05 Raadsbrief voortgang aanbevelingen visitatiecommissiev (2) (1)
Tekst van het document
Raadsbrief Voortgang aanbevelingen visitatiecommissie Informerend Zaaknummer: 940715
Geachte raad, Middels deze brief informeren wij u over de acties die wij ondernomen hebben of nog gaan nemen naar aanleiding van de rapportage van de Visitatiecommissie voor het sociaal domein Stede Broec. Zoals u kunt lezen is de rapportage van de visitatiecommissie zeer welkom geweest en wordt er zonder extra capaciteit van de afdeling Samenleving in te zetten, dankbaar gebruik gemaakt van de analyse en aanbevelingen. Het feit blijft dat het sociaal domein een relatief ‘jong’ domein is waarin we met de meest kwetsbare inwoners werken van de gemeente. Het sociaal domein is ook een complex domein: wetgeving verandert regelmatig, jurisprudentie verschijnt aan de lopende band, zorgaanbieders komen en gaan, hulpvragen kunnen zeer ingewikkeld zijn. Zaken die het werken inen met het sociaal domein lastig maken, maar ook boeiend en uitdagend. Uit de aanbevelingen blijkt dat er, ondanks dat er al veel is opgepakt, nog met name beleidsmatig werk te doen is om meer 'grip' te krijgen op de uitgaven in het sociaal domein. Aanleiding In 2020 heeft de visitatiecommissie van de VNG, op verzoek van het college, onderzoek gedaan naar de financiële beheersbaarheid van het sociaal domein van onze gemeente. De rapportage heeft u in het eerste kwartaal 2021 ontvangen. De visitatiecommissie heeft het rapport, de analyse en de uitkomsten op 8 april 2021 aan u gepresenteerd.
De uitkomsten zijn vervolgens ook ambtelijk gepresenteerd. Er is binnen de organisatie geen aparte projectstructuur opgezet, omdat de aanbevelingen en werkwijze niet losstaand zijn, maar juist geïntegreerd moet worden binnen het huidige beleid en ontwikkelingen. In de huidige werkpraktijk betekent dit dat wij waar mogelijk binnen de bestaande inzet en ontwikkelingen waar mogelijk rekening houden met de aanbevelingen. Deze aanpak zorgt er wel voor dat we niet altijd de gehele aanbeveling kunnen oppakken en dat we rekening moeten houden met de beperkte ambtelijke capaciteit. Aanbevelingen 1. Formuleer maximaal drie leidende uitgangspunten Volgens de visitatiecommissie is de huidige visie van het Sociaal Domein te vaag en niet smart uitgewerkt. Voor het hebben van een visie en missie vindt het college dat geen bezwaar, echter binnen de afzonderlijke beleidsplannen c.q. uitvoeringsplannen zullen er wel heldere en smart geformuleerde uitgangspunten moeten worden benoemd. In de komende beleids- en uitvoeringsplannen zullen we hier meer aandacht voor hebben. Voor de Wmo en regionale Jeugdzorg zijn deze momenteel in ontwikkeling. 2. Integreer en operationaliseer de visie op het sociaal domein, de inrichting en de bekostiging Deze aanbeveling pakken wij grotendeels op in de uitvoering van uw motie over de samenwerking met Ons Stede Broec en de verschuiving naar de eerstelijns zorg.
De samenwerking is fors geïntensiveerd, er zijn samenwerkingsafspraken gemaakt en afspraken over rapportages. In oktober stelt het college een aantal documenten zoals de samenwerkingsovereenkomst en de prestatiegerichte subsidie 2022-2023 vast. U wordt hierover geïnformeerd in een raadsinformatiebrief. Binnenkort wordt de mandaatregeling aangescherpt, een Wmo beleidsplan opgesteld en een regionaal beleidskader jeugdhulp in samenwerking met de regio. In deze beleidsplannen kan de raad scherpere keuzes maken.
3. Zorg dat de voortgang op maatschappelijke resultaten en het budget goed te monitoren zijn als je doelen opstelt en een set van indicatoren samenstelt. Zoals hierboven beschreven wordt dit met name opgepakt vanuit de samenwerking met Ons Stede Broec. Er zijn afspraken over de rapportages en de subsidie wordt prestatiegericht ingericht. Ook zijn er stappen gemaakt met de rapportages vanuit de SED organisatie. Tweemaal per jaar wordt uw raad geïnformeerd over de stand van zaken. Cliëntervaringsonderzoeken worden uitgevoerd en deze wijzigen wij momenteel in het ‘continu meten’ waarbij we ook de effectiviteit willen bevragen. Tot slot leveren wij alle verplichte indicatoren aan voor ‘waar staat je gemeente’ en de gemeentelijke begroting. Binnen de aanbeveling wordt gesproken over ‘sturen op voeren van regie op instroom, doorstroom en uitstroom en het terugdringen van het percentage overige en onbekende verwijzer’. Dit punt wil het college graag oppakken maar is door de beschikbare capaciteit nog niet mogelijk gebleken. 4.
Bespreek intern (op bestuurlijk niveau) wat wel of niet wenselijk is bij het verdelen van schaarse middelen; wanneer is ‘goed’ ook goed genoeg met het risico op klachten? Deze afweging maakt het college en uw raad op de daartoe bestemde momenten bij de behandeling van de stukken uit de planning en controlcyclus en het minder of meer middelen ter beschikking stellen. Echter een goede discussie met de raad over wat is goed genoeg en hoeveel risico op klachten van inwoners wil de raad accepteren heeft nog niet plaatsgevonden. Met de ontwikkeling van het beleidsplan jeugd en WMO kunnen wij de discussie met de raad over de keuzes wanneer is ‘goed’ genoeg en de daarbij behorende risico’s bespreken. 5. Leer van andere gemeenten De contacten met andere gemeenten zijn intensief. We werken veel binnen de (boven)regio samen. Ook wordt er via diverse (online en offline) platformen van de VNG samengewerkt en informatie uitgewisseld. Voor bijvoorbeeld de uitvoering van de motie over de eigen bijdrage is intensief contact geweest met de gemeente Veenendaal. Voor wat betreft de Wmo zijn er contacten met de gemeente Almere over soortgelijke maatwerkarrangementen en wordt er voor het beleidsplan inspiratie opgedaan uit beleidsplannen van andere gemeenten. Zo wordt per dossier gekeken waar we kunnen leren, overnemen en verbeteren van andere gemeenten. 6.
Creëer inzicht op basis van beschikbare data op het gebied van Jeugd, Wmo en Participatie. De afgelopen jaren is er veel energie gestoken in het verbeteren van de rapportages. In de rapportage is o.a. een top 10 duurste jeugd cliënten opgenomen. Ook geeft het inzicht in de instroom en verwijzers. Er wordt gewerkt aan een "Businnes Intelligence tool". De raad heeft budget beschikbaar gesteld voor de implementatie van een arrangementenmonitor en we sluiten aan op een regionaal dashboard wat in het eerste kwartaal 2022 gereed zal zijn. Nog meer data-gericht werken is uiteraard mogelijk en wenselijk. Een diepere analyse van de hulpvragen (wie verwijst, welke gezinnen hebben meerdere hulpvragen, zijn er cliënten die vaker terugkomen etc.) is nodig om meer inzicht te krijgen. Dit wordt opgepakt in samenwerking met Ons Stede Broec. 7. Voer structureel een open gesprek over wat gedaan kan worden om de verhoudingen tussen het ambtelijk apparaat, het college en de raad te optimaliseren. Deze aanbeveling heeft als doel duidelijker te maken welke rollen, taken en bevoegdheden college, raad en ambtelijke organisatie hebben als het gaat om te nemen maatregelen.
Wat is het mandaat van het college, welke prioriteiten en kaders stelt de raad, hoe vaak moet worden gerapporteerd over de voortgang; over deze zaken moeten duidelijke afspraken gemaakt worden om 'ruis' te voorkomen en niet steeds nieuwe opdrachten aan de organisatie te geven. De afgelopen periode zijn er enkele thema bijeenkomsten geweest waarin de raad werd geïnformeerd over resultaten en voortgang. Gezien deze aanbeveling is het college van mening dat hier nog een slag te maken is.
8. Expliciteer op bestuurlijk en directieniveau de werkelijke ambitie van de ambtelijke fusie en de doorvertaling hiervan ten behoeve van het sociaal domein Deze aanbeveling is belegd bij de directie en bestuur. In de praktijk wordt er uitvoering gegeven aan waar mogelijk gelijke beleidsvorming en uitvoering. De gemeenteraad is uiteraard bevoegd om eigen beleid te maken en hecht waarde aan de coleur locale. Het moge duidelijk zijn dat dit de efficiency niet ten goede komt. Het nu op te stellen Wmo beleidsplan is een voorbeeld waarbij er wordt gekeken naar een meer gelijke beleidsvorming. 9. Maak toegangsmedewerkers en verwijzers meer kostenbewust Deze aanbeveling is een belangrijke pijler bij het beheersbaar krijgen van het sociaal domein en zal de komende jaren continue aandacht vragen. Een aantal zaken is al opgepakt. Zo is er werkbegeleiding en casuïstiekbespreking door de gedragswetenschapper met de consulenten. Er wordt een check gedaan op mogelijkheden vanuit een ander wettelijk kader, zoals de WLZ. Binnen de doorontwikkeling van het resultaatgericht werken staat het volgen van de cliënt en het regie voeren op het proces en dus ook op de kosten, meer centraal. Dit behoeft binnen onze organisatie meer aandacht en wordt bij de doorontwikkeling meegenomen.
Tot slot willen we met de pilot met Ons Stede Broec nog meer inzetten op preventie en het voorliggende veld waardoor mogelijk kosten kunnen worden bespaard. Deze pilot wordt intensief (financieel) gemonitord door zowel de gemeente als Ons Stede Broec. 10. Versterk grip op externe verwijzingen Verwijzingen vanuit Gecertificeerde Instellingen (in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering) worden regelmatig inhoudelijk beoordeeld door de consulenten, eventueel in samenwerking met de gedragswetenschapper. Indien nodig wordt afgestemd over een passender, goedkoper arrangement. Deze taak wordt ook nadrukkelijk meegenomen in de toekomstige ontwikkeling van de toegang. Voor wat betreft de inzet van hulp op school/ dagbehandeling/ schooluitval zijn de onderwijszorgarrangementen geïmplementeerd en is er een steeds nauwere samenwerking tussen leerplicht, Ons Stede Broec, onderwijs en zorgaanbieder, waar nodig met beoordeling door een arts. Bij een verlengingsaanvraag voor cliënten, zonder extern verwijzer, is Ons Stede Broec of de jeugdconsulent betrokken en aanwezig bij evaluaties. Er vindt altijd inhoudelijke beoordeling plaats bij verlengingen zonder extern verwijzer. Het contact met de huisartsen (wettelijk verwijzers in het kader van de jeugdwet) is geïntensiveerd en er loopt een pilot met de POH-GGZ. 11.
Ontwikkel vanuit inzichten heldere uitvoeringsrichtlijnen voor de gemeentelijke toegang De toegang is door de raad bij Ons Stede Broec belegd. De afgelopen jaren is hier in nauwe samenwerking met Ons Stede Broec aan gewerkt. Deze aanbeveling heeft ons op het idee gebracht een gespecialiseerde triage-medewerker aan te stellen bij de toegang. Deze medewerker kan bij een (aan)vraag bepalen of een voorliggende voorziening voldoende is of dat de cliënt zwaardere hulp nodig heeft. In samenwerking met de gebiedsteams Drechterland en Enkhuizen worden de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport ‘Werken met gezinnen met complexe en meervoudige problematiek’ opgepakt. 12. Monitor de voortgang op doelstellingen en vertaal de resultaten vanuit de monitoring naar integrale stuurinformatie. Monitoring gebeurt nog vooral cijfermatig en financieel. Het vertalen van de resultaten naar integrale stuurinformatie staat nog in de kinderschoenen maar zal de komende tijd meer aandacht vragen. Resultaten van de Arrangementenmonitor en dashboards gaan interessante informatie opleveren waardoor beter gestuurd en bijgestuurd kan worden. Belangrijk in dit verband is wel dat veel zaken, zoals inkoop en contractmanagement, regionaal worden uitgevoerd.
Vervolg Door middel van reguliere rapportages en presentaties zullen wij u verder op de hoogte houden van de ontwikkelingen binnen het sociaal domein.
Bovenkarspel, 26 oktober 2021 Burgemeester en wethouders van Stede Broec De secretaris, De burgemeester,
A. Huisman
R.A.P. Wortelboer