Onderzoek impact inzamelvarianten op afvalhoeveelheid en financiën door Facet
Tekst van het document
Onderzoek impact inzamelvarianten op afvalhoeveelheid en financiën
In opdracht van:
gemeente. Son en Breugel Jorrit Visée j.visee@sonenbreugel.nl
Opgesteld door:
Peter Derksen pd@facetadvies.nl
Collegiale toets door:
Aico Visschers
Projectnummer:
2046
Datum:
16 december 2020
Versie:
definitief
0 Samenvatting De gemeente Son en Breugel voert een strategische heroverweging uit op het afvaldossier. De manier waarop de gemeente het afval inzamelt, is daar onderdeel van. Om de verschillende mogelijkheden tegen elkaar af te wegen, hebben we onderzocht wat de impact is van de verschillende inzamelmodellen en -varianten op de afvalhoeveelheid en de financiën. Volgens de Afval-3+1-Hoek heeft een inzamelmodel ook impact op de service aan de burger en het creëren van (sociale) werkgelegenheid. Deze impact laten we in dit onderzoek buiten beschouwing. Het huidige inzamelsysteem, dat sinds 2015 min of meer hetzelfde is gebleven, leidt tot een hoeveelheid huis-aan-huis ingezameld fijn huishoudelijk restafval (fHRA) van zo’n 100 kg per inwoner per jaar alsook tot een min of meer constant aandeel hergebruik van circa 80%. Uit sorteeranalyses blijkt dat met name bij groente-, fruit- en tuinafval en alle etensresten (GFT), plastic, metaal en drankenkartons (PMD) en oud papier en karton (OPK) nog wat te winnen valt. De kosten voor de burger in de vorm van het vastrecht bedragen in 2020 € 173,- voor een eenpersoonshuishouden en € 217,- voor een meerpersoonshuishouden.
Iedere wijziging in de inzamelstructuur heeft een impact op de afvalhoeveelheden en op de financiën, hetzij aan de middelenkant door investeringen en inzamelkosten, hetzij aan de effectkant door verwerkingskosten en vermarktingsopbrengsten. In dit onderzoek zijn drie inzamelmodellen en onderliggende varianten beschreven en getoetst op relevantie voor Son en Breugel. De relevante inzamelmodellen en -varianten hebben we doorgerekend met daarbij de kanttekening dat dit onderzoek geen benchmark is en als zodanig ook niet gebruikt mag worden Het gaat om: 1. Draaien aan de knoppen door het wijzigen van de inzamelfrequentie van GFT van wekelijks gedurende 9 maanden en tweewekelijks gedurende 3 maanden naar tweewekelijks jaarrond. 2. Draaien aan de knoppen door het wijzigen van de inzamelfrequentie van PMD van wekelijks naar tweewekelijks. 3. Omgekeerd inzamelen door het wijzigen bij fHRA van halen naar brengen (zonder diftar). 4. Tariefdifferentiatie door het (individueel) beprijzen van het aanbieden van fHRA met als variant het betalen per inworp in de ondergrondse container, de minicontainer van fHRA te gebruiken voor OPK en deze vierwekelijks in te zamelen. De impact van bovenstaande inzamelmodellen ten opzichte van het huidige inzamelsysteem hebben we als volgt berekend:
1
1. GFT tweewekeli jks jaarrond, 20 inzamelrondes minder per jaar resulteren in 10% minder GFT dat vervolgens via het fHRA wordt aangeboden. Voor de gevoeligheidsanalyse hebben we het percentage minder GFT gevarieerd tussen 5% en 15%: ® de hoeveelheid GFT daalt met 18 kg per inwoner per jaar plus of min 9 kg; ® de hoeveelheid fHRA stijgt met 18 kg per inwoner per jaar plus of min 9 kg; ® de kosten dalen met € 12 per woonhuisaansluiting per jaar plus of min € 1½. 2. PMD tweewekelijks, 26 inzamelrondes minder per jaar resulteren in 10 kg per inwoner per jaar minder PMD dat vervolgens via het fHRA wordt aangeboden. Voor de gevoeligheidsanalyse hebben we de hoeveelheid minder PMD gevarieerd tussen 7,5 kg en 12,5 kg: ® de hoeveelheid PMD daalt met 10 kg per inwoner per jaar plus of min 2,5 kg; ® de hoeveelheid fHRA stijgt met 10 kg per inwoner per jaar plus of min 2,5 kg; ® de kosten dalen met € 4½ per woonhuisaansluiting per jaar plus of min € 3. 3. fHRA brengen zonder diftar, er is geen effect op de hoeveelheid fHRA, 13 inzamelrondes met een minicontainer worden vervangen door lediging van de ondergrondse container, waar in geïnvesteerd is. Voor de gevoeligheidsanalyse hebben we de afschrijftermijn van de ondergrondse container gevarieerd tussen 8 jaar en 12 jaar: ® de kosten stijgen met € 10 per woonhuisaansluiting per jaar plus of min € 2. 4.
fHRA brengen met betalen per inworp en OPK vierwekelijks , diftar resulteert in 20% minder fHRA dat (gescheiden) via GFT (voor 70%), PMD (voor 20%) en OPK (voor 10%) wordt aangeboden. 13 inzamelrondes met een minicontainer voor fHRA worden vervangen door lediging van de ondergrondse container, waar in geïnvesteerd is. En er komen 13 inzamelrondes met een minicontainer voor OPK bij. Voor de gevoeligheidsanalyse hebben we het percentage minder fHRA gevarieerd tussen 0% en 40%: ® de hoeveelheid fHRA daalt met 20 kg per inwoner per jaar plus of min 20 kg; ® de hoeveelheid GFT stijgt met 14 kg per inwoner per jaar plus of min 14 kg; ® de hoeveelheid PMD stijgt met 04 kg per inwoner per jaar plus of min 04 kg; ® de hoeveelheid OPK stijgt met 02 kg per inwoner per jaar plus of min 12 kg; ® de kosten stijgen met € 12 per woonhuisaansluiting per jaar plus of min € 8. impact op afvalhoeveelheid in kg per inwoner per jaar
model
fHRA
GFT
1
plus 18 +/- 9
min 18 +/- 9
2
plus 10 +/- 2,5
3
nihil
4
min 20 +/- 20
PMD
OPK
impact op kosten in €/wha/jaar min 12 +/- 1,5
min 10 +/- 2,5
min 4,5 +/- 3 plus 10 +/- 2
plus 14 +/- 14
plus 4 +/- 2
plus 2 +/- 2
plus 12 +/- 8
2
Inhoudsopgave 0
Samenvatting .............................................................................................................. 1
1
Inleiding ....................................................................................................................... 4
2
1.1
Aanleiding ............................................................................................................ 4
1.2
Probleemstelling .................................................................................................. 4
1.3
Werkwijze ............................................................................................................. 4
Uitgangssituatie .......................................................................................................... 6 2.1
2.1.1
Fysiek........................................................................................................... 6
2.1.2
Financieel .................................................................................................... 7
2.2
4
5
Inzamelresultaten ................................................................................................. 9
2.2.1
Hoeveelheid ................................................................................................ 9
2.2.2
Sorteeranalyse .......................................................................................... 12
2.3
3
Inzamelsysteem .................................................................................................... 6
Bewonersonderzoek .......................................................................................... 13
Inzamelmodellen en -varianten ................................................................................ 14 3.1
Draaien aan de knoppen ................................................................................... 14
3.2
Omgekeerd inzamelen....................................................................................... 17
3.3
Tariefdifferentiatie .............................................................................................. 17
3.4
Nadere beschouwing ......................................................................................... 20
Drie+Eén-Hoek .......................................................................................................... 21 4.1
Milieu ................................................................................................................. 21
4.2
Kosten ................................................................................................................ 21
4.3
Service ................................................................................................................ 21
4.4
Werkgelegenheid .............................................................................................. 22
Impact ........................................................................................................................ 23 5.1
GFT tweewekelijks jaarrond ............................................................................... 24
5.2
PMD tweewekelijks ............................................................................................ 25
5.3
fHRA omgekeerd zonder diftar .......................................................................... 26
5.4
fHRA omgekeerd betalen per inworp en OPK vierwekelijks met minicontainer26
3
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De aanleg van ondergrondse containers in Son en Breugel is in 2018 on hold gezet. De uitrol van ondergronds inzamelen staat geparkeerd, tot er een besluit over de toekomst van het afval inzamelen wordt genomen.
In 2019 is er eerst onderzoek gedaan naar de ervaringen van inwoners naar de verschillende afvalsystemen. Uit de enquête blijkt dat de inwoners positief zijn over alle vormen van inzamelen binnen de gemeente. Er blijkt geen aantoonbaar verschil te zijn in beleving tussen de verschillende vormen. Op 12 oktober 2020 is er afgesproken dat de manier van inzamelen wordt meegenomen in de strategische heroverweging in het 1e kwartaal van 2021. Om de verschillende opties tegen elkaar te wegen, wil de gemeente een beter begrip krijgen van de impact die de keuze voor het ene of andere inzamelmodel heeft op de afvalhoeveelheid en de daarmee samenhangende financiën. 1.2 Probleemstelling Een uitgebreide impactstudie van de verschillende inzamelmodellen en -varianten op de afvalhoeveelheid en de financiën is vanwege de termijn niet mogelijk. Het onderzoek beperken we derhalve tot een grove, doch goede inschatting van die impact. Het resultaat is voorliggende, bondige rapportage. 1.3 Werkwijze Op basis van door Son en Breugel beschikbaar gestelde en voor het overige publiek beschikbare informatie maken we een doorrekening van de impact van de verschillende inzamelvarianten op de afvalhoeveelheid en de financiën.
Als uitgangspunt nemen we de huidige situatie: de inzamelmethode (zowel halen als brengen), de daarmee gerealiseerde ingezamelde hoeveelheden afval, de samenstelling van het restafval en de ermee gemoeide kosten en baten. Hierbij willen we de kanttekening plaatsen dat dit onderzoek geen benchmark is en als zodanig ook niet voor dat doeleinde gebruikt mag worden. Vervolgens beschrijven we de inzamelmodellen die de gemeente in het kader van dit onderzoek doorgerekend wil hebben: draaien aan de knoppen, omgekeerd inzamelen en tariefdifferentiatie (diftar). Daarbij geven we aan wat de kenmerkende en uit oogpunt van de impact op hoeveelheden en financiën belangrijkste verschillen met de huidige situatie zijn. 4
Na afstemming over de precieze variant van de drie inzamelmodellen toetsen we deze aan de zo genoemde afval-3+1-hoek: milieu, kosten, service en (sociale) werkgelegenheid1. Daarmee beschrijven we de impact van de inzamelvarianten op afvalhoeveelheid en financiën. Aansluitend op de kanttekening dat dit onderzoek geen benchmark is, zijn de hier gepresenteerde getallen geen absolute waarheid, maar dienen deze in onderlinge samenhang te worden bezien. Om het relatieve karakter van de getallen te benadrukken, hebben we ook een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd.
1
Tot voor kort spraken van de afvaldriehoek (milieu, kosten en service). De (met name) gemeentelijke verantwoordelijkheid voor sociale werkgelegenheid en de mogelijkheden die de afvalinzameling daartoe biedt, heeft geleid tot de afval-3+1-hoek.
5
2 Uitgangssituatie De uitgangssituatie bestaat uit de fysieke en financiële inzamelstructuur en de daarmee de gerealiseerde inzamelresultaten. In dit hoofdstuk beschrijven we ook de waardering van de inwoners. 2.1
Inzamelsysteem
Het inzamelsysteem bestaat uit een fysieke component (Hoe komen de inwoners van hun afval af?) en een financiële component (En wat moeten de inwoners daarvoor betalen?). 2.1.1 Fysiek De fysieke inzamelstructuur is opgebouwd uit: 1. een haalsysteem (huis-aan-huis); 2. een decentraal brengsysteem (wijkvoorziening); 3. een centraal brengsysteem (kringloopwinkel en milieustraat). Huis-aan-huis ophalen In 2020 zamelt Son en Breugel onderstaande afvalstromen huis-aan-huis in: • fijn huishoudelijk restafval (fHRA): vierwekelijks met een 140- of 240-liter-minicontainer, behalve in het centrum, in de hoogbouw en in de wijk ’t Zand (ondergrondse container); • groente-, fruit- en tuinafval en alle etensresten (GFT): wekelijks van maart tot en met november en tweewekelijks van december tot en met februari met een 140-l of 240liter-minicontainer, behalve bij aansluitingen zonder een fHRA-minicontainer; daar wordt het GFT niet gescheiden ingezameld, behalve in ’t Zand: daar wordt het wel met minicontainer ingezameld; • plastic, metaal en drankenkartons (PMD): wekelijks met daarvoor bestemde, gratis verkrijgbare PMD-zakken; • oud papier en karton (OPK) tweewekelijks gebundeld aangeboden (geen specifiek inzamelmiddel), behalve in ’t Zand (vierwekelijks met een minicontainer).
Wijkvoorziening Onderstaande afvalstromen zamelt Son en Breugel via een wijkvoorziening (decentraal brengen) in: • verpakkingsglas (GLAS): verspreid over de gemeente staan op vier locaties één of meer glasbakken; • kleding, textiel en schoeisel (TEXTIEL): verspreid over de gemeente staan op vijf locaties textielcontainers, waaronder een permanente inzamellocatie bij de kringloopwinkel en huis-aan-huis inzameling, driemaandelijks door charitatieve instellingen; 6
•
Luiers, doekjes en incontinentiemateriaal (INCO): verspreid over de gemeente staat op vijf locaties een luiercontainer middels een daarvoor bestemde gratis verkrijgbare luierzakken.
Gemeenteniveau Onderstaande afvalstromen zamelt Son en Breugel via een voorziening op gemeenteniveau in (centraal brengen) in: • bruikbare (verkoopbare) spullen bij de kringloopwinkel. • asbest, klein chemisch afval (KCA), elektr(on)ische apparaten (E-waste), piepschuim (EPS), OPK, TEXTIEL, frituurvetten, PMD, harde kunststoffen, groenafval/snoeihout (GTA), kadavers, kringloopgoederen, vlakglas en metaal gratis op de milieustraat; • grof huishoudelijk restafval (gHRA), puin schoon, puin vuil, dakbedekking, gips, grond schoon, hout A/B, hout C, vloerbedekking, matrassen, autobanden en fijn huishoudelijk restafval tegen betaling op de milieustraat. NB1 De inzameling van fHRA in de wijk ’t Zand met een ondergrondse container bestaat
sinds 2014. Oorspronkelijk als een omgekeerd-inzamelen-proef, maar inmiddels permanent. Het gaat om 450 van de 7.131. actieve aansluitingen. NB2 In de loop van 2014 is de inzamelfrequentie van fHRA bij aansluitingen met een minicontainer verlaagd van tweewekelijks naar vierwekelijks. Het gaat om 5.860 van de 7.131. actieve aansluitingen NB3 In 2017 is de inzamelfrequentie van PMD verhoogd van tweewekelijks naar wekelijks. Dit betreft alle aansluitingen. Dit betekent dat het huidige huis-aan-huis inzamelsysteem sinds 2017 bestaat. 2.1.2 Financieel De financiële inzamelstructuur is opgebouwd uit: 1. een belasting per perceel (vastrecht); 2. een belasting voor het aanleveren van bepaalde afvalstromen op de milieustraat (poorttarief); 3. het gebruik maken van de betaalde haalservice voor grof huishoudelijk afval. Deze drie componenten vormen gezamenlijk de afvalstoffenheffing; het vastrecht maakt hiervan het leeuwendeel uit. Vastrecht In het vastrecht zijn alle kosten opgenomen die te maken hebben met de afvalinzameling en -verwerking. De gemeente maakt daarbij onderscheid tussen eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens. In onderstaande grafiek staat de ontwikkeling in de afvalstoffenheffing/vastrecht voor de periode 2011 - 2020 met alvast toegevoegd de heffing zoals deze voor 2021 is vastgesteld. 7
Het vastrecht voor 2020 bedraagt € 173,28 per jaar voor een eenpersoonshuishouden en € 217,20 voor een meerpersoonshuishouden. Afvalstoffenheffing - vastrecht (€/jaar) 350,00 300,00 250,00 200,00 150,00 100,00 50,00 2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
eenpersoonshuishouden
2018
2019
2020
2021*
meerpersoonshuishouden
Poorttarief Het poorttarief is (ooit) geïntroduceerd om voor wat betreft een aantal stromen een deel van de kosten neer te leggen bij de producent van dat afval (niet iedereen verbouwt een keuken of badkamer). Het poorttarief gaat per (geschatte) m3 dan wel per bezoek. In onderstaande tabel staat de ontwikkeling in de poorttarieven tussen 2011 en 2021. afvalstroom
eenheid
2011
2012
2013
eenheid
2014
2015
eenheid
2016
eenheid
2017
2018
eenheid
2019
2020
2021*
grof huishoudelijk restafval
€/< 1 m3
5,00
5,00
5,00
€/< 1 m3
5,00
5,00
€/< 1 m3
11,00
€/< 1 m3
15,00
15,15
€/m3
11,00
13,00
15,00
bouw- en sloopafval
€/< 2 m3
11,00
11,00
11,00
€/< 2 m3
11,00
11,00
puin vuil
€/< 1 m3
11,00
11,00
11,00
€/< 1 m3
11,00
11,00
€/< 1 m3
11,00
€/< 1 m3
45,00
45,45
€/m3
11,00
13,00
15,00
puin schoon
€/bezoek
11,00
11,00
11,00
€/bezoek
11,00
11,00
€/bezoek
5,00
€/bezoek
5,00
5,05
€/m3
-
7,00
8,00
dakbedekking
€/bezoek
5,00
€/bezoek
5,00
5,05
€/m3
5,00
7,00
8,00
gips
€/bezoek
5,00
€/bezoek
5,00
5,05
€/m3
5,00
7,00
8,00
grond schoon
€/bezoek
5,00
5,00
5,00
€/bezoek
5,00
5,00
€/bezoek
5,00
€/bezoek
5,00
5,05
€/m3
5,00
7,00
8,00
hout A/B
€/bezoek
11,00
11,00
11,00
€/bezoek
11,00
11,00
€/bezoek
5,00
€/bezoek
5,00
5,05
€/m3
5,00
7,00
8,00
hout C
€/bezoek
11,00
11,00
11,00
€/bezoek
11,00
11,00
€/bezoek
5,00
€/bezoek
5,00
5,05
€/m3
5,00
7,00
8,00
vloerbedekking
€/bezoek
5,00
€/bezoek
5,00
5,05
€/m3
5,00
7,00
8,00
matras
€/bezoek
5,00
€/bezoek
5,00
5,05
€/stuk
5,00
7,00
8,00
autobanden (max. 4)
€/bezoek
5,00
5,00
5,00
€/bezoek
5,00
5,00
€/bezoek
5,00
€/bezoek
5,00
5,05
€/bezoek
5,00
7,00
8,00
huishoudelijk restafval
€/2 zakken
5,00
5,00
5,00
€/2 zakken
5,00
5,00
€/2 zakken
11,00
€/< 80 ltr
2,50
3,55
€/< 50 ltr
2,50
3,00
3,50
groenafval/snoeihout
€/bezoek
5,00
5,00
5,00
n.v.t.
-
-
n.v.t.
-
n.v.t.
-
-
-
-
-
-
n.v.t.
-
-
-
n.v.t.
-
-
n.v.t.
-
n.v.t.
-
-
-
-
-
-
met fiets
2,00
2,00
2,00
met fiets
2,00
2,00
met fiets
2,00
met fiets
2,00
3,00
alle overige afvalstromen betaalstromen
De poorttarieven zijn globaal te verdelen in gratis, een standaardtarief, een verhoogd tarief en een tarief voor huishoudelijk restafval dat de inwoner in principe ook huis-aan-huis kan aanbieden (fHRA). 8
Wat opvalt is de sterke tariefsverhoging voor grof huishoudelijk restafval tussen 2015 en 2017, de sterke tariefsverhoging voor puin vuil tussen 2016 en 2017 onder een gelijktijdige tariefsverlaging voor puin schoon en tenslotte de sterke tariefsverlaging voor ‘puin vuil’ tussen 2018 en 2019. Haalservice De haalservice is bestemd voor mensen die direct noch indirect de beschikking hebben over een voertuig om naar de milieustraat te gaan. Deze service kunnen inwoners alleen inroepen voor grof huishoudelijk afval, behalve verbouwingsafval, en kost in 2020 € 20,60 per collo van 50x50x100 cm. Dit bedrag is ongeveer kostendekkend en er wordt in de praktijk nauwelijks gebruik van gemaakt. 2.2
Inzamelresultaten
Bij de inzamelresultaten gaat het niet alleen om de ingezamelde hoeveelheden per afvalstroom, maar ook om de samenstelling van het huishoudelijk restafval. Daaruit is namelijk af te leiden of en welke maatregelen voor het bevorderen van de gescheiden inzameling (nog) zin hebben. 2.2.1 Hoeveelheid In onderstaande tabel en grafieken staan de inzamelresultaten in kilogrammen per inwoner per jaar van het ingezamelde fijne afval (i.e. het via huis-aan-huis en wijkvoorzieningen ingezamelde afval) uit de periode 2011 – 2019 per afvalstroom, zoals opgegeven aan het CBS. Voor 2020 zijn de hoeveelheden van fHRA, GFT, OPK en GLAS geëxtrapoleerd o.b.v. januari - september 2020; voor PMD, TEXTIEL, INCO en KCA is het gemiddelde van 2018 en 2019 genomen. afvalstroom
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020*
fHRA
220,3
167,2
164,9
146,0
97,4
105,4
93,0
103,3
104,4
107,3
GFT
157,3
156,2
147,3
175,7
187,0
199,6
185,0
183,8
180,8
171,1
OPK
76,2
72,7
70,6
68,1
70,1
70,9
65,9
62,4
60,1
56,4
glas
31,3
30,3
29,2
27,2
34,4
29,6
26,1
26,8
28,8
27,8
PMD/P+M+D
9,5
10,0
10,6
14,7
25,5
24,2
34,9
35,1
34,1
34,6
textiel
2,9
2,8
2,6
3,1
4,8
5,6
5,6
5,8
5,7
5,8
INCO
4,0
3,8
3,9
3,9
3,9
3,8
3,8
3,8
3,7
3,8
KCA
1,2
1,2
1,3
1,4
1,5
1,6
1,6
1,3
1,8
1,6
9
ingezameld fijn afval in kg/inw/jaar 500
400
300
200
100
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020*
2019
2020*
aandeel afvalstromen in fijn afval in % 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
In. bovenstaande grafieken is goed te zien dan de totale hoeveelheid ingezameld fijn afval min of meer constant is, maar dat het aandeel van de verschillende afvalstromen daarin duidelijk wel wijzigt. In onderstaande tabel staan de inzamelresultaten van het ingezamelde grof afval (i.e. het via de milieustraat ingezamelde afval) uit de periode 2011 – 2019 per afval- stroom, zoals opgegeven aan het CBS. Voor 2020 zijn er onvoldoende gegevens.
10
afvalstroom via milieustraat (kg/inw/jaar)
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
grof huishoudelijk restafval
47,6
42,9
37,4
28,3
15,6
12,4
12,5
10,6
13,8
verbouwingsafval (puin vvuil)
11,7
15,9
0,6
1,2
0,2
6,8
1,5
4,3
5,3
puin schoon
49,3
36,5
44,4
50,8
40,7
49,4
63,9
65,4
68,7
dakbedekking
2,1
2,1
1,2
1,5
1,5
2,1
2,1
1,7
2,7
0,3
2,2
2,4
2,1
3,0
2,7
2,0
gips grond schoon
18,6
10,9
16,2
16,4
14,6
18,6
20,9
20,9
21,9
hout A/B
31,2
24,0
23,4
25,4
28,3
32,3
34,9
34,0
38,5
hout C
4,5
5,2
2,8
2,9
4,7
3,5
4,0
4,2
4,2
vloerbedekking
2,2
2,0
1,7
2,5
2,3
2,3
2,9
2,4
2,7
0,1
0,9
2,4
4,4
1,5
1,5
1,2
matras autobanden
0,4
0,4
groenafval/snoeihout
30,5
33,8
30,2
29,0
37,1
27,1
29,1
29,4
33,2
asbest
2,0
0,9
1,0
1,4
2,0
1,3
1,1
1,3
1,5
elektr(on)ische apparaten
4,5
3,8
4,3
3,1
3,2
4,0
5,4
4,4
5,9
0,1
0,1
3,6
2,6
3,5
3,2
2,9
2,8
piepschuim frituurvetten
2020*
0,1
harde kunststoffen
0,5
3,4
5,3
3,5
4,1
kadavers vlakglas
1,3
1,3
0,4
metaal
6,5
5,4
4,5
0,1 3,0
overig
Uit de gegevens van de verschillende tabellen is onderstaande grafiek samengesteld over de hoeveelheid ingezameld restafval en het aandeel van de herbruikbare stromen in de totale hoeveelheid ingezameld afval. restafval in kg/inw/jaar en hergebruik in % 300
100% 95%
250
90% 85%
200
80% 150
75% 70%
100
65% 60%
50
55%
VBA
hergebruik
20 19
20 18
20 17
20 15
gHRA
20 16
fHRA
20 14
20 13
20 12
50% 20 11
-
Bovenstaande grafiek laat zien dat de hoeveelheid ingezameld (fijn en grof) restafval tussen 2011 en 2015 jaar in, jaar uit daalt om daarna min of meer gelijk te blijven. Het aandeel 11
herbruikbare stromen in de totale hoeveelheid ingezameld afval is daar het spiegelbeeld van: tussen 2011 en 2015 jaar in, jaar uit een stijging om daarna min of meer gelijk te blijven. 2.2.2 Sorteeranalyse Met een sorteeranalyse wordt onderzocht wat de samenstelling van een bepaalde afvalstroom is. Doorgaans is dat het huis-aan-huis ingezamelde huishoudelijk restafval (fHRA) om te bezien welke herbruikbare afvalstromen daarin (nog) aanwezig zijn. Soms gaat het om PMD, om in het kader van de verpakkingenvergoeding de vervuiling met niet-PMDstromen te meten. Tegenwoordig wordt ook het GFT geanalyseerd om ten behoeve van voedselverspillingsbeleid de hoeveelheid vermijdbare etensresten te bepalen. De meest recente sorteeranalyse van het fHRA is van augustus 2018 en valt daarmee in de periode dat het huidige inzamelsysteem bestaat. Daarom gaan we er in eerste instantie vanuit dat de analyseresultaten representatief zijn. In de sorteeranalyse van augustus 2018 zijn vier steekproeven van het fHRA genomen, namelijk: • uit minicontainers uit kern Breugel (MC-Breugel); • uit minicontainers uit kern Son (MC-Son); • uit ondergrondse containers uit de (voormalige proef-)wijk ’t Zand (OC ’t Zand); • uit ondergrondse containers uit andere wijken van Son (OC- overig: centrum en hoogbouw). In onderstaande tabel staan de resultaten van de vier steekproeven. OC-'t Zand
OC-overig
GF (etensresten)
16,9%
36,1%
33,2%
38,5%
T (tuinafval)
4,2%
2,4%
5,6%
15,4%
OPK-papier
4,3%
3,5%
6,8%
7,8%
OPK-karton
5,0%
3,3%
2,9%
2,5%
Glas
1,3%
1,9%
4,3%
4,3%
P - plastic verpakkingen
15,5%
9,9%
7,3%
9,8%
M - metalen verpakkingen
1,4%
1,2%
1,5%
1,8%
D - drankenkartons
0,7%
0,7%
0,6%
1,2%
Textiel
11,0%
6,2%
8,1%
4,7%
Luiers
4,7%
1,2%
6,9%
2,3%
Hygienisch papier
5,4%
6,0%
3,9%
2,0%
KCA
0,1%
0,0%
0,1%
0,3%
Plastic niet-verpakking
1,6%
2,3%
1,2%
0,9%
Metaal niet-verpakking
5,1%
2,8%
1,2%
0,8%
Puin en keramiek
2,8%
5,8%
1,5%
1,5%
Hout
3,1%
3,4%
1,3%
0,8%
EEA (bruin- en witgoed)
1,2%
2,8%
2,7%
0,1%
Overig afval
15,7%
10,5%
10,9%
5,3%
afvalstroom in fHRA
MC-Breugel
MC-Son
12
In bovenstaande tabel is goed te zien waar aansluitingen geen beschikking hebben over een minicontainer voor GFT: OC-overig oftewel centrum en hoogbouw; het aandeel tuinafval is daar duidelijk hoger2. Verder lijkt het dat de steekproef van de minicontainers uit Breugel nogal afwijkt van de overige steekproeven (zichtbaar in het aandeel GF). We kunnen deze afwijkende resultaten niet valideren met eerdere sorteeranalyses. Dat geldt wel voor de andere steekproeven, waarin bij eerdere sorteeranalyses vergelijkbare resultaten lieten zien (overigens niet in deze rapportage opgenomen). Voor het berekenen van de scheidingsrespons (dat is het aandeel van een bepaalde afvalstroom die gescheiden wordt ingezameld) gebruiken we voor de samenstelling van het fHRA het gemiddelde van de steekproeven van MC-Son, OC-’t Zand en OC-overig en voor de hoeveelheden die uit 2019 (het meest recente volledige jaar). in fHRA
etensresten
aandeel
35,9%
7,8%
6,0%
2,9%
3,5%
9,0%
1,5%
0,8%
6,3%
37,5
8,1
6,3
3,0
3,7
9,4
1,6
0,9
6,6
in kg/inw/jaar gescheiden
GFT
in kg/inw/jaar respons (%)
2.3
tuinafval
papier
karton
glas
P
M
D
textiel
luiers
3,5% 3,6
OPK
GLAS
PMD
180,8
60,1
28,8
34,1
5,7
3,7
80%
87%
89%
74%
46%
51%
TEXTIEL
INCO
Bewonersonderzoek
In augustus 2019 heeft De AfvalSpiegel de Enquête afvalinzameling Son en Breugel uitgevoerd. De voor dit onderzoek belangrijkste punten zijn dat: • alle afvalstromen relatief hoge waarderingscijfers krijgen, ongeacht het inzamelsysteem dat men dient te gebruiken; • de overgrote meerderheid is het eens met de stelling dat inwoners die hun afval beter scheiden minder afvalstoffenheffing zouden moeten betalen; • mogelijke verbeteringen te maken hebben met de inzamelfrequentie van het restafval, andere manieren van inzameling van PMD en papier, bijvoorbeeld in een minicontainer .
2
Een gelijktijdig uitgevoerde sorteeranalyse van PMD laat ook het verschil tussen MC- en OCinzameling van fHRA zien: bij MC-inzameling bestaat het PMD voor 11-14% uit materiaalvreemde vervuiling. Bij OC-inzameling is dat 17-20%
13
3 Inzamelmodellen en -varianten In dit onderzoek naar de impact die het afvalinzamelsysteem heeft op de ingezamelde hoeveelheden en de kosten voor de inzameling en verwerking daar van, kijken we naar drie modellen, die alle alleen betrekking hebben op de inzameling van de nu huis-aan-huis ingezamelde afvalstromen (fHRA, GFT, PMD en OPK): 1. Draaien aan de knoppen, waarbij er aan de huidige afvalinzameling niets wezenlijks veranderd; 2. Omgekeerd inzamelen, waarbij de belangrijkste wijziging is dat het huishoudelijk restafval (fHRA) niet langer huis-aan-huis wordt ingezameld, maar dat de inwoners deze naar een (nabijgelegen) brengvoorziening brengen (doorgaans een ondergrondse container); 3. Tariefdifferentiatie (diftar), waarbij het aanbieden van huishoudelijk restafval (fHRA) van een individueel prijskaartje wordt voorzien (anders dan via het algemene en anonieme vastrecht). Beoogde effecten van wijziging in het inzamelsysteem hebben te maken met het verbeteren van de gescheiden inzameling (milieu) dan wel het verlagen van de kosten door het wijzigen van de service. Deze effecten kunnen gelijklopend en/of tegengesteld zijn.
3.1 Draaien aan de knoppen Ten opzichte van het haalsysteem in de huidige fysieke inzamelstructuur (§ 2.1.1) zijn de volgende knoppen beschikbaar: • inzamelfrequentie fHRA; • inzamelvolume fHRA; • inzamelfrequentie GFT; • inzamelfrequentie PMD; • inzamelmiddel PMD; • inzamelfrequentie OPK; • inzamelmiddel OPK.
Inzamelfrequentie fHRA De huidige inzamelfrequentie van eenmaal per vier weken kan omhoog of omlaag. Omhoog naar bijvoorbeeld eenmaal per twee weken zou het positieve milieueffect van minus circa 40 kg per inwoner per jaar (zie § 2.2.1) waarschijnlijk teniet doen, terwijl de inzamel- en verwerkingskosten zouden stijgen. Omlaag naar eenmaal per zes of acht weken beschouwen we als hooguit een theoretische mogelijkheid. Vrijwel alle aansluitingen met een minicontainer bieden deze elke inzamelronde aan en dan is de vullingsgraad zodanig dat bij twee derde een inzamelfrequentie van eenmaal per zes weken tot volumeproblemen zou leiden. 14
De te realiseren kostenverlaging zal waarschijnlijk niet gerechtvaardigd worden door een veel lagere hoeveelheid fHRA, maar wel gepaard gaan met een aanzienlijke serviceverlaging. Wijziging van de inzamelfrequentie van fHRA blijft hier dan ook buiten beschouwing.
Inzamelvolume fHRA Inwoners hebben nu de keuze uit een 140-liter- of 240-liter-minicontainer. Bij het wijzigen van het inzamelvolume hebben we het over het ‘uit de vaart nemen’ van de 240-liter container, het introduceren van een 80-liter-minicontainer als extra mogelijkheid dan wel het in algemene zin vervangen van de bestaande minicontainer door een 80-litercontainer. In combinatie met de huidige inzamelfrequentie van eenmaal per vier weken lijkt laatstgenoemde optie alleen in theoretische zin haalbaar. Van de vrijwillige overgang naar een kleiner inzamelvolume is slechts een zeer beperkt effect te verwachten/hopen. Ook wijziging van het inzamelvolume voor fHRA blijft hier buiten beschouwing.
Inzamelfrequentie GFT De huidige inzamelfrequentie van eenmaal per week gedurende negen maanden en eenmaal per twee weken gedurende de drie wintermaanden kan omhoog of omlaag. Omhoog naar eenmaal per week gedurende het hele jaar dan wel om laag naar eenmaal per twee weken gedurende het hele jaar. De huidige inzamelfrequentie is een verhoging ten opzichte van de voorheen eenmaal per twee weken gedurende het hele jaar en heeft toen geleid tot 15% meer GFT. Een verdere verhoging van de inzamelfrequentie naar wekelijks jaarrond zal daarop geen effect hebben, aangezien het de wintermaanden betreft. Wel nemen de inzamelkosten toe. Bij een terugkeer naar een inzamelfrequentie van tweewekelijks jaarrond gaan we ervan uit dat niet de hele milieuwinst van 15% meer GFT teniet wordt gedaan, maar wel 10% daarvan. De inzamelkosten dalen sowieso wel. Er zal daarnaast een zekere daling in de hoeveelheid gescheiden ingezameld GFT optreden door het ‘GFT-gaat-in-de-bak-die-het-eerst-kanworden-aangeboden-effect’. Zoals gezegd gaan we uit van een daling van 10%. Dit leidt uiteraard tot een verhoging van de verwerkingskosten (de verwerking van restafval is duurder dan GFT). De verlaging van de inzamelfrequentie van GFT naar tweewekelijks jaarrond nemen we nader in beschouwing.
15
Inzamelfrequentie PMD De huidige inzamelfrequentie van eenmaal per week kan eigenlijk alleen omlaag. Dit kan echter het positieve milieueffect van plus circa 10 kg per inwoner per jaar (zie § 2.2.1) teniet doen. De inzamelkosten zullen dalen, maar dat geldt ook voor de inzamelvergoeding vanuit Nedvang. De verwerkingskosten zullen stijgen (de verwerking van restafval kost geld, terwijl PMD een vermarktingsopbrengst kent). Bij de huidige inzamelfrequentie biedt 30%-40% van de laagbouwaansluitingen twee of meer zakken per week aan. Verlaging van de inzamelfrequentie kan daardoor leiden tot ruimtegebrek. Wijziging van de inzamelfrequentie van PMD als aparte maatregel blijft hier buiten beschouwing.
Inzamelmiddel PMD PMD wordt op dit moment ingezameld met een PMD-zak; een alternatief daarvoor is een minicontainer. Of de investering in een aparte minicontainer voor PMD leidt tot een zodanig sterke toename in de gescheiden ingezamelde hoeveelheid daarvan om deze kosten te rechtvaardigen, valt te betwijfelen. De wijziging van het inzamelmiddel voor PMD blijft hier buiten beschouwing.
Inzamelfrequentie OPK De huidige inzamelfrequentie van eenmaal per twee weken kan omhoog of omlaag. Omhoog naar eenmaal per week ligt gezien de hoge inzamelrespons (zie § 2.2.2) en de algemene trend van een autonome daling in de hoeveelheid OPK niet voor de hand. Omlaag naar eenmaal per vier weken zal voor aansluitingen zonder inzamelmiddel waarschijnlijk mogelijk, maar door opslagproblemen niet wenselijk zijn. De vierwekelijkse inzameling mét inzamelmiddel leidt bij een kwart van de aansluitingen tot volumeproblemen. De al genoemde autonome daling in de hoeveelheid OPK maakt een frequentieverlaging in de toekomst mogelijk. Inzamelmiddel OPK Op de wijk ’t Zand na is er voor de inzameling van OPK geen apart inzamelmiddel. In ’t Zand wordt een minicontainer gebruikt en deze zou ook voor de rest van de gemeente gebruikt kunnen worden. Ook hier is gezien de hoge inzamelrespons niet te verwachten dat de investering in een aparte minicontainer voor OPK zinvol is.
16
Zowel verlaging van de inzamelfrequentie als wijziging van het inzamelmiddel als aparte maatregel voor OPK blijven hier buiten beschouwing. Ook de combinatie van beide maatregelen is niet voor nu. 3.2 Omgekeerd inzamelen Omgekeerd inzamelen heeft tot doel de gescheiden inzameling te verbeteren en betekent dat inwoners een ongewenste afvalstroom, die eerst aan huis werd ingezameld nu naar een brengvoorziening moeten brengen en minder ongewenste afvalstromen die zij eerst moesten brengen nu aan huis kunnen aanbieden. Gezien de huidige fysieke inzamelstructuur gaat het feitelijk alleen om de wijziging bij fHRA van halen naar brengen. Een omgekeerde beweging bij GLAS (nu al een hoge inzamelrespons) en TEXTIEL en INCO (geringe hoeveelheden) ligt voor nu niet voor de hand3.
fHRA van halen naar brengen De wijziging van halen naar brengen is alleen van toepassing op de 5.860 bestaande aansluitingen en 200 nog in aanbouw zijnde aansluitingen, waar de inwoners eenmaal per vier weken hun minicontainer kunnen aanbieden; de overige aansluitingen maken al gebruik van een ondergrondse container. Of het brengen van fHRA in plaats van vierwekelijks kunnen aanbieden nog veel effect heeft op de hoeveelheid is zeer de vraag. Het ontmoedigende effect op de hoeveelheid fHRA door brengen in plaats van halen wordt tegengewerkt door de mogelijkheid van het 24/7 kunnen aanbieden. Dit zal vooral door de bijna 40% van de aansluitingen gebeuren waar de minicontainer bij aanbieding vol is. Daarmee is het ook de vraag of dit mogelijk zeer beperkte effect de gemeentebrede investeringen in ondergrondse containers rechtvaardigt. De wijziging van halen naar brengen voor fHRA als aparte maatregel blijft hier dan ook buiten beschouwing. 3.3 Tariefdifferentiatie Bij tariefdifferentiatie (diftar) zijn de volgende varianten denkbaar (hierbij kijken we alleen naar diftar op fHRA): • alleen het volume van de minicontainer is bepalend (volumediftar); • naast het volume van de minicontainer betaalt men per lediging (volume-frequentiediftar, de meest gebruikte vorm van diftar);
3
Gezien de milieu-impact van de productie van textiel en de verwerking als restafval van het niet gescheiden ingezamelde deel is het - in combinatie met andere maatregelen om de hoeveelheid restafval te verminderen - voor de toekomst wel te overwegen. Bij INCO speelt als overweging dat deze niet of juist wel in grotere hoeveelheden vrijkomt.
17
het gewicht van de aangeboden minicontainer, eventueel in combinatie met betalen per lediging (gewicht-diftar); • bij een ondergrondse container betalen per inworp (OC-inworp); • bij een ondergrondse container betalen naar gewicht (OC-gewicht); • een tariefzak. Volume-diftar In deze vorm betaalt men een vastrecht dat afhankelijk is van het volume van de minicontainer. Naast de doorgaans aanwezige 140- en 240-liter-minicontainer kunnen inwoners vaak ook een kleinere maat kiezen. Volume-diftar is een zwakke vorm van diftar en zal zeer waarschijnlijk geen effect hebben op de hoeveelheid en ook niet op de kosten. •
Volume-diftar blijft hier dan ook buiten beschouwing.
Volume-frequentie-diftar Deze vorm is de meest voorkomende vorm van tariefdifferentiatie, waarbij de inwoners betalen per keer dat zij de minicontainer aanbieden. Het tarief is gebaseerd op een literprijs, waardoor er verschillende ledigingstarieven zijn voor de verschillende containermaten. Voor deze vorm van diftar hoeft de fysieke inzamelstructuur niet te worden aangepast; wel dienen de minicontainers en de inzamelvoertuigen geschikt te worden gemaakt/te zijn voor de voor volume-frequentie-diftar noodzakelijke registratie (chip op minicontainer). Gemeenten die volume-frequentie-diftar hebben ingevoerd, zien - afhankelijk van hun uitgangssituatie - doorgaans een daling in de hoeveelheid fHRA van 20%-50%. Volume-frequentie-diftar nemen we dan ook nader in beschouwing.
Gewicht-diftar Deze vorm van diftar is vanuit de gedachte dat de vervuiler betaalt het meest zuiver. Het gewicht is gebaseerd op een kilogramprijs en er is dan ook geen verschil tussen de verschillende containermaten. Ook voor deze vorm van diftar hoeft de fysieke inzamelstructuur niet te worden aangepast; wel dienen de minicontainers en de inzamelvoertuigen geschikt te worden gemaakt/te zijn voor de voor gewicht-diftar noodzakelijke registratie (chip op minicontainer en weegsysteem in voertuig). Gemeenten die gewicht-diftar hebben ingevoerd, zien doorgaans een wat grotere daling in de hoeveelheid fHRA, dit is echter wel een duidelijk duurder diftarsysteem dan volumefrequentie. 18
Gewicht-diftar blijft hier buiten beschouwing.
OC per inworp Dit is de ondergrondse-container-variant van volume-frequentie-diftar. Ook hier is de basis een literprijs en gaat het daarna om hoe vaak een inwoner een zak met een vast volume inwerpt. Voor deze vorm van diftar hoeft in ieder geval voor een deel van de gemeente de fysieke inzamelstructuur niet gewijzigd te worden: in het centrum van Son en bij de hoogbouw maken de inwoners al gebruik van een ondergrondse container. Ook technisch gezien is er weinig nodig: voor het openen van de ondergrondse container maken de inwoners al gebruik van een pasje. Deze kan gebruikt gaan worden als registratiemiddel. OC per inworp levert - door de volumebeperking die een zak nu eenmaal met zich mee brengt - een wat grotere daling in de hoeveelheid fHRA op ten opzichte van volumefrequentie-diftar. OC per inworp nemen we dus mee in de nadere beschouwing.
OC per gewicht Dit is de ondergrondse-container-variant van gewicht-diftar. Ook hier is de basis een kilogramprijs en maakt het niet uit hoe vaak of welk volume zak een inwoner inwerpt. Voor deze vorm van diftar hoeft in dit geval voor een ander deel van de gemeente de fysieke inzamelstructuur niet gewijzigd te worden: in de wijk ‘t Zand maken de inwoners al gebruik van een ondergrondse weegcontainer. Ook technisch gezien is er weinig nodig: voor het openen van de ondergrondse container maken de inwoners al gebruik van een pasje. Deze is te gebruiken als registratiemiddel. OC per gewicht levert - door de volumebeperking - een wat grotere daling in de hoeveelheid fHRA op ten opzichte van gewicht-diftar. OC per gewicht nemen we mee in de nadere beschouwing.
Tariefzak Deze vorm is vanuit het oogpunt van daling in de hoeveelheid fHRA de meest effectieve onder de diftarvormen. De tariefzak combineert literprijs en aantal aanbiedingen met het vooraf betalen. Voor deze vorm van diftar moet de fysieke inzamelstructuur weliswaar aangepast te worden, maar vraagt geen bijzondere investeringen. De tariefzak nemen we mee in de nadere beschouwing.
19
3.4 Nadere beschouwing Van de bovenstaande inzamelvarianten nemen we de hierna volgende in nadere beschouwing om te bezien van welke het bepalen van de impact op afvalhoeveelheden en financiën zinvol is:
i.
Draaien aan de knoppen bij GFT: verlaging van de inzamelfrequentie van GFT naar tweewekelijks jaarrond. ii. Draaien aan de knoppen bij PMD: verlaging van de inzamelfrequentie van PMD als aanvullende maatregel op een andere inzamelvariant. iii. Draaien aan de knoppen bij OPK: wijziging van het inzamelmiddel voor OPK en verlaging van de inzamelfrequentie als aanvullende maatregel op een andere inzamelvariant. iv. Omgekeerd inzamelen van fHRA: wijziging van halen naar brengen als aanvullende maatregel op een andere inzamelvariant. v. Tariefdifferentiatie bij fHRA: invoering van volume-frequentie-diftar vi. Tariefdifferentiatie bij fHRA: invoering van betaling per inworp bij de ondergrondse container. vii. Tariefdifferentiatie bij fHRA: invoering van betaling per gewicht bij de ondergrondse container. viii. Tariefdifferentiatie bij fHRA: invoering van een tariefzak. Inzamelvariant ii en iii kunnen als aanvullende maatregel dienen bij inzamelvarianten vi, vii en viii omdat bij de varianten de minicontainer voor fHRA vrijkomt. Inzamelvariant iv is impliciet onderdeel van de inzamelvarianten vi en vii. Bovenstaande overziende is er slechts één inzamelvariant met enige impact op afvalhoeveelheden en/of financiën die niet is gebaseerd op tariefdifferentiatie: variant i.
Van de diftarvarianten ligt het voor de hand die te kiezen waarvoor de onderliggende fysieke inzamelstructuur reeds aanwezig is en die ruimte biedt aan het verder uitnutten daarvan: varianten vi en vii met daarmee impliciet variant iv en aangevuld met variant iii. Omdat de varianten ii en iv reeds op tafel lagen, bekijken we ook de impact hiervan.
20
4 Drie+Eén-Hoek Sinds jaar en dag kijken we naar de afvalinzameling door de bril van de afvaldriehoek: • Hoe doeltreffend is de inzamelstructuur (milieu)? • Hoe doelmatig is de inzamelstructuur (kosten)? • Hoe dienstverlenend is de inzamelstructuur (service)? • En tegenwoordig aangevuld met de vraag hoe de inzamelstructuur bijdraagt aan de (sociale) werkgelegenheid?
Milieu
Werk Kosten
Service
4.1 Milieu De gemeentelijke milieuambitie op afvalgebied is niet van vandaag of gisteren. Al in 2012 heeft Son en Breugel met vrijwel alle andere regiogemeenten het Manifest voor een afvalloze samenleving ondertekend. Daarin is als doelstelling opgenomen dat in 2020 van al het vrijkomende huishoudelijke afval maximaal 5% als restafval wordt verwerkt. Zoals we in § 2.2.1 hebben gezien blijft het resultaat al een jaar of vijf op 15%-20% hangen.
Naast deze regionale ambitie zijn er de landelijke Van-Afval-Naar-Grondstofdoelstellingen: in 2020 75% gescheiden inzameling van (fijn en grof) huishoudelijk afval, resulterend in maximaal 100 kg per inwoner per jaar, in 2025 teruglopend tot 30 kg per inwoner per jaar. Zoals we in § 2.2.1 hebben gezien blijft het resultaat al een jaar of vijf op 110-120 kg per inwoner per jaar hangen. 4.2 Kosten In de uitvoering van het afvalbeleid is de gemeente te kenschetsen als kostenbewust en gaat het in de hand houden van kosten samen op met het bereiken van milieudoelstellingen. Vermeldenswaard is dat de gemeente in het beheersen van de afvalkosten echter ook afhankelijk is van factoren waar zij niet altijd invloed op heeft: weten regelgeving (producenten-verantwoordelijkheid, belastingen), demografische ontwikkelingen en markt-ontwikkelingen (uitkomst van aanbestedingen). 4.3 Service Service is voor de gemeente een afgeleide van de (in deze volgorde) kosten- en milieudoelstellingen. Anders gezegd: als de fysieke inzamelstructuur niet al te ingewikkeld is en de daarmee samenhangende financiële inzamelstructuur tot lage afvalkosten leidt, dan is de burger (al gauw) tevreden. Zie ook § 2.3.
21
4.4 Werkgelegenheid Voor de sociale werkgelegenheid kent de gemeente een Maatschappelijk-VerantwoordInkopen-beleid. Toch willen we hier graag een klein verhaaltje vertellen.
De portier, de koffiejuffrouw en de straatveger Het is nog niet zo heel lang geleden dat elke, zich respecterende onderneming of instelling een portier had, die bezoekers welkom heette en de deur openhield. Ook de koffiejuffrouw was een veel voorkomende en graag geziene verschijning. Functies die bijdroegen aan het sociaal weefsel van een bedrijf, uitgevoerd door mensen die qua kunnen en kennen daarmee aan hun maximale capaciteit zitten. Door de focus op kostenverlaging (het uitstoten van werkzaamheden die niet direct bijdragen aan het financieel rendement) zijn deze functies van lieverlee verdwenen. Waar dit voor een bedrijf, dat opereert in een concurrentiële omgeving, noodzakelijk is, heeft de overheid daarin een keuze. Een keuze aan de inkomstenkant door de belastingheffing, maar ook een keuze aan de uitgavenkant: gaat het geld naar een volwaardig inkomen of naar een uitkering en bijbehorend apparaat om die uitkering te verstrekken en de uitkeringsontvanger te controleren. Wat voor de portier en de koffiejuffrouw geldt, geldt – terugkerend naar afvalbeheer en reiniging – ook bijvoorbeeld voor de straatveger. Kiest de gemeente voor één straatveger met een bladblazer en één straatveger thuis op de bank of kiest zij voor twee straatvegers met een heksenbezem.
Naast het financiële aspect (een hogere afvalstoffenheffing en lagere uitkeringskosten, mogelijk netto neutraal) is er ook een immaterieel aspect (volwaardig werk met een volwaardig inkomen als identiteitsdrager). Werkgelegenheid Waar bij sociale werkgelegenheid pogingen worden ondernomen om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar de arbeidsmarkt te brengen, laten de portier, de koffiejuffrouw en de straatveger zien dat beter het omgekeerde gedaan kan worden: de arbeidsmarkt naar de mensen brengen. Het gaat om het identificeren van ongeschoold en laaggeschoold werk, ook al wordt dat nu mechanisch gedaan. Daarna kunnen de netto financiële effecten in beeld worden gebracht, maar ook de immateriële aspecten. Omdat de uitdagingen voor de gemeente in dezen groot zijn (de groep waarvoor werkgelegenheid gecreëerd moet worden, neemt steeds verder toe) is de volgende vraag relevant: Zijn de inwoners bereid meer afvalstoffenheffing te betalen als zij daarmee buurman, vriendin, kind aan een volwaardige baan helpen? 22
5 Impact Iedere wijziging in de inzamelstructuur heeft een impact op de afvalhoeveelheden en de financiën. In dit hoofdstuk komen (globaal) de impact van de volgende varianten aan de orde: 1. Binnen de huidige inzamelstructuur wijzigen we de inzamelfrequentie van GFT van wekelijks gedurende negen maanden en tweewekelijks gedurende de drie wintermaanden naar tweewekelijks jaarrond (§ 3.4: variant i). 2. Binnen de huidige inzamelstructuur wijzigen we de inzamelfrequentie van PMD van wekelijks tweewekelijks (§ 3.4: variant ii). 3. Voor fHRA wijzigen we halen in brengen zonder diftar (§ 3.4: variant iv). 4. Voor fHRA wijzigen we halen in brengen mét betalen per inworp; de vrijkomende grijze minicontainer gebruiken we voor de inzameling van OPK, waarbij we de inzamelfrequentie verlagen we naar eenmaal per vier weken (§ 3.4: variant vi met impliciet iv en aangevuld met iii). In dit hoofdstuk beoordelen we deze varianten op de impact op de afvalhoeveelheden, de financiën en het beslag dat de wijziging legt op de ambtelijke capaciteit. Om een globale berekening te maken, hanteren we de volgende uitgangspunten: • We berekenen de impact op het niveau van woonhuisaansluiting en rekenen daartoe met gemiddeld 2,37 inwoner per woonhuisaansluiting (wha). • De impact op de afvalhoeveelheden leiden we af uit de beschrijving bij de betreffende inzamelvarianten in hoofdstuk 3.
• De impact op de financiën bestaan uit de kapitaalslasten met daarbij de jaarlijkse onderhoudskosten, het effect op de verwerkingskosten en/of vermarktingsopbrengsten en het effect op de inzamelkosten; we gebruik de volgende kentallen: o De kapitaalslasten zijn te berekenen aan de hand van de (all-in) aanschafwaarde (€ 10.000,- voor een reguliere ondergrondse container4), de afschrijvingstermijn (10 jaar), de afschrijvingsrente (3%) en de eventuele restwaarde (€ 0,-). Voor jaarlijkse onderhoudskosten gaan we uit van 2% van de aanschafwaarde. ® Met 120 wha per ondergrondse container komt dit neer op € 11,40 per wha per jaar. o De verwerkingskosten van fHRA zijn opgebouwd uit een poorttarief (€ 70,- per ton), opslag en overslag (€ 20,- per ton) en afvalstoffenbelasting (€ 35,- per ton) en ramen we daarmee op € 125,-per ton ® Dat is 12,5 cent per kilo. o De verwerkingskosten van GFT zijn opgebouwd uit een poorttarief (€ 40,- per ton), opslag en overslag (€ 20,- per ton) en ramen we daarmee op € 60,- per ton ® Dat is 6,0 cent per kilo.
4
Container, put, elektronica, plaatsing, pasjessysteem, etc.
23
Voor de vermarktingsopbrengsten van OPK hanteren we netto € 40,- per ton. ® Dat is 4,0 cent per kilo. o Voor de vermarktingsopbrengsten van PMD hanteren we netto € 350,- per ton. ® Dat is 35,0 cent per kilo. o Voor de inzameling met een minicontainer gaan we uit van een inzamelploeg bestaande uit een voertuig (€ 40,- per uur), chauffeur (€ 35,- per uur) en twee beladers (samen € 45,- per uur) die in een uur 160 adressen bedienen ® Dat is € 0,75 per wha per ronde. o Voor de zakkeninzameling gaan we ervan uit dat een zelfde ploeg 200 adressen bedient. ® Dat is € 0,60 per wha per ronde. o Voor het ledigen van de ondergrondse containers gaan we uit van een inzamelploeg bestaande uit een voertuig met kraan (€ 55,- per uur) en chauffeur (€ 35,- per uur) die in een uur 5 locaties aandoet. ® Met 120 wha per ondergrondse container en een wekelijkse lediging komt dit neer op € 7,80 per wha per jaar. De impact op de ambtelijke capaciteit hangt af van hoe groot de wijzigingen in de inzamelstructuur zijn. o
•
5.1 GFT tweewekelijks jaarrond Voor de impact op de hoeveelheid GFT gaan we uit van een daling met 10%, dat is met de gegevens van 2019 minus 18 kg GFT per inwoner per jaar en plus 18 kg fHRA per inwoner jaar.
Voor de impact op de financiën zijn het effect op de verwerkingskosten en de inzamelingskosten van belang. Bij de verwerkingskosten gaat het om: • 18 kg GFT per inwoner minder betekent 18 * 6,0 *2,37 = min € 2,56 per wha; • 18 kg fHRA per inwoner meer betekent 18 * 12,5 * 2,37 = plus € 5,33 per wha. Bij de inzamelingskosten gaat het om een daling van 46 naar 26 inzamelrondes van de minicontainer voor GFT: • 20 inzamelrondes minder betekent 20 * 0,75 = min € 15,- per wha. De impact op de ambtelijk capaciteit schatten we op nihil. De belangrijkste gevoeligheid bij deze wijziging zit in de impact op de hoeveelheid en daarmee op de verwerkingskosten. In de gevoeligheidsanalyse variëren we deze tussen een daling van 15%, waarmee het gehele positieve effect van de frequentieverhoging wordt teniet gedaan (5.1A) en een daling van 5% (5.1B). Het gaat dus om minus 27 kg GFT per inwoner per jaar en plus 27 kg fHRA per inwoner jaar respectievelijk minus 9 kg GFT per inwoner per jaar en plus 9 kg fHRA per inwoner jaar. In onderstaande tabel staan de impact en gevoeligheidsanalyse. 24
5.1 fHRA GFT PMD OPK inzamelronde mc inzamelronde zak lediging oc
kg/jaar 18 (18) 0 0 aantal/jaar (20) 0 0
kapitaalslasten
€/jaar 5,33 (2,56) (0,00) (0,00) €/jaar (15,00) 0,00 0,00 -
5.1 GFT tweewelijks jaarrond
(12,23)
5.1A fHRA GFT PMD OPK inzamelronde mc inzamelronde zak lediging oc
kg/jaar 27 (27) 0 0 aantal/jaar (20) 0 0
kapitaalslasten
€/jaar 8,00 (3,84) (0,00) (0,00) €/jaar (15,00) 0,00 0,00 -
5.1A GFT tweewelijks jaarrond
(10,84)
5.1B
kg/jaar
inzamelronde mc inzamelronde zak lediging oc
9 (9) 0 0 aantal/jaar (20) 0 0
fHRA GFT PMD OPK
kapitaalslasten
€/jaar 2,67 (1,28) (0,00) (0,00) €/jaar (15,00) 0,00 0,00 -
5.1B GFT tweewelijks jaarrond
(13,61)
Samenvattend: door de wijziging van de inzamelfrequentie van GFT van 9 maanden wekelijks en 3 maanden tweewekelijks naar jaarrond tweewekelijks dalen de kosten met ongeveer € 12,- plus of min € 1,50 per wha. 5.2 PMD tweewekelijks Voor de impact op de hoeveelheid PMD gaan we uit van minus 10 kg PMD per inwoner per jaar en plus 10 kg fHRA per inwoner jaar.
Voor de impact op de financiën zijn het effect op de verwerkingskosten en de inzamelingskosten van belang. Bij de verwerkingskosten gaat het om: • 10 kg PMD per inwoner minder betekent 10 * -35,0 *2,37 = plus € 8,30 per wha; • 10 kg fHRA per inwoner meer betekent 10 * 12,5 * 2,37 = plus € 2,96 per wha. Bij de inzamelingskosten gaat het om een daling van 52 naar 26 inzamelrondes van de PMD-zakken voor PMD: • 26 inzamelrondes minder betekent 26 * 0,60 = min € 15,60 per wha. De impact op de ambtelijk capaciteit schatten we op nihil. Ook bij deze wijziging kijken we naar de impact op de hoeveelheid en daarmee op de verwerkingskosten. In de gevoeligheidsanalyse variëren we deze tussen een daling van 12,5 kg PMD per inwoner per jaar en plus 12,5 kg fHRA per inwoner jaar (5.2A) en een daling van 7,5 kg per inwoner per jaar en plus 7,5 kg fHRA per inwoner jaar (5.1B). In onderstaande tabel staan de impact en gevoeligheidsanalyse. 5.2 fHRA GFT PMD OPK inzamelronde mc inzamelronde zak lediging oc
kg/jaar 10,0 0,0 (10,0) 0,0 aantal/jaar 0 (26) 0
kapitaalslasten 5.2 PMD tweewekelijks
€/jaar 2,96 0,00 8,30 (0,00) €/jaar 0,00 (15,60) 0,00 (4,34)
5.2A fHRA GFT PMD OPK inzamelronde mc inzamelronde zak lediging oc
kg/jaar 12,5 0,0 (12,5) 0,0 aantal/jaar 0 (26) 0
kapitaalslasten 5.2A PMD tweewekelijks
€/jaar 3,70 0,00 10,37 (0,00) €/jaar 0,00 (15,60) 0,00 (1,53)
5.2B fHRA GFT PMD OPK inzamelronde mc inzamelronde zak lediging oc
kg/jaar 7,6 0,0 (7,6) 0,0 aantal/jaar 0 (26) 0
kapitaalslasten 5.2B PMD tweewekelijks
€/jaar 2,24 0,00 6,26 (0,00) €/jaar 0,00 (15,60) 0,00 (7,10)
25
Samenvattend: door de wijziging van de inzamelfrequentie van PMD wekelijks naar tweewekelijks dalen de kosten met ongeveer € 4,50 plus of min € 3,- per wha. 5.3 fHRA omgekeerd zonder diftar De impact op de hoeveelheid van het omgekeerd inzamelen van fHRA (van vierwekelijks met minicontainer naar brengen naar ondergrondse container) achten we zeer beperkt; we rekenen met géén effect.
Voor de impact op de financiën gaat het om de kapitaalslasten en het effect op de inzamelingskosten. De kapitaalslasten voor de ondergrondse containers (inclusief jaarlijks onderhoud) bedragen € 11,44 per wha. Bij de inzamelingskosten gaat het om het schrappen van 13 inzamelrondes van de minicontainer voor fHRA en het introduceren van de lediging van de ondergrondse containers: • 13 inzamelrondes met minicontainer betekent 13 * 0,75 = min € 9,75 per wha; • lediging van de ondergrondse containers betekent plus € 7,80 per wha; De impact op de ambtelijk capaciteit schatten we op redelijk. Bij deze wijziging kijken we naar de impact op de financiën, meer specifiek de kapitaalslasten van de ondergrondse container. In de gevoeligheidsanalyse variëren we de afschrijftermijn met min 2 jaar (5.3A) of plus 2 jaar (5.3B). In onderstaande tabel staan de impact en gevoeligheidsanalyse. 5.3 fHRA GFT PMD OPK inzamelronde mc inzamelronde zak lediging oc
kg/jaar 0,0 0,0 0,0 0,0 aantal/jaar (13) 0 1
€/jaar 0,00 0,00 (0,00) (0,00) €/jaar (9,75) 0,00 7,80
5.3A fHRA GFT PMD OPK inzamelronde mc inzamelronde zak lediging oc
kg/jaar 0,0 0,0 0,0 0,0 aantal/jaar (13) 0 1
€/jaar 0,00 0,00 (0,00) (0,00) €/jaar (9,75) 0,00 7,80
5.3B fHRA GFT PMD OPK inzamelronde mc inzamelronde zak lediging oc
kg/jaar 0,0 0,0 0,0 0,0 aantal/jaar (13) 0 1
€/jaar 0,00 0,00 (0,00) (0,00) €/jaar (9,75) 0,00 7,80
kapitaalslasten
11,44
kapitaalslasten
13,54
kapitaalslasten
10,04
5.3 fHRA omgekeerd zonder diftar
9,49
5.3A fHRA omgekeerd zonder diftar
11,59
5.3B fHRA omgekeerd zonder diftar
8,09
Samenvattend: door de invoering van omgekeerd inzamelen zonder diftar stijgen de kosten met ongeveer € 10,- plus of min € 2,- per wha. 5.4 fHRA omgekeerd betalen per inworp en OPK vierwekelijks met minicontainer De impact op de hoeveelheid is een optelsom van het omgekeerd inzamelen van fHRA met betalen per inworp (van vierwekelijks met minicontainer naar brengen naar ondergrondse container), de verlaging van de inzamelfrequentie van OPK, maar met gebruik van een minicontainer. Het effect van de eerstgenoemde wijziging ramen we
26
voorzichtigheidshalve op een daling van 20% bij het fHRA. Dat is met de gegevens van 2019 minus 20 kg fHRA per inwoner per jaar en plus 20 kg hergebruikstromen per inwoner jaar (70% GFT, 10% OPK en 20% PMD). Het effect van de als tweede genoemde wijziging zal zeer beperkt zijn, zeker in relatie tot de eerstgenoemde wijziging. Voor de impact op de financiën gaat het om de kapitaalslasten en het effect op de verwerkingskosten en de inzamelingskosten. De kapitaalslasten voor de ondergrondse containers (inclusief jaarlijks onderhoud) bedragen € 11,44 per wha. Bij de verwerkingskosten gaat het om: • 20 kg fHRA per inwoner minder betekent 20 * 12,5 *2,37 = min € 5,93 per wha; • 14 kg GFT per inwoner meer betekent 14 * 6,0 * 2,35 = plus € 1,99 per wha; • 04 kg PMD per inwoner meer betekent 4 * -35,0 * 2,35 = minder € 3,32 per wha; • 02 kg OPK per inwoner meer betekent 2 * -4,0 * 2,35 = minder € 0,19 per wha. Bij de inzamelingskosten gaat het om het schrappen van 13 inzamelrondes van de minicontainer voor fHRA, het introduceren van de lediging van de ondergrondse containers, het schrappen 26 inzamelrondes voor OPK (verdisconteerd in vermarktingsopbrengsten van OPK) en het introduceren van 13 inzamelrondes van de minicontainer voor OPK (netto dus geen wijziging in het aantal inzamelrondes met een minicontainer): • lediging van de ondergrondse containers betekent plus € 7,80 per wha.
De impact op de ambtelijk capaciteit schatten we op redelijk. De belangrijkste gevoeligheid bij deze wijziging zit in de impact op de hoeveelheid door de tariefdifferentiatie en daarmee op de verwerkingskosten. In de gevoeligheidsanalyse variëren we deze tussen een effect van 0% tot 40%. In onderstaande tabel staan de impact en gevoeligheidsanalyse. 5.4 fHRA GFT PMD OPK inzamelronde mc inzamelronde zak lediging oc
kg/jaar (20) 14 4 2 aantal/jaar 0 0 1
€/jaar (5,93) 1,99 (3,32) (0,19) €/jaar 0,00 0,00 7,80
5.4A fHRA GFT PMD OPK inzamelronde mc inzamelronde zak lediging oc
kg/jaar (0) 0 0 0 aantal/jaar 0 0 1
€/jaar (0,00) 0,00 (0,00) (0,00) €/jaar 0,00 0,00 7,80
5.4B fHRA GFT PMD OPK inzamelronde mc inzamelronde zak lediging oc
kg/jaar (40) 28 8 4 aantal/jaar 0 0 1
€/jaar (11,85) 3,98 (6,64) (0,38) €/jaar 0,00 0,00 7,80
kapitaalslasten
11,44
kapitaalslasten
11,44
kapitaalslasten
11,44
5.4 fHRA omgekeerd met diftar
11,79
5.4A fHRA omgekeerd met diftar
19,24
5.4B fHRA omgekeerd met diftar
4,35
Samenvattend: door de invoering van omgekeerd inzamelen met diftar stijgen de kosten met ongeveer € 12,- plus of min € 8,- per wha. 27