Memo meicirculaire 2022
Tekst van het document
memo Onderwerp
: Meicirculaire 2022
Van
: Wethouder J. Boersma
Aan
: Raadsleden
Datum
: 21 juni 2022
Zaaknummer
: 1270337
De meicirculaire is op 1 juni 2022 gepubliceerd en de financiële gevolgen zijn in deze memo uitgewerkt. Hiermee informeren we uw raad over hoe deze financiële gevolgen verwerkt worden in de meerjarenbegroting 2023-2026. De gevolgen voor 2022 worden betrokken bij de tweede bestuursrapportage 2022. De meicirculaire 2022 wordt door de deskundigen op dit vakgebied als de meest ingewikkelde circulaire van de afgelopen 20 jaar genoemd. Er komen nu een aantal ontwikkelingen bij elkaar die allemaal hun vertaling krijgen in deze circulaire. Het samenvattend overzicht van de meicirculaire 2022 voor 2022 tot en met 2026: Omschrijving 2022 2023 2024 2025 2026 Stand na 24.185.98 23.226.56 23.632.21 24.324.01 25.119.82 decembercirculaire 2021 4 1 1 5 8 Meicirculaire 2022 1.616.886 3.234.186 3.418.423 3.992.314 1.752.143 25.802.87 26.460.74 27.050.63 28.316.32 26.871.97 Stand na meicirculaire 2022 0 7 4 9 1 Te oormerken meicirculaire Voogdij 18+ Inburgering Energietoeslag Uitvoeringskosten klimaatakkoord Extra capaciteit BOA's Totaal te oormerken meicirculaire Overige posten Vrijval 75% jeugdzorg coalitieakkoord Verhogen stelpost loon- en prijsbijstelling 2023-2026 Onderuitputting Rijk Realisatie stelpost BCF plafond WOZ stelpost Totaal overige posten Resultaat meicirculaire 2022
-21.825 -6.379 -346.918
-21.825 -6.379 0
-21.825 -6.379 0
-21.825 -6.379 0
-21.825 -6.379 0
-172.330
0
0
0
0
-31.607
-31.607
-31.607
-31.607
-31.607
-579.059
-59.811
-59.811
-59.811
-59.811
0
-748.625
0
0
0
0 -1.142.786 -1.679.306 -1.966.252 -1.602.532 0
-457.114
-671.722
-786.501
0
0
40.200
40.200
40.200
40.200
-130.000 -130.000 -130.000 -130.000 -130.000 -130.000 -2.438.325 -2.440.828 -2.842.553 -1.692.332 907.827
736.050
917.784
1.089.950
0
Het resultaat van de meicirculaire heeft het volgende effect op het begrotingssaldo: 2022 2023 2024 2025 2026 1.350.00 1.722.59 Begrotingssaldo 308.341 625.741 832.155 8 1 Resultaat eerste bestuursrapportage -53.000 0 0 0 0 2022 Resultaat kadernota 2022 0 -784.942 -846.876 704.005 766.148 Begrotingssaldo na kadernota 2021 255.341 -78.264 66.007 565.066 875.715 1.089.95 Meicirculaire 907.827 736.050 917.784 0 0 Begrotingssaldo na meicirculaire 1.163.16 1.655.01 657.786 983.791 875.715 2021 8 6 Herijking gemeentefonds In de meicirculaire is vanaf het jaar 2023 de herijking van het gemeentefonds verwerkt. Hiervoor geldt een ingroeipad van 3 jaar. Het maximale positieve of negatieve effect is in 2023 € 7,50 per inwoner en in 2024 en 2025 tweemaal € 15,- per inwoner, cumulatief € 37,50. Voor Son en Breugel geldt het maximale negatieve effect in 2025 van € 37,50 per inwoner. Het is nog niet bekend wat na 2025 met deze herijking gaat gebeuren. Voorlopig zijn de bedragen 2025 in deze meicirculaire structureel doorgetrokken. Vanaf 2026 gedeeltelijke toepassing normeringsmethodiek Vanaf 2026 wordt de normeringmethodiek aangepast. In 2026 wordt nog wel een compensatie voor loon- en prijsontwikkeling gegeven maar het “samen trap op en trap af” systeem wordt niet meer toegepast. Hoe de nieuwe systematiek er vanaf 2026 uit gaat zien is nu nog niet bekend.
Opschalingskorting blijft vanaf 2026 van kracht De oploop van de opschalingskorting is geschrapt voor de duur van de kabinetsperiode. Dit betekent dat de opschalingskorting zoals die al in onze berekeningen was opgenomen in de jaren 2022 t/m 2025 een voordeel geeft. Vanaf 2026 vervalt dit voordeel en blijft de opschalingskorting van cumulatief € 975 miljoen staan. Algemene uitkering is niet geoormerkt: dat is aan de gemeente De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in circulaires worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd kunnen worden. Met de betreffende teksten beoogt het Rijk niet het bestedingsdoel nader te omschrijven of middelen te oormerken. Wel is er een oorzakelijk verband: tegenover sommige mutaties staat een extra taak die aan gemeenten is overgedragen. Gemeenten moeten dus zelf inschatten welke kosten daarvoor in de begroting moeten worden opgenomen. Te oormerken in 2022 tot en met 2026 Voor de volgende onderwerpen wordt ingeschat dat er kosten voor gemaakt moeten worden en wordt dat deel van de algemene uitkering geoormerkt: Voogdij 18+ De reeds beschikbare middelen voor voogdij 18+ worden vanaf 2023 verdeeld via de reguliere maatstaven.
Hier wordt in 2022 nog een structureel bedrag aan toegevoegd voor de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2022. Inburgering De reeds beschikbare middelen voor inburgering worden vanaf 2023 verdeeld via de reguliere
pagina 2 van 4
maatstaven. Hier wordt in 2022 nog een structureel bedrag aan toegevoegd voor de leerbaarheidstoets. Energietoeslag De gemeenten krijgen de bevoegdheid om in 2022 via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Het Rijk stelt hier € 854 miljoen voor beschikbaar. Uitvoeringskosten klimaatakkoord Wij hebben eerder middelen ontvangen via de algemene uitkering voor uitvoering van het Klimaatakkoord. Omdat de uitgaven zich uitstrekken over meerdere jaren heeft uw raad bij de tweede bestuursrapportage 2021 besloten een bestemmingsreserve te vormen. Het is consequent om deze middelen nu ook te oormerken door ze in de reserve duurzaamheid te storten. Extra capaciteit BOA’s Het Rijk heeft structurele middelen beschikbaar gesteld om de handhaving en veiligheid in de openbare ruimte te vergroten door o.m. (wijk)agenten en BOA’s. Vooruitlopend op nog op te stellen beleid en te nemen maatregelen oormerken wij voorlopig deze middelen. Overige stelposten Vrijval 75% jeugdzorg coalitieakkoord Voor de jaren 2023 tot en met 2028 was afgesproken dat de gemeenten een stelpost van 75% mochten opnemen in de begroting van nog te ontvangen middelen. De compensatie 2023 is nu echter volledig gegeven, dus 100%.
Dit bedrag ramen we nu dan ook voor de volle 100% (als onderdeel van de algemene uitkering) en de geraamde stelpost komt daarmee te vervallen. Voor de jaren 2024 en volgende ramen we nog op dezelfde manier een stelpost van 75% (ongewijzigd). Loon- en prijsontwikkeling Onderdeel van de gestegen accressen is compensatie voor gestegen lonen en prijzen. Gezien de ontwikkelingen hiervan is de begroting 2023-2025 nu gebaseerd op te lage indexcijfers. Daarom nemen wij een aanvullende stelpost voor loon- en prijsontwikkelingen op. Voor 2022 achten wij dit niet noodzakelijk, omdat we nog ruim voldoende in de bestaande stelpost beschikbaar hebben. Onderuitputting Rijk Het coalitieakkoord Rutte IV is verwerkt in deze circulaire, evenals de effecten van de Voorjaarsnota. Daar zitten hogere Rijksuitgaven in als gevolg van defensie, opvang vluchtelingen, inflatie, koppeling AOW. Dat geeft ook flink hogere accressen. De accressen zijn nu zo hoog dat we daar met scepsis naar kijken. We volgen hierbij het advies van externe deskundigen om nu vanuit het voorzichtigheidsprincipe met 20% onderuitputting rekening te houden. Deze onderuitputting ramen we voor de jaren 2023 t/m 2025. Realisatie stelpost BCF plafond De ruimte onder het plafond BTW-Compensatiefonds (BCF) was groter geworden in 2021, doordat gemeenten in 2021 minder gedeclareerd hebben bij het BCF.
Voor de begroting 20232026 mogen de gemeenten maximaal uitgaan van de afrekening van 2021. Omdat de provinciaal toezichthouders hebben geadviseerd om voorzichtig te zijn met het opnemen van dit bedrag als algemeen dekkingsmiddel ramen we hiervan niet 100% maar 75%. WOZ-waarden
pagina 3 van 4
We nemen, zoals we de afgelopen jaren steeds hebben gedaan, een stelpost op voor de waardeontwikkeling WOZ. De Inkomstenmaatstaven uit de Meicirculaire gaan nog uit van peildatum 1-1-2020. In augustus 2022 wordt de WOZ-waarde geactualiseerd. We gaan uit van deze actuele cijfers, omdat we nu al weten dat dit resulteert in een neerwaartse bijstelling in de Septembercirculaire 2022.
pagina 4 van 4