Memo vervolg op de reactie van de Commissie Grondgebiedszaken op de concept RES
Tekst van het document
MEMO
Onderwerp
: Vervolg op de reactie van de Commissie Grondgebiedszaken op de concept RES
Van
: College B&W
Aan
: Commissie GZ
Cc
:
Datum
: 19 januari 2021
Bijlagen
:
Zaaknummer
: 114486
Overzicht van de reactie van de Cie GZ (links) en hoe het college het vervolg heeft georganiseerd op de reactie. Reactie op concept RES Samenwerking 1.1 De reactie is gericht aan het college met het verzoek hier rekening mee te houden bij de vaststelling van de concept RES. 1.2 Het college de reactie van de gemeenteraad mee neemt in de regio richting de RES 1.0. 1.3 Het college de reactie van de gemeenteraad mee neemt in het Duurzaamheidsbeleid
1.4 Dat lokale belanghebbenden moeten worden betrokken, maar belangrijker is dat geïnteresseerde belanghebbenden oog hebben voor het lokale en regionale belang.
Leidende principes 2.1 Voor het succes van de energietransitie moeten de opbrengsten lokaal worden geïnvesteerd. 2.2 De betaalbaarheid van de energietransitie blijft een aandachtspunt. 2.3 De RES moet pilots ontwikkelen voor inwoners met een smalle beurs. Zodat we gezamenlijk voorkomen dat zij die het goed hebben er straks op vooruit gaan en inwoners die het nu al minder hebben straks slechter af zijn (Mattheuseffect).
Vervolg Het college heeft de reactie van de Cie GZ overgenomen en verstuurd richting het MRE RES. Zie 1.1 Vanwege capaciteitstekort is het nieuwe duurzaamheidsbeleid uitgesteld tot 2021. De reactie van de Cie GZ wordt meegenomen in het nieuwe duurzaamheidsbeleid. Mochten er in de tussentijd kansen voordoen dan worden deze meegenomen. • (sub)regionaal zijn er de afgelopen maanden webinars georganiseerd om lokale belanghebbenden de kans te geven om input te geven op de RES. • Er is een klankbordgroep georganiseerd met de belangrijkste regionale stakeholders. De klankbordgroep richt zich vooral op het proces. • Op 11 februari 2021 is er een webinar voor inwoners, raadsleden en andere geïnteresseerden voor de RES 1.0. • In de lokale processen worden de lokale stakeholders actief betrokken. Het college neemt dit aandachtspunt mee in het beleid voor grootschalige opwekking van energie. Het college neemt dit aandachtspunt mee in het nieuwe duurzaamheidsbeleid. • De RRE aanpak in 2020 en begin 2021 is gericht op het stimuleren van kleinschalige maatregelen bij particuliere woningeigenaren. Juist de doelgroep die het niet breed heeft, heeft de meeste profijt van deze
•
•
Besparing 3.1 Het is belangrijk voor het draagvlak dat de besparing ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd 3.2 Er moet een heldere afweging komen tussen activiteiten die regionaal en lokaal geborgd worden.
laagdrempelige stimuleringsmaatregelen. Tot op heden hebben al minstens 1.150 huishoudens (van de max circa 5.000) hier gebruik van gemaakt. Voor 2021 is er een subsidieaanvraag gedaan voor de RRE-W bij het Ministerie van BZK voor circa 200.000,-. De nieuwe aanpak richt zich vooral op het aanbieden van kleinschalige maatregelen bij huurders. In het nieuwe duurzaamheidsbeleid zal er i.s.m. ‘thuis onderzocht worden of er aanvullende aanpakken ingezet kunnen worden binnen de sociale huursector.
Het college ondersteunt deze opmerking. Het college ondersteunt deze opmerking. De afgelopen maanden is er binnen de RES een actieve discussie geweest op welk niveau welke verantwoordelijkheid ligt. Binnen de RES is ook ambtelijk geconstateerd dat samenwerken met 21 ook niet altijd slagvaardig is. Er is vanaf medio 2020 ook actief contact gezocht binnen de bestaande SGE samenwerking, om te onderzoeken hoe de gemeenten elkaar kunnen versterken. In december 2020 heeft het SGE het besluit genomen om de energieopgave ook te integreren in de bestaande opgaven op de thema’s: • Wonen • Economie • Ruimte • Evenementen Waarbij de bestaande opgaven het uitgangspunt zijn en energie hier maar een onderdeel van is.
3.3 De besparingsopgave moet voor inwoners en bedrijven betaalbaar en financierbaar zijn.
Tegelijkertijd zijn we als gemeente ook gestart met een aantal lokale processen die invulling moeten geven aan de lokale opgave. Denk hierbij aan o.a.: • Transitievisie warmte • Beleid voor grootschalige opwek • Zon langs infrastructuur • Regeling reductie energieverbruik. Het college ondersteunt deze opmerking. Het wil zich daarom extra inzetten om inwoners met een kleine beurs te helpen verduurzamen. De Groene Zone is een goed voorbeeld van we hier al jaren ook in samenwerken binnen de regio. Tegelijkertijd constateert ook het college dat de Rijksoverheid aan de belangrijkste knoppen zit en grote invloed heeft op de betaalbaarheid van de
pagina 2 van 5 REFNUMBER
3.4 Het college moet, onder andere samen met de OVE, een continue aanpak voor Ekkersrijt ontwikkelen, waarbij oog is voor de benodigde besparing, het realiseren van zon op grootschalig dak en ruimte is voor innovatie. 3.5 Er in de bovengenoemde aanpak moet worden onderzocht op welke manier er strengere duurzaamheidseisen kunnen gelden bij nieuwbouw.
Grootschalige opwekking van elektriciteit 4.1De zonneladder is de basis van de systematiek van de RES, maar dit betekent niet dat de volgende trede pas wordt ingezet als de voorgaande trede ten volste is benut.
energietransitie. Als gemeente zijn we ook afhankelijk van de middelen die het Rijk aan gemeenten ter beschikking stelt voor de energietransitie. Vanuit capaciteitstekort en de coronacrisis is er nog geen vervolg gegeven aan dit aandachtspunt. Het college neemt het mee in het nieuwe duurzaamheidsbeleid. De OVE is wel uitgenodigd om deel te nemen aan de Transitievisie warmte. In 2021 gaan het SGE onderzoeken op welke thema’s we, binnen de bestaande samenwerking, energietransitie kunnen integreren. Een van de thema’s die vooraf als kansrijk zijn benoemd, zijn strengere nieuwbouweisen voor woningen en bedrijfsgebouwen. Binnen de RES MRE is gezegd dat het totale bod bestaat uit 2 TWh voor grootschalige opwek (dak + land). De 2 TWh is opgebouwd uit • 0.9 TWh zon op dak en bestaande opwek op land • 0.5 TWh grootschalige opwekking in de Kempen • 0.6 TWh grootschalige opwekking op land in de overige subregio’s. Het bestaande dak areaal van Ekkersrijt en andere grote daken is al meegenomen in de 0.9 TWh. Via de PlanMER loopt er nu een ruimtelijke afweging over de kansrijkheid van de verschillende zoekgebieden in de RES. Sonniuswijk lijkt (ruimtelijk) als enige zoekgebied binnen het SGE echt kansrijk. In de presentatie op 22 februari 2021 wordt hier verder op ingegaan.
4.2 De opgave zo groot is dat het bestaande dak oppervlakte (ruimschoots) onvoldoende is. 4.3 Grootschalige opwek van elektriciteit op land alleen mogelijk is als: • Er een integrale afweging is gemaakt van alle belangen. • Lokale opgaven gekoppeld worden aan de energieopgave. • De ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft. • De opbrengsten lokaal terugvloeien in de samenleving. • Er een gedegen proces wordt doorlopen met de belanghebbenden in onze gemeente. 4.4 Er een integrale visie komt op de toekomst van Sonniuswijk (binnen de omgevingsvisie).
Zie 4.1 Binnen de omgevingsvisie wordt er ook een nieuwe visie opgesteld voor Sonniuswijk. Op basis van deze integrale afweging is er (ambtelijk) uitgesproken, dat energieopwekking mogelijk moet zijn binnen het gebied. Wel moet de energieopwekking actief bijdragen aan andere opgaven binnen het gebied. Op basis van deze integrale afweging wordt er nu gewerkt aan een opdracht om het vervolgproces van grootschalige opwek vorm te geven. Het vervolgproces moet vormgeven op welke manier energieopwekking mogelijk kan worden. De commissie wordt actief betrokken bij het opstellen van het beleid. Zie 4.3
pagina 3 van 5 REFNUMBER
4.5 Lokaal deze unieke kans voor bedrijven in het buitengebied benut wordt, om een bijdrage te laten leveren aan het transitie van het landelijk gebied. Waardoor de negatieve uitstoot (stikstof, ammoniak, CO², drijfmest) kan worden omgezet naar een positieve impact. 4.6 Er zo veel mogelijk gebruik gemaakt wordt van de potentie van de inpassing langs bestaande infrastructuur. In het geval van Son langs de A50 en het Wilhelminakanaal.
4.7 Het college vragen om actief grondbeleid te onderzoeken voor energieopwekking. Warmte 5.1 Het lokale proces van de Transitievisie warmte wordt afgewacht.
5.2 Lokale belanghebbenden moeten een belangrijke rol krijgen in het proces van de Transitievisie warmte.
Zie 4.3
Samen met Rijkswaterstaat en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onderzoeken we of het mogelijk is om zon op te wekken langs de A50/A2. Dit lijkt kansrijk. Op korte termijn willen de betrokken partijen gezamenlijk een intentieverklaring opstellen. Deze vraag wordt binnen het vervolgproces richting grootschalige opwekking meegenomen. Op 11 januari 2021 is de commissie GZ geïnformeerd over het proces van de lokale Transitievisie warmte. De commissie heeft ook de mogelijkheid gekregen om input aan te leveren op de nota van uitgangspunten. Binnen het proces zijn er een aantal participatielijnen: • Ambtelijke tafel voor het vigerend beleid • Stakeholderstafel met (georganiseerde stakeholders) • Individuele gesprekken met stakeholders • Bestuurlijke tafel • In gesprek met inwoners Hierdoor zijn de lokale belanghebbenden actief betrokken binnen het proces.
Naar de RES 1.0 6.1 Er intensiever samengewerkt moet worden met lokale energie coöperaties, woningbouwcorporaties en andere partners van de gemeente(n).
6.2 Inwoners de kans moeten krijgen om zich uit te spreken over de Regionale Energie Strategie in aanloop van de RES 1.0. We roepen het college op om dit te organiseren.
•
In de RES is er een adviesgroep opgezet met alle belangrijke regionaal georganiseerde stakeholders. • Alle stakeholders is gevraagd om een reactie op de concept RES. Aan alle reacties is ook aangegeven hoe er met de reactie wordt omgegaan. • In de RES werkgroepen is er actief contact tussen de stakeholders en de werkgroepen. • Lokaal is er gestart aan het proces van de Transitievisie warmte. Een van de acties is het opzetten van een stakeholderstafel. Het is de wens om de stakeholderstafel uiteindelijk een structureel karakter te geven. • Voor grootschalige opwekking van energie is de wens om op korte termijn een participatieproces te starten. Regionaal zijn er meerdere webinar(s) en online informatiesessies geweest, waar ook inwoners konden aansluiten.
pagina 4 van 5 REFNUMBER
6.3 Gebruik te maken van bestaande organisatiestructuren, zoals het SGE, zodat er voorkomen wordt dat er verschillende samenwerkingsverbanden ontstaan met aangrenzende opdrachten.
Lokaal is er vanuit capaciteitsoverwegingen en corona voor gekozen om geen lokale sessie meer te organiseren. Voor het vervolg van de deelproducten wordt er gestreefd naar actieve participatie. In het 2e deel van 2020 is er geïnventariseerd welke opgaven er liggen binnen bestaande samenwerkingsverbanden. Binnen de SGE zitten bestaande opgaven op het gebied van Economie, Wonen, Ruimte en Evenementen. Het bestuur van het SGE heeft december 2020 besloten om de energietransitie actief mee te gaan nemen binnen deze opgaven. Afgesproken is om 2021 te zien als pilotjaar, waarin er onderzocht wordt hoe dit precies vorm gaat krijgen. Er is benoemd welke kansen er zijn binnen de bestaande opgaven.
pagina 5 van 5 REFNUMBER