CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

01A Waswordt BBB fase 2 - SB

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Samenleving8.269 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was/wordt overzicht Beleidsregels bijzondere bijstand Stede Broec 2021>2022

Was

Wordt

Toelichting

Onder het voorwoord

Onder het voorwoord

Beleidsregels bijzondere bijstand Stede Broec 2022 Door bijzondere omstandigheden kan iemand extra noodzakelijke kosten maken, waarin zijn of haar inkomen niet voorziet. In dat geval bestaat er in beginsel recht op bijzondere bijstand (artikel 35 lid 1 Participatiewet). Voor zover de belanghebbende voor dergelijke kosten geen beroep kan doen op een voorliggende voorziening en deze uitgaven naar het oordeel van het college evenmin uit de eigen middelen kunnen worden voldaan, kan daarvoor bijzondere bijstand worden verstrekt. Burgemeester en wethouders hebben enige mate van beleidsvrijheid met betrekking tot de verlening van bijzondere bijstand. Gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht dient de invulling hiervan zoveel mogelijk duidelijk te worden vastgelegd. Daarvoor worden deze beleidsregels vastgesteld. In deze beleidsregels zijn kosten omschreven die in zijn algemeenheid aangemerkt worden als bijzondere kosten. Kosten waarvan duidelijk moet zijn op welke manier hier mee omgegaan wordt. Dat betekent niet dat voor kosten die niet in de beleidsregels staan geen bijzondere bijstand kan worden verleend. Steeds weer is de beoordeling van een aanvraag maatwerk.

Beleidsregels bijzondere bijstand Stede Broec 2022 Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten tot het vaststellen van ‘Beleidsregels bijzondere bijstand Stede Broec 2022’. Door bijzondere omstandigheden kan iemand extra noodzakelijke kosten maken, waarin zijn of haar inkomen niet voorziet. In dat geval bestaat er in beginsel recht op bijzondere bijstand (artikel 35 lid 1 Participatiewet). Voor zover de belanghebbende voor dergelijke kosten geen beroep kan doen op een voorliggende voorziening en deze uitgaven naar het oordeel van het college evenmin uit de eigen middelen kunnen worden voldaan, kan daarvoor bijzondere bijstand worden verstrekt. Burgemeester en wethouders hebben enige mate van beleidsvrijheid met betrekking tot de verlening van bijzondere bijstand. Gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht dient de invulling hiervan zoveel mogelijk duidelijk te worden vastgelegd. Daarvoor worden deze beleidsregels vastgesteld (artikel 4:81 Awb). In deze beleidsregels zijn kosten omschreven die in zijn algemeenheid aangemerkt worden als bijzondere kosten. Kosten waarvan duidelijk moet zijn op welke manier hier mee omgegaan wordt. Dat betekent niet dat voor kosten die niet in de beleidsregels staan geen bijzondere bijstand kan worden verleend. Steeds weer is de beoordeling van een aanvraag maatwerk.

De laatste alinea is toegevoegd ter duiding van de gekleurde tekstdelen. Dit was intern wel duidelijk, maar extern niet.

Dit document wordt onder andere gebruikt door de consulenten van de SED-organisatie. Zij verrichten werkzaamheden voor drie gemeenten tegelijk. De beleidsregels bijzondere bijstand komen grotendeels overeen. De lokale verschillen zijn voor de duidelijkheid met een andere kleur aangemerkt.

Aan de beschrijving van duurzame gebruiksgoederen is ‘digitale hulpmiddelen’

Onder paragraaf 2.4.

Onder paragraaf 2.4.

Kunnen de kosten worden voldaan uit de bijstandsnorm?

Kunnen de kosten worden voldaan uit de bijstandsnorm?

In beginsel geldt dat de algemene bijstandsnorm toereikend is. Deze norm is immers bedoeld voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan inclusief een component reservering. De algemene bijstand is een uitkering voor levensonderhoud die als het ware is opgebouwd uit een aantal deeluitkeringen: één voor woonkosten, één voor kleding, één voor voedsel etc. Er bestaat alleen recht op bijzondere bijstand wanneer een van de deeluitkeringen van de algemene bijstand niet in de specifieke kosten voorziet. Algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan waarin de bijstandsnorm voldoet zijn bijvoorbeeld kosten voor een telefoon, een huisdier, identiteitskaart, duurzame gebruiksgoederen etc.

In beginsel geldt dat de algemene bijstandsnorm toereikend is. Deze norm is immers bedoeld voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan inclusief een component reservering. De algemene bijstand is een uitkering voor levensonderhoud die als het ware is opgebouwd uit een aantal deeluitkeringen: één voor woonkosten, één voor kleding, één voor voedsel etc. Er bestaat alleen recht op bijzondere bijstand wanneer een van de deeluitkeringen van de algemene bijstand niet in de specifieke kosten voorziet. Algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan waarin de bijstandsnorm voldoet zijn bijvoorbeeld kosten voor een telefoon, een huisdier, identiteitskaart, duurzame gebruiksgoederen etc. Bij duurzame gebruiksgoederen kun je denken aan zaken als een koelkast, een wasmachine, een televisie of digitale hulpmiddelen.

x

Onder paragraaf 2.4. Advies of beoordeling van derden nodig voor beoordeling aanvragen?

toegevoegd, op basis van jurisprudentie.

De alinea is ter verduidelijking toegevoegd aan de paragraaf, op basis van jurisprudentie.

In sommige gevallen is een advies of een beoordeling van derden noodzakelijk om een aanvraag voor bijzondere bijstand te kunnen beoordelen. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een leerbaarheidsexamen. In die gevallen kan men voor deze kosten bijzondere bijstand aanvragen. De reiskosten die hiermee gemoeid gaan kunnen niet vanuit de bijzondere bijstand worden vergoed, daar het incidentele kosten van bestaan betreft.

Onder paragraaf 3.1.

Onder paragraaf 3.1.

Het in aanmerking te nemen vermogen

Het in aanmerking te nemen vermogen

Aan de referentie aan artikel 34 lid 2 c is nu ook b toegevoegd. Dit komt beter

2 / 19

Bij het vaststellen van vermogen voor de bijzondere bijstand wordt eveneens de Participatiewet gevolgd. Het in aanmerking te nemen vermogen is gelijk aan (de som van) alle netto vermogensbestanddelen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken (artikel 34 Participatiewet). Het vermogen mag niet meer zijn dan de hoogte zoals die geldt voor de algemene bijstand zoals vastgelegd in artikel 34 lid 3 van de Participatiewet. Een bijstandsgerechtigde mag van zijn uitkering sparen zonder dat dit consequenties heeft voor zijn uitkering voor levensonderhoud. Middels artikel 34 lid 2, c van de Participatiewet wordt spaargeld dat opgebouwd is tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen vrijgesteld. Dit is eigen aan de aard van algemene bijstand. Men dient met een uitkering te reserveren voor een babyuitzet, een eventuele verhuizing en de vervanging van duurzame gebruiksgoederen etc. Door deze voorwaarde op te nemen in de Participatiewet kan belanghebbende hiervoor sparen zonder dat zijn of haar uitkering wordt beëindigd. Voor de bijzondere bijstand geldt dit niet. Dit kan dus betekenen dat een aanvraag bijzondere bijstand van een bijstandsgerechtigde wordt afgewezen omdat hij of zij over voldoende middelen beschikt.

Bij het vaststellen van vermogen voor de bijzondere bijstand wordt eveneens de Participatiewet gevolgd. Het in aanmerking te nemen vermogen is gelijk aan (de som van) alle netto vermogensbestanddelen waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken (artikel 34 Participatiewet). Het vermogen mag niet meer zijn dan de hoogte zoals die geldt voor de algemene bijstand zoals vastgelegd in artikel 34 lid 3 van de Participatiewet. Alles er boven wordt in principe als draagkracht aangemerkt. Een bijstandsgerechtigde mag van zijn uitkering sparen zonder dat dit consequenties heeft voor zijn uitkering voor levensonderhoud. Middels artikel 34 lid 2, b en c van de Participatiewet wordt spaargeld dat opgebouwd is tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen vrijgesteld. Dit is eigen aan de aard van algemene bijstand. Men dient met een uitkering te reserveren voor een babyuitzet, een eventuele verhuizing en de vervanging van duurzame gebruiksgoederen etc. Door deze voorwaarde op te nemen in de Participatiewet kan belanghebbende hiervoor sparen zonder dat zijn of haar uitkering wordt beëindigd. Voor de bijzondere bijstand geldt dit niet. Dit kan dus betekenen dat een aanvraag bijzondere bijstand van een bijstandsgerechtigde wordt afgewezen omdat hij of zij over voldoende middelen beschikt.

Onder paragraaf 3.2.

Onder paragraaf 3.2.

Draagkrachtruimte uit inkomen De gemeente Stede Broec hanteert voor bijzondere bijstand draagkracht vanaf 100% van de bijstandsnorm. Dit betekent dat iedere inwoner die een beroep doet op de bijzondere bijstand zijn of haar inkomen boven de bijstandsnorm geheel zal moeten aanwenden om de kosten te betalen. De gemeente Stede Broec hanteert verschillende normen voor draagkrachtruimte bij incidentele en periodieke bijzondere bijstand.

Draagkrachtruimte uit inkomen De gemeente Stede Broec hanteert verschillende normen voor draagkrachtruimte voor algemene kosten en voor bijzondere kosten.

Drachtkracht voor periodieke bijzondere bijstand Bijzondere bijstand wordt periodiek toegekend als er sprake is van dezelfde, terugkerende kosten. Dit geldt bijvoorbeeld

overeen met hetgeen waaraan gerefereerd wordt.

Drachtkracht voor algemene kosten De gemeente Stede Broec hanteert voor bijzondere bijstand voor algemene kosten draagkracht vanaf 100% van de bijstandsnorm. Voor deze kosten wordt vanaf 100% van de bijstandsnorm 100% van het meerdere als draagkracht gezien. Algemene kosten zijn bijvoorbeeld de woonkostentoeslag bij een eigen woning of kosten voor bewindvoering.

De tekst van de paragraaf is verduidelijkt en meer overzichtelijk opgenomen. Verder is het tekstdeel over de historische verwijderd. In de beleidsregels 2021 werd de berekening van draagkracht nog afgezet tegen de historische normen zoals deze golden vóór de invoering van de Participatiewet in 2015, voor de verschillende typen huishouden. Het toepassen van de historische normen was opgenomen in de

3 / 19

bij bewindvoeringskosten die maandelijks in rekening wordt gebracht. Voor periodieke bijzondere bijstand wordt vanaf 100% van de bijstandsnorm 100% van het meerdere als draagkracht gezien. Drachtkracht voor incidentele bijzondere bijstand Bijzondere bijstand wordt incidenteel toegekend als er sprake is van eenmalige kosten. Voor incidentele bijzondere bijstand wordt vanaf 100% van de bijstandsnorm 35% van het meerdere als draagkracht gezien.

Drachtkracht voor bijzondere kosten De gemeente Stede Broec hanteert voor alle andere kosten draagkracht vanaf 100% van de bijstandsnorm. Voor deze kosten wordt vanaf 100% van de bijstandsnorm 35% van het meerdere als draagkracht gezien.

Deze mogelijkheden worden afgezet tegen de historische norm zoals die gold op 31 december 2014. Met de historische norm wordt bedoeld de normen vóór invoering van kostendelersnorm met de Participatiewet 2015. Hiermee wordt niet gerefereerd aan de hoogte van de normen, maar de soorten normen: 1. gehuwden / samenwonenden: inkomen wordt afgezet tegen 100% van de gehuwdennorm; 2. alleenstaande ouder: inkomen wordt afgezet tegen 90% van de gehuwdennorm; 3. alleenstaande: inkomen wordt afgezet tegen 70 % van de gehuwdennorm; 4. als inwoners de kosten kunnen delen met derden, dan vindt er een verlaging plaats van 10% van de gehuwdennorm; 5. bij het ontbreken van woonlasten wordt de desbetreffende norm verlaagd met 15% van de gehuwdennorm. Nadrukkelijk wordt hier aangegeven dat het totale inkomen dus niet afgezet wordt tegen de kostendelersnorm. Dit is bovenwettelijk begunstigend voor alleenstaande ouders en volwassenen met meerderjarige medebewoners.

Onder paragraaf 3.3.

Onder paragraaf 3.3.

Draagkrachtperiode Op grond van de laatste volzin van artikel 35, lid 1 Participatiewet bepaalt het college het begin en de duur van de

Draagkrachtperiode Op grond van de laatste volzin van artikel 35, lid 1 Participatiewet bepaalt het college het begin en de duur van de

beleidsregels als een tijdelijke overbruggingsmogelijkheid. Omdat de beleidsregels bijzondere bijstand tussen 2015 en 2020 niet zijn aangepast, is deze tijdelijke overbruggingsmogelijkheid echter blijven bestaan. Het hanteren van de historische normen sluit echter niet langer aan bij de juiste uitvoering van de Participatiewet. De paragraaf ‘historische normen’ dient daarom te worden verwijderd uit de beleidsregels bijzondere bijstand. Vervolgens kunnen de inkomensnormen zoals opgenomen in de Participatiewet worden gehanteerd.

De tekst is iets ingekort ter verduidelijking en verbetering van de leesbaarheid.

4 / 19

periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 40 Algemene bijstandswet, waarin voorheen de bepalingen inzake de draagkracht(periode) waren neergelegd, komt naar voren dat in beginsel de draagkracht over een periode van een jaar in aanmerking wordt genomen. Dat wil zeggen: de periode van 12 maanden volgend op de aanvraag voor de verlening van bijzondere bijstand. Gedurende de draagkrachtperiode wordt de vastgestelde draagkracht in mindering gebracht op de voor bijzondere bijstand in aanmerking komende kosten. De periode waarover de draagkracht geldt begint op de eerste dag van de maand waarin de bijzondere bijstandsaanvraag wordt ingediend, en wordt vastgesteld voor een periode van 12 maanden. Indien de aanvraag later is ingediend; vanaf de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn ontstaan. Na deze periode dient de draagkracht opnieuw te worden vastgesteld.

periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen. Dit betreft in principe een periode van 12 maanden volgend op de aanvraag voor bijzondere bijstand. Gedurende de draagkrachtperiode wordt de vastgestelde draagkracht in mindering gebracht op de voor bijzondere bijstand in aanmerking komende kosten. De periode waarover de draagkracht geldt begint op de eerste dag van de maand waarin de bijzondere bijstandsaanvraag wordt ingediend, en wordt vastgesteld voor een periode van 12 maanden. Indien de aanvraag later is ingediend; vanaf de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn ontstaan. Na deze periode dient de draagkracht opnieuw te worden vastgesteld (in het geval er een nieuwe aanvraag wordt ingediend).

Indien het een verlenging van periodieke bijstand betreft wordt de draagkrachtperiode aansluitend op het voorgaande draagkracht jaar vastgesteld.

Doorgaans valt de toekenningsperiode gelijk met de draagkrachtperiode van 12 maanden. Indien de aard van de bijzondere kosten daar aanleiding toe geeft, wordt de toekenningsperiode overeenkomstig de draagkrachtperiode korter vastgesteld. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als periodieke bijstand voor een korte periode wordt verstrekt of indien de bijzondere kosten toegerekend kunnen worden aan een bepaalde periode zoals eigen bijdrage, tijdelijke opname of reiskosten in verband met bezoek familielid in ziekenhuis. In dat geval wordt van deze periode uitgegaan.

De draagkrachtperiode wordt voor een kortere periode dan twaalf maanden vastgesteld, indien de aard van de bijzondere kosten daartoe aanleiding geeft. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als periodieke bijstand voor een korte periode wordt verstrekt of indien de bijzondere kosten toegerekend kunnen worden aan een bepaalde periode zoals eigen bijdrage, tijdelijke opname of reiskosten in verband met bezoek familielid in ziekenhuis. In dat geval wordt van deze periode uitgegaan.

Indien het een verlenging van periodieke bijstand betreft wordt de draagkrachtperiode aansluitend op het voorgaande draagkracht jaar vastgesteld.

De toekenningsperiode wordt altijd voor maximaal de duur van de draagkrachtperiode vastgesteld.

De toekenningsperiode wordt voor maximaal de duur van de draagkrachtperiode vastgesteld.

Onder paragraaf 3.4.

Onder paragraaf 3.4.

Wijziging draagkracht tijdens draagkrachtperiode In het belang van de rechtszekerheid en de uitvoeringspraktijk geldt als uitgangspunt dat de draagkracht binnen de

Wijziging draagkracht tijdens draagkrachtperiode In het belang van de rechtszekerheid en de uitvoeringspraktijk geldt als uitgangspunt dat de draagkracht binnen de

Verduidelijking toegevoegd n.a.v. gebruikerservaring, over wat te doen wanneer er wel een nieuwe

5 / 19

vastgestelde draagkrachtperiode in beginsel voor die periode definitief is. Met andere woorden: een eenmaal vastgestelde draagkracht wordt in beginsel niet meer aangepast.

vastgestelde draagkrachtperiode in beginsel voor die periode definitief is. Met andere woorden: een eenmaal vastgestelde draagkracht wordt in beginsel niet meer aangepast. Slechts bij gewijzigde omstandigheden waardoor de draagkrachtruimte meer dan €100,- per maand is gewijzigd, zowel naar boven als naar beneden, is daarvoor aanleiding. De draagkrachtberekening wordt opnieuw uitgevoerd, waarbij men rekent vanaf de datum van inkomenswijziging tot en met het einde van de draagkrachtperiode zoals bij originele beschikking is vastgesteld. Wanneer blijkt dat men geen recht meer zou hebben op bijzondere bijstand, wordt deze ingetrokken dan wel beëindigd vanaf datum wijziging inkomen. Bij het aanvaarden van regulier werk wordt de draagkrachtberekening niet gewijzigd, gedurende de resterende draagkrachtperiode. Dit draagt bij aan het tegengaan van de armoedeval en bevordert de uitstroom naar regulier werk.

draagkrachtberekening nodig is.

Onder paragraaf 4.1.

Onder paragraaf 4.1.

Goedkoopste adequate voorziening De hoogte van de te verlenen bijzondere bijstand wordt (individueel) bepaald door de hoogte van de noodzakelijke kosten. Daarbij geldt als uitgangspunt dat, wanneer ter zake van bepaalde kosten meerdere (adequate) voorzieningen mogelijk zijn, voor de goedkoopste voorziening moet worden gekozen. Daarom kan worden volstaan met een vergoeding ter hoogte van de goedkoopste adequate voorziening. Kiest belanghebbende voor een relatief dure voorziening, terwijl er goedkopere alternatieven zijn, dan leidt dit ertoe dat slechts de kosten van deze goedkope voorzieningen voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. De meerkosten komen voor rekening van belanghebbende.

Goedkoopste adequate voorziening Wanneer er meerdere adequate voorzieningen mogelijk zijn, dient voor de goedkoopste adequate voorziening te worden gekozen. Volstaan wordt met een vergoeding ter hoogte van de goedkoopste adequate voorziening. Kiest belanghebbende voor een duurdere voorziening terwijl er goedkopere alternatieven zijn, dan komen de meerkosten voor rekening van belanghebbende.

De tekst is iets ingekort ter verduidelijking en verbetering van de leesbaarheid.

(…)

(…)

Onder paragraaf 4.2.

Onder paragraaf 4.2.

Drempelbedrag

Drempelbedrag

De tekst is iets ingekort ter verduidelijking en verbetering van de leesbaarheid.

6 / 19

Op grond van artikel 35 lid 2 Participatiewet kan het college de bijzondere bijstand weigeren, indien de bijzondere kosten binnen twaalf maanden lager zijn dan een bepaald bedrag. Deze bevoegdheid, die aan een wettelijk gemaximeerd bedrag is gebonden, biedt het college de mogelijkheid om bijzondere bijstandsverlening in ‘kruimelvoorzieningen’ tegen te gaan. Het in aanmerking nemen van een drempelbedrag betekent dat, voordat er sprake kan zijn van verlening van bijzondere bijstand, de betreffende kosten meer moeten bedragen dan het drempelbedrag. Zolang de totale kosten lager zijn, blijven deze voor rekening van belanghebbende. De periode waarover het drempelbedrag geldt is 12 maanden. Het college hanteert geen drempelbedrag.

Op grond van artikel 35 lid 2 Participatiewet kan het college de bijzondere bijstand weigeren, indien de bijzondere kosten binnen twaalf maanden lager zijn dan een bepaald bedrag. Het college hanteert geen drempelbedrag. Echter om aanvragen voor "kruimelbedragen" tegen te gaan wordt een administratieve drempel gehanteerd van €25,-. In de praktijk betekent dit dat pas een aanvraag kan worden ingediend wanneer de kosten minimaal € 25,- bedragen. Zijn de kosten lager dan € 25,- dan kan eens per jaar een aanvraag worden ingediend. Het tijdstip hiervoor is vastgesteld op 31 december van het jaar waarin de kosten zijn gemaakt.

Echter om aanvragen voor "kruimelbedragen" tegen te gaan wordt een administratieve drempel gehanteerd van €25-. In de praktijk betekent dit dat pas een aanvraag kan worden ingediend wanneer de kosten minimaal € 25,- bedragen. Hierbij geldt dan gelijk een uitzondering voor het indienen van een aanvraag met terugwerkende kracht. Zijn de kosten lager dan € 25,- dan kan eens per jaar een aanvraag worden ingediend. Het tijdstip hiervoor is vastgesteld op 31 december van het jaar waarin de kosten zijn gemaakt.

Onder paragraaf 6.1.

Onder paragraaf 6.1.

Babyuitzet en kosten na geboorte van een kind Kostensoort: Incidentele kosten/ duurzame gebruiksgoederen Draagkracht: Let op: bij de babyuitzet en kosten na de geboorte van het kind geldt een draagkracht uit vermogen van 100% voor zover het meer bedraagt dan 35% van het vrij te laten vermogen. Vorm van bijstand: Leenbijstand

Babyuitzet en kosten na geboorte van een kind Kostensoort: Algemene kosten van bestaan/ duurzame gebruiksgoederen Draagkracht: Let op: bij de babyuitzet en kosten na de geboorte van het kind geldt een draagkracht uit vermogen van 100% voor zover het meer bedraagt dan 35% van het vrij te laten vermogen. Vorm van bijstand: Leenbijstand. Voor het vaststellen van de hoogte van de noodzakelijke kosten wordt 75% van de bedragen die zijn genoemd in de Nibud prijzengids aangehouden (basispakket

De geboorte van een kind brengt extra kosten met zich mee. Deze extra kosten zijn aan te merken als algemene kosten van het bestaan en komen in principe niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. Alleen als er sprake is van bijzondere

Bij de vorm van bijstand is toegevoegd dat een factor van 0.75 wordt toegepast op de noodzakelijke kosten, gezien een deel van de babyuitzet ook tweedehands verkregen kan worden.

7 / 19

omstandigheden in het individuele geval dan kan bijzondere bijstand worden verstrekt. Het uitgangspunt daarbij is dat de goederen die aangeschaft worden voor het inrichten van een kinderkamer en de babyuitzet aangemerkt worden als duurzame gebruiksgoederen als bedoeld in artikel 51 lid 1 Participatiewet. Het college zal in geval van een aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een babyuitzet vooral moeten beoordelen of er zich bijzondere omstandigheden voordoen en of er redenen zijn waardoor belanghebbende niet had kunnen reserveren voor deze kosten. Bij bijzondere omstandigheden kan onder andere gedacht worden aan:  geboorte van een meerling;  een onvrijwillige zwangerschap ten gevolge van een zedenmisdrijf;  hogere kosten ten gevolge van medische complicaties.

Onder paragraaf 6.3. Reiskosten voor ouders van studerende kinderen tot en met 17 jaar Kostensoort: Periodieke kosten Afstand dichtstbijzijnde school: >10 kilometer Vergoeding: € 30 per kilometer per jaar, maximaal € 900,- per jaar De Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos) voorziet in tegemoetkomingen voor leerlingen in de leeftijd vanaf 18 jaar die geen volledig en rechtstreeks bekostigd voortgezet onderwijs volgen of beroepsonderwijs volgen: op grond van de Wtos kan aan ouders van leerlingen

babyuitzet), tenzij aannemelijk is dat de kosten lager zijn. De geboorte van een kind brengt extra kosten met zich mee. Deze extra kosten zijn aan te merken als algemene kosten van het bestaan en komen in principe niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. Alleen als er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval dan kan bijzondere bijstand worden verstrekt. Het uitgangspunt daarbij is dat de goederen die aangeschaft worden voor het inrichten van een kinderkamer en de babyuitzet aangemerkt worden als duurzame gebruiksgoederen als bedoeld in artikel 51 lid 1 Participatiewet. Het college zal in geval van een aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een babyuitzet vooral moeten beoordelen of er zich bijzondere omstandigheden voordoen en of er redenen zijn waardoor belanghebbende niet had kunnen reserveren voor deze kosten. Bij bijzondere omstandigheden kan onder andere gedacht worden aan:  geboorte van een meerling;  een onvrijwillige zwangerschap ten gevolge van een zedenmisdrijf;  hogere kosten ten gevolge van medische complicaties.

x

Deze paragraaf is verwijderd omdat deze niet langer van toepassing is. Er komen al geruime tijd geen aanvragen meer op binnen, zo blijkt uit gesprekken met consulenten. Voorliggende voorzieningen dekken deze kosten. Tot 18 jaar zijn de kosten opgenomen in het kindgebondenbudget. Vanaf 18 jaar is er sprake van Wtos of het studentenreisproduct. Sinds 2017 hebben ook MBO/BOL

8 / 19

een zogeheten tegemoetkoming ouders worden verleend. De tegemoetkoming voor leerlingen tot 18 jaar in bekostigd voortgezet onderwijs is opgenomen in het kindgebonden budget. Uit de wetsgeschiedenis van de totstandkoming van de Wtos blijkt dat de toelage op grond van deze wet geen aparte component voor reiskosten bevat. De Wtos is geen toereikende en passende voorziening voor de reiskosten van schoolgaande kinderen, omdat de wetgever mede vanuit budgettaire overwegingen heeft gekozen voor een forfaitaire benadering in plaats van een benadering die maatwerk levert. (…)

studenten onder de 18 jaar recht op een studentenreisproduct. Voor reiskosten voor kinderen naar de nieuwkomersklas geldt een andere regeling.

Onder paragraaf 6.4.

Onder paragraaf 6.3.

Reiskosten uit huis geplaatste kinderen Vergoeding: Aansluiten bij bezoekregeling van de instelling op basis van openbaar vervoer Leeftijd: 0 tot en met 17 jaar Als er geen beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening is bijzondere bijstand voor reiskosten mogelijk. Voor de bezoekfrequentie wordt aangesloten bij de bezoekregeling zoals bepaald door de instelling. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan goedkoopste vorm van openbaar vervoer voor het betreffende traject. Als het reizen met het openbaar vervoer niet tot de mogelijkheden behoort, dan wordt voor het vervoer met een (eigen) auto gerekend met € 0,19 per kilometer (richtbedrag van de Belastingdienst voor reiskosten). De reisafstand wordt bepaald op de kortste route op grond van de ANWB-reisplanner.

Reiskosten uit huis geplaatste kinderen Vergoeding: Aansluiten bij bezoekregeling van de instelling op basis van openbaar vervoer Leeftijd: 0 tot en met 17 jaar (tenzij bij verlengde pleeg/jeugdzorg, dan t/m 23 jaar). Als er geen beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening is bijzondere bijstand voor reiskosten mogelijk. Voor de bezoekfrequentie wordt aangesloten bij de bezoekregeling zoals bepaald door de instelling. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan goedkoopste vorm van openbaar vervoer voor het betreffende traject. Als het reizen met het openbaar vervoer niet tot de mogelijkheden behoort, dan wordt voor het vervoer met een (eigen) auto gerekend met € 0,19 per kilometer (richtbedrag van de Belastingdienst voor reiskosten). De reisafstand wordt bepaald op de kortste route op grond van de ANWB-reisplanner.

x

Onder paragraaf 6.5. Reiskosten kind naar nieuwkomersklas voortgezet onderwijs Als kinderen vanuit het buitenland nog niet zolang in Nederland wonen, kan het noodzakelijk zijn dat deze kinderen naar bijvoorbeeld het Newtoncollege in Hoorn gaan. Zij gaan daarheen omdat er bijzondere omstandigheden zijn die dit

Verduidelijking aangebracht in de gestelde leeftijdsgrens voor uit huis geplaatste kinderen, in het geval van verlengde pleeg/jeugdzorg. Er zijn voorliggende voorzieningen die in deze reiskosten voorzien. Enkel wanneer men hier geen beroep op kan doen, kan men deze bijzondere bijstand aanvragen.

Met het verwijderen van paragraaf 6.3. (zie bovenstaande) bleef het noodzaak om de mogelijkheid van bijzondere bijstand voor reiskosten voor kinderen naar de nieuwkomersklas voortgezet onderwijs ergens te

9 / 19

noodzakelijk maken. Bijvoorbeeld omdat zij de Nederlandse taal onvoldoende beheersen en daardoor (nog) niet naar de RSG, het Martinuscollege, het Clusius college of de Praktijkschool WF kunnen Ook deze reiskosten komen mogelijk voor bijzondere bijstand in aanmerking. Is het, bijvoorbeeld gezien de leeftijd van het kind, noodzakelijk dat een begeleider met het kind meereist, dan komen ook deze reiskosten voor bijzondere bijstand in aanmerking. Afstanden tot 10 km worden geacht per fiets overbrugd te kunnen worden.

benoemen. Dit is de nieuwe paragraaf 6.5. geworden. Dit komt overeen met de gemeenten Enkhuizen en Drechterland.

Onder hoofdstuk 7:

Onder hoofdstuk 7:

7.8 Drempelbedrag medische kosten Indien aanvrager heeft gekozen om geen aanvullende verzekering af te sluiten, bespaart hij daarmee maandelijks een bedrag. Dat is een keuze: aanvrager verwacht lagere zorgkosten te hebben dan de premie van de zorgverzekering kost. Stijgen de kosten boven dit bedrag aan zorgkosten uit, dan kunnen deze kosten voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Dit betekent dat op het te vergoeden bedrag aan bijzondere bijstand de jaarpremie voor de aanvullende zorgverzekering in mindering worden gebracht. Dit bedrag is ter hoogte van de kosten voor de aanvullende verzekering ‘Compact’ en wordt vastgesteld op € 245,- in 2020. Het bedrag verandert jaarlijks op basis van de zorgpremie van het betreffende jaar.

7.8 Medische kosten buiten pakket zorgverzekeringswet Medische kosten die zijn uitgesloten van vergoeding op grond van de Zvw of Wlz (bijvoorbeeld de kosten van alternatieve geneeswijzen zoals acupunctuur en kosten van diverse farmaceutische middelen) komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. Zij worden immers niet noodzakelijk geacht. De gemeente volgt hierin de Zvw.

Er zijn een aantal verduidelijkingen in de tekst aangebracht, op basis van gebruikerservaringen.

7.9 Medische kosten buiten pakket zorgverzekeringswet Medische kosten die zijn uitgesloten van vergoeding op grond van de Zvw of Wlz (bijvoorbeeld de kosten van alternatieve geneeswijzen zoals acupunctuur en kosten van diverse farmaceutische middelen) komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. Zij worden immers niet noodzakelijk geacht. 7.10 Meerkosten mensen met een beperking en/of chronische ziekte Mensen met een beperking en/ of chronische ziekte maken vaak structureel hun volledige eigen risico op. Tevens hebben

7.9 Drempelbedrag medische kosten In bijzondere omstandigheden kan men bijzondere bijstand aanvragen voor zorgkosten die noodzakelijk worden geacht maar buiten de basisverzekering vallen. Indien de aanvrager heeft gekozen om geen aanvullende verzekering af te sluiten, bespaart hij daarmee maandelijks een bedrag. De jaarpremie voor aanvullende verzekering wordt daarom in mindering gebracht op het te vergoeden bedrag aan bijzondere bijstand. Het bedrag dat hiervoor wordt aangehouden is gelijk aan de premie voor het collectieve aanvullende zorgverzekeringspakket ‘Compact’. Dit bedrag verandert jaarlijks op basis van de zorgpremie van het betreffende jaar. 7.10 Meerkosten mensen met een beperking en/of chronische ziekte Mensen met een beperking en/ of chronische ziekte maken vaak structureel hun volledige eigen risico op. Tevens hebben zij vaak meerkosten als gevolg van hun ziekte. Het is mogelijk dat ouderen, zieken of gehandicapten hieraan beduidend

10 / 19

zij vaak meerkosten als gevolg van hun ziekte. Het is mogelijk dat ouderen, zieken of gehandicapten hieraan beduidend hogere kosten hebben dan de gemiddelde belanghebbende. Via de Wmo kan een tegemoetkoming voor deze kosten worden verstrekt. Deze Wmo voorziening is voorliggend op de bijzondere bijstand.

hogere kosten hebben dan de gemiddelde belanghebbende. Via de Wmo kan een tegemoetkoming voor deze kosten worden verstrekt. Deze Wmo voorziening is voorliggend op de bijzondere bijstand, evenals de Tegemoetkoming arbeidsongeschikten vanuit het UWV. Pas wanneer de voorliggende voorzieningen niet toereikend zijn (geweest), kan worden overgegaan tot verstrekking uit bijzondere bijstand.

Onder hoofdstuk 8:

Onder hoofdstuk 8:

Collectieve aanvullende zorgverzekering (gemeentepolis) De Zorgverzekeringswet (Zvw) maakt het mogelijk dat collectieve verzekeringen worden afgesloten. De Participatiewet maakt het mogelijk dat het college categoriale bijzondere bijstand kan verlenen in de vorm van een aanvullende zorgverzekering en aan inwoners aanbiedt. Er hoeft niet te worden nagegaan of ten aanzien van die persoon de kosten van die verzekering of premie ook daadwerkelijk noodzakelijk zijn of gemaakt zijn (artikel 35 lid 3 Participatiewet).

Collectieve aanvullende zorgverzekering (gemeentepolis) De Zorgverzekeringswet (Zvw) maakt het mogelijk dat collectieve verzekeringen worden afgesloten. De Participatiewet maakt het mogelijk dat het college categoriale bijzondere bijstand kan verlenen in de vorm van een aanvullende zorgverzekering en aan inwoners aanbiedt. Er hoeft niet te worden nagegaan of ten aanzien van die persoon de kosten van die verzekering of premie ook daadwerkelijk noodzakelijk zijn of gemaakt zijn (artikel 35 lid 3 Participatiewet).

De gemeente Stede Broec heeft een collectieve zorgverzekering bij Univé afgesloten voor haar inwoners met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. Deelnemers ontvangen collectiviteitskorting van de zorgverzekeraar. Het aanbod bestaat uit twee pakketten: • Compact; • Compleet. De vermogensgrens van de Participatiewet geldt niet voor deelname aan de verzekering.

De gemeente Stede Broec heeft een collectieve zorgverzekering bij Univé afgesloten voor haar inwoners met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. De vermogensgrens van de Participatiewet geldt niet voor deelname aan de verzekering. Deelnemers ontvangen collectiviteitskorting van de zorgverzekeraar. Het aanbod bestaat uit twee pakketten: • Compact; • Compleet. Men kan de collectieve zorgverzekering aanvragen via www.gezondverzekerd.nl.

Premiebijdrage collectieve zorgverzekering Het college kan op basis van artikel 35 lid 3 Participatiewet categoriale bijzondere bijstand verlenen in de vorm van een premiebijdrage. Mensen met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm krijgen maandelijks € 10,00 categoriale bijzondere bijstand voor het pakket ‘compleet’. De gemeente betaalt de bijzondere bijstand rechtstreeks aan Univé. De vermogensgrens van de Participatiewet geldt voor de premiebijdrage.

Verduidelijking aangebracht over wat te doen na hercontrole. Verdere stappen zijn opgenomen in het contract met Univé.

Premiebijdrage collectieve zorgverzekering Het college kan op basis van artikel 35 lid 3 Participatiewet categoriale bijzondere bijstand verlenen in de vorm van een premiebijdrage. Mensen met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm krijgen maandelijks € 10,00 categoriale bijzondere bijstand voor het pakket ‘compleet’. De gemeente betaalt de bijzondere bijstand rechtstreeks aan Univé. De

11 / 19

inkomensgrens van de Participatiewet geldt voor de collectieve zorgverzekering. Wanneer bij (her-)controle blijkt dat het inkomen boven de 120% bijstandsnorm is gestegen, wordt de deelname aan de collectieve zorgverzekering per 31 december van het betreffende jaar beëindigd.

Onder paragraaf 9.2.

Onder paragraaf 9.2.

Bewindvoering, curatele en mentorschap Voor bewindvoering, curatele en mentorschap geldt dat de noodzaak van de kosten daarvan als vaststaand moet worden beschouwd, als de rechter belanghebbende onder bewind c.q. curatele geplaatst heeft dan wel een mentor heeft benoemd. Het college kan in deze geen eigen afweging meer maken. Voor zover belanghebbende de kosten niet uit eigen middelen kan betalen, kan bijzondere bijstand worden verleend. Indien de kantonrechter een bewindvoerder, curator of mentor heeft aangesteld en de kosten zijn vastgesteld, neemt het college de noodzaak van de kosten in beginsel aan. Het college kan bij twijfel een onderzoek instellen om te verifiëren of de werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht en of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd daadwerkelijk zijn gemaakt.

Bewindvoering, curatele en mentorschap Voor bewindvoering, curatele en mentorschap geldt dat de noodzaak van de kosten daarvan als vaststaand moet worden beschouwd, als de rechter belanghebbende onder bewind c.q. curatele geplaatst heeft dan wel een mentor heeft benoemd. Het college kan in deze geen eigen afweging meer maken. Voor zover belanghebbende de kosten niet uit eigen middelen kan betalen, kan bijzondere bijstand worden verleend. Het college kan bij twijfel een onderzoek instellen om te verifiëren of de werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht en of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd daadwerkelijk zijn gemaakt.

De kosten voor bewindvoering, curatele en mentorschap, die in aanmerking komen voor bijstand, betreffen de kosten zoals genoemd in de uitspraak van de Rechtbank; Kosten voor bewindvoering, mentorschap en curatorschap kunnen tot maximaal zes weken na datum beschikking van de rechtbank voor bijzondere bijstand ingediend worden; Voor de kosten van bewindvoering, mentorschap en curatorschap is het niet van belang of de kosten al in rekening zijn gebracht; Tevens komen de griffiekosten in aanmerking voor bijzondere bijstand. Deze kunnen met terugwerkende kracht worden toegekend met de eerste nota voor bewindvoering, mentorschap of curatorschap.

Op basis van jurisprudentie zijn een aantal verduidelijkingen toegevoegd aan deze paragraaf, met name gericht op indientermijnen.

De kosten voor bewindvoering, curatele en mentorschap, die in aanmerking komen voor bijstand, betreffen de kosten zoals genoemd in de uitspraak/machtiging van de Rechtbank; Kosten voor bewindvoering, mentorschap en curatorschap kunnen tot maximaal zes weken na datum beschikking van de rechtbank voor bijzondere bijstand worden ingediend. Een verlengingsaanvraag kan met terugwerkende kracht worden toegekend aansluitend op de vorige toekenningsperiode, mits deze binnen 6 weken na het aflopen van de vorige toekenningsperiode is ingediend; Voor de kosten van bewindvoering, mentorschap en curatorschap is het niet van belang of de kosten al in rekening zijn gebracht; Tevens komen de griffiekosten in aanmerking voor bijzondere bijstand. Deze kunnen met terugwerkende

12 / 19

kracht worden toegekend met de eerste nota voor bewindvoering, mentorschap of curatorschap, mits deze binnen 6 weken na datum beschikking van de rechtbank voor bijzondere bijstand is ingediend. Wanneer bijzondere bijstand wordt gevraagd voor de kosten van beloning van familiaire bewindvoering, dient men een door de rechtbank goedgekeurde rekening en verantwoording waarin de kosten zijn opgevoerd te kunnen overleggen.

Onder paragraaf 10.1. & 10.2.

Onder paragraaf 10.1.

Budgetcoaching Budgetcoaching wordt kosteloos door de gemeente aangeboden. De kosten voor particuliere budgetcoaching komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking.

Budgetcoaching en -beheer Budgetcoaching en budgetbeheer worden kosteloos door de gemeente aangeboden. Aangezien dit geen wettelijke voorziening betreft, is het geen voorliggende voorziening voor de bijzondere bijstand. Indien een inwoner kiest voor particuliere budgetcoaching of -beheer, wordt de aanvraag beoordeeld volgens artikel 35 lid 1 van de Participatiewet.

Budgetbeheer Budgetbeheer wordt kosteloos door de gemeente aangeboden. De kosten voor particuliere budgetbeheer komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking.

Onder paragraaf 12.3.

Onder paragraaf 12.3.

Fiets Een fiets hoort, net als inrichtingskosten, tot de algemeen noodzakelijke kosten van bestaan. Dit betekent dat deze kosten uit het inkomen dienen te worden voldaan. Met de aanschaf van een fiets is een vergunninghouder in onze gemeente in staat om sociale contacten te onderhouden, boodschappen te halen, met vriendjes te spelen, naar school te gaan en naar de het treinstation te fietsen om zo naar Hoorn te kunnen gaan voor de inburgeringscursus. Daarom wordt voor vergunninghouders een fiets bij de eerste vestiging vanuit het AZC verstrekt. Omdat de aflossingsruimte reeds is benut voor het aflossen van de lening voor inrichtingskosten, kan in dit geval bijzondere bijstand om niet te worden verstrekt.

Fiets Een fiets behoort tot de algemeen noodzakelijke kosten van bestaan. Dit betekent dat deze kosten uit het inkomen dienen te worden voldaan. Met de aanschaf van een fiets is een vergunninghouder in onze gemeente in staat om sociale contacten te onderhouden, boodschappen te halen, met vriendjes te spelen, naar school te gaan en naar de het treinstation te fietsen om zo naar Hoorn te kunnen gaan voor de inburgeringscursus. Daarom wordt voor vergunninghouders een fiets bij de eerste vestiging vanuit het AZC verstrekt. Omdat de aflossingsruimte reeds is benut voor het aflossen van de lening voor inrichtingskosten, kan in dit geval bijzondere bijstand om niet te worden verstrekt.

Paragraaf 10.1. en 10.2. zijn samengevoegd. N.a.v. juridische feedback is verduidelijkt dat het geen voorliggende voorziening voor de bijzondere bijstand betreft en hoe aanvragen voor particuliere budgetcoaching en –beheer worden beoordeeld.

Laatste zin is toegevoegd n.a.v. gebruikerservaring en n.a.v. advies van de ANWB: kinderen jonger dan 4 jaar zouden niet deel moeten nemen aan het verkeer. Tot dat moment kan een fiets niet worden beschouwd als een noodzakelijke kostenpost.

13 / 19

De hoogte van de verstrekking sluit aan op de actuele bedragen die zijn opgenomen in de NIBUD Prijzengids met een factor .5 (50%), omdat fietsen vaak tweedehands kunnen worden verkregen.

De hoogte van de verstrekking sluit aan op de actuele bedragen die zijn opgenomen in de NIBUD Prijzengids met een factor .5 (50%), omdat fietsen vaak tweedehands kunnen worden verkregen. De fiets kan worden verstrekt aan personen vanaf 4 jaar oud.

Onder paragraaf 12.4.

Onder paragraaf 12.4.

Computer voor de inburgeringscursus Tenslotte is voor het volgen van de inburgeringscursus een computer nodig. Een computer wordt verstrekt aan volwassen vergunninghouders die een inburgeringscursus volgen indien noodzakelijk voor het volgen van de cursus. Voor het te verstrekken bedrag wordt aangesloten bij de eigen computerregeling voor kinderen op het voortgezet onderwijs.

Computer voor de inburgeringscursus Tenslotte is voor het volgen van de inburgeringscursus een computer nodig. Een computer wordt eenmalig verstrekt aan volwassen vergunninghouders die een inburgeringscursus volgen indien noodzakelijk voor het volgen van de cursus. Voor het te verstrekken bedrag e.d. wordt aangesloten bij de eigen computerregeling voor kinderen. Deze vergoeding is aanvullend op de reeds bestaande computerregelingen voor kinderen. Daardoor kan er per gezin recht zijn op meerdere computers. Van volwassenen op één postadres wordt verwacht dat zij een computer kunnen delen.

Onder paragraaf 13.2.

Onder paragraaf 13.2.

Opknapkosten Maximale tegemoetkoming: € 300,00 op declaratiebasis. Met opknapkosten worden de kosten van inrichting bedoeld, die niet zien op duurzame gebruiksgoederen, zoals verf en behang. Bijzondere bijstand voor deze kosten dient in beginsel volgens de Participatiewet om niet te worden verleend. Hiervan kan slechts worden afgeweken indien zich ten aanzien van de belanghebbende bijzondere omstandigheden voordoen. Bijzondere bijstand kan worden verleend voor de kosten van verf en behang tot een bedrag van €300,00 (de zogenaamde opknapkosten) als er sprake is van een noodzakelijke verhuizing. Hiervan is in ieder geval sprake als de belanghebbende:  verhuist naar een andere huurwoning vanwege een echtscheiding;  verhuist als gevolg van een verhuisverplichting in verband met een huur die boven de huurgrens uitstijgt;

Opknapkosten Maximale tegemoetkoming: € 300,00 op declaratiebasis (binnen drie maanden na toekenning). Met opknapkosten worden de kosten van inrichting bedoeld, die niet zien op duurzame gebruiksgoederen, zoals verf en behang. Bijzondere bijstand voor deze kosten dient in beginsel volgens de Participatiewet om niet te worden vertrekt. Wanneer in bijzondere omstandigheden maatwerk moet worden toegepast, kan het ook in de vorm van een lening worden verstrekt. Bijzondere bijstand voor opknapkosten kan worden vertrekt wanneer er sprake is van een noodzakelijke verhuizing. Hiervan is in ieder geval sprake als de belanghebbende:  verhuist naar een andere huurwoning vanwege een echtscheiding;  verhuist als gevolg van een verhuisverplichting in verband met een huur die boven de huurgrens uitstijgt;

In de paragraaf is verduidelijkt dat van volwassenen op één postadres wordt verwacht dat zij een computer kunnen delen. Maatwerk blijft, zoals bij alles in de Bijzondere Bijstand, mogelijk wanneer nodig.

Er zijn een aantal verduidelijkingen in de tekst aangebracht, op basis van gebruikerservaringen.

14 / 19

voor het eerst verhuist na het verlaten van een AZC.

voor het eerst verhuist na het verlaten van een AZC.

Onder hoofdstuk 13, paragraaf 13.3. en paragraaf 13.5.

Onder paragraaf 13.4.

13.3. Witgoed (duurzame gebruiksgoederen) Inkomensgrens: 110% historische bijstandsnorm - voor 3 jaar of langer- en geen vermogen hoger dan de norm Participatiewet. Leeftijd: vanaf 18 jaar Frequentie: Eén maal per acht jaar wanneer de noodzaak is aangetoond.

Vervanging duurzame gebruiksgoederen De wetgever acht ook de aanschaf, vervanging of reparatie van gebruiksgoederen met een duurzaam karakter tot de algemeen voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan. Doet zich evenwel de bijzondere situatie voor, dat bijvoorbeeld een dergelijk goed aan vervanging toe is, terwijl belanghebbende nog niet voldoende heeft gereserveerd, dan ligt het voor de hand dat de alsdan te verstrekken bijzondere bijstand, mede gezien het duurzame karakter van het goed, de vorm heeft van een geldlening.

Maximaal te declareren op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten: Wasautomaat: € 500,Stofzuiger: € 35,Gastoestel of kookplaat: € 80,Koelkast: € 275,Televisie: € 375,Nadere voorwaarden Witgoedregeling Indien de belanghebbende ten minste beschikt over een inkomen op het niveau van het sociaal minimum, dus ook indien hij een uitkering algemene bijstand ontvangt, wordt in principe voldoende ruimte in het inkomen aanwezig geacht om voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen te reserveren. Via de algemene normbijstand wordt dus tevens bijstand verstrekt voor duurzame gebruiksgoederen. Slechts indien sprake is van bijzondere omstandigheden zal het college de bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen om niet verstrekken. Deze bijzondere omstandigheden zijn voor onderstaande duurzame gebruiksgoederen naar de mening van het college van de gemeente Stede Broec in ieder geval aanwezig als een belanghebbende drie jaar of langer onafgebroken op een inkomen op 110% historische bijstandsniveau is aangewezen en niet over vermogen beschikt.

De volgende duurzame gebruiksgoederen komen voor vervanging in aanmerking:  Wasmachine  Gasstel/fornuis/kookplaat  Koelkast  Bed/matras De gemiddelde afschrijftermijn voor deze duurzame gebruiksgoederen wordt vastgesteld op 10 jaar. Tot 10 jaar wordt bekeken of reparatie mogelijk is. De Nibud prijzengids wordt gehanteerd voor de maximaal te declareren stelprijzen. Declaratie geschiedt op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten, tot maximaal de stelprijs in de Nibud prijzengids.

Paragraaf 13.3. en 13.5. zijn samengevoegd tot paragraaf 13.4. Uit gebruikservaring blijkt dat de twee paragrafen te veel overlappen, hetgeen voor verwarring zorgt. Voor de bedragen kan worden aangesloten bij de NIBUDprijzengids. De gemiddelde afschrijftermijn van de genoemde duurzame goederen is 10 jaar en wordt daarom op 10 jaar vastgesteld. Gespecificeerd is nu ook tot wanneer wordt gekeken of een duurzaam gebruiksgoed kan worden gerepareerd. Maatwerk blijft altijd mogelijk, zoals gebruikelijk in de bijzondere bijstand. De stofzuiger en televisie zijn verwijderd. Voor de stofzuiger kan vrij makkelijk worden gereserveerd. De televisie is tegenwoordig geen noodzakelijk goed meer.

Het college van Stede Broec is van mening dat in zeer bijzondere omstandigheden gekozen kan worden voor verstrekking om niet, in plaats van verstrekking in de vorm van een geldlening. In ieder geval wanneer de belanghebbende drie jaar of langer onafgebroken op een inkomen op 110% bijstandsniveau is aangewezen, en op het moment van de aanvraag over niet meer dan 35% van het vrij te laten vermogen beschikt. De uitgangspunten zijn daarbij als volgt:  men dient een zelfstandige huishouding te voeren;  men is 18 jaar of ouder;

15 / 19

De uitgangspunten bij deze vorm van bijzondere bijstand om niet zijn als volgt:  men dient een zelfstandige huishouding te voeren;  voor duurzame gebruiksgoederen wordt uitgegaan van een gemiddelde levensduur van acht jaar; éénmaal per acht jaar kan dus een beroep gedaan worden op de bijzondere bijstand per duurzaam gebruiksartikel;  het vermogen mag niet hoger zijn dan het voor de belanghebbende van toepassing zijnde vrij te laten vermogen in het kader van de Participatiewet;  de genoemde bedragen betreffen maximale bedragen per gebruiksartikel. Bij lagere bedragen volgt dus een lagere bedrag aan bijzondere bijstand; uitbetaling geschiedt na ontvangst van een op naam gestelde rekening.

het vermogen mag niet hoger zijn dan het voor de belanghebbende van toepassing zijnde vrij te laten vermogen in het kader van de Participatiewet; uitbetaling geschiedt na ontvangst van een op naam gestelde rekening.

13.5. Vervanging duurzame gebruiksgoederen De wetgever acht ook de aanschaf, vervanging of reparatie van gebruiksgoederen met een duurzaam karakter tot de algemeen voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan. Doet zich evenwel de bijzondere situatie voor, dat bijvoorbeeld een dergelijk goed aan vervanging toe is, terwijl belanghebbende nog niet voldoende heeft gereserveerd, dan ligt het voor de hand dat de alsdan te verstrekken bijzondere bijstand, mede gezien het duurzame karakter van het goed, de vorm heeft van een geldlening. De Participatiewet biedt, buiten artikel 57 onderdeel b Participatiewet, geen wettelijke grondslag om de bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen in natura te verlenen door goederen door een door het college bepaalde leverancier te laten verstrekken. De beleidsregel op grond waarvan het toegekende geldbedrag in alle gevallen rechtstreeks wordt betaald aan de leverancier die een belanghebbende vervolgens voorziet van de toegekende duurzame gebruiksgoederen, is dan ook in strijd met de wet.

Onder hoofdstuk 15:

Onder hoofdstuk 14:

Op basis van gebruikerservaringen zijn een

16 / 19

Begrafenis en crematie (uitvaartkosten) De kosten van een begrafenis of crematie kunnen niet worden geacht te behoren tot de noodzakelijke bestaanskosten van de overledene zelf, zodat bijstandsverlening voor deze kosten aan de overledene niet mogelijk is. Uitvaartkosten moeten worden betaald uit de nalatenschap respectievelijk door de erfgenamen. Om een overledene te begraven of te cremeren, zal er een opdrachtgever moeten zijn die de opdracht tot lijkbezorging geeft. Normaal gesproken zal dat de echtgeno(o)t(e), het (de) kind(eren) of andere verwanten zijn. De opdrachtgever(s) moet(en) ook de kosten van de lijkbezorging voldoen. Er wordt in dit verband ook wel gesproken over ‘uitvaartkosten’. De kosten van een begrafenis of crematie behoren tot de passiva (schulden) van de nalatenschap en komen voor rekening van de erfgenamen. Deze kunnen ieder voor zich en op persoonlijke titel bijzondere bijstand aanvragen, voor zover hun erfdeel niet toereikend is en het hen aan middelen ontbreekt om hun aandeel in deze kosten te kunnen voldoen. Met betrekking tot de kosten die verband houden met de begrafenis of crematie van een overledene bestaat geen recht op bijzondere bijstand als een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening.

Als voorliggende voorziening moet gedacht worden aan:  uitvaart-, levens- of ongevallenverzekering;  een in een depostiofonds gestort bedrag met begrafenis/crematiebestemming;  lidmaatschap van een speciale begrafenis/crematievereniging;  nalatenschap/spaargelden (waaronder ook het vrij te laten bescheiden vermogen). Het aandeel in de begrafeniskosten van in het buitenland woonachtige erfgenamen behoort niet tot de noodzakelijke kosten voor de erfgenaam die bijzondere bijstand aanvraagt voor de begrafeniskosten. Het feit dat de in het buitenland woonachtige erfgenamen niet in staat zijn bij te dragen in de begrafeniskosten brengt dus niet met zich dat voor hun

Begrafenis en crematie (uitvaartkosten) De begrafeniskosten komen voor rekening van degene die opdracht geeft voor de begrafenis. Als iemand overleden is, moeten de kosten van lijkbezorging worden voldaan door de bloed- en aanverwanten, die krachtens het Burgerlijk Wetboek tot onderhoud van de overledene verplicht zouden zijn geweest. Het uitgangspunt is dat belanghebbende zelf kan voorzien in de noodzakelijke kosten van lijkbezorging, door middel van:  uitvaart-, levens- of ongevallenverzekering;  een lidmaatschap van een speciale vereniging, zoals een uitvaartvereniging;  een in een depositofonds gestort bedrag met begrafenis/crematiebestemming;  een overlijdensuitkering ingeval de overledene een uitkering ontving krachtens de Algemene Ouderdomswet (AOW), de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Werkloosheidswet (WW) e.a.;  spaargelden (inclusief het vrij te laten vermogen op grond van artikel 34 lid 2 van de Participatiewet);  de nalatenschap.

aantal specificaties toegevoegd aan deze paragraaf, ter verduidelijking van de (bekostiging van) noodzakelijke kosten.

Als de middelen niet toereikend zijn en de nabestaanden de kosten van lijkbezorging niet of niet geheel voor hun rekening (kunnen) nemen bestaat de mogelijkheid om bijzondere bijstand te verstrekken aan één of meerdere nabestaanden. De opdrachtgever kan de nabestaanden (zoals genoemd in de Wet op de lijkbezorging) aanspreken voor de kosten. De nabestaanden kunnen ieder afzonderlijk voor hun aandeel in de kosten bijzondere bijstand aanvragen in de gemeente waarin zij woonachtig zijn. Bijstand wordt alleen verstrekt indien de nabestaande niet over voldoende middelen beschikt om de kosten te betalen, en alleen voor hun aandeel van de kosten

17 / 19

aandeel bijzondere bijstand wordt verleend aan een andere erfgenaam die bijzondere bijstand aanvraagt. Voor begrafenisof crematiekosten in het buitenland verstrekt het college van burgemeester en wethouders geen bijzondere bijstand, ook niet voor de begrafenis- of crematiekosten in het buitenland van een in Nederland of in het buitenland overleden vreemdeling en ook niet voor een overleden Nederlander die buiten Nederland begraven of gecremeerd wordt.

(ongeacht of de andere eerstegraads familieleden meebetalen of niet). Tot de noodzakelijke kosten kunnen worden gerekend de kosten; -van de begrafenisondernemer, -verbonden aan het afleggen en opbaren van de overledene, -van de schouwarts, - vervoer overledene naar rouwcentrum, - gebruik rouwcentrum en/of aula, - eenvoudige kist, -van de crematie, -koffie in de condoleancekamer, -advertentie in het Noord Hollands Dagblad, -bloemen, -van de akte van overlijden, -lijkwagen en dragers, -legeskosten en eventuele schouw en verzegelingskosten, - eenvoudige grafsteen of as bestemming. De hoogte van de verstrekking sluit aan op de Prijzengids (NIBUD). Bijstandsverlening voor begrafenis- of crematiekosten in het buitenland van een (in Nederland of in het buitenland) overleden persoon is niet mogelijk. Ook voor reiskosten om een begrafenis of crematie in Nederland of het buitenland bij te wonen wordt geen bijzondere bijstand verstrekt. Dit betreffen incidentele reiskosten waarvoor gereserveerd dient te worden. Daarnaast geldt er binnen de Participatiewet het territorialiteitsbeginsel: kosten gemaakt in het buitenland vallen niet onder de Participatiewet.

Onder hoofdstuk 16:

Onder hoofdstuk 15:

Nadere voorwaarden Individuele inkomenstoeslag In de Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Stede Broec 2015 is geregeld onder welke voorwaarden mensen recht hebben op een individuele inkomenstoeslag. In de verordening is tevens vastgelegd wat wordt verstaan onder langdurig laag inkomen en de hoogte van de toeslag.

Nadere voorwaarden Individuele inkomenstoeslag In de Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Stede Broec 2015 is geregeld onder welke voorwaarden mensen recht hebben op een Individuele inkomenstoeslag. In de verordening is tevens vastgelegd wat wordt verstaan onder langdurig laag inkomen en de hoogte van de toeslag.

De gemeente dient altijd te beoordelen of aanvrager zicht heeft op inkomensverbetering. In artikel 36, tweede lid, van de Participatiewet is bepaald dat tot die omstandigheden in ieder geval worden gerekend:

De gemeente dient altijd te beoordelen of aanvrager zicht heeft op inkomensverbetering. Daartoe worden de volgende twee zaken getoetst, zoals opgenomen in artikel 36, tweede lid, van de Participatiewet:

In dit deel van de paragraaf is nu duidelijk benoemd dat beide zaken getoetst dienen te worden. Toegevoegd op basis van jurisprudentie.

18 / 19

- de krachten en bekwaamheden van de persoon, en - de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen.

- de krachten en bekwaamheden van de persoon, én - de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen.

19 / 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10870925/1