CConstaterende datSon en Breugel
Koppel je AI →
Document · PDF

Integraal Beheerplan Bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente Son en BreugelBij agendapunt: Integraal Beheerplan Bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel15.229 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Er mag alleen worden afgeweken van de bepalingen als er geen alternatieve bevredigende oplossing voor handen is;

•

Er moet sprake zijn van een in de wet genoemd belang. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat de belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid;

•

Tenslotte mag geen afbreuk worden gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van een soort.

Houtopstanden In het vierde hoofdstuk van de Wet Natuurbescherming is de bescherming van houtopstanden vastgelegd. De wet heeft alleen betrekking op houtopstanden die zich bevinden buiten de bebouwde kom die wordt vastgesteld door een besluit van de gemeenteraad. Het plangebied bevind zich buiten de komgrens, dus is de Wet Natuurbescherming van toepassing op de houtopstanden. In de wet is een meldingsverplichting opgenomen als er meer dan tien are of een rijbeplanting van 20 bomen of meer wordt gekapt. Deze melding moet worden gedaan bij Gedeputeerde staten. Als een houtopstand geheel of gedeeltelijk wordt gekapt is de eigenaar verplicht om binnen 3 jaar dit deel te herplanten. Dit alles moet op een bosbouwkundige verantwoordelijke wijze. Dunning ten behoeve van beheer en onderhoud valt niet onder de meldings- of herplantverplichting. 3.2 Natuurnetwerk Brabant De bossen- en natuurterreinen maken deel uit van het NatuurNetwerk Brabant (NNB). Het NNB is een uitwerking van het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Het is een netwerk van bestaand en nog te ontwikkelen natuurgebieden die door ecologische verbindingszondes met elkaar verbonden zijn. De provincie heeft voor het NNB een natuurbeheerplan opgesteld. Dit is een kaart met beheertypen waarvoor subsidie kan worden verkregen binnen de subsidieregeling natuur en landschap (SNL) van de provincie Noord Brabant.

De subsidie is bedoeld als beheervergoeding van standaard

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

36

Bosgroep Zuid Nederland

maatregelen ten behoeve van de instandhouding van het doeltype. In figuur 10 is de beheertypenkaart van het natuurbeheerplan 2019 van de provincie Noord Brabant opgenomen. 81% van de oppervlakte is gecategoriseerd als productiebos; N16.03 Droog bos met productie. Over ongeveer 8% van de oppervlakte komt natuurbos voor (N15.02 Dennen-, eiken-, beukenbos en N14.03 Haagbeuken en essenbos. Ongeveer 9% van de oppervlakte bestaat uit natuurterreinen (N6.04 Vochtige heide, N7.01 Droge heide en N12.02 Kruiden- en faunarijkgrasland). Het overige deel van de oppervlakte bestaat uit water (N03.01 Beek en Bron, N04.02 Zoete plas N06.05 Zwakgebufferd ven) Voor wat betreft het productiebos gelden er geen specifieke voorwaarden waaraan moet worden voldaan.

Voor

de

natuurbossen

zijn

er

restricties

voor

wat

betreft

houtoogst

en

soortensamenstelling. Voor de natuurterreinen geldt een instandhoudingsverplichting, daarnaast zijn er een aantal voorwaarden opgenomen waaraan een type dient te voldoen en zijn er minimum en maximale structuurelementen en soorten die moeten voorkomen. Dit wordt gemonitord binnen de SNLmonitoring. Voor een overzicht van de voorwaarden en structuurelementen wordt verwezen naar de Index Natuur en Landschap op de website van BIJ12. De ambitiekaart komt grotendeels overeen met de beheertypenkaart. Opmerkelijk is dat het beheertype Dennen-, eiken- en beukenbos op de ambitiekaart is opgenomen als Droog bos met Productie. Er mag worden aangenomen dat dit niet juist is, dit zal dan ook in de toekomst moeten worden aangepast. Verder is ter hoogte van het natuurterrein Oud Meer opgenomen dat de ambitietype voor het wat N06.06 Zuur ven en hoogveenven is. Een gedeelte van het natuurterrein Oud Meer heeft de ambitie N07.02 Zandverstuiving. Het verdient de aanbeveling om in overweging te nemen om de ambitietypen op bepaalde locaties te laten aanpassen naar natuurbos (N15.02). Ook lijkt het er op dat het type N07.02 Zandverstuiving reeds aanwezig is, daarom is een aanpassing van het natuurbeheerplan wenselijk.

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

37

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 10. Beheertypenkaart

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

38

Bosgroep Zuid Nederland

3.3 Aansprakelijkheid Een eigenaar van bos en natuur heeft een ‘zorgplicht’ om schade aan derden en daarmee schuldof risicoaansprakelijkheid te voorkomen. De eigenaar kan aansprakelijk worden gesteld wanneer bijvoorbeeld een boom schade aanricht bij derden. De eigenaar heeft een zorgplicht: hij dient zijn bomen te onderhouden, en deze daarnaast regelmatig en systematisch te controleren op uitwendig zichtbare gebreken. Als maatstaf voor de omvang van de zorgplicht kan worden genomen dat er evenredigheid is tussen de kosten van inspectie en onderhoud in verhouding tot de kans op schade: hoe kleiner de kans op schade (verder afgelegen en sporadisch bewandelde paden of houtopstanden), des te geringer de eisen aan inspectie en onderhoud. De zorgplicht is daarmee het intensiefst voor bomen die langs openbare wegen of op andere drukbezochte plekken, zoals langs fiets- en wandelpaden en maar ook rondom de gebouwen. Acute gevaren, in de vorm van dode bomen en dode overhangende takken langs wegen, paden en gebouwen, dienen zo snel mogelijk te worden verwijderd. In het reguliere beheer worden al zoveel mogelijk potentiële gevaren tijdens houtoogsten verwijderd. Maar periodieke boomveiligheidscontroles in een druk bezocht gebied blijven noodzakelijk.

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

39

Bosgroep Zuid Nederland

Hoofdstuk 4: Visie en beheerdoelen 4.1 Beheerdoeltypenkaart De ontwikkelingsvisie voor de terreinen is weergegeven in figuur 11. In de volgende paragrafen wordt per type de visie en beheerdoelstellingen geformuleerd.

Figuur 11. beheerdoeltypenkaart

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

40

Bosgroep Zuid Nederland

4.2 Bos In figuur 11 is voor het beheertype bos een onderverdeling gemaakt in drie subtypen. In de volgende paragrafen zijn de verschillende subdoeltypen nader uitgewerkt. Voor ieder subdoeltype is de huidige boomsoortensamenstelling weergegeven. Per soort wordt vervolgens middels een kleur aangegeven of deze mag toenemen of afnemen. Groene soorten mogen toenemen en oranje soorten mogen afnemen. Donkergekleurde soorten mogen sterk toe- of afnemen. In het algemeen kan het toekomstige bos beschreven worden als:

Het bos levert een duurzame bijdrage aan rijke natuur, een impuls voor recreatie, duurzaam houtgebruik, waterbuffering, klimaatadaptatie én CO2-vastlegging. Er wordt gestreefd naar een veerkrachtige bos dat bestand is tegen de weersextremen die klimaatverandering met zich mee brengt. Hierbij wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht op de dynamiek van natuurlijke processen. Wanneer het noodzakelijk is voor de veiligheid of bosontwikkeling wordt er actief beheert. Oogst van bomen vindt plaats waar dit van belang is voor de ontwikkeling van het bos, om aanwezige of gewenst natuur- of belevingswaarden te ontwikkelen, of in het kader van veiligheid van bezoekers. Het beheer van de bossen moet worden gefinancierd uit houtopbrengsten en beheersubsidie. Daarom zal de functie houtproductie een rol blijven spelen binnen het beheer. Lokaal wordt gericht gestuurd op houtkwaliteit en zal er plaatselijk ruimte zijn voor soorten met goede eigenschappen voor houtproductie. Hierbij wordt geleidelijk overgestapt van een vlaktegewijze aanpak naar een individueel boom beheer. De onderstaande afbeelding geeft het streefbeeld van het bos van de toekomst weer.

Figuur 12. Dwarsdoorsnede bos van de toekomst

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

41

Bosgroep Zuid Nederland

4.2.1 Vochtig loofbos Het vochtig loofbos omvat twee deelgebieden die beide zijn gelegen in lagere en vochtigere delen. Een gedeelte is gelegen oostelijk van Son en Breugel, tegen de Dommel. Het tweede deel bevind zich in het westen in de oksel van het kanaal en de A50. Er is geen sprake van een productie doelstelling, wel kunnen er houtoogsten plaats vinden in het kader van een verhoging van de ecologische

waarden

of

in

het

kader

van

veiligheid.

Er

zijn

geen

specifieke

verjongingsdoelstellingen, anders dan het inbrengen van gewenste en op dit moment ontbrekende soorten. Dit betreffen voornamelijk rijke strooiselsoorten.

Figuur 13. Boomsoortensamenstelling en gewenste ontwikkeling vochtig loofbos

Het vochtig loofbos wordt op dit moment gekenmerkt door een hoog aandeel (91%) inheemse soorten. De inlandse eik is heeft met 44% het hoogste aandeel, gevolgd door de populier (16%) en berk (10%).

De bodems waarop dit bos voorkomt hebben als belangrijkste natuurlijke

bosgemeenschap; het vochtig berken- zomereikenbos en droog berken- zomereikenbos. Er zijn twee kleinere delen met enkeerdgronden met als bos gemeenschap; gedegradeerd wintereikenbeukenbos en een klein deel, direct tegen de Dommel heeft als gemeenschap het elzen- eikenbos. Op dit moment is het aandeel eik als vrij hoog, daarom zal het beheer er op gericht zijn om het aandeel berk te laten toenemen. Op de nattere delen is het wenselijk dat de zwarte els gaat

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

42

Bosgroep Zuid Nederland

toenemen. In figuur 13 is de huidige verdeling en de gewenste toe- of afname van de boomsoorten weergegeven. De afname van populier heeft er vooral mee te maken dat de nu aanwezig opstanden aan het aftakelen zijn. Daaronder is een generatie esdoorn en zwarte els aanwezig, welke zullen gaan toenemen, deze zijn in figuur 13 opgenomen onder overig loofhout. Fijnspar is een andere soort die, onder invloed van klimaatverandering en plagen, gaat verdwijnen. De afname van grove den zal voornamelijk onder natuurlijke successie gaan plaats vinden. Naarmate het bos ouder wordt en zich verder ontwikkeld zal een pionierssoort als de grove den gaan verdwijnen. De belangrijkste soorten die op dit moment ontbreekt is de linde en zoete kers. In de toekomst zal deze soorten actief ingebracht moeten worden. Samen met Esdoorn, haagbeuk, hazelaar zijn het belangrijke rijk strooiselsoorten die in staat zijn om gevolgen van stikstof depositie deels te mitigeren.

Figuur 14. Referentiebeeld vochtig loofbos

De volgende beheerdoelstellingen zijn geformuleerd voor het vochtig loofbos: -

Er wordt gestuurd op een inheemse boomsoortensamenstelling.

-

Er wordt gestreefd naar een brede variatie in boomsoorten, er is ruimte voor reeds aanwezige uitheemse beeldbepalende soorten.

-

Vergroten van de horizontale en verticale structuur door het aanbrengen van variatie in het kronendak.

-

Op de lange termijn wordt er gestreefd naar gemengde ongelijkjarige opstanden.

-

Ontbrekende rijke strooiselsoorten worden ingebracht. Linde en zoete kers hebben hier als boomvormen prioriteit. De hazelaar bij de struiksoorten.

-

Houtoogst is geen doel, er wordt alleen geoogst ter bevordering van de bosstructuur, omvorming en veiligheid.

-

Plaatselijk zijn zeer oude dennen en eiken aanwezig welke, voor zover veiligheid dit toestaat, behouden blijven.

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

43

Bosgroep Zuid Nederland

4.2.2 Dennen- eikenbos Het dennen eikenbos komt voor op de arme en droge bodemtypes binnen het plangebied. In totaal komt het voor over een oppervlakte van ongeveer 295 hectare. Binnen dit bostype wordt de natuur en productiedoeltelling gecombineerd. Dit bostype is op dit moment arm van structuur en bestaat voor 55% uit grove den, daarnaast is Amerikaanse eik over 14% van de oppervlakte aanwezig en eik over 10%, zie figuur 15. De bodems waarop dit type voorkomt hebben als belangrijkste bostype het droog berken- zomereiken bos. Een van de belangrijkste doelen voor de lange termijn is een toename van inheemse loofboomsoorten en rijkstrooiselsoorten.

Figuur 15 Boomsoortensamenstelling en gewenste ontwikkeling dennen- eikenbos

Op de lange termijn moet vooral het aandeel eik, berk en rijke strooiselsoorten zoals linde en esdoorn toenemen.

Dit moet voornamelijk ten koste gaan van Amerikaanse eik, waarvan het

wenselijk is dat deze niet verder uitbreid, Corsicaanse den, die zich vrijwel niet spontaan verjongd en grove den welk op dit moment een erg hoog aandeel heeft. Deze 3 soorten hebben ook verzurende eigenschappen. De komende jaren zal er binnen dit type groepsgewijs worden verjongd om kwaliteitsverjonging van grove den, eik en berk te realiseren. Eiken worden verjongd door middel van aanplant, in combinatie met begeleidende en verplegende boomsoorten die rijk strooisel produceren ten behoeve van de bodemontwikkeling. Daarnaast bestaat een belangrijk deel van de omvorming uit het vrijzetten van reeds aanwezige berken en eiken in de tweede boomlaag.

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

44

Bosgroep Zuid Nederland

Figuur 16. Referentiebeeld dennen- eikenbos

Een andere streven voor de lange termijn is de ontwikkeling van de struiklaag die nu grotendeels afwezig is. Door gericht in te grijpen in het kronendak en hier plaatselijk meer openheid in aan te brengen wordt ontwikkeling van de struiklaag worden bevorderd. Hierbij moet dan worden gedacht aan soorten als lijsterbes, vuilboom en krent. Deze soorten horen thuis op deze bodemtypes. De volgende doelstellingen zijn geformuleerd voor het dennen- eiken bos: •

Er wordt niet meer geoogst dan 80% van de lopende bijgroei.

•

Ongeveer 10% van de oppervlakte wordt de komende 10 jaar verjongd.

•

Er wordt gestreefd naar een goed ontwikkelde struiklaag over minimaal 25% van de oppervlakte. In de volgende beheerplan periode wordt deze doelstelling verhoogd naar minimaal 50%

•

De variatie in boomsoorten moet toenemen waarbij vooral het aandeel eik en berk mogen toenemen. Daarnaast worden er, bij de standplaats passende, rijke strooiselsoorten ingebracht. Tijdens dunningen wordt vooral inheems loofhout vrijgesteld.

•

Vergroten van het aandeel dood hout door kwijnende en aftakelende bomen te sparen. Op locaties waar het gewenste aandeel niet aanwezig is kan er worden geringd. In opstanden met vitaliteitsproblemen wordt wel ingegrepen door het verwijderen van dood hout binnen valbereik van wegen en paden.

•

Bij aanplant bestaat minimaal 50% van het plantsoen uit rijke strooiselsoorten ten behoeve van de bodemontwikkeling.

•

Waar mogelijk worden geleidelijke overgangen van bos naar open terreinen gerealiseerd in de vorm van bosranden.

•

Bij het aanleggen van verjongingsgaten blijven minimaal 20 bomen per hectare behouden ten behoeve van de huidige generatie bos.

•

Het aandeel inheems bos (70%) wordt minimaal in stand gehouden.

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

45

Bosgroep Zuid Nederland

•

Locaties met kansen voor hydrologisch herstel worden zo veel mogelijk benut.

•

Waar mogelijk wordt de bestaande wegen hoofd structuur versterkt middels lanen of bosranden.

4.2.3 Soortenrijk loofbos In het noordelijk deel van het plangebied is het soortenrijke loofbos gelegen. Op de locaties zijn veldpodzolgronden aanwezig en is er sprake van een betere hydrologische uitgangssituatie. Deze locatie is wat lager gelegen dan het gebied zuidelijk, daarnaast lijken hier een aantal kansen aanwezig voor hydrologische herstel. De combinatie van de betere bodem en de mogelijkheid voor hydrologische herstel maken dat hier dat het mogelijk is om het bos te laten ontwikkelen tot een rijker loofbos met een hoge biodiversiteit.

Figuur 17. Boomsoortensamenstelling en gewenste ontwikkeling soortenrijk loofbos

In de huidige boomsoorten samenstelling is al duidelijk dat het betere groeiplaatsen betreft. In het verleden is hier een hoog aandeel meereisende boomsoorten geplant. Nadeel hiervan is dat er veel exoten aanwezig zijn. Op termijn mag het aandeel grove den hier nog wat verder omlaag, dit geldt ook voor corsicaanse den en Japanse lariks. De Corsicaanse den verjongt zichzelf niet en de Japanse lariks staat er over het algemeen slecht bij en is zeer sterk verzurend. Het overig naaldhout omvat; Abies grandis, sitkaspar, fijnspar en Oostenrijkse den. Deze zullen op termijn o.a. onder invloed van klimaatverandering verdwijnen. In een deel van de opstanden zijn nu al vitaliteitsproblemen te zien. Het aandeel Amerikaanse eik neemt bij voorkeur af. Eik mag sterk toenemen omdat dit in de toekomst de dragende soort van dit bostypen moet worden samen met linde en in de ondergroei hazelaar. Ook berk mag toenemen in menging en het aandeel overige rijke strooiselsoorten, zoals haagbeuk en esdoorn mag sterk toenemen. Het aandeel douglas mag ook toenemen omdat dit in de toekomst een belangrijke soort blijft voor de houtproductie en goede groei vertoond op deze Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

46

Bosgroep Zuid Nederland

bodems, tevens wordt dit gezien als een soort met neutraal strooisel. Binnen dit type is plaats voor beeldbepalende soorten als bijvoorbeeld thuja die zorgen voor een mooie afwisseling in het bosbeeld.

Figuur 18. referentiebeeld soortenrijk loofbos

De volgende beheerdoelstellingen zijn geformuleerd voor het soortenrijke loofbos. •

Vergroten van het aandeel van soorten met bodem verbeterende eigenschappen.

•

Het aandeel douglas mag de komende 10 jaar toenemen.

•

Substantieel vergroten aandeel eik.

•

Verhogen aandeel dood hout en kwijnende bomen. Op locaties waar dit achter blijft kan actief dood hout worden gerealiseerd door het ringen van bomen.

•

Er wordt niet meer geoogst dan 80% van de lopende bijgroei.

•

Ongeveer 10% van de oppervlakte wordt de komende 10 jaar verjongd. Hierbij wordt de voorkeur gegeven aan opstanden met vitaliteitsproblemen.

•

Bij aanplant bestaat 50% uit rijke strooiselsoorten ten behoeve van bodemontwikkeling en 25% uit inlandse eik.

•

Bij verjongingsgaten blijven minimaal 20 bomen per hectare behouden van de huidige generatie bos.

•

Locaties met kansen voor hydrologisch herstel worden zo veel mogelijk benut.

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

47

Bosgroep Zuid Nederland

4.3 Natuurterreinen Binnen het object komen een aantal verschillende natuurtypen -en terreinen voor. De toekomstige natuurterreinen kunnen als volgt gekarakteriseerd worden:

Aaneengesloten open natuurterreinen waarbij de nadruk ligt op landschappelijke beleving waarbij habitats van karakteristieke soorten en vegetaties van heischrale milieus in stand worden houden en waar mogelijk verder ontwikkeld. 4.3.1 Oud Meer Het Oud Meer is een zeer gevarieerd terrein door de aanwezigheid van zeer diverse natuurtype. In het algemeen kan worden benoemd dat houtachtige opslag en verdroging de grootste problemen zijn. Dit is vooral bij de natte natuurtype terug te zien in de kwaliteit. In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie beschreven aan de hand van de aanwezig natuurtype. Hieronder wordt per natuurtype de visie en doelen beschreven. Vochtige heide Een goed ontwikkelde vochtige heide wordt bij voorkeur voor tenminste 60% gedomineerd uit dwergstuiken of pijpenstrootje. Naast heide zijn er verspreid bomen en grazige vegetaties aanwezig, kleine stilstaande wateren en open zandige tot venige plekken. De heidevegetatie bestaat voor tenminste 30% uit gewone dophei. Karakteristieke soorten die voorkomen in dit type zijn; gevlekte orchis, kleine zonnedauw, ronde zonnedauw, klokjesgentiaan, moeraswolfsklauw, beenbreek, heidekartelblad, eenarig wollegras, veenpluis, witte- en bruine snavelbies, gewone- en noordse veenbies en verschillende veenmossen.

Op dit moment komt dopheide niet in grote dichtheden voor en goed ontwikkelde vegetaties met karakteristieke soorten zijn slechts sporadisch aanwezig. Verder is er veel houtachtige opslag aanwezig die op sommige plekken problemen veroorzaakt. Verbeteringen van de vegetatie kunnen worden bereikt door hydrologisch herstel en chopperen van vergraste delen.

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

48

Bosgroep Zuid Nederland

Droge heide Goed ontwikkelde droge heide bestaat voor tenminste 60% uit heidevegetaties of vegetaties gedomineerd door bochtige smele of pijpenstrootje. Verder komen jeneverbesstruwelen, bremstruwelen en bomen verspreid voor. Ook zijn er kleine open zandige plekken en grazige vegetaties aanwezig. Op dit moment is de droge heide goed ontwikkeld. De mate van vergrassing is beperkt in de droge heide vegetaties, al is hier ook plaatselijk sprake van behoorlijke aandelen pijpenstrootje of bochtige smele. De huidige situatie moet gehandhaafd worden wat betreft vergrassing en structuurvariatie. De houtachtige opslag moet beperkt worden.

Vennen De huidige vennen hebben allemaal een zuur karakter en zijn vrijwel vegetatie loos. Oude vegetatie waarnemingen geven het voorkomen van oeverkruid aan wat duidt op een meer gebufferd karakter. Op dit moment is het niet duidelijk of hydrologisch herstel, waardoor mogelijk buffering hersteld zou kunnen worden, mogelijk is. Dit zal nader onderzocht moeten worden. De komende jaren zal het open karakter van de vennen behouden moeten worden. In het kader van het herstel van Hartven en Lisseven wordt er op dit moment een groot hydrologische onderzoek uitgevoerd. Mogelijk dat de resultaten hiervan inzicht geven in het functioneren van het hydrologisch systeem rondom het Oud Meer. Stuifzand Het belangrijkste stuifzandterrein is gelegen in het natuurterrein Oud Meer. Een zandverstuiving bestaat tenminste uit 50% onbegroeid stuivend zand met mos of korstmosbegroeiing. Her en der is ook begroeiing van buntgras aanwezig. De huidige situatie dient behouden te blijven. Onder invloed van recreatie wordt de zandvlakte open gehouden. Ook zijn er op de overgang van het

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

49

Bosgroep Zuid Nederland

stuifzand naar heide korstmosvegetaties aanwezig. Wel is het van belang om op deze locatie de recreatiezonering in de gaten te houden.

Doelstellingen Het Oud Meer vormt het grootste natuurterrein binnen de eigendommen van de gemeente Son en Breugel. Er komen verschillende typische soorten van schrale heide-milieus voor. De belangrijkste knelpunten voor dit gebied vormt de geïsoleerde ligging, opslag van bomen, ontwaterende en stikstofdepositie. De belangrijkste kansen voor dit terrein zijn gelegen in: •

Behoud huidige verdeling tussen natuurtype.

•

Verbeteren uitgangsituatie natte heide en ven door hydrologische herstel.

•

Gebruik maken van het hoogspanningstracé om een ecologische verbinding te vormen met omliggende natuurterreinen.

•

Het periodiek kleinschalig maaien van heide, het kappen van bomen en het verwijderen van houtachtige opslag. Op deze wijze blijven standplaatsen en leefgebied van typische heide soorten behouden.

•

Inzetten begrazing voor structuur ontwikkeling en behoud.

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

50

Bosgroep Zuid Nederland

4.3.2 Graslanden De graslanden zijn gelegen in het zuidelijke deel van de van de beheereenheid. Deze graslanden zijn arme van structuur en soorten. Om de structuur en soortenrijkdom van de graslanden te laten toenemen is een actief beheer noodzakelijk. Het doel is om de graslanden te laten ontwikkelen tot kruiden- en faunarijke graslanden. Dit moet worden bereikt door: •

Periodiek maaien en afvoeren;

•

Na-beweiden met runderen.

4.3.3 Hoogspanning tracé Het hoogspanning tracé is gelegen in het westen van de beheereenheid en loopt in noordzuidrichting door het gebied. Op dit moment wordt de opslag periodiek afgezet waardoor er een afwisseling is van open terreinen en volledige begroeiing van Amerikaanse vogelkers. Het doel op de lange termijn is om te komen tot een duurzame inrichting van het hoogspanningstracé waardoor het periodiek afzetten van houtachtige vegetatie niet meer nodig is. De belangrijkste kansen voor het hoogspanningstracé zijn gelegen in: •

Realiseren van een duurzame inrichting van de zone zodat periodiek afzetten opslag niet meer nodig is.

•

Areaal uitbreiding van heide vegetaties binnen het tracé van de hoogspanning.

•

Functie als ecologische verbindingszone voor het Oud Meer en natuurgebieden in de directe omgeving.

•

Inrichting van de naast gelegen bosranden tot mantel- en zoomvegetaties.

4.3.4 Overige terreinen Binnen de overige terreinen vallen het kleine stuifzandgebied in het noordoosten van de beheereenheid en het water/poel in het noorden van het gebied. Voor deze terreinen geldt dat ze

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

51

Bosgroep Zuid Nederland

in de toekomst in stand worden gehouden. Voor het stuifzandterrein geldt dat er op termijn wellicht bos en houtachtige opslag moet worden verwijderd om het open te houden. De terreinen zijn beide echter dusdanig klein en liggen dermate geïsoleerd dat uitbreiding niet zinvol is. 4.4 Recreatie Het gebied wordt op dit moment zeer intensief gebruikt door inwoners van de gemeente Son en Breugel en de omliggende gemeentes. Voornamelijk het gebied Oud Meer en de bossen daaromheen worden druk gebruikt door zowel inwoners van de gemeente als mensen daarbuiten. De gebieden Sonse bergen en Harde Ven worden meer bezocht door lokale mensen. In de toekomst mag dit ook zo blijven, wel moet er worden gekeken dat kwetsbare terreindelen worden ontzien, dit kan door het aanbrengen van een recreatiezonering. Een ander aandachtspunt is de veiligheid van recreanten. Gevaarlijke bomen langs wegen en paden moeten periodiek worden verwijderd of gesnoeid. Voor de recreatie zijn de volgende beheerdoelstelling geformuleerd: •

Actief weren bezoekers uit kwetsbare vegetaties en leefgebied zeldzame soorten.

•

Faciliteren educatieve excursies.

•

Opstellen recreatie zonering en aanpassen route netwerk naar zonering.

•

Periodieke controles boomveiligheid routes en veel gebruikte wegen en paden.

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

52

Bosgroep Zuid Nederland

Hoofdstuk 5: Beheer 5.1 Werkblokken Het beheer van de bossen is opgedeeld in 4 werkblokken, de natuurterreinen vallen hier buiten. Door te werken met werkblokken wordt voorkomen dat er in het hele bosgebied verstoring plaats vindt. Daarnaast is het voor recreanten ook prettiger als er maar in een deel van het bos werkzaamheden worden uitgevoerd in plaats van overal. Door op deze manier te werken zijn daarbij de kosten en opbrengsten in evenwicht. In praktijk komt het er op neer dat na 4 jaar het hele bosgebied aan bod is gekomen. Er is dan 1 jaar waarin geen beheer wordt uitgevoerd.

Figuur 19. Werkblokken

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

53

Bosgroep Zuid Nederland

5.2 Bosbeheer 5.2.1 Bosverjonging Jaarlijks worden er maatregelen getroffen om bosverjonging te realiseren. Gemiddeld dient er ieder jaar ongeveer 3 hectare verjongd te worden om een evenwichtige spreiding in leeftijdsopbouw van het bos te krijgen. Niet ieder werkblok is geschikt om dit te realiseren. Zo zal in het vochtig loofbos maar zeer beperkt worden verjongd. Daardoor kan de oppervlakte van jaar tot jaar variëren. Afhankelijk van het bostype en het beheerdoel wordt er natuurlijk verjongd, geplant of een combinatie uitgevoerd. In het dennen- eikenbos zal er de komende jaren meer worden geplant om het aandeel eik omhoog te krijgen. Op locaties waar wordt geplant worden 1.000 stuks plantsoen per hectare geplant, waarvan 50% soorten die rijk strooisel produceren. Het is van belang dat er rondom deze aanplant een raster wordt geplaats om vraatschade door reeën te voorkomen. Ook zullen er verjongingsgaten met overstaanders worden aangelegd t.b.v. natuurlijke verjonging van grove den, omdat deze soort de komende beheerperioden nog steeds een belangrijke drager van het beheer zal blijven. In het soortenrijke loofbos zullen de verjongingen de komende jaren bestaan uit een combinatie van natuurlijke verjonging van douglas en aanplant van eik en rijke strooiselsoorten.

Ook worden er binnen dit type locaties gezocht om soorten als thuja, boomhazelaar en Kaukasische beuk toe te passen, die zorgen voor een afwisseling in het bosbeeld en mogelijkheden tot productie van kwalitatief goed hout. Tabel 12 verjonging strategie per bostype

Vochtig

bos

-

Gewoon dennen- en

Rijk loofbos

natuurbos

eikenbos

Oppervlakte

Variabel

0,2 – 0,5 ha

500-200 m2

Overstaanders

Variabel

20 st/ha

Nee

Bodemverwonding

Nee

Ja klepelen en

Nee

plantvoren Planten

Variabel

Ja 1000 st/ha

Ja 150 st/ha veren

bosplantsoen Planten soort

Rijkstrooisel

Rijkstrooisel en eik

Rijkstrooisel en eik

Toevoegingen

wildbescherming

Wildbescherming en

Wildbescherming en

startbemesting

startbemesting

rijkstrooisel soorten

rijkstrooisel soorten

Ja

Nee

Schonen na 4 jaar

Ja

5.2.2 Blessen en dunning Jaarlijks wordt er in het werkblok van dat jaar een dunning uitgevoerd en worden er verjongingsgaten aangelegd. Bij een dunning worden selectief bomen verwijderd met als doel te sturen in de boomsoortensamenstelling en het vrijstellen van de kwalitatief beste bomen. Ook kan er tijdens een dunning gericht worden gestuurd in het kronendak. Door lokaal meer bomen te verwijderen ontstaan er lichtere plekken waar de struiklaag zich beter en sneller kan ontwikkelen, wat bijdraagt aan het verhogen van de bosstructuur.

Voor het uitzetten van de dunning gelden de volgende richtlijnen en aandachtspunten: Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

54

Bosgroep Zuid Nederland

•

Selectie van bomen vindt plaats op basis van houtkwaliteit;

•

Markante en kenmerkende bomen op zichtlocaties blijven behouden;

•

Tijdens het blessen worden vaste dunningspaden aangegeven en ingemeten, deze worden ook tijdens toekomstige dunningen gebruikt;

•

Er wordt maximaal 80% van de lopende bijgroei geoogst;

•

De benodigde oppervlakte voor verjongingen wordt uitgezet en ingemeten;

•

De benodigde oppervlakten voor verjongingen worden uitgezet, ingemeten en verwerkt in de beheerkaart;

•

Dode of verminderd vitale bomen binnen valbereik van wegen en paden worden (waar mogelijk op hoogte) afgezet en in het bos achter gelaten. Bomen buiten het valbereik blijven altijd staan;

•

Waar mogelijk worden geleidelijke overgangen tussen bos en overige terreinen gemaakt (bosranden).

5.2.3 Houtverkoop en begeleiding houtoogst Als het bleswerk is uitgevoerd wordt de partij hout aangeboden aan de houthandel. Bij alle houtoogsten wordt de vigerende natuurwetgeving in acht genomen en wordt er o.a. gewerkt volgens de gedragscode bosbeheer. Vaste rust- en verblijfplaatsen worden vastgelegd en verwerkt in een database met flora- en faunagegevens. Tijdens werkzaamheden worden alle beschermde elementen en stand-, rust- en verblijfplaatsen van beschermde soorten gemarkeerd en ontzien. Bij voorkeur wordt deze data ook digitaal aangeleverd aan de aannemer zodat deze de gegevens in het kaartsysteem van de machine kan inladen. 5.2.4 Verplegen van verjongingen Het slagen van verjongingen van doelsoorten die worden aangeplant of op een natuurlijke wijze verjongen bepaalt voor een groot deel de soortensamenstelling van de toekomst. Door minder gewenste soorten binnen een verjonging af te zetten in een verjongingsgat vergroot de kans dat de gewenste soorten in sluiting komen. Hierbij moet worden gedacht aan de opslag van Amerikaanse vogelkers in aanplant van bijvoorbeeld eik. Doordat de Amerikaanse vogelkers sneller groeit kan hij de eik verdrukken. Daarom is het in deze gevallen noodzakelijk om op tijd in te grijpen door ongewenste of minder gewenste soorten af te zetten.

5.2.5 Ongewenste soorten Bij de aanleg van verjongingsgaten kunnen sommige soorten een verstorende effect hebben op de gewenste toekomstige soorten samenstelling. Dit betreft met name Amerikaanse eik en vogelkers. Mocht dit optreden dan kan deze soort plaatselijk handmatig of machinaal worden bestreden. 5.2.6 Dood hout Ruim een derde van alle biodiversiteit en naar schatting 50% van de totale bosfauna is in meer of mindere mate afhankelijk van dood hout. Dood hout vormt een nestplaats, schuilplek en een bron van voedsel voor vogels, vleermuizen en andere zoogdieren, en is van groot belang voor insecten en paddenstoelen. In Nederland komen 2.500 soorten geleedpotigen voor die in bossen leven, ongeveer 50% hiervan is afhankelijk van dood hout. Vrijwel alle stadia van deze soorten komen voor in staand of liggende dood hout. Deze vormen op hun beurt weer een belangrijke voedingsbron voor andere soorten zoals; vogels, vleermuizen en spitsmuizen. Bovenstaande illustreert dat door hout een essentieel onderdeel is van een gezond bosecosysteem. Op plekken waar op dit moment geen of onvoldoende dood hout aanwezig is kan actief dood hout

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

55

Bosgroep Zuid Nederland

worden gemaakt. Dit kan binnen opstanden gebeuren door het ringen van bomen. Langs wegen en paden is dit niet mogelijk vanwege de veiligheid van recreanten. Waar mogelijk blijven omgewaaide bomen achter, de omhoog getrokken wortels zorgen hier voor een micro reliëf. 5.2.7 Onderhoud recreatieve voorzieningen Binnen het object zijn recreatieve voorzieningen aanwezig. Deze voorzieningen moeten jaarlijks onderhouden worden. Dit onderhoud kan worden uitgevoerd door de gemeente of door de beheerder. De voorzieningen dienen zo veel mogelijk ongewenst gebruik van de terreinen te voorkomen. Slagbomen moeten er voor zorgen dat de toegang beperkt blijft en bij de ingangen van het bos zijn borden met openstellingsregels aanwezig. Verder zijn er bankjes, prullenbakken, informatieborden en parkeerplaatsen aanwezig om het recreatief gebruik te faciliteren. 5.2.8 Onderhoud wegen en paden Jaarlijks vindt er onderhoud aan wegen plaats. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan de calamiteitenwegen die tevens dienen als hoofdexploitatiewegen. Veelgebruikte wandelroutes worden ook opgesnoeid en waar nodig hersteld. Er zullen afspraken gemaakt worden met hulpdiensten welke wegen en paden zijn aangewezen als calamiteitenwegen. 5.3 Natuurbeheer De belangrijkste reguliere beheermaatregelen die de komende jaren in de natuurterreinen moeten worden uitgevoerd zijn in de volgende paragrafen uitgewerkt.

5.3.1 Afzetten houtachtige opslag Binnen het natuurterrein Oud Meer is op dit moment veel opslag van bomen aanwezig welke voor problemen zorgt. Deze beheerperiode dient deze opslag periodiek verwijderd te worden, dit gebeurd bij voorkeur door uit het uit trekken van de boompjes. Er kan voor worden gekozen om deze werkzaamheden uit te voeren met vrijwilligers of tijdens een natuurdag. Grote opslag zal machinaal verwijderd moeten worden. Ieder jaar moet ongeveer 1/5 deel van het natuurterrein worden ontdaan van houtachtige opslag. Op deze manier is het hele terrein iedere 5 jaar in zijn geheel geschoond. 5.3.2 Begrazing heide Om de huidige structuur te behouden en verder te ontwikkelen wordt er de komende jaren een schapenbegrazing ingezet. Middels de nacht en weekendvakken worden sterk vergraste delen terug gedrongen. 5.3.3 Plaggen of chopperen Delen die op dit moment sterk vergrast zijn en arm aan structuur kunnen worden geplagd en gechopperd. Met deze maatregel is wel voorzichtigheid geboden en moet kleinschalig op probleem locaties worden ingezet, dit is maatwerk. Na plaggen worden de plaglocaties bekalkt. 5.3.4 Hoogspanningtrace Onder het hoogspanningstracé moet de komende 10 jaar een duurzame inrichting worden gerealiseerd. De uitvoering en vervolg beheer zal nog nader moeten worden uitgewerkt.

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

56

Bosgroep Zuid Nederland

5.3.5 Inrichten bosranden Op de overgangen van natuurterreinen naar het bos verdient het de aanbeveling om een mantelzoom vegetatie te laten ontwikkelen. De huidige bosranden worden periodiek afgezet. In nieuwe bosranden worden waar nodig struikvormers ingebracht. 5.3.6 Begrazing graslanden De afrastering van de graslanden wordt aangepast zodat de wegen en paden buiten de afrastering komen. In het vervolg zal er seizoen begrazing plaats vinden met koeien.

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

57

Bosgroep Zuid Nederland

Hoofdstuk 6: Overige 6.1 Ongewenste soorten Planten en dieren die niet van nature voorkomen in Nederland kunnen schadelijk zijn voor de ontwikkeling van inheemse soorten. Hierbij moet worden gedacht aan soorten als Japanse duizendknoop, watercrassula en grote waternavel. Vaak is ingrijpen op het moment dat een soort nog niet verstorend optreedt effectiever dan een meer terughoudende opstelling. Op het moment dat er soorten worden aangetroffen in het object waarvan vermoed kan worden dat ze verstorend kunnen gaan voorkomen worden de volgende stappen doorlopen: 1. De verspreiding van de soort wordt in kaart gebracht. 2. Er wordt een beheerstrategie opgesteld waarbij de haalbaarheid wordt getoetst en de beperkende omstandigheden in beeld worden gebracht. 3. Het beheer wordt opgestart om de bekende locaties uit te roeien. Mocht dit niet mogelijk zijn dan worden de populaties zo goed mogelijk geïsoleerd om verspreiding tegen te gaan. 4. De gekozen strategie wordt geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. 6.2 Calamiteiten 6.2.1 Stormschade De komende jaren ligt het in de lijn de verwachting dat het aantal stormen en zware windstoten onder invloed van klimaatsverandering gaat toenemen. Nadat een storm heeft plaats gevonden wordt het hele bos systematische gecontroleerd op gevaarlijke situaties. De inspecties zullen beginnen langs verharde openbare wegen.

Daarna zullen de overige wegen en paden van het object worden gecontroleerd, waarbij prioriteit wordt gegeven aan druk bezochte gebieden. In het geval van directe gevaarzetting worden zonnodig paden afgezet tot dat de gevaarzetting is verwijderd. 6.2.2 Bos- en natuurbrand Op dit moment is er voor de bossen- en natuurterreinen geen Brand AanvalsPlan (BAP) bekend. Het verdient sterk de aanbeveling om een dergelijk plan op te stellen zodat het voor alle partijen duidelijk is waar het netwerk van eventuele calamiteitenwegen is gelegen en waar dit aan dient te voldoen. In de komende periode zal er samenwerking gezocht moeten worden met de overig betrokken partijen bij een brand aanvalsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de volgende randvoorwaarden: •

De weg of het pad is minimaal 4 meter breed en tot 6 meter vrij van overhangende takken.

•

Het wegdek is vlak en redelijk goed berijdbaar (hard en redelijk vlak).

•

Het aantal slagbomen op de route is minimaal.

•

De route loop langs eventuele waterpompen en -putten en bruikbare waterpartijen voor bluswater.

•

Het routenetwerk is voldoende fijnmazig.

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

58

Bosgroep Zuid Nederland

6.3 Monitoring Om de ontwikkeling van de natuurkwaliteit (zowel van bos als natuur) bij te kunnen houden en gericht te kunnen sturen in het beheer van de terreinen is het belangrijk om de ontwikkelingen te monitoren. Voor de gebieden waar de gemeente SNL-subsidie ontvangt wordt ook monitoring vanuit SNL uitgevoerd. Bosgroep Zuid Nederland voert deze monitoring uit en ontvangt hiervoor subsidie. Per beheertype is bepaald wat te monitoren: Structuur, flora, broedvogels, dagvlinders & sprinkhanen, libellen en/of vegetatie. Deze monitoring wordt eens per zes jaar uitgevoerd. De vegetatie- en structuurkartering eens per twaalf jaar. Naast de SNL-subsidie, welke ook van toepassing is binnen Natura 2000-gebieden, kan er extra subsidie aangevraagd worden voor monitoring van andere onderdelen, zoals hydrologie. Ook zijn er budgetten voor monitoring voorzien bij uitgevoerde subsidieprojecten. Hierdoor kan de ontwikkeling van locaties waar maatregelen zijn uitgevoerd, zoals plaggen, opgevolgd worden.

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

59

Bosgroep Zuid Nederland

Hoofdstuk 7 begroting 2020-2029 De bedragen die zijn opgenomen in onderstaande begroting zijn gebaseerd op algemene normbedragen en ervaringscijfers van de Bosgroep. De opbrengsten van SNL-subsidies zijn overgenomen uit de huidig lopende aanvraag. Alle bedragen zoals opgenomen in de begroting zijn exclusief BTW.

Maatregel Bosverjonging Bodemverwonding Uitvoeringsbegleiding bodemverwonding Plantsoen Veren Aanplant bosplantsoen Aanplant veren Uitvoeringsbegleiding aanplant Blessen Uitvoering bleswerkzaamheden Uitvoeringsbegeldeiding Houtverkoop Opbrengsten houtverkoop Uitvoering gedragscode Aanbesteding, (eco) begleiding en houtmeten Verplegen verjongingen Controleren/schonen aanplant Begeleiding verpleging Dood hout Ringen bomen Begeleiding ringen Totaal bosbeheer

Maatregel Oud Meer Verwijderen opslag heide Maaien en afvoeren heide Schapen begrazing Plaggen Chopperen Begeleiding Hoogpsanningstracé Realiseren duurzame inrichting Uitzetten bosranden Klepelen hoogspanning tracé Graslanden Maaien en afvoeren Begrazing weilanden Begeleiding grasland beheer Onderhoud afrastering Totaal bosbeheer

Projectnr: 19015900

Hoeveelheid (10 jaar) Eenheid 20 hectare 20 hectare 30.000 stuks 6.500 stuks 30.000 stuks 6.500 stuks 10 jaar

Tarief

Kosten Opbrengsten (excl. BTW) (excl. BTW)

€ 1.200,00 € 24.000,00 € € 150,00 € 3.000,00 € € 0,70 € 21.000,00 € € 6,00 € 39.000,00 € € 1,25 € 37.500,00 € € 5,00 € 32.500,00 € € 1.600,00 € 16.000,00 €

416 hectare € 416 hectare € 15.000 m³ € 416 hectare € 416 hectare €

82,50 € 34.320,00 € 12,50 € 5.200,00 €

-

20,00 € € 300.000,00 25,00 € 10.400,00 € 90,00 € 37.440,00 € -

20 hectare € 5 jaar €

200,00 € 320,00 €

150 hectare € 5 jaar €

30,00 € 4.500,00 € 320,00 € 1.600,00 € € 272.060,00 € 300.000,00

Hoeveelheid (10 jaar) Eenheid

Tarief

4.000,00 € 1.600,00 €

-

Kosten Opbrengsten (excl. BTW) (excl. BTW)

34 hectare 5 hectare 10 jaar p.m. hectare p.m. hectare 10 jaar

€ 400,00 € 13.600,00 € € 900,00 € 4.500,00 € € 4.000,00 € 40.000,00 € € p.m. € € p.m. € € 1.600,00 € 16.000,00 €

-

1 stuks 1 km 23 ha

€ p.m. € € 640,00 € 640,00 € € 1.000,00 € 23.000,00 €

-

70 hectare 70 hectare 10 jaar 7 hectare

€ € € €

-

700,00 € 49.000,00 € 50,00 € 3.500,00 € 400,00 € 4.000,00 € p.m. € € 154.240,00 €

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

-

60

Bosgroep Zuid Nederland

Maatregel Wegen en paden Boomveiligheid Begeleidingskosten boomveiligheid Diverse werkzaamheden (stelpost) Recreatie en ontsluiting Inventarisatie aanwezige recreatieve elementen Groot onderhoud recreatievoorzieningen Diverse jaarlijkse werkzaamheden Werkplan Opstellen werkplan Beheerverslag Opstellen rapportage Algemeen beheer Algemeen beheer Overleg Aanvullend advies Diverse werkzaamheden Overige inkomsten SNL Totaal overig

Hoeveelheid (10 jaar) Eenheid

Tarief

10 jaar 10 jaar 10 jaar

€ 1.600,00 € 16.000,00 € € 400,00 € 4.000,00 € € p.m. €

-

1 stuks 1 stuks 10 jaar

€ 1.600,00 € 1.600,00 € € 30.000,00 € 30.000,00 € € 3.000,00 € 30.000,00 €

-

10 jaar

€ 2.500,00 € 25.000,00 €

-

10 jaar

€ 1.500,00 € 15.000,00 €

-

10 jaar 10 jaar

€ 5.000,00 € 50.000,00 € € 2.100,00 € 21.000,00 €

-

10 jaar

€

-

10 jaar

€ 16.811,23 € € 168.112,30 € 192.600,00 € 168.112,30

-

p.m.

€

Kosten Opbrengsten (excl. BTW) (excl. BTW) € 272.060,00 € 300.000,00 € 154.240,00 € € 192.600,00 € 168.112,30 € 618.900,00 € 468.112,30 € -150.787,70

Maatregel Bosbeheer Natuurbeheer Overige Totaal Resultaat

Projectnr: 19015900

Kosten Opbrengsten (excl. BTW) (excl. BTW)

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

61

Bosgroep Zuid Nederland

Bijlage 1: Beheerkaart

Bosgroep Zuid Nederland

Bijlage 2: Hoofdboomsoorten

Projectnr: 19015900

Integraal beheerplan bos- en natuurterreinen gemeente Son en Breugel

63

Bosgroep Zuid Nederland

Bijlage 3: OAD netwerk De vervalfase ontbreekt door de geringe leeftijd in veel bossen geheel of gedeeltelijk. Het aanleggen van een netwerk van Oude, Aftakelende en Dode bomen (OAD) stimuleert de ontwikkeling van de vervalfase. Een habitatnetwerk of OAD-netwerk heeft als doel een leefgebied te creëren voor soorten die zijn gebonden aan oude, aftakelende en dode bomen. Binnen het netwerk wordt een deel van het bos de kans gegeven oud te worden en in de toekomst spontaan af te takelen. Daarnaast wordt de voorraad dood hout op peil gebracht en gehouden. Oude en aftakelende bomen bieden met hun specifieke structuren – zoals holtes, spleten en loshangende schors – een leefgebied voor diverse soorten. Vogels en vleermuizen gebruiken bijvoorbeeld de holtes in bomen als broed-, schuil- en slaapplaats. Als een boom begint af te takelen, vormen zij een geschikt habitat voor parasitaire schimmels. Zij hebben de mogelijkheid om levende gastheren binnen te dringen, maar niet het vermogen om dode bomen te koloniseren. Een groot aantal soorten is direct afhankelijk van de aanwezigheid van dood hout als bijvoorbeeld voedselbron of groeiplaats. Een permanente beschikbaarheid in tijd en ruimte van zowel staand als liggend dood hout in verschillende verteringstadia en van verschillende diktes is daarom van belang voor het optimaal functioneren van het bosecosysteem.

Dit biedt een grote variatie van gradiënten in vocht en temperatuur, waarmee een hoge soortenrijkdom wordt bereikt. Het aanleggen van een habitatnetwerk draagt hier aan bij en zorgt ervoor dat er voldoende dood hout aanwezig is. Een OAD-netwerk bestaat uit: • Bosrefugia: grotere, ongestoorde delen van het bos; • Habitatboomgroepen: bomen met bijzondere structuren en de omliggende bomen; • Habitatbomen: bomen met bijzondere structuren; • Dood hout: in alle stadia van vertering, zowel staand als liggend. Als deze elementen verspreid worden aangewezen over het gehele bosoppervlakte, heeft dit een groter effect op de biodiversiteit. U legt dit netwerk aan voordat u andere (structuur)herstelmaatregelen neemt, om te voorkomen dat de oudste en voor de biodiversiteit meest belangrijke delen verloren gaan. Meer informatie is te vinden op de website www.boseco.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9849549/1