04B Stede Broec - Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2021 - DH-2508-1191
Tekst van het document
Cliëntervaringsonderzoek Jeugd Gemeente Stede Broec
| 1 | Conceptrapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente …
Rapport | augustus 2021
Partners in verbetering
Cliëntervaringsonderzoek Jeugd Rapport Gemeente Stede Broec
Inhoudsopgave Samenvatting
1
H1 | Inleiding
3
1.1
Aanleiding onderzoek .................................................................................. 3
1.2
Doelgroep ................................................................................................. 3
1.3
Privacy ...................................................................................................... 4
1.4
Steekproef en respons ................................................................................ 4
1.5
Referentiegroep ......................................................................................... 4
1.6
Leeswijzer ................................................................................................. 4
H2 | Toegankelijkheid van voorzieningen
5
2.1
Vindbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen ....................................... 5
2.2
Eigen inzet ................................................................................................ 7
2.3
Contact na de melding ................................................................................ 8
2.4
Reden voor contact (ouders) ...................................................................... 10
H3 | Uitvoering van de hulp
11
3.1
De kwaliteit van de zorg ............................................................................ 11
3.2
De kwaliteit van de hulpverleners ............................................................... 13
3.3
Perspectiefplan en arrangement ................................................................. 15
H4 | Effect van de hulp
18
H5 | Wat gaat goed en wat kan beter?
19
5.1
Wat gaat goed? ........................................................................................ 19
5.2
Wat kan beter? ....................................................................................... 200
Bijlage 1 Colofon
Tabellen met onderzoeksresultaten
211 28
Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.
Samenvatting De gemeente Stede Broec heeft deelgenomen aan het Cliëntervaringsonderzoek Jeugd. Een onderzoek naar de ervaringen van jeugdhulpcliënten is vanaf 2016 verplicht voor alle gemeenten in Nederland. Uw gemeente heeft daarbij gekozen voor een aangepaste versie van de modelvragenlijst (MCJO). De vragenlijst gaat in op thema’s als toegankelijkheid van voorzieningen, uitvoering van de zorg en effecten van de zorg op het opgroeien, de zelfstandigheid, de zelfredzaamheid en het meedoen in de eigen omgeving. De resultaten van dit onderzoek geven inzicht in de ervaringen van jongeren en ouders die jeugdhulp ontvangen. De resultaten worden vergeleken met een referentiegroep van andere gemeenten die dezelfde vragen hebben gesteld. Omdat uw gemeente vorig jaar ook het Cliëntervaringsonderzoek Jeugd heeft laten uitvoeren, kunnen de resultaten met die van vorig jaar vergeleken worden. In de weergave van de resultaten zijn de antwoorden van jongeren en ouders samengenomen. Vanwege het beperkte aantal respondenten hebben de resultaten van dit onderzoek een indicatief karakter.
Toegankelijkheid van voorzieningen Jongeren en ouders is gevraagd naar de toegankelijkheid van de voorzieningen. Van de respondenten geeft 64% aan dat zij weten waar zij terechtkunnen als zij hulp of ondersteuning nodig hebben. Respondenten geven aan snel geholpen te worden nadat zorg of ondersteuning nodig is gebleken, 64% geeft aan vaak of altijd snel geholpen te zijn. Dit is een stijging ten opzichte van vorig jaar, toen 52% snel geholpen was. Van belang is dat jongeren en ouders het gevoel hebben dat zij de zorg en ondersteuning kunnen krijgen die nodig is. Een meerderheid van de respondenten geeft aan dit gevoel te hebben, namelijk 70%.
Eigen inzet In 2020 hebben de meeste respondenten (40%) hulp gevraagd op school om het probleem of de situatie op te lossen. De meeste respondenten hebben vervolgens als eerste contact gelegd met de huisarts (38%), gevolgd door school (16%).
Contact na melding 64% van de respondenten heeft na de melding een huisbezoek of telefonisch contact gehad. In 51% van de gevallen was het contact met de jeugdconsulent van de gemeente.
| 1 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
Uitvoering van de zorg Cliënten is gevraagd hoe zij de zorg of hulp ervaren. Hierbij is ingegaan op de zorg in het algemeen en op de hulpverlener. Een meerderheid van de respondenten is overwegend positief over de zorg of hulp. Zo geeft 78% van de respondenten aan dat zij goed geholpen worden bij vragen en problemen. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat jongeren en ouders medezeggenschap ervaren. Een meerderheid van de respondenten ervaart dit ook. Zo zegt 86% dat beslissingen over de hulp samen met hen genomen worden. Ook is goede samenwerking tussen verschillende (hulpverlenende) organisaties een belangrijke voorwaarde voor goede jeugdhulp. Van de respondenten geeft 71% aan dat de verschillende organisaties goed samenwerken. Een ruime meerderheid van de respondenten spreekt zich positief uit over de hulpverleners. Het gaat hierbij om zeer veel verschillende soorten hulpverlening. De kennis van medewerkers is goed (78% is hier tevreden over), men heeft het idee serieus te worden genomen (86%) en de behandeling is volgens vrijwel alle respondenten respectvol (90%).
Perspectiefplan en arrangement De gemeente Stede Broec heeft ook vragen gesteld over het perspectiefplan en arrangement. 59% van de respondenten heeft een perspectiefplan met resultaten geschreven, 82% is daar (heel) tevreden over. 15% van de respondenten heeft ondersteuning gehad vanuit een arrangement, 73% hier (heel) tevreden over.
Effect van de hulp Het grootste effect van de hulp voor jongeren lijkt te zijn bereikt op het gebied van opgroeien. Door de hulp gaat het thuis beter (86%), voelt de jongere zich beter (83%) en is het gedrag volgens ouders en jongeren verbeterd (83%).
| 2 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
H1 | Inleiding 1.1
Aanleiding onderzoek
Vanaf 2016 zijn gemeenten vanuit de Jeugdwet verplicht om een cliëntervaringsonderzoek te (laten) uitvoeren onder jeugdhulpcliënten. De Jeugdwet verwijst voor de grondslag hiervan naar de Wmo. In de Regeling Jeugdwet zijn de eisen verder uitgewerkt. Er is gekoerst op een beperkt aantal vragen, rekening houdend met de verschillende doelgroepen, verschillende hulpvormen en de wettelijke eisen, die vastliggen in paragraaf 3 van de Regeling Jeugdwet. Met de uitvoering van dit onderzoek, gebruikmakend van de Modelvragenlijst Cliëntervaring Jongeren en Ouders (MCJO), voldoet u aan deze verplichting.1 Met dit onderzoek wordt de cliëntervaring met betrekking tot de uitvoering van de jeugdhulp in beeld gebracht en wordt gevraagd in hoeverre gestelde resultaten en effecten van de jeugdhulp behaald worden in de ogen van de cliënt (jongere of ouder/verzorger). Het onderzoek gaat in op thema’s als toegankelijkheid van voorzieningen, uitvoering van de zorg en effecten van de zorg op het opgroeien, de zelfstandigheid, de zelfredzaamheid en het meedoen in de eigen omgeving. We benadrukken dat het gaat om de cliëntervaring. Deze kan afwijken van het beeld dat een hulpverlener heeft of wat in zorgplannen of verslagen wordt weergegeven. Het oordeel van de cliënt zelf is echter van groot belang voor het beleid, de doorontwikkeling van beleid en de uitvoering.
1.2
Doelgroep
De doelgroep van dit onderzoek zijn jongeren (12-23 jaar) en ouders met kinderen (van ongeboren tot 18 jaar) die in het kader van de Jeugdwet gebruikmaken van hulp in uw gemeente. Zoals in de Jeugdwet omschreven kan het hierbij gaan om individuele voorzieningen, overige voorzieningen, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclasseringsmaatregelen. De gestelde vragen in dit onderzoek zijn voor jongeren en ouders hetzelfde. De vragenlijsten verschillen enkel in taalgebruik. Dit rapport geeft de resultaten voor jongeren en ouders samen weer. De tabellenbijlage toont de resultaten voor jongeren en ouders apart. Voor de leeftijdscategorie 12-18 jaar zijn zowel jongeren als ouders aangeschreven. Dat betekent niet dat de jongere en ouder uit hetzelfde huishouden altijd beide hebben deelgenomen aan dit onderzoek. De cliëntervaring van ouders en jongeren kan dan ook niet één-op-één vergeleken worden.
De Modelvragenlijst Cliëntervaring Jongeren en Ouders (MCJO) is op verzoek van de VNG ontwikkeld door Stichting Alexander in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam, met medewerking van de gemeenten Alkmaar, Enschede, ’s-Hertogenbosch, Hoorn, Maastricht, Tilburg en Utrecht, de landelijke cliëntenorganisaties vertegenwoordigd in de ‘Landelijke Werkgroep Cliëntenparticipatie’ en de ‘Landelijke Werkgroep Kwaliteit en Toezicht’. 1
| 3 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
1.3
Privacy
De privacy van jeugdhulpcliënten is een belangrijk aandachtspunt in dit onderzoek. Er zijn meerdere maatregelen genomen om de privacy van respondenten te waarborgen en te voldoen aan de eisen van de AVG. In alle communicatie is benadrukt dat het onderzoek anoniem is, dat de resultaten niet herleid worden naar individuele personen en dat de gegeven antwoorden geen consequenties hebben voor de hulp die men ontvangt. Voor de uitvoering van het onderzoek heeft de gemeente Stede Broec met BMC een verwerkersovereenkomst afgesloten.
1.4
Steekproef en respons
Op aanwijzing van BMC heeft de gemeente Stede Broec alle inwoners die jeugdhulp ontvangen aangeschreven. In totaal zijn 750 ouders van kinderen van ongeboren tot 18 jaar aangeschreven. Daarnaast zijn 328 jongeren tussen de 12 en 23 jaar aangeschreven. In uw gemeente hebben in totaal 75 ouders en jongeren deelgenomen aan dit onderzoek door een (online) vragenlijst in te vullen. Dat is een responspercentage van 7%. De resultaten van uw gemeente zijn op basis van deze respons indicatief.2
1.5
Referentiegroep
In bijlage 1 is een tabellenoverzicht opgenomen met daarin de totale uitkomsten, de uitkomsten voor jongeren en ouders apart en de uitkomsten van de referentiegroep. De referentiegroep betreft het gemiddelde van alle cliënten in gemeenten die hetzelfde onderzoek hebben laten uitvoeren door BMC. De referentiegroep bestaat uit zestien gemeenten. In de figuren worden de resultaten van uw gemeente weergegeven in kleur. De resultaten van de referentiegroep worden met bruintinten weergegeven.
1.6
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 gaat in op de ervaringen van respondenten met de toegankelijkheid van voorzieningen en het contact na de melding, gevolgd door hoofdstuk 3 over de uitvoering van zorg. Hoofdstuk 4 laat het effect van de hulp zien. In hoofdstuk 5 staat beschreven wat goed gaat en wat beter kan. In bijlage 1 staan de tabellen met de onderzoeksresultaten uitgesplitst naar jongeren en ouders.
2 Ervaring van BMC bij onderzoek naar Jeugdhulp is dat de resultaten vrijwel altijd indicatief zijn.
| 4 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
H2 | Toegankelijkheid van voorzieningen In dit hoofdstuk komt aan bod hoe de respondenten de toegang tot de jeugdhulpvoorzieningen hebben ervaren. Weten ze waar zij terechtkunnen, zijn ze snel geholpen en is passende hulp beschikbaar?
2.1
Vindbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen
Er zijn verschillende verwijzers die kinderen toegang kunnen bieden tot jeugdhulp. Dit zijn huisartsen, jeugdartsen, gespecialiseerde artsen, Gecertificeerde Instellingen en gemeenten, bijvoorbeeld via een Centrum voor Jeugd en Gezin of een sociaal (wijk)team. Ook hebben maatschappelijke organisaties die ouders en kinderen kunnen verwijzen naar het juiste kanaal hier een belangrijke rol. Denk aan scholen, vrijwilligersorganisaties, welzijnsorganisaties en andere zorgprofessionals of aanbieders. Figuur 1 Altijd
Toegankelijkheid van voorzieningen (N = 67, 68, 68) Vaak Soms
Nooit
Ik weet waar ik terechtkan als ik hulp nodig heb
Ik ben snel geholpen
Ik kan de hulp krijgen die ik nodig heb/die mijn kind nodig heeft
De cliënten is gevraagd of ze weten waar ze terechtkunnen als ze hulp nodig hebben. 64% van de respondenten weet vaak of altijd waar ze terechtkunnen als er hulp nodig is. Van de respondenten weet 35% niet (altijd) waar ze terechtkunnen voor hulp. Snelheid van handelen is belangrijk. Door vroegsignalering kan ergere problematiek worden voorkomen. Daarnaast is van belang dat ouders en kinderen zich gehoord voelen en dat ze snel weten waar ze aan toe zijn. Daarom is er gevraagd naar de snelheid waarmee ze geholpen zijn, nadat de jongere of ouder zich met een vraag had gemeld.
| 5 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
64% van de respondenten geeft aan altijd of vaak snel geholpen te zijn. Dit is een stijging ten opzichte van vorig jaar, toen 52% van de respondenten aangaf vaak of altijd snel geholpen te zijn. Tot slot geeft de figuur weer of de respondenten de hulp konden krijgen die zij nodig hebben. Passende hulp is van belang om de geformuleerde doelen te halen, maar ook om de beleidsdoelen als zelfredzaamheid, zelfontplooiing en veiligheid te realiseren. 70% van de respondenten zegt vaak of altijd de hulp te kunnen krijgen die hij of zij nodig heeft. Dit is een daling ten opzichte van vorig jaar. In onderstaande figuur is te zien dat het percentage respondenten dat meent snel geholpen te zijn, sterk is gestegen. Figuur 2
Ik ben snel geholpen (% altijd/vaak)
Er is in 2020 een duidelijke daling te zien wanneer het gaat om het vinden van passende hulp. Figuur 3
Ik kan de hulp krijgen die ik nodig heb/die mijn kind nodig heeft (% altijd/vaak)
| 6 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
2.2
Eigen inzet
De gemeente Stede Broec heeft aan cliënten gevraagd wat ze zelf gedaan hebben om het probleem of de situatie op te lossen voordat ze hulp gevraagd hebben. Figuur 4
Wat heeft u/heb je zelf gedaan om het probleem of de situatie op te lossen voordat u/je om hulp heeft/hebt gevraagd?
In 2020 hebben de meeste respondenten (40%) hulp gevraagd op school, gevolgd door hulp bij een andere organisatie (23%). Ook is gevraagd via welke route cliënten in aanraking gekomen zijn met jeugdhulp. Figuur 5
Via welke route bent u/ben je terechtgekomen bij de hulpverlener/zorgaanbieder?
| 7 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
De meeste respondenten hebben als eerste contact gelegd met de huisarts (38%), gevolgd door school (16%).
2.3
Contact na de melding
Na een melding kan de gemeente contact opnemen met de melder voor vraagverheldering en eventueel het toekennen van een beschikking. In het onderzoek is gevraagd of er een huisbezoek of telefonisch contact heeft plaatsgevonden na de melding (dan wel herindicatie). Figuur 6
Heeft er een huisbezoek of telefonisch contact plaatsgevonden na de melding (dan wel herindicatie)?
36% van de respondenten geeft aan dat er geen huisbezoek of telefonisch contact is geweest na de melding. 64% heeft wel een huisbezoek of telefonisch contact gehad. Vervolgens is gevraagd met wie er contact is geweest na de melding. Figuur 7
Zo ja, met wie?
| 8 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
In 51% van de gevallen was het contact met de jeugdconsulent van de gemeente, in 26% van de gevallen met de zorgaanbieder/hulpverlener. Aan cliënten die een gesprek gehad hebben is gevraagd wie hierbij aanwezig waren. Figuur 8
Wie waren er bij dit gesprek aanwezig?
Op de vraag wie er bij dit gesprek aanwezig was, gaf 53% van de respondenten aan dat dit een jeugdconsulent van de gemeente was, in 18% van de gevallen was het iemand van Welzijn Stede Broec. Figuur 9
Welke onderwerpen zijn er aan bod gekomen tijdens het gesprek?
| 9 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
Tijdens het gesprek is de gezinssituatie besproken (38%) en alle onderwerpen die van belang waren (25%).
2.4
Reden voor contact (ouders)
Aan de ouders is gevraagd of zij contact hebben gezocht met jeugdconsulenten van de gemeente en waarom zij contact hebben gezocht. Figuur 10
Heeft u contact gezocht met de jeugdconsulenten van de gemeente? (ouders)
Van de ouders geeft 40% aan dat zij contact hebben gezocht met jeugdconsulenten, 60% heeft geen contact gezocht. Figuur 11
Waarom heeft u uiteindelijk contact gezocht met de jeugdconsulenten van de gemeente? (ouders)
Van de ouders die contact gezocht hebben met de jeugdconsulenten, heeft 35% dat gedaan omdat hulp alleen via de gemeente is aan te vragen. 24 % wist niet waar ze de hulp moesten regelen en bij 24% was de situatie verergerd of onhoudbaar.
| 10 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
H3 | Uitvoering van de hulp In dit hoofdstuk komen de cliëntervaringen met de uitvoering van de hulp aan bod. Worden jeugdhulpcliënten goed geholpen, krijgen ze voldoende informatie over de hulp, worden beslissingen over de hulp in gezamenlijkheid genomen, werken de verschillende organisaties goed samen en wat vinden respondenten van de kwaliteit van de hulpverleners?
3.1
De kwaliteit van de zorg
Gemeenten hebben met de gecontracteerde aanbieders afspraken gemaakt over een goede kwaliteit van zorg. Aanbieders moeten voldoen aan minimale standaarden om de gestelde doelen, zoals vastgelegd in de Jeugdwet, te kunnen behalen en ervoor te zorgen dat de hulp het afgesproken beoogde effect oplevert voor kinderen en ouders. Hieronder volgen de uitkomsten van enkele vragen die over de kwaliteit van zorg gaan. Figuur 12
Uitvoering - kwaliteit van de zorg (N = 72, 72, 73, 66)
Altijd
Vaak
Soms
Nooit
Ik word goed geholpen bij mijn vragen en problemen
Ik krijg voldoende informatie over de hulp
Beslissingen over de hulp worden samen met mij genomen
De verschillende organisaties werken goed samen om mij/en mijn kind te helpen
Bovenstaande figuur toont de ervaringen van respondenten met betrekking tot de hulp die zij krijgen bij hun vragen en problemen. 78% van de respondenten vindt dat ze vaak of altijd goed worden geholpen bij hun vragen of problemen. We zien dat dit percentage iets lager is dan de referentiegroep (82%).
| 11 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
Informatievoorziening over de hulp is heel belangrijk. Zo weten jongeren en ouders wat zij van de hulp kunnen verwachten. 75% van de respondenten krijgt voldoende informatie over de hulp. In vergelijking met de referentiegroep (80%) scoort de gemeente Stede Broec op deze stelling vergelijkbaar. Vervolgens is gevraagd of jongeren en ouders ervaren dat beslissingen over de hulp samen met hen worden genomen. 86% van de respondenten ervaart dat beslissingen over de hulp vaak of altijd samen met hen worden genomen. Indien er verschillende organisaties betrokken zijn bij de hulp voor een jongere of een kind is het van belang dat zij samenwerken om hem of haar goed te kunnen helpen. In het verleden kwam het voor dat verschillende professionals bij een kind of gezin betrokken waren, zonder dat zij daar van elkaar van op de hoogte waren. Dat heeft geleid tot onwenselijke situaties waarin niemand de regie had over de situatie. Hulpvragen werden daardoor niet integraal opgepakt, waardoor de effectiviteit soms te wensen overliet. Het doel is nu om te werken volgens het principe één gezin, één plan, één regisseur. 71% van de respondenten die van verschillende organisaties hulp ontvangen, ervaart dat deze goed samenwerken om hen te helpen. Dat is verbeterd ten opzichte van vorig jaar.
In onderstaande trendfiguur zien we dat er een lichte toename is van respondenten in Stede Broec die aangeven dat zij goed geholpen worden bij vragen en problemen. Figuur 13
Ik word goed geholpen bij mijn vragen en problemen (% altijd/vaak)
Ook vinden respondenten door de jaren heen steeds vaker dat organsiaties goed samenwerken.
| 12 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
Figuur 14
3.2
De verschillende organisaties werken goed samen om mij/en mijn kind te helpen (% altijd/vaak)
De kwaliteit van de hulpverleners
De kwaliteit van en de klik met de hulpverlener bepaalt in hoge mate het effect van de hulp. Wat vinden de jongeren en ouders van de hulpverleners die hen ondersteunen? Figuur 15
Uitvoering – kwaliteit van de hulpverleners (N = 72, 73, 74)
Altijd
Vaak
Soms
De hulpverleners weten genoeg om mij/en mijn kind te kunnen helpen
Ik voel mij serieus genomen door de hulpverleners
Ik word met respect behandeld door de hulpverleners
| 13 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
Nooit
Allereerst is naar de kennis van de hulpverlener gevraagd. De figuur toont hoe respondenten dit ervaren. 78% van de respondenten vindt dat de hulpverleners vaak of altijd genoeg kennis hebben om hen te kunnen helpen. 22% vindt dat niet of soms. Vervolgens is gevraagd of ze zich serieus genomen voelen door de hulpverleners. 86% van de respondenten voelt zich vaak of altijd serieus genomen door de hulpverleners. Van de respondenten voelt 14% zich soms of nooit serieus genomen. Tot slot is gevraagd of jongeren en ouders zich met respect behandeld voelen door de hulpverleners. 90% van de respondenten voelt zich vaak of altijd met respect behandeld door de hulpverleners. In onderstaande figuur is te zien dat er een stijgende lijn is met betrekking tot de mening over de deskundigheid van de medewerker. Figuur 16
De hulpverleners weten genoeg om mij/en mijn kind te kunnen helpen (% altijd/vaak)
| 14 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
Tot slot is gevraagd of de ondersteuning aan de behoeften voldoet. Dat is te zien in onderstaande figuur. Figuur 17
Voldoet de ondersteuning aan uw/jouw behoeften?
De ondersteuning voldoet voor het overgrote deel aan de behoeften (81%).
3.3
Perspectiefplan en arrangement
In de gemeente Stede Broec streven zorgaanbieders en gemeente ernaar om inwoners een passend perspectiefplan of een arrangement aan te bieden. De volgende vragen gaan hierover. Figuur 18
Is er samen met u/jou een perspectiefplan met resultaten geschreven?
| 15 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
59% van de respondenten heeft een perspectiefplan met resultaten geschreven, 24% heeft dit niet. Figuur 19
Kunt u/Kun je aangeven in hoeverre u/je tevreden bent over het perspectiefplan?
Van de respondenten die een perspectiefplan geschreven hebben is 82% hier (heel) tevreden over. Ook is gevraagd of cliënten ondersteuning ontvangen vanuit een arrangement. Figuur 20
Ontvangt u/Ontvang je de ondersteuning vanuit een arrangement?
15% van de respondenten heeft ondersteuning gehad vanuit een arrangement, 31% heeft dat niet. Opvallend is dat het merendeel van de respondenten (54%) het niet weet.
| 16 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
Figuur 21
Kunt u/Kun je aangeven in hoeverre u/je tevreden bent over uw/jouw arrangement?
Van de respondenten die een arrangement ontvangen hebben, is 73% hier (heel) tevreden over. 9% is (heel) ontevreden. De helft van de respondenten die een arrangement ontvangen, ontvangt geen aanvullende ondersteuning vanuit een component. Figuur 22
Ontvangt u/Ontvang je naast een arrangement ook nog ondersteuning van een component (vervoer, medicatie, verblijf, pleegzorg of EED)?
| 17 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
H4 | Effect van de hulp In dit hoofdstuk komen de effecten van de jeugdhulp op het opgroeien, de zelfstandigheid, de zelfredzaamheid en het meedoen aan de eigen omgeving aan bod. Worden met de doelen van de Jeugdwet, zoals naar vermogen mee kunnen doen, één gezin, één plan, één regisseur en hulp op maat, de gewenste effecten bij de kinderen en jongeren bereikt? Aan jongeren en ouders is gevraagd wat het effect van de jeugdhulp is op het opgroeien. In de modelvragenlijst zijn deze effecten opgesplitst in diverse enquêtevragen. Figuur 23
Effect van de hulp bij het opgroeien (N = 69, 64, 64)
Veel beter
Beetje beter
Hetzelfde gebleven
Beetje slechter
Veel slechter
Door de hulp voel(t) ik mij/mijn kind zich beter
Door de hulp gaat het beter met mijn gedrag/het gedrag van mijn kind
Door de hulp gaat het thuis beter
De door respondenten meest ervaren effecten van de hulp bij het opgroeien zijn: • een betere thuissituatie (86%) • een beter gevoel (83%) • beter gedrag (83%) Opvallend is dat er een stijging is ten opzichte van vorig jaar als het gaat om verbetering van het gedrag van het kind en dat het door de hulp thuis beter gaat.
| 18 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
H5 | Wat gaat goed en wat kan beter? 5.1
Wat gaat goed?
Aan het einde van de vragenlijst is aan cliënten gevraagd aan te geven wat zij vinden dat op dit moment goed gaat bij de hulp en begeleiding die ze ontvangen. We hebben deze opmerkingen in een top 4 gezet. Hieronder staan de opmerkingen weergegeven van de ouders. Tabel 1 1 2 3 4
Wat gaat goed?
Opmerking Luisteren/serieus genomen/gehoord voelen (10) Goed geholpen/hulpvaardigheid/genomen tijd/inzet (7) Deskundigheid/professionaliteit/kennis (5) Aansluiting hulp op hulpvraag/maatwerk/oplossingsgericht (4)
Hieronder staan enkele citaten weergegeven. Deze zijn illustratief voor het totaal aan opmerkingen. 1.
‘Dat we serieus genomen worden.’ ‘Dat onze hulpvraag serieus werd genomen. Gedacht werd in oplossingen. Een lieve jeugdconsulente.’ ‘Luisteren naar problematiek, onderzoek naar probleem.’ ‘Er wordt geluisterd naar het probleem en ze proberen zo goed mogelijk te helpen.’ ‘Er wordt geluisterd, probleem wordt herkend.’
2.
‘De ondersteuning en hulp van de behandelend arts.’ ‘[Naam medewerker] heeft ons uitstekend geholpen.’ ‘De hulpverlening aan ons kind en begeleiding van ons. Een betrokken team bij de GGZ.’ ‘Over de geboden hulp voor ons kind.’
3.
‘Mensen met kennis bij zowel Jeugdzorg als mijn Stede Broec.’ ‘Vragen worden goed beantwoord.’ ‘Snelheid in beoordelen en goede, professionele, vakkundige mensen.’ ‘De zorgverleenster is professioneel en heeft oog voor mijn kind, maar ook voor ons als ouders.’
| 19 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
4.
‘De gezinscoach die wij al jaren hebben regelt heel veel voor ons. Onderhoudt contacten met verschillende organisaties/hulpverleners en is onmisbaar voor mijn gezin. Onze situatie/gedrag van mijn zoon is complex.’ ‘De zorg die wij krijgen, past goed bij ons. We zijn blij dat er geen gedoe was bij het afgeven van de indicatie, we hopen dat dat zo blijft.’ ‘Over de hulpverleners en de resultaten van de hulp. Over dat ik zelf geen zorgen had over de aanvraag en deze is geregeld door de hulpverlener.’
5.2
Wat kan beter?
Cliënten is gevraagd aan te geven wat zij vinden dat op dit moment beter kan aan de hulp en begeleiding die ze ontvangen. We hebben deze opmerkingen in een top 3 gezet. Tabel 2
Wat kan beter? Opmerking
1
Opmerkingen over lange wachttijd (11)
2
Moeite met communicatie en laagdrempeligheid (10)
3
Algemene ontevredenheid (7)
Hieronder staan per opmerking enkele citaten weergegeven. Deze zijn illustratief voor het totaal aan opmerkingen over wat beter zou kunnen. 1.
‘Dat het heel lang heeft geduurd, 2,5 jaar.’ ‘Dat alles zo lang duurt bij de gemeente.’ ‘Wachttijd: juli aanvraag, november uitsluitsel.’
2.
‘Moeilijk te bereiken, langs elkaar heen werken.’ ’Als je contact zoekt is het moeilijk juiste persoon aan de lijn te krijgen.’ ‘Invullen perspectiefplan was drama dat is voor gewone burger bijna niet te doen.’ ‘Ik voel me soms wat bezwaard, om hulp te vragen, drempel blijft hoog wat dat betreft.’
3.
‘Ons Stede Broec is super onkundig, na 4 jaar heeft onze zogenaamde ondersteuner ons kind nog niet gezien. Totaal geen contact/minimaal contact naar ons toe.’ ‘Heel slecht ons Stede Broec: geen contact, geen inzet.’ ‘Te weinig expertise om onze situatie in te schatten, te veel wisseling van consulent.’
| 20 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
Bijlage 1
Tabellen met onderzoeksresultaten
In de zesde kolom staan de totalen van de uitkomsten van jongeren en ouders gezamenlijk. In de tweede kolom staan de uitkomsten van jongeren apart, gevolgd door de uitkomsten van ouders in de vierde kolom. In de een na laatste kolom is het gemiddelde over alle gemeenten die het onderzoek door BMC hebben laten uitvoeren, weergegeven. In de tabellen zijn de stellingen zoals geformuleerd in de vragenlijst voor jongeren opgenomen. Voor ouders gaan deze stellingen over hun kind. Tabel 3
Toegankelijkheid van voorzieningen (% vaak/altijd)
Jongeren 2020
Ouders
Jongeren
N
Jongeren
Jongeren
en ouders
(samen)
en ouders
en ouders
Referentiegroep
N
Referentiegroep Referentiegroep
jongeren en
(samen)
N
2020
N
2020
2020
2019
2018
jongeren 2020
ouders 2020
ouders 2020
2020
0
64%
67
64%
67
62%
67%
75%
74%
74%
2.840
0
65%
68
65%
68
52%
57%
69%
65%
66%
2.514
0
71%
68
71%
68
82%
68%
81%
73%
75%
2.532
Ik weet waar ik terechtkan als ik hulp nodig heb Ik ben snel geholpen Ik kan de hulp krijgen die ik nodig heb/die mijn kind nodig heeft Tabel 4
Wat heeft u/heb je zelf gedaan om het probleem of de situatie op te lossen voordat u/je om hulp heeft/hebt gevraagd? %
N
Niets
13%
5
Hulp gevraagd aan familie en bekenden
18%
7
Hulp gevraagd op school
40%
16
Zelf ondersteuning of hulp betaald
8%
3
Hulp gevraagd aan een andere organisatie, namelijk
23%
9
Totaal
100%
40
| 21 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
Tabel 5
Via welke route bent u/ben je terecht gekomen bij de hulpverlener/zorgaanbieder? %
N
Via de huisarts
38%
24
Via de jeugdconsulent van de gemeente
10%
6
Via school
16%
10
Via Welzijn Stede Broec
14%
9
Anders namelijk
22%
14
Totaal
100%
63
Tabel 6
Heeft er een huisbezoek of telefonisch contact plaatsgevonden na de melding (dan wel herindicatie)? %
N
Ja
64%
46
Nee
36%
26
Totaal
100%
72
Tabel 7
Zo ja, met wie? %
N
Zorgaanbieder/hulpverlener
26%
9
Jeugdconsulent van de gemeente
51%
18
School
0%
0
Team Inzet Drechterland
20%
7
Anders, namelijk
3%
1
Totaal
100%
35
| 22 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
Tabel 8
Wie waren er bij dit gesprek aanwezig? %
N
Jeugdconsulent van de gemeente
53%
20
Onafhankelijke cliëntondersteuner
5%
2
Familie
13%
5
Welzijn Stede Broec
18%
7
Iemand anders, namelijk
11%
4
Totaal
100%
38
%
N
Alleen de benodigde hulp
21%
5
Alle onderwerpen die van belang waren, zoals inkomen, vrije tijd, huisvesting, gezondheid, et cetera
25%
6
De gezinssituatie
38%
9
Weet ik niet (meer)
8%
2
Anders, namelijk
8%
2
Totaal
100%
24
Tabel 9
Tabel 10
Welke onderwerpen zijn er aan bod gekomen tijdens het gesprek?
Heeft u contact gezocht met de jeugdconsulenten van de gemeente? (ouders) %
N
Ja
40%
29
Nee
60%
44
Totaal
100%
73
| 23 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
Tabel 11
Waarom heeft u uiteindelijk contact gezocht met de jeugdconsulenten van de gemeente? (ouders) %
N
Ik wist niet waar of hoe ik de hulp of ondersteuning moest regelen
24%
4
Ik ben doorverwezen door een huisarts of andere hulpverlener
6%
1
De situatie was verergerd en niet langer houdbaar
24%
4
De hulp of ondersteuning is alleen via de gemeente aan te vragen
35%
6
Ik wil of kan geen beroep doen op familie/vrienden/buren
0%
0
Ik heb contact gezocht op advies van familie/vrienden/bekenden
0%
0
Andere reden, namelijk
12%
2
Totaal
100%
17
Tabel 12
Uitvoering van de kwaliteit van zorg (% vaak/altijd)
Jongeren 2020
Ouders
Jongeren
N
Jongeren
Jongeren
en ouders
(samen)
en ouders
en ouders
Referentiegroep
N
Referentiegroep Referentiegroep
jongeren en
(samen)
N
2020
N
2020
2020
2019
2018
jongeren 2020
ouders 2020
ouders 2020
2020
0
78%
72
78%
72
75%
74%
85%
81%
82%
2.927
0
71%
66
71%
66
64%
54%
71%
68%
69%
2.498
0
75%
72
75%
72
73%
69%
79%
79%
79%
2.918
0
86%
73
86%
73
83%
82%
82%
89%
88%
2.904
Ik word goed geholpen bij mijn vragen en problemen De verschillende organisaties werken goed samen om mij/mij en mijn kind te helpen Ik krijg voldoende informatie over de hulp Beslissingen over de hulp worden samen met mij genomen
| 24 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
Tabel 13
Uitvoering van de kwaliteit van hulpverleners (% vaak/altijd)
Jongeren 2020
Ouders
Jongeren
N
Jongeren
Jongeren en
en ouders
(samen)
en ouders
ouders
Referentiegroep
N
Referentiegroep Referentiegroep
jongeren en
(samen)
N
2020
N
2020
2020
2019
2018
jongeren 2020
ouders 2020
ouders 2020
2020
0
78%
72
78%
72
75%
70%
81%
81%
81%
2.930
0
86%
73
86%
73
85%
74%
88%
88%
88%
2.956
0
89%
74
89%
74
92%
87%
95%
95%
95%
2.971
De hulpverleners weten genoeg om mij/mij en mijn kind te kunnen helpen Ik voel mij serieus genomen door de hulpverleners Ik word met respect behandeld door de hulpverleners Tabel 14
Voldoet de ondersteuning aan uw/jouw behoeften? Met NVT %
N
Ja, helemaal
34%
25
Grotendeels
45%
33
Een beetje
12%
9
Nee, helemaal niet
7%
5
Niet van toepassing
3%
2
Totaal
100%
74
%
N
Ja
59%
44
Nee
24%
18
Weet ik niet
16%
12
Totaal
100%
74
Tabel 15
Is er samen met u/jou een perspectiefplan met resultaten geschreven?
| 25 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
Tabel 16
Kunt u/Kun je aangeven in hoeverre u/je tevreden bent over het perspectiefplan? %
N
Heel tevreden
11%
5
Tevreden
60%
27
Neutraal
18%
8
Ontevreden
0%
0
Heel ontevreden
9%
4
Niet van toepassing
2%
1
Totaal
100%
45
%
N
Ja
15%
11
Nee
31%
22
Weet ik niet
54%
39
Totaal
100%
72
%
N
Heel tevreden
9%
1
Tevreden
64%
7
Neutraal
18%
2
Ontevreden
9%
1
Heel ontevreden
0%
0
Niet van toepassing
0%
0
Totaal
100%
11
Tabel 17
Tabel 18
Ontvangt u/Ontvang je de ondersteuning vanuit een arrangement?
Kunt u/Kun je aangeven in hoeverre u/je tevreden bent over uw/jouw arrangement?
| 26 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
Tabel 19
Ontvangt u/Ontvang je naast een arrangement ook nog ondersteuning van een component (vervoer, medicatie, verblijf, pleegzorg of EED)?
%
N
Ja
50%
6
Nee
50%
6
Weet ik niet
0%
0
Totaal
100%
12
Tabel 20
Effect van de hulp bij het opgroeien (% een beetje/veel beter geworden)
Jongeren 2020 Door de hulp voel(t) ik
Ouders
Jongeren
N
Jongeren
Jongeren
en ouders
(samen)
en ouders
en ouders
Referentiegroep
N
Referentiegroep Referentiegroep
jongeren en
(samen)
N
2020
N
2020
2020
2019
2018
jongeren 2020
ouders 2020
ouders 2020
2020
0
83%
69
83%
69
82%
78%
81%
84%
83%
2.811
0
83%
64
83%
64
69%
76%
74%
79%
78%
2.548
0
86%
64
86%
64
78%
73%
70%
79%
77%
2.493
mij/mijn kind zich beter Door de hulp gaat het beter met mijn gedrag/het gedrag van mijn kind Door de hulp gaat het thuis beter
| 27 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec
BMC Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort P.O. box 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01
Colofon
Augustus 2021 Classificatie Naam adviseur Projectnummer
: : :
Vertrouwelijk Hinke Stallen PO018990
Correspondentienummer
:
DH-2508-1191
Kijk voor meer informatie ook eens op onze website www.bmc.nl
| 28 | Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec