04 nationaal programma woningbouw
Tekst van het document
Daarnaast wordt een overzicht van de grootschalige integrale woningbouwgebieden waar het Rijk regie gaat voeren opgenomen op een kaart in de geactualiseerde NOVI. We monitoren de integrale ontwikkeling van de locaties met een nog te ontwikkelen gebiedskwaliteitsindex. We rapporteren jaarlijks over de gerealiseerde aantallen woningen, de knelpunten en de bereikte resultaten van de doorbraakteams in de 15 grootschalige woningbouwgebieden.
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma 2022-2026 47
48 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
6 Financiën In de hoofdstukken 3 en 4 staat aangegeven welke regelingen er zijn en hoe deze worden ingezet om de beoogde doelen te behalen. Hieronder staan de overzichten van de verschillende middelen die beschikbaar zijn voor de regelingen. Hierbij is er onderscheid gemaakt tussen twee soorten: financiële middelen ten behoeve van woningbouw toebedeeld aan MBZK/MVRO en financiële middelen ten behoeve van woningbouw toebedeeld aan andere ministeries.
Financiële middelen woningbouw toebedeeld aan BZK/VRO De volgende middelen zijn beschikbaar voor het realiseren van onze doelstellingen: (bedragen in miljoen)
2022
2023
2024
2025
Totaal
Woningbouwimpuls
250
100
100
100
1.250
Grootschalige woningbouwgebieden
500
Knelpunten oplossen
114
46
46
46
250
Aandachtsgroepen
40
10
10
10
100
Ouderenwoningen
38
Totaal
942
500
38
186
156
156
2.138
Bron: ABF, Primos-prognose 2021, bewerking BZK
De middelen in de bovenstaande tabel staan momenteel allemaal op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën (behalve de middelen voor aandachtsgroepen en ouderenhuisvesting). Voor besteding van deze middelen is eerst goedkeuring van bestedingsvoorstellen door het ministerie van Financiën vereist.
Financiële middelen woningbouw toebedeeld aan andere ministeries Voor de financiële middelen ten behoeve van woningbouw bij andere ministeries worden met de verschillende ministeries gesprekken gevoerd in welke mate deze middelen kunnen worden ingezet ten behoeve van woningbouw om zo gezamenlijk de doelstellingen van dit kabinet te behalen. Een gezamenlijke inzet van departementen kan synergievoordelen opleveren voor het behalen van zowel de woningbouwdoelstellingen als de andere doelstellingen van dit kabinet. Dit biedt bij uitstek goede koppelkansen. Dit heeft betrekking op onder andere € 7,5 miljard voor de ontsluiting van woningbouw bij IenW, maar ook op de middelen in het coalitieakkoord met betrekking tot dak- en thuislozenaanpak. Ook deze middelen staan op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën. Voor vaststelling van de verdeling en besteding van de middelen is eveneens goedkeuring op de bestedingsvoorstellen door het ministerie van Financiën vereist.
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma 2022-2026 49
7 Wetgeving Onderstaand is per actielijn weergegeven welk wettelijk instrumentarium wordt ingezet ter ondersteuning voor het realiseren van de doelstellingen.
1
We versterken onze regie Instrumentarium Omgevingswet Daar waar nodig zullen de instrumenten van de Omgevingswet worden ingezet om te zorgen dat alle gemeenten, provincies en het Rijk hun deel van de taak en verantwoordelijkheid nemen op het terrein van de volkshuisvesting. Het Rijk zal waar nodig instructieregels opstellen (bijvoorbeeld via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en het Besluit kwaliteit leefomgeving).
Wet versterken regie volkshuisvesting Op basis van alle programma’s rond de volkshuisvesting zal een integraal wetsvoorstel worden voorbereid dat vastlegt hoe het Rijk weer regie kan voeren over het volkshuisvestingsbeleid (Wet versterken regie volkshuisvesting). Het streven is dat wetsvoorstel dit najaar in consultatie te brengen.
2
We versnellen het proces van initiatief naar realisatie Versnellen (wettelijke) procedures We willen woningbouwprocedures versnellen door het optimaliseren van het proces en het verbeteren en verbreden van kennis en kunde, maar we bezien ook waar er mogelijkheden zijn om wettelijke procedures te versnellen.
Verbeteren bouwregelgeving We bezien verder verbeteringen van de bouwregelgeving (Bouwbesluit/Besluit bouwwerken leefomgeving). Dit voorjaar zullen de mogelijkheden hiertoe in kaart worden gebracht.
3
We stimuleren snelle woningbouw Woningbouwimpuls Om de woningschaarste aan te pakken continueren we de Woningbouwimpuls (Besluit en Regeling Woningbouwimpuls), die gemeenten helpt bij het snel realiseren van veelal betaalbare woningen.
Afschaffen verhuurderheffing De verhuurderheffing wordt afgeschaft. Daartoe worden per 1 januari 2023 de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II en bijbehorende besluit en regeling tot vermindering van de verhuurderheffing ingetrokken mits dan (voor de zomer, uiterlijk juni) afspraken zijn gemaakt met Aedes over landelijke doelen en hoe deze worden vertaald naar lokale afspraken.
Grondslag specifieke uitkeringen volkshuisvesting Ook bereiden wij een algemene maatregel van bestuur voor die een betere, langjarige, grondslag biedt om op het gebied van de volkshuisvesting specifieke uitkeringen te kunnen verstrekken aan gemeenten. Naar verwachting zal die algemene maatregel van bestuur in september 2022 in werking treden.
50 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlage: Feiten en cijfers Hieronder volgt een overzicht van cijfers en diagrammen conform de indicatoren die onder hoofdstuk 5 genoemd worden. Figuur B1: Woningbouwproductie tot en met 2030 In deze figuur zijn de streefwaarden voor de woningbouwproductie opgenomen die nodig zijn om te komen tot een woningbouwproductie van 900.000 woningen tot en met 2030. Raming woningtekort Provincie
2021
Toename woningbehoefte
Opgave 2021 t/m 2030
Raming woningtekort
2021 t/m 2025
2026 t/m 2030
Totaal
Bruto Raming nieuw- sloop* bouw*
Netto uitbreiding
2031
Groningen
6.200
2,2%
7.600
2.600
10.200
16.500
4.500
12.000
5.400
1,8%
Friesland
4.400
1,4%
8.200
4.300
12.500
15.300
4.500
10.800
6.000
1,9%
Drenthe
4.200
1,9%
4.600
2.700
7.300
9.900
3.000
6.900
4.700
2,0%
Overijssel
11.700
2,3%
19.000 13.000
32.000
41.600
7.100
34.500
9.800
1,8%
Flevoland
9.400
5,4%
16.200 14.800
31.000
35.400
800
34.600
6.500
3,1%
Gelderland
34.900
3,8%
44.100 32.900
77.000
94.900 10.000
84.900
28.300
2,8%
Utrecht
26.600
4,5%
39.200 37.300
76.500
92.700
85.300
19.300
2,9%
Noord-Holland
65.000
4,8%
86.400 71.000 157.400
199.800 23.900 175.900
50.400
3,3%
Zuid-Holland
67.600
4,0%
96.500 81.900 178.400
230.200 36.900 193.300
56.700
3,0%
0
0,0%
3.700
4.500
800
0,4%
Noord-Brabant
40.500
3,5%
59.100 44.300 103.400
130.600 11.200 119.400
26.700
2,1%
Limburg
8.800
1,6%
6.100
18.400
12.500
3.800
0,7%
Nederland
279.300
3,5%
892.400 117.800 774.600
218.400
2,5%
Zeeland
1.400
-1.400
5.100
4.700
390.700 304.800 695.500
7.100
7.400
2.600
5.900
* Nieuwbouw is inclusief transformatie en splitsingen; Sloop is inclusief functieverandering en samenvoeging van woningen. Bron: ABF, Primos-prognose 2021
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma 2022-2026 51
Figuur B2: Woningtekort, ontwikkeling tot en met 2030 In deze figuur is de ontwikkeling van het woningtekort per provincie tot en met 2030 opgenomen. Het woningtekort wordt bepaald door het huidige (2021) woningtekort plus de toename van de woningbehoefte minus de netto uitbreiding. Provincie
Bruto nieuwbouw*
Raming sloop
Netto uitbreiding
Netto plancapa citeit
Verhouding plancapaciteit/opgave
Groningen
16.500
4.500
12.000
21.100
176%
Friesland
15.300
4.500
10.800
18.100
168%
Drenthe
9.900
3.000
6.900
14.400
209%
Overijssel
41.600
7.100
34.500
45.100
131%
Flevoland
35.400
800
34.600
48.300
140%
Gelderland
94.900
10.000
84.900
92.600
109%
Utrecht
92.700
7.400
85.300
116.800
137%
Noord-Holland
199.800
23.900
175.900
241.700
137%
Zuid-Holland
230.200
36.900
193.300
280.200
145%
7.100
2.600
4.500
10.500
233%
Noord-Brabant
130.600
11.200
119.400
132.300
111%
Limburg
18.400
5.900
12.500
23.400
187%
Nederland
892.400
117.800
774.600
1.044.500
135%
Zeeland
* Nieuwbouw is inclusief transformatie in splitsingen; Sloop is inclusief functieverandering en samenvoeging van woningen. Bron: ABF, Primos-prognose 2021.
52 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Figuur B3: Aantal en aandeel woningen in harde plannen tot en met 2030 In deze figuur is het aantal en aandeel woningen in harde plannen per provincie opgenomen. Harde plannen zijn plannen die, zonder wijzigingsbevoegdheid, door de gemeenteraad zijn vastgesteld en/of onherroepelijk zijn geworden. Dit nog zonder het effect van de beleidsinzet. Hard
Aandeel hard in totaal aantal woningen in plannen
Provincie
2021 t/m 2025
2026 t/m 2030
2021 t/m 2030
2021 t/m 2025
2026 t/m 2030
2021 t/m 2030
Groningen
5.900
700
6.600
41%
10%
31%
Friesland
7.600
2.500
10.100
82%
28%
56%
Drenthe
7.300
2.500
9.800
73%
55%
68%
Overijssel
13.000
2.600
15.600
44%
17%
35%
Flevoland
15.000
7.100
22.100
63%
29%
46%
Gelderland
30.000
4.200
34.200
45%
16%
37%
Utrecht
25.600
3.200
28.800
45%
5%
25%
Noord-Holland
69.500
20.700
90.200
46%
22%
37%
Zuid-Holland
68.900
10.700
79.600
37%
11%
28%
Zeeland
6.000
900
6.900
70%
45%
66%
Noord-Brabant
49.700
7.200
56.900
52%
20%
43%
Limburg
10.800
800
11.600
56%
19%
50%
Nederland
309.300
63.000
372.300
46%
17%
36%
* De provinciale inventarisaties verschillen qua methodiek en zijn soms niet compleet. Lees voor een goed begrip bijlage 1. Bron: ABF, Inventarisatie Plancapaciteit oktober 2021
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma 2022-2026 53
Figuur B4: Ontwikkeling woningaanbod tot en met 2030 Het aanbod van woningen betreft alle woningen die in een jaar worden aangeboden als gevolg van nieuwbouw, doorstroming, huishoudenopheffingen, etc. Oftewel het type woning dat de komende jaren beschikbaar komt. Hierin is de beleidsinzet van het programma nog niet verwerkt. - Huur: tot (hoge) aftoppingsgrens (€663) - Huur: aftoppingsgrens (€663) – liberalisatiegrens (€737) - Huur: vanaf liberalisatiegrens (>€737) - Koop tot €380.000 - Koop hoger dan €380.000 - BAR (Bewoonbare Andere Ruimte, bijv. studentenkamers, woonboten) 1.500.000 1.200.000 900.000 600.000 300.000 0
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Huur: tot (hoge) aftoppingsgrens
Koop
Huur: vanaf liberalisatiegrens
Koop >380.000
Huur: aftoppingsgrens - liberalisatiegrens
BAR
2029
2030
Bron: ABF, Socratesprognose 2021
Figuur B5: Bouwproductie en transformaties 2017 t/m 2021 In deze figuur wordt een overzicht geboden van de opgeleverde nieuwbouw en transformaties van de afgelopen vijf jaar. 100.000 80.000 10.235
12.210
12.480
10.215
10.000
60.000 40.000 62.982
66.585
71.548
69.985
68.633
2017
2018
2019
2020
2021
Nieuwbouw
Woningtransformaties
20.000 0
Bron: CBS – Basisregistratie adressen en gebouwen (BAG)
54 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Schatting
Figuur B6: Verleende bouwvergunningen 2017 t/m 2021 In deze figuur wordt een overzicht geboden van de verleende bouwvergunningen van de afgelopen vijf jaar. 80.000 70.000 60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 0
2017
2018
Nieuwbouw
Schatting
2019
2020
2021
Bron: CBS – Bouwvergunningen
Figuur B7: Doorlooptijd nieuwbouwprojecten per fase In deze figuur is de gemiddelde doorlooptijd voor nieuwbouwprojecten afgebeeld per fase. Verschillende fases kunnen parallel aan elkaar lopen. De gemiddelde doorlooptijd voor nieuwbouw (vaststellen beleidsdocument – aanvang bouwwerkzaamheden) is circa tien jaar. Vaststellen beleidsdocument Grondverwerving Haalbaarheidsstudie door ontwikkelaar (gunning) Haalbaarheidsstudie door ontwikkelaar (tender) Fase
Selectie ontwikkelpartij Uitwerking woningbouwplan Bestemmingswijziging naar wonen Verlenen bouwvergunning Behalen benodigd verkooppercentage Aanvang bouwwerkzaamheden tot oplevering laatste woning 0
1
2
3
4
5
6
7
8 aantal jaren
Bron: Doorlooptijd van nieuwbouwprojecten, Stec Groep, 2018
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma 2022-2026 55
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening www.minbzk.nl www.woningmarktbeleid.nl Maart 2022