CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

03a Stede Broec - Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2020 - DH-1301-0856

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Samenleving5.365 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Cliëntervaringsonderzoek Jeugd Gemeente Stede Broec

Rapport Januari 2021 Projectnummer: PO012155 Correspondentienummer: DH-1301-0856 Classificatie: Vertrouwelijk

Partners in verbetering

INHOUD SAMENVATTING HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

1 INLEIDING

3

1.1

Aanleiding onderzoek

3

1.2

Doelgroep

3

1.3

Privacy

4

1.4

Steekproef en respons

4

1.5

Referentiegroep

4

1.6

Leeswijzer

4

TOEGANKELIJKHEID VAN VOORZIENINGEN

5

2.1

Vindbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen

5

2.2

Eigen inzet

7

2.3

Contact na de melding

8

2.4

Reden voor contact (ouders)

10

UITVOERING VAN DE HULP

12

3.1

De kwaliteit van de zorg

12

3.2

De kwaliteit van de hulpverleners

15

HOOFDSTUK 4

EFFECT VAN DE HULP

17

HOOFDSTUK 5

WAT GAAT GOED EN WAT KAN BETER?

18

BIJLAGE 1

5.1

Hulp of begeleiding: wat gaat goed?

18

5.2

Waar zijn respondenten ontevreden over?

19

5.3

Opmerkingen over ondersteuning

19

TABELLEN MET ONDERZOEKSRESULTATEN

21

Dit document is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.

Samenvatting Uw gemeente heeft deelgenomen aan het Cliëntervaringsonderzoek Jeugd. Een onderzoek naar de ervaringen van jeugdhulpcliënten is vanaf 2016 verplicht voor alle gemeenten in Nederland. Uw gemeente heeft daarbij gekozen voor een aangepaste versie van de modelvragenlijst (MCJO). De vragenlijst gaat in op thema’s als toegankelijkheid van voorzieningen, uitvoering van de zorg en effecten van de zorg op het opgroeien, de zelfstandigheid, de zelfredzaamheid en het meedoen in de eigen omgeving. De resultaten van dit onderzoek geven inzicht in de ervaringen van jongeren en ouders die jeugdhulp ontvangen. De resultaten worden vergeleken met een referentiegroep van andere gemeenten die dezelfde vragen hebben gesteld. Omdat uw gemeente vorig jaar ook het Cliëntervaringsonderzoek Jeugd heeft laten uitvoeren, kunnen de resultaten met die van vorig jaar vergeleken worden. In de weergave van de resultaten zijn de antwoorden van jongeren en ouders samengenomen. Vanwege het beperkte aantal respondenten hebben de resultaten van dit onderzoek een indicatief karakter. Toegankelijkheid van voorzieningen Jongeren en ouders is gevraagd naar de toegankelijkheid van de voorzieningen. Van de respondenten geeft 62% aan dat zij weten waar zij terechtkunnen als zij hulp of ondersteuning nodig hebben. Van de respondenten geeft 38% aan dat zij niet of zelden weten waar ze voor hulp terechtkunnen.

Respondenten geven aan snel geholpen te worden nadat zorg of ondersteuning nodig is gebleken, 52% geeft aan vaak of altijd snel geholpen te zijn. Van belang is dat jongeren en ouders het gevoel hebben dat zij de zorg en ondersteuning kunnen krijgen die nodig is. Een meerderheid van de respondenten geeft aan dit gevoel te hebben, namelijk 81%. We zien dat het aandeel respondenten dat weet waar ze terechtkunnen en altijd snel geholpen is lager is dan vorig jaar. Eigen inzet In 2019 hebben de meeste respondenten hulp gevraagd bij een andere organisatie (32%), gevolgd door het vragen van hulp bij familie (29%). De meeste respondenten (55%) zijn in contact gekomen met jeugdhulp via de huisarts. Van de respondenten heeft 40% een huisbezoek of telefonisch contact gehad na de melding. Uitvoering van de zorg Respondenten is gevraagd hoe zij de zorg of hulp ervaren. Hierbij is ingegaan op de zorg in het algemeen en op de hulpverlener. Een meerderheid van de respondenten is overwegend positief over de zorg of hulp. Zo geeft 75% van de respondenten aan dat zij goed geholpen worden bij vragen en problemen.

1/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Een belangrijk onderdeel daarvan is dat jongeren en ouders medezeggenschap ervaren. Een meerderheid van de respondenten ervaart dit ook. Zo zegt 83% dat beslissingen over de hulp samen met hen genomen worden. Ook is goede samenwerking tussen verschillende (hulpverlenende) organisaties een belangrijke voorwaarde voor goede jeugdhulp. Van de respondenten geeft 64% aan dat de verschillende organisaties goed samenwerken. Een ruime meerderheid van de respondenten spreekt zich positief uit over de hulpverleners. Het gaat hierbij om zeer veel verschillende soorten hulpverlening. De kennis van medewerkers is goed (76% is hier tevreden over), men heeft het idee serieus te worden genomen (85%) en de behandeling is volgens vrijwel alle respondenten respectvol (91%). Effect van de hulp Het grootste effect van de hulp voor jongeren lijkt te zijn bereikt op het gebied van opgroeien. Door de hulp voelt de jongere zich beter (83%), is het gedrag volgens ouders en jongeren verbeterd (69%) en gaat het thuis beter (78%).

2/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding onderzoek Vanaf 2016 zijn gemeenten vanuit de Jeugdwet verplicht om een cliëntervaringsonderzoek te (laten) uitvoeren onder jeugdhulpcliënten. De Jeugdwet verwijst voor de grondslag hiervan naar de Wmo. In de Regeling Jeugdwet zijn de eisen verder uitgewerkt. Er is gekoerst op een beperkt aantal vragen, rekening houdend met de verschillende doelgroepen, verschillende hulpvormen en de wettelijke eisen, die vastliggen in paragraaf 3 van de Regeling Jeugdwet. Met de uitvoering van dit onderzoek, gebruikmakend van de Modelvragenlijst Cliëntervaring Jongeren en Ouders (MCJO), voldoet u aan deze verplichting.1 Met dit onderzoek wordt de cliëntervaring met betrekking tot de uitvoering van de jeugdhulp in beeld gebracht en wordt gevraagd in hoeverre gestelde resultaten en effecten van de jeugdhulp behaald worden in de ogen van de cliënt (jongere of ouder/verzorger). Het onderzoek gaat in op thema’s als toegankelijkheid van voorzieningen, uitvoering van de zorg en effecten van de zorg op het opgroeien, de zelfstandigheid, de zelfredzaamheid en het meedoen in de eigen omgeving. We benadrukken dat het gaat om de cliëntervaring. Deze kan afwijken van het beeld dat een hulpverlener heeft of wat in zorgplannen of verslagen wordt weergegeven. Het oordeel van de cliënt zelf is echter van groot belang voor het beleid, de doorontwikkeling van beleid en de uitvoering van beleid.

1.2 Doelgroep De doelgroep van dit onderzoek zijn jongeren (12-23 jaar) en ouders met kinderen (van ongeboren tot 18 jaar) die in het kader van de Jeugdwet gebruikmaken van hulp in uw gemeente. Zoals in de Jeugdwet omschreven kan het hierbij gaan om individuele voorzieningen, overige voorzieningen, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclasseringsmaatregelen. De gestelde vragen in dit onderzoek zijn voor jongeren en ouders hetzelfde. De vragenlijsten verschillen enkel in taalgebruik. Dit rapport geeft de resultaten voor jongeren en ouders samen weer. De tabellenbijlage toont de resultaten voor jongeren en ouders apart. Voor de leeftijdscategorie 12-18 jaar zijn zowel jongeren als ouders aangeschreven. Dat betekent niet dat de jongere en ouder uit hetzelfde huishouden altijd beide hebben deelgenomen aan dit onderzoek. De cliëntervaring van ouders en jongeren kan dan ook niet één-op-één vergeleken worden.

1

De Modelvragenlijst Cliëntervaring Jongeren en Ouders (MCJO) is op verzoek van de VNG ontwikkeld door Stichting Alexander in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam, met medewerking van de gemeenten Alkmaar, Enschede, ’s-Hertogenbosch, Hoorn, Maastricht, Tilburg en Utrecht, de landelijke cliëntenorganisaties vertegenwoordigd in de ‘Landelijke Werkgroep Cliëntenparticipatie’ en de ‘Landelijke Werkgroep Kwaliteit en Toezicht’.

3/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

1.3 Privacy De privacy van jeugdhulpcliënten is een belangrijk aandachtspunt in dit onderzoek. Er zijn meerdere maatregelen genomen om de privacy van respondenten te waarborgen en te voldoen aan de eisen van de AVG. In alle communicatie is benadrukt dat het onderzoek anoniem is, dat de resultaten niet herleid worden naar individuele personen en dat de gegeven antwoorden geen consequenties hebben voor de hulp die men ontvangt. Voor de uitvoering van het onderzoek heeft de gemeente Stede Broec met BMC een verwerkersovereenkomst afgesloten. 1.4 Steekproef en respons De gemeente Stede Broec heeft alle inwoners aangeschreven die in 2019 een nieuwe aanmelding hebben gedaan voor jeugdhulp2. In totaal zijn 56 ouders van kinderen van ongeboren tot 18 jaar aangeschreven. Daarnaast zijn 132 jongeren tussen de 12 en 23 jaar aangeschreven. In uw gemeente hebben in totaal 53 ouders en jongeren deelgenomen aan dit onderzoek door een (online) vragenlijst in te vullen. Dat is een responspercentage van 28%3. De resultaten van uw gemeente zijn op basis van deze respons indicatief. Voor schriftelijk en online onderzoek onder deze doelgroep is een respons van 15-18% gangbaar. 1.5 Referentiegroep In bijlage 1 is een tabellenoverzicht opgenomen met daarin de totale uitkomsten, de uitkomsten voor jongeren en ouders apart en de uitkomsten van de referentiegroep.

De referentiegroep betreft het gemiddelde van alle cliënten in gemeenten die hetzelfde onderzoek hebben laten uitvoeren door BMC. De referentiegroep bestaat uit 26 gemeenten. In de figuren worden de resultaten van uw gemeente weergegeven in kleur. De resultaten van de referentiegroep worden met bruintinten weergegeven. 1.6 Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op de ervaringen van respondenten met de toegankelijkheid van voorzieningen en het contact na de melding, gevolgd door hoofdstuk 3 over de uitvoering van zorg. Hoofdstuk 4 laat het effect van de hulp zien. In hoofdstuk 5 staat beschreven wat goed gaat en wat beter kan. In bijlage 1 staan de tabellen met de onderzoeksresultaten uitgesplitst naar jongeren en ouders.

2 3

Cliënten die in 2018 al hulp ontvingen die doorliep in 2019 zijn niet meegenomen in dit onderzoek. Vorig jaar was het responspercentage 20% en waren de resultaten eveneens indicatief.

4/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Hoofdstuk 2 Toegankelijkheid van voorzieningen In dit hoofdstuk komt aan bod hoe de respondenten de toegang tot de jeugdhulpvoorzieningen hebben ervaren. Weten ze waar zij terechtkunnen, zijn ze snel geholpen en is passende hulp beschikbaar? 2.1

Vindbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen

Er zijn verschillende verwijzers die kinderen toegang kunnen bieden tot jeugdhulp. Dit zijn huisartsen, jeugdartsen, gespecialiseerde artsen, Gecertificeerde Instellingen en gemeenten, bijvoorbeeld via een Centrum voor Jeugd en Gezin of een sociaal (wijk)team. Ook hebben maatschappelijke organisaties die ouders en kinderen kunnen verwijzen naar het juiste kanaal hier een belangrijke rol. Denk aan scholen, vrijwilligersorganisaties, welzijnsorganisaties en andere zorgprofessionals of aanbieders. Figuur 1 Altijd

Toegankelijkheid van voorzieningen (N = 50, 50, 49) Vaak Soms

Nooit

Ik weet waar ik terechtkan als ik hulp nodig heb

Ik ben snel geholpen

Ik kan de hulp krijgen die ik nodig heb/die mijn kind nodig heeft

De respondenten is gevraagd of ze weten waar ze terechtkunnen als ze hulp nodig hebben. 62% van de respondenten weet vaak of altijd waar ze terechtkunnen als er hulp nodig is. Van de respondenten weet 38% niet (altijd) waar ze terechtkunnen voor hulp. We zien een afname in vergelijking met vorig jaar, toen 67% van de respondenten wist waar zij terechtkonden als ze hulp nodig hadden. Snelheid van handelen is belangrijk. Door vroegsignalering kan ergere problematiek worden voorkomen. Daarnaast is van belang dat ouders en kinderen zich gehoord voelen en dat ze snel weten waar ze aan toe zijn. Daarom is er gevraagd naar de snelheid waarmee ze geholpen zijn, nadat de jongere of ouder zich met een vraag had gemeld. 52% van de respondenten geeft aan altijd of vaak snel geholpen te zijn. 48% vindt dat zij soms of nooit snel geholpen zijn. Ook hierin is een afname te zien in vergelijking met vorig jaar, toen nog 56% van de respondenten aangaf vaak of altijd snel geholpen te zijn.

5/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Tot slot geeft de figuur weer of de respondenten de hulp konden krijgen die zij nodig hebben. Passende hulp is van belang om de geformuleerde doelen te halen, maar ook om de beleidsdoelen als zelfredzaamheid, zelfontplooiing en veiligheid te realiseren. 81% van de respondenten zegt vaak of altijd de hulp te kunnen krijgen die hij of zij nodig heeft. Dit is in vergelijking met vorig jaar hetzelfde gebleven. Na een stijging de afgelopen jaren, zien we dit jaar een afname in het percentage respondenten dat aangeeft te weten waar ze terechtkunnen als ze hulp nodig hebben. Figuur 2

Ik weet waar ik terechtkan als ik hulp nodig heb (% altijd/vaak)

In onderstaande figuur is te zien dat de mening over de snelheid waarmee men geholpen is fluctueert over de jaren. Figuur 3

Ik ben snel geholpen (% altijd/vaak)

Tot slot, is er een duidelijke stijging te zien wanneer het gaat om het vinden van passende hulp.

6/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Figuur 4

2.2

Ik kan de hulp krijgen die ik nodig heb/die mijn kind nodig heeft (% altijd/vaak)

Eigen inzet

De gemeente Stede Broec heeft aan respondenten gevraagd wat ze zelf gedaan hebben om het probleem of de situatie op te lossen voordat ze hulp gevraagd hebben. Figuur 5

Wat heeft u/heb je zelf gedaan om het probleem of de situatie op te lossen voordat u/je om hulp heeft/hebt gevraagd?

In 2019 hebben de meeste respondenten (32%) hulp gevraagd bij een andere organisatie, gevolgd door hulp vragen bij familie en bekenden (29%). Ook is gevraagd via welke route respondenten in aanraking gekomen zijn met jeugdhulp.

7/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Figuur 6

Via welke route bent u/ben je terecht gekomen bij de hulpverlener/zorgaanbieder?

De meeste respondenten hebben als eerste contact gelegd met de huisarts (55%). 2.3

Contact na de melding

Na een melding kan de gemeente contact opnemen met de melder voor vraagverheldering en eventueel het toekennen van een beschikking. In het onderzoek is gevraagd of er een huisbezoek of telefonisch contact heeft plaatsgevonden na de melding (dan wel herindicatie). Figuur 7

Heeft er een huisbezoek of telefonisch contact plaatsgevonden na de melding (dan wel herindicatie)?

60% van de respondenten geeft aan dat er geen huisbezoek of telefonisch contact is geweest na de melding. 40% heeft wel een huisbezoek of telefonisch contact gehad.

8/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Vervolgens is gevraagd met wie er contact is geweest na de melding. Figuur 8

Zo ja, met wie?

In 59% van de gevallen was het contact met de zorgaanbieder/hulpverlener, in 29% van de gevallen met de jeugdconsulent. Bij respondenten die een gesprek gehad hebben is gevraagd wie hierbij aanwezig waren. Figuur 9

Wie waren er bij dit gesprek aanwezig?

Op de vraag wie er bij dit gesprek aanwezig was, gaf 27% aan dat dit een jeugdconsulent van de gemeente was, in 13% van de gevallen was dit familie. 47% geeft aan dat er iemand anders bij aanwezig was.

9/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Figuur 10

Welke onderwerpen zijn er aan bod gekomen tijdens het gesprek?

Tijdens het gesprek is de gezinssituatie besproken (36%) of iets anders (29%). 21% geeft aan dat ze niet meer weten wat er besproken is. 2.4

Reden voor contact (ouders)

Aan de ouders is gevraagd of zij contact hebben gezocht met jeugdconsulenten van de gemeente en waarom zij contact hebben gezocht. Figuur 11

Heeft u contact gezocht met de jeugdconsulenten van de gemeente? (ouders)

Van de ouders geeft 81% aan dat zij geen contact hebben gezocht met jeugdconsulenten, 19% heeft wel contact gezocht.

10/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Figuur 12

Waarom heeft u uiteindelijk contact gezocht met de jeugdconsulenten van de gemeente? (ouders)

Van de ouders die contact gezocht hebben met de jeugdconsulenten, heeft 33% dat gedaan omdat ze zijn doorverwezen door een huisarts of andere hulpverlener. 22% wist niet hoe zij hulp of ondersteuning moesten regelen.

11/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Hoofdstuk 3

Uitvoering van de hulp

In dit hoofdstuk komen de cliëntervaringen met de uitvoering van de hulp aan bod. Worden jeugdhulpcliënten goed geholpen, krijgen ze voldoende informatie over de hulp, worden beslissingen over de hulp in gezamenlijkheid genomen, werken de verschillende organisaties goed samen en wat vinden respondenten van de kwaliteit van de hulpverleners? 3.1 De kwaliteit van de zorg Gemeenten hebben met de gecontracteerde aanbieders afspraken gemaakt over een goede kwaliteit van zorg. Aanbieders moeten voldoen aan minimale standaarden om de gestelde doelen, zoals vastgelegd in de Jeugdwet, te kunnen behalen en ervoor te zorgen dat de hulp het afgesproken beoogde effect oplevert voor kinderen en ouders. Hieronder volgen de uitkomsten van enkele vragen die over de kwaliteit van zorg gaan. Figuur 13

Uitvoering - kwaliteit van de zorg (N = 48, 48, 47, 44)

Altijd

Vaak

Soms

Nooit

Ik word goed geholpen bij mijn vragen en problemen

Ik krijg voldoende informatie over de hulp

Beslissingen over de hulp worden samen met mij genomen De verschillende organisaties werken goed samen om mij/en mijn kind te helpen

Bovenstaande figuur toont de ervaringen van respondenten met betrekking tot de hulp die zij krijgen bij hun vragen en problemen. 75% van de respondenten vindt dat ze vaak of altijd goed worden geholpen bij hun vragen of problemen. We zien dat dit percentage lager ligt in vergelijking met de referentiegroep (85%). Informatievoorziening over de hulp is heel belangrijk. Zo weten jongeren en ouders wat zij van de hulp kunnen verwachten. 73% van de respondenten krijgt voldoende informatie over de hulp. In vergelijking met de referentiegroep (80%) scoort de gemeente Stede Broec op deze stelling iets lager.

12/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Vervolgens is gevraagd of jongeren en ouders ervaren dat beslissingen over de hulp samen met hen worden genomen. Jongeren willen graag dat de hulpverlener één-op-één met hen in gesprek gaat over hun voorkeuren en keuzes.4 In 2017 bleek dat ouders vaker van mening zijn dat beslissingen samen met hen genomen worden dan jongeren.5 83% van de respondenten ervaart dat beslissingen over de hulp vaak of altijd samen met hen worden genomen. Indien er verschillende organisaties betrokken zijn bij de hulp voor een jongere of een kind is het van belang dat zij samenwerken om hem of haar goed te kunnen helpen. In het verleden kwam het voor dat verschillende professionals bij een kind of gezin betrokken waren, zonder dat zij daar van elkaar van op de hoogte waren. Dat heeft geleid tot onwenselijke situaties waarin niemand de regie had over de situatie. Hulpvragen werden daardoor niet integraal opgepakt, waardoor de effectiviteit soms te wensen overliet. Het doel is nu om te werken volgens het principe één gezin, één plan, één regisseur. 64% van de respondenten die van verschillende organisaties hulp ontvangen, ervaart dat deze goed samenwerken om hem of haar te helpen. Dat is een lager percentage dan in de referentiegroep, waar 73% van de respondenten aangeeft dat de verschillende organisaties goed samenwerken.

In onderstaande trendfiguur zien we dat er een lichte toename is van respondenten in Stede Broec die aangeven dat zij goed geholpen worden bij vragen en problemen. Figuur 14

4 5

Ik word goed geholpen bij mijn vragen en problemen (% altijd/vaak)

Bron: ZonMw, Eerste evaluatie Jeugdwet 2018 Bron: MCJO onderzoek BMC over 2017

13/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Ook is er een stijging zichtbaar van respondenten die van mening zijn dat zij voldoende informatie krijgen over de hulp en respondenten die vinden dat organisaties goed samenwerken. Figuur 15

Ik krijg voldoende informatie over de hulp (% altijd/vaak)

Figuur 16

De verschillende organisaties werken goed samen om mij/en mijn kind t e helpen (% altijd/vaak)

14/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

3.2 De kwaliteit van de hulpverleners De kwaliteit van en de klik met de hulpverlener bepaalt in hoge mate het effect van de hulp. Wat vinden de jongeren en ouders van de hulpverleners die hen ondersteunen? Figuur 17

Uitvoering – kwaliteit van de hulpverleners (N = 48, 48, 48)

Altijd

Vaak

Soms

Nooit

De hulpverleners weten genoeg om mij/en mijn kind te kunnen helpen Ik voel mij serieus genomen door de hulpverleners

Ik word met respect behandeld door de hulpverleners

Allereerst is naar de kennis van de hulpverlener gevraagd. De figuur toont hoe respondenten dit ervaren. 76% van de respondenten vindt dat de hulpverleners vaak of altijd genoeg kennis hebben om hen te kunnen helpen. 25% vindt dat niet of soms. Vervolgens is gevraagd of ze zich serieus genomen voelen door de hulpverleners. 85% van de respondenten voelt zich vaak of altijd serieus genomen door de hulpverleners. Van de respondenten voelt 14% zich soms of nooit serieus genomen. Tot slot is gevraagd of jongeren en ouders zich met respect behandeld voelen door de hulpverleners. 91% van de respondenten voelt zich vaak of altijd met respect behandeld door de hulpverleners. 8% van de respondenten voelt zich soms of niet respectvol behandeld door de hulpverleners.

15/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Figuur 18

De hulpverleners weten genoeg om mij/en mijn kind te kunnen helpen (% altijd/vaak)

Figuur 19

Ik voel mij serieus genomen door de hulpverleners (% altijd/vaak)

Figuur 20

Ik word met respect behandeld door de hulpverleners (% altijd/vaak)

Als we kijken naar bovenstaande trendfiguren zien we dat op alle facetten van de kwaliteit van de hulpverlening een stijgende trend zichtbaar is.

16/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Hoofdstuk 4

Effect van de hulp

In dit hoofdstuk komen de effecten van de jeugdhulp op het opgroeien aan bod. Worden met de doelen van de Jeugdwet, zoals naar vermogen mee kunnen doen, één gezin, één plan, één regisseur en hulp op maat, de gewenste effecten bij de kinderen en jongeren bereikt? Aan jongeren en ouders is gevraagd wat het effect van de jeugdhulp is op het opgroeien. In de modelvragenlijst zijn deze effecten opgesplitst in diverse enquêtevragen. Figuur 21 Effect van de hulp bij het opgroeien (N = 45, 45, 46, 0) Veel beter Beetje beter Hetzelfde gebleven Beetje slechter

Veel slechter

Door de hulp voel(t) ik mij/mijn kind zich beter Door de hulp gaat het beter met mijn gedrag/het gedrag van mijn kind

Door de hulp gaat het thuis beter

De door respondenten meest ervaren effecten van de hulp bij het opgroeien zijn: 

een beter gevoel

een betere thuissituatie

beter gedrag

Opvallend is dat er een daling is ten opzichte van vorig jaar als het gaat om verbetering van het gedrag van het kind. In 2018 was 76% van mening dat het beter gaat met het gedrag en in 2019 is dit 69%.

17/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Hoofdstuk 5

Wat gaat goed en wat kan beter?

5.1 Hulp of begeleiding: wat gaat goed? Aan het einde van de vragenlijst is aan respondenten gevraagd aan te geven wat zij vinden dat op dit moment goed gaat bij de hulp en begeleiding die ze ontvangen. We hebben deze opmerkingen in een top 4 gezet. Tabel 1 1 2 3 4

Waar bent u/ben jij tevreden over?

Opmerking Algemene tevredenheid over de begeleiding/hulp Hulpvaardigheid/genomen tijd/vriendelijkheid Luisteren/serieus genomen/gehoord voelen Snelheid van het doorverwijzen

Hieronder staan per opmerking enkele citaten weergegeven. Deze zijn illustratief voor het totaal aan opmerkingen over wat er goed gaat. 1.

‘Ik ben tevreden over de hulp die de begeleidster onze dochter geeft.’ ‘Ik heb een hele fijne begeleiding. Heel persoonlijk en vertrouwd.’ ‘Over de gesprekken die gevoerd zijn met de hulpverlener, ons kind en waar wij als ouder bij mochten zijn. En de openheid daarbij.’

2.

‘Betrokkenheid, lief aardig zorgpersoneel.’ ‘De vriendelijkheid, behulpzaamheid van de jeugdconsulent van welzijn Stede Broec/gemeente. ‘Vriendelijk te woord gestaan.’

3.

‘Dat ik goed werd behandeld en er goed naar mij werd geluisterd.’ ‘Hulpverlener is professioneel en zeer meelevend. We voelen ons serieus genomen en we kunnen met al onze vragen bij haar terecht. Erg fijn om op terug te kunnen vallen als ouder. Om je kind het beste te kunnen bieden.’ ‘Hulpverlener Rolf. Word serieus genomen, er wordt geluisterd. Veel handvatten gekregen.’

4.

‘De snelheid waarmee je hulp krijgt.’ ‘Hoe snel het contact verlopen is; we konden bijna meteen terecht bij de huisarts nadat we een melding hadden gemaakt. Deze ging ook spoedig op zoek naar iemand die me kon helpen.’ ‘De afspraken werden snel gemaakt en nagekomen. Uiteindelijk kwam de (verwachte) conclusie.’

18/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

5.2 Waar zijn respondenten ontevreden over? Ook is gevraagd waar respondenten ontevreden over zijn. Daarvan hebben we een top 3 samengesteld. Tabel 2

Waar bent u/ben jij ontevreden over?

Opmerking 1 Snelheid/duur aanvraag/wachtlijsten 2 Dienstverlening/professionaliteit/deskundigheid 3 De tijd die genomen is

Hieronder staan per opmerking enkele citaten weergegeven. Deze zijn illustratief voor het totaal aan opmerkingen over wat beter zou kunnen. 1.

‘De lange wachttijden. Het duurde heel lang voordat mij een psycholoog werd toegewezen. Toen wij besloten dat ik wat anders nodig had dan alleen praten moest ik weer een jaar wachten.’ ‘De lange wachttijd voordat er een plek vrij is bij de hulpverlener. Onze voorkeur ging uit naar een hulpverlener in Enkhuizen, deze zat vol.’ ‘De enorm lange wachttijden.’

2.

‘De hulpverleners hebben niet goed begrepen waar we mee bezig waren, wat zich toch wel uitte in een niet begripvolle uiting. De informatie die ik gekregen heb over autisme was simpelweg onvoldoende.’ ‘Het vervolgtraject bij de opvoedpoli. Een vreemde dame met rare opvattingen kwam op huisbezoek. Om deze redenen heb ik de hulp stopgezet.’ ‘Het jammere vind ik dat we niet boven tafel hebben kunnen krijgen WAT er precies is gebeurd.’

3.

‘GGZ heeft steeds kortere en gehaaste gesprekken, 20 à 30 minuten. Alsof ze haast hebben.’ ‘De gesprekken zijn soms geen volle 50 minuten, maar eerder 40 of laatst zelfs 20.’

5.3 Opmerkingen over ondersteuning In een open tekstvlak konden respondenten opmerkingen schrijven over de ondersteuning die zij ontvangen. Deze opmerkingen nemen we niet mee in de resultaten. De meest genoemde opmerkingen gaan over het uiten van ongenoegen over de wachttijden. Verder gebruiken respondenten dit tekstvlak om nogmaals hun complimenten te geven over de hulpverlening. ‘Helaas door de corona gaat alles anders, vertragingen, op afstand (telefonisch/ beeldbellen). Er wordt wel geprobeerd het in deze tijd zo goed mogelijk op te pakken. ‘Bij de vragen over verbetering is nog hetzelfde of n.v.t. omdat we er nog midden in zitten.’

19/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

‘Tot boosheid aan toe en ik heb echt moeten vloeken over de telefoon voordat er actie werd ondernomen. Toen waren we al 3 maanden verder, schooljaar was al om.’ ‘De gemeente is erg goed in het helpen van mensen met problemen. Ik ben jullie erg dankbaar.’ ‘Hoe de GGZ omging met de coronaperiode vond ik wel heel goed. De belafspraken waren top. En het contact bleef goed.’

20/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Bijlage 1

Tabellen met onderzoeksresultaten

In de zesde kolom staan de totalen van de uitkomsten van jongeren en ouders gezamenlijk. In de tweede kolom staan de uitkomsten van jongeren apart, gevolgd door de uitkomsten van ouders in de vierde kolom. In de een na laatste kolom is het gemiddelde over alle gemeenten die het onderzoek door BMC hebben laten uitvoeren, weergegeven. In de tabellen zijn de stellingen zoals geformuleerd in de vragenlijst voor jongeren opgenomen. Voor ouders gaan deze stellingen over hun kind.

21/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Tabel 3

Toegankelijkheid van voorzieningen (% vaak/altijd) Jongeren Jongeren

Ik weet waar ik terechtkan als ik hulp nodig heb Ik ben snel geholpen Ik kan de hulp krijgen die ik nodig heb/die mijn kind nodig heeft

Tabel 4

Ouders

Jongeren

Jongeren

Referentiegroep

N

en ouders

N (samen)

en ouders

en ouders

Referentiegroep

Referentiegroep

jongeren en

(samen)

2019

N

2019

N

2019

2019

2018

2016

jongeren 2019

ouders 2019

ouders 2019

2019

69%

13

59%

37

62%

50

67%

67%

75%

74%

74%

4.006

69%

13

46%

37

52%

50

57%

53%

67%

64%

65%

2.646

92%

12

78%

37

82%

49

68%

65%

77%

76%

76%

2.658

Wat heeft u/heb je zelf gedaan om het probleem of de situatie op te lossen voordat u/je om hulp heeft/hebt gevraagd? %

N

Niets

13%

5

Hulp gevraagd aan familie en bekenden

29%

11

Hulp gevraagd op school

24%

9

Zelf ondersteuning of hulp betaald

3%

1

Hulp gevraagd aan een andere organisatie, namelijk

32%

12

Totaal

100%

38

%

N

Via de huisarts

55%

26

Via de jeugdconsulent van de gemeente

0%

0

Via school

13%

6

Via Welzijn Stede Broec

9%

4

Anders namelijk

23%

11

Totaal

100%

47

Tabel 5

Via welke route bent u/ben je terechtgekomen bij de hulpverlener/zorgaanbieder?

22/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Tabel 6

Heeft er een huisbezoek of telefonisch contact plaatsgevonden na de melding (dan wel herindicatie)? %

N

Ja

40%

19

Nee

60%

29

Totaal

100%

48

Tabel 7

Zo ja, met wie? %

N

Zorgaanbieder/hulpverlener

59%

10

Jeugdconsulent van de gemeente

29%

5

School

0%

0

Anders, namelijk

12%

2

Totaal

100%

17

%

N

Jeugdconsulent van de gemeente

27%

4

Onafhankelijke cliëntondersteuner

7%

1

Familie

13%

2

Welzijn Stede Broec

7%

1

Iemand anders, namelijk

47%

7

Totaal

100%

15

Tabel 8

Wie waren er bij dit gesprek aanwezig?

23/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Tabel 9

Welke onderwerpen zijn er aan bod gekomen tijdens het gesprek? %

N

Alleen de benodigde hulp

7%

1

Alle onderwerpen die van belang waren, zoals inkomen, vrije tijd, huisvesting, gezondheid, et cetera

7%

1

De gezinssituatie

36%

5

Weet ik niet meer

21%

3

Anders, namelijk

29%

4

Totaal

100%

14

Tabel 10

Heeft u contact gezocht met de jeugdconsulenten van de gemeente? (ouders) %

N

Ja

19%

7

Nee

81%

29

Totaal

100%

36

Tabel 11

Waarom heeft u uiteindelijk contact gezocht met de jeugdconsulenten van de gemeente? (ouders) %

N

Ik wist niet waar of hoe ik de hulp of ondersteuning moest regelen

22%

2

Ik ben doorverwezen door een huisarts of andere hulpverlener

33%

3

De situatie was verergerd en niet langer houdbaar

11%

1

De hulp of ondersteuning is alleen via de gemeente aan te vragen

11%

1

Ik wil of kan geen beroep doen op familie/vrienden/buren

11%

1

Ik heb contact opgenomen op advies van familie/vrienden/bekenden

0%

0

Andere reden, namelijk

11%

1

Totaal

100%

9

24/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Tabel 12

Uitvoering van de kwaliteit van zorg (% vaak/altijd) Jongeren Jongeren

Ik word goed geholpen bij mijn vragen en problemen

Ouders

Jongeren

Jongeren

Referentiegroep

en ouders

N (samen)

en ouders

en ouders

Referentiegroep

Referentiegroep

jongeren en

N (samen)

2019

N

2019

N

2019

2019

2018

2016

jongeren 2019

ouders 2019

ouders 2019

2019

86%

14

71%

34

75%

48

74%

66%

86%

84%

85%

4.348

85%

13

55%

31

64%

44

54%

56%

74%

72%

73%

3.702

79%

14

71%

34

73%

48

69%

68%

79%

80%

80%

4.334

86%

14

82%

33

83%

47

82%

77%

84%

90%

88%

4.352

Jongeren

Jongeren

De verschillende organisaties werken goed samen om mij/mij en mijn kind te helpen Ik krijg voldoende informatie over de hulp Beslissingen over de hulp worden samen met mij genomen

Tabel 13

Uitvoering van de kwaliteit van hulpverleners (% vaak/altijd) Jongeren Jongeren

Ouders

Referentiegroep

en ouders

N (samen)

en ouders

en ouders

Referentiegroep

Referentiegroep

jongeren en

N (samen)

2019

N

2019

N

2019

2019

2018

2016

jongeren 2019

ouders 2019

ouders 2019

2019

77%

13

74%

35

75%

48

70%

70%

84%

85%

85%

4.355

86%

14

85%

34

85%

48

74%

77%

90%

89%

89%

4.395

93%

14

91%

34

92%

48

87%

87%

96%

95%

95%

4.408

De hulpverleners weten genoeg om mij/mij en mijn kind te kunnen helpen Ik voel mij serieus genomen door de hulpverleners Ik word met respect behandeld door de hulpverleners

25/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

Tabel 14

Effect van de hulp bij het opgroeien (% een beetje/veel beter geworden) Jongeren Jongeren

Door de hulp voel(t) ik mij/mijn kind zich beter

Ouders

Jongeren

Jongeren

Referentiegroep

en ouders

N (samen)

en ouders

en ouders

Referentiegroep

Referentiegroep

jongeren en

N (samen)

2019

N

2019

N

2019

2019

2018

2016

jongeren 2019

ouders 2019

ouders 2019

2019

85%

13

81%

32

82%

45

78%

64%

82%

86%

85%

4.218

57%

14

74%

31

69%

45

76%

65%

75%

81%

79%

3.788

64%

14

84%

32

78%

46

73%

64%

71%

80%

77%

3.756

Door de hulp gaat het beter met mijn gedrag/het gedrag van mijn kind Door de hulp gaat het thuis beter

26/26 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Jeugd – gemeente Stede Broec

BMC Onderzoek Postbus 10242 2501 HE DEN HAAG 070 – 310 38 00 info@bmc.nl www.bmc.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9918860/1