Memo thema avond Afval
Tekst van het document
MEMO Onderwerp
:
Thema avond Afval
Aan
:
Gemeenteraad
Van
:
College van B&W
C.C.
:
D.D.
:
15 december 2020
Kenmerk
:
20.0013797
Inleiding Op 12 oktober 2020 bent u in de Cie GZ geïnformeerd over de stand van zaken op het afvaldossier. Er is toen afgesproken om een thema-avond te organiseren over de beleidsmatige vraagstukken, opdat u het 1e kwartaal van 2021 geïnformeerd een besluit kunt nemen. Het gaat hierbij om twee verschillende, maar met elkaar samenhangende vraagstukken: Welke wijzigingen zijn mogelijk in de inzameling van huishoudelijk afval? Welke mogelijkheden biedt het zogenaamde omgekeerd inzamelen (restafval op afstand), wat zijn de consequenties van het aanpassen van inzamelfrequenties bij de inzameling van GFT en PMD?
Hoe organiseren we de toekomstige inzameling? Kiezen we voor Europees aanbesteden of voor intergemeentelijke samenwerking1 (aansluiting bij de GR Reiniging Blink).
Met deze memo willen we de thema-avond inleiden met de context en de kaders waar binnen de presentaties worden gegeven. Programma thema avond: Tijd 20.00-20.05 20.05-20.20 20.20-20.30 20.30-20.40 20.40-20.45 20.45-21.00
Wat Introductie Beleidskeuzes inzamelsystemen Vragen Stellingen Pauze Presentatie: Europese aanbesteding vs. GR Blink
Door Theo Groenemans Paul van Liempd Peter Derksen – Facet Cie GZ
Henk Mogezomp – Buiten Organisatieadvies
21.00-21.10 20.10-21.15 21.15-21.40
Vragen Pauze/uitloop Blink: wat is het en wat kan het betekenen voor Son en Breugel
Cie GZ
21.40-21.50 21.50-22.00 22.00
Vragen Stellingen Afsluiting
Cie GZ
Joep Pernot – Voorzitter (a.i.) DB GR Blink, wethouder gemeente Nuenen Mark Vaal – directeur GR Blink
1 De keuze staat voor een ander organisatiemodel en bijhorende voor- en nadelen. In de
eindrapportage en de presentatie van Buiten organisatieadvies gaan we hier dieper op in.
Vigerend beleid Het Ministerie van Infrastructuur en milieu is in 2013 gestart met het programma ‘Van Afval naar Grondstof 2015-2025’. De uitvoering van dit programma is ondergebracht bij Rijkswaterstaat. Zij geeft dit vorm samen met de VNG en de NVRD (vereniging van afval- en reinigingsdiensten). De doelen van het VANG-programma zijn als volgt geformuleerd: 2020: 75% afvalscheiding huishoudelijk afval (Son en Breugel: circa 80%) 2020: 100 kilo restafval per inwoner per jaar (Son en Breugel: tussen de 110 en 120 kg) 2025: streven naar 30 kilo restafval per inwoner per jaar In de beleidsnota duurzaamheid 2016-2020 van Son en Breugel is de ambitie uitgesproken om in 2020 5% restafval te hebben (35 kg per inwoner). De bovenstaande cijfers geven aan dat deze ambitie niet gerealiseerd is. Beleidsmatige afweging over de inzameling In de Cie GZ is uitgesproken dat de beleidsmatige afweging en de ambities leidend moeten zijn voor de samenwerkingsvorm.
In het eerste gedeelte van de thema-avond zal Peter Derksen van Facet u meenemen in de keuzes die hierin gemaakt kunnen worden en welke effecten deze hebben aan de hand van de “afvaldriehoek”: wat is het effect op afvalscheiding/hergebruik, op de kosten en op de service voor inwoners? Het college heeft besloten om in het 1e kwartaal 2021 enkel de afweging te maken over hoofdkeuzes in de inzameling en dus niet de milieustraat en de verwerking mee te nemen in de beleidsmatige afweging. Dit heeft een aantal redenen: De wens van de raad om de beleidsmatige keuze nog mee te kunnen nemen in de toekomstige uitvoerings- of samenwerkingsvorm en daarbij behorende overeenkomst. De beperkte tijd die is er om input te leveren voor de keuze van de samenwerkingsvorm. Uiterlijk in het 1e kwartaal moet er een besluit genomen worden hierover (zie ook samenwerkingsvorm). De inzameling het onderdeel is waar de gemeente de meeste invloed op heeft. De huidige beleidsdiscussie zich vooral richt op de inzameling van afval. Om de afweging te kunnen maken heeft Facet onderzoek gedaan naar de manier van inzamelen. Er zijn vier scenario’s onderzocht: Huidige systeem van inzamelen. Aanpassing van de inzamelfrequenties zoals b.v. GFT en PMD. Omgekeerd inzamelen (restafval “op afstand “, in wijkcontainers). Diftar.
Diftar is expliciet meegenomen omdat deze keuze de mogelijkheid biedt om de huidige ambitie te realiseren. Afvaldriehoek Elk scenario wordt getoetst aan de afvaldriehoek. De afvaldriehoek is een visualisatie van de wederkerige werking tussen de verschillende aspecten van het afvalbeleid.
2
Figuur: de Afvaldriehoek. Milieu De mate waarin preventie, scheiding en hergebruik van afval zorgen voor een milieubelasting. Waarbij het uitgangspunt is dat zuivere stromen bijdragen aan een lagere belasting omdat dit hergebruik van afval bevordert. Uiteindelijk geeft dit een beeld hoe doeltreffend de inzamelstructuur is. Kosten De totale kosten van de inzameling, milieustraat, verwerking van het afval en de opbrengsten van de restpartijen zoals textiel. Het gaat om de vraag hoe doelmatig de afvalinfrastructuur is. Uiteindelijk worden de kosten en opbrengsten vertaald in de tarieven van de afvalstoffenheffing. Service Het voorzieningenniveau van de gemeente, in hoeverre hier waardering voor is door de inwoners en welke impact dit mogelijk heeft voor het ervaren straatbeeld. Het gaat om hoe dienstverlenend de infrastructuur is. Werkgelegenheid Tegenwoordig wordt de driehoek aangevuld met de vraag: hoe de inzamelstructuur bijdraagt aan de (sociale) werkgelegenheid. Stuurt een gemeente op de laagste kosten met een efficiënte dienstverlening of kijkt het ook hoe het sociale effecten van dit beleid. Bijlagen: Onderzoek impact inzamelvarianten op afvalhoeveelheden en financiën door Facet Enquête afvalinzameling Son en Breugel. De Afvalspiegel.
16 augustus 2019 Organisatie van de inzameling en samenwerkingsvorm Op 5 november 2020 bent u geïnformeerd over het sluiten van een overbruggingsovereenkomst met Baetsen/ Remondis voor 2021. Hiermee is de continuïteit van de dienstverlening voor komend jaar gewaarborgd. Dit betekent echter niet dat er op korte termijn geen besluit moet worden genomen over de mogelijke toetreding tot de GR Blink of een nieuwe Europese aanbesteding. Er zijn een aantal achterliggende redenen die urgentie creëren voor het nemen van een besluit: Een reguliere Europese aanbesteding duurt circa 6 maanden. Deze periode bestrijkt het schrijven van de uitvraag, inkoopstrategie en de daadwerkelijke procedures. Mochten er juridische procedures ontstaan dan kan het langer duren voordat er definitieve duidelijkheid is, Bij een Europese aanbesteding is het onzeker dat Baetsen/Remondis opnieuw de gunning wint. De partij die het beste scoort op prijs en kwaliteit wint de gunning. De procedure is “blind”, zodat pas aan het eind duidelijk wordt welke partij dit is. Als dit een nieuwe partij is moet rekening worden gehouden met inwerktijd.
3
Bij een toetreding tot de GR Blink moeten de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten in de GR Blink instemmen met de toetreding van Son en Breugel. Een nieuwe inzamelaar (Blink of een private partij, niet zijnde Baetsen) minstens 3 maanden nodig heeft voor een goede overgang. Uiterlijk 30 september 2021 dient er dus duidelijkheid dan wel een definitieve gunning te zijn.
De raad is het bevoegde gezag voor toetreding in een gemeenschappelijke regeling. Mocht de raad niet besluiten tot toetreding tot Blink, dan volgt er een Europese aanbesteding (collegebevoegdheid). Probleemstelling In december 2019 is het college gestart met een verdere verkenning en onderzoek naar de samenwerking met de gemeenschappelijke regeling Blink. Voor het college zijn er een aantal achterliggende redenen waarom de optie van toetreding op tafel ligt: De afvalwereld wordt steeds complexer o.a. door de circulaire opgave in het afval, door toenemende kwaliteitsissues en door voortschrijdende invloed van de ICT. De afvalinzameling en verwerking kent de afgelopen jaren sterke prijsstijgingen. De verwachting is dat zeker de verwerkingskosten van restafval de komende jaren verder zullen toenemen. Schaalgrootte is bepalend voor goede contracten voor de verwerking van afval. Als individuele gemeente we afhankelijk zijn van de private partner in de uitvoering, waarbij er sturingsmogelijkheden beperkt zijn. Het afgelopen jaar zijn er meerdere voorbeelden van incidenten waarbij de financiële schade beperkt is gebleven, maar dit niet het geval had hoeven zijn (b.v. afrekeningen verwerkingskosten restafval). Kennis en competenties ontbreken binnen de ambtelijke organisatie om voldoende aan en/of bij te sturen.
De huidige arbeidsmarkt maakt het ook onzeker of deze kennis en competenties voldoende bereikbaar zijn voor een kleine gemeente als Son en Breugel. Als de capaciteitsvraag in de ambtelijke organisatie om bij te sturen toeneemt gaat dit ten koste van andere ambities op duurzaamheidsthema’s als milieu en energietransitie. Om u mee te nemen in de overwegingen van het college volgen er twee presentaties: Afweging tussen Europese aanbesteding en intergemeentelijke samenwerking: wat zijn de wezenlijke verschillen? Nadere kennismaking met de gemeenschappelijke regeling Blink: hoe werkt Blink in de praktijk? Europese aanbesteding of intergemeentelijke samenwerking: Henk Mogezomp van Buiten Organisatieadvies gaat in zijn presentatie op 4 januari 2021 in op: 1. lokale uitdagingen en marktontwikkelingen; 2. de organisatie van de inzameling met twee keuzemogelijkheden: aanbestedingsmodel en intergemeentelijk samenwerkingsmodel. Duiding van de verschillen, wat betekent dat voor gemeentelijke zeggenschap en organisatie? Waar moet in de modellen rekening mee worden gehouden, wat zijn organisatorische randvoorwaarden en consequenties? 3. hoofdpunten uit het samenwerkingsonderzoek met Blink: Beoordeling van de twee opties op criteria/aspecten als zeggenschap, toekomstbestendigheid, prijs/kwaliteit, uitvoerbaarheid en risico’s. Conclusies en advies.
Kennismaking met de gemeenschappelijke regeling Blink: Namens het DB van de Gemeenschappelijke regeling Blink zijn aanwezig: De heer Pernot, wethouder gemeente Nuenen en voorzitter (a.i.) van het AB en DB GR Blink De heer Vaal, directeur van de GR Blink. Zij zullen ingaan op de volgende vragen om u een beeld te geven over hoe Blink werkt: 1. Hoe werkt Blink, hoe zit de samenwerking in elkaar? a. Hoe werkt het op bestuurlijk niveau, welke rol en invloed hebben de gemeenten? Hoe blijft de gemeentepolitiek aangehaakt?
4
2.
3. 4. 5.
b. Hoe werkt het operationeel? Wat doet de private partner in Blink precies? c. Hoe werkt het in de praktijk met begrotingen, dvo’s overleggen en rapportages? Welke diensten levert Blink aan de gemeenten, hoe werkt dat? a. Wat zit er in de basis-dienstverlening, waar moet je apart voor betalen? b. Hoe werkt het met beleidsadvisering en ondersteuning? Stel dat de gemeente zou besluiten tot invoering van omgekeerd inzamelen (restafval op afstand), wat kan Blink dan voor de gemeente betekenen, welke rol in planontwikkeling, uitvoering, uitrol? Hoe kijkt Blink naar de toekomst, waar zitten de uitdagingen en opgaven? Wat kan/wil ze daarin betekenen voor gemeenten? Waarom wil Blink Son en Breugel er graag bij hebben? Geluiden vanuit de gemeenten, hoe tevreden zijn de gemeenten, waarom voor Blink gekozen?
Bijlagen: Onderzoek samenwerking Blink. Eindrapportage door Buiten organisatieadvies. Inzamelbeleid en een overeenkomst voor afvalinzameling voor 1 januari 2022 De keuzes voor de wijze van inzamelen hebben impact op de toekomstige samenwerkingsvorm. Daarbij is het uitgangspunt dat grote beleidsmatige wijzigingen (omgekeerd inzamelen of diftar) niet direct meegenomen hoeven te worden in de uitvoering en de overeenkomst vanaf 1 januari 2022. Hier zijn een aantal onderliggende redenen voor: De uitrol van een mogelijke nieuwe inzamelaar is complex. De verwachting is dat er minstens 3 maanden nodig is om alle kinderziektes te verhelpen. Het tegelijkertijd uitrollen van meerdere wijzigingen zal het aantal fouten doen toenemen. De continuïteit van de inzameling kan dan onder grotere druk komen te staan. Mogelijk leidt een systeemverandering bij een inzamelaar (welke dan ook) ook tot een uitbreidingsnoodzaak qua (type) inzamelvoertuig. Levertijden hiervan zijn tussen de 6 en 12 maanden. Onderzoek van Buiten Organisatieadvies laat zien dat recente aanbestedingen die twee systemen uitvragen (het huidige en een wijziging) complexer zijn en duurder uitvallen. Het werken met opties en varianten maakt een aanbesteding complexer en in de (huidige) markt leidt dit ertoe dat private inzamelaars onzekerheden en risico’s terug laten komen in hun prijs (prijsopdrijvend effect).
De invoering van omgekeerd inzamelen en/of diftar vraagt om een gedegen voorbereiding en gefaseerde invoering. Daar zal eerst een implementatieplan voor op moeten worden gesteld. De voorbereiding van een aanbestedingsprocedure moet uiterlijk in februari/maart 2021 starten. Er moet dan duidelijk zijn welke vraag er aan de markt gesteld wordt. Rond de mogelijke grote wijzigingen (omgekeerd inzamelen, diftar) is dit nog niet het geval. Er is in tijd onvoldoende ruimte om een goede uitvraag (bestek) voor te bereiden voor een aanbesteding die in september 2021 moet zijn afgerond. De GR Blink heeft een conceptaanbieding gedaan voor (grotendeels) de huidige dienstverlening. Bij grote beleidsmatige wijzingen moet er een nieuwe offerte komen. De gemeentelijke organisatie kan meerdere grote beleidsmatige wijzigingen op afval (inzamelen en samenwerkingsvorm) niet tegelijkertijd aan. Dit zal direct ten koste gaan van andere ambities op milieu en energietransitie en een grotere kans op fouten geven. Het aanpassen van de inzamelfrequenties zoals b.v. GFT en PMD kunnen wel meegenomen worden in zowel de Europese aanbesteding als de toetreding tot de gemeenschappelijke regeling Blink. Het gaat hier om een kleine aanpassing binnen de huidige infrastructuur. In het onderzoek van Facet is deze vraag ook meegenomen en Blink speelt hier in haar conceptaanbieding ook al op in.
5