06A Uitvoeringsnota VVE Stede Broec 2020- 2023.docx
Tekst van het document
qwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyl uiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasd fghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzx cvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnmq De toekomst van voor- en vroegschoolse educatie in Stede Broec wertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyui opasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfg Uitvoeringsnota 2020 - 2023 hjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcv bnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqw ertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuio pasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfgh jklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcvb nmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwe rtyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiop asdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghj klzxcvbnmrtyuiopasdfghjklzxcvbnmq wertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyui opasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfg hjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcv bnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqw ertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuio ‘Een goede start met gelijke kansen’
Uitvoeringsnota voor- en vroegschoolse educatie in de gemeente Stede Broec 1. Inleiding
De toekomst van voor- en vroegschoolse educatie in Stede Broec Een goede start met gelijke kansen Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) is een onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Het doel van voor- en vroegschoolse educatie is kinderen met een risico op onderwijsachterstand, vanwege kenmerken in hun omgeving, een betere start te geven in groep 3 van de basisschool. Kinderen kunnen door diverse oorzaken een achterstand oplopen in hun ontwikkeling. Wanneer deze ontwikkelachterstand niet op adequate wijze wordt aangepakt kan het zijn dat een kind met een achterstand de schoolloopbaan begint. De ervaring leert dat een opgelopen achterstand later moeilijk in te halen is, daarom willen we zo vroeg mogelijk achterstanden aanpakken. VVE staat voor Voor- en Vroegschoolse Educatie en richt zich op jonge kinderen van 2 tot 6 jaar met een ontwikkelachterstand of een risico daarop. Het is een pakket aan maatregelen dat wordt genomen om onderwijsachterstanden bij alle kinderen te voorkomen en te verminderen bij de start van groep 3 van de basisschool. Deze kinderen worden binnen de VVE, ‘doelgroepkinderen’ genoemd. 1. Voorschoolse educatie vindt plaats op de peuteropvang en is bedoeld voor alle peuters van 2 tot 4 jaar. We spreken bij de voorschoolse educatie over doelgroeppeuters. De voorschoolse educatie is de verantwoordelijkheid van de gemeente. 2.
Vroegschoolse educatie is gericht op kinderen uit de groepen 1 en 2 van het basisonderwijs. De schoolbestuurders zijn verantwoordelijk voor de vroegschoolse educatie. De gemeente heeft daarnaast de verantwoordelijkheid voor een VVE-beleid dat zorgt voor een doorgaande lijn van voorschool naar de vroegschool. De gemeente Stede Broec ontvangt van de Rijksoverheid een doeluitkering in het kader van het onderwijsachterstandenbeleid (OAB). VVE is onderdeel van het OAB. Vanuit het ministerie wordt nu veel vaker gesproken over onderwijskansenbeleid in plaats van onderwijsachterstandenbeleid. De volgende wetten zijn van invloed op het VVE-beleid: - Wet Kinderopvang (Wko); - Wet Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (Wet OKE); - Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (Wet IKK); - Wet op Primair Onderwijs (WPO); - Wet op het onderwijstoezicht (Wot).
2. Totstandkoming beleidskader Gemeente, schoolbesturen en kinderopvang(waaronder peuteropvang) zijn op grond van de Wet op het Primair onderwijs gezamenlijk verantwoordelijk voor de voor- en vroegschoolse educatie (artikel 167). Deze nota is in overleg met de samenwerkingspartners uit het onderwijsveld, de kinderopvang, peuteropvang, GGD en Centrum voor Jeugd en Gezin tot stand gekomen. Deze partners bundelen in de werkgroep Voor- en Vroegschoolse Educatie (Werkgroep VVE) van de gemeente Stede Broec hun krachten.
2
In Stede Broec zijn dit de volgende partners actief betrokken binnen de Voor- en Vroegschoolse Educatie:
Directeuren/Intern begeleiders Basisonderwijs (groep 1 en 2) Kinderopvang (dagopvang) Peuteropvang (leeftijdsgroep 2-4 jaar)* Ons Stede Broec (Coördinator VVE – VAT) Consultatiebureau (GGD) Bibliotheek Vrijwilligerspunt Regionale nieuwkomervoorziening Logopedie Cultuurcoach
* Om de kwaliteit, het toezicht en de financiering van kinderopvang meer op één lijn te krijgen, geldt sinds 2018 de Wet harmonisatie kinderopvang peuterspeelzaalwerk. Voormalige peuterspeelzalen zijn sindsdien omgevormd tot kinderdagverblijven en moeten hiermee voldoen aan de kwaliteitseisen die gelden voor kinderdagverblijven. Om het verschil aan te geven tussen de reguliere kinderopvang en de kinderopvang (leeftijd 2-4 jaar) met een VVE-aanbod, spreken we in het laatste geval over “peuteropvang”. 3. Visie Een goed kwalitatief aanbod van voorschoolse educatie in samenwerking met alle samenwerkingspartners heeft een gunstig effect op de startsituatie van kinderen in het basisonderwijs. In de gemeente Stede Broec willen we dat alle kinderen de kans krijgen op te groeien in een gezonde, pedagogische, sociale en stabiele omgeving. Daarom zet de gemeente in op preventie, om problemen bij opgroeien te verminderen en ouders en jeugdigen tijdig goed te informeren en te begeleiden. Iedere jeugdige moet zich kunnen ontwikkelen tot een persoon die op zelfstandige en volwaardige wijze deel kan nemen aan de samenleving. Kinderen met een (risico op) ontwikkelingsachterstand, bijvoorbeeld een taal- of sociaal-emotionele achterstand, krijgen in een vroeg stadium adequate ondersteuning om deze achterstand te voorkomen of te verminderen.
In Stede Broec profiteren bijna alle kinderen van de VVE, omdat de meeste peuteropvanglocaties werken met hetzelfde erkend VVE-programma en al hun pedagogische medewerkers hiervoor geschoold zijn. Hier gaat een preventieve werking vanuit. Alle kinderen hebben immers baat bij extra aandacht voor hun ontwikkeling. Spelend leren is hierbij uitgangspunt. Het VVE-beleid legt de nadruk met name op de spraaktaalontwikkeling. Dit omdat de basisscholen aangeven dat zij constateren dat het spraak- en taalniveau bij kinderen in de gemeente een aandachtspunt is. Maar ook voor de sociaalemotionele ontwikkeling, motorische ontwikkeling en rekenvaardigheid is voldoende aandacht binnen het VVE-programma. De betrokken partijen werken goed met elkaar samen en weten elkaar te vinden. Er wordt gebruik gemaakt van elkaars expertise. Samen wordt gezorgd voor een doorlopende ontwikkellijn. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor de ontwikkeling van hun kind(eren) en worden daarom goed betrokken. Uiteindelijk moet het voor- en vroegschoolse programma leiden tot blije en gelukkige peuters, die opgroeien tot kleuters, die zich zo optimaal mogelijk ontwikkelen waarbij een eventuele ontwikkelingsachterstand voorkomen/verkleind wordt en ze daardoor een goede start maken in groep 3. 3
4. Doelstelling Het doel van Voor- en Vroegschoolse Educatie is dat ieder kind die een taal-, rekenkundige-, sociaalemotionele en of motorische achterstand heeft of een achterstand dreigt te krijgen in een vroegtijdig stadium wordt ondersteund en de mogelijkheid krijgt om gebruik te maken van een educatieve voorziening om de achterstand in te halen of deze in het geheel niet te krijgen. Doelstelling: Kinderen in de leeftijd van 2 – 6 jaar in de gemeente Stede Broec maximale ontwikkelingskansen bieden. De subdoelen: 1. Alle kinderen tussen de 2 en 6 jaar kunnen dicht bij huis kwalitatief goede voor- en vroegschoolse educatie ontvangen. 2. Alle doelgroepkinderen worden bereikt en zijn in beeld. 3. Alle peuterscholen en kinderdagverblijven voldoen aan de kwaliteitseisen zoals gesteld in de wet OKE. 4. Bij alle kinderen vindt een overdracht plaats tussen de voorschoolse instellingen en de basisscholen. Bij alle doelgroepkinderen vindt er een warme overdracht plaats. 5. De basisscholen zetten de ingezette leerlijnen van de voorschoolse educatie voort door het bieden van kwalitatief goede vroegschoolse educatie. 6. De pedagogisch medewerkers en de leerkrachten hebben aandacht voor alle ontwikkelgebieden van de kinderen. 7. Overbrengen van de pedagogische en didactische kennis te bevordering van de doorlopende leer- en zorglijn.
5. Resultaatafspraken VVE Bij de hierboven beschreven doelstellingen zijn door de schooldirectie, schoolbesturen, peuteropvangorganisaties en de gemeente Stede Broec resultaatafspraken opgesteld. Deze dragen bij aan het bereiken van de VVE-doelstellingen, om kinderen zo goed mogelijke ontwikkelingskansen te bieden. Het werken met deze resultaatafspraken ligt in het verlengde van de kwaliteitsprocessen van de peuteropvang en de basisscholen. De observatiemethode van scholen en peuteropvang vormen de basis voor het maken van de resultaatafspraken. In deze lijn komen woordenschat, zinsbouw en taalbegrip (Dit zijn de kritische ontwikkelingsgebieden van taal) aan de orde. Aanvullend op de wettelijke eisen worden de sociaal emotionele ontwikkeling en de ontwikkeling van de motoriek, rekenen en executieve functies in kaart gebracht. Resultaatafspraken voor de voorscholen (peuteropvang 2 tot 4 jaar): 1. 100% van de doelgroeppeuters van 2 jaar en ouder die op een voorschoolse voorziening zitten, krijgen aanbod vanuit het VVE-programma en worden begeleid door hiervoor geschoolde pedagogisch medewerkers. 2. 80% van de doelgroeppeuters waarbij met behulp van een kindvolgsysteem een uitgebreide observatie is uitgevoerd door een pedagogisch medewerker, laat tussen de eerste en de derde observatie groei zien op de onderdelen waar hij/zij lager dan gemiddeld scoorde.
Dit betekent, dat de achterstand in de ontwikkeling ten opzichte van leeftijdgenoten niet groter wordt. 3. Bij 100% van de doelgroeppeuters vindt een warme overdracht plaats naar de basisschool.
4
Resultaatafspraken voor de vroegscholen (kleuterklas groep 1 en 2): 4. 100% van de doelgroepkinderen zijn op de vroegschool in beeld en krijgen een passend aanbod. 5. Nagestreefd wordt om doelgroepkinderen een extra groei in ontwikkeling in groep 1 en 2 te laten doormaken ten opzichte van zichzelf, zichtbaar in het eigen leerlingvolgsysteem. 6. 80% van de doelgroepkinderen scoren bij de eigen schooltoetsen voor groep 3 voldoende op de lees- en taaltoetsen. Zij laten hiermee een groei in hun eigen ontwikkeling zien. Concretisering van de resultaatafspraken Er vindt goede registratie en monitoring plaats om de opbrengsten in beeld te hebben. Aan de hand van de opbrengsten kunnen de resultaatafspraken geëvalueerd worden. De evaluatie van de resultaatafspraken moet, als nodig, leiden tot aanpassingen in het VVEbeleid of in de VVE-uitvoering gericht op het verhogen van de leeropbrengsten van de doelgroepkinderen. De VVE-voorzieningen nemen de VVE op in hun pedagogische beleidsplan en dit beleidsplan wordt regelmatig geëvalueerd en wanneer nodig aangepast. De VVE-voorzieningen rapporteren jaarlijks aan het einde van het schooljaar aan de gemeente: Het aantal doelgroeppeuters dat is geobserveerd en hoe vaak ze zijn geobserveerd. Dit mogen gegevens uit het kindvolgsysteem zijn. Of de doelgroeppeuters groei hebben laten zien aan de hand van de observaties.
Het aantal doelgroeppeuters dat met een achterstand op mondelinge taal naar groep 1 van het basisonderwijs gaat De scholen rapporteren jaarlijks aan het einde van het schooljaar aan de gemeente: Het aantal doelgroeppeuters dat is geobserveerd en hoe vaak ze zijn geobserveerd. Of de doelgroeppeuters groei hebben laten zien aan de hand van de observaties. Het aantal doelgroeppeuters met een achterstand op mondelinge taal naar groep 3 van het basisonderwijs gaat Het percentage doelgroepkinderen dat voldoende scoort bij de schooltoets groep 3.
6. Toeleiding, bereik en doelgroep definitie 6.1 doelgroep definitie Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vaststellen van de doelgroep. Daarbij kunnen zij aanvullende criteria benoemen of een ruimere definitie hanteren dan de basisdefinitie. Vanuit de definitie die de gemeente Stede Broec hanteert worden ook peuters geïndiceerd die een achterstand hebben anders dan voortkomend uit het opleidingsniveau van de ouders. In Stede Broec is gekozen voor een ruimere doelgroep definitie. De doelgroep voor voorschoolse educatie bestaat uit kinderen van ingezetenen van de gemeenten Stede Broec, vanaf de leeftijd van 2 jaar tot de leeftijd dat zij naar het basisonderwijs gaan, die voldoen aan één of meerdere van de volgende kenmerken wat naar verwachting leidt tot een taal- of ontwikkelingsachterstand: Kinderen van wie de ouder(s)/verzorger(s) die belast zijn/is met de dagelijkse verzorging minder dan twee jaar vervolgonderwijs hebben/heeft genoten na het basisonderwijs; Kinderen van wie de ouder(s)/verzorger(s) die belast zijn/is met de dagelijkse verzorging in onvoldoende mate Nederlands spreekt/spreken in het gezin;
5
Kinderen van wie de ouder(s)/verzorger(s) die belast zijn/is met de dagelijkse verzorging deelneemt/deelnemen aan een inburgeringstraject; Kinderen waarbij de jeugdverpleegkundige op basis van een omgevingsanalyse risico bij het kind ziet met betrekking tot achterstand in één of meerdere ontwikkelingsgebieden (motorische ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling, zelfredzaamheid) die van invloed zijn op de spraaktaal ontwikkeling of algemene ontwikkeling. Dit kan berusten op andere factoren in het gezin of bij het kind. 6.2 Toeleiding De beoordeling of een kind in aanmerking komt voor een indicatie vindt bij voorkeur plaats voor het 2e levensjaar door het consultatiebureau. Het consultatiebureau is een belangrijke toeleider naar de VVE. Het consultatiebureau in Stede Broec heeft in de leeftijdscategorie 0-4 jarigen een bereik van 97%. In Stede Broec wordt het consultatiebureau uitgevoerd door de GGD. Het consultatiebureau zorgt naast de indicering van de doelgroeppeuters ook voor toeleiding naar de voorschoolse voorzieningen. Daarnaast kan op voordracht van de peutervoorziening een peuter via het consultatiebureau worden aangemeld voor de VVE.
Als uit observaties van de peutervoorziening blijkt dat er bij een peuter sprake is van een ontwikkelings- of taalachterstand en de verwachting is dat door deelname aan het VVE-programma de ontwikkeling van het kind positief wordt beïnvloed, doet de beroepskracht hiervoor een voorstel bij het consultatiebureau voor de indicering. Ook andere professionals kunnen een doorverwijzing naar het consultatiebureau doen. 6.3 Bereik Het bereik en non-bereik van geïndiceerde peuters wordt door het Consultatiebureau (GGD) geregistreerd en gemonitord. De gemeente heeft afspraken gemaakt over periodieke terugkoppeling hiervan. Ieder kwartaal levert de GGD een rapportage aan waarin aantallen instroom, bereik en non-bereik worden omschreven. De ambitie is om een bereik (aantal geplaatste peuters) te realiseren/behouden van 95% of hoger. Het verhogen en behouden van het bereik in de voorschoolse periode is een gedeelde ambitie. Hierbij wordt o.a. ingezet op gerichte communicatie richting ouders en ondersteuning bij de toeleiding naar een voorschoolse voorziening waar nodig. Onderzocht gaat worden of de rol van het Consultatiebureau hierbij verhoogd kan worden.
Doormiddel van gerichte vragen aan ouders met betrekking tot het deelnemen aan een voorschoolse voorziening en het bijhouden van iedere geïndiceerde peuter of hij/zij ook daadwerkelijk geplaatst is op een voorschoolse voorziening met VVE-aanbod. 7. Kwaliteitszorg 7.1 VVE-programma Alle VVE-locaties binnen de gemeente werken met een erkend VVE-programma. Het is belangrijk en verplicht dat alle VVE- locaties werken met een landelijk erkend programma. Daarom beschikken de VVE-locaties over een werkplan met een uitgewerkte visie voor de opvang, vorming en educatie van jonge kinderen. De locaties houden de kwaliteit hoog doormiddel van het volgen van het tweejarig her-certificeringstraject en jaarlijkse observaties binnen de groepen. De GGD houdt toezicht op deze kwaliteitseisen.
6
7.2 Kindvolgsysteem Alle VVE-locaties binnen de gemeente werken met een digitaal kind-volgsysteem. In dit systeem wordt de ontwikkeling van de kinderen op verschillende gebieden bijgehouden. De resultaten dragen bij aan het signaleren van achterstanden en voorsprongen, het bepalen van het aanbod en het bieden van de juiste ondersteuning. De informatie in het systeem dient tevens als overdracht richting het basisonderwijs. 7.3 Externe zorg Binnen de gemeente en de organisaties zijn voldoende mogelijkheden om kinderen en hun ouders extra ondersteuning te bieden wanneer zij die nodig hebben. In de kinderopvang en peuteropvang heeft naast de pedagogisch medewerkster, de pedagogisch coach een ondersteunende rol. In de scholen ligt de coördinatie van extra ondersteuning bij de intern begeleider. Wanneer de samenwerking tussen de peuteropvang en basisschool verder is gevorderd zien we dat de intern begeleider ook een ondersteunende rol heeft binnen de peuteropvang. “Ons Stede Broec” biedt ouders opvoedkundige en maatschappelijke ondersteuning. Dit is tevens de plek voor doorverwijzing naar zwaardere zorg. Op scholen en in de kinderopvang/peuteropvang bieden zij het Voorschool Advies Team (VAT) en Schoolmaatschappelijk werk. Ouders kunnen voor opvoedondersteuning en cursussen ook terecht bij het consultatiebureau van de GGD.
Op deze plek wordt de ontwikkeling van de kinderen in de gaten gehouden en vindt de indicatiestelling en de verwijzing naar VVE plaats. De Peuterplus groep is gevestigd in Enkhuizen maar ook toegankelijk voor kinderen vanuit Stede Broec. Hier werken pedagogische medewerkers die verbonden zijn aan een gedragswetenschaper van Parlan samen om op die manier elkaar te ondersteunen in het signaleren van gedragsproblematiek en het begeleiden van kinderen en diens ouders/verzorgers. De peuter plus groep richt zich op kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar, met de mogelijkheid tot verlening naar de leeftijd van 5 jaar. Het gaat daarbij om kinderen die niet kunnen meekomen in de reguliere VVE-groepen of reguliere kinderopvang groepen. De beoogde doelgroep heeft naast taal- en spraakproblemen ook te maken met gedragsproblematiek met soms een vermoeden van een ontwikkelingsproblematiek. Binnen een aantal scholen en peuteropvanglocaties verzorgt de Logopediste extra ondersteuning middels het project Woordenschat. Voor kinderen is de spraaktaalontwikkeling en dus ook de woordenschat van groot belang om optimaal te kunnen profiteren van het onderwijs. Binnen het project worden er kinderen met een taalachterstand logopedisch gescreend en worden er wekelijks groepslessen woordenschat gegeven aan de kleuters en peuters.
De subsidie voor het project is tot in ieder geval 2023 beschikbaar voor alle scholen. Mocht een kind logopedische behandeling nodig hebben dan wordt het doorverwezen naar de logopedist. Deze behandeling valt niet onder het project. De betrokken partijen onderzoeken in de komende tijd, of de rol van een logopedist binnen het consultatiebureau, de peuteropvang en/of de school kan worden uitbereid. De invloed van de spraaktaalontwikkeling op de ontwikkeling van een kind is groot. Het is van belang op tijd te signaleren wat een kind nodig heeft om het spreken en begrijpen van taal goed te ontwikkelen. Op basis hiervan kan een kind de juiste indicatie/behandeling krijgen.
7
De kinderfysiotherapeut en ergotherapeut kan worden ingezet om kinderen beter te laten (praktisch) functioneren binnen de kinderopvang, peuteropvang, school en thuis. Tevens bieden zij sensorische integratie therapie aan. Een veel ingezette methode bij kinderen die prikkelgevoelig zijn op wat voor manier dan ook. De bibliotheek speelt naast het uitlenen van boeken ook een belangrijke rol in het aanbieden van informatie en cursussen rond onder andere de taalontwikkeling. Ook bieden zij het project BoekStart aan. BoekStart is een leesbevorderingsprogramma voor ouders en kinderen (0 - 4 jaar) uitgevoerd door de bibliotheek, ondersteund door de gemeente en het consultatiebureau. Gezinnen kunnen door middel van het project “SamenVoorlezen” van het Vrijwilligerspunt thuis worden ondersteund bij de taalontwikkeling van hun kind(eren). 7.4 Interne kwaliteitszorg Van de VVE-instellingen wordt verwacht dat zij de interne kwaliteit regelmatig evalueren, verbeteren en borgen. De gemeente ontvangt hier terugkoppeling over middels het jaarverslag. Daarnaast zijn er inspecties van de GGD en van de Inspectie van het Onderwijs die kijken naar de kwaliteit van de VVE-locaties. Inspectie GGD De VVE-instellingen worden op kwaliteitseisen gecontroleerd. De GGD voert voor de gemeente controle uit op de kwaliteitseisen bij alle peuteropvang en kinderdagverblijven.
De GGD toetst zowel de algemene basiskwaliteit (zoals veiligheid en gezondheid) als de basiskwaliteit van de voorschoolse educatie: hoeveel uren per week, groepsgrootte en dubbele bezetting, opleidings- en scholingseisen van de VVE-beroepskrachten en gebruik van het voorschoolse educatieprogramma. De gemeente krijgt vanuit de GGD een terugkoppeling over de bevindingen. Hierin staat beschreven of er tekortkomingen zijn geconstateerd. Wanneer er tekortkomingen zijn dan adviseert de GGD aan de gemeente om wel of niet te handhaven. De gemeente beoordeelt aan de hand van het rapport en het gemeentelijke handhavingsbeleid of zij tot handhaving overgaat. Onderwijsinspectie De Inspectie van het Onderwijs beoordeelt de kwaliteit van VVE op de peuteropvang (voorscholen) en basisscholen (vroegscholen) en bekijkt of er in de gemeente afspraken zijn gemaakt over VVE. De inspectie wordt vastgelegd in een rapport waarin verbeterpunten worden geschreven. Deze rapportages worden door gemeente, peuteropvang en scholen gebruikt om het VVE-beleid aan te scherpen of aan te passen. De Inspectie van het Onderwijs houdt tevens toezicht op de uitvoering van de taken van gemeenten (interbestuurlijk toezicht). Het doel is daarbij om de prestaties van gemeenten te bevorderen en zo de kwaliteit van de voorscholen verder te helpen verbeteren.
Extra inzet Hbo’ers Vanaf 1 januari 2022 zijn de peuteropvanglocaties die VVE aanbieden, verplicht om een pedagogisch beleidsmedewerker op Hbo-niveau een minimaal aantal uur in te zetten op een VVE-groep. De inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker op Hbo-niveau heeft tot doel de kwaliteit van de voorschoolse educatie op de groep te verhogen. Het minimumaantal uren wordt bepaald met een rekenregel. De norm is 10 uur per doelgroeppeuter per jaar. Het berekende aantal uren mag flexibel over de VVE-locaties worden verdeeld. De pedagogisch beleidsmedewerker kan worden ingezet op de groep, als coach of voor het pedagogisch beleid van de VVE. Deze inzet is aanvullend op de inzet aan pedagogisch beleidsmedewerker die vanaf 2019 is ingevoerd.
8
7.5 Ouderbetrokkenheid Ouderbetrokkenheid levert een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen. De cognitieve en talige ontwikkeling van jonge kinderen voltrekt zich voor het belangrijkste deel in de thuissituatie. Dat betekent dat ouders een cruciale rol kunnen vervullen wanneer zij actief worden betrokken bij dit ontwikkelingsproces. Niet alle ouders slagen erin om hun kind stabiliteit en een stimulerende leeromgeving te bieden. Dit hangt vooral samen met de mate van geletterdheid, het opleidingsniveau en de (opvoed)vaardigheden van de ouders. Daarom is het met name voor de ouders van kinderen met een VVE-indicatie van belang dat voor- en vroegschoolse voorzieningen zich richten op het actief ondersteunen en stimuleren van ouders. Zij maken hierover afspraken in een ouderbeleidsplan en geven uitvoering aan het ouderbetrokkenheidsbeleid. Ook andere partners die actief zijn binnen de VVE dragen bij aan het vergroten van de betrokkenheid van ouders. Voorbeelden hiervan zijn: Ouderavonden, informatieve bijeenkomsten, trainingen en cursussen, inloopspreekuren en nieuwsbrieven. Er wordt naar gestreefd om deze zoveel mogelijk in samenwerking te organiseren. 8. Samenwerking en doorgaande lijn In 5 van de 9 locaties van basisscholen is een VVE-peutergroep onderdeel van de school. Op deze scholen wordt steeds meer gewerkt naar een gezamenlijke visie en werkwijze.
De scholen en kinderopvang/peuteropvang organisaties hebben telefonisch contact met de GGD en de wijkverpleegkundige bezoekt incidenteel de koffietafels van de peuteropvang. Ons Stede Broec, waaronder het wijkteam valt heeft een goede samenwerking met de scholen en kinderopvang/peuteropvang. Zij zijn beschikbaar voor advies en sluiten regelmatig aan bij gesprekken. De kinderopvang/peuteropvang en het basisonderwijs verwijzen ouders naar de balie van Ons Stede Broec. Ons Stede Broec biedt sociale, maatschappelijk en culturele ondersteuning en activiteiten. De bibliotheek verzorgt een aanbod in een doorgaande lijn op het gebied van leesbevordering, digitale geletterdheid en cultuureducatie. Aanbod voor de kinderen maar ook professionalisering voor pedagogisch medewerkers en leerkrachten. Het vrijwilligerspunt verzorgt binnen de gemeente Stede Broec het project SamenVoorlezen. In dit project lezen vrijwilligers voor aan kinderen vanaf twee tot twaalf jaar van gezinnen die de Nederlandse taal moeilijk vinden. Dit kunnen Nederlandse en nietNederlandse gezinnen zijn. Binnen de regio West-Friesland is een Nieuwkomersvoorziening actief, dit is een samenwerking tussen de zeven westfriese gemeenten en de gezamenlijke schoolbesturen, waarbij gezamenlijk garant wordt gestaan voor onderwijs aan nieuwkomers uit alle zeven gemeenten, zo thuisnabij mogelijk.
Een doorgaande lijn van kinderopvang en peuteropvang naar het primair onderwijs is van groot belang. De organisatie draagt zorg voor een goede samenwerking en afstemming met de basisschool. Wanneer er sprake is van een gezamenlijke visie en aanpak draagt VVE effectief bij aan de doorgaande leerlijn tussen voorschool (peuteropvang) en de eerste twee groepen van het primair onderwijs (vroegschool). Voor- en vroegschool kunnen gezamenlijke doelen afspreken en aanbod op elkaar afstemmen voor de leeftijd van 2 tot en met 6 jaar. Uitgangspunt is dat er een warme overdracht van voorschool naar vroegschool gerealiseerd wordt. Hierbij wordt gewerkt volgens de ‘Ondersteuningsstructuur overdracht kinderopvangbasisonderwijs.’ Hierin staan drie routes beschreven hoe de overdracht kan plaatsvinden.
9
9. Financiën en vergoedingen 9.1 Financiën Rijk Jaarlijks ontvangt de gemeente Stede Broec van het Rijk middelen voor het Onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Vanaf 2019 vindt een andere verdeling van de middelen over gemeenten plaats. Dit betekent voor Stede Broec een stijging van de OABmiddelen. Het toegekende budget, wat jaarlijks in hoogte verschilt, mag worden besteed in de planperiode 2019 – 2023. De OAB-middelen zijn opgenomen in de begroting en worden meegenomen in de P&C Cyclus. De OAB-middelen worden voor het grootste gedeelte ingezet voor het VVE-aanbod en de uitbreiding van de uren (van 10 naar 16 uur) van voorschoolse educatie. Naast deze vergoeding heeft de houder aanspraak op vergoeding van een vaste voet voor ieder VEplaats die gevuld wordt door een kind dat valt onder de doelgroep voor voorschoolse educatie. Hier worden onder andere de opleidingen van de pedagogisch medewerkers van betaald. In januari 2022, moet ook de Hbo-coach, door de gemeente worden gefinancierd. Naast deze vaste kosten, worden de OAB-middelen ook ingezet voor het terugdringen van onderwijsachterstanden op andere manieren. Zoals o.a. de financiering van Samen Voorlezen, GGD-toeleiding, het aanbod Peuterplus en het project Woordenschat op de basisscholen. Daarnaast is er, gezien de hoogte van het budget, ruimte voor nieuwe initiatieven en projecten.
Middels een subsidieaanvraag, kunnen betrokken partijen, extra middelen aanvragen die, bij toekenning, worden bekostigd uit de OAB-middelen. Er wordt hierbij balans gezocht tussen volledige besteding én het niet overschrijden van het budget. Bij de jaarrekening van de gemeente moeten ook de gelden voor VVE worden verantwoord. Dit gebeurt in de vorm van een Sisa verantwoording. Sisa staat voor Single information, single audit. Op deze manier worden de gelden naar het rijk toe verantwoord. Hier is onder andere opgenomen hoeveel kinderen er bereikt zijn, en waaraan de middelen zijn besteed. Het geld is geoormerkt geld en mag alleen aan zaken met betrekking tot onderwijsachterstanden worden besteed. 9.2 Gemeentelijke verordening De reeds door de raad vastgestelde verordening en de beleidsregels “gemeentelijke tegemoetkoming voorschoolse voorzieningen” geven de financiële kaders en de uitvoering hiervan aan. De verordening heeft tot doel het financieel toegankelijk maken van voorschoolse voorzieningen voor kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag en/of met een verminderd financieel draagvlak. Door een gemeentelijke tegemoetkoming worden voorschoolse voorzieningen financieel toegankelijk voor alle ouders/verzorgers.
In het aanbod/financiering wordt onderscheid gemaakt tussen vier groepen kinderen: Doelgroeppeuters (vallen onder de doelgroepdefinitie) van ouders met aanspraak op Kinderopvangtoeslag (KOT); Doelgroeppeuters van ouders zonder KOT; Reguliere peuters (niet-doelgroeppeuters) van ouders met KOT; Reguliere peuters van ouders zonder KOT; Huidige situatie Type ouders Ouder(s) van doelgroeppeuter met KOT Leeftijd 2 tot 2,5 jaar
Uren 12 uur, waarvan 4 uur gratis* en 8 uur kinderopvangtoeslag.
Dagdelen 3 dagdelen van 4 uur
10
Ouder(s) van doelgroeppeuter zonder KOT Leeftijd 2 tot 2,5 jaar Ouder(s) van doelgroeppeuter met KOT Leeftijd 2,5 tot basisschool Ouder(s) van doelgroeppeuter zonder KOT Leeftijd 2,5 tot basisschool Ouder(s) van reguliere peuter met KOT Leeftijd 2 tot basisschool Ouder(s) van reguliere peuter zonder KOT Leeftijd 2 tot basisschool
12 uur, waarvan 4 uur gratis* en 8 uur eigenbijdrage 16 uur, waarvan 8 uur gratis* en 8 uur kinderopvangtoeslag. 16 uur, waarvan 8 uur gratis* en 8 uur eigen bijdrage.
3 dagdelen van 4 uur
4 dagdelen van 4 uur **
4 dagdelen van 4 uur **
8 uur betaald via de kinderopvangtoeslag.
2 dagdelen van 4 uur **
8 uur betaald middels eigen bijdrage.
2 dagdelen van 4 uur
* De gemeente financiert bij de leeftijd van 2 tot 2,5 jaar, 4 uur en bij de leeftijd vanaf 2,5 jaar wordt er 8 uur door de gemeente gefinancierd. ** In de leeftijd vanaf 2,5 jaar is huidige aanbod 4 (uur) x 4 dagdelen. Deze 4 dagdelen (16 uur) moeten worden afgenomen om in aanmerking te komen voor de vergoeding*. De wens vanuit de peuteropvang is om naast het 4 (uur) x 4 dagdelen aanbod, de dagindeling te verruimen en een aanbod van 6 (uur) x 3 dagdelen te mogen doen. Belangrijk hierbij is dat de kwaliteit van het VVE-aanbod gewaarborgd blijft en passend is bij de leeftijd/behoefte van de doelgroeppeuter. Ouders hebben naast het 6 (uur) x 3 dagdelen aanbod, te allen tijde de keuze om 4 (uur) x 4 dagdelen af te nemen. Het is de keuze van ouders voor welk aanbod zij kiezen. De wijziging in de dagindeling heeft geen invloed op de financiële vergoeding. De gemeente blijft beide opties een maximum van 8 uur financieren.
10. Evaluatie Het VVE-beleid zoals in deze nota geschetst zal aan het einde van het schooljaar worden geëvalueerd zodat tijdig maatregelen kunnen worden ingericht voor de het daaropvolgende kalenderjaar. Voor deze evaluatie worden op drie manieren voorbereidingen getroffen: Een beleidsgroep VVE bestaande uit vertegenwoordigers uit het primair onderwijs, kinderopvang, peuteropvang, logopediste en consultatiebureau zullen onder regie van de gemeente de uitvoering van het VVE-beleid evalueren en hierover rapporteren in de Lokaal Educatieve Agenda (LEA). Er wordt een jaarlijkse verantwoording gegeven over de uitgevoerde projecten. Dit zal gebeuren volgens een format dat wordt gebruikt voor de reguliere subsidieverlening. Jaarlijks wordt op een aantal vaste momenten (kwartaal) geregistreerd hoe groot de deelname van doelgroepkinderen aan de voor- en vroegschoolse educatie is.
11