CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Reactie op concept beleidskader door Stichting Opmeer-Westfriesland Denkt Mee

Gemeenteraad 30 maart 2023, gemeente Stede BroecBij agendapunt: GGZ3.576 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

REACTIE op Concept Beleidskader Wind- en Zonne-energie West-Friesland

Door de Stichting Opmeer/West-Friesland Denkt Mee 12 maart 2023 De Stichting Opmeer/West-Friesland Denkt Mee is van mening dat dit beleidskader Wind- en Zonne-energie West-Friesland niet kan worden vastgesteld. De Stichting is van mening dat het Beleidskader onjuist, onvolledig en misleidend is. Als burger moet je kunnen vertrouwen op een overheid die transparant is en zegt wat ze doet en doet wat ze zegt. We zien dat daarvan op dit moment wordt afgeweken. • Het (historische) landschap van West-Friesland wordt gezien als waardevol met haar landelijke, natuurlijke en cultuurhistorische karakter (zie onder andere de Toekomstvisie van gemeente Opmeer). • Zon op dak heeft de voorkeur is besloten in de gemeenteraden van West-Friesland. Aan beide uitgangspunten wordt volledig voorbijgegaan in dit beleidskader. Grote delen van het West-Friese landschap dreigen te worden opgeofferd aan grote zonneparken die een industriële uitstraling hebben zonder dat er een dwingend beleidskader ligt voor de realisatie van zon op dak. Kortom, u zegt het een en doet het ander! Hieronder zetten we dat nader uiteen. 1. De klimaatdoelen bereiken zonder landschap op te offeren In het concept Beleidskader en in de presentaties bij de gemeenten laat u als gemeenten alleen maar foto’s zien van landschappen en mooie landelijke woningen en stolpboerderijen, zonder zonneparken in deze foto’s.

Kennelijk is ons landschap de kernwaarde van West-Friesland, en daar zijn we het mee eens. In de RES is vastgelegd dat bij de zonne-energie opwekking de voorkeursvolgorde van de Zonneladder wordt gevolgd. Uit de zogenaamde Zonnebrief van minister Jetten aan de tweede kamer (20 mei 2022) hierover bijgevoegde quote: ‘Bovenaan staat zon-pv op gebouwen en andere objecten en onbenutte

1

terreinen in de gebouwde omgeving; daarna volgt zon-pv op restgronden buiten de bebouwde omgeving (zoals op geluidswallen en parkeerterreinen); als laatste volgt dan zon-pv op functionele gronden (landbouw en natuur).’ Dit betekent dat de voorkeursvolgorde leidend is bij het verkennen van de mogelijkheden voor zon-PV. Het is aan provincies en gemeenten om hierin ‘regie te nemen’, schrijft de minister. Hij constateert dat de RES-regio's ‘daar soms moeite’ mee hebben. Grondgebonden zonnesystemen zonder dubbelfunctie vindt het kabinet ‘in principe ongewenst’. Het kabinet pleit voor ‘slimme locatiekeuzes’, zoals rijksgronden, waterzuiveringsinstallaties en spoorwegbermen. Daarnaast is zon-pv combineerbaar met landbouw, recreatie of opslag met batterijen. Een 'nationale instructieregel' geeft gemeenten en provincies bij vergunningverlening en omgevingsplannen de mogelijkheid te sturen op multifunctioneel ruimtegebruik. Zonder multifunctioneel ruimtegebruik ‘in de basis’ geen vergunning, aldus de minister. Deze uitgangspunten van het Rijk worden niet of maar heel zijdelings genoemd in de gepresenteerde beleidsuitgangspunten voor West-Friesland. Het Klimaatakkoord van Parijs zegt: geen landbouwgrond opofferen. Het Nationaal Klimaat akkoord zegt: gebruik de zonneladder. De gemeenteraden van West-Friesland hebben besloten: voorkeur voor Zon op Dak.

De titel ‘Beleidskader wind- en zonne-energie’ dekt niet de lading. Het zou moeten heten: Beleidskader wind- en zonne-energieparken West-Friesland of er moet een stevige inhoudelijke aanpassing komen en ook andere vormen van zonne-energie (bijvoorbeeld zon op dak) benoemen. Van de lezer wordt verwacht de RES-opgave te kennen? •

Een korte samenvatting van de opgave voor West-Friesland zou je mogen verwachten. Doel is 700 GWh duurzame opwek in West-Friesland in 2030. Er is al 230 GWh gerealiseerd, dus nog te realiseren: 470 GWh extra duurzame opwek in 2030.

•

Daarna benoeming van het bestaan van de zonneladder en de voorkeur voor zon op dak. Benoem vervolgens het potentieel in de regio voor zon op dak (zie zonnedakje.nl). Hoe gaan we dat potentieel benutten?

•

En pas als blijkt dat de realisatie van de opgave niet wordt gehaald moet er een back-up scenario zijn voor wind- en zonne-energie op land. Beleidsuitgangspunten vaststellen voor het plaatsen van zonneparken en windturbines in de zoekgebieden zijn uiteraard zinvol maar het gepresenteerde voorstel is, zoals gezegd, onjuist, onvolledig en misleidend. En niet de enige en juiste manier om de klimaatdoelen te halen.

2. Onze biodiversiteit verdwijnt door zonneparken In veel delen van het land wordt de eis neergelegd dat de biodiversiteit niet mag worden aangetast bij welke activiteit dan ook. Dit staat in schril contrast met de communicatie vanuit onze gemeenten. De West-Friese gemeenten doen het voorkomen alsof percelen met zonneparken door middel van het voorliggende beleidskader biodiverser zouden worden!

2

Uit meerdere studies is naar voren gekomen dat het vol zetten van landbouwgrond met zonnepanelen desastreuze gevolgen heeft voor de bodemkwaliteit en CO2 opname. En dus desastreuze gevolgen heeft voor de biodiversiteit. Uit recent onderzoek van de Universiteit van Wageningen bij het Waterschap Scheldestromen gebleken dat onder een dek van zonnepanelen niets groeit en dat na een aantal maanden vruchtbare grond wegspoelt. Alleen als de panelen voldoende hoog en met voldoende tussenruimte worden neergezet krijgt de beplanting nog voldoende licht om te groeien. We hebben geconstateerd dat de gemeenten geen onderzoek hebben gedaan naar de huidige biodiversiteit, flora en fauna in de RES-gebieden. Zijn de lokale natuurbeschermingsorganisaties betrokken geweest en is de nationale databank voor flora en fauna betrokken (NDFF: https://www.ndff.nl)? We hebben als Stichting de nationale databank voor flora en fauna geraadpleegd voor het RES gebied bij de Westerboekelweg in Opmeer. De resultaten worden momenteel door een deskundige geanalyseerd. We zullen hierover binnenkort publiceren. Belangrijk, want al jaren worden nesten van weidevogels geteld en geregistreerd bij Agrarisch natuur beheer. Er zijn veel broedsels van weidevogels, zoals kieviten. Het creëren van kruidenrijk grasland gaat hier niet werken om de simpele reden dat hier de grond te rijk is.

Ook heeft het geen zin om te zaaien op een strook waar gereden gaat worden. Kruidenrijk grasland kan niet tegen betreding en verdichting van de grond. Op rijke grond (rijk aan voedingsstoffen en organische stof) groeit veel kweekgras, brandnetels, zuring, paardenbloem, varkensgras. Ook mooi maar niet wat men beweert dat er gaat groeien. Men geeft aan dat de rietvegetatie, wat in de walkanten gepland staat, de zonnepanelen gaat onttrekken aan het zicht. Dat is niet waar. De sloot ligt volgens de aangeleverde informatie 1.30 meter onder het maaiveld. Rietvegetatie wordt 2 meter hoog en de panelen komen tot 1,50 meter boven het maaiveld. Je blijft de panelen altijd zien. Als je poelen gaat aanleggen komt daar uiteraard leven op af. Dat is een verrijking van wat er nu is, omdat de poelen er nu niet zijn. Dit geldt ook voor het afschuinen van de walkanten, dat geeft ook een meerwaarde aan het landschap qua biodiversiteit. Dit geldt ook voor het aan te leggen struweel. Struweel planten om de zonnepanelen niet te kunnen zien? Struweel wordt hoger dan 1.50 meter. Maar dat betekent dat we de horizon niet meer kunnen zien. Dus aantasting van de zichtlijnen in het historische West-Friese landschap. 3.

Inspanningsverplichting is veel te vrijblijvend In de algemene uitgangspunten voor zonneparken worden algemene landschappelijke kenmerken genoemd waar initiatieven rekening mee moeten houden. Verder volgen nog een aantal aanbevelingen waarvoor een inspanningsverplichting wordt gevraagd maar zonder resultaatgarantie. Een ontwikkelaar van zonneparken doet niet zoveel met een aanbeveling zoals: ‘denk na over innovaties, kijk naar alternatieve vormen van, ontwikkel samen met ecologische en

3

cultuurhistorische kansen’, zonder dat daar minimale verplichtingen aan vast zitten. Een ontwikkelaar heeft maar één doel en dat is snel maximaal rendement. Zonder minimale resultaatverplichting worden alle genoemde aanbevelingen alleen gebruikt als window-dressing voor de besluitvorming in de gemeenteraden en is dit misleidend voor de inwoners. Naast de algemene uitgangspunten en aanbevelingen zijn dus ook minimale verplichtingen (MET resultaatverplichting) noodzakelijk om op te nemen in de beleidsuitgangspunten voor behoud/verbetering van biodiversiteit, grondkwaliteit en leefomgeving. Daarnaast willen we wijzen op te noodzakelijkheid om afspraken te maken over het verwijderen van alle aangebrachte (technische) voorzieningen na afloop contract, en vooraf of gedurende de looptijd van de vergunning de opruimkosten alvast betalen.

4. Geef bedrijven voorrang met hun daken voor aansluiting op stroomnet We gaan uit van minimaal 600 panelen op een gemiddeld bedrijfsdak. Op een hectare weiland passen ongeveer 3.000 zonnepanelen. Elke hectare zonneweide blokkeert daarmee ongeveer 6 bedrijven om hun duurzaamheidsopgave te realiseren. Bedrijven kunnen dus niet verduurzamen door de aanleg van zonneweides: 5 hectare zonnepark blokkeert de toegang en verduurzaming van gemiddeld 30 bedrijven. Dit is niet goed voor de economie en de kostprijs van producten en diensten. Hoe zit het precies? Dat leggen we hieronder uit. De gemeenten gebruiken zonnedakje.nl (www.zonnedakje.nl) om het potentieel voor zon op dak te berekenen. Hieruit blijkt dat het potentieel bruikbare dakoppervlak voor zonnepanelen voor West-Friesland voldoende is voor de opwek van minimaal 1.200 GWh per jaar. Meer dan 1.000 bedrijven staan in de wachtrij bij Liander om duurzame elektriciteit te mogen leveren, in Nederland meer dan 6.000 bedrijven. Het netwerk van Liander moet uitgebreid worden om de duurzaam opgewekte stroom te kunnen verwerken. Waar die stroom opgewekt wordt maakt niet uit, maar opwek bij voorkeur zo dicht mogelijk bij gebruiker (zie website van Liander). Dit betekent dat zon op dak en zonneweides met elkaar in concurrentie zijn om aangesloten te worden op het netwerk van Liander. Nu is het ‘Wie het eerst komt die het eerst maalt’.

Het is noodzakelijk dat gemeenten en provincie deze afspraak wijzigen. Bedrijven die zon op hun dak willen leggen en verduurzamen moeten voorrang krijgen op zonneparken. Alle netwerkbedrijven in Nederland zijn eigendom van de Nederlandse overheid. Veelal Provincies en gemeenten. Dat betekent dat een gemeente en provincie verantwoordelijk zijn voor het handelen van de netwerkbedrijven en dat de West-Friese gemeenten veel meer directe invloed hebben op de keuzes van Liander dan ze laten zien. Prioriteit geven aan het aansluiten van bedrijven die met zonnepanelen op hun dak willen verduurzamen is dus een keuze waarop het Pact van West-Friesland grote invloed kan hebben. En dat de keuzes van de Nederlandse gemeenten tot nog toe ervoor hebben gezorgd dat we in Nederland 6.000 bedrijven hebben die niet aangesloten kunnen worden. Dat overkomt ze niet maar is het gevolg van de afspraken die Provincies en gemeenten met Liander hebben gemaakt.

4

5. Hoe gaat de gemeente clustering van zonneparken tegen? Grote Zonneparken hebben een industriële uitstraling en vormen een landelijk gebied om tot een gebied met een stedelijk karakter. In de landschappen van West-Friesland zijn monumentale bouwwerken aanwezig. Denk aan molens, stolpboerderijen, beschermde dorpsgezichten, etc. Hoe gaat dit beleidskader ervoor zorgen dat de gemeenten geen clustering van vergunningaanvragen moeten gaan goedkeuren? Met clustering bedoelen we dat aansluitende perceeleigenaren vergunning gaan aanvragen. Gezamenlijk kunnen dan grote zonneparken ontstaan. 6. Democratie? Inwoners zijn niet betrokken bij keuzes Waar het voorliggende beleidskader door gemeenten wordt gezien als de afronding van deze fase van de RES-opgave denken veel burgers dat dit begin is van inspraak en participatie. Deze discrepantie in verwachtingen zorgt voor een verlies in vertrouwen in de politiek en het bestuur van de gemeente. ‘Het is al besloten’ is dan ook veel gehoorde kritiek. De gemeenten hebben een enquête gehouden onder de inwoners van West-Friesland. De gemeenten schermen met de term dat dit een representatieve selectie van inwoners is. Het is echter maar zeer de vraag of de inwoners van West-Friesland het ook representatief vinden? Een klein deel van de inwoners heeft de enquête in gevuld. Daarnaast zijn de vragen als gesloten en suggestief ervaren.

Daarbij komt dat er geen informatie is gegeven over de respons noch over de resultaten per gemeente. We zijn daar zeer in geïnteresseerd. Inmiddels zijn er meer inwoners die onze petitie tegen zonneparken hebben ondertekend, dan inwoners die de enquête hebben ingevuld. 7. Wie gaat er geld aan verdienen? Wie gaat er met het geld vandoor? Het beleidskader gaat in deze vorm niet voorkomen dat de grote commerciële aanbieders van zonneparken veel geld gaan verdienen aan zonneparken die met subsidie vanuit onze belastingcenten worden opgezet. De gemeenten hebben beloofd dat de inwoners er beter van worden. Het concept beleidskader geeft geen enkele garantie dat dit gaat lukken. De gemeente streeft bij de realisatie van zonneparken naar vijftig procent lokaal eigendom. Onduidelijk is wat wordt bedoeld met ‘lokaal’. Onder het motto: ‘Onze inwoners en ondernemers kunnen meebeslissen over het project en over een deel van de opbrengsten. Zo werken we samen met hen aan een duurzame gemeente.’ Eigendom betekent meestal ook dat er een investering gedaan moet worden door de inwoners en ondernemers, bij 50% eigendom waarschijnlijk ook 50% van de investering. Is dat lokaal op te brengen? Kunnen inwoners met een gemiddelde of krappe beurs zo’n investering doen? Wat denken van niet. Daarnaast is een investering in een zonnepark of energie coöperatie een vorm van beleggen.

De gemeenten maken op deze wijze feitelijk reclame voor het beleggen van geld. Dan moet u ook waarschuwen voor de risico’s. De standaard waarschuwingszin van de AFM en andere verplichtingen zouden dan van toepassing zijn.

5

Snel voorbijgaan aan de financiële risico’s voor inwoners ligt niet in lijn van de zorgvuldigheid die je van een overheid mag verwachten. Uit onderzoek van de Vereniging Eigen Huis is gebleken dat zonneparken zorgen voor enorme daling van de waarde van woningen in de directe omtrek van 1 km van deze zonneparken. Hoe wordt rekening gehouden met dit feit in de compensatie van de betrokken omwonenden?

6

Bijlage Opmerkingen en vragen per bladzijde van concept Beleidskader Bladzijde 4 ‘Om dat doel te behalen, moet de elektriciteitsvoorziening worden verduurzaamd met onder meer wind- en zonneparken’. - Volgens ons moet dat zijn: ‘Om dat doel te behalen, moet de elektriciteitsvoorziening worden verduurzaamd met onder meer wind- en zonne-energie’. ‘De ontwikkeling van wind- en zonneparken vraagt meer ruimte dan de huidige energievoorziening (van onzichtbare naar zichtbare energiebronnen).’ - Hier zou moeten staan: ‘De opwekking van duurzame energie door middel van wind- en zonne-energie vraagt meer ruimte dan de huidige wijze van energieopwekking (van onzichtbare naar zichtbare energiebronnen).’ - Vervolgens zou er eerst iets moeten worden gezegd over de uitgesproken voorkeur voor opwek van zonne-energie middels het plaatsen van zonnepanelen op daken. ‘De beschikbare ruimte is schaars en vraagt om kaders hoe hiermee om te gaan.’ - Dat maakt het bijzonder dat het bestaande deel van industrieterrein De Veken in Opmeer niet is aangewezen als RES-zoekgebied. Bladzijde 6 Stroomschema - Op pagina 6 staat een stroomschema. De uitleg hiervan staat echter op pagina s 14-27. Dat is niet logisch voor de lezer. - In het stroomschema wordt verwezen naar ‘zie verordening H5’ maar er wordt niet verklaard wat dit inhoudt.

Bladzijde 8 ‘Minimale afstand van 600 meter tussen woningen/kwetsbare gebouwen en windturbines.’ - Wat zijn kwetsbare gebouwen? - Bedoelt u minimale afstand van 600 meter tot woningen etc ? ‘Behoud van de kenmerkende openheid, zichtlijnen en doorzichten door het hanteren van een maximale hoogte en plaatsing buiten zichtvelden’. - Bedoelt u plaatsing buiten zichtlijnen? - Welke maximale hoogte bedoelt u? Eerder heeft u genoemd 1,50 meter. Paragraaf 3. Algemene uitgangspunten voor wind- en zonne-energie - Geen woord over de zonneladder en de voorkeur voor zon op dak. Ook niets over het gebruik van grote bedrijfspanden en daken, parkeerplaatsen etc. Alles direct richting zonneparken.

7

‘Initiatieven voor zonne-energie (behoudens initiatieven gericht op zelfvoorziening; zie hiervoor 3.2) vinden uitsluitend plaats in de zoekgebieden voor zonne-energie uit de geldende RES.’ - Waarom is het bestaande deel van industrieterrein de Veken geen onderdeel van het RESzoekgebied? Dat zou aansluiting op het netwerk ook versnellen. ‘Behoud of versterken van bestaande landschappelijk kenmerkende structuren zoals kavelstructuren.’ - Dit is het makkelijkst te realiseren door er geen zonneparken toe te staan. Hoe ziet men dit anders voor zich? ‘Behoud van de schaal van het landschap.’ - Wat wordt hiermee bedoeld? ‘Behoud van de kenmerkende openheid, zichtlijnen en doorzichten door het hanteren van een maximale hoogte en plaatsing buiten zichtvelden.’ - Een zichtlijn is een denkbeeldige lijn zonder obstakels, zodat langs deze lijn gekeken kan worden. Wordt hier dus bedoeld dat zonneparken niet zichtbaar mogen zijn? ‘Behoud van rust in het landschap door rust aan te brengen in de vormgeving van de panelen.’ - De panelen zijn rechthoekig of vierkant van vorm, aan die vormgeving valt echt niets te veranderen. Als je de rust wilt behouden is de oplossing om er geen zonnepark te plaatsen.

‘Versterk bestaande groenstructuren en recreatieve routes.’ - Hoe ziet u dit voor zich? Bladzijde 9 ‘De aanbevelingen hieronder gelden als inspanningsverplichting bij het uitwerken van initiatieven indien op de betreffende locatie relevant’ - Een inspanningsverplichting is altijd snel getekend, maar als de inspanning niet tot het gewenste resultaat leidt is wel voldaan aan de ‘verplichting’ Bladzijde 9 en 12 ‘Geef bodem en flora ruimte door afstand tussen panelen en het maaiveld aan te houden.’ ! Dit lukt altijd, want 1 mm voldoet ook aan deze definitie. ! Hoe groot moet deze afstand zijn? ‘Zorg voor extensieve beplanting onder de panelen, waarbij het uitgangspunt een homogene mix van planten is.’ - Wat bedoelt u met extensieve beplanting? Onderhoudsarm? - Wat bedoelt u met een homogene mix? Er zal alleen wat gras groeien, mits de afstand tussen de panelen groot genoeg is. - Uit onderzoek blijkt dat dit ook vanzelf gaat omdat er weinig meer groeit onder de panelen (zie onderzoek van WUR).

8

‘Wees terughoudende met de oost-west opstellingen. Gebruik deze opstelling op gronden die geen (toekomstige) waarde hebben voor natuur of landbouw, bijvoorbeeld braakliggende grond op een bedrijventerrein.’ - Terughoudend is geen kader. Mag het wel of mag het niet? - Wie bepaalt wat waardevolle gronden zijn? En waarom moet je daarop terughoudend zijn met Oost-West opstellingen? ‘Ontwikkel zonneparken samen met recreatieve, ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke kansen en kwaliteiten.’ - Dit zijn stevige tegenstellingen. Hoe ziet u dit voor zich? Heeft u hiervan een goed voorbeeld uit Nederland of het buitenland? ‘Denk na over innovaties die bijdragen aan het oplossen van netcongestie. Innovaties die goed landschappelijk ingepast kunnen worden, staan gemeenten toe.’ - Waar denkt men dan bijvoorbeeld aan? Hoogspanningsleidingen, batterijopslag compound, waterstoffabriek? Bladzijde 11 ‘Plaats de microturbines of zonnevelden op voldoende afstand van beschermde cultuurhistorisch of landschappelijk waardevolle elementen en structuren zoals karakteristieke waterlopen, dijken en archeologische of aardkundige monumenten.’ - Wat verstaat u onder voldoende afstand? - We missen hierbij de monumentale bouwwerken, waaronder woningen en gebouwen. Graag toevoegen.

Bladzijde 17, 19, 21 en 24 ‘Zonnevelden worden in combinatie ontwikkeld met een recreatieve voorziening voor mensen die in de buurt van het zonneveld wonen en werken.’ - Hoe ziet u dit voor zich? Heeft u een goed voorbeeld? We kunnen ons niets voorstellen van recreëren tussen zonnepanelen. En de eigenaren zullen bang zijn voor vandalisme en vernieling van de zonnepanelen. - Zonnevelden zullen juist ten koste gaan van recreatie en toerisme. En de groei van toerisme verminderen. Bladzijde 24 ‘Vul restruimtes helemaal in.’ - Wat is een restruimte? Kunt u dit nader omschrijven? ‘Sluit aan op de maat en schaal van de infrastructuur.’ - Wat bedoelt u met deze zin? Welke infrastructuur bedoelt u? De wegen, de waterlopen, het netwerk van Liander?

9

‘Bij plaatsing van zonnepanelen dient aandacht gegeven te worden aan de relatie met erf en omgeving. Dit kan onder andere door het strategisch plaatsen van landschappelijk groen.’ - Dit punt begrijpen we niet. Het historische Westfriese landschap kenmerkt zich juist door de grote openheid van het historische landschap en de aantrekkelijke doorkijkjes naar een open landschap. Het plaatsen van groen belemmert de openheid en doorkijkjes. ‘Zonnevelden sluiten aan op bedrijventerreinen/woonkernen. Zij zorgen voor een zachte overgang van het bedrijventerrein/woonkern naar het open landschap door onder andere het toepassen van beplanting en recreatieve routes tussen het buitengebied en bedrijventerrein/woonkern.’ - Hoe zorgt een zonneveld voor een zachte overgang naar het open landschap? De tekening laat zien dat alle dorpen ingesloten worden door zonnevelden! ‘Zonnevelden worden ontwikkeld in combinatie met een recreatieve voorziening voor de mensen die in de buurt van het zonneveld wonen en werken.’ - Waar denkt u dan aan? Een wipkip? Een schommel met uitzicht op een zonneveld? Of is dit slechts een escaperoute voor de eis van het Rijk voor multifunctioneel gebruik? ‘Bij plaatsing van zonnepanelen in een dorpslint dient rekening gehouden te worden met de schaal van het erf en doorzichten tussen gebouwen.’ - Wat betekent dit concreet? - Moeten zonnepanelen juist in de doorzichten

geplaatst worden? - Of niet? ‘Sluit nabij NNN-gebieden aan met blauwgroene structuren die de waarden behorend bij de NNNkwalificatie versterken.’ - Wat staat hier en wat wordt ermee bedoeld? ‘Zorg voor een toename van de biodiversiteit van het zonneveld als geheel.’ - Graag verwijzen we naar dit onderzoek https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/nieuws/grote-grondgebonden-zonneparkenbeinvloeden-bodem-en-bodemleven Bladzijde 29 ‘De omvang van de opstelling voor zonne-energie.’ - De omvang mag 5 of 10 ha zijn bij een dorpslint. Het lijkt niet de bedoeling dat meerdere percelen/perceeleigenaren ieder 5 of 10 ha zonnevelden plaatsen in 1 dorpslint, en daardoor toch een groot veld ontstaat. Graag deze mogelijkheid uitsluiten in het beleidskader. ‘Onverminderd artikel 6.3 kunnen GS …..’ - Wat bedoelt u met artikel 6.3? Graag duidelijker aangeven. ‘Locatie is niet aansluitend op een reeds bestaande opstelling’. - Wat is de definitie van ‘niet aansluitend ‘? Wat is niet aansluitend? 1 meter, 10 meter, 50 meter? ‘Het bepaalde in sub a, b en c is niet van toepassing op het oprichten van een of meer opstellingen voor zonne-energie op locaties die in gebruik zijn als nutsvoorziening, voor de

10

waterhuishouding, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of infrastructuur voor het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer, niet zijnde leidingtracés voor gas of elektriciteit.’ - Wat staat hier en wat wordt ermee bedoeld? Graag duidelijker taalgebruik. ‘Stimuleringsgebieden zonne-energie, alleen geldend voor het landelijke gebied.’ - Wat zijn Stimuleringsgebieden? - Wat zegt dat over de status van zo’n gebied?

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12502287/1