07A Concept Kadernota SED 2022 vs 2-12-2020
Tekst van het document
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING: SED Organisatie Hoofddoelstelling Onze missie: Samen werken aan een prettige woon- werk- en leefomgeving. SED staat voor adequate dienstverlening aan de inwoners en een krachtige en deskundige ondersteuning aan de besturen van Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Onze visie: medewerkers en de SED organisatie zijn vitaal, Omgevingsgericht en leggen slimme verbindingen voor inwoners, ondernemers en gemeentebestuur in een omgeving die constant in beweging is.
Algemeen Dit is de Kaderbrief van de Gemeenschappelijke Regeling SED Organisatie voor 2022. Hierin zijn de kaders en uitgangspunten voor het opstellen van de Begroting 2022 opgenomen, evenals nieuwe ontwikkelingen die we in 2022 voorzien en die in de begroting 2022 leiden tot voorstellen voor nieuw beleid met bijbehorende budgetten.
Doelstellingen: wat willen we bereiken in 2022 – 2025 ? Ontwikkelingen 2022 waarover besluitvorming via de begroting 2022 plaatsvindt: Naast de indexaties zijn in de kaderbrief vanaf 2023 structurele lasten van investeringen opgenomen. Ontwikkelingen SED 2022 – 2025 Dienstverlening van de SED staat onder druk Zoals gepresenteerd in de drie raden bijeenkomst van 11 november jl. is er sinds enkele jaren een probleem met de personeelsbegroting binnen de SED. De SED loopt bij de jaarrekening tegen een (forse) financiële overschrijding. Jaar op jaar is dit gedekt uit incidentele meevallers, maar dat is geen duurzame oplossing. Onderliggend aan de overschrijding is er een probleem van werkdruk en een kwantitatief tekort aan personeel, net als op landelijke basis in andere gemeentes wordt waargenomen, kampt de SED organisatie met een disbalans tussen taken en capaciteit. Besluitvormingsproces Een voorstel voor het Algemeen Bestuur was ten tijde van het schrijven van deze Kaderbrief in voorbereiding. Daarom is gekozen de financiële gevolgen van dit voorstel te verwerken in de begroting van 2022. In juni worden uw raden gevraagd uw zienswijzen naar voren te brengen ten aanzien van de ontwerpbegroting 2022. In aanloop naar de behandeling van de ontwerpbegroting worden uw raden nader geïnformeerd over dit voorstel.
Bijlage a: Financiële kengetallen Financiële kader Basis voor de begroting 2022 zijn de structurele budgetten 2021 zoals vastgesteld in de begroting 2021 en bijgesteld via de Najaarsrapportage 2020. Loon-prijsindexatie gemeentelijke bijdrage 2022 Voor indexatie van lonen en prijzen hanteren wij de regionale richtlijn met betrekking tot de GR-en. Deze richtlijn geeft een indexatie voor 2022 van loon aan van 1,3% aan en voor prijs van 1,4%. Voor financiering van investeringen wordt gerekend met een rente van 1%. Inzake loonontwikkelingen geldt de volgende afspraak: Indien CAO-ontwikkelingen in een bepaald jaar afwijken van de daarvoor gehanteerde indexering dan wordt aan het algemeen bestuur een voorstel met de financiële consequenties daarvan voorgelegd. De kosten van de SED Organisatie in de begroting worden gedekt door bijdragen van de deelnemers. De verdeling van de kosten over deze kostendragers is gebaseerd op een vastgestelde verdeelsleutel. Kengetallen
Kengetallen:
Verloop van de kengetallen Jaarrekening Begroting Begroting Begroting 2019 2021 2022 2023
Begroting 2024
1. netto schuldquote
20%
21%
20%
18%
18%
2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
20%
21%
20%
18%
18%
Toelichting kengetallen De netto schuldquote geeft in hoofdlijnen de verhouding weer tussen het saldo van schulden en de totale baten in de begroting. De netto-schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op zijn tellen moet passen. Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn waardoor een begroting minder flexibel wordt. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Om een beeld te geven hoe de financiële positie de gemeenschappelijke regeling zich ontwikkelt, zijn de gemeenschappelijk regelingen per kengetal onderverdeeld naar 3 categorieën (zie onderstaande tabel). In het algemeen is categorie A minder risicovol van dan categorie B en B weer minder risicovol dan C. De SED kan voor beide kengetallen in categorie A worden ingedeeld, welke de minst risicovolle categorie is. Specificering Financiële Kengetallen naar categorie Kengetallen: Categorie A
Categorie B
1. netto schuldquote
<90%
van 90% t/m 130%
2. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90%
van 90% t/m 130%
Categorie C >130%
>130%
Bijlage b Financiële meerjarenraming
Toelichting op de genummerde regels : 1 De meerjarenraming in de primitieve begroting 2021, inclusief een cumulatieve indexatie van 1,7% op loon en prijs. Voor 2025 (nieuw in de meerjarenraming) is saldo 2024 de basis met een indexatie van 1,7%; 2 Onder voorbehoud van vaststelling door het AB op 15 december 2020 de financiële gevolgen van de Najaarsnota 2020; 3 In dit onderdeel zijn alle autonome ontwikkelingen met betrekking tot salarissen opgenomen. Significant onderdeel daarvan is indexatie 2022 conform de richtlijn van de Regietafel: 1,3%. In de Stand primaire begroting 2021-2024 is reeds indexering van 1,7% toegepast (cumulatief), zodat voor alle jaren cumulatief 0,4% kan worden afgeraamd (1,3% -/- 1,7%), De verhoging van de indexatie 2021 van 0,9% is in de begroting 2021 nog niet structureel toegepast. Dat wordt in deze kaderbrief aangepast; 4 In dit onderdeel zijn alle autonome ontwikkelingen met betrekking tot prijzen opgenomen. Significant onderdeel daarvan is indexatie 2022 conform de richtlijn van de Regietafel: 1,4%. In de Stand primaire begroting 2021-2024 is reeds indexering van 1,7% toegepast (cumulatief), zodat voor alle jaren cumulatief 0,3% kan worden afgeraamd (1,4% -/- 1,7%); 5 Waar voorheen jaarlijks een bedrag voor de investeringen van de buitendienst werd opgenomen is er nu een meerjarig inzicht.
Hierdoor is er al een doorkijk voor het vervangen van materieel en apparatuur voor de jaren 2022 tot en met 2025 en zijn deze bedragen opgenomen. In 2022 is voor het vervangen van het wagenpark € 335.000 en voor vervangen van apparatuur € 40.000 nodig. De jaren hierop volgend zijn de benodigde kredieten ieder jaar lager, omdat het grootste gedeelte van het wagenpark de afgelopen jaren vervangen is. Hierdoor nemen de kapitaallasten ieder jaar minder toe. Afschrijving van het wagenpark is over acht jaar, apparatuur over 10 jaar. 6 Totale toename van uitgaven ten opzichte van de Stand primaire begroting 2020-2023; 7 Reeds gedekt via najaarsnota’s individuele gemeenten; 8 Toerekening van het totaal aan autonome ontwikkelingen en nieuw beleid via de verdeelsleutel*.
*Ten tijde van het opstellen van de kadernota is de SED verdeelsleutel nog onderwerp van gesprek en daarom is in dit document de bestaande verdeling opgenomen.