05 Raadsbrief Raadsbrief Belastingdienst Toeslagenaffaire Kinderopvangtoeslag.docx
Tekst van het document
Raadsbrief Raadsbrief Belastingdienst Toeslagenaffaire Kinderopvangtoeslag Informerend Zaaknummer: 887819 Geachte raad, Hierbij informeren wij u over de toeslagenaffaire kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst Aanleiding De toeslagenaffaire kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst is volop in het nieuws. Het komt er in het kort op neer dat de Belastingdienst grote sommen geld terugvordert van mensen als ze hun eigen bijdrage voor de kinderopvang te laat betaalden. Het ging soms zover dat de Belastingdienst ook zelfs jarenlange betaalde bedragen terugvorderde. Veel mensen zijn daardoor in de problemen gekomen, verloren hun huis, raakten hun baan of partner kwijt. Vanuit het Ministerie van Financiën en Sociale zaken zijn instructies gekomen hoe de gemeente hiermee dient om te gaan. De uitwisseling van gegevens, welke gezinnen het betreffen, is lastig in het kader van de privacywetgeving. De Belastingdienst is nu aan het onderzoeken of en hoe er gegevensuitwisseling kan gaan plaatsvinden met de gemeenten. Tot die tijd is het aan ouders zelf om zich bij de gemeente te melden. Informatieverstrekking Als inwoners zich bij de gemeente melden inzake de toeslagenaffaire, dan geeft het rijk de opdracht aan gemeenten om gedupeerde te ondersteunen.
De huidige stand van zaken is dat er bij de Belastingdienst 15 gezinnen bekend zijn uit de gemeente Stede Broec die gedupeerd zijn door deze toeslagenaffaire. Vanuit onze gemeente Stede Broec hebben we nu de contactgegevens verstrekt, zodat er rechtstreeks een doorverwijzing kan plaatsvinden naar deze contactpersoon. Er is een consulent aangewezen die de inwoners zal ondersteunen. Financiën Voor hulp aan de gedupeerden van de toeslagenaffaire van de Belastingdienst krijgen de gemeenten €6.092,- per gedupeerde plus de werkelijke kosten van de trajectzorg. Dat heeft minister W.B. Hoekstra van het Ministerie van Financiën besloten. De gemeenten krijgen; (1) € 380,- per gedupeerde voor de registratie van gedupeerden, het eerste contact en een inventarisatie van de hulpvragen; (2) €3.468,- per gedupeerde voor het opstellen van een door gemeente en gedupeerde(n) ondertekend plan van aanpak en begeleiding van de gedupeerde(n); (3) De daadwerkelijk gemaakte kosten voor de inkoop en uitvoering van trajectzorg op 5 leefgebieden - Financiën en schulden, - Gezondheid en zorg, - Werk of dagbesteding, - Gezin. - Wonen, Plus voor de nazorg van deze trajectzorg (4) €2.244,- per gedupeerde voor nazorg. Het totaalbedrag is dan € 6.092,- per gedupeerde, plus de werkelijke kosten van de trajectzorg.
De gemeenten moeten de specifieke uitkering uiterlijk 31 december 2023 besteden. Vervolg
Zodra wij meer informatie met u kunnen delen, zullen we dat doen doormiddel van een informatiebrief.
Bovenkarspel, 8 december 2020 Burgemeester en wethouders van Stede Broec De secretaris, De burgemeester,
A. Huisman
R.A.P. Wortelboer
Bijlage 1: Factsheet inrichten meldpunt
Het uitgangspunt bij de ondersteuning door gemeenten voor gedupeerde ouders kinderopvangtoeslag vormen de reguliere processen en werkwijzen van de gemeenten binnen de Wmo, de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
Werkzaamheden gemeenten De ondersteuning van gedupeerden kan van gemeenten de volgende werkzaamheden vragen. De onderstaande beschrijving moet worden gelezen als indicatief en niet voorschrijvend. De opbouw van het ondersteuningsproces aan ouders kan per gemeente verschillen. De lijst met werkzaamheden is opgesteld samen met een aantal gemeenten. 1. Vinden van gedupeerden De gemeenten kunnen op eigen initiatief op zoek gaan naar gedupeerde ouders die mogelijk hulp van de gemeenten willen krijgen. Dit vraagt inzet op communicatie, informatie en advies vanuit de gemeente om outreachend te werk te kunnen gaan. Uitgangspunt bij het in contact komen met gedupeerden is de overdracht vanuit de Belastingdienst. Gemeenten kunnen daarnaast via data- en dossieranalyse plus bevraging van inwoners op spreekuren en tijdens keukentafelgesprekken op zoek gaan naar inwoners die door de kinderopvangtoeslag affaire gedupeerd zijn. De Belastingdienst communiceert regelmatig over het aantal gedupeerden ouders per gemeenten. Er is sprake van grote verschillen tussen gemeenten. 2. Eerste contact met inwoner en vaststellen of wel/geen sprake is van een crisissituatie Gemeenten zetten veelal een vast contactpersoon/casemanager per huishouden in. Op basis
van de overdracht en/of de interne data- en dossieranalyse en soms een korte wijkanalyse bereidt deze zich voor op het eerste contactmoment. Het kennismakingsgesprek tussen de inwoner en de gemeentelijke contactpersoon vindt plaats, waarbij er in veel gevallen ook een maatschappelijk werker aanwezig is. In het kennismakingsgesprek wordt gestart met de beoordeling of er sprake is van een crisissituatie, zoals een dreigende huisuitzetting, serieuze gezondheidsproblematiek of een ernstige zorg voor jeugd situatie. In het gesprek wordt verkend of er een passend hulpaanbod mogelijk is, in welk geval aan de inwoner een aanbod tot een aantal verdere intakegesprekken wordt gedaan. 3. Intake: eerste inventarisatie problematiek In twee tot drie intakegesprekken wordt samen met de inwoner gekeken welke hulpvragen er zijn, welke ondersteuning de gemeente per hulpvraag kan bieden, wat daarbij van de inwoner wordt verwacht en wordt een start gemaakt met het opbouwen van de vertrouwensrelatie met de inwoner. De benodigde gegevens van de inwoner worden verzameld, op basis waarvan vaak al de eerste contouren van een ondersteuningsplan in kaart gebracht worden. 4. Maken plan van aanpak Het uiteindelijke met de inwoner afgesproken ondersteuningstraject wordt stap voor stap in een plan van aanpak uitgewerkt.
Wanneer er sprake is van een schuldhulptraject, bevat het plan van aanpak uitgewerkt dat er gestart wordt met informatie, advies en begeleiding en er vervolgens stabilisatie, budgetbeheer en schuldbemiddeling plaats kan vinden. Met de inwoners wordt besproken welke ondersteuning deze mag verwachten en deze afspraken worden in een plan van aanpak vastgelegd. In deze fase heeft de gemeentelijke contactpersoon regelmatig contact met de ouder. Zo wordt doorlopend gewerkt aan de vertrouwensband met de inwoner. 5. Uitvoering plan van aanpak en inschakelen andere hulpverlening Tijdens de uitvoering van het in het plan van aanpak beschreven ondersteuningstraject, wordt er doorlopend gewerkt aan de vertrouwensband en het contact met de inwoner. Indien de situatie daartoe aanleiding geeft, deelt de gedupeerde ouder persoonsgebonden informatie over de voortgang van zijn/haar dossier bij de Belastingdienst met de casemanager van de gemeente, of kan er een driegesprek plaatsvinden. Naast de (1e lijns) begeleiding die de gemeentelijke contactpersoon in de ondersteuning vervult, is er tijdens de uitvoer van het plan van aanpak in veel gevallen sprake van de inzet van (2e lijns gecontracteerde) specialistische hulp, op één of meer van de volgende leefdomeinen: Wonen
Contact met woningbouwverenigingen, drinkwater- en energiebedrijven. Hulp bij stroomafsluiting, dreigende huisuitzetting etc. Hulp bij inschrijven voor een woning, zorgen voor noodopvang of briefadres. Hulp bij aanvraag van woonlastencompensatie, onderhandelen over hypotheek. Inzet van begeleid of beschermd wonen.
Financiën
Contact met schuldeisers (o.a. vaste lasten partners, rijksuitvoeringsorganisaties). Aanbod van informatie en advies op financiën (eventueel maatjes). Inkomensreparatie, aanvragen inkomensregelingen waaronder Toeslagen. Schuldhulpverlening (waaronder stabilisatie, treffen van schuldregelingen, mobility mentoring, financiële werkplaatsen en het houden van vinger aan de pols), gespecialiseerde schuldhulpverlening voor ondernemers/zzp’ers en gespecialiseerde schuldhulpverlening voor laaggeletterden en niet digitaal vaardige inwoners. Zoeken van financiering voor achterstallige, dan wel nieuwe medische hulp waar nodig. Het bieden van juridische ondersteuning. Beschermingsbewind, budgetbeheer, budgetcoaching.
Gezondheid
Hulp bij het afsluiten van een (collectieve) zorgverzekering. Hulp bij dringende eerstelijns medische en psychologische hulp Indicatiestelling inzet 2e lijnszorg. Zoeken naar specialistische ggz hulp en begeleiding voor zowel ouders als kinderen. Uitvraag medische zorg (zowel achterstallige zorg zoals tandarts als nieuwe medische zorg zoals therapie).
Werk/dagbesteding
Arbeidsbemiddeling en begeleiding naar de arbeidsmarkt. Aanbieden van leer-werktrajecten. Bemiddeling, coaching. Activering en dagbesteding.
Gezinssituatie
Ondersteunen bij vormen van eigen sociale netwerk. Opvoedondersteuning. Hulp bij huiselijk geweld. Jeugdhulp. Relatiegesprekken. Kindpakketten, opvang.
6. Nazorg Gemeenten houden tot ongeveer 24 maanden vinger aan de pols contact met inwoners die na een ondersteuningstraject weer voldoende zelfredzaam zijn om zonder aanvullende ondersteuning hun huishouden op de rit te houden. Onderdeel van nazorg kunnen periodieke gesprekken, de inzet van buurtmaatjes en coaching/training op afroep zijn. 7. Voorbereiding en coördinatie binnen gemeentelijke organisatie om bovenstaand te kunnen organiseren Het uitwerken van handreikingen en het initieel intern en met gemandateerde uitvoerders bespreken van de gewenste ondersteuningsaanpak.