Memo vragen n.a.v. Regioplan Doordecentralisatie Beschermd wonen 2021 regio Eindhoven
Tekst van het document
MEMO
Onderwerp
: Vragen n.a.v. Regioplan Doordecentralisatie Beschermd wonen 2021 regio Eindhoven
Van
: Paul van Liempd
Aan
: Commissie Burgerzaken
Cc
: -
Datum
: 12 februari 2021
Zaaknummer : 105268
In de vergadering van de Commissie Burgerzaken van 19 januari 2021 kon vanwege tijdgebrek het agendapunt ‘Regioplan doordecentralisatie Beschermd wonen 2021 regio Eindhoven’ niet worden behandeld. Afgesproken is dat u in de gelegenheid zou worden gesteld eventuele vragen met betrekking tot het regioplan schriftelijk bij de griffie in te dienen. Door de fracties van Dorpsbelang en VOOR U! Is van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Onderstaand treft u de vragen van beide fracties en de antwoorden daarop aan. Vragen fractie Dorpsbelang. 1. Is per 1/1/2023 doorcentralisatie een feit? Wat is er dan voor de twee BW-projecten in onze gemeente veranderd? Blijft onze lokale CMD nog steeds de indicatiesteller? Vooralsnog wordt uitgegaan van 1-1-2023. Of deze datum uiteindelijk haalbaar is moet echter nog blijken. Het grootste struikelblok vormt de herverdeling van de Beschermd Wonen middelen op landelijk niveau. Voor de beide BW projecten zal dit betekenen dat cliënten de maatwerkvoorziening Beschermd Thuis krijgen (zie pag. 9 Regioplan Doordecentralisatie Beschermd Wonen 2021). In het aanvraagproces verandert er niets. De indicatiestelling blijft bij het Cmd. Het besluit tot het toekennen van de maatwerkvoorziening Beschermd Wonen ligt bij de gemeente Eindhoven. In de praktijk wordt de indicatie door de gemeente Eindhoven 1 op 1 overgenomen. 2.
Wat verandert er tot 1/1/2023? Worden de huidige inkoopafspraken verlengd tot eind 2022? De huidige inkoopafspraken worden gecontinueerd tot 1-1-2023. Met de overige 13 gemeenten wordt de komende tijd ingezet op welke wijze we BW gaan inkopen vanaf 1-1-2023. 3. Is de nieuwe gezamenlijke inkoop per 1/1/2023 voor een langere periode? Dat zullen de 14 gemeenten in onderling overleg nog gaan bepalen. Momenteel is de tendens binnen het sociaal domein om contracten aan te gaan met een looptijd van minimaal 4 jaar met verlengingsopties. Dit biedt voor cliënten, gemeenten en aanbieders ook wat meer continuïteit en daarmee ook zekerheid.
4. Op pagina 13 van het regioplan wordt gerefereerd aan de openstelling van de Wlz en de nog onbekende gevolgen daarvan voor de nieuwe verdeling van de middelen voor BW. Wat wordt het bedoeld met de ‘openstelling Wlz’? En wat zou dat kunnen betekenen voor de verdeling van de middelen? Graag een nadere toelichting. Onder de openstelling Wlz wordt verstaan dat mensen die hun leven lang permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid vanuit de ggz nodig hebben vanaf 2021 een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz) krijgen. Hoeveel cliënten vanuit BW zullen doorstromen naar de Wlz is nog niet duidelijk, indicatiestelling voor de Wlz vindt plaats door het CIZ. Daar hebben gemeenten geen invloed op. Dit heeft tot gevolg dat er door deze overgang een uitname plaatsvindt uit het Gemeentefonds en dat die middelen overgaan naar de Wlz. Vooralsnog is niet duidelijk wat de omvang van deze uitname is. Hierom is de overgang uitgesteld naar 1-7-2023. 5. Wat is de status van de (Wlz-)wooneenheden voor jongeren met een beperking op de locatie Ruysdaelstraat? Zijn we daarover al in gesprek met Thuis? Afgelopen donderdag (11 februari 2021) is tijdens de informatiebijeenkomst van de commissie GZ met woonstichting ‘Thuis de laatste stand van zaken met de commissie gedeeld.
Vragen fractie VOOR U! 6. Kan de wethouder aangeven hoeveel jeugd in ons dorp inmiddels in een nieuwe levensfase is beland, met andere woorden hoeveel zijn er doorgestroomd naar een vervolg woonsetting? Het aantal cliënten dat uitstroomt uit de BW-voorziening is beperkt. Sinds de start van beide projecten betreft het 3 personen. Twee daarvan zijn uitgestroomd en gaan samenwonen en 1 persoon is teruggekeerd naar het ouderlijk huis. Daarnaast is 1 cliënt doorgestroomd naar een andere BW voorziening gelet op de aard van de problematiek van de cliënt. De doorstroming op de woningmarkt (uitstroom naar een woning elders) stagneert. De doelgroep is veelal aangewezen op sociale huur. Gelet op de behoefte aan sociale huur, ook vanuit anderen doelgroepen, en het beperkte beschikbare aanbod is het voor (voormalige) cliënten heel lastig (vrijwel onmogelijk) om zelfstandige woonruimte te vinden op het moment dat ze uitstromen. 7. Kan de wethouder aangeven wat de verwachtingen zijn op korte en langere termijn? Ten aanzien van de doorstroming op de woningmarkt op korte termijn is het probleem hierboven al geschetst. Voor de lange termijn maken we binnen de regionale samenwerking een inschatting van de verwachtte regionale opgave voor de uitstroom van een intramurale setting naar zelfstandig(er) wonen en vertalen deze zo goed mogelijk naar een opgave per gemeente.
Dit dient vervolgens als basis om met lokale woningcorporatie(s) daarover afspraken te maken. Dat geldt zowel voor uitstroom vanuit een intramurale setting als doorstroom vanuit de lokale projecten Heistraat/Molenstraat.