven een grootschalige renovatie. Het rapport is vertaald in een notitie voor het Lokaal Overleg van maart 2020 waarin de probleemstelling vertaald is naar een advies het beschikbare budget huisvesting te verhogen. In het najaar 2020 is de extra budgetaanvraag gehonoreerd en vindt structurele ophoging plaats. In 2019 is tevens op initiatief van de gemeente Hollands Kroon gestart met de realisatie van het project Werf & Veiligheid te Wieringerwerf. Onderdeel van dit project is oplevering in 2020 van de nieuwe ambulancepost. In de onderhandelingen met de gemeente Hollands Kroon over de deelname aan dit project is tevens afgesproken dat de gemeente Hollands Kroon de huidige post Wieringerwerf tegen taxatiewaarde in eigendom verkrijgt als onderdeel van een brede gebiedsontwikkeling aldaar.

Brandweerkazernes Voor de kazernes zijn in 2013 de volgende uitgangpunten afgesproken met de gemeenten en zijn/worden als zodanig uitgevoerd:

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 36

1. Kazernes blijven in eigendom van de gemeenten; 2. Kazernes < 10 jaar zijn in eigendom overgedragen aan VR NHN (per 31-12-2013) in het kader van de btw problematiek. Gemeenten hebben recht van 1e koop na afloop van de btw compensatie termijn van 10 jaar; 3. De jaarlijkse exploitatielasten komen voor rekening van de gemeenten die zijn betrokken bij de overdracht; 4. Overige kazernes worden door de gemeenten om niet in bruikleen gegeven aan VR; 5. Huisvestingslasten maken geen onderdeel uit van de begroting van de VR; 6. Het beheer en onderhoud is een gemeentelijke taak en wordt geborgd in de overeenkomsten voor beheer en onderhoud tussen gemeenten en VR; 7. Gemeenten berekenen hun facilitaire kosten (schoonmaak, alarmopvolging, e.d.) door aan VR; 8. Roerende goederen zijn om niet of tegen de geldende boekwaarde door VR overgenomen. Onderhoud, reparatie en vervanging is voor rekening van VR. Het onderzoek, in meerdere jaren uitgevoerd in 2017-2018 naar de toekomstbestendigheid van de bestuurlijke afspraken omtrent de huisvesting van de brandweer heeft niet geleid tot aanpassing van de in 2013 gemaakte afspraken. Het onderzoek heeft geleid tot een verbeterde attentie bij gemeenten dat de huisvesting van de brandweer een verantwoordelijkheid is van gemeenten en Veiligheidsregio samen.

Binnen de bestuurlijke uitgangspunten kunnen de knelpunten worden opgelost hetgeen in de praktijk ook daadwerkelijk gebeurt. In meerdere kazernes zijn verbeteringen aangebracht met betrekking tot arbeidshygiëne en er vindt een betere afstemming plaats op de uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan. Een aantal gemeenten zijn daadwerkelijk gestart met of er zijn de plannen in voorbereiding voor het vervangen van veelal verouderde brandweerkazernes. Zo vond in 2020 de oplevering plaats van de nieuwe kazerne Wieringerwerf en zijn plannen in voorbereiding voor de vervanging van nog eens vier sterk verouderde kazernes.

Centrale huisvesting de Hertog Het gebouw aan de Hertog Aalbrechtweg 22 te Alkmaar wordt samen met de GGD Hollands Noorden als hoofdlocatie gebruikt. VR NHN is huurder. Voor het medegebruik door de GGD HN is een overeenkomst voor gemene rekening opgesteld die is goedgekeurd door de Belastingdienst. Op basis hiervan worden de huisvestingskosten op basis van een verdeelsleutel verdeeld tussen de GGD HN en VR NHN zonder dat dit tot extra btw-druk leidt. Met de verhuurder van het pand is een SLA afgesproken waarin het beheer en onderhoud van het pand geregeld is.

Ambulancematerieel In 2020 zijn 3 ambulances (€ 412.000), 3 elektrische brancards (€ 94.000), 3 LifePaks (€ 87.000) en 15 beademingspanelen (€ 109.000) aangeschaft.

Brandweermaterieel De brandweer beschikt over up-to-date materieel en materiaal. Voertuigen en inventaris worden op basis van het MJIP vervangen. Bij iedere vervanging wordt gekeken of er een technische noodzaak is om te gaan vervangen. Het aantal aanbestedingstrajecten is klein. Voor reguliere brandweermaterialen zijn er inkoopovereenkomsten beschikbaar en waar nodig worden deze inkoopovereenkomsten rechtmatig verlengd. Op die manier wordt zo efficiënt mogelijk met de beschikbare middelen om gegaan. De grootste (vervangings-)investeringen in 2020 betreffen tankautospuiten (8 / € 2.788.000) en WTS2.0 (7 / € 2.355.000) en een hoogwerker (€ 941.000). Ook zijn diverse dienstvoertuigen en busjes vervangen die besteld zijn uit een landelijke inkoopovereenkomst. Deze inkoopovereenkomst is in 2020 afgelopen en inmiddels lopen de voorbereidingen voor een nieuwe landelijke aanbesteding van dienstvoertuigen.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 37

Persoonlijke beschermingsmiddelen Brandweer Na alle investeringen en standaardisaties van de afgelopen jaren zou 2020 vooral een jaar van optimaliseren en innoveren zijn. Ondanks het rare jaar is er veel gerealiseerd. • De werkplaatsen zijn op basis van de eerste ervaringen met de nieuwe apparatuur geoptimaliseerd en werkprocessen zijn gestandaardiseerd. Ook binnen NW4 is een kwaliteitsslag gemaakt. • Voor innovatie op het gebied van helmreiniging was geen ruimte, waardoor de investeringsruimte die hiervoor was gereserveerd, is doorgeschoven naar 2021. • Qua kleding was het een rustig jaar. Wel is alvast voorbereidend werk verricht voor de aanbestedingen die er in 2021 aankomen. Het blijkt dat sommige looptijden van contracten niet aansluiten bij de gehanteerde afschrijvingstermijnen. Dit levert geen problemen op maar is wel een aandachtspunt voor de toekomst. Het nieuwe operationele uniform, dat de huidige uniformen moet vervangen, is landelijk vertraagd door de coronacrisis. Wel hebben we deelgenomen aan de landelijke draagproef. Zodra er duidelijkheid is over de kosten van het nieuwe uniform kan het scenario voor vervanging definitief worden uitgewerkt. Omdat tot op heden het principe wordt gehanteerd dat we slechts vervangen als iets versleten is, is er alleen financiële dekking in de exploitatiebegroting en zijn er geen investeringen die hiervoor kunnen worden ingezet.

Kantoorautomatisering De VR beschikt over een visie op informatiegestuurd werken die op hoofdlijnen de richting voor de toekomst weergeeft. Met de acties in het jaarplan is verder invulling gegeven aan deze visie. Voor de VR is een architectuur opgesteld die gericht is op de huidige ontwikkelingen binnen de regio en op landelijk niveau. Het risicobewustzijn van werken bij de veiligheidsregio is toegenomen. Dit vertaalt zich in het veilige gebruik van ICT-voorzieningen, geen datalekken en grip op persoonsgegevens. Om toegang te krijgen tot de werkomgeving is de toegangscontrole uitgebreid met een authenticator-procedure. De benodigde investeringen (meerjaren)begroting.

zijn

opgenomen

in

het

MJIP

en

de

kosten

hiervan

in

de

2.10.3 Wat heeft het gekost Gebouwen Ambulancedienst De kosten van groot onderhoud worden ten laste van de voorziening groot onderhoud gebracht. De jaarlijkse onderhoudskosten die op dagelijkse basis worden gemaakt, zijn opgenomen in de exploitatie. De voorziening groot onderhoud is in 2020 gegroeid tot een bedrag van € 359.000. In 2020 is weinig van het geplande onderhoud uitgevoerd ten laste van de voorziening (10.000), mede in afwachting op besluitvorming over de huisvesting in Den Helder en Hoogkarspel. De post Wieringerwerf is inmiddels verkocht. De toevoeging aan de voorziening is hierdoor verlaagd met € 5.000 en het opgebouwde deel voor deze post in de voorziening is vrijgevallen (€ 22.000). Het dagelijkse klein onderhoud is conform planning uitgevoerd. Het verloop van de voorziening groot onderhoud is als volgt: x €1.000 Voorziening groot onderhoud gebouw Totaal

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Saldo 1-1-2020 Toevoeging 333 58 333 58

Onttrekking 10 10

Vrijval 22 22

Saldo 31-12-2020 359 359

Pagina 38

Brandweerkazernes In 2013 zijn er vanwege fiscale redenen een aantal kazernes van verschillende gemeenten gekocht. De afschrijvingslasten, rente en het onderhoud komen voor rekening van de verkopende gemeenten. In 2020 zijn de kazernes Den Burg en De Cocksdorp (Texel) alsook Opmeer terug verkocht aan de gemeenten.

Ambulancematerieel Aan onderhoud van de ambulances is € 211.000 uitgegeven. Begroot was € 220.000.

Brandweermaterieel Het onderhoud van het brandweermaterieel (o.a. voertuigen, kleding, ademlucht, klein gereedschap) is per team uitgevoerd. In totaal is aan onderhoud € 2.501.000 uitgegeven. Begroot was € 2.575.000.

ICT / Kantoorautomatisering De organisatie brede exploitatiebudgetten voor ICT / kantoorautomatisering waren op € 2.262.000 begroot. Er is voor € 2.196.000 aan kosten gemaakt.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 39

2.11 Financiering 2.11.1 2.11.2 2.11.3 2.11.4

Inleiding Evaluatie treasury activiteiten Toerekening rentelasten naar taakvelden EMU saldo

2.11.1 Inleiding Op 27 november 2015 is door het algemeen bestuur het treasurystatuut 2015 vastgesteld. In dit statuut zijn de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten van de treasuryfunctie vastgelegd. Het statuut is gebaseerd op de voorschriften zoals vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido) inclusief de daarmee samenhangende wet- en regelgeving. De belangrijkste punten uit dit statuut zijn: • Aantrekken van langlopende geldleningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij tenminste twee financiële instellingen; • Uitzetten van tijdelijke overtollige financiële middelen vindt uitsluitend plaats bij het Agentschap van het Ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Middelen tot de schatkistlimiet mogen worden uitgezet bij financiële ondernemingen die ten minste over een A-rating beschikken en gevestigd zijn in Nederland, of een andere EU lidstaat die beschikt over tenminste een AA rating; • De organisatie maakt geen gebruik van derivaten. • In het treasurystatuut is opgenomen dat jaarlijks een evaluatie van de uitvoering van de gedane treasury activiteiten plaatsvindt in de paragraaf ‘Financiering’.

2.11.2 Evaluatie treasury activiteiten Kasgeldlimiet (kortlopende geldleningen) Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de hoogte van de netto vlottende schuld voor gemeenschappelijke regelingen op een maximum gezet van 8,2% van de begrote lasten, de kasgeldlimiet. Voor 2020 is deze berekend op € 5,6 miljoen1. In 2020 zijn geen kortlopende geldleningen aangetrokken ter overbrugging van een tijdelijke liquiditeitstekort. De kasgeldlimiet is in 2020 niet overschreden.

Schatkistlimiet Vanaf december 2013 is het schatkistbankieren van toepassing. Dit betekent dat overtollige geldmiddelen boven de schatkistlimiet verplicht moeten worden aangehouden in de schatkist. Dit voorkomt dat decentrale overheden hun middelen kunnen uitzetten bij derden (zoals buitenlandse banken) en draagt bij aan het verlagen van het EMU saldo van de totale Nederlandse overheid. Voor 2020 is de schatkistlimiet berekend op € 509.0002. De schatkistlimiet is in 2020 niet overschreden. Het volgende overzicht geeft een beeld van de uitkomsten op kwartaalbasis. Bedrag schatkistlimiet

x €1.000 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 509 509 509 509

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

201

213

198

228

308

296

311

281

1 Op basis van begrotingstotaal lasten € 67.962.000 (primair) 2

De limiet wordt berekend als 0,75% van het begrotingstotaal (primair), met een ondergrens van € 250.000.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 40

Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de renterisiconorm gemaximaliseerd op 20% van het begrotingstotaal. Dit betekent dat het totaal van herfinancieringen en renteherzieningen op de vaste schuld in enig jaar beperkt is tot 20% van het begrotingstotaal. Voor 2020 is de renterisiconorm berekend op € 13.5 mln. In 2020 zijn 2 geldleningen tussentijds afgelost vanwege de terug verkoop van brandweerkazernes (Texel en Opmeer). De renterisiconorm is in 2020 niet overschreden.

Financieringen (kort-/langlopende geldleningen) Om de financieringsbehoefte te kunnen bepalen maken we gebruik van een gedetailleerde liquiditeitsbegroting. Deze wordt minimaal 1 keer per week bijgewerkt. Verwachte tijdelijke tekorten worden opgeheven door het aantrekken van kasgeldleningen (kortgeld). De ervaring leert dat tijdelijke tekorten in liquide middelen bij VR NHN veelal optreden aan het einde van ieder kwartaal. In 2020 is voor € 8,5 miljoen geïnvesteerd in nieuwe bedrijfsmiddelen. Ter financiering van deze investeringen alsook aflossingen op (duurdere) leningen, zijn in september 2019 een drietal geldleningen aangegaan. De stortingsdata lagen in september 2019, december 2019 en maart 2020. Het moment van verkrijgen van de middelen is mede afgestemd op de verwachte (piek)momenten van het betalen van de investeringen. Per stortingsdatum is er € 5,0 miljoen geleend. De looptijd van deze leningen is afgestemd op de gemiddelde afschrijvingstermijn van de achterliggende investeringen. Door de gunstige rentestanden wordt goedkoop gefinancierd. Laatst genoemde leningen kennen zelfs een “negatieve” rente.

Leningenportefeuille Per saldo is door het aflossen en het aantrekken van enkele langlopende geldleningen in 2020 de omvang van de leningenportefeuille afgenomen. Een overzicht van de openstaande leningen per 31 december 2020 is opgenomen in bijlage 5.5 bij de jaarrekening.

2.11.3 Toerekening rentelasten naar taakvelden In onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen en projecten. De rente van geldleningen die zijn aangetrokken voor de aankoop van materieel / kazernes wordt bij VR NHN gezien als projectfinanciering.

Omschrijving Externe financiering kort en lang Rentelasten Rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten

2020 Bedragen x €1

-/-

339.912 0 339.912

Doorberekening rente aan grondexploitatie Toerekening rente van projectfinanciering aan het betreffende taakveld Toerekening rentebaten van specifieke projectfinanciering aan het betreffende taakveld Aan taakveld toe te rekenen extrene rente

-/-/+/+

165.671

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakveld toe te rekenen rente

+/+ +/+

0 0 174.241

7.1 Volksgezondheid 1.1 Crisisbeheersing en Brandweer 0.4 Overhead De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-/-/-/-/-

21.798 144.167 8.276 174.241

Renteresultaat op het taakveld Treasury

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

174.241

0

Pagina 41

2.11.4 EMU saldo Onderstaand het berekend EMU saldo 2020.

Omschrijving

2020 x € 1000,Volgens realisatie tot en met dec. 2020

1

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

3.160

2

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

9.370

3

Dotaties aan voorzieningen ten laste van de exploitatie minus vrijval van voorzieningen ten bate van de exploitatie

20

4

Bruto investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

8.479

5

Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, geen betrekking hebbende op bouwgrondexploitatie en niet verantwoord op de exploitatie

6

Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord

7

Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d., alleen transacties met derden niet op de exploitatie verantwoord

8

Baten bouwgrondexploitatie: Baten voor zover niet al op de exploitatie verantwoord

9

Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen

10

Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder vraag 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht

11 a b

Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?

ja

nee

Berekend EMU-saldo

4.071

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 42

2.12 Verbonden partijen 2.12.1 2.12.2 2.12.3 2.12.4 2.12.5 2.12.6 2.12.7

Inleiding Relevante ontwikkelingen Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Visie op verbonden partijen Beleidsvoornemens deelnemingen Eigen vermogen en resultaat RAV

2.12.1 Inleiding Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin VR NHN een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Een financieel belang is aanwezig wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel als financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (artikel 1 BBV). Bestuurlijk belang is aanwezig indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. In deze paragraaf wordt ingegaan op de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de veiligheidsregio. Ook wordt de realisatie van de beleidsvoornemens met betrekking tot de verbonden partijen beschreven. Tevens is opgenomen of en zo ja welke risico’s en problemen ten aanzien van de verbonden partijen zijn te onderkennen.

2.12.2 Relevante ontwikkelingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) (vestigingsplaats Alkmaar) De RAV NHN is per 10 februari 2010 opgericht met als doel het hebben en exploiteren van een vergunning tot het uitvoeren van ambulancevervoer. Per 1 januari 2013 beschikt de RAV NHN over deze vergunning. RAV NHN kent twee leden: Ambulancezorg Noord-Holland Noord (= VR NHN) en Witte Kruis Ambulancezorg. De centrale administratie wordt uitgevoerd door VR NHN en de controlfunctie door WK. Het secretariaat van de RAV wordt door VR NHN gevoerd. Verder gebruiken beide partners één automatiseringspakket waarin de ambulanceritten worden geregistreerd. De ambulanceritten worden door VR NHN gefactureerd. De partners behouden afzonderlijk de verantwoordelijkheden over het debiteurenbeheer. Beide partners staan bij de zorgverzekeraars bekend als één wettelijk gemachtigde uitvoerende en verantwoordelijke zelfstandige organisatie (coöperatie) die beschikt over één gezamenlijke bankrekening en spaarrekening. De Meldkamer is via een SLA verbonden aan de RAV. Op 1 januari 2021 is de Wet ambulancevoorzieningen (Wav) in werking getreden. De nieuwe wet ambulancezorg geeft zekerheid aan de RAV over haar positie. Om de continuïteit te kunnen waarborgen wil de minister de huidige positie van de RAV’s intact houden.

In de nieuwe wet is opgenomen dat: “Er per veiligheidsregio een monopolist is, die niet alleen het alleenrecht heeft om spoedeisende ambulancezorg te leveren, maar ook de plicht heeft om deze zorg te leveren.” De Nederlandse Zorgautoriteit, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gaan gezamenlijk toezicht houden op de naleving van de Wav. De zorgverzekeraars maken met de RAV jaarlijks afspraken over het budget en de daarvoor te leveren kwaliteit en prestaties.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 43

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) (Vestigingsplaats Arnhem) Het IFV is een bij wet opgerichte zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De positie van het IFV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s. Het IFV ondersteunt de veiligheidsregio’s bij het versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De regio’s Kennemerland, Noord-Holland Noord en Zaanstreek-Waterland hebben hun krachten op het gebied van vakbekwaam worden gebundeld. Sinds het formele ondertekeningmoment op 11 juli 2019 is er één gezamenlijk opleidingsinstituut: de Brandweerschool Noord-Holland (BWS NH). BWS NH zet in op kwalitatief goed onderwijs, het innoveren van brandweeronderwijs, het voldoen aan landelijk gestelde kwaliteitscriteria en het onderhouden en ontwikkelen van les- en leerstof. Voorlopig richt BWS NH zich in hoofdzaak op de opleidingen basisbrandweerzorg, aangevuld met de opleidingen brandweerchauffeur en instructeur. De landelijke (en verplichte) audit Kwaliteit Aanbieders Brandweeronderwijs (KAB) is uitgevoerd op 21 november 2019. De Brandweerschool heeft deze exercitie met goed gevolg doorlopen. Daarmee mag zij voor de komende drie jaar brandweeronderwijs verzorgen conform de landelijke standaarden.

In januari 2020 heeft met goed gevolg een audit plaats gevonden ten behoeve van een accreditatie voor het CrKBO (Centraal Register Kort Beroepsonderwijs). Inschrijving heeft in februari 2020 plaats gevonden.

2.12.3 Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Het aandeel VR NHN in de kosten van de RAV NHN maakt onderdeel uit van het programma Ambulancezorg. Instituut Fysieke Veiligheid Alle veiligheidsregio’s dragen financieel bij aan het IFV. Deze bijdrage wordt rechtstreeks in mindering gebracht op de BDUR-gelden. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De kosten van opleiden, en dus ook van de BWS NH, zijn opgenomen binnen het programma Brandweer.

2.12.4 Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) De bestuurdersrol is statutair vastgelegd. Twee bestuurders vormen het bestuur. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks volgens een vast schema tussen beide bestuurders. Voor 2020 was de directeur WK de bestuursvoorzitter, voor 2021 wordt dit de directeur ambulancezorg VRNHN. De algemene directeuren van de beide zelfstandige organisaties en de twee bestuurders vormen samen de Algemene Ledenvergadering (ALV).

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 44

Instituut Fysieke Veiligheid De voorzitters van de veiligheidsregio’s, verenigd in het Veiligheidsberaad, vormen het algemeen bestuur van het IFV. De bestuursvoorzitter van VR NHN is lid van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een dagelijks bestuur. De voorzitter van het IFV is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. Het bestuur wordt gevormd door de directeuren van de veiligheidsregio’s. Daarnaast kent de coöperatie een algemene ledenvergadering.

2.12.5 Visie op verbonden partijen Een verbonden partij is voor de veiligheidsregio een instrument om de overgenomen maatschappelijke doelstellingen voor de aangesloten gemeenten te behalen. Bij het aansturen van een verbonden partij is het in ieder geval van belang dat: • Afspraken over taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, financieel en juridisch beleid worden vastgelegd (bijvoorbeeld in overeenkomsten of statuten); • Afspraken worden gemaakt over de frequentie en inhoud van de verantwoordingsinformatie; • De veiligheidsregio zich realiseert dat andere partijen die betrokken zijn bij de verbonden partij andere belangen kunnen hebben naast het gezamenlijk belang.

2.12.6 Beleidsvoornemens deelnemingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Er zijn bij de RAV NHN geen grote beleidsvoornemens te onderkennen. Het afgelopen jaar is het ingezette beleid voortgezet. Instituut Fysieke Veiligheid De beleidsvoornemens voor de veiligheidsregio’s liggen op het terrein van: - beleids- en bestuursondersteuning van de ambtelijke en bestuurlijke top - kennis ontwikkelen, makelen en borgen voor de professional in het veld - opleidingen, trainingen en oefeningen voor vakbekwaam worden en blijven faciliteren en verzorgen - talent- en leiderschapsontwikkeling bevorderen - materieel voor de veiligheidsregio's verwerven, beheren en organisatorisch inbedden - projectmanagement en (organisatie)advies Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De coöperatie zet in de eerste jaren van haar bestaan in op het verder uitrollen van haar activiteiten en het verzorgen van kwalitatief goed onderwijs. Daarnaast wordt getracht schaalvoordelen te behalen door het bundelen van de opleidingsactiviteiten.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 45

2.12.7 Eigen vermogen en resultaat RAV Uit de (concept) jaarstukken 2020 RAV blijkt dat zowel het eigen vermogen per 31 december 2020 als het exploitatiesaldo 2020 € 0 bedraagt.

Overzicht RAV Deel-

Nominaal

neming

belang

%

Bestuurlijk belang

Publiek doel

Wijziging in

Financieel belang

2019

RAV

€ 0 in

In 2019 was de directeur

Het leveren

In 2019

Uitgangspunt is dat

NHN

2016 is

Ambulancezorg

van

hebben zich

de vergoeding

het

bestuursvoorzitter. De

ambulance-

geen

/bevoorschotting aan

werkkapi-

directeuren van WK en

zorg voor de

wijzigingen

de vervoerder alleen

taal terug-

VR NHN zijn beide

gemeenten

in het beleid

plaats kan vinden als

gestort

tekeningsbevoegd voor

in Noord-

voor

deze ook voor de

aan de

het sluiten van

Holland-

gedaan.

coöperatie de

leden)

overeenkomsten

Noord

50%

Balans met

Balans met

VR NHN

VR NHN

ultimo 2019

ultimo 2020

(x 1.000)

(x 1.000)

Te verrekenen RAV 2.854 D

afgesproken cashflow heeft gegenereerd.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 46

2.641 D

2.13 Vennootschapsbelasting 2.13.1 Inleiding 2.13.2 Wat wilden we bereiken in 2020 2.13.3 Wat gaan we nog doen

2.13.1 Inleiding Overheidsondernemingen zijn vanaf 1 januari 2016 in principe belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (VpB). Hiermee is voor de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN) de noodzaak ontstaan om voor al haar activiteiten te beoordelen of zij daarbij een onderneming drijft. Gebleken is dat voor de jaren 2016 tot en met 2018 alle activiteiten ofwel onder een vrijstelling vielen, ofwel verlieslatend zijn en daarmee geen sprake is van een onderneming in de zin van de Vennootschapsbelasting. Over genoemde jaren hebben we dan ook een nihil-aangifte ingediend. Voor 2016 en 2017 is reeds een definitieve (nihil-) aanslag ontvangen.

2.13.2 Wat wilden we bereiken in 2020 De aangifte over het jaar 2018 is tijdig ingediend. In de dossieropbouw is extra tijd gaan zitten in de analyse op de activiteit ‘Ambulancezorg’: deze activiteit is niet vrijgesteld van vennootschapsbelasting en aangezien zowel 2018 als 2019 met een batig saldo zijn afgesloten dreigde een belastingafdracht te ontstaan. Fiscale bepalingen met betrekking tot verrekenbare verliezen heeft dit voorkomen. Ook voor het aangiftejaar 2019, met een verlieslatend saldo is belastingafdracht niet aan de orde. Omdat het resultaat van de activiteit ‘Ambulancezorg’ wisselend verloopt is een afdracht voor de vennootschapsbelasting op korte termijn te verwachten. Het dossier voor aangiftejaar 2019 is nagenoeg compleet, waarna de aangifte tijdig ingediend zal worden.

2.13.3 Wat gaan we nog doen Ten behoeve van de jaarrekening 2020 is opnieuw een quickscan uitgevoerd; hieruit blijkt dat de verschillende activiteiten een consistent beeld met de afgelopen jaren laten zien. Vooralsnog wordt aangenomen dat over het jaar 2020 aangifte moet worden gedaan voor de activiteit ‘Ambulancezorg’. Voor het verstrijken van de eerste aangiftedatum zal een voorlopige aangifte worden gedaan, waarbij tevens uitstel van de definitieve aangifte wordt aangevraagd. In de loop van 2021 zal dan het VpBdossier voor aangiftejaar 2020 worden samengesteld.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 47

2.14 Covid-19, de coronapandemie 2.14.1 Inleiding 2.14.2 Declaraties

2.14.1 Inleiding Zoals in het Dagboek van ons dagelijks werk (Bestrijding coronavirus) te lezen is, verkeert de veiligheidsregio al sinds 12 maart 2020 in een GRIP4-situatie. Vele acties die nadien zijn ontplooid waren er op gericht om de verspreiding van het virus zoveel mogelijk te voorkomen. Vanuit de veiligheidsregio is sinds dat moment de coördinatie van alle acties, de juridische invulling van afgekondigde maatregelen (17 noodverordeningen) en de communicatie daarover (nieuwsbrieven, abriposters, filmpjes op social media) ter hand genomen. Ook is een noodopvanglocatie ingericht in Heiloo voor langer durende quarantaine-opvang. Daarnaast had dit verstrekkende gevolgen voor de organisatie zelf. Voor het kantoorpersoneel is thuiswerken de norm geworden. Ook zijn er strakke protocollen over hoe de medewerkers op de beste manier zichzelf en anderen kunnen beschermen. Dit is vooral van belang voor het ambulance- en brandweerpersoneel tijdens uitrukken. Opleiden en oefenen is beperkt mogelijk. Persoonlijke contacten zijn tot een minimum beperkt: alle teambuildingsactiviteiten en diverse recepties en bijeenkomsten zijn afgezegd.

2.14.2 Declaraties De verschillende activiteiten veroorzaakten kosten die de organisatie normaliter niet maakt. Deze extra kosten kunnen worden gedeclareerd bij het ministerie VWS (veiligheidsregio) en de zorgverzekeraars (ambulancezorg). De betreffende uitgaven zijn gedaan onder verantwoordelijkheid van de directie. De declaraties die zijn opgesteld betreffen de kosten die voor externe gerichte activiteiten zijn gemaakt. Dit betreffen met name kosten voor juridisch advies en ondersteuning, extra kosten voor coördinerende activiteiten, kosten voor de extern gerichte communicatie, kosten voor de noodlocatie in Heiloo en persoonlijke beschermingsmiddelen bij uitrukken van ambulance en brandweer. De kosten die gemaakt zijn voor interne zaken worden door de veiligheidsregio zelf gedragen. Hier moet gedacht worden aan (hand)reinigingsmiddelen en bewegwijzering binnen de kantoorpanden. De totale kosten die gemaakt zijn, bedragen € 1.145.183. Het VR-deel bedraagt € 868.538, waarvan een bedrag van € 74.995 als intern (eigen rekening) wordt beschouwd en € 793.543 extern (declarabel). Het ambulancedeel bedraagt € 277.275 (volledig aangemerkt als declarabel). De declaraties dienen conform een voorgeschreven format te worden gedeclareerd. De declaratie inzake het ambulancedeel wordt door de RAV NHN gedaan namens het Witte Kruis en Ambulancezorg.

Het te declareren bedrag van de Ambulancezorg bedraagt € 277.275. Dit bedrag is vooralsnog niet in rekening gebracht bij de RAV, omdat de declaratie nog niet ingediend kon worden bij de zorgverzekeraars wegens het ontbreken van een format en richtlijnen. Genoemde post is opgenomen onder ‘Overlopende activa’, Overige vorderingen: Nog te factureren opbrengsten.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 48

De declaratie gericht aan het ministerie VWS voor het VR-deel ziet er als volgt uit: Kostensoort Coronahotels/centra Inkoop en distributie PBM Overige specifieke meerkosten Bedrijfsvoering (directie) Subtotaal Overige meerkosten Minder opbrengsten Totale kosten 2020

€ €

Opgave kosten 2020 35.215,44 112.965,67

€ € € € €

645.362,06 645.362,06 793.543,17

Het te declareren bedrag is op de balans opgenomen onder de post ‘Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk’.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 49

3. Jaarrekening 3.1 3.2 3.3

3.4

Balans per 31 december 2020 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar Toelichtingen: 3.3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 3.3.2 Toelichting op de balans 3.3.3 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over 2020 3.3.4 Analyse begrotingsafwijkingen en -rechtmatigheid Sisa-bijlage

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 50

3.1 Balans per 31 december 2020 (bedragen x €1.000) ACTIVA

31 december 2020

31 december 2019

Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Financiële vaste activa Overige langlopende leningen Totaal vaste activa

45.249

46.140

-

-

45.249

46.140

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen

1.645

870

4.168 54

5.512 211 5.867

Liquide middelen Kassaldi Banksaldi

2 223

6.593 1 202

225 Overlopende activa Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk Nog te ontvangen bijdragen van overige overheid Overige vorderingen

794 150 4.200

203 14 5 4.060

5.144

4.079

Totaal vlottende activa

11.236

10.875

TOTAAL ACTIVA

56.485

57.015

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 51

(bedragen x €1.000) PASSIVA

31 december 2020

31 december 2019

Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat

1.910 2.893 3.425

1.684 3.157 486 8.228

Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Egalisatievoorzieningen

359

5.327 6 333

359 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden

39.625

39.573

495

Totaal vaste passiva

339

4.347 40.120

43.920

48.707

49.586

Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar Overige kasgeldleningen Opgenomen gelden uit 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige schulden

-

-

-

5.580

5.479 5.479

Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend boekjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruitontvangen bedragen ten bate van volgende begrotingsjaren

5.580

2.066

1.648

139

133

94

68 2.299

1.849

Totaal vlottende passiva

7.778

7.429

TOTAAL PASSIVA

56.485

57.015

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 52

3.2 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar Inleiding In overeenstemming met het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten bestaat de resultatenrekening uit het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per programma zonder toegerekende overhead. De Veiligheidsregio kent zeven programma’s. Begroting 2020 (primair en na wijziging) In de vergadering van het algemeen bestuur d.d. 5 juli 2019 is de primaire begroting voor het jaar 2020 vastgesteld. De kolom 'Begroting 2020 na wijziging' betreft de begroting zoals vastgesteld op 4 december 2020 door het algemeen bestuur naar aanleiding van de 2e bestuursrapportage 2020. Te bestemmen resultaat Het te bestemmen voordelig resultaat van € 3.425.000 is als volgt opgebouwd: Jaarrekening 2020 Resultaten programma's incl. reserves/overhead

Baten

Lasten

Bedragen x €1.000 Reserves Overhead

Saldo

Programma Ambulancezorg Heffing Vpb Totaal programma Ambulancezorg

16.351 16.351

-13.943 -178 -14.121

-164

-1.463

-164

-1.463

Programma Brandweer Programma GHOR Programma Meldkamer Programma Risico- en crisisbeheersing Programma Zorg- en Veiligheidshuis Programma Dekkingsmiddelen taakvelden VR Overhead Algemene dekkingsmiddelen (Treasury) Onvoorzien Totaal programma's VR

7.632 13 1.810 15 816 49.310 1.127 15 60.738

-35.724 -1.172 -2.937 -2.411 -1.177 -16.372 -15 -59.808

-

Totaal

77.089

-73.929

781 -178 603

180

1.463

429

1.463

-28.092 -1.159 -946 -2.328 -361 49.310 -13.602 2.822

265

-

3.425

181 68

De gedetailleerde toelichting op het overzicht van baten en lasten en een analyse tussen de rekening 2020 en de begroting na wijziging is opgenomen in de toelichting op de programmarekening onder 3.3.3.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 53

3.3 Toelichtingen 3.3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Ter vergelijking opgenomen cijfers De vergelijkende cijfers van de balans per 31 december 2019 zijn overgenomen uit de jaarrekening 2019, vastgesteld door het algemeen bestuur op 3 juli 2020.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het BBV geeft. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Op basis van de verslaggevingsrichtlijnen RJZ zijn voor de programma’s ambulancezorg en meldkamer voorzieningen getroffen met betrekking tot arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume. Voor de overige programma’s van de VR is dit conform de BBV-richtlijnen niet het geval.

Toelichtingen en analyses op financiële overzichten en uitkomsten Conform het vastgestelde controleprotocol voor het verslagjaar 2020 zullen mutaties of afwijkingen die groter zijn dan de norm van €50.000, en voor zover dit noodzakelijk wordt geacht, nader worden toegelicht c.q. geanalyseerd.

Grondslagen voor waardering van de balans Vaste activa Materiële vaste activa De door de VR opgestelde ‘Nota activabeleid 2018’, door het algemeen bestuur vastgesteld in haar vergadering van 23 februari 2018, is van toepassing op het verslagjaar. De materiële vaste activa zijn investeringen met een economisch nut. Deze worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven over de verwachte economische levensduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Met afschrijven over de materiële vaste activa wordt begonnen in het jaar, volgend op het jaar waarin de investering is verworven of in gebruik is genomen. Verworven activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs van minder dan €15.000 worden niet geactiveerd.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 54

Voor wat betreft de investeringen Ambulancezorg en Meldkamer wordt aangesloten bij de vergoedingenstructuur van de NZA. Vanaf 2015 is een ondergrens van €2.500 van toepassing bij het programma ambulancezorg. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. Bij de waardering is in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde indien deze naar verwachting duurzaam is. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. De afschrijvingstermijn van tweedehands aangeschafte activa wordt bepaald aan de hand van de verwachte restant levensduur. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen (op hoofdlijnen) in jaren: Categorie

Termijn

Gebouwen - gebouwen

40-50

- aanpassing gebouwen

10-20

- componenten van gebouwen

8-20

- inrichting en aankleding van gebouwen

10-15

Voertuigen Dienstvoertuigen / piketvoertuigen

5-9

Brand- en rampbestrijdingsvoertuigen

9-20

Ambulancevoertuigen

6

Overige bedrijfsmiddelen Verbindingsmiddelen

3-6

Persoonlijke beschermingsmiddelen

5-10

Overige brandveiligheidsmiddelen

5-20

Voorzieningen ICT

3-10

Financiële vaste activa Leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald op basis van de geschatte inningskansen. De uitzettingen in ’s Rijks schatkist en de overige vorderingen zijn tegen de nominale waarde opgenomen. Liquide middelen en overlopende activa Deze activa worden tegen de nominale waarde opgenomen.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 55

Passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen is gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen zijn gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan een deel van de kapitaalgoederen, waarbij rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn (zie ook par. 2.9 Onderhoud kapitaalgoederen). Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met de in het verslagjaar gedane aflossingen. Vlottende passiva De vlottende passiva zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Grondslagen voor resultaatbepaling programmarekening Algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden opgenomen voor zover zij op balansdatum als gerealiseerd kunnen worden beschouwd. Lasten en risico's die hun oorsprong vinden in het verslagjaar en ten tijde van het opstellen van de jaarrekening bekend zijn, worden in het betreffende verslagjaar verwerkt. De lasten van de programma’s zijn inclusief BTW. Doorbetaling wettelijk budget NZa door RAV NHN De RAV NHN ontvangt sinds 2013 het wettelijk budget NZa. De RAV betaalt deze door aan haar leden voor hun aandeel hierin. De post NZa bestaat uit het Wettelijk budget aanvaardbare kosten. De ritprijs en het budget aanvaardbare kosten worden vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit in overleg met de zorgverzekeraars.

Overige grondslagen Wet Normering bezoldiging Topfuctionarissen Voor de uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de (semi)publieke sector (WNT) heeft de gemeenschappelijke regeling zich gehouden aan de Beleidsregel toepassing WNT. Vennootschapsbelasting Bij het bepalen van de aangifte vennootschapsbelasting wordt rekening gehouden met de voorgeschreven fiscale grondslagen.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 56

3.3.2 Toelichting op de balans Materiële vaste activa De materiële vaste activa betreffen allemaal investeringen met een economisch nut. Het verloop in het boekjaar was als volgt: Boekwaarde x €1.000 1-1-2020 Gronden en terreinen 1.942 Bedrijfsgebouwen 15.062 Vervoermiddelen 15.903 Machines, apparaten en installaties 1.610 Overige materiële vaste activa 11.623 Totaal 46.140

Desinvest./ Duurzame waardeverm. 690 3.132 6.897 28 12 1.582 1 8.479 3.863

Investeringen

Afschrijvingen 481 2.490 307 2.229 5.507

Boekwaarde 31-12-2020 1.252 11.449 20.282 1.291 10.975 45.249

Investeringen In bijlage 5.4 is een overzicht opgenomen van het totaal aan investeringskredieten. In dit overzicht zijn de bij burap 2020-2 bijgestelde kredieten opgenomen, alsmede de in 2020 gedane uitgaven. Desinvesteringen / Duurzame waardeverminderingen Desinvesteringen Verkoop gebouw, grond en installaties ambulancepost Wieringerwerf Terug verkoop brandweerkazerne Opmeer Terug verkoop brandweerkazerne Den Burg Terug verkoop brandweerkazerne de Cocksdorp Totall loss ambulancevoertuig Diverse kleine verkopen

67.000 1.124.000 2.186.000 421.000 19.000 16.000

Duurzame waardeverminderingen Afwaardering ambulancepost Den Helder (Kooypunt) o.b.v. taxatie Afwaardering wegens diefstal en gedeeltelijk afstoten materiaal

27.000 3.000

Financiële vaste activa De Veiligheidsregio heeft in 2020 geen financiële vaste activa.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar kunnen als volgt worden gespecificeerd: x €1.000 Vorderingen op openbare lichamen Af: voorziening oninbaarheid

31 december 2020 1.645 1.645

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Af: voorziening oninbaarheid

Totaal

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

31 december 2019 870 870

4.168 54 -

5.512 211 -

54

211

5.867

6.593

Pagina 57

De uitzettingen ’s Rijks schatkist betreffen de liquide middelen die het voor de VR geldende drempelbedrag van € 509.000 te boven gaan. Een verdere toelichting op deze post is opgenomen in paragraaf 2.10 Financiering. Medio februari 2021 stond nog € 39.000 aan vorderingen open. Er zijn geen onvolwaardig geachte vorderingen.

Liquide middelen De liquide middelen kunnen als volgt worden gespecificeerd: x €1.000

31 december 2020

Kassaldi

31 december 2019 2

Saldi Bank Nederlandse Gemeenten Saldi overige banken

1

220 3

200 2

Totaal

223

202

225

203

Om het liquiditeitenbeheer te optimaliseren heeft de Veiligheidsregio een ‘overeenkomst financiële dienstverlening’ gesloten met de Bank Nederlandse Gemeenten op 23 februari 2004. Deze overeenkomst is per 27 november 2014 geactualiseerd.

Overlopende activa De overlopende activa kunnen als volgt worden gespecificeerd: x €1.000

31 december 2020

31 december 2019

Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk

794

14

Nog te ontvangen bijdragen van overige overheid

150

5

Overige vorderingen Nog te ontvangen bedragen Nog te factureren opbrengsten Te verrekenen RAV Loyalis levensloop Vooruitbetaalde bedragen Voorschotten overig

185 400 2.641 49 923 2

Totaal

5 393 2.854 20 776 12 4.200

4.060

5.144

4.079

De specificatie van de nog te ontvangen bijdragen van overige overheid is als volgt: x €1.000 Overige Bijdrage in resultaat ambu 2019 Totaal

Saldo 1-1-2020

Toevoeging Aanwending 5 5

150 150

-

Ontvangst / Afboeking

Saldo 31-12-2020

5 5

150 150

Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk Het bedrag van € 794.000 betreft de declaratie van de Covid-kosten die gemaakt zijn door VRNHN. Bijdrage in resultaat ambu 2019 Het restant resultaat 2019 is niet in rekening gebracht, maar zou in 2020 worden verrekend met de naar verwachting positieve resultaat van dat jaar. Het resultaat over 2020 is € 903.000 positief (voor eventuele vennootschapsbelasting), zodat de schuld kan worden vereffend.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 58

Overige vorderingen De belangrijkste posten onder de overige vorderingen zijn: • Nog te ontvangen bedragen, subsidie ZonMW • Nog te factureren opbrengsten, verbouwing kazerne Hoorn • Nog te factureren opbrengsten, declaratie Covid ambulancezorg • Te verrekenen RAV, voorschotten december, eindafrekening 2020 • Vooruitbetaalde bedragen, diverse licenties en support ICT • Vooruitbetaalde bedragen, verzekering wagenpark 2021

139.000 123.000 277.000 2.641.000 472.000 276.000

Eigen vermogen Van het eigen vermogen kan het volgende overzicht worden gegeven: x €1.000 Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat Totaal

Saldo 1-1-2020 Toevoeging 1.684 3.157 469 486 3.425 5.327 3.894

Bestemming resultaat 226 -486 733 -260

Onttrekking 733

Saldo 31-12-2020 1.910 2.893 3.425 8.228

Hierna volgt per reserve een nadere specificatie en toelichting. Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit de ‘Algemene reserve Veiligheidsregio Noord-Holland Noord’ en de ‘Algemene reserve ambulancezorg’. x €1.000 Algemene reserve Veiligheidsregio Algemene reserve Ambulancezorg Totaal

Saldo 1-1-2020 Toevoeging 1.684 1.684 -

Bestemming resultaat 226 226

Onttrekking

Saldo 31-12-2020 1.910 1.910

De aangegeven mutaties (resultaat 2019) betreffen de uitvoering van het door het algemeen bestuur genomen besluit inzake de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2019 in haar vergadering van 3 juli 2020. Bestemmingsreserves Van de bestemmingsreserves kan het volgende overzicht worden gegeven: x €1.000 Kwaliteitsverbet. Brandweerscholing Verslaggevingsverschillen BBV-RJZ Personele frictiekn./mobiliteitsbeleid Landelijke Meldkamerorganisatie Staat van de rampenbestrijding Automatisering&Informatiebeveiliging Totaal

Saldo 1-1-2020 Toevoeging 57 1.412 469 1.055 186 212 235 3.157 469

Onttrekking

Bestemming resultaat

300 186 67 180 733

-

Saldo 31-12-2020 57 1.581 1.055 145 55 2.893

Kwaliteitsverbetering brandweerscholing De ontvangen ESF gelden voor de kwaliteitsverbetering van de brandweerscholing zijn opgenomen in de reserve ‘Kwaliteitsverbetering brandweerscholing’. De verkregen subsidie moet worden besteed aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs op regionale schaal, zoals geschetst in het landelijk visiedocument ‘kwaliteitsverbetering brandweerscholing’.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 59

Verslaggevingsverschillen BBV-RJZ Deze post heeft betrekking op de exploitatie van de ambulancezorg en meldkamer. In de reserve zijn verslaggevingsverschillen tussen Besluit Begroting en Verantwoording Gemeenten en Provincies (BBV) en de Regeling Jaarverslaggeving Zorginstellingen (RJZ) als volgt opgenomen: x €1.000 Vakantiegeld Verlofuren Persoonlijk levensfasebudget Meldkamer Persoonlijk levensfasebudget AZ Totaal

Saldo 1-1-2020 300 324 136 652 1.412

Toevoeging 183 5 281 469

Onttrekking 300

Saldo 31-12-2020 507 141 933 1.581

300

Personele frictiekosten/mobiliteitsbeleid Door het AB is op 2 december 2016 de reserve Frictiekosten verworven rechten ingesteld ten behoeve van de opvang van kosten in het kader van personele frictiekosten en mobiliteitsbeleid. De bijdrage van de gemeenten in de frictiekosten zijn in deze reserve gestort. In 2020 wordt niet onttrokken aan de reserve, omdat er voldoende incidentele middelen zijn om deze lasten op te vangen. Daarbij komt dat in de komende jaren het mobiliteitsbeleid meer invulling krijgt waarvoor dan de middelen ingezet gaan worden. Daarnaast was een bedrag geraamd ten behoeve van een mobiliteitstraject waar in 2020 geen uitvoering aan is gegeven. Landelijke Meldkamerorganisatie De reserve is ingezet voor het egaliseren van de frictie- en éénmalige kosten vanwege de vorming van een gezamenlijke meldkamer Noord-Holland. Het restant is in 2020 vrijgevallen ter dekking van nog optredende frictiekosten. Staat van de rampenbestrijding Uit het rapport ‘Staat van rampenbestrijding 2016’ van de Inspectie Veiligheid en Justitie blijkt dat we de kwaliteit van de taakuitvoering op niveau moeten brengen. We willen investeren in vakbekwaamheid (profchecks, portfolio en team resource management) en informatiemanagement (geografische informatiesystemen, business intelligence en adviesvaardigheden).

Hier ligt een inhoudelijk verbeterplan aan ten grondslag (goedgekeurd door DB) waaraan in 2021 verder uitvoering wordt gegeven. Automatisering & Informatiebeveiliging Bij het op orde brengen van de bedrijfsvoering zijn grote stappen gezet. Ook bij de automatisering en informatiebeveiliging was veel gerealiseerd, maar het gewenste niveau nog niet bereikt. Dit werd ook onderschreven door de accountant. Om aan de steeds hogere eisen te voldoen, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming, is deze reserve ingesteld. De verbeteringen zijn met name in 2020 doorgevoerd. Gerealiseerde resultaat Het gerealiseerde resultaat over 2020 (€ 3.425.000 voordelig) is verantwoord onder de reserve gerealiseerde resultaat in afwachting van de besluitvorming over de bestemming hiervan. Het resultaat bestaat uit de componenten: • Resultaat Veiligheidsregio 2.822.000 voordelig • Resultaat Ambulancezorg 603.000 voordelig (na belastingen)

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 60

Voorzieningen Het verloop van de voorzieningen in het verslagjaar was als volgt: x €1.000 Verplichtingen, verliezen en risico's Egalisatievoorzieningen Totaal

Saldo 1-1-2020

Toevoeging 6 333 58 339 58

Onttrekking 6 10 16

Saldo 31-12-2020

Vrijval 22 22

359 359

Hierna volgt per voorziening een nadere specificatie en toelichting. Verplichtingen, verliezen en risico's

x €1.000 Afkoopsom gewest medewerker Totaal

Saldo 1-1-2020

Toevoeging 6 6 -

Onttrekking 6 6

Vrijval

Saldo 1-1-2020 Toevoeging 333 58 333 58

Onttrekking 10 10

Vrijval

Saldo 31-12-2020 -

-

22 22

Saldo 31-12-2020 359 359

Egalisatievoorzieningen x €1.000 Voorziening groot onderhoud gebouw Totaal

De egalisatievoorziening is gevormd ten behoeve van het groot onderhoud van de vier ambulanceposten in eigendom: Den Helder, Wognum, Wieringerwerf en Hoogkarspel. Jaarlijks wordt een storting gedaan en vindt onttrekking plaats voor gemaakte onderhoudskosten. Door de verkoop van de post Wieringerwerf is de toevoeging verlaagd (€ 5.000) en het daarvoor opgebouwde bedrag (€ 22.000) vrij gevallen.

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Het verloop van de langlopende schulden was in het verslagjaar als volgt: x €1.000 Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden Totaal

Saldo 1-1-2020

Vermeerdering

Aflossing

Saldo 31-12-2020

39.573

5.000

4.948

39.625

4.347 43.920

5.000

3.852 8.800

495 40.120

De geldleningen zijn afgesloten bij de Bank Nederlandse Gemeenten en een viertal gemeenten. Dit laatste in verband met de financiering van overgenomen kazernes. In de bijlage 5.5 is een overzicht van de langlopende geldleningen opgenomen. De verwachte aflossingen in 2021 (x € 1) bedragen: - Binnenlandse banken (BNG) 11.665.769 - Openbare lichamen (gemeenten) 495.576

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 61

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar x €1.000

31 december 2020

31 december 2019

Overige kasgeldleningen

-

-

Opgenomen gelden uit 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

-

-

Overige schulden Handelscrediteuren Loonheffing Sociale lasten en pensioenen Te betalen/verlegde BTW

1.423 3.550 487 19

Totaal

2.442 2.650 476 12 5.479

5.580

5.479

5.580

Overige schulden Ultimo februari 2020 stond nog een totaalbedrag open van € 12.000 als nog te betalen.

Overlopende passiva De overlopende passiva kunnen als volgt worden gespecificeerd: x €1.000 Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend boekjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Nog te betalen bedragen Nog te betalen bedragen personeel Nog te betalen VOP Reservering personeelslasten Te verrekenen FLO-overgangsrecht VWS Belastingverplichting Vpb (ambulancezorg) Te verrekenen MKNH

31 december 2020

31 december 2019

806 653 22 276 88 178 43

1.095 231 154 164 4 2.066

1.648

Van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

139

133

Overige vooruitontvangen bedragen ten bate van volgende begrotingsjaren

94

68

2.299

1.849

Totaal

Verplichtingen De verplichtingen betreffen op balansdatum een totaalbedrag van € 2.066.000. Het betreffen met name in 2020 ontvangen facturen c.q. geraamde verplichtingen (€ 806.000) waarvan de lasten op het verslagjaar drukken. Ultimo februari 2021 stond nog een bedrag van € 255.000 open. De nog te betalen bedragen personeel (13e run) zijn ook afgewikkeld.

DOC-P&C: Jaarstukken 2020

Pagina 62

Van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen In 2020 is een aanvullende aanvraag gehonoreerd. Daarnaast zijn de betreffende werkzaamheden vanuit de financiering van zowel 2019 als 2020 uitgevoerd. Het restant kan worden besteed in 2021. x €1.000 Nog te best. subs. OGGZ v.a. 2019 Totaal

Saldo 1-1-2020 Toevoeging 133 220 133 220

Onttrekking 214 214

Vrijval -

Saldo 31-12-2020 139 139

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Huurverplichtingen Hertog Aalbrechtweg 22 te Alkmaar Met ingang van 1 maart 2015 huurt de Veiligheidsregio voor een periode van 15 jaar het pand Hertog Aalbrechtweg 22. Het pand is samen met de GGD betrokken. De totale oppervlakte van het pand is 5.200 m2. De GGD is voor 15 jaar onderhuurder van het pand. Met de belastingdienst is afgestemd dat alle kosten die samenhangen met het pand worden verdeeld tussen de Veiligheidsregio (53%) en de GGD (47%) zonder dat hierover onderling BTW hoeft te worden berekend (overeenkomst kosten gemene rekening Centrale Huisvesting). De huur is opgebouwd uit drie elementen; basisgebouw, inbouwpakket en noodstroomvoorzieningen. De huur voor het basisgebouw bedraagt € 728.921 (prijspeil 2020) en wordt jaarlijks geïndexeerd. Aan GGD HN wordt een bedrag van € 342.593 (47%) doorbelast. De kosten van het Inbouwpakket en noodstroomvoorziening zijn door de verhuurder op basis van een 15 jarige annuïteit voorgefinancierd. De kosten bedragen € 202.721 (prijspeil 2020). Hiervan komt € 95.279 voor rekening van de GGD. De annuïteit op de voorfinanciering van het inbouwpakket wordt jaarlijks geïndexeerd. De annuïteit van de noodstroomvoorziening is vrij van indexatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10634544/1