02 Financiële weerbaarheid van de Noord-Hollandse gemeenten
Tekst van het document
H
Provincie Noord-Holland Gedeputeerde Staten
POSTBUS 3007 | 2001 DA HAARLEM
De gemeenteraden van de Noord-Hollandse gemeenten
Uw contactpersoon
AD/KAB/KAB
financieeltoezicht@noord-holland.nl
1 I 1
Verzenddatum
Betreft: financiële weerbaarheid van de (Noord-Hollandse) gemeenten
2 3 DEC. 202? Kenmerk 1944371/1945921
Geachte raad, Bijgevoegd treft u aan een afschrift van onze brief van heden aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de financiële weerbaarheid van de (Noord-Hollandse) gemeenten.
Uw kenmerk
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,
K
'Um provinciesecretaris
H o 0
i t L- i
roorzitter
A.Th.H. van Dijk
Deze beslissing is namens Gedeputeerde Staten genomen door het lid van het college dat met dit onderwerp is belast. Bijlage: afschrift brief aan Minister BZK (1 944371/1 944699)
Postbus 3007 2001 DA Haarlem Telefoon (023) 514 3143
Houtplein 33 201 2 DE Haarlem www.noord-holland.nl Kvk-nummer 34362354 Btw-nummer NL.0010.03.1 24.B.08
n
Provincie Noord-Holland
POSTBUS 3007 | 2001 DA HAARLEM
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Postbus 2001 1 2500 EA 'S-GRAVENHAGE
Gedeputeerde Staten Uw contactpersoon
AD/KAB/KAB
financieeltoezicht@noord-holland.nl
1 I 3 Verzenddatum
Betreft: financiële weerbaarheid van de (Noord Hollandse) gemeenten
2 3 DEC. mi Kenmerk
Excellentie,
1944371/1944699
Uw kenmerk
Het gaat nog steeds slecht met de gemeentelijke financiën met als vooruitzicht een dieptepunt in het zogenoemde ravijnjaar 2026. Het grootste probleem is daarbij de aanhoudende onduidelijkheid vanuit het Rijk over de financiën voor 2026 en verder. Tijdens het opstellen van de begrotingen 2023 en bijbehorende meerjarenramingen 20242026 is gebleken dat de keuzes uit het Coalitieakkoord van het Rijk, ondanks de financiële intensiveringen ten opzichte van de Miljoenennota 2022, ertoe hebben geleid dat gemeenten grote zorgen hebben over hun structurele financiële situatie vanaf 2026; dit mede in het licht van de lange termijn investeringen die van hen gevraagd worden. Tegelijkertijd is er nog steeds geen duidelijkheid over wat de consequenties van de nieuwe financieringssystematiek zullen zijn. Ook de koepelorganisaties VNG en IPO hebben zich uitgesproken over de financiële onzekerheid voor de lokale overheden. Wij vragen daarom opnieuw aandacht voor deze situatie; het is voor gemeenten nu echt vijf voor twaalf! Weliswaar is over de periode 2022-2025 meer financiële ruimte beschikbaar en is voor deze periode een goede financiële basis geboden, maar na 2025 wijzigen de vooruitzichten significant.
Mevrouw Lazeroms (procesbegeleider toekomst financiering gemeenten) heeft met een afvaardiging van het Rijk (de fondsbeheerders BZK en FIN), de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en de Unie van Waterschappen een analyse tot stand gebracht over het (financiële) vraagstuk dat na 2025 ontstaat door de aankondiging van een nieuwe financieringssystematiek. Uit haar rapport blijkt, dat de (autonome) uitgaven van gemeenten jaarlijks niet alleen zullen toenemen door de hoge inflatie, maar ook door bevolkingsgroei en vergrijzing. Met het vastzetten van het accres vanaf 2026 verliezen gemeenten een instrument om deze volumegroei op te vangen. Hierdoor dreigt de financiële ruimte voor gemeenten in 2026 minder te zijn dan in 2025.
Postbus 3007 2001 DA Haarlem Telefoon (023) 514 3143
Houtplein 33 2012 DE Haarlem www.noord-holland.nl Kvk-nummer 34362354 Btw-nummer NL.001 0.03.1 24.B.08
2 | 3
Met deze nieuwe financieringssystematiek wordt een stabielere financiering voor de medeoverheden beoogd en wordt hun autonomie vergroot door de mogelijkheid om een groter eigen belastinggebied te creëren. Het kabinet heeft gestreefd in het najaar 2022 hierover meer duidelijkheid te geven, maar tot op heden is op dit punt nog geen verdere informatie naar buiten gekomen. De meerjarenramingen van gemeenten moeten bij een tekortsituatie op de jaarbegroting een structureel evenwichtsherstel aantonen, inclusief de structurele investeringen die ook na 2026 ingevuld moeten zijn. Het is echter voor gemeenten de vraag hoe zij voor 2026 en verder hierin zullen slagen. De ontwikkeling van de financiële posities vanaf 2026 levert voor gemeenten de meeste problemen op. Wij hebben daarom de Noord-Hollandse gemeenten gevraagd, om aan de hand van concrete voorbeelden, aan te geven waar zij de problemen zien. Uit de reacties blijkt onder meer het volgende. Slechts een klein aantal gemeenten geeft aan in staat te zijn het tekort weg te werken.
Het overgrote deel laat weten dat het gezien alle wettelijke taken, de opgaven voor huisvesting, klimaatmaatregelen en energietransitie, alsmede de verplichtingen aan een groot aantal gemeenschappelijke regelingen en een aantal lokale (maar eerder uitgestelde) verbeteringen en investeringen, een grote uitdaging zal zijn - zo niet een onmogelijke - om zonder extra middelen van het Rijk het begrotingsevenwicht vanaf 2026 te kunnen handhaven. Op alle gemeentelijke beleidstaken, van zorg tot openbare ruimte en van duurzaamheid tot cultuur en sport zal moeten worden geknepen, terwijl gemeenten juist behoefte hebben aan financiële stabiliteit. Er zullen (zeer) moeilijke keuzes moeten worden gemaakt. Keuzes, die maatschappelijk gezien in een tijd van inflatie en energie armoede bestuurlijk en maatschappelijk haast niet uit te leggen zullen zijn. Heel duidelijk kwam naar voren dat het ontbreken van informatie vanuit het Rijk op het financiële perspectief leidt tot irritatie. Het Rijk kiest ervoor om met incidentele middelen het ‘ravijnjaar’ voor zich uit te schuiven, buiten de horizon van de meerjarenramingen. Dit is voor gemeenten een zeer onwenselijke situatie en zorgt voor grote onzekerheid naar de toekomst toe. Gemeenten willen vanuit het Rijk snel duidelijkheid om de juiste afwegingen naar de toekomst toe te kunnen maken.
De oplossing moet volgens hen gevonden worden in het herstel van eerlijke financiële verhoudingen tussen het Rijk en de gemeenten. Bovenstaande toont de schrijnende situatie aan waarin de gemeenten zich nu bevinden en voor welke pijnlijke keuzes zij zich gesteld zien. Een kaalslag van de kwaliteit van gemeentelijke voorzieningen en de invloed hiervan op de inwoners is bijna niet meer te voorkomen. De verhouding tussen opgedragen taken en de daarvoor beschikbaar gestelde middelen is zeer nadrukkelijk uit balans en concrete duidelijkheid of en wanneer dat beter wordt moet nu snel door het Rijk worden verschaft. Wij hebben bijzonder veel waardering voor de manier waarop de gemeenten omgaan met deze problematiek en hoe zij proberen de maatschappelijke impact voor de burger zoveel mogelijk te beperken. Maar lang houden zij dit niet meer vol. Het is zoals gezegd vijf voor twaalf. Wij blijven met onze gemeenten voortdurend in contact om te
1944371/1944699
3 | 3
kijken hoe wij gezamenlijk ons het beste door deze tijd heen kunnen slaan. Wij doen daarom opnieuw een zeer dringend beroep op u om zo spoedig mogelijk aan de gemeenten helderheid te verschaffen over bovenstaande zaken, zodat zij in staat gesteld worden een gezonde financiële positie op structurele basis te kunnen blijven borgen. Dit houdt in dat er voldoende middelen dienen te worden verstrekt die passen bij de gevraagde taakuitoefening.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,
A.Th.H. van Dijk Deze beslissing is namens Gedeputeerde Staten genomen door het lid van het college dat met dit onderwerp is belast Kopie aan • De staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst • Leden van Provinciale Staten • Gemeenteraden van de Noord-Hollandse gemeenten • Colleges van B&W van de Noord-Hollandse gemeenten • VNG commissie Financiën
1944371/1944699