CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

03 a Tussenrapportage IHP december 2022

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Samenleving3.182 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TUSSENRAPPORTAGE INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN PRIMAIR ONDERWIJS STEDE BROEC 2023 – 2034

Onderwerp:

Tussenrapportage Integraal Huisvestingsplan primair onderwijs gemeente Stede Broec 2023 – 2034

Opdrachtgever:

Gemeente Stede Broec

Auteur:

Martijn Droog

Projectteam:

MDAB Martijn Droog Gemeente Stede Broec Dinie Langedijk

Datum:

december 2022 versie 1

1

Inhoudsopgave 1.

INLEIDING ............................................................................................................................... 3 1.1 LEESWIJZER ............................................................................................................................... 3

2.

LOKALE EN WETTELIJKE KADERS .............................................................................................. 4 2.1 WETGEVING .............................................................................................................................. 4 2.1.1 Vonk................................................................................................................................... 4 2.2 ZORGPLICHT GEMEENTE............................................................................................................... 4 2.3 TAKEN, VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN VAN SCHOOLBESTUREN ................................... 4 2.4 GEZAMENLIJK PLAN PO-RAAD, VO-RAAD EN VNG OVER RENOVATIE................................................... 4 2.5 DE VERORDENING ONDERWIJSHUISVESTING .................................................................................... 5 2.6 OVERIGE LOKALE UITGANGSPUNTEN .............................................................................................. 5 2.6.1 Integratie kinderopvangvoorzieningen.............................................................................. 5 2.7 STICHTINGSKOSTEN ....................................................................................................................

6 2.7.1 Nieuwbouw........................................................................................................................ 6 2.7.2 Renovatie ........................................................................................................................... 6 2.7.3 Ventilatie en binnenklimaat .............................................................................................. 6 2.7.4 Duurzaamheid ................................................................................................................... 6 2.7.5 Tijdelijke huisvesting.......................................................................................................... 7 2.7.6 Sloopkosten ....................................................................................................................... 7 2.7.7 Kosten bouwrijp maken ..................................................................................................... 7 2.8 BANDBREEDTE OPGAVE ............................................................................................................... 7 2.8.1 Kanttekeningen bij opgave bandbreedte .......................................................................... 7

3.

HUIDIGE SITUATIE ................................................................................................................... 8 3.1 LEERLINGENPROGNOSE................................................................................................................ 9

4.

BANDBREEDTE OPGAVE ........................................................................................................ 10 4.1 KANTTEKENING BIJ RAMINGEN .................................................................................................... 10 4.2 MINIMALE OPGAVE .................................................................................................................. 10 4.3 MAXIMALE OPGAVE .................................................................................................................. 11

2

1.

Inleiding

In onze gemeente volgen dagelijks bijna 4.000 kinderen onderwijs. Dat onderwijs wordt gegeven in 14 schoolgebouwen, verspreid over de gehele gemeente. Een aantrekkelijk, veilig en gezond gebouw dat voldoende ruimte biedt, is daarbij een belangrijke randvoorwaarde. Het grootste deel van de schoolgebouwen (11 van de 14) bestaat reeds zo’n 40 jaar of langer. In de landelijke praktijk betekent de leeftijd van 40 jaar vaak een kantelpunt voor wat betreft het toekomstperspectief van het schoolgebouw. Dat heeft voor een groot deel te maken met de bouwkundige en installatietechnische staat, maar ook met de (onderwijskundige) functionaliteit. Een bekend probleem in schoolgebouwen die deze leeftijd hebben bereikt, is bijvoorbeeld de vaak beperkte mogelijkheid tot ventilatie hetgeen leidt tot een ondermaats binnenklimaat. Indien de verwachting bestaat dat een school die is gehuisvest in een gebouw dat (ruim) 40 jaar oud is, voldoende toekomstperspectief heeft om te blijven bestaan, zijn er ruwweg twee opties voor een dergelijk gebouw: 1. Ingrijpende renovatie 2. Sloop / nieuwbouw Deze tussenrapportage bevat een globale analyse van het gebouwenbestand en de consequenties daarvan voor de opgave waarvoor de gemeente Stede Broec de komende jaren staat. Daarbij wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd dat later in deze tussenrapportage wordt toegelicht.

Het belangrijkste doel van de tussenrapportage is het verschaffen van inzicht in de orde van grootte van de opgave waarvoor de gemeente staat, niet in de laatste plaats in financiële zin.

1.1

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt kort ingegaan op de wettelijke en lokale kaders en de geformuleerde uitgangspunten. Het derde hoofdstuk bevat een overzicht van de huidige situatie waarbij ook de prognose van het aantal leerlingen in het primair onderwijs aan bod komt. Het inzicht in de bandbreedte van de opgave komt in het vierde en laatste hoofdstuk aan de orde.

3

2.

Lokale en wettelijke kaders

2.1

Wetgeving

De basis voor regelgeving over huisvesting van scholen in het primair en voortgezet onderwijs is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO 2020). Deze wetten verplichten de gemeente om te zorgen voor adequate huisvesting. De regels die in acht moeten worden genomen zijn uitgewerkt in de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Stede Broec 2016’ (zie paragraaf 2.5 voor een korte uitleg over de verordening). 2.1.1 Vonk Vmbo-school Vonk (voorheen Clusius College) neemt een bijzondere positie in. Als zogenaamd ‘groen’ vmbo valt deze school en het schoolgebouw onder het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De gemeente heeft géén zorgplicht voor dit schoolgebouw (meer over de zorgplicht in paragraaf 2.2).

2.2

Zorgplicht gemeente

Volgens de wet heeft de gemeente een zorgplicht op het gebied van onderwijshuisvesting. In grote lijnen is het sinds 1 januari 2015 de verantwoordelijkheid van de gemeente om te voorzien in: § § § § §

bekostiging van uitbreiding bekostiging van (vervangende) nieuwbouw bekostiging van eerste inrichting (schoolmeubilair en onderwijsleerpakket); vergoeden van schade die het gevolg is van bijzondere omstandigheden (zoals brand, inbraak of vandalisme) bieden van voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs

Het aanbieden van ruimten voor bewegingsonderwijs (gymnastiekaccommodaties) valt buiten de scope van dit IHP.

2.3

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van schoolbesturen

De schoolbesturen zijn in beginsel verantwoordelijk voor beheer, onderhoud en exploitatie van het schoolgebouw. Daarvoor ontvangt het schoolbestuur rechtstreeks van het ministerie van Onderwijs een vergoeding. Voor de bekostiging van onderwijshuisvestingsvoorzieningen heeft het schoolbestuur dus te maken met twee financieringsstromen: één vanuit de gemeente (voor de genoemde voorzieningen in paragraaf 2.2) en één vanuit de rijksoverheid. Schoolbesturen en gemeenten zijn dus gezamenlijk verantwoordelijk voor het investeren in de kwaliteit van onderwijshuisvesting.

2.4

Gezamenlijk plan PO-raad, VO-raad en VNG over renovatie

De PO-raad, VO-raad (dat zijn de koepelorganisaties van de schoolbesturen) en de VNG delen het standpunt dat renovatie onvoldoende is geregeld in de onderwijswetten. Daarom hebben zij in april 2018 een gezamenlijk plan opgesteld. Uitgangspunt hierbij is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. 4

Alle schoolbesturen in Stede Broec werken met een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) Een MJOP heeft een andere invalshoek dan een IHP. Een MJOP is bedoeld om het onderhoud van scholen te stroomlijnen. Op basis hiervan vormt een schoolbestuur een verplichte voorziening om toekomstig onderhoud te kunnen uitvoeren. Een MJOP heeft een lange looptijd (tientallen jaren) en wordt periodiek bijgesteld. Een IHP heeft onder meer als doel om te anticiperen op de toekomstige noodzakelijke investeringen op het gebied van onderwijshuisvesting. Strikt formeel heeft een IHP géén juridische status omdat aanvragen voor (vervangende) nieuwbouw en/of uitbreiding conform de procedures zoals omschreven in de verordening moeten worden ingediend. Het IHP is in feite een beleidsdocument en in die zin niet vatbaar voor bezwaar en beroep. In het plan van de drie genoemde partijen wordt de gemeente verplicht om samen met de schoolbesturen een IHP voor ten minste 16 jaar vast te stellen. Voor de eerste vier jaren wordt daarbij een concreet uitvoeringsprogramma opgesteld. Het IHP wordt in de onderwijswetten opgenomen en vervangt het systeem waarbij jaarlijks huisvestingsaanvragen kunnen worden ingediend. In het IHP wordt dus voor elk schoolgebouw aangegeven of en wanneer er renovatie of vervangende bouw is voorzien.

Daarnaast wordt het voor schoolbesturen gemakkelijker om zelf bij te dragen aan voorzieningen in de onderwijshuisvesting. De Minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft deze plannen omarmd en op dit moment wordt er gewerkt aan een wetsvoorstel. De verwachting is dat de wet eind 2024 in werking treedt.

2.5

De verordening onderwijshuisvesting

De basale uitwerking van het beleid inzake onderwijshuisvesting is vastgelegd in de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Stede Broec 2016’ oftewel, de verordening. Hierin is opgenomen welke voorzieningen schoolbesturen kunnen aanvragen bij de gemeente en welke procedures en criteria daarbij gelden. De verordening is de uitwerking van een aantal wettelijke bepalingen. De belangrijkste daarvan is dat de verordening zodanig is opgezet dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt. Over aanvragen voor onderwijshuisvestingsvoorzieningen die de gemeente in behandeling heeft genomen, wordt op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de schoolbesturen gevoerd.

2.6

Overige lokale uitgangspunten

2.6.1 Integratie kinderopvangvoorzieningen Zowel de gemeente als de schoolbesturen hebben aangegeven veel waarde te hechten aan de integratie van kinderopvangvoorzieningen in de scholen. Het uitgangspunt van de gemeente en de schoolbesturen bij de integratie van kindvoorzieningen is ook in lijn met de verordening. Bijlage III van de verordening bevat namelijk een artikel (A.1.1 lid 2) over specifieke ruimte voor kindvoorzieningen: "De capaciteit van een schoolgebouw wordt verminderd met 90 vierkante meter als een ruimte in het schoolgebouw is verhuurd voor het huisvesten van een peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang of kinderopvang en het college voor deze verhuur vooraf toestemming heeft verleend.”

5

In feite gaat deze bepaling ervan uit dat een school in ieder geval 90 m2 ruimte kan inzetten voor kindvoorzieningen zonder dat deze ruimte voor onderwijs moet worden ingezet.

2.7

Stichtingskosten

De verordening onderwijshuisvesting bevat normbedragen aan de hand waarvan de stichtingskosten van een nieuw schoolgebouw worden vergoed. Met het normbedrag wordt het schoolbestuur geacht alle kosten (architect, adviseurs, leges, aannemer) te betalen, met uitzondering van de grond waarop de school wordt gebouwd. Die levert de gemeente conform de bepalingen in de wet om niet bouwrijp op aan het schoolbestuur. Alle bedragen in deze paragraaf zijn inclusief btw. 2.7.1 Nieuwbouw Het normbedrag dat is opgenomen in de verordening komt voor een nieuwe school met een omvang van 1.400 m2 bvo uit op € 1.656,- per m2 bvo. In de huidige markt is bijna het dubbele nodig om een nieuwe school te bouwen die voldoet aan het vigerende bouwbesluit. Daarom wordt uitgegaan van een bedrag van € 3.250,- per m2 bvo voor wat betreft de stichtingskosten van een nieuw schoolgebouw. 2.7.2 Renovatie Een nieuw schoolgebouw wordt in beginsel voor minimaal 40 jaar gebouwd. Het is ook mogelijk een bestaand schoolgebouw te renoveren. Een renovatie leidt doorgaans tot een levensduurverlenging van minimaal 25 jaar die, afhankelijk van de specifieke ingrepen, kan oplopen tot 40 jaar. Een vuistregel voor het investeringsbedrag van renovatie komt uit op 70% van de kosten voor nieuwbouw, oftewel (70% van € 3.250,-) € 2.275,- per m2 bvo.

2.7.3 Ventilatie en binnenklimaat De Rijksoverheid heeft een zogenaamd ‘Programma van Eisen Frisse Scholen’ opgesteld. Daarin zijn criteria opgenomen voor onder meer de luchtkwaliteit en operationele temperatuur in schoolgebouwen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een zogenaamde Frisse School Klasse A (uitmuntend), B (goed) en C (minimum-niveau). Landelijk geldt Klasse B als dé referentienorm voor Frisse Scholen. Bij nieuwbouw is het overigens al sinds 2015 verplicht om een Frisse School Klasse B te realiseren voor wat betreft de aspecten luchtkwaliteit en operationele temperatuur. Schoolgebouwen vanwege hun relatief jonge leeftijd niet in aanmerking komen voor renovatie of nieuwbouw (i.c. de Praktijkschool, De Klimop en de Willibrordusschool) kunnen gedurende de looptijd van het IHP worden opgewaardeerd naar Frisse School Klasse B voor wat betreft de thema’s luchtkwaliteit en operationele temperatuur. Bij een ingrijpende renovatie van een schoolgebouw is de opwaardering naar Frisse School Klasse B inbegrepen. Een kengetal voor de opwaardering naar Frisse School Klasse B komt uit op € 375,- per m2 bvo. 2.7.4 Duurzaamheid In het coalitieakkoord 2022 - 2026 wordt gesteld dat de gemeente zal blijven investeren in het verduurzamen van het eigen vastgoed.

Alhoewel schoolgebouwen strikt genomen niet behoren tot het ‘eigen’ vastgoed kan de gemeente de keuze maken ook schoolgebouwen te verduurzamen, bijvoorbeeld door deze te transformeren naar een Bijna Energieneutraal (BENG) gebouw. Bij een ingrijpende renovatie van een schoolgebouw is 6

transformatie naar BENG inbegrepen. Een kengetal voor de transformatie naar BENG komt uit op € 1.000,- per m2 bvo. 2.7.5 Tijdelijke huisvesting In voorkomende gevallen komen daar nog kosten voor tijdelijke huisvesting bij. Daarvoor wordt uitgegaan van een kengetal van € 350,- per m2 bvo per jaar aan huur en een eenmalige stelpost van € 150.000,- voor bouwrijp maken, plaatsen, verwijderen en herstellen terrein. 2.7.6 Sloopkosten In geval van vervangende bouw op dezelfde locatie moet het huidige gebouw uiteraard eerst worden gesloopt. Hiervoor wordt een kengetal gehanteerd van € 70,- per m2 bvo. 2.7.7 Kosten bouwrijp maken In het geval van nieuwbouw op dezelfde locatie zijn er naast sloopkosten ook kosten voor het bouwrijp maken van de kavel. Hiervoor wordt een kengetal van € 75,- per m2.

2.8

Bandbreedte opgave

Op basis van de geschetste mogelijke ingrepen in de vorige paragraaf en de indicatie van de investering die daarmee samenhangt, kan nu al inzicht worden gegeven binnen welke bandbreedte de opgave in onze gemeente zich zal bewegen. Daartoe wordt de bekende gebouwoppervlakte van elk schoolgebouw vermenigvuldig met de kengetallen uit de vorige paragraaf. Een uitgangspunt daarbij is dat schoolgebouwen van 40 jaar of ouder óf ingrijpend worden gerenoveerd, óf worden vervangen. Welk scenario er ook wordt gevolgd, bij álle scholen voor wordt in ieder geval het binnenklimaat in lijn gebracht met de landelijke standaard ‘Frisse Scholen Klasse B’. 2.8.1 Kanttekeningen bij opgave bandbreedte De opgave van de bandbreedte betreft feitelijk een simulatie van alle denkbare scenario’s (i.c. renovatie, sloop / nieuwbouw of opwaardering binnenklimaat en verduurzaming) die alle schoolgebouwen betreft. De simulatie betreft nadrukkelijk géén opgave van scenario’s waarover consensus is bereikt met de schoolbesturen, maar een hypothetische en theoretische uiteenzetting van de opgave. Uiteraard wordt in een volgende fase samen met de schoolbesturen op basis van de uitgangspunten die in deze tussenrapportage zijn opgenomen een concrete invulling gegeven aan een zogenaamd uitvoeringsplan van het IHP voor het primair onderwijs.

Voor het Martinuscollege en de Praktijkschool wordt separaat een specifiek IHP opgesteld dat alleen betrekking heeft op het voortgezet onderwijs. Omdat de investeringen die gemoeid zijn met het voortgezet onderwijs natuurlijk wel onderdeel uitmaken van de totale opgave voor de gemeente, worden deze wel meegenomen bij het bepalen van de bandbreedte. In de simulatie wordt op dit moment voorbijgegaan aan eventuele extra ruimte voor kinderopvang, (jeugd)zorg- en welzijnsfuncties. Bij een ingrijpende renovatie wordt uitgegaan van het renoveren van het gehele gebouw, ongeacht de bezetting.

7

3.

Huidige situatie

Op de kaart hieronder staan alle scholen in de gemeente ingetekend.

= Stichting Present = SKO De Streek = Stichting Kopwerk = Stichting Trigoon

1 2

Code:

Naam school:

Plaats:

Bouwjaar

BAS PAL V

Lutjebroek Grootebroek

1982 1979

WOU HUS UIL

De Baskuul Palet Verlengde Raadhuislaan ‘t Vierspan loc. Woud De Hussel Uilenburcht

Grootebroek Grootebroek Grootebroek

PAL P

Palet Princenhof

Bovenkarspel

KLI WIL MOL B MOL K WEN GID MAR CLU2 PRA

‘t Vierspan loc. Klimop Willibrordus Molenwiek gr. 1 / 2 Molenwiek gr. 3 t/m 8 ‘t Vierspan loc. Wendel Gideon Martinuscollege Vonk Praktijkschool

Bovenkarspel Bovenkarspel Bovenkarspel Bovenkarspel Bovenkarspel Bovenkarspel Grootebroek Grootebroek Grootebroek

1983 1977 1928, 1955, 1981 1975, 2001, 2011 1997 1997 1972 1972 1972 1973 1977 1965 2005

Bruto Vloeroppervlakte 1.251 m2 1.573 m2

Aantal leerlingen 1-10-2021 225 102

1.714 m2 2.031 m2 2.315 m2

217 218 337

1.703 m2

153

1.102 m2 1.102 m2 523 m2 1.006 m2 927 m2 1.093 m2 11.7661 m2 1.807 m2 2.569 m2

71 269 75 227 50 113 1612 232 181

Betreft oudste deel van de school. Volgens de basisregistratie gebouwen heeft het gebouw een totale omvang van 20.302 m2. Vonk wordt verder buiten beschouwing gelaten.

8

3.1

Leerlingenprognose

De meest recente leerlingenprognose voor het regulier basisonderwijs is opgesteld in de herfst van 2022. Daaruit blijkt dat het totaal aantal leerlingen in de gemeente zeer licht daalt op de middellange termijn en dat er vanaf 2033 een lichte stijging waarneembaar is. Aantal leerlingen regulier basisonderwijs gemeente Stede Broec 2000

1800

1600

1400

1200

1000

800

600

400

200

0 2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

2036

2037

2038

2039

2040

Bron: Pronexus, november 2022

De prognoses voor de afzonderlijke scholen vertonen ook een redelijk stabiel beeld. Uitzonderingen daarop zijn de Uilenburcht, De Hussel en De Baskuul. Voor de Uilenburcht wordt een daling van zo’n 10% van het aantal leerlingen verwacht tussen 2022 en 2032. Voor zowel De Hussel als voor De Baskuul wordt in dezelfde periode juist een stijging van zo’n 10% van het aantal leerlingen verwacht. Dat heeft te maken met de wijk Waterweide en de mogelijke nieuwbouw in Silverhof te Lutjebroek. Voor de Molenwiek en de Wendel wordt rekening gehouden met de nieuwe woonwijk Florapark. De verdeling van deze kinderen over beide scholen wordt gebaseerd op de huidige verhoudingen wat omvang betreft van de Molenwiek en de Wendel. Op basis van de leerlingenprognose in combinatie met de huidige capaciteit van de schoolgebouwen kan worden geconcludeerd dat er in het regulier basisonderwijs nu en in de toekomst voldoende capaciteit in de schoolgebouwen aanwezig is om alle leerlingen te kunnen huisvesten.

9

4.

Bandbreedte opgave

4.1

Kanttekening bij ramingen

Bij het bepalen van de opgave van de bandbreedte wordt gewerkt met de kengetallen, vuistregels en uitgangspunten zoals beschreven in paragraaf 2.7. Het prijspeil is december 2022. Daarbij moet worden aangetekend dat de bouwkosten de afgelopen jaren exorbitant zijn gestegen. Dat heeft te maken met zowel de ernstig verstoorde toeleveringsketen als gevolg van het coronavirus als met de oorlog in Oekraïne én met het personeelstekort. In het afgelopen jaar zijn in heel Nederland diverse aanbestedingen van scholenbouwprojecten mislukt omdat de inschrijvingen tussen de 30% en 50% boven het budget lagen. De genoemde bedragen zijn nadrukkelijk een eerste indicatie van de te verwachten investeringen.

4.2

Minimale opgave

School en kern

Schoolbestuur: Bouwjaar: Type ingreep:

Lutjebroek De Baskuul

SKO De Streek

1982 Renovatie

€ 2.850.000

Grootebroek SBO 't Palet Verlengde Raadhuislaan OBS 't Vierspan locatie Woud De Hussel

Trigoon Present SKO De Streek

1979 Renovatie 1983 Renovatie 1977 Renovatie Renovatie

€ 4.225.000 € 4.500.000 € 5.275.000

Uilenburcht Praktijkschool

Trigoon

Martinuscollege

SIVO

Bovenkarspel OBS 't Vierspan locatie Klim-op

Present

St. Willibrordus OBS 't Vierspan locatie Wendel Molenwiek Gideonschool

SKO De Streek Present SKO De Streek Kopwerk

SBO 't Palet locatie Princenhof

Trigoon

1928, 1955, 1981 2005 Opwaardering binnenklimaat Renovatie oudste deel + opwaardering binnenklimaat 1977 gehele gebouw

1997 Opwaardering binnenklimaat Opwaardering binnenklimaat 1997 1972 Nieuwbouw* 1972 Renovatie 1973 Renovatie Renovatie

€ 6.025.000 € 965.000 € 29.970.000

€ 425.000 € 425.000 € 1.940.000 € 4.210.000 € 2.900.000 € 4.525.000

1975, 2001, 2011

TOTALE INVESTERINGSKOSTEN

Investering:

€ 68.235.000

* Omdat het gebouw relatief veel leegstand kent, zou bij nieuwbouw een veel kleiner gebouw worden teruggebouwd. Daarom is nieuwbouw in dit geval feitelijk goedkoper dan renovatie. Strikt genomen heeft locatie Wendel van OBS ’t Vierspan géén recht op een vaste voet van 200 m2 bvo omdat de school in formele zin een ‘onderwijslocatie’ van OBS ‘t Vierspan is en géén zelfstandige school. Omdat de school in de praktijk echter wél als zelfstandige school fungeert, wordt er bij het bepalen van de investering in geval van nieuwbouw wel uitgegaan van een vaste voet van 200 m2 bvo.

10

4.3

Maximale opgave

School en kern

Schoolbestuur: Bouwjaar: Type ingreep:

Lutjebroek De Baskuul

SKO De Streek

1982 Nieuwbouw

€ 5.425.000

Grootebroek SBO 't Palet Verlengde Raadhuislaan OBS 't Vierspan locatie Woud De Hussel

Trigoon Present SKO De Streek

1979 Nieuwbouw 1983 Nieuwbouw 1977 Nieuwbouw Nieuwbouw

€ 6.505.000 € 4.925.000 € 5.525.000

Praktijkschool Martinuscollege

€ 6.460.000

1928, 1955, 1981

Uilenburcht

Opwaardering binnenklimaat 2005 en transformatie naar BENG 1977 Nieuwbouw

Trigoon SIVO

Investering:

€ 3.530.000 € 40.470.000

Bovenkarspel OBS 't Vierspan locatie Klim-op

Present

St. Willibrordus OBS 't Vierspan locatie Wendel Molenwiek Gideonschool

SKO De Streek Present SKO De Streek Kopwerk

SBO 't Palet locatie Princenhof

Trigoon

Opwaardering binnenklimaat 1997 en transformatie naar BENG Opwaardering binnenklimaat 1997 en transformatie naar BENG 1972 Renovatie 1972 Nieuwbouw 1973 Nieuwbouw Nieuwbouw

€ 94.430.000

11

€ 1.525.000 € 2.415.000 € 6.750.000 € 2.950.000 € 6.425.000

1975, 2001, 2011

TOTALE INVESTERINGSKOSTEN

€ 1.525.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12236954/1