CConstaterende datSon en Breugel
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2020

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente Son en BreugelBij agendapunt: Jaarverslag en jaarrekening 202036.283 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Aantal hoorzittingen

2017

16

2018

15

2019

10

2020

8

67

Juridische zaken Klachten Wanneer een burger vindt dat hij of zij door een ambtenaar of bestuurder in een bepaalde aangelegenheid niet naar behoren is behandeld, kan hij of zij een klacht indienen. Klachten worden in behandeling genomen volgens de Klachtenregeling 2009. We vinden het belangrijk om met een burger in gesprek te gaan naar aanleiding van de klacht. Daarom staat in de gemeente Son en Breugel de informele klachtenprocedure centraal. Tijdens de informele klachtenprocedure wordt contact opgenomen met de burger en wordt de klacht met de burger besproken. Slechts in enkele gevallen wordt de formele procedure opgestart. In 2020 zijn er 9 klachten ingediend die conform de klachtenregeling in behandeling zijn genomen. Onderwerp klacht

Procedure

Afgehandeld

Niet reageren op terugbelverzoeken

Informele klachtenprocedure

Ja, partijen zijn in overleg getreden en er is tot een oplossing gekomen

Behandeling van een dossier

Informele klachtenprocedure

Ja, partijen zijn in overleg getreden en er is tot een oplossing gekomen

Behandeling van een dossier

Informele klachtenprocedure

Ja, partijen zijn in overleg getreden en de vragen van de klager zijn beantwoord

Gebrekkige communicatie

Informele klachtenprocedure

Ja, partijen zijn in overleg getreden en er is tegenmoet gekomen aan het verzoek

Gedraging van een medewerker

Informele klachtenprocedure

Ja, partijen zijn in overleg getreden en er is tot een oplossing gekomen

Gang van zaken tijdens de procedure

Informele klachtenprocedure

Ja, partijen zijn in overleg getreden en er zijn afspraken gemaakt

Behandeling van een dossier

Formele klachtenprocedure

Ja, de formele klachtenprocedure is opgestart, maar daarna heeft de klager laten weten de klacht niet door te willen zetten

Lang wachten op afhandeling van verzoek

Informele klachtenprocedure

Nee, partijen zijn nog in overleg

Gebrekkige communicatie

Informele klachtenprocedure

Nee, partijen zijn nog in overleg

Wob-verzoeken Ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan. Het uitgangspunt van de Wob is dat alle overheidsinformatie openbaar is, tenzij er uitzonderingsgronden van toepassing zijn op grond van de Wob of andere wetgeving.

68

Het afhandelen van verzoeken in het kader van de Wob kan veel tijd in beslag nemen. De informatie waar naar wordt gevraagd moet worden verzameld en er moet worden bekeken of er uitzonderingsgronden van toepassing zijn. Een beslissing op een Wob-verzoek moet binnen vier weken gerekend vanaf de dag na die waarop het verzoek is ontvangen worden genomen. Deze beslistermijn kan eenmalig gemotiveerd met vier weken worden verlengd. Zeker bij omvangrijke Wobverzoeken is de beslistermijn kort. Vanaf 1 oktober 2016 is de Wet Dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen niet meer van toepassing op de Wob. Dit betekent echter niet dat er niet tijdig een beslissing moet worden genomen. Bestuursorganen blijven verantwoordelijk voor een tijdige beslissing op Wobverzoeken. Als dat niet gebeurt, kan er rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de rechter. In 2020 zijn er 8 Wob-verzoeken ontvangen. In 2019 waren dit er 14. Contractenbank In Contractenbank moeten alle contracten worden opgenomen die binnen de gemeente Son en Breugel zijn overeengekomen. Via Contractenbank kan worden bijgehouden wanneer een contract afloopt en wanneer een contract eventueel moet worden verlengd. Wanneer een contract dreigt af te lopen, wordt er een signalering gestuurd naar de betrokken medewerkers. Deze medewerkers weten dan dat het contract binnenkort afloopt en dat daar wellicht iets mee moet gebeuren.

Op deze wijze beogen we de juridische – en daarmee samenhangende financiële – risico’s nog verder te verminderen. Mandaten De mandatenlijst wordt periodiek nagekeken en waar nodig aangepast. De mandaten voor de Dienst Dommelvallei worden binnen de dienst beoordeeld. Juridisch overleg Dienst Dommelvallei De juristen van de gemeenten Son en Breugel, Nuenen c.a. en Geldrop-Mierlo en een afgevaardigde van de Dienst Dommelvallei hebben periodiek over uiteenlopende (juridische) onderwerpen. Daarnaast worden zaken besproken die door alle 4 de organisaties kunnen worden geharmoniseerd.

Jaarverslag bestuurlijke en ambtelijke integriteit 2020 Jaarverslag bestuurlijke en ambtelijke integriteit 2020 Meldingen bestuurlijke integriteit In 2020 zijn geen meldingen vermoeden van integriteitsschendingen door politiek ambtsdragers, zoals bedoeld in het “Protocol vermoedens integriteitsschendingen politiek ambtsdragers gemeente Son en Breugel 2012”, ingediend. Tweejaarlijkse themabijeenkomst integriteit Volgens het in 2015 vastgestelde Beleidskader integriteit gemeente Son en Breugel vindt iedere twee jaar een themabijeenkomst integriteit plaats voor raads- commissie- en collegeleden. De laatste bijeenkomst vond in december 2018 plaats, zodat eind 2020 een nieuwe bijeenkomst op de planning stond. Op 18 november 2020 besloot het presidium de volgende themabijeenkomst uit te stellen tot in 2021. De reden hiervoor is dat een dergelijke bijeenkomst bij voorkeur in fysieke vorm plaats dient te vinden en dit, gelet op de coronamaatregelen, in 2020 zeker niet mogelijk zou zijn. De bijeenkomst in 2021 wordt in principe georganiseerd door bureau Necker van Naem. Meldingen vermoeden misstand Ingevolge de Regeling melding vermoeden misstand wordt jaarlijks een rapportage opgesteld over de uitvoering van deze regeling, waarin in geanonimiseerde vorm gerapporteerd wordt over het aantal en de aard van de meldingen van een vermoeden van een misstand.

In 2020 zijn dergelijke meldingen niet ontvangen; nog intern noch bij het externe meldpunt, de Afdeling onderzoek van het Huis voor Klokkenluiders.

69

Maatschappelijk verantwoord inkopen 1. Inleiding Het Adviespunt Social Return (ASR) voert de monitoring en advisering uit met betrekking tot inkoop van de gemeente waaraan een verplichting social return is gekoppeld. De betrokkenheid van het ASR start idealiter bij het formuleren van de inkoopstrategie. We overleggen met de inkoper (bij grotere opdrachten vaak medewerkers van inkoopadviseur Bizob) of het verbinden van een bijzondere voorwaarde als social return aan de opdracht passend is. Op grond van een Europese richtlijn en de Nederlandse aanbestedingswetgeving is dit toegestaan, mits het proportioneel is. Na gunning van de opdracht registreert het ASR de social return verplichting in de monitor (WIZZR) en meldt dit bij de opdrachtnemer. Het ASR begeleidt en adviseert de opdrachtnemer desgewenst bij de juiste toepassing van de regels en het correct opvoeren van de activiteiten in de monitor. De opdrachtnemer blijft ten alle tijden zelf verantwoordelijk voor de invulling. Het ASR verwijst actief door naar de gemeente, het Werkgeverservicepunt en andere partijen die inzet van de doelgroep social return faciliteren. Indien gedurende de looptijd van het project niet of onvoldoende wordt gerealiseerd, onderneemt het ASR actie naar opdrachtnemer en naar de gemeente. Na afloop van het project controleert het ASR of aan de verplichting is voldaan.

Het Adviespunt maakt voor haar diensten gebruik van de monitor-tool WIZZR. Dit systeem wordt door vrijwel alle coördinatoren social return in de arbeidsmarktregio’s Noordoost- en Zuidoost-Brabant gebruikt. Hierdoor is het mogelijk om: • opdrachtnemers zelf verantwoordelijk te maken voor het opvoeren van hun activiteiten; • deze data via een AVG-proof methode in het systeem te krijgen (privacywetgeving); • dubbele invoer van gegevens op meerdere projecten in deze regio’s te ondervangen; • de gemeentelijk contactpersoon kan real-time de ontwikkeling van de projecten in de eigen gemeente volgen; • een totaaloverzicht te geven van de lopende en afgeronde projecten en de waarde die daarmee gecreëerd is. 2. Voortgang gemeente Son en Breugel 2020 De uitvoering van social return binnen de gemeente Son en Breugel heeft gedurende 2020 een forse impuls gekregen. Er is grote vooruitgang geboekt bij zowel de te realiseren waarde als in de ingevulde waarde social return. Uiteraard hangt dit samen met de groei van het aantal projecten waarop social return van toepassing wordt verklaard. Door een gezamenlijke inspanning van de gemeente, de inkoper(s) van Bizob en het ASR is 2020 een succesvol jaar geworden. Ook in het laatste kwartaal van 2020 zijn er nieuwe projecten in beeld gekomen, 2021 belooft het succes van 2020 dan ook voort te zetten.

In de bijlage ‘Social Return Son en Breugel in één oogopslag’ zijn alle kerngegevens overzichtelijk gepresenteerd. Een groei van 18 naar 25 projecten, een overzicht van de wijze waarop rechtstreeks mensen betrokken worden in het arbeidsproces (16) en het aantal en de omvang van sociale inkopen (inkoop bij sociale ondernemingen en/of inzet van een certificaat). Er is inmiddels een cyclus ontstaan waarbij steeds nieuwe projecten worden aangemeld en projecten succesvol worden afgerond. Inmiddels is in de loop van 2020 € 170.347, - aan te realiseren social return waarde toegevoegd. Een toename van 54% ten opzichte van de eindstand in 2019. In onderstaande figuur 1 is de ontwikkeling tussen ultimo 2019 tot en met het laatste kwartaal van 2020 gepresenteerd. Er is in 2020 voor een waarde van 94.265, - aan social return gerealiseerd, een stijging van 30%. Het aantal personen uit de doelgroep die betrokken zijn bij de projecten is gestegen van 12 naar 16.

70

In het vierde kwartaal van 2020 is het aantal projecten gestegen van 21 naar 25, daaraan is een bedrag van € 486.073, - te realiseren waarde social return verbonden. Van dat bedrag is al € 405.735, - gerealiseerd en resteert nog € 80.338, -. Van de 25 projecten zijn er 14 afgerond, 11 projecten zijn nog in uitvoering. Daarnaast participeert de gemeente in een aantal regionaal ingekochte projecten. Veelal gaat het om raamovereenkomsten, waarbij de inkoopwaarde per projectpartner aan het eind van het jaar wordt vastgesteld door de contractmanager. In het vierde kwartaal van 2020 zijn daar ook de eerste resultaten bekend geworden. Deze zijn weergegeven in paragraaf 3.

Inmiddels is over een inkoopwaarde van € 10,2 miljoen de voorwaarde social return verbonden. Gemiddeld werd daaraan een verplichting van 4,75 % social return gekoppeld. Dit percentage is licht gedaald door het toevoegen van een aantal projecten waar een (fors) lager percentage dan 5% is opgelegd. Een gematigd social return percentage wordt opgelegd als dat ten opzichte van de werkzaamheden proportioneel is1. Toevoegen van vier nieuw projecten leidt tot een verhoging van de in te vullen waarde social return met €11.781,-. In het vierde kwartaal is door opdrachtnemers voor ruim € 48 duizend aan activiteiten opgevoerd binnen de projecten.

71

Er zijn enige mutaties tussen de categorieën in het vierde kwartaal. Opdrachtnemers kunnen gedurende de looptijd andere personen uit de doelgroep koppelen aan een project. Veelal hebben opdrachtnemers meerdere projecten lopen, zij zoeken de meest optimale verdeling van social return waarde tussen de projecten. Soms worden trajecten van medewerkers op een ander project ingezet en wordt er een alternatieve invulling ingezet. Elke alternatieve invulling wordt overigens getoetst door het Adviespunt.

2 Onder andere invulling door de Prestatieladder Socialer Ondernemen. Een certificaat waarbij gemeten wordt in hoeverre een opdrachtnemer invulling geeft aan de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Er zijn 4 niveaus te behalen (aspirant tot en met trede 3). Behalen van een bepaald niveau geeft recht op een korting (tot 100% vanaf trede 2) van de in te vullen waarde social return. 3 Een tweetal HBO-stagiaires zijn in het verleden opgevoerd als invulling social return. In het huidige beleid is dit niet meer mogelijk, het betreft de invulling van een oude opdracht die reeds is afgerond.

72

Uit tabel 3 en figuur 3 wordt duidelijk dat de opdrachtnemers van de gemeente Son en Breugel social return met name invullen via trajecten met de doelgroep Leerlingen middelbaar beroepsonderwijs tot startkwalificatieniveau (39%), Participatiewet (33%) en gedeeltelijk arbeidsgehandicapten WIA/WAO/Wajong (17%). Er is een behoorlijke spreiding over de verschillende doelgroepen. Effect PSO-certificaat op aantallen: Doordat een deel van de invulling social return binnen de gemeente Son en Breugel plaatsvindt door de inzet van een PSO-certificaat is het aantal doelgroepmedewerkers dat verbonden is met social return waarschijnlijk groter dan de hierboven getoonde 18 personen. Effect WIZZR en privacywetgeving op aantallen Doelgroepregister Banenafspraak: Binnen WIZZR dient een opdrachtnemer een keuze te maken onder welke doelgroep een ingezette medewerker valt. Daarbij wordt gekozen voor de regeling waar deze medewerkers tot het moment van inzet onder vallen. In – uitzonderlijke gevallen – waar geen regeling is, maar wel opname in het Doelgroepregister, wordt gekozen voor ‘Doelgroepregister’. Het is niet mogelijk om bijvoorbeeld te kiezen voor en Participatiewet én Doelgroepregister (ook al komt deze combinatie wel voor).

Omdat het ASR in verband met geldende privacywetgeving niet beschikt over de sofinummers kunnen we in de gerapporteerde groep niet nagaan wie naast de opgevoerde regeling tevens een registratie Doelgroepregister heeft. Dit geldt sowieso wél voor de groep WAO/Wajong en VSO/Pro en zeer waarschijnlijk voor ook een deel van de groep Participatiewet. De systematiek van WIZZR maar zeker de vereisten vanuit de Algemene Verordening Gegevensbescherming maken het dus lastig het totaal in beeld te brengen. 3. Actuele situatie op projectniveau gemeente Son en Breugel 2020 KW4 De actuele situatie is als volgt (zie bijlage voor detailinformatie). • Lopende projecten Son en Breugel: er zijn op dit moment 11 actieve projecten met een te realiseren waarde van € 176.026,- waarvan tot eind KW4 2020 de realisatie € 65.169,- bedraagt (prognose). In het vierde kwartaal zijn vier nieuwe projecten geactiveerd in de monitor: - Renovatie MFA De Boerderij, Stam en De Koning (BIZOB-2020-SON-DTI-00588); - Graskanten steken, Ploegmakers Cultuurtechniek (1510 121733); - Maaien gazons en sportvelden, Ploegmakers Cultuurtechniek (1510 121736); - Hagen knippen, Donkergroen. • Lopende regionale projecten: Regionale projecten waarbij de gemeente Son en Breugel één van de opdrachtgevers is. De cijfers laten de te realiseren en gerealiseerde waarde zien van de gehele opdracht. Het betreft dus cumulatieve cijfers.

Het is niet mogelijk om de waarden uit te splitsen per deelnemende opdrachtgever (gemeente). De ‘te realiseren waarde’ is een inschatting op basis van de verwachting bij de start van het project. Het ASR is afhankelijk van het aanleveren van de daadwerkelijk gerealiseerde omzet door de contractmanagers van deze projecten. De verwachting is dat data over de omzet eind van het eerste kwartaal van 2021 beschikbaar is. Op dat moment kan er ook een meer gedetailleerde rapportage opgesteld worden.

73

• •

•

Afgeronde projecten: in totaal zijn er 14 projecten afgerond. In het vierde kwartaal is één project afgerond: - Realisatie Slowlane fase 2 en 3 Son en Breugel, BAM Infra Regionaal Zuid. Te verwachten projecten gemeente Son en Breugel4: het gaat hier om projecten die mogelijk in aanmerking komen voor social return en waarover contact is geweest tussen Bizob en het ASR. Op deze projecten is een positief advies gegeven voor opleggen van een SR-opgave. Na afronding van de inkoopstrategie en gunningsfase zullen deze projecten opgenomen worden in de SR-monitor. 1. Re-integratiediensten Nuenen (samen met gemeente Nuenen); 2. Software sociaal domein Te verwachten regionale projecten (2): het gaat hier om projecten die mogelijk in aanmerking komen voor social return en waarover contact is geweest tussen Bizob en het ASR. Op deze projecten is een positief advies gegeven voor opleggen van een SR-opgave. Na afronding van de inkoopstrategie en gunningsfase zullen deze projecten opgenomen worden in de SRmonitor. 1. WMO Hulp in de huishouding; 2. WMO Dagbesteding en begeleiding

Adviespunt Social Return, februari 2021 In oktober 2020 is een actie gestart om alle te verwachten projecten van de gemeente Son en Breugel te actualiseren. Dit doet het ASR in samenwerking met de gemeente en Bizob. Gemeente Son en Breugel, jaarrapportage 2020 Toelichting bijlage De bijlage is opgesplitst in twee onderdelen: • Lopende projecten, opdrachten die nog in uitvoering zijn. - De opdrachtnemer is nog bezig met de opdracht en de social return verplichting is nog niet (volledig) ingevuld. - De opdrachtnemer is nog bezig met de opdracht, de social return verplichting is al ingevuld op basis van voorgenomen activiteiten, maar nog niet gecontroleerd door het Adviespunt5 • Afgeronde projecten, opdrachten die beëindigd zijn door de opdrachtnemer en waarvan de social return inzet is gecontroleerd. Projecten zijn afgerond en gearchiveerd in WIZZR. Per project wordt een overzicht getoond van invullingsmogelijkheden en per invullingsmogelijkheid: - wat de prognose is: ‘te realiseren waarde’; - de feitelijke invulling: ‘gerealiseerde waarde’ en - de inzet van doelgroepmedewerkers ‘gerealiseerde aantallen’. Invullingsmogelijkheden social return in WIZZR: • Detacheringen (factuur): detachering die op basis van een factuur in rekening wordt gebracht. Vaak een groepsdetachering (gekoppeld aan ureninzet van de doelgroep, niet aan individuele personen).

Daarom kunnen deze niet geteld worden als plaatsingen. Bij geen vermelding doelgroep wordt deze soms geregistreerd als ‘onbekend’. • Detacheringen (personen): een detachering op individueel niveau. Een specifieke medewerker wordt geplaatst bij de opdrachtnemer. • Diensten door SW/ gemeentelijke instelling: opdrachtnemer neemt diensten af bij een sociale onderneming (SW of 30+), denk aan schoonmaak- (bv een directiekeet) of groenwerkzaamheden.

74

• • • • •

Leerwerkplekken: trajecten voor leerlingen uit het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) of Praktijkonderwijs. Opleidingsplekken/ stages: betreft de inzet van leerlingen uit het middelbaar beroepsonderwijs (Mbo) niveau 1 of 2; beroepsbegeleidende leerweg (BBL) of beroeps opleidende leerweg (BOL). PSO - Certificaat van een hoofdaannemer: invulling van de social return verplichting door een certificaat Prestatieladder Socialer Ondernemen van de opdrachtnemer. Vacatures/ banen: Rechtstreeks in dienst nemen van een persoon uit de doelgroep social return. Inkoop bij een sociale ondernemer: opdrachtnemers besteden werk uit bij een sociale onderneming.

Voorbeeld: de opdrachtnemer neemt een doelgroepmedewerker in dienst met een jaarcontact bij de start van het project. Het ASR zal na afronding van de opdracht verifiëren of deze medewerker ook daadwerkelijk de gehele periode in dienst is geweest tegen de loonsom (of blokwaarde) die is opgegeven in de prognose

75

76

77

78

79

80

81

Paragrafen

82

Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen.

Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan: • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur); • de Invorderingswet 1990; • de Gemeentewet; • diverse uitvoeringsbesluiten. De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we de tarieven van de gemeentelijke belastingen en/of leges verlagen; • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies; • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren. In overeenstemming met de beleidsuitgangspunten, bepaald in de Kadernota, worden de tarieven over 2020 als volgt aangepast: • Voor de OZB zijn de tarieven verlaagd om de waardeontwikkeling te compenseren. Daarna is de inflatiecorrectie van 2,5% toegepast.

Tenslotte zijn de tarieven als volgt verhoogd; o OZB eigenaren woningen: verhoogd met 2%; o OZB gebruikers niet-woningen: verhoogd met 3%; o OZB eigenaren niet-woningen: verhoogd met 8%; • Leges en tarieven zijn verhoogd met de inflatiecorrectie (2,5%); • De leges en tarieven in titel 2 van de tarieventabel (omgevingsvergunningen) zijn bovenop de inflatiecorrectie verhoogd met 3%; • De tarieven voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn gebaseerd op 100% kostendekkendheid waarbij rekening is gehouden met een zo reëel mogelijke inschatting van zowel de baten- als de lastenontwikkeling binnen het meerjarenperspectief 2020-2023. Definitieve (formele) vaststelling van de diverse belastingtarieven heeft plaats gevonden door vaststelling van de belastingverordeningen tijdens de behandeling in de raadsvergadering van 7 november 2019.

Onroerendezaakbelastingen (OZB) We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen (OZB): • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De tarieven voor 2020 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden zodat er sprake is van een gelijkblijvende opbrengst. De inflatiecorrectie, areaaluitbreiding en de tariefaanpassing leiden tot een hogere opbrengst.

Afvalstoffenheffing De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval.

83

De tarieven voor afvalstoffenheffing zijn in 2020 gestegen met 6%.

Rioolheffing Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. We streven er naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen. Per 1 januari 2020 is de gedifferentieerde rioolheffing ingevoerd. De differentiatie bestaat uit een afvalwater- en hemelwatercomponent. De afvalwaterheffing is een gebruikersheffing. De hemelwaterheffing is een eigenarenheffing. De hemelwaterheffing is een heffing met een vast bedrag van € 50,- voor de komende 10 jaren. Doel van de differentiatie van de rioolheffing en het invoeren van de hemelwaterheffing is om bewoners en bedrijven mee te laten werken aan het klimaatbestendig maken van hun omgeving en goed gedrag te belonen in de vorm van een financieel voordeel. De invoering van de gedifferentieerde rioolheffing is succesvol verlopen. Doordat de nadruk lag op persoonlijk contact, meedenken en maatwerk zijn op één na alle bezwaren en verzoeken informeel afgehandeld.

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven en heffingen wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De tarieven mogen dus hoogstens kostendekkend zijn. Daarnaast moeten we de beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan deze berekeningen vermelden en de manier waarop we deze uitgangspunten bij de tariefstellingen hanteren. Met onderstaande tabel verantwoorden we of de heffingen (afvalstoffenheffing en rioolheffing) inderdaad kostendekkend zijn geweest, ofwel of de werkelijke baten de gerealiseerde lasten niet hebben overschreden. Per heffing worden de totale baten en lasten en het gerealiseerde dekkendheidspercentage weergegeven. Dekkendheid rioolheffing

2020

Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering

658.902

Kapitaallasten

228.139

Mutatie voorziening

65.464

Totaal kosten riolering taakveld 7.2

952.505

Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

172.645

Kwijtschelding taakveld 6.3

24.379

Straatreiniging taakveld 2.1

68.554

Watertaken taakveld 5.7

38.986

BTW taakveld 0.11*

132.829

Totaal toerekenbaar

437.393

Totaal lasten

1.389.898

Opbrengst rioolheffing

1.355.773

Overige opbrengsten

34.125

Baten totaal taakveld 7.2

Dekkendheidpercentage riool

1.389.898

100%

*De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het Btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de Btw compensabel en werd tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd.

84

Dekkendheid afvalstoffenheffing

2020

Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat

511.411

Lasten overige afvalstromen

998.072

Kapitaallasten Mutatie voorziening* Totaal kosten afval taakveld 7.3

3.088 -35.781 1.476.790

Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

91.632

Kwijtschelding taakveld 6.3

34.951

BTW taakveld 0.11**

308.064

Totaal toerekenbaar

434.647

Totaal lasten

1.911.437

Baten afvalstoffenheffing taakveld 7.3

1.474.616

Baten milieustraat Baten overige afvalstromen Baten totaal

Dekkendheidpercentage afval

94.505 32.852 1.601.973

85%

*De mutatie voorziening staat op € 35.781,-. Dit komt omdat de stand van de voorziening per 31-12-2019 € 35.781,- bedroeg. Omdat de voorziening afval niet toereikend was voor het gehele negatieve resultaat op de gesloten exploitatie afval is € 309.465,- ten laste gebracht van de algemene dienst. **De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het Btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de Btw compensabel en werd tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd.

Kostendekkendheid leges Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. Kostendekkendheid leges Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden. Per hoofdstuk van de legesverordening 2019, is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de gerealiseerde baten en lasten. Hoofdstukken die niet zijn opgenomen in de plaatselijke legesverordening, zijn niet opgenomen in onderstaande tabel(len).

Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend moet zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk, mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren. In onderstaande overzichten zijn per hoofdstuk en per titel de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend.

85

De salarislasten en overhead in titel 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald. Baten

Salaris Overhead Lasten Percentage

Burgerlijke stand

-19.569

31.208

30.000

792

32%

Reisdocumenten

-51.218

83.221

80.000

21.700

28%

Hoofdstuk 3

Rijbewijzen

-85.083

65.883

63.334

29.088

54%

Hoofdstuk 4

Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen

-4.845

31.208

30.000

2.201

8%

Hoofdstuk 7

Bestuursstukken

-

-

-

-

Hoofdstuk 8

Vastgoedinformatie

-5

6.935

6.667

4.151

0%

Hoofdstuk 9

Overige publiekszaken

-18.737

34.675

33.333

12.266

23%

Hoofdstuk 10

Gemeentearchief

-

6.935

6.667

-

0%

Hoofdstuk 11

Huisvestingswet

-

-

-

-

Hoofdstuk 12

Leegstandswet

-

6.935

6.667

-

0%

Hoofdstuk 16

Kansspelen

-

10.403

10.000

-

0%

Hoofdstuk 17

Telecommunicatie

-783

6.935

6.667

-

6%

Hoofdstuk 18

Verkeer en vervoer

-22

10.403

10.000

3.044

0%

Hoofdstuk 19

Kinderopvang

Hoofdstuk 20

Diversen

Titel 1

Algemene dienstverlening

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2

Totaal titel 1

-

6.935

6.667

-

0%

-5.537

20.805

20.000

594

13%

-185.797 322.481

310.001

73.835

26%

De salarislasten en overhead in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst. Baten

Salaris Overhead Lasten Percentage

Titel 2

Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen

Hoofdstuk 1

Begripsomschrijvingen

Hoofdstuk 2

Schetsplan / Conceptaanvraag omgevingsvergunningen / Verzoek principebesluit

Hoofdstuk 3

Omgevingsvergunning

-801.133 304.650

292.860 147.040

Hoofdstuk 4

Vermindering

-

-

-

-

Hoofdstuk 5

Teruggaaf

-

-

-

-

Hoofdstuk 6

Intrekking omgevingsvergunning

-

-

-

-

Hoofdstuk 7

Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project (vervallen)

-

-

-

-

Hoofdstuk 8

Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

-

-

-

-

Hoofdstuk 9

Sloopmelding (vervallen)

-

-

-

-

Hoofdstuk 10

In deze titel niet benoemde beschikking

-

-

-

-

Totaal titel 2

-

-

-

-

-7.164

-

-

-

-808.298 304.650

292.860 147.040

108%

109%

De salarislasten en overhead in titel 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken.

86

Baten Titel 3

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

Hoofdstuk 1

Horeca

Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

Salaris Overhead Lasten Percentage

-2.373

6.935

6.667

-

Seksbedrijven

-

-

-

-

Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning

-

-

-

-

Hoofdstuk 5

Marktstandplaatsen

-

6.935

6.667

-

0%

Hoofdstuk 6

Winkeltijdenwet

-

6.935

6.667

-

0%

Hoofdstuk 7

In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

-

3.468

3.333

-

0%

-2.373 24.273

23.333

0

5%

Totaal titel 3

17%

Marktgelden Marktgelden worden geheven van degene die een standplaats inneemt (of van degene aan wie een standplaats is toegewezen) op de wekelijkse warenmarkt. Marktgelden zijn afhankelijk van het aantal strekkende meters frontlengte van de standplaats. Het tarief is in 2020 verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie (2,5%).

Precariorechten Precario is een heffing op het gebruik van gemeentegrond. Voor veel ondernemers is 2020 een economische zwaar jaar geweest. De horeca heeft in 2020 gedurende lange tijd haar deuren gesloten moeten houden. Bij het stapsgewijs vrijgeven van de samenleving mochten in eerste instantie alleen de terrassen weer open waarbij de rendabiliteit van de horecabedrijven nog steeds onder grote druk stond. Daarom heeft de gemeente Son en Breugel, waar mogelijk, de horeca gefaciliteerd. Zo kon het oppervlak van de terrassen worden uitgebreid om de gevolgen van de 1,5m maatregel enigszins op te vangen. De uitbreiding van de terrassen is een eenmalige en tijdelijke maatregel geweest waarover geen precario verschuldigd was. Voor de reeds bestaande terrassen is eveneens besloten om de precario niet te heffen.

Kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen Als mensen de verschuldigde belasting niet kunnen betalen (of met buitengewoon bezwaar), komen zij wellicht in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In het kader van de administratieve lastenverlichting voor de inwoners, toetsen we bij het inlichtingenbureau indien eerder kwijtschelding verleend is of er geen belemmering is voor het verlenen van automatische kwijtschelding. Bij geen belemmering verlenen we automatische kwijtschelding. De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend; • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • OZB; • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing.

87

Overzicht tarieven 2018

2019

2020

OZB Eigenaar Woning

0,0897%

0,0894%

0,0881%

OZB Eigenaar Niet-woning

0,1454%

0,1506%

0,1649%

OZB Gebruiker Niet-woning

0,1300%

0,1346%

0,1407%

Afvalstoffenheffing 1-persoonshh

155,04

163,44

173,28

Afvalstoffenheffing meer-pers.hh

194,28

204,96

217,20

Reinigingsrechten

182,28

198,69

210,84

Rioolheffing t/m 500m3

150,00

153,00

132,60

Rioolheffing eigenaar

Nvt.

Nvt.

50,00

Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2020 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel

Nuenen

Eindhoven

Best

Geldrop-Mierlo

OZB eigenaar woning

0,0881%

0,1332%

0,11677%

0,0906%

0,0778%

OZB eigenaar niet-woning

0,1649%

0,2274%

0,30156%

0,1922%

0,1610%

OZB gebruiker niet-woning

0,1407%

0,1826%

0,21892%

0,1543%

0,1308%

Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden)

217

354

319

263

321

Rioolheffing

133

204

144

172

188

(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde.

Ontwikkeling lokale lastendruk Jaar WOZ-waarde Wijziging WOZ-waarde

2018

2019

2020

289.000

306.000

328.000

5,86%

5,88%

7,19%

OZB

259

274

289

Afvalstoffenheffing (meerpersoons)

194

205

217

Rioolheffing (gebruiker)

150

153

133

Rioolheffing (eigenaar) Totaal % wijziging lasten t.o.v. t-1

0

0

50

603

632

689

4,80%

9,00%

88

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf geven we de financiële robuustheid van de gemeente weer. Onder weerstandsvermogen wordt in algemene zin verstaan de mogelijkheid om tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen betreft de relatie tussen: • (Beschikbare) weerstandscapaciteit: De middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken. • Benodigde weerstandscapaciteit: Risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de gemeente. Het betreft risico’s die eenmalig onverwacht kunnen optreden en geen normale bedrijfsvoeringsrisico’s zijn. Coronavirus De gevolgen van de coronacrisis zijn zorgvuldig in kaart gebracht. De conclusie is dat het risico “crisisbeheersing” (7) voor onze organisatie niet aangepast hoeft te worden als gevolg van de pandemie.

Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's In de raadsvergadering van 21 maart 2013 heeft de raad de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. In de nota wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: • De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen; • De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit worden de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves buiten beschouwing gelaten; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt, zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld, ofwel extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.

In de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ is uitvoerig ingegaan op het wettelijk kader, de inventarisatie van de risico’s en de weerstandscapaciteit. De beleidsconclusies zijn hierboven weergegeven. In deze jaarrekening heeft een actualisatie plaatsgevonden van de weerstandscapaciteit, de risico’s en het weerstandsvermogen.

Top 15 inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico’s toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde in € = percentage ‘Kans’ x ‘Gevolg in €’ Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren, wordt gerekend met een zekerheidspercentage van 90%. Hieronder treft u de top 15 van grootste risico's aan.

89

Risico 1. Jeugdzorg 2. CMD algemeen

Kans in %

Kans in €

90%

375.000

337.500

Risicowaarde

Concrete

berekening

250.000

3. Wolfswinkel

50%

375.000

187.500

4. Cybercriminaliteit

50%

375.000

187.500

5. Algemene uitkering gemeentefonds

70%

175.000

122.500

6. Attero compensatieovereenkomst

90%

132.434

119.191

7. Crisisbeheersing

10%

1.000.000

100.000

8. Dienst Dommelvallei

Concrete

berekening

65.340

9. GGD Brabant Zuidoost

Concrete

berekening

55.673

10. Inkoop en aanbesteding

70%

75.000

52.500

11. Vennootschapsbelasting

30%

175.000

52.500

12. Fiscaliteit

30%

175.000

52.500

13. Beveiligingsincident

70%

75.000

52.500

14. Algemene verordening gegevensbescherming

10%

375.000

37.500

15. Verkiezingen

50%

75.000

37.500

Subtotaal top 15

1.710.204

Overige risico's

453.384

Risico's onvoorzien

250.000

Totaal

2.413.588

Risico's t.b.v. zekerheidspercentage 90%

2.172.229

Twee keer per jaar worden de risico’s opnieuw geïnventariseerd en berekend. Bijzonderheden, de nieuwe risico's en de risico's die niet meer in de top 15 voorkomen worden hieronder kort toegelicht.

Nieuwe risico's top 15 Er zijn geen nieuwe risico's opgenomen in de top 15. Er hebben wel enkele verschuivingen plaatsgevonden binnen de top 15. Verdwenen risico's top 15 De top 15 is gelijk gebleven, er zijn geen risico's verdwenen uit de top 15.

Top 15 risico's 1. Jeugdzorg Door incidenten (crisis of gesloten jeugdzorg) of nieuwe cliënten met complexe jeugd casuïstiek bestaat het risico dat er beroep wordt gedaan op de zwaardere en duurdere jeugdzorg, zonder dat dit begroot is. Ook kunnen we achteraf geconfronteerd worden met kosten als gevolg van directe verwijzers als huis- en jeugdartsen en gecertificeerde instellingen. Deze medische verwijsroute is wettelijk ingeregeld. Een ander risico betreft de kosten van aanbieders die tot 5 jaar na inzet zorgaanbod mogen nafactureren. Deze verplichtingen zijn in kaart gebracht maar gelden voor 1 jaar, waardoor eventueel nafacturering van de andere jaren kan drukken op de lopende begroting. Beheersmaatregel Door preventief en integraal samen te werken zet het CMD doorlopend in op effectiviteit. Vroegtijdig signaleren biedt ruimte om zo licht mogelijk en zo zwaar als nodig ondersteuning in te zetten. Met zorgaanbieders en huisartsen zijn afspraken gemaakt over verwijzingen, zodat het CMD hier zo veel mogelijk grip op krijgt. Sinds 2020 wordt er voor de meeste jeugdzorgproducten gewerkt met uur- in plaats van maandtarieven. Hierdoor kan beter gestuurd worden op de frequentie en doorlooptijd van zorg. Daarnaast zijn voor 2021 met een aantal belangrijke aanbieders van hoogcomplexe zorg vaste afspraken gemaakt over wat zij betaald krijgen.

Hierdoor is er meer zekerheid over de uitgaven aan een deel van de hoogcomplexe jeugdzorg.

90

2. CMD algemeen In 2019/2020 heeft door K2 een onderzoek naar het CMD plaatsgevonden. In de rapportage (april 2020) zijn diverse problemen blootgelegd en aanbevelingen gedaan. Twee van de aanbevelingen zijn in 2020 opgepakt, de analyse naar de 10% duurste casussen en het opstellen van een nieuwe visie op het CMD. Dat laatste is opgepakt door een Raadswerkgroep en heeft geleid tot een door de raad vastgesteld visiedocument waarbij de bedoeling van het Cmd is geherformuleerd. De aanbevelingen van K2 inclusief de hernieuwde visie leiden tot een verandertraject. Dat traject is inmiddels in gang gezet en wordt in 2021 afgerond. We gaan er vanuit dat het verandertraject leidt tot een reductie van de uitgaven en het beroep op de voorzieningen. Het verandertraject en het opvolgen van de aanbevelingen kost echter tijd, we hebben geen garanties dat de aanpak daadwerkelijk leidt tot kostenbesparing en we zien nog steeds een ontwikkeling van toenemende vraag. Daarnaast brengen de coronamaatregelen met zich mee dat het lastig te meten is wat de structurele gevolgen zullen zijn van de opgevolgde aanbevelingen. Beheersmaatregel Het verandertraject dient te leiden tot een integrale aanpak waarin we de aanbevelingen in samenhang laten terugkomen, om zo de slagingskans zo groot mogelijk te maken. We blijven monitoren en anticiperen op de trends waaronder de stijgende hulpvraag.

We betrekken daarbij de medewerkers en de netwerkpartners van het CMD bij het opvolgen van de aanbevelingen waaronder de uitwerking van de visie. Tegelijkertijd blijven we onze inwoners adequaat ondersteunen bij hun hulpvraag. Dat vraagt het nodige van de medewerkers binnen het Cmd. De formatie dient daarbij op orde te zijn om zowel het verandertraject goed te kunnen doorlopen als ook onze inwoners adequaat te ondersteunen. 3. Wolfswinkel Meerjarig gezien is er geen sluitende exploitatie van de begraafplaats. Hierdoor is een negatief eigen vermogen ontstaan. De gemeente loopt het risico dat de stichting begraafplaats en uitvaartcentrum Wolfswinkel niet in staat is aan haar aflossingsverplichting te voldoen. Beheersmaatregel Er is meerjarig gezien geen sluitende exploitatie van de begraafplaats geweest. De realisatie van een crematorium wordt onderzocht om een sluitende exploitatie te realiseren. De gemeente is voor 50% deelgenoot in de stichting en heeft voor de gebouwen exploitatieleningen verstrekt. De jaarlijkse rente en aflossing lasten bedragen € 30.000,- per jaar. Daarnaast is de onderhoudsvoorziening van de panden op de begraafplaats niet op het niveau om het noodzakelijke onderhoud uit te voeren. 4. Cybercriminaliteit Cybercriminaliteit is criminaliteit met ICT als middel én doelwit. Cybercriminaliteit is veelvoorkomend.

Er zijn verschillende vormen van cybercriminaliteit. Een onoplettende medewerker of een goed uitgevoerde vorm van cybercriminaliteit kan leiden tot problemen op financieel gebied, het verlies van productieve uren of tot grote privacyrisico’s. De kans hierop neemt toe en ook de impact wordt groter. Dit wordt onder meer veroorzaakt door het steeds complexer worden van de ICT aan de ene kant. En aan de andere kant blijkt uit een benchmark dat we onder het gemiddelde zitten qua middelen. Er zijn cyberaanvallen geweest op gemeentes, ziekenhuizen, MKB bedrijven enzovoorts. Beheersmaatregel De CISO en FG organiseren acties om het bewustzijn rondom cybercriminaliteit binnen de organisaties te verhogen. Tevens worden medewerkers actief herinnerd aan de gedragscodes omtrent computergebruik en privacywetgeving. Gemeenten zijn in 2015 aangesloten bij de IBD VNG en hebben de BIG (Baseline Informatieveiligheid Gemeenten) als norm voor hun informatieveiligheid ingevoerd. De BIG is vervangen door de BIO (baseline Informatiebeveiliging Overheid), waarbij eigenaarschap en risico analyse centraal staan. De IBD adviseert ons bepaalde maatregelen te treffen. Die voeren wij, voor zover op ons van toepassing, door. 5. Algemene uitkering gemeentefonds Via circulaires wordt de gemeente 2 maal per jaar geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds.

De afspraak tussen het Rijk en de gemeenten is 'samen de trap op, samen de trap af'. Indien het Rijk bezuinigt, wordt er ook minder geld in het gemeentefonds gestort.

91

Deze schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend. De geplande herijking van de totale algemene uitkering uit het gemeentefonds is doorgeschoven van 2021 naar 2023. Op 2 februari 2020 zijn voor het eerst herverdeeleffecten per individuele gemeente zichtbaar gemaakt. Voor Son en Breugel gaat het om een nadelig effect van afgerond € 750.000,-. Dit effect wordt in jaarlijkse stappen van € 15,- per inwoner doorgevoerd. Het genoemde bedrag is nog onder voorbehoud. Besluitvorming vindt plaats door het nieuwe kabinet, na advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur en consultatie van de VNG. Verder geldt dat de effecten zijn berekend op de maatstafhoeveelheden van 2017. Dit moet uiteindelijk dus 2023 worden. Het kabinet is ook van plan om de Financiële Verhoudingswet te wijzigen. Als tussenvorm tussen de huidige specifieke uitkeringen en de algemene uitkering wil men gerichte uitkeringen introduceren. Bij gerichte uitkeringen moet informatie verstrekt worden over het behalen van de vooraf gestelde doelen. Als onderdeel van het compensatiepakket coronamaatregelen zijn de VNG en de Fondsbeheerders overeengekomen de accressen 2020 en 2021 te fixeren op de stand van de meicirculaire 2020. Voor die jaren staat de afrekening dus min of meer vast.

Het voorbehoud dat is gemaakt voor onverwachte grote afwijkingen van de werkelijkheid en deze standen mag niet te groot zijn. Bevriezen komt tegemoet aan de wens van rust en stabiliteit van de algemene uitkering. Beheersmaatregel De algemene uitkering maakt integraal onderdeel uit van de begroting. De schommelingen worden op het eerst volgende moment binnen de exploitatie verwerkt om deze sluitend te houden. 6. Attero-compensatieovereenkomst Formeel hebben de gewesten in Brabant een contract met Attero over het verbranden van afval. In dit contract is een minimum-hoeveelheid opgenomen. Vanaf 2011 is deze minimum hoeveelheid niet aangeleverd door de gewesten gezamenlijk. Momenteel ligt er een claim van Attero over 2015 t/m jan 2017. Er is een uitspraak gedaan door een arbitragecommissie en de gemeenten zijn daarin in het ongelijk gesteld. Er is een factuur van € 6,1 miljoen als naheffing gestuurd naar de MRE. Deze factuur is door het MRE betaald. Inmiddels is vanuit de VvC een procedure gestart bij het Gerechtshof om het vonnis te vernietigen. In de tussenliggende periode wordt dit bedrag nog niet verrekend met de gemeenten. Over die verrekening bestaat namelijk binnen het MRE onenigheid tussen de gemeenten. De nietdiftar-gemeenten staan op het standpunt dat zij het tekort niet hebben veroorzaakt en dus ook hiervoor niet gaan betalen.

Op dit moment is dus nog niet aan te geven hoe de kosten verdeeld zullen worden over de gemeenten. Ook binnen de gewesten bestaat overigens nog onenigheid over de verdeling van de kosten. De discussie hierover wordt verschoven tot na de uitspraak over de vernietigingsprocedure. Beheersmaatregel De berekening van het te betalen bedrag is arbitrair want het gaat uit van solidariteit, terwijl je ook een heel andere invalshoek kan gebruiken, zoals daadwerkelijke minderlevering van restafval. 7. Crisisbeheersing Iedere gemeente kan te maken krijgen met incidenten, die de status van een crisis krijgen. Deze kunnen plaatsvinden zowel in het fysieke als het sociale domein. Ook kunnen crises lokaal, regionaal of bovenregionaal van karakter zijn. Beheersmaatregel Door adequate maatregelen kunnen de effecten van een crisis zo veel mogelijk beperkt worden. Lokale, regionale en landelijke crisisorganisaties voorzien daarin, met name door crisiscoördinatie en organisatie. Goede eenduidige informatievoorziening, opleidingen en oefenen zijn daarbij randvoorwaarden voor succes. Implementatie van verbeterpunten uit evaluaties zorgt steeds voor verdere professionalisering van de crisisorganisatie. Daarnaast wordt ruim ingezet op preventie en preparatie om aan de voorkant crises te voorkomen. Voor de organisatie van de crisisorganisatie is een nieuwe visie ontwikkeld.

Van hieruit wordt vorm gegeven aan een nog professionelere multidisciplinaire organisatie. Veiligheidsregio's BrabantZuidoost en Brabant-Noord en de Politie Oost-Brabant werken hierin nauw samen. Een goed getrainde organisatie die expertise betrekt waar nodig, zal door adequaat ingrijpen de effecten van incidenten zo veel mogelijk kunnen beperken.

92

Met de transities is de gemeente verantwoordelijk geworden voor veel zorgtaken. Hierdoor kan de gemeente vaker partij zijn wanneer een crisis in het sociale domein zich voordoet. Met de coronacrisis is bevestigd dat een ongekende crisis realiteit kan worden. Een pandemie is al langer gekwalificeerd als een risico met grote waarschijnlijkheid en mogelijk catastrofale gevolgen. Ook voor de toekomst zullen we hier rekening mee moeten houden. 8. Dienst Dommelvallei De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Op basis van de vastgestelde begroting van Dienst Dommelvallei wordt financieel bijgedragen aan de dienst. Hierbij zijn ook aannames gemaakt met betrekking tot te realiseren efficiency. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft worden de risico’s van de dienst betrokken bij de risicowaarde van de drie deelnemende gemeenten. Beheersmaatregel Via een begroting, jaarrekening en rapportages (Dommelvallei) worden de ontwikkelingen periodiek en intensief gevolgd. Eventuele effecten kunnen rechtstreeks verwerkt worden in de eigen begroting. Daarnaast is sprake van deelname in het bestuur van Dienst Dommelvallei. De risico's van Dienst Dommelvallei zijn, voor zover mogelijk, inzichtelijk gemaakt en beheersmaatregelen zijn geformuleerd. 9.

GGD Brabant Zuidoost De Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant Zuidoost heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Op basis van de begroting wordt financieel bijgedragen. Het onafgedekte risico, zijnde € 2.550.000, dient te worden op genomen in de eigen risicoparagraaf van de deelnemende gemeentes, herrekend naar de risicowaarde per gemeente. Beheersmaatregel Via de begroting, jaarrekening en rapportages worden de ontwikkelingen periodiek en intensief gevolgd. Eventuele effecten kunnen rechtstreeks verwerkt worden in de eigen begroting. Daarnaast is sprake van deelname in het bestuur en ambtelijk het Opdrachtgeversplatform. 10. Inkoop en aanbesteding De volgende risico's hebben betrekking op inkoop en aanbesteding: 1. Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; 2. Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; 3. Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden. Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut.

Beheersmaatregel Na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 is bij de implementatie daarvan veel voorlichting gegeven, de procedure uitvoering beschreven en checklists opgesteld. Elke inkoop gebeurt in beginsel vanuit het principe materiedeskundige (beleidsambtenaar), inkoper (Bizob). Dit is afhankelijk van de inkoopwaarde en/of potentiële risico’s die met de inkoop gepaard gaan. Vragen kunnen aan Bizob en eventueel aan de juridische adviseur gesteld worden. Inkoop en Aanbesteding is onderdeel van de verbijzonderde interne controle. Hierbij worden zowel procesgerichte (deelwaarneming) als gegevensgerichte (inkoopanalyse) controles uitgevoerd. Fouten en/of verbetervoorstellen worden teruggekoppeld. Als gevolg van de gewijzigde EU-richtlijnen is de Aanbestedingswet 2012 gewijzigd. Op 18 juli 2017 is het inkoopbeleid, met inbegrip van het inkoophandboek en -procedures, vastgesteld. Daarbij zijn overeenkomstig de landelijke en regionale lijn - de drempels voor de interne procedures vereenvoudigd waardoor het risico op het niet goed volgen van intern beleid verder is verkleind. 11. Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 is de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen in werking getreden. Dit houdt in dat jaarlijks een fiscale aangifte moet worden ingediend. Eerst wordt een voorlopige aangifte gedaan, gevolgd door de definitieve.

93

Beheersmaatregel Verdere vervolgstappen vooruitlopend op het oordeel van de Belastingdienst op het afstemmingsverzoek kunnen nog niet worden genomen. 12. Fiscaliteit De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, Btw aangiften, opgave Btw compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid. Beheersmaatregel Met het oog op de ontwikkelingen rondom 'Horizontaal Toezicht' met de Belastingdienst wordt er gewerkt aan een 'Tax Control Framework'. Dit betekent niet dat het risico komt te vervallen. 13. Beveiligingsincident De Dommelvallei organisaties zijn informatie intensieve organisaties met een primaire focus op de dienstverlening. Deze organisatie kenmerken vragen om een betrouwbare en veilige informatievoorziening. Voorbeelden van informatiebeveiligingsincidenten, die bij ons zijn opgetreden: • Een verzoek tot een financiële transactie overschrijven vanuit “de directeur”, in werkelijkheid een fraudeur. • Een verzoek om gebruikersnaam en wachtwoord in te vullen vanuit “de helpdesk”, in werkelijkheid een externe partij met slechte bedoelingen. De IBD geeft in het dreigingsbeeld 2019-2020 duidelijk het signaal af, dat de kans op beveiligingsincidenten toeneemt.

De IBD geeft in het dreigingsbeeld 2021-2022 duidelijk het signaal af, dat de kans op beveiligingsincidenten toeneemt. De volgende categorieën van risico’s worden onderscheiden: 1. Bedrijfscontinuïteit in het geding. 2. Integriteit van gegevens is niet gewaarborgd. 3. Vertrouwelijke gegevens in verkeerde handen. 4. Imagoschade. 5. Schade aan democratische processen. 6. Gegevens in verkeerde handen. 7. Dienstverlening van de gemeente niet beschikbaar. 8. Ontwrichting van alledaagse processen en 9. Financiële schade. Op meerdere manieren kan een gemeente geconfronteerd worden met financiële schade als gevolg van ontbrekende informatiebeveiliging. De gemeente Lochem werd op een haar na slachtoffer van gijzelsoftware maar had toch enkele tienduizenden euro’s schade als gevolg van het stilleggen van de dienstverlening, het forensisch onderzoek en het herstellen van de ICT-omgeving. Wanneer de gemeente daadwerkelijk zou zijn getroffen door gijzelsoftware hadden de kosten kunnen oplopen tot honderdduizenden of zelfs miljoenen euro’s. Een ambtenaar, bestuurder of raadslid kan bedoeld of onbedoeld informatie verschaffen waar een kwaadwillende zijn voordeel mee kan doen (en de gemeente gedupeerd achterblijft). Informatie rond bestemmingsplannen, aanbestedingen of veranderende regels kan zeer waardevol zijn.

Onzorgvuldige omgang met persoonsgegevens en overtredingen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) kunnen leiden tot aansprakelijkheidsstellingen van getroffenen of boetes van de privacytoezichthouder. Een boete wegens onzorgvuldig handelen met de privacy van inwoners zou bovendien leiden tot grote imagoschade.” Beheersmaatregel In 2015 hebben de vier organisaties (Geldrop-Mierlo, Nuenen, Son en Breugel en Dienst Dommelvallei) het informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld. In dit beleid wordt op strategisch en tactisch niveau beschreven welke uitgangspunten gelden ten aanzien van de informatiebeveiliging van de Dommelvallei organisaties. Dit beleid moet samen met de technische beveiligingsmaatregelen en de aandacht voor een goede houding en gedrag van medewerkers de risico’s verlagen Jaarlijks wordt de ENSIA zelf-audit uitgevoerd. Er is een BIO TOP10 programma opgezet en deze wordt uitgevoerd, waarmee maatregelen worden genomen om de grootste risico’s te mitigeren.

94

14. Algemene verordening gegevensbescherming Overheidsorganisaties verwerken allerlei persoonsgegevens. Deze persoonsgegevens zijn vertrouwelijk en moeten goed worden beschermd. In de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), die sinds 25 mei 2018 van kracht is, zijn hiervoor regels vastgesteld. Ook de gemeenten en Dienst Dommelvallei moeten de AVG naleven. Doen zij dit niet, dan is de Autoriteit Persoonsgegevens bevoegd om corrigerende maatregelen te nemen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een waarschuwing of een boete. De AP houdt bij haar beoordeling van de maatregel onder andere rekening met de aard, ernst en duur van de inbreuk, het aantal getroffen betrokkenen en de omvang van de door hen geleden schade. De AP heeft inmiddels de eerste boetes opgelegd. Deze boetes dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn. De AP kan een overheidsinstantie een maximale boete van € 20.000.000,opleggen. Ook het niet melden van datalekken kan een boete tot gevolg hebben. Een datalek is het verlies of de ongeoorloofde toegang tot persoonsgegevens. Voorbeelden hiervan zijn het kwijtraken van een USBstick, een tablet of een laptop waar persoonsgegevens op staan. Een datalek kan ook ontstaan wanneer er een mail met persoonsgegevens naar een verkeerde persoon wordt gestuurd. Datalekken moeten, afhankelijk van het privacyrisico, bij de Autoriteit Persoonsgegevens worden gemeld.

Organisaties zijn verplicht een datalekkenregister bij te houden en aan te kunnen tonen welke maatregelen ze genomen hebben om de nadelige gevolgen van het datalek te beperken. Beheersmaatregel Via onder andere presentaties en intranet worden medewerkers continue geïnformeerd over de AVG en de gevolgen hiervan voor de eigen werkzaamheden. We hebben een verwerkingenregister waarin de verwerkingen van persoonsgegevens zijn opgenomen. Ook voeren we Data Protection Impact Assessments (DPIA’s) uit. Dit is een instrument om het privacy risico van een beoogde gegevensverwerking voor betrokkenen in kaart te brengen. Daarnaast zijn we bezig om met onze verwerkers verwerkersovereenkomsten af te sluiten. Hierin staan afspraken over de maatregelen die verwerkers moeten nemen om de persoonsgegevens van onze burgers passend te beveiligen. Verder hebben we een procedure Beveiligingsincidenten en datalekken, waarmee we borgen dat datalekken juist en tijdig worden gemeld en afgehandeld. In ons datalekkenregister houden we bij welke datalekken er zijn gemeld en hoe we deze hebben gedicht. De gemeente heeft een privacy beheerder die ondersteunt en adviseert bij privacyvraagstukken. Daarnaast heeft de gemeente een Functionaris Gegevensbescherming (FG) aangesteld die er op toeziet dat de AVG wordt nageleefd. 15.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10326993/1