04A Fusie Effectrapportage
Tekst van het document
FUSIE-EFFECTRAPPORTAGE Besturenfusie in vorm van samenwerkingsbestuur Stichting voor Interconfessioneel voortgezet onderwijs in Oostelijk West-Friesland & Stichting Regionale Scholengemeenschap Enkhuizen Relevante wet- en regelgeving ● Artikel 3.31 Wet voortgezet onderwijs 2020 ● Artikel 10, lid 1, onder h, van de Wet medezeggenschap op scholen ● Regeling en beleidsregels fusietoets in het onderwijs 2017 1.
BEOOGDE FUSIE EN FUSIEPROCES
1.1 Beoogde fusie en fusieproces Informatie over de beoogde fusie en stappen die in het fusietraject moeten worden doorlopen. Stichting voor Interconfessioneel voortgezet onderwijs in Oostelijk WestFriesland (49778) is het bevoegd gezag van Martinuscollege(18CV) met één vestiging in Grootebroek. Stichting Regionale Scholengemeenschap Enkhuizen is het bevoegd gezag van RSG Enkhuizen (13EE) met één vestiging in Enkhuizen. De besturen van deze stichtingen hebben in 2021 een verkennend onderzoek laten uitvoeren naar mogelijke vormen van bestuurlijke samenwerking (‘Verkennend onderzoek bestuurlijke samenwerking’ d.d. 30 juni 2021). Op basis van het onderzoek zijn de bestuurders tot de conclusie gekomen om de haalbaarheid van een besturenfusie tussen beide stichtingen nader te onderzoeken. Op 14 oktober 2021 hebben de besturen daarom gezamenlijk het intentiebesluit genomen om onderzoek te doen naar de haalbaarheid en gevolgen van een besturenfusie. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek hebben zij op 11 november 2022 een voorgenomen besluit tot fusie genomen. De besluitvormingsprocedure met de bijbehorende wettelijke inspraak zal naar verwachting eind februari 2023 worden afgerond. 1.2 Tijdsbestek Informatie over het tijdsbestek waarbinnen de fusie zal worden gerealiseerd, de beoogde fusiedatum en de onderwerpen die na de formele fusiedatum nog geregeld moeten worden.
De beoogde fusiedatum is 1 januari 2024. De uitwerking van de besturenfusie (inrichting interne organisatie, onderwijs, werkgelegenheid, bedrijfsvoering e.d.) wordt vastgelegd in een implementatieplan. De uitvoering daarvan krijgt zijn beslag in een transitiefase die loopt tot 1 augustus 2025. Het implementatieplan wordt uitgevoerd in overleg met de nieuwe gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en waar dit van toepassing is in overleg met de medezeggenschapsraden van de afzonderlijke scholen. 1.3 De motieven voor de fusie Beschrijving van de aanleiding en beweegredenen en eventuele noodzaak (motieven) voor de fusie. Te denken valt bijvoorbeeld aan regionale omstandigheden die aanleiding zijn voor de fusie en positieve effecten met betrekking tot de doelmatigheid, continuïteit, kwaliteit en responsiviteit van het onderwijs. Uit het verkennend onderzoek (2021) blijkt dat er geen directe, materiële urgentie is, die noodzaakt om op korte termijn maatregelen te nemen in het kader van bestuurlijke samenwerking. De knelpunten die worden ervaren (overmaat aan vierkante meters, krapte in de ondersteunende processen en daling van de inkomsten) kunnen op dit moment ook binnen de eigen organisatie worden opgelost. Beide organisaties hebben de afgelopen vijf jaar wel te maken gehad met een daling in het aantal leerlingen en deze daling zal de komende tien jaar een rol blijven spelen.
Voor beide organisaties zal dit o.a. betekenen dat op termijn: niet kan worden uitgesloten dat kleine vakken te kostbaar worden, de druk op de onderwijskwaliteit de komende jaren eerder zal toe- dan afnemen en de nu al op onder delen kwetsbare bedrijfsvoering binnen beide schoolorganisaties kwetsbaarder zal worden. Daarmee zal het op termijn voor de beide scholen afzonderlijk steeds moeilijker worden om de bestuurlijke ambities waar te gaan maken. Uit het verkennend onderzoek valt op te maken dat de bestuurders overkoepelende ambities hebben die beter gerealiseerd kunnen worden door intensief te gaan samenwerken. Het is beter voor beide organisaties, medewerkers, leerlingen en regio om in te zetten op samenwerking i.p.v. concurrentie. Aan de besturenfusie tussen de beide schoolorganisaties liggen dan ook de volgende motieven ten grondslag. 1. Beide stichtingen bestaan primair om aan een maatschappelijke onderwijsvraag te voldoen en de belangen van die vraag zo goed mogelijk te dienen. 2. De scholen willen graag inzetten op betere onderwijskundige en bedrijfsmatige ondersteuning, aantrekkelijk werkgeverschap en het behoud van kleine vakken in Oostelijk West-Friesland. 3.
De positie van het voortgezet onderwijs in het werkgebied van beide stichtingen kan het beste versterkt worden door het onderwijsaanbod onder één bestuurlijke verantwoordelijkheid en regie samen te brengen in de vorm van een samenwerkingsbestuur: a. Beide organisaties zijn in alle opzichten gezond en kunnen dus vanuit kracht opereren om tijdig te kunnen anticiperen op ongewenste situaties. b. Bundeling van de krachten zal tevens bijdragen aan: i. Versterking van de interne en externe bestuurskracht. ii. Versterking van het personeelsbeleid en –beheer.
iii. Vergroting van de doelmatigheid. iv. Beperking van (financiële) risico’s. 1.4 Alternatieven voor de fusie Beschrijving van de alternatieven voor de fusie (andere fusiepartner of samenwerkingsvorm) en de uitkomst van het onderzoek naar de alternatieven. De alternatieve samenwerkingsvormen zijn uitgebreid onderzocht in het verkennend onderzoek (2021). De conclusie van het onderzoek is dat een besturenfusie de meeste mogelijkheden biedt om in te spelen op de aandachtspunten die bij 1.3. benoemd zijn. Deze conclusie wordt bevestigd in het haalbaarheidsonderzoek dat is uitgevoerd in vervolg op het verkennend onderzoek. I.v.m. het voedingsgebied dat de beide scholen bedienen zijn er geen andere fusiepartners overwogen. 1.5 Te bereiken (gekwantificeerde) doelen van de fusie Beschrijving van wat het bestuur wil bereiken met de fusie en de meerwaarde van de fusie voor ouders en leerlingen, bijvoorbeeld een hogere kwaliteit of meer keuzemogelijkheden. Met de besturenfusie verwachten de besturen een meerwaarde te creëren voor: beide organisaties (zie punt 1), de leerlingen (punt 2), medewerkers (punt 3) en lokale regio (punt 4). 1. Beide organisaties, omdat een samenwerkingsbestuur kansen biedt voor: a) Meer en betere onderwijskundige en bedrijfsmatige ondersteuning.
Door het bundelen van de beide centrale diensten is er volop deskundigheid beschikbaar om enerzijds meer specialisatie mogelijk te maken en daarin ook te investeren, o.a. met en van elkaar te leren en om anderzijds de huidige kwetsbaarheid te beperken (één functionaris die verantwoordelijk is voor meerdere beleidsterreinen). b) Sterkere profilering in plaats van concurrentie. Ongewenste concurrentie tussen beide scholen kan worden voorkomen: profileren wordt belangrijker dan concurreren. Beide scholen behouden hun onderwijskundige en levensbeschouwelijke eigenheid en kunnen deze verder uitwerken en versterken de komende jaren. c) Een krachtiger organisatie en versterking interne bestuurskracht. De gefuseerde stichting kan efficiency-voordelen behalen op bijvoorbeeld inkoop en beheer en/of daar effectiever in investeren. Daarnaast kan een besturenfusie voor een spreiding van mogelijke (financiële) risico’s zorgen. d) Versterking externe bestuurskracht. De regio (oostelijk) WestFriesland kent een concurrerende onderwijsmarkt. In de regio zijn de nodige ontwikkelingen gaande die invloed hebben op de stabiliteit en duurzaamheid van het (voortgezet) onderwijs in de regio. In Schagen en Heerhugowaard zijn het Regius College en Trinitas door middel van een bestuurlijke fusie opgegaan in PONTIS. Clusius College en ROC Kop van Noord-Holland gaan op in VONK.
Een vergelijkbare verkenning naar bestuurlijke samenwerking geldt voor het Atlas College, de Purmerendse ScholenGroep en Stichting Katholiek Onderwijs Volendam. Deze ontwikkelingen kunnen gevolgen hebben voor de positie van Martinuscollege en RSG Enkhuizen. Door de krachten te bundelen kan de externe bestuurskracht versterkt
worden en kan er beter ingespeeld worden op deze en andere relevante regionale ontwikkelingen (bijvoorbeeld: aantrekkelijk werkgeverschap, een breed en gevarieerd onderwijsaanbod en voldoende capaciteit om de kwaliteit hoog te houden). e) Investeren in werkgeverschap. De samenwerking verhoogt de mogelijkheden voor kennisdeling (zie ook 1a). De scholen kunnen van elkaar en met elkaar leren op het gebied van bijvoorbeeld: onderwijsaanbod (ontwikkelen en opzetten van de Nieuwe Leerweg) en professionalisering en data-geïnformeerd werken (datateams). Daarnaast kan, met het oog op fluctuaties in werkgelegenheid als gevolg van de verwachte leerlingendaling, het natuurlijk verloop onder medewerkers en het dreigende lerarentekort, gewerkt worden aan een robuuste en aantrekkelijke organisatie waarvoor je graag wilt werken en met perspectief voldoende werk. 2. De leerlingen, omdat een samenwerkingsbestuur kansen biedt voor: a) Handhaving huidig aanbod en thuisnabij onderwijs. Als samenwerkingsbestuur kan een ongewenste concurrentie tussen beide scholen voorkomen worden (denk bijvoorbeeld aan de nadelige werking van elkaars aanbod en initiatieven kopiëren om voldoende leerlingen te trekken). Beide scholen kunnen hierdoor hun onderwijskundige en levensbeschouwelijke eigenheid niet alleen behouden, maar ook versterken (profileren).
Hierdoor blijft er in de regio veel te kiezen voor leerlingen en ouders. b) Uitbreiding van het huidige onderwijsaanbod. De samenwerking zorgt voor schaalvergroting waardoor er voor beide scholen mogelijkheden kunnen ontstaan om het onderwijsaanbod uit te breiden met (bijvoorbeeld) nieuwe en/of kleine vakken zoals bijvoorbeeld wiskunde-D, filosofie en vul verder maar in. c) Het beleidsrijk vormgeven van de nieuwe leerweg. De gemengde leerweg en theoretische leerweg binnen het vmbo worden samengevoegd tot één nieuwe leerweg. Alle leerlingen in deze nieuwe leerweg volgen naast de avo-vakken ook een praktijkgericht programma. Dit heeft als gevolg dat er een nieuwe leerweg vormgegeven moet worden en de scholen moeten beschikken over voldoende praktijkruimte. Binnen het samenwerkingsbestuur ontstaat er meer expertise om deze nieuwe leerweg beleidsrijk vorm te geven en aan te bieden, alleen al bijvoorbeeld door het delen van praktijklokalen. 3. De medewerkers, omdat een samenwerkingsbestuur kansen biedt voor: a) Zie 1a en 1e: betere onderwijskundige ondersteuning en aantrekkelijk werkgeverschap. b) Meer ruimte voor een gewenste werktijdfactor, en/of arbeidsmobiliteit en/of carrièremogelijkheden. Het nieuwe samenwerkingsbestuur kent twee grote scholen met voor wie dat wil mobiliteitsmogelijkheden en meer carrièrekansen.
Ook kan de werkgever medewerkers eerder een gewenste baanomvang toezeggen. 4. De lokale regio, omdat een samenwerkingsbestuur betere kansen biedt voor:
a) Zie ook de vorige drie punten. b) De maatschappelijke opgave in de regio. De Code Goed Onderwijsbestuur vraagt nadrukkelijk aan onderwijsbesturen om regionale oplossingen te vinden voor vraagstukken zoals dalende leerlingenaantallen, passend onderwijs, kansengelijkheid en het lerarentekort. Besturen in de regio zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor een regionaal dekkend, kwalitatief hoogstaand en divers onderwijsaanbod. In het samenwerkingsbestuur kan door en op beide scholen samengewerkt worden om regionale oplossingen te vinden voor bovengenoemde uitdagingen. 2.
COMMUNICATIE OVER DE FUSIE
2.1 Wijze waarop medezeggenschapsraden zijn en worden betrokken Tijdens de uitwerking van het haalbaarheidsonderzoek hebben er informatieve overleggen plaatsgevonden met de beide Medezeggenschapsorganen. Het eerste overleg heeft plaatsgevonden op 13 oktober 2021, waarin de beide bestuurders gelijktijdig hun Medezeggenschapsraad hebben geïnformeerd over het haalbaarheidsonderzoek. Daarnaast zijn er bijeenkomsten geweest op 2 november 2021, 17 februari 2022 en 8 september 2022. In deze bijeenkomsten zijn de Medezeggenschapsraden geïnformeerd over het proces, zijn er afspraken gemaakt over de communicatie en zijn er vragen gesteld en beantwoord. Naast deze bijeenkomsten zijn er briefwisselingen geweest tussen de Medezeggenschapsraden en de stuurgroep. In de brieven van de Medezeggenschapsraden zijn vragen gesteld over het onderzoek, die vervolgens door de stuurgroep zijn beantwoord. Ook hebben de Medezeggenschapsraden en de medewerkers vijf nieuwsbrieven ontvangen met daarin updates over de voortgang van het haalbaarheidsonderzoek en het vervolg daarop. Voor het personeel van beide organisaties zijn er plenaire informatiebijeenkomsten en vragensessies georganiseerd in de periode 18 t/m 25 mei 2022. Tenslotte hebben beide organen wettelijk instemmingsrecht met betrekking tot het fusiebesluit en de wettelijk verplichte fusie-effectrapportage.
2.2 Wijze waarop Raad van Toezicht is en wordt betrokken Het verkennend onderzoek is gedeeld met de beide Raden van Toezicht. Daarna zijn er twee bijeenkomsten geweest (7 juni 2021 en 12 juli 2021) waarin het rapport is besproken. Met goedkeurring van de beide Raden van Toezicht is daarna een onderzoek gestart naar de haalbaarheid en gevolgen van een besturenfusie. Tijdens het haalbaarheidsonderzoek zijn er gezamenlijke overleggen geweest tussen de stuurgroep en beide Raden van Toezicht op 10 januari, 15 maart 2022 en 27 september 2022. In het overleg van 27 september hebben de beide raden het groene licht gegeven om een voorgenomen besluit tot fusie voor te bereiden. Voor de daadwerkelijke start van het fusieproces op 28 november 2022 is er nog een informatief overleg geweest met de beide Raden van Toezicht op 22 november over het te volgen fusieproces en de statuten van de nieuwe stichting.
2.3 Wijze waarop personeel, ouders en leerlingen zijn en worden betrokken Personeel, ouders en leerlingen zijn op de hoogte gehouden van de fusie d.m.v. nieuwsbrieven. Daarnaast zijn er voor het personeel van beide organisaties plenaire informatiebijeenkomsten en vragensessies georganiseerd in de periode 18 t/m 25 mei 2022. Een aantal personeelsleden zijn betrokken geweest bij de werkgroepen t.b.v. het haalbaarheidsonderzoek. Dit betrof de werkgroepen: Onderwijs & Identiteit, Personeel, Financiën & Beheer. Daarnaast zijn leerlingen uit de leerlingenraad betrokken geweest. Zij zijn bij de kick-off van het haalbaarheidsonderzoek geweest en bij de gezamenlijke bijeenkomsten van de medezeggenschapsraden en de stuurgroep. Voor de daadwerkelijke start van het fusieproces op 28 november 2022 is er nog een informatief overleg geweest met de beide Medezeggenschapsraden op 17 november over het te volgen fusieproces en de rol en positie van de medezeggenschap in dit proces. Achterbanraadpleging Ter uitvoering van artikel 15, lid 3, van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) hebben de besturen in samenwerking met de medezeggenschapsraden een zogeheten ‘achterbanraadpleging’ georganiseerd. De wet geeft aan dat alleen de ouders geraadpleegd dienen te worden.
In de Memorie van Toelichting bij de wet staat dat de achterban moet worden geraadpleegd om te borgen dat zowel ouders als personeel ten volle zijn betrokken en vertegenwoordigd bij dergelijke ingrijpende besluiten. Om die reden hebben de besturen ervoor gekozen te handelen naar de geest van de wet door zowel de ouders, de leerlingen als het personeel te betrekken bij de achterbanraadpleging. Door middel van een brief is op hoofdlijnen aangegeven wat de belangrijkste overwegingen zijn die aan de voorgenomen fusie ten grondslag liggen (verantwoording, meerwaarde en gevolgen) en wat de rol is van de medezeggenschap. Aan de ouders en het personeel is de mogelijkheid geboden om binnen een redelijke termijn vragen te stellen of input te geven aan de beide medezeggenschapsorganen. De ingekomen reacties zijn vervolgens beschikbaar gesteld aan de beide medezeggenschapsraden zodat zij dit bij hun oordeelsvorming kunnen betrekken. Het personeel, de ouders en de leerlingen zullen nader worden geïnformeerd zodra het proces van besluitvorming, medezeggenschap en fusietoets is afgerond en er definitief duidelijkheid kan worden gegeven over de realisatie van de fusieplannen. 2.4 Wijze waarop externe belanghebbenden zijn en worden betrokken Bijvoorbeeld gemeenten, andere scholen en/of schoolbesturen, het samenwerkingsverband, bedrijfsleven en samenwerkingspartners.
De gemeenten Enkhuizen en Stede Broec zijn in een vroeg stadium door de bestuurders geïnformeerd over het haalbaarheidsonderzoek. Daarnaast is met de gemeente Enkhuizen in een later stadium contact geweest over de vervolgstappen. Beide gemeenten zullen om schriftelijk advies gevraagd worden t.a.v. de voorgenomen fusie. Daarnaast zal het fusiebesluit voor het vormen van een samenwerkingsbestuur en de daarbij behorende
statutenwijziging ook ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeente Enkhuizen op grond van artikel 3.11 van de WVO 2020. 3.
GEVOLGEN VOOR PERSONEEL, OUDERS EN LEERLINGEN EN BORGING VAN DE MENSELIJKE MAAT
3.1 Omvang en organisatie van de rechtspersoon na fusie Beschrijving van de omvang van de rechtspersoon na fusie en de wijze waarop de organisatie na de fusie wordt ingericht en taken en verantwoordelijkheden worden verdeeld. Wanneer er sprake is van een besturenfusie wordt hier beschreven hoe de toegankelijkheid van het bestuur voor personeel, ouders en leerlingen wordt geborgd en waar zij na de fusie terecht kunnen met vragen en klachten. De besturenfusie zal technisch worden gerealiseerd door een opwaartse juridische fusie waarbij Martinuscollege en RSG Enkhuizen opgaan in een nieuwe stichting, namelijk Stichting Onderwijsgroep West-Friesland, en er geen ‘lege’ stichtingen overblijven. Voor deze nieuwe stichting zijn nieuwe statuten opgesteld. Personeel, ouders en leerlingen met vragen en klachten kunnen in eerste instantie terecht bij de directeur van de eigen school. In tweede instantie kunnen zij zich wenden tot het College van Bestuur van de nieuwe stichting. 3.2 Gevolgen van de fusie voor de overzichtelijkheid op locatieniveau Beschrijving van de verwachte gevolgen van de fusie voor de overzichtelijkheid op locatieniveau en het school- of instellingsklimaat in het algemeen en de maatregelen die eventueel worden genomen om het onderwijs zo te organiseren dat de overzichtelijkheid, toegankelijkheid en herkenbaarheid op locatieniveau gewaarborgd worden.
Door de fusie verandert er niets aan de overzichtelijkheid op locatieniveau. Het gaat immers om een besturenfusie en geen scholenfusie. Mocht er in de toekomst om wat voor reden dan ook herschikking van het onderwijsaanbod noodzakelijk of gewenst zijn, dan is het vertrekpunt daarbij dat de overzichtelijkheid, toegankelijkheid en herkenbaarheid op locatieniveau volledig gewaarborgd blijven. 3.3 Gevolgen van de fusie voor de betrokkenheid van personeel, leerlingen en ouders Beschrijving van de verwachte gevolgen van de fusie voor de betrokkenheid en medezeggenschap van personeel, ouders en leerlingen. Doordat de overzichtelijkheid, toegankelijkheid en herkenbaarheid op locatieniveau volledig gewaarborgd blijven, wordt verwacht dat de fusie een positief effect heeft op de betrokkenheid van personeel, ouders en leerlingen. 3.4 Medezeggenschap Beschrijving van de wijze waarop medezeggenschap na de fusie wordt vormgegeven. Voor de inrichting van de nieuwe medezeggenschapsstructuur is een aantal aspecten van belang, met name de toepassing van het principe Medezeggenschap volgt zeggenschap. Dit betekent dat de toedeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan de leidinggevenden op de verschillende niveaus leidend is.
Op stichtingsniveau zijn deze statutair toegekend aan het College van Bestuur en is dit orgaan de gesprekspartner voor de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad. Op school- of vestigingsniveau gaat het om de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zoals deze via het managementstatuut zijn toegekend aan de schoolleiding. De medezeggenschapsraden van de scholen hebben het recht om kandidaten voor te dragen of te leveren voor de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad. Hierin moet nog een keuze worden gemaakt. De verdere uitwerking is aan de beide Medezeggenschapsraden. 3.5 Gevolgen voor voorzieningen Beschrijving van de gevolgen van de fusie voor het aanbod en de bereikbaarheid van voorzieningen en faciliteiten in brede zin. Te denken valt aan onderwijslocaties, huisvesting, administratieve ondersteuning, helpdesk, ICT, bibliotheekvoorzieningen en ondersteuning van kinderen met bijzondere leerbehoeften. In verband met de vorming van het samenwerkingsbestuur werken de ondersteunende diensten daar waar nodig of wenselijk samen. Hiertoe zullen sommige stafdiensten van de scholen op organische wijze worden samengevoegd en uiteindelijk ondergebracht in één gezamenlijke ondersteunende dienst. Te denken valt aan P&O/salarisadministratie, financiën, ICT, bestuurssecretariaat en communicatie.
Voor efficiënte samenwerking tussen verschillende afdelingen kan organisch worden toegegroeid naar het samenwerken op één locatie. Maar om de korte lijnen en verbinding met de medewerkers te houden worden zeker ook op beide locaties werkplekken behouden (mogelijk d.m.v. flexplekken). Bij de definitieve besluitvorming over de besturenfusie worden plannen gemaakt voor de kwalitatieve en kwantitatieve bezetting van deze ondersteunende dienst, het tempo waarin deze wordt gevormd, alsmede de wijze van aansturing. Tenslotte zal worden vastgesteld welke diensten in eigen beheer worden uitgevoerd en welke diensten worden uitbesteed aan derden. Hierbij worden de medewerkers nadrukkelijk betrokken. Het tempo waarin deze transitie kan plaatsvinden is in bepaalde gevallen mede afhankelijk van de looptijd van bestaande contractuele verplichtingen met externe dienstverleners. Er is afgesproken dat contracten, indien mogelijk, pro forma worden opgezegd en na onderling overleg opnieuw worden afgesloten. 3.6 Gevolgen voor de arbeidsvoorwaarden en personeelsbeleid Beschrijving van de verwachte gevolgen van de fusie voor de arbeidsvoorwaarden en personeelsbeleid en de afspraken die hierover zijn gemaakt met bonden en personeel. Over de personele gevolgen van een besturenfusie zijn passende afspraken gemaakt, die voor beide organisaties afdoende zijn en tot tevredenheid stemmen.
Deze afspraken zullen naar verwachting in het Decentraal Arbeidsvoorwaardenoverleg met de vakbonden worden bevestigd door middel van een akkoord. 4.
EFFECTEN VAN DE FUSIE OP KEUZEVRIJHEID, DIVERSITEIT EN BEREIKBAARHEID
4.1 Effecten van de fusie op de keuzevrijheid Beschrijving van het keuzeaanbod van scholen/instellingen van een bepaalde richting of pedagogisch-didactische aanpak in het voedingsgebied (basisonderwijs) of de gemeenten waar de huidige leerlingen van de onderwijsinstellingen wonen (voortgezet onderwijs) en het effect van de fusie hierop. RSG Enkhuizen en Martinuscollege vallen nu beide onder een andere bestuurlijke verantwoordelijkheid. De scholen delen het voedingsgebied en zijn daarmee concurrenten. De positie van beide scholen zal versterkt worden door het onderwijs onder één bestuurlijke verantwoordelijkheid en regie samen te brengen. Door deze stap wordt profileren belangrijker dan concurreren. 4.2 Effecten van de fusie op de diversiteit Beschrijving van de wijze waarop het bestuur borgt dat de variëteit van het onderwijsaanbod blijft bestaan of wellicht zelfs groter wordt door de fusie. Daarbij kan het zowel gaan om diversiteit op het niveau van scholen/instellingen als op het niveau van vestigingen. In hoeverre is er sprake van ‘interne keuzevrijheid’ voor scholen/instellingen of vestigingen binnen een bestuurlijke eenheid. RSG Enkhuizen en Martinuscollege vallen nu beide onder een andere bestuurlijke verantwoordelijkheid. De scholen delen het voedingsgebied en zijn daarmee concurrenten.
De positie van beide scholen zal versterkt worden door het onderwijsaanbod onder één bestuurlijke verantwoordelijkheid en regie samen te brengen. Door deze stap wordt profileren belangrijker dan concurreren. Hiermee wordt het mogelijk ook in de toekomst het huidige onderwijsaanbod te behouden en mogelijk uit te breiden. 4.3 Effecten van de fusie op de spreiding van onderwijsvoorzieningen in de regio Beschrijving van de gevolgen van de fusie voor de bereikbaarheid en daarmee de toegankelijkheid van onderwijsvoorzieningen in de regio. De fusie heeft geen gevolgen voor de bereikbaarheid en daarmee de toegankelijkheid van onderwijsvoorzieningen in de regio Oostelijk WestFriesland. Deze is er juist op gericht om de continuïteit en de spreiding van de bestaande onderwijsvoorzieningen voor onbepaalde tijd te waarborgen. 5.
KOSTEN EN BATEN VAN DE FUSIE
5.1 Financiële kosten en baten Overzicht en toelichting van de financiële kosten en baten van de fusie op korte en lange termijn. De besturenfusie heeft geen gevolgen voor de wettelijke bekostiging omdat de betrokken scholen/brinnummers als zelfstandige scholen de zogeheten ‘eenheid van bekostiging’ blijven vormen. Op de korte termijn is er sprake van verschillende kostensoorten: ● eenmalige kosten (inhuren externe expertise, notariskosten, etc.); ● eenmalige kosten voor de harmonisatie van de technische infrastructuur en de administratieve systemen. De baten zullen bestaan uit verdere synergievoordelen. Sommige voordelen zullen pas op termijn kunnen worden gerealiseerd vanwege de doorlooptijd van bestaande contractuele verplichtingen en eventueel natuurlijk verloop binnen
het personeelsbestand van organisatie-onderdelen waar veranderingen gaan optreden. 5.2 Financiële risico’s Is de financiële continuïteit voldoende gewaarborgd, wat zijn de risico’s? Op financieel gebied blijft de financiële positie van de gefuseerde organisatie gezond. Het weerstandsvermogen van de gefuseerde organisatie is van dusdanige omvang dat verschillende risico’s goed op te vangen zijn. Het bestuur is prima in staat om tijdig te kunnen anticiperen op risico’s om ook op de lange termijn aan haar personele en financiële verplichtingen te kunnen voldoen. 5.3 Niet-financiële kosten en baten Beschrijving van de niet-financiële kosten en baten van de fusie. Zie meerwaarde 1.3 en doelen 1.5. 6.
EVALUATIE VAN DE FUSIE
6.1. Evaluatie van de fusie Wanneer en hoe wordt geëvalueerd of de doelen van de fusie zijn bereikt en welke effecten zijn opgetreden, vooral op de punten van spreiding, omvang, variëteit en keuzevrijheid. Evaluatie maakt structureel deel uit van de werkprocessen binnen de beide organisaties, zowel op stichtingsniveau als op schoolniveau. Dat betekent dat na de fusie met name op stichtingsniveau zal gekeken worden naar de realisatie van de beoogde doelen (zie 1.5). 7.
ADVIES GEMEENTE(N)
7.1 Advies van burgemeester en wethouders Inhoud van het advies van burgemeesters en wethouders van de betrokken gemeente(n) over de wenselijkheid van de voorgestelde fusie. Voor het advies van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Enkhuizen en Stede Broec wordt verwezen naar de bijlagen. BIJLAGEN Het advies van B&W van de betrokken gemeente(n) is een wettelijk verplichte bijlage bij de fusie-effectrapportage.