CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

07A Uitwerking onderzoek inkomensafhankelijke bijdrage Wmo Stede Broec def

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Samenleving4.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek naar het toepassen van financiële (draag)kracht en zelfredzaamheidcriterium voor de Wmo bij toewijzing van de huishoudelijke hulp

Inleiding Het CDA Stede Broec (CDA) en Open en Duidelijk Stede Broec (ODS) hebben in de raadsvergadering van 27 mei 2021 een motie vreemd ingediend met als onderwerp: ‘toepassen van financiële (draag)kracht en zelfredzaamheidcriterium voor de Wmo bij toewijzing van de huishoudelijke hulp’. De motie is aangenomen tijdens de raadsvergadering van 27 mei 2021. In de betreffende motie constateren het CDA Stede Broec en Open en Duidelijk Stede Broec (ODS) dat: 

Bij de laatste themasessie sociaal domein is aangegeven dat de kosten voor de WMO fors gestegen zijn sinds de invoering van het abonnementstarief. Ongeveer € 300.000 boven budget voor 2020 en waarschijnlijk € 400.000 boven budget voor 2021. Er voor deze stijging geen voldoende compensatie vanuit het rijk meegekomen is met de wijziging van de wet, waarin de inkomenstoets is afgeschaft en het abonnementstarief is ingevoerd. Gezien de financiële tekorten binnen met name het sociaal domein, een verder risico zoals hierboven is aangegeven, niet acceptabel is.

Overwegende dat:      

Het niet kan zijn dat we nog meer financiële tekorten krijgen; Het risico wordt veroorzaakt doordat financieel draagkrachtigen gebruik maken van voorzieningen door het abonnementstarief; Door het toepassen van het eigen (draag)kracht en zelfredzaamheidcriterium de mensen die het zelf kunnen betalen niet onevenredig worden geraakt; Daarmee de voorzieningen voor degenen die dit nodig op basis van het geringe inkomen niet in gevaar komen; Er meerdere gemeenten zijn die deze stap nemen of reeds genomen hebben; Een andere mogelijke stap, namelijk een budgetplafond of wachtlijst minder gewenst is, aangezien dit ook de minder draagkrachtigen zal raken.

Verzoekt het College: 1) Te onderzoeken hoe financiële (draag)kracht en zelfredzaamheid in de WMO kan worden meegewogen bij de toewijzing van de huishoudelijke hulp. 2) De uitslag van dit onderzoek en de conclusie zo snel mogelijk aan de raad voor te leggen. Het College heeft op basis van deze motie toegezegd een onderzoek te laten uitvoeren. Dit onderzoek richt zich op de uitwerking van de mogelijkheden en onmogelijkheden of de financiële (draag)kracht en zelfredzaamheid in de Wmo kan worden meegewogen bij de toewijzing van de huishoudelijke hulp. In dit onderzoek spreken we om de leesbaarheid te vergemakkelijken soms ook van het invoeren van een inkomenstoets.

1

Het onderzoek is ambtelijk uitgevoerd met kennis, inzichten van raadpleging van externe partijen zoals het CAK, raadpleging Schulinck, beoordeling wet- en regelgeving en consultatie bij andere gemeenten.

Wet maatschappelijke ondersteuning Op 23 april 2019 heeft de Eerste Kamer het voorstel aangenomen tot wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 inzake de bijdrage voor maatschappelijke ondersteuning en de beoordeling voor de verstrekking van de maatwerkvoorziening. Staatsblad 2019/185: https://www.eerstekamer.nl/9370000/1/j9vvkfvj6b325az/vkyq7qdhhjwg/f=y.pdf Hiermee is het zgn. abonnementstarief ingevoerd waarbij inwoners een vast maximum eigen bijdrage betalen voor Wmo-voorzieningen. Het inkomen wordt als gevolg hiervan voortaan niet meer betrokken bij het vaststellen van de hoogte van de eigen bijdrage. In artikel 2.1.4, derde lid, van Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is geregeld welke algemene voorzieningen onder het abonnementstarief vallen. De wet laat, bij de beoordeling of een inwoner van een gemeente in aanmerking komt voor hulp en ondersteuning op grond van deze wet, geen ruimte om de eigen financiële middelen van inwoners onder het begrip ‘eigen kracht’ te scharen (artikel 2.3.5 lid 3 Wmo 2015).

De huidige situatie Het abonnementstarief is een inkomensonafhankelijke eigen bijdrage aan Wmovoorzieningen en sinds 1 januari 2020 definitief van kracht. Het betekent dat inwoners die gebruik maken van een Wmo-maatwerkvoorziening een eigen bijdrage moeten betalen van € 19,- per maand. Deze bijdrage is inkomensonafhankelijk. De inning van de eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het CAK. Sinds de invoering van het abonnementstarief constateren gemeenten een toename van het aantal Wmo-aanvragen. Uit onderzoeken van Significant en het CBS blijkt dat sinds de invoering van het abonnementstarief vooral onder mensen met een relatief hoog inkomen, sprake is van een stijging in het aantal aanvragen voor huishoudelijke hulp. Gemeenten zien in zijn algemeenheid een toename van de kosten in de Wmo als gevolg van toename van het aantal ondersteuningsvragen en een afname van inkomsten op de eigen bijdrage. De veronderstelling is dat dit gegeven bij de meeste gemeenten onder meer een tekort op de locale budgetten Wmo veroorzaakt. Vóór de invoering van het inkomensonafhankelijke Wmo-abonnementstarief, oordeelde de Centrale Raad van Beroep (CRvB) dat gemeenten het inkomen niet mogen laten meewegen bij de beoordeling of iemand als dan niet zelfredzaam is en/of over voldoende eigen kracht bezit. Het voeren van inkomensbeleid is en blijft een verantwoordelijkheid van het Rijk.

Daarmee lijkt het invoeren van een toets voor het beoordelen van de financiële (draagkracht) waarmee de hoogte van het inkomen meegewogen wordt in de toekenning van een Wmovoorziening, op juridische gronden niet mogelijk. Invoeren van een inkomensafhankelijk tarief – Krimpen aan den IJssel en Leusden De gemeente Krimpen aan den IJssel en de gemeente Leusden hebben gekozen voor het wijzigen van de locale Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning door invoering van een beoordeling van de eigen financiële mogelijkheden bij verstrekkingen van de 2

maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. Deze gemeenten hebben inmiddels een inkomensafhankelijke bijdrage ingevoerd. Zowel Krimpen aan den IJssel als Leusden zien binnen de Wmo ruimte om te kijken naar de financiële mogelijkheden van de aanvrager van een voorziening. Het gaat daarbij in de breedte om de vraag in hoeverre de cliënt in staat is om zelf een oplossing voor de geconstateerde beperking te vinden. Krimpen aan den IJssel en Leusden willen die door hen veronderstelde beleidsruimte benutten. Ook de juristen van de VNG menen dat die juridische ruimte er is en ondersteunen gemeenten die het abonnementstarief wensen af te schaffen. Standpunt van minister de Jonge van VWS Meerdere gemeenten hebben inmiddels aangegeven het Wmo abonnementstarief te willen afschaffen. VWS heeft aangegeven zich te beraden op (juridische) stappen tegen gemeenten die het abonnementstarief (willen) afschaffen. En ook tegen gemeenten die het inkomen van inwoners willen laten meewegen bij de beoordeling van een aanvraag voor huishoudelijke ondersteuning. Het is, zo stelt de minister, wettelijk verboden om het inkomen mee te laten wegen bij de beoordeling van een Wmo-voorziening zoals huishoudelijke hulp.

Demissionair minister de Jonge van VWS heeft als reactie op de besluiten van de gemeente Krimpen aan den IJssel en Leusden gedreigd met het instellen van interbestuurlijk toezicht als deze gemeenten hun besluiten niet ongedaan maken. Leusden en Krimpen aan den IJssel blijven het inkomen meewegen van inwoners die huishoudelijke hulp via de Wmo aanvragen. Zij negeren daarmee de eis van minister De Jonge (VWS). De demissionair minister wil de besluiten van beide gemeenten voor vernietiging voordragen bij de Kroon, als beide gemeenten hun beleid niet wijzigen. Zowel Krimpen aan den IJssel als Leusden handelen volgens de minister in strijd met de Wmo2015 omdat het inkomen niet mag worden meegewogen. ‘De Wmo 2015 laat, bij de beoordeling of een inwoner van een gemeente in aanmerking komt voor hulp en ondersteuning op grond van deze wet, geen ruimte om de eigen financiële middelen van inwoners onder het begrip ‘eigen kracht’ zo stelt de minister. Beide gemeenten zijn gesommeerd hun besluit terug te draaien. Vóór 15 oktober 2021 moeten de twee gemeenten de minister laten weten wat ze doen. Krimpen aan den IJssel stelt dat de gemeente de plicht om inwoners te ondersteunen die niet zelfredzaam zijn. Als een inwoner voldoende inkomen heeft, kan hij of zij zelf huishoudelijke hulp regelen en betalen en is dus volgens deze gemeente voldoende zelfredzaam.

Leusden stelt dat stelt dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. In Leusden zijn vier op de tien aanvragers naar schatting financieel draagkrachtig genoeg om zelf een hulp te regelen en te betalen. Wat in de argumentatie van zowel Krimpen aan den IJssel als Leusden meespeelt is dat beide gemeenten stellen dat de argumentatie van de minister tegen een inkomenstoets naar achterhaalde jurisprudentie verwijst. De rechtelijke uitspraken dateren volgens deze gemeenten van vóór de invoering van het Wmo-abonnementstarief. In tegenstelling tot wat er in de Memorie van Toelichting van de Wmo2015 staat, heeft het Rijk de eigen bijdrageregeling gewijzigd. Voorheen werd het inkomen wel meegewogen. Nu het kabinet in 2019 de eigen bijdrageregeling (inkomensafhankelijk) heeft geschrapt is er naar de mening van Krimpen aan den IJssel en Leusden ruimte ontstaan om het inkomen mee te wegen.

3

Meerdere gemeenten lijken te volgen Meerdere gemeenten zijn voornemens een inkomenstoets voor huishoudelijke hulp in te voeren. In de gemeente Beesel is de raad medio juni 2021 akkoord gegaan met het voorstel een inkomenstoets te hanteren, Alphen aan den Rijn wil vanaf januari 2022 een inkomenstoets invoeren. Amsterdam denkt aan een werkwijze om aanvragen van mensen die de hulp zelf zouden kunnen betalen, af te wijzen. In de gemeente Goes heeft de gemeenteraad een besluit genomen over de Verordening Wmo waarbij inwoners geen huishoudelijke hulp meer krijgen als ze die korter dan zes maanden nodig hebben. Ook inwoners met een hoog inkomen hoeven niet meer bij de gemeente voor huishoudelijke hulp aan te kloppen. Mensen die het afgelopen half jaar een particuliere hulp hadden kunnen in Goes een Wmo-aanvraag voor huishoudelijke hulp vergeten. Inwoners met een jaarinkomen hoger dan 150% van de bijstandsnorm krijgen in Goes geen huishoudelijke hulp vanuit de Wmo. Ditzelfde geldt voor inwoners met een vermogen dat 150% boven de bijstandsnorm ligt. Ook als uit onderzoek van de gemeente blijkt dat inwoners, die een Wmo-aanvraag hebben ingediend, hoogstwaarschijnlijk een beroep kunnen doen op hulp en/of ondersteuning vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Zorgverzekeringswet (Zvw), moeten ze eerst daar aankloppen.

Pas als er sprake is van een afwijzing neemt Goes een besluit over een Wmo-aanvraag. Inwoners moeten zo veel als mogelijk zelf iets regelen, of gebruik maken van een algemene voorziening. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening. Landelijke cijfers CBS Sinds de invoering van het Wmo-abonnementstarief – een inkomensonafhankelijke eigen bijdrage van maximaal € 19 per maand – stijgt het aantal aanvragen. In 2018 kregen bijna 391.000 Nederlanders huishoudelijke hulp; in 2020 was dat toegenomen tot ruim 496.000, zo blijkt uit de meest actuele CBS-cijfers (mei 2021). Een deel van die groei komt volgens het CBS op het conto van mensen met midden- en hoge inkomens, zo blijkt uit die cijfers (zie onderstaande tabel).

Uit deze tabel blijkt dat 42% van de cliënten (213.000) met huishoudelijke hulp een inkomen hebben lager dan het sociaal minimum. 58% van de cliënten (283.120) hebben een inkomen hoger dan het sociaal minimum.

4

Wettelijk sociaal minimum Het wettelijk sociaal minimum voor huishoudens (gehuwd/gelijkgesteld) bedraagt maandelijks € 1.701,07, jaarlijks is dat een bedrag van € 20.412. (bron: UWV per 1 juli 2021)

Locale cijfers Stede Broec op basis van de CAK-rapportage Aantal inwoners met een Wmo-voorziening Stede Broec heeft volgens de CAK-rapportage (2021-07) 21.726 inwoners, waarvan er 747 inwoners gebruik maken van de Wmo. (tabel 1) Het percentage inwoners dat gebruik maakt van een Wmo-voorziening is 3,44% en is daarmee lager dan het landelijke gemiddelde (3,77%)

Tabel 1

Aantallen en categorieën per type huishouden De aantallen zijn door het CAK gecategoriseerd in aantallen per type huishouden. (tabel 2) Meerpersoonshuishoudens die niet AOW-gerechtigd zijn vallen onder de wettelijke vrijstelling.

Tabel 2

5

Type vrijstelling De gemaakte analyse op basis van het CAK-rapport 2021-07 geeft het volgende beeld. (tabel 3) 40,3% van de huishoudens heeft geen vrijstelling voor betaling van een eigen bijdrage, iets minder dan 60% van de huishoudens heeft geen vrijstelling en betaald een eigen bijdrage. Type Vrijstelling Geen vrijstelling meerpersoonshuishoudenNietAowGerechtigd Minderjarigheid Samenloop WLZ Samenloop BW Gemeenteliljk Minimabeleid Covid-19

2021-01 2021-02 2021-03 2021-04 2021-05 2021-06 2021-07 gemiddelde/maand 2021 Percentage 237 273 277 280 279 281 284 276,33 40,30% 70 72 73 74 73 73 75 72,92 10,63% 9 9 9 9 8 8 8 8,33 1,22% 45 46 48 48 50 50 51 49,50 7,22% 1 0 0 1 0 0 0 0,17 0,02% 0 0 0 0 0 0 0 0,00 0,00% 26 293 300 300 303 303 302 278,50 40,61% 0 0 0 0 0 0 0 0,00 0,00% 388 693 707 712 713 715 720 100,00%

Tabel 3

Verdeling bijdrageplichtige inkomens per huishouden Van de 720 huishoudens die een Wmo-voorziening zijn er 284 huishoudens (ongeveer 40%) die gebruik maken van een Wmo-voorziening. Zij hebben geen vrijstelling en betalen een eigen bijdrage van € 19 per maand. 436 huishoudens hebben een vrijstelling. (< dan 60%) Ongeveer 70% van de huishoudens met een vrijstelling van betaling van de eigen bijdrage (302 huishoudens) vallen onder het minimabeleid en betalen ook geen eigen bijdrage.

Tabel 4

Het wettelijk sociaal minimum is vastgesteld op € 20.412. In de Verordening Wmo Stede Broec staat in artikel 8 dat inwoners in aanmerking komen voor vrijstelling van de eigen bijdrage bij een inkomen van minder dan 120% van het sociaal minimum.120% van het sociaal minimum is een bedrag van € 24.494. 64% van de bijdrageplichtige inkomens per huishouden vallen onder de vrijstelling van het betalen van de eigen bijdrage. 36% van de huishoudens heeft een hoger inkomen dan € 24.494. (tabel 4) In tabel 5 is de opgelegde, gecorrigeerde en geïnde eigen bijdrage per zorgperiode opgenomen. Er is gekozen voor een overzicht vanaf 1 januari 2020 tot en met juli 2021. In de maanden april en mei 2021 zijn er als gevolg van Corona door het CAK, landelijk, geen eigen bijdragen geïnd. In totaal is er over 17 zorgperiodes een eigen bijdrage geïnd van in totaal € 78.822. Dat is een gemiddelde aan inkomsten voor de gemeente van € 4.283,68 per zorgperiode. 6

Tabel 5

Een exacte berekening op basis van dezelfde grondslagen kan niet gemaakt worden om de CBS-cijfers spreken over het aantal cliënten en het CAK over huishoudens. Haalbaarheidsonderzoek naar het toepassen van financiële (draag)kracht en zelfredzaamheidcriterium voor de Wmo bij toewijzing van de huishoudelijke hulp: consequenties en impact Kernvraagstuk is of de gemeente de financiële (draag)kracht en – zelfredzaamheid kan en mag worden betrokken bij de toekenning van de huishoudelijke hulp. De navolgende aspecten zijn nader onderzocht. Beleidsmatig Landelijk beleid: invoering van het abonnementstarief in 2020 Mensen met een beperking of chronische ziekte hebben vaak te maken met verschillende kosten in de zorg. Bijvoorbeeld door het eigen risico voor de zorgverzekering en de eigen bijdrage voor de Wmo. De overheid heeft wil iets doen aan deze stapeling van eigen bijdragen. Vanaf 2020 is de eigen bijdrage in de Wmo voor de meeste hulp en ondersteuning van maximaal € 19 per maand ingevoerd. (het zgn. abonnementstarief) De wetgever heeft beoogd dat de totale kosten van de zorg voor veel mensen met een beperking of chronische ziekte lager wordt. Locaal beleid In het huidige Wmo beleidsplan wordt uitgegaan van het volgen van de Wmo2015. In dit beleidsplan is het aspect financiële zelfredzaamheid niet opgenomen en ook niet het toepassen van een abonnementstarief.

Door een wetswijziging vanaf 2020 is de invoering van het abonnementstarief in Wmo2015 tot stand gekomen. In het de ‘Meerjarenvisie voor de samenleving 2020-2024’ streeft Stede Broec naar sociaaleconomische zelfredzaamheid naar vermogen van haar inwoners. Dit is verder (nog) niet concreet gemaakt. 7

In het Wmo beleidsplan 2022-2025 in ontwikkeling zal het aspect van de financiële zelfredzaamheid inwoners opgenomen worden. De gemeente biedt hulp en ondersteuning aan mensen die dat nodig hebben, maar stuurt sterker op wat mensen zelf kunnen (en hun eigen verantwoordelijkheid daarin) al dan niet met behulp van hun omgeving en wat in de locale infrastructuur beschikbaar is. Pas wanneer dat niet volstaat, wordt de mogelijkheid van een maatwerkvoorziening onderzocht. Onderzoek naar de financiële zelfredzaamheid maakt in de toekomst deel uit van het onderzoek naar de mogelijkheden tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening. Verordening Wmo Stede Broec In de Verordening Wmo Stede Broec zijn in artikel 2. de procedureregels toegang maatschappelijke ondersteuning vastgesteld: 1.Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5 van de wet of een inwoner in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening; 2.Het college kan nadere regels stellen omtrent de procedure tot toegang tot een maatschappelijke voorziening. Er wordt daarbij verwezen naar artikel 2.4.1 van de Wet maatschappelijke verordening waarbij gemeenten verplicht zijn een eigen bijdrage van maximaal € 19 per maand te hanteren.

Geen inning eigen bijdrage Een eigen bijdrage wordt niet geïnd wanneer er sprake is van: - financiële tegemoetkoming meerkosten (geen maatwerkvoorziening); - HHT (geen maatwerkvoorziening); - rolstoelvoorzieningen (niet toegestaan); - regiotaxipassen (ritbijdrage bij gebruik); - vervoersdiensten (hangen aan een arrangement); - vervoersvoorzieningen, voor zover dit een financiële tegemoetkoming betreft voor de (rolstoel)taxi of eigen auto. Dit is een bijdrage in de (meer)kosten en niet kostendekkend; - woonvoorzieningen: verhuiskostenvergoeding, is een bijdrage in de kosten en zeker niet kostendekkend. Vrijstelling Vrijstelling van de eigen bijdrage (wettelijk kader: Uitvoeringsbesluit Wmo artikel 3.8 lid 3) vindt plaats bij: - eigen bijdrage voor Wlz of beschermd wonen - als de cliënt minderjarig is;

8

- meerpersoonshuishouden waarvan er iemand niet AOW-gerechtigd is (ongeacht het inkomen); - bij gebruik van een rolstoel. Conclusie: op de meeste Wmo-voorzieningen wordt nu al geen eigen bijdrage geïnd. Zowel de landelijke wetgeving als het locaal beleid (beleidsplan en Verordening) staan het invoeren van een toets op de financiële (draag)kracht en – zelfredzaamheid niet toe. Juridisch Het invoeren van een toets op de financiële (draag)kracht en – zelfredzaamheid is strijdig met de wet. Het in strijd handelen met de wet kan leiden tot juridische procedures. Het ministerie van VWS zal interbestuurlijk toezicht opleggen en het genomen besluit ter vernietiging aan de Raad van State voorleggen. Dat laatste omdat in strijd wordt gehandeld met de wet. Verder zal het college van B&W aangesproken worden omdat zij een voorstel, strijdig met de wet, ter besluitvorming hebben voorgelegd aan de gemeenteraad. Mocht Stede Broec desalniettemin besluiten tot invoering van een toets op de financiële (draag)kracht en – zelfredzaamheid voor huishoudelijke hulp, dan zullen inwoners, bijgestaan door belangenbehartigers, raadslieden en juristen bezwaar en beroep aantekenen tegen het genomen besluit. Juridische procedures kosten veel tijd en geld. Buiten tijd en geld zorgt dit voor veel onrust bij inwoners met een Wmo-voorziening en zal dit voor de gemeente imagoschade geven.

Conclusie: het toetsen van de financiële (draag)kracht en zelfredzaamheid van inwoners en daarmee het invoeren van een inkomensafhankelijke bijdrage is strijdig met de wet. Verordening en beleidsregels Het invoeren een toetsing van de financiële (draag)kracht en zelfredzaamheid van inwoners bij Wmo huishoudelijke hulp vraagt ook het wijzigen van de Verordening en de beleidsregels. De Verordening en beleidsregels die de grondslag vormen van te nemen besluiten zullen gewijzigd moeten worden middels besluiten van respectievelijk de gemeenteraad en het college van B&W. Formele rol van de Adviesraad Sociaal Domein In het geval van een voorgenomen besluit tot toetsing van de financiële (draag)kracht en zelfredzaamheid van inwoners bij toekenning van huishoudelijke hulp zal een conceptbesluit voorgelegd moeten worden aan de Adviesraad Sociaal Domein. Financieel In de motie wordt gesteld dat: ‘het risico wordt veroorzaakt doordat financieel draagkrachtigen gebruik maken van voorzieningen door het abonnementstarief’. Uit nadere analyse van de cijfers blijkt dat het afschaffen van het abonnementstarief en het invoeren van een inkomensafhankelijke bijdrage, vergelijkbaar met het standpunt van Krimpen aan den IJssel, voor Stede Broec leidt tot een beperkt besparingseffect.

Op basis van de uitgangspunten zoals die in Krimpen aan den IJssel zijn gebruikt, is er een analyse gemaakt van de reële besparing van de onderstaande inkomensgrenzen op basis 9

van 17 zorgperioden. Het te besparen bedrag wordt geschat op € 12.794 over een periode van de 17 zorgperioden. Hetgeen maandelijks neerkomt op een te besparen bedrag van € 752,59.

De doelgroep die deze facturatie betreft is 40,30% (zie tabel 3) van het totale aantal dat gebruik maakt van de zorg. (per % van de afnemers is het een maandelijks bedrag van 4.283,647/40,3=106,294) Conclusie: het toepassen van een inkomenscriterium leidt niet tot een substantiële besparing op het Wmo-budget. Impact op de uitvoering Wanneer besloten wordt tot het invoeren van een toetsingscriterium voor de financiële (draag)kracht en het daarbij invoeren van een inkomensafhankelijke bijdrage heeft een zeer grote impact op de uitvoeringsorganisatie. Het invoeren van een dergelijk toetsingscriterium op de hoogte van het inkomen heeft de consequentie dat de uitvoering, de Toegang en de administratie de wijzigingen op cliëntniveau moeten verwerken in de interne systemen en de CAK-portal. Alle bestaande besluiten op individueel niveau zullen formeel-juridisch ingetrokken moeten worden hetgeen naar verwachting bezwaar en beroep zal opleveren. Alle huidige maatwerkbeschikkingen zullen op cliëntniveau gewijzigd moeten worden: voor het wijzigen van de huidige eigen bijdrage-systematiek en het opnieuw invoeren van het nieuwe besluit en een individuele beschikking aan betreffende inwoners. De huidige inwoners met een Wmo-voorziening huishoudelijke hulp moeten administratief omgezet worden.

Alle cliënten met een beschikking voor huishoudelijke hulp moeten een nieuwe beschikking krijgen voor de nieuwe inkomensafhankelijke bijdrage. Dat vraagt initieel extra capaciteit en daarmee gepaard gaande extra kosten. De uitvoeringsorganisatie zal bij het invoeren van een inkomenstoetsing opnieuw op cliëntniveau herberekeningen moeten maken, deze in de systemen moeten doorvoeren en opnieuw beschikkingen opstellen. Alvorens te besluiten tot het invoeren van een toetsing op de financiële (draag)kracht en zelfredzaamheid van inwoners zal de gemeente eerst een besluit moeten nemen hoe een inkomenstoets en met welke drempelwaarden, eruit moet komen te zien. Conclusie: de uitvoeringsorganisatie zal extra capaciteit vragen om te komen tot uitvoering van het genomen besluit. Betrouwbaarheid en imagoschade Inwoners mogen ervan uit gaan dat de gemeente een betrouwbare partner is die binnen de wet- en regelgeving de Wmo uitvoert. In strijd handelen met de wet kan leiden tot wantrouwen van inwoners. Het invoeren van een inkomenstoets strijdig met de wet geeft een risico op te voeren juridische procedures en kan uiteindelijk leiden tot imagoschade voor de gemeente. 10

Risico-analyse Het invoeren van een inkomenstoets heeft risico’s in zich. De impact van de invoering daarvan is groot. Met name de juridische risico’s. Het financieel voordeel is beperkt. Als blijkt dat de gemeente het besluit op juridische gronden moet terugdraaien dan zal een exitstrategie nodig zijn om de uitvoeringsconsequenties terug te draaien. Dat vraagt een extra (en tweede) investering aan capaciteit, er is sprake van een desinvestering, en de geloofwaardigheid van de gemeente is in het geding. De invoering van een inkomenstoets heeft impact op de inwoners. Het binnen een korte tijd terugdraaien van deze beslissing zal veel onrust veroorzaken bij inwoners. Voordat een besluit over de invoering van toetsing van de financiële (draag)kracht en zelfredzaamheid van inwoners genomen kan worden, zullen ook de adviesraden hun advies over het besluit moeten kunnen geven. Conclusie Uit dit onderzoek blijkt dat het invoeren van een inkomenstoets iet leidt tot het gewenste resultaat om de financiële tekorten op de Wmo substantieel te verminderen. De gemeente handelt bij toepassing van een inkomensafhankelijke bijdrage in strijd met de wet, de juridische risico’s zijn groot evenals de impact op de uitvoering en de uitvoeringskosten.

Kort samengevat: - < 60% van de huishoudens met een Wmo-voorziening hebben een vrijstelling; 302 huishoudens daarvan vallen onder minimabeleid en betalen geen eigen bijdrage (± 70%); - berekend financieel effect op basis van het CAK-rapport: ± € 12.000-15.000 per jaar; de omvang van de inkomensklassen spelen daarbij een rol evenals de demografische opbouw en socio-economische parameters en de locale situatie; - invoering toets financiële draagkracht of zelfredzaamheidscriterium leidt niet tot substantiële besparing op het budget; - het vaststellen van een inkomensgrens is arbitrair en vereist een meer dan goede (juridische) onderbouwing; de vraag is waarom een inkomenstoets in te voeren voor huishoudelijke hulp en niet bij andere Wmo-voorzieningen; - gezien het beperkte besparingspotentieel zullen de uitvoeringskosten naar verwachting hoger zijn dan de te verwachten besparing. Advies Het impact van een besluit tot invoering van toetsing van financiële (draag)kracht en zelfredzaamheidcriterium voor de Wmo bij toewijzing van de huishoudelijke hulp is groot en niet eenvoudig, noch snel te realiseren. Voordelen wegen niet op tegen de nadelen. Het advies aan het College van B&W is om de gemeenteraad de invoering van deze motie, te ontraden.

11

Alternatieven Er zijn landelijk sterke signalen dat het zgn. abonnementstarief mogelijk wordt afgeschaft. Daarop kan niet op vooruit gelopen worden. Een alternatief kan zijn te wachten op een landelijk besluit tot afschaffing van het abonnementstarief. Er zijn ook alternatieven om de vraag naar Wmo-maatwerkvoorzieningen en financiële tekorten binnen de Wmo te beperken. Een aantal van die alternatieven zijn: - het ontwikkelen een goede locale basisinfrastructuur waarbij maatwerkaanvragen afgeschaald worden naar voorliggende voorzieningen; - het heroverwegen van het minimabeleid; is de drempel van 120% van wettelijk sociaal minimum nog (langer) houdbaar?; - bekijken welke voorzieningen we voorliggend, al dan niet met Ons Stede Broec kunnen inzetten in plaats van maatwerkvoorzieningen; - instellen budgetplafonds of wachtlijsten; - het invoeren een zelfredzaamheidsinstrument (niet zijnde toetsing van de financiële zelfredzaamheid) om de zelfredzaamheid van inwoners te toetsen; er zijn verschillende instrumenten denkbaar.

Het betekent het invoeren van een nieuw instrument naast alle andere gebruikte systemen hetgeen voor de uitvoering een extra werkbelasting meebrengt; - huishoudelijke hulp inzetten als een voorliggende voorziening; inwoners zullen dan zelf de kosten voor huishoudelijk hulp moeten gaan betalen; een voorliggende voorziening is geen maatwerkvoorziening; - met de raad in gesprek raken over de graad van ondersteuning die binnen de Wmo geboden wordt en de mogelijkheid om waar mogelijk ‘strenger’ te indiceren, rekening houdend met de meest schrijnende gevallen, danwel een het voeren van een juridische strijd die dan mogelijk ontstaat; In het Wmo-beleidsplan in ontwikkeling zullen mogelijke maatregelen om de financiële tekorten binnen de Wmo te beperken, uitgewerkt worden.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10911850/1